Beantwoording schriftelijke vragen art.37 RvO - CU - Pleegzorg
Tekst van het document
Fractie van de ChristenUnie t.a.v. de heer T.J. van Ooijen
Zaaknummer: 1274729
Uw brief van / uw kenmerk Behandelend ambtenaar
G.J. van Leeuwen
Doorkiesnummer
(0341) 35 9717
Afdeling
SL/BA
Onderwerp
Beantwoording artikel 37 vragen -
Documentnummer: 1279087
Verzonden: 14 april 2021
Pleegzorg Beste meneer Van Ooijen,
Putten, 13 april 2021
Op 18 maart 2021 ontvingen wij uw vragen over Pleegzorg. De beantwoording van uw vragen vindt u hieronder. 1. Hoeveel pleeggezinnen heeft Putten? We weten niet precies hoeveel pleeggezinnen Putten op dit moment telt. Want er kunnen ook pleegkinderen in Putten verblijven waarbij een andere gemeente volgens het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is. We weten wel dat we in januari 2021 als gemeente Putten verantwoordelijk zijn voor 28 kinderen. Door het woonplaatsbeginsel kan het hierbij om twee situaties gaan: 1. Gezaghebbende ouder woont in Putten. Het pleeggezin kan binnen en buiten Putten woonachtig zijn. 2. Het kind verblijft in een pleeggezin in Putten, staat ingeschreven in Putten en het gezag ligt bij een Gecertificeerde instelling. De biologische ouders hoeven in dit geval niet in Putten te wonen. 2. Is het college bekend met gezinnen die tijdens een traject stopten met pleegzorg? Het college is via de pleegzorgorganisaties ermee bekend dat een deel van de pleegzorgtrajecten voortijdig stoppen. Dit is onderwerp van gesprek in de regio met de pleegzorgaanbieders.
3. Zo ja, wat was de reden van stoppen, hoeveel en welke rol heeft het college hierin gehad? Het college is niet op de hoogte van specifieke redenen van het stoppen van pleegzorg trajecten in Putten. Vanuit de regio is er binnen de werkgroep Versterken Pleegzorg nauw contact met de regionale pleegzorgorganisaties en gecertificeerde instellingen over het voorkomen van vroegtijdige uitval. Doel van deze werkgroep is het versterken van het pleegzorgaanbod. De regio is vanuit de werkgroep betrokken geweest bij het Actieonderzoek continuïteit pleegzorg. Vanuit dit Actieonderzoek is het rapport ‘Waarom stoppen pleegouders? – Onderzoek naar omstandigheden, begeleiding en hoe pleegouders behouden kunnen worden’ verschenen. In dit rapport worden drie redenen aangedragen voor pleegouders om te stoppen. Een reden is natuurlijk verloop, een andere reden is uitstroom door ‘keuze van anderen’, bijvoorbeeld de jeugdbeschermer die bepaalt dat een andere plek nodig is. Voor 52% geldt dat de reden van stoppen ongewenste omstandigheden zijn. Voorbeelden hiervoor zijn te grote problematiek van het pleegkind, moeizame relatie met ouders van het pleegkind, onvoldoende steun ervaren. Goede samenwerking met jeugdbeschermers en goede ondersteuning door de pleegzorgorganisaties aan pleegouders is dus van belang.
Ondanks de ongewenste omstandigheden kijken de meeste pleegouders wel positief terug op hun tijd als pleegouder. 4. Welke mogelijkheden heeft het college om pleeggezinnen te ondersteunen vanuit de gemeente Putten Goede matching en begeleiding bij de aanvang van een pleegzorgplaatsing zijn belangrijk. Om deze goede start vorm te geven maakt de regio extra middelen beschikbaar waardoor pleegzorgorganisaties bij aanvang extra begeleiding kunnen inzetten. Daarnaast stuurt de regio erop dat pleegzorgorganisaties tijdig bepalen wat het perspectief is van de pleegkinderen. 5. Zijn er in de gemeente Putten gevallen bekend over zorg die door ouders betaald moet worden? Er zijn met zowel pleegzorgorganisaties als Gecertificeerde Instellingen afspraken gemaakt over de inzet van jeugdhulp en de kosten bij pleegzorg. Hierin is afgesproken op welke wijze jeugdhulp ingezet kan worden en hoe bepaalde kosten vergoed worden. Signalen als genoemd in het artikel van omroep MaxMeldpunt herkennen we niet in onze regio. Er zijn bij het college geen gevallen bekend dat bovengenoemde afspraken niet toereikend zijn geweest.
2 van 4
Pleegouders gaven in de gesprekken aan dat soms extra zorg voor pleegkinderen buiten een regio plaats vindt. Deze zorg was in een eerder stadium al gestart. Voor de stabiliteit is het beter dat de zorg daar verder gaat. Maar in sommige gevallen kan dat problemen opleveren. 6. Is het college bereid om hierin een maatwerk oplossing te geven aan ouders zodat de beste zorg door kan gaan voor deze kinderen? De Gecertificeerde Instellingen zijn primair verantwoordelijk en zij kunnen de gemeente betrekken om mee te denken in een oplossing. De Gecertificeerde Instelling moet hiervoor het initiatief nemen, pas dan kan de gemeente meedenken. De werkwijze is dat dan per situatie wordt bekeken wat de passende oplossing is binnen het bestaande beleid. Daar waar maatwerk noodzakelijk is wordt dit meegenomen in de passende oplossing. Continuïteit van zorg is daarbij een van de criteria. 7. Als in januari 2022 de wet woonplaatsbeginsel ingevoerd wordt. Wordt het dan voor een gemeente makkelijker om deze zorg te verlenen? Ja, door het invoeren van het nieuwe woonplaatsbeginsel is een gemeente namelijk bij het hele traject betrokken. Er vindt geen overdracht plaats wanneer er een verhuizing of wijziging in gezag volgt. Met deze duidelijkheid kan de inzet van zorg ook beter worden gemonitord.
Pleegouders gaven ook in de gesprekken aan dat er wel eens een ontmoeting is geweest met meerdere pleegzorgouders. Dit wordt door veel ouders als een zeer positieve bijeenkomst ervaren. 8. Wat is de reden dat het bij een bijeenkomst is gebleven? Vanwege de corona-maatregelen waren vervolgbijeenkomsten lastig te organiseren. 9. Is het college bereid een dergelijke bijeenkomst vaker te organiseren? De intentie is om deze bijeenkomsten weer op te pakken als de corona maatregelen dit weer toelaten. De bijeenkomst eind 2019 is zeer goed bevallen. Tijdens de presentatie van Adri van Montfoort in de Commissie Samenleving is er gesproken over het ondersteunen van gezinnen in de opvoeding. 10. Ziet het college mogelijkheden om gezinnen en pleeggezinnen extra te ondersteunen als hier vraag naar is. Zo ja, hoe? Door jaarlijks een lokale avond voor pleegouders te organiseren werken we aan lokaal netwerk. Daar waar pleeggezinnen concreet meer nodig hebben wordt dit verleend door de pleegzorgaanbieder. 11. Op welke wijze kan het college een extra bijdrage leveren in eventuele aanpassingen aan woningen? Als een aanpassing van een woning noodzakelijk is, kan hiervoor een aanvraag bij de WMO worden ingediend. Deze wordt conform de regelgeving beoordeeld. Minderjarigen kunnen voor woningaanpassingen een beroep doen op de Wmo 2015.
Voor ondersteuning en zorg die valt onder het begrip jeugdhulp doen zij een beroep op de Jeugdwet.
3 van 4
12. Is het college bekend met het Mocking Bird Family Plan? De regionale werkgroep Pleegzorg is recent geïnformeerd over het Mockingbird Family Model. 13. Is het college ten aanzien van deze pleegzorginnovatie bereid om te participeren in een eventuele pilot in de gemeente Putten? Binnen de werkgroep wordt het model nader bekeken en onderzocht of en op welke wijze het in de regio gemeenten kan bijdragen aan het versterken van het pleegzorg aanbod. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Putten,
mr. F.E. Contant,
H. A. Lambooij,
secretaris
burgemeester
Bijlage:
4 van 4