Beantwoording aanvullende schriftelijke vragen art.37 RvO - Wij Putten - Overgang Wmo naar Wlz
Tekst van het document
Wij Putten t.a.v. mevrouw J.A. la Roi
Uw brief van / uw Zaaknummer: 1297390 kenmerk Behandelend Documentnummer: 1302170 A. Hagenbeek ambtenaar Doorkiesnummer (0341) 35 9622 Afdeling SL/BA Aanvullende schr. vragen art. 37 Verzonden: 9 juni 2021 Onderwerp RvO - Wij Putten - Overgang Wmo naar Wlz Beste mevrouw La Roi,
Putten, 8 juni 2021
Op 26 mei 2021 ontvingen wij uw aanvullende schriftelijke vragen naar aanleiding van kwartaalrapportages Q4 2020 en Q1 2021 Sociaal Domein. Hieronder treft u de beantwoording op uw vragen aan. 1. Kan het college toelichten waarom het aantal inwoners dat is overgegaan naar de Wlz relatief hoog ligt en toegenomen is tov eerder? Antwoord: Van de 91 inwoners die overgegaan zijn naar de Wlz hebben twee inwoners na overleg met de gemeente een Wlz aanvraag ingediend. De overige inwoners hebben zelf een aanvraag voor de Wlz ingediend. Mogelijk hebben zij dit op advies van bijvoorbeeld een zorgaanbieder of de huisarts gedaan. Maar het kan ook zijn dat zij dit helemaal zelfstandig hebben gedaan. De gemeente was daarbij niet betrokken. En naar aanleiding van die aanmeldingen hebben veel meer inwoners een Wlz indicatie gekregen waaruit blijkt dat deze inwoners ook tot de Wlz doelgroep behoren. De inwoners die een Wlz indicatie kregen hebben dit gemeld bij de gemeente en soms bleek dit uit een uitwisseling van gegevens met het inlichtingenbureau dat er een aantal inwoners een Wlz indicatie hadden. Omdat die Wlz indicatie toereikend is, is de Wmo voorziening beëindigd.
2. Op welke wijze zijn inwoners betrokken bij de keuze naar de overgang naar Wlz? Antwoord: Bij twee inwoners is naar aanleiding van een aanvraag om een verlenging van de Wmo indicatie, besproken om de inwoner een Wlz indicatie aan te laten vragen. Dit omdat de Wmo in deze situaties niet meer toereikend leek. Via de Wlz wordt veel meer gespecialiseerde hulp ingezet dan bij de Wmo en dat leek in die situaties nodig. De Wlz is in beide situaties toegekend. Bij de overige heeft de gemeente geen rol gehad in de overgang van Wmo naar de Wlz omdat de aanmelding niet via de gemeente, of in afstemming met de gemeente, is gedaan. Pas bij toekenning is deze gemeld bij de gemeente door de inwoner of via het inlichtingenbureau.
3. Zijn de inwoners actief geïnformeerd door de gemeente over de overgang naar de Wlz en wat de gevolgen daarvan zijn? Antwoord: Bij de situaties waarbij de gemeente betrokken was (zie bovenstaand antwoord) zijn de inwoners actief geïnformeerd.
4. Het college lijkt er werk van te maken om meer mensen een indicatie Wlz aan te laten vragen. Kan het college hier een toelichting op geven wat de achtergrond hiervan is? Antwoord: Dit is niet het geval. Zie antwoord op vraag 1, 2 en 3. 5. Is er gekeken naar de bijdrage die inwoners gaan betalen in de Wlz in combinatie met het inkomen van de betreffende inwoners? Is dit meegewogen tijdens het keukentafelgesprek? Antwoord: De eigen bijdrage is een bijdrage die door het Rijk is vastgesteld. Dat is geen beleidsvrijheid van de gemeente. Daarbij hebben inwoners de mogelijkheid om bij een laag inkomen een aanvraag in te dienen voor vrijstelling of verlaging van de bijdrage Wlz bij het CAK. In dergelijk situaties wordt alles wat van belang is in die situatie meegewogen. Daarbij wordt in het geval van het inkomen ook meegewogen dat er een mogelijkheid is tot het vragen van verlaging van de eigen bijdrage via het CAK.
6. Hoe worden inwoners met een minimum inkomen tot 120% ondersteunt om te voorkomen dat er financiële problemen ontstaan?
2 van 3
Antwoord: Dat kan via de bestaande minimaregelingen en bijvoorbeeld het Financieel café. Waar een verlaging van de eigen bijdrage Wlz kan worden aangevraagd kunnen inwoners ondersteuning krijgen van de Onafhankelijk inwonersondersteuner.
7. Is het college zich ervan bewust –als geen vrijstelling aangevraagd en/of toegekend wordt- dat deze inwoners een behoorlijk bedrag extra moeten betalen voor de Wlz?
Antwoord: Ja daar zijn we ons van bewust. De mogelijkheid blijft bestaan om de verlaging dan aan te vragen bij het CAK. Wordt deze niet toegekend dan heeft dit te maken met de draagkracht in het inkomen. De wetgever acht in dat geval het inkomen als toereikend om de eigen bijdrage te voldoen.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Putten,
mr. F.E. Contant, secretaris
H. A. Lambooij, burgemeester
3 van 3