b_NL.IMRO.0273.BPBKRoosweg109-ON01_tb2 - Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Roosendaalseweg 109 te Putten
Pagina 2 van 20
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater Monsterneming asbest in bodem
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten 210466 1.0
4 mei 2021
SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018
en
UITGEVOERD DOOR info@vdpoelmilieu.nl www.vdpoelmilieu.nl
Aalsvoort 2-E 7241 MA Lochem Tel: 0547 261 888
DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Roosendaalseweg 109 te Putten, in opdracht van Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Van der Poel BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Van der Poel 2021 Putten_210466_Roosendaalseweg 109_VO+ASB We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 3 van 20
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 5
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 5 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 6 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 6 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................. 7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 7 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 7 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 9 Afwijkingen vooronderzoek .......................................................................................................... 9 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707) .................................. 9 Veiligheidsklasse ........................................................................................................................... 9
3.
VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK ....................................................... 10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 10 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 10 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 11 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 11 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 11 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 11
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) ................................ 12
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 12 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 12 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 12 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 13 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 14
5.
VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK ............................................................. 15
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) ........................................... 15 Visuele inspectie maaiveld .......................................................................................................... 15 Resultaten veldwerkzaamheden ................................................................................................. 15 Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag ........................................................... 16 Afwijkingen onderzoeksopzet ..................................................................................................... 16
6.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) ..................................... 17
6.1 6.2 6.2.1 6.3 6.4
Analysemonsters ......................................................................................................................... 17 Analysemethoden en monsterbehandeling ................................................................................. 17 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) ............................................................................... 17 Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 17 Analysemonsters en concentraties .............................................................................................. 18
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 19
7.1 7.2
Samenvatting .............................................................................................................................. 19 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 20
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 4 van 20
BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 5 van 20
1. INLEIDING Door Van der Poel BV een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Roosendaalseweg 109 te Putten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Van der Poel BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren. Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Van der Poel, hetgeen betekent dat het advies van Van der Poel onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Van der Poel alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie
In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016 NEN 5707:2015/C2:2017
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 6 van 20
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden Het veldwerk is uitgevoerd door Eco Reest BV te Zuidwolde. De veldwerkzaamheden hebben plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven op het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden
De analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. ACMAA Laboratoria BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 7 van 20
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.
2.1
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.
2.2
Stap 1; aanleiding vooronderzoek
De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1
2.3
Stap 2; onderzoeksvragen
Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie
Onderzoeksaspecten
Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0
F
G
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 8 van 20
Onderzoeksaspecten Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Aanleidingen tot vooronderzoek
0
0
0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.
2.4
Samenvatting vooronderzoek
Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Roosendaalseweg 109 in Putten is kadastraal bekend als gemeente Putten, sectie N, nr. 5304 en heeft een oppervlakte van 1.085 m2. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.2. Uit gegevens van BAG-viewer blijkt dat de huidige bebouwing dateert van 1955. Het kaartmateriaal van Topotijdreis.nl geeft de eerste bebouwing weer vanaf 1962. Voordien bestond de locatie uit agrarisch terrein. Uit informatie van bodemloket.nl komen diverse bodemonderzoeken en saneringen naar voren. De status van de locatie zoals weergegeven in het bodemloketrapport is voldoende onderzocht. Uit informatie verstrekt door de Provincie Gelderland blijkt dat ter plaatse van de bedrijfslocatie behorende bij onderhavig (voormalige) bedrijfswoning diverse bodemonderzoeken en een sanering is uitgevoerd. De onderzoeken zijn ingezien. Uit informatie van de Provincie blijkt dat de locatie voldoende gesaneerd is. De asbestdakenkaart van de Provincie Gelderland geeft de locatie weer als zijnde onverdacht voor het aantreffen van asbest. Tijdens de terreininspectie is aan de voorzijde, aan de gevel van de woning een ontluchtingsbuis waargenomen.
Het vermoeden betrof dat deze buis bij een ondergrondse brandstoftank behoorde. Uit aanvullende navraag bij de eigenaar is hierop gebleken dat achter de woning (ter plaatse van de huidige uitbouw) in het verleden een bovengronds olievat aanwezig is geweest ten behoeve van de verwarming van de woning. Bij de eigenaar waren geen gegevens bekend aangaande een voormalige
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 9 van 20
ondergrondse brandstoftank. Hierop is de vermoedelijke locatie van de ondergrondse tank en de voormalige locatie van het bovengrondse olievat beschouwd als verdachte deellocatie. Na afronding van de veldwerkzaamheden is door de eigenaar aanvullend grondonderzoek verricht. Hieruit is gebleken dat de ontluchtingsbuis toebehoort aan een ondergrondse septictank. Zie ook bijlage 2 voor foto overzicht. Verder zijn er tijdens de terreininspectie geen verdachte locaties (inclusief asbesttoepassingen) waargenomen. De locatie is deels verhard met klinkers en een grindpad. Voor de uitgebreide weergave van het vooronderzoek verwijzen wij naar bijlage 2.1
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
2.7
Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707)
Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocatie A (terreindeel vermoedelijke ligging ondergrondse tank en bovengronds olievat) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.4 en 5.3. Het betreffende deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks, alsmede een verdachte deellocatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot deellocatie B (overig terrein) uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie. Op verzoek van de opdrachtgever worden de analysepakketten voor de boven- en ondergrond aangevuld met de parameters OCB (organochloorbestrijdingsmiddelen) en PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen). Op verzoek van de opdrachtgever is het asbestonderzoek ter plaatse uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in paragraaf 6.4.5 “verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”.
De locatie is op basis van het historisch onderzoek aangemerkt als onverdacht voor het voorkomen van asbest.
2.8
Veiligheidsklasse
Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde bodem”. Omdat de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal niet is aangetoond tijdens het verkennend onderzoek, is onderhavig asbestonderzoek uitgevoerd op basis van standaard veiligheidsklasse . Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 10 van 20
3. VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het chemisch onderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 9 april 2021 en het grondwater is bemonsterd op 16 april 2021. Deellocatie A; vermoedelijke ligging ondergrondse tank Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot circa 2,5 m-mv (nrs. 1, 9 en 11). Boring 1, ter plaatse van de ontluchtingspijp, is vervolgens doorgezet tot 5,7 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 4,7 – 5,7 m-mv, grondwaterstand 4,2 m-mv). Deellocatie B; overig terrein Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 6 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 3 t/m 8) en 2 boringen 2 tot 2,0 m- mv (nrs. 2 en 10). De peilbuis van deellocatie A is tevens representatief voor deellocatie B (overig terrein) Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)
Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744
Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 0,53 (µS/cm) -
Laatste meting Zuurgraad 4,72 (pH) Geleidingsvermogen 0,52 (µS/cm) Troebelheid19,21 (ntu)
Beoordeling NVT Voldoet Troebel
Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 11 van 20
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,0 0,5 1,5 3,0 4,0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, plaatselijk zwak grindig Zand, matig fijn, zwak siltig, plaatselijk zwak/ matig humeus. Zand, matig fijn, zwak siltig, plaatselijk zwak / matig roesthoudend Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend (Mp. 1) Zand, matig fijn, zwak siltig Diepst verkende bodemlaag
- 0,5 - 1,5 - 3,0 - 4,0 - 5,7 5,7
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 4,2 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
Meetpunt
Diepte (m-mv)
Einddiepte boring (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Mp. 2
0,0 – 0,2
2,0
Volledig grind > 80 %
Mp. 3
0,0 – 0,2
0,5
Volledig grind > 80 %
Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat ter plaatse van monsterpunt 2 en 3 de bovenlaag uit volledig grind bestaat. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.
3.5
Afwijkingen protocollen
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 12 van 20
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
Deellocatie Grondmonster A Mp. 1
B
Mp. 11
0,05 – 0,5
Mp. 2 t/m 8
0,0 – 0,5
Motivatie Ondergrond, rond grondwaterniveau Bovengrond, nabij voormalige ligging olievat Bovengrond
Mp. 2
1,0 – 2,0
Ondergrond
Deellocatie Grondwatermonster A en B
Pb. 1
Diepte (m-mv) 3,5 – 4,5
Filterstelling (m-mv) 4,7 – 5,7
Analyse Minerale olie, lutum, organische stof Minerale olie, lutum, organische stof Standaardpakket bodem + OCB + PFAS Standaardpakket bodem + OCB + PFAS
Motivatie
Analyse
Grondwater
Standaardpakket grondwater
Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket is aangevuld met de parameters OCB en PFAS. Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.
4.2
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
4.3
Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 13 van 20
Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Weergave bijlage 5 * ***
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
(v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing
Mp. 1
Diepte (m-mv) 3,5 – 4,5
Mp. 11
0,05 – 0,5
Mp. 2 t/m 8
0,0 – 0,5
Bovengrond
Mp. 2
0,1 – 2,0
Ondergrond
Deellocatie Grondmonster A
B
Motivatie
Analyseresultaten
Ondergrond, rond grondwaterniveau
-
Indicatieve toetsing Rbk -
Bovengrond,
-
-
DDD (som) (factor Landbouw/natuur 7) Landbouw/natuur
vermoedelijke voormalige ligging olievat
Uit tabel 4.3 blijkt dat in het geanalyseerde bovengrond mengmonster van deellocatie B (overig terrein) het DDD gehalte de achtergrondwaarde overschrijdt. Verder zijn er in de grondmonsters ter plaatse van deellocatie A en B geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 14 van 20
Indicatieve toetsing Rbk ter plaatse van deellocatie B: De monsters zijn indicatief getoetst aan Rbk (zie tabel 4.3). De toetsing is indicatief omdat het onderzoek niet is uitgevoerd als partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit.
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing
GrondwaterDeellocatie monster A en B Pb. 1
Filterstelling Motivatie (m-mv) 4,7 – 5/7 Grondwater
Gehalte in µg/l en toetsing Barium en zink
Uit tabel 4.4 blijkt dat in het geanalyseerde grondwatermonster de gehalten barium en zink de streefwaarden overschrijden. Het barium gehalte is waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomt in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de beluchting en/of de troebelheid van de grondwatermonsters. Verder zijn er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 15 van 20
5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
5.1
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem)
5.2
Visuele inspectie maaiveld
5.3
Resultaten veldwerkzaamheden
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 16 april 2021.
Het maaiveld ter plaatse van het onderzoeksterrein is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Deze inspectie heeft plaats gevonden door het maaiveld in te delen in inspectiestroken van 1,5 meter en deze vervolgens strook voor strook (haaks op elkaar) te inspecteren.
De waarnemingen die zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie zijn weergegeven tabel 5.1. Tabel 5.1 Visuele inspectie maaiveld
Omschrijving Inspecteur Weersomstandigheden Conditie maaiveld Inspectie efficiëntie Asbestverdacht materiaal waargenomen
Motivering Droog, zicht > 50 meter, De toplaag is begroeid met gras, de bodem is enigszins zichtbaar. 50 % Nee
Uit tabel 5.1 blijkt dat op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal is waargenomen. De resultaten van de uitgevoerde inspectie wijken niet af van de onderzoekshypothese. De hypothese is dan ook niet aangepast.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 16 van 20
5.4
Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag
Met behulp van een schep zijn ter plaatse 7 inspectieputten gegraven (nrs. IP2 t/m IP8), tot de ongeroerde ondergrond. Voor de diepere ondergrond is een edelmanboor met een diameter van 12 cm gebruikt. De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens Hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5707:2015. De gehele inhoud van de inspectieputjes is uitgeharkt, met een hark met een tandwijdte van 20 mm, per uitgegraven laag van maximaal 10 cm. Het grove materiaal is vervolgens geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal en andersoortige bodemvreemde materialen. De asbestverdachte materialen in de grove fractie zijn, indien aanwezig, per inspectieputje bemonsterd middels handpicking en gewogen met behulp van een digitale weegschaal. De afmetingen van de inspectieputjes en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in tabel 5.2 beschreven: Tabel 5.2 Inspectieputjes en waarnemingen
Inspectieput IP 2
Afmeting (l x b) in m 0,30 x 0,31 Boring
IP 3
0,32 x 0,31 Boring
IP 4
0,31 x 0,31 Boring 0,32 x 0,31 Boring 0,32 x 0,32 Boring 0,30 x 0,30 Boring 0,30 x 0,31 Boring
IP 5 IP 6 IP 7 IP 8
Diepte Hoeveelheid Soort stukjes en gewicht 0,5 n.w. NVT
2,0 0,5
n.w. n.w.
NVT NVT
1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5 1,0
n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w. n.w.
NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT NVT
Overige bijmengingen (massa %) Tot 0,2 m-mv volledig grind > 80 %, daarna zwak grindig 1-5% tot 0,5 mmv. Geen Tot 0,2 m-mv volledig grind (> 80 %), daarna zwak grindig (1-5%) tot 0,5 mmv. Geen Zwak grind 1-5 % Geen Zwak grind 1-5 % Geen Zwak grind 1-5 % Geen Zwak grind 1-5 % Geen Zwak grind 1-5 % Geen
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.3 blijkt dat ter plaatse van IP 2 en IP 3 de bovenlaag tot 0,2 m-mv volledig uit grind bestaat. In de bovenlaag van de inspectieputten IP2 t/m IP 8 is een zwakke bijmenging met grind waargenomen. In de onder liggende bodem zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen.
5.5
Afwijkingen onderzoeksopzet
Tijdens de werkzaamheden hebben er geen afwijkingen plaats gevonden met betrekking tot de gehanteerde onderzoeksopzet en protocol.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 17 van 20
6. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) De monsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium voor vezelonderzoek ACMAA Laboratoria BV te Deurningen.
6.1
Analysemonsters
In tabel 6.1 zijn de geanalyseerd grond- en materiaalverzamelmonsters weergegeven. Tabel 6.1 Analysemonsters asbest
Monster IP 2 en 3 IP 4 t/m 8 *droog gewicht
6.2
Diepte (m-mv) 0,2 – 0,5 0,0-0,5
Fractie
Hoeveelheid*
Analyse
< 20 mm
15,2 kg
NEN5898 grond
< 20 mm
14,5 kg
NEN5898 grond
Analysemethoden en monsterbehandeling
6.2.1 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) De in het veld samengestelde grondmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm, 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn (indien aanwezig) eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.
Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald.
6.3
Toetsingskader asbest
In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor in een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 18 van 20
6.4
Analysemonsters en concentraties
De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Er moet worden opgemerkt dat de gemeten concentratie serpentijnasbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten
Monster
Monstersoort
IP 2 en 3 Grond <20 mm IP 4 t/m 8 Grond <20 mm n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen
Analyse
NEN 5898 grond NEN 5898 grond
Resultaat grond gewogen in mg/kg d.s. n.a n.a
Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s.
Totaal grond en materiaal in mg/kg d.s
n.w n.w
n.a n.a
Uit tabel 6.2 blijkt dat in de geanalyseerde mengmonsters geen asbest is aangetoond.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 19 van 20
7. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.
7.1
Samenvatting
In opdracht van is door Van der Poel BV een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Roosendaalseweg 109 te Putten. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Vooronderzoek De onderzoekslocatie ligt aan de Roosendaalseweg 109 in Putten is kadastraal bekend als gemeente Putten, sectie N, nr. 5304 en heeft een totale oppervlakte van 1.085 m2. Tijdens de terreininspectie blijkt dat er ter plaatse van de woning een ontluchtingspijp aanwezig is. Uit nadere informatie van de opdrachtgever blijkt dat het een ontluchtingspijp van een oude betonnen bezinkput betreft. De put is nog ter plaatse aanwezig en zit vol met schoon regenwater.
Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 5,7 m-mv opgebouwd is uit zand, matig fijn, zwak siltig, plaatselijk zwak /matig grindig en humeus. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 4,2 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn behoudens een volledige laag grind ter plaatse van de monsterpunten 2 en 3 en een zwakke bijmenging met grind in de bovengrond van de monsterpunten geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In het geanalyseerde bovengrond mengmonster van deellocatie B (overig terrein) overschrijdt het DDD gehalte de achtergrondwaarde. Grondwater: In het geanalyseerde grondwatermonster overschrijden de gehalten barium en zink de streefwaarden.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
Pagina 20 van 20
Uit de asbestanalyses is het volgende naar voren gekomen: Asbest: In de geanalyseerde mengmonsters is geen asbest aangetoond.
7.2
Conclusies en aanbevelingen
Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond van deellocatie B (overig terrein) en in het grondwater van de deellocatie A en B overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, ter plaatse van deellocatie A (vermoedelijke ligging ondergrondse brandstoftank zijnde een verdachte locatie voor minerale olie in grond en grondwater), wordt gelet op het niet aantonen van verhogingen van de verdachte parameters verworpen. De onderzoekshypothese, ter plaatse van deellocatie B (overig terrein), zijnde een onverdachte locatie wordt gelet op het aantonen van verhogingen in de bovengrond en het grondwater verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het chemisch onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de bestemming van het terrein. Toepassing van eventueel vrijkomende de grond op het terrein zelf achten wij milieuhygiënisch verantwoord.
Toepassing van eventueel vrijkomende grond elders kan eventueel plaats vinden binnen een gemeentelijke bodemkwaliteitskaart of met een aanvullend grondonderzoek conform het Besluit Bodemkwaliteit. De gemeente waar de grond eventueel wordt toegepast is hierbij het bevoegd gezag. Verkennend asbestonderzoek Er is geen asbest aangetoond in de geanalyseerde mengmonsters van de grond. De gehanteerde hypothese zijnde een verdachte locatie wordt op grond van de resultaten van het huidige asbest-onderzoek met betrekking tot de locatie verworpen. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Van der Poel BV
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Roosendaalseweg 109 te Putten (kenmerk: 210466)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: 210466 Roosendaalseweg 109 te Putten
Regionale ligging onderzoekslocatie met luchtfoto
Roosendaalseweg 109 te Putten
Kadastrale gemeente Putten, sectie N, perceel 5304
Bijlage 1.1.
foto 1
foto 7
foto 2
foto 8
ip8 foto 3
8
foto 10
lse w
eg
10
ose nda a
ip6
Ro
6
foto 4
ip7
foto 11 f10+11
ip3
7
3
f9 f1
vp vp
ontluchtingspijp tank
foto 12
ip5
5
9 foto 5
f8
f7
1
vp
f2
ip4 f3
11
4 vp
Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Gras/onverhard Klinkers Grind
2 ip2 f6 f5
foto 6 f4
OPDRACHTGEVER
ONDERZOEKSLOCATIE
Roosendaalseweg 109 Putten TEKENAAR
AM/pkd
1: 250
AUTHORISATOR
FORMAAT
WERKNUMMER
BIJLAGE
JRS
210466
Van der Poel B.V.
SCHAAL
Adviesbureau bodem en milieu
A3
1.2
DATUM
28-04-2021
WIJZ.NR
C0
BIJLAGE 2
Behoort bij rapport: 210466 Roosendaalseweg 109 te Putten
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
A 0
Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 0 0 0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
G
Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 6
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Adres (x/y-coördinaten):
Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie Historie o.b.v. oude kaarten Provincie
Bodemloket Terreininspectie
Opdrachtgever
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden?
Roosendaalseweg 109 te Putten (x/y 169.095-473960) Gemeente Putten, sectie N, perceel 5304 Gehele perceel Bijlage 1.2 Ja
Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Dhr. T. Knoppert Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. De bebouwing dateert van 1955 (woonfunctie). Het kaartmateriaal van Topotijdreis.nl geeft de eerste bebouwing weer vanaf 1962. Voordien bestond de locatie uit agrarisch terrein. Gelderland d.d. 6 april per mail; Er zijn diverse bodemonderzoek en saneringen uitgevoerd ten oosten van onderhavige onderzoekslocatie, t.p.v. het bedrijfsterrein Knoppert Vorkheftrucks Geenstraat 86 Putten. De onderzoeken zijn ingezien. De provincie Gelderland heeft in 2004 ingestemd met de uitgevoerde sanering ter plaatse van het oostelijk gelegen bedrijfsterrein. De conclusie van de evaluatie sanering van de Provincie Gelderland is toegevoegd aan bijlage 2. Zie bijlage 2.2 D.d. 9 april 2021; De onderzoekslocatie bestaat uit een woning met tuin. Tijdens de terreininspectie is aan de voorzijde van de woning een ontluchtingspijp waargenomen. Verder zijn er tijdens de terreininspectie geen verdachte locaties (inclusief asbesttoepassingen) waargenomen. De locatie is deels verhard met klinkers. Uit aanvullende informatie blijkt dat er volgens de bewoner geen ondergrondse brandstof tank aanwezig is geweest.
De bewoner kan zich wel herinneren dat er een bovengronds olievat aanwezig is geweest aan de achterzijde van de woning (ter plaatse van de huidige uitbouw). Uit nader onderzoek (graafwerkzaamheden na afronding van onze veldbezoeken) van de bewoner komt naar voren dat de ontluchtingspijp aan toebehoort aan een oude septictank, welke momenteel gevuld is met schoon water. Foto’s van deze oude septic tank zijn toegevoegd aan bijlage 2. Ja, naar aanleiding van het aantreffen van de ontluchtingspijp Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter Terreininspectie Vermoedelijke aanwezigheid ondergrondse tank Minerale olie
Roosendaalseweg 109 te Putten, projectnr. 210466
Pagina 3 van 6
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Is de bodem asbestverdacht?
De asbestdakenkaart van de Provincie Gelderland geeft de locatie weer als zijnde onverdacht. Tijdens de terreininspectie en daaropvolgende werkzaamheden zijn geen waarnemingen gedaan die asbest in bodem doen vermoeden. Op de bodemfunctiekaart (Tauw, project BKK Oldebroek, Nunspeet, Ermelo, en Putten d.d. 23 januari 2014) is de locatie ingedeeld in de zone Wonen. Op de ontgravingskaart bovengrond is de locatie tevens ingedeeld in de zone wonen. Voor de ontgravingsklasse ondergrond is de locatie ingedeeld in de zone landbouw / natuur.
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? (aangeven op locatieoverzicht)
Bodemopbouw (bron: Dinoloket.nl)
Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand (bron: Grondwatertools.nl) Uit de isohypsen (zie figuur 1 aan het einde van deze bijlage) van het Eerste Watervoerende Pakket is af te leiden dat de lokale grondwaterstroming noordwest gericht is. Door plaatselijk voorkomen van oppervlaktewater, variaties in het maaiveldniveau en grondwaterbronneringen kan de stromingsrichting van het freatische grondwater (tevens het grondwater in het Eerste Watervoerende Pakket) hiervan afwijken (bron: grondwatertools.nl). Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Nee
Roosendaalseweg 109 te Putten, projectnr. 210466
Pagina 4 van 6
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of onttrekkingsgebied, Waterberging?
Intrekgebied op basis van omgevingsverorderning (bron Atlas Leefomgeving)
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?
Bron Nee
Locatie -
Verdachte parameter -
Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; Ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de ondergrondse tank is (was) de locatie verdacht voor de parameter minerale olie. Naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater bepaalt. Zie paragraaf 2.8
Roosendaalseweg 109 te Putten, projectnr. 210466
Pagina 5 van 6
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Bron vooronderzoek
Specificatie van de bron
Opdrachtgever
Bron geraadpleegd
Datum Raadplegen bron
Informatie Beschikbaar
JA
11 maart 2021
JA
Provincie Terreininspectie
Gelderland Veldwerk
JA JA
30 maart 2021 9 april 2021
JA JA
Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodeminformatie provincie
http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ Database van der Poel B.V. http://www.bodemloket.nl https://www.gelderland.nl/bestanden/Geoteksten/Webmaps/Asbestdakenkaart/index.html https://www.grondwatertools.nl/grondwatertoolsviewer https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens http://topotijdreis.nl http://www.klic.nl
JA JA JA JA JA JA
30 maart 2021 30 maart 2021 30 maart 2021 30 maart 2021 30 maart 2021 30 maart 2021
JA JA JA JA JA JA
JA
30 maart 2021
JA
JA JA
30 maart 2021 30 maart 2021
JA JA
Bodemopbouw Historie van de locatie KLIC
Roosendaalseweg 109 te Putten, projectnr. 210466
Pagina 6 van 6
Figuur 1: Isohypsen (bron: grondwatertools.nl)
Roosendaalseweg 109 te Putten, projectnr. 210466
Ontluchtingspijp met septictank
Rapport Bodemloket GE027300064 Van Geenstraat 86 Datum: 30-3-2021
Legenda Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
Pagina 1 van 4
Bodemloket Rapport GE027300064 Van Geenstraat 86
RapportGE027300064 Van Geenstraat 86 Inhoud 1
Algemeen
1.1
Administratieve gegevens
1.2
Statusinformatie
1.3
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten
1.4
Onderzoeksrapporten
1.5
Besluiten
1.6
Saneringsinformatie
1.7
Contactgegevens
2
Disclaimer
1 Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl.
1.1
Administratieve gegevens Locatienaam:
Van Geenstraat 86
Identificatiecode volgens bevoegd gezag:
GE027300064
Locatiecode gemeentelijk BIS:
AA027300001
Adres:
Van Geenstraat 86 3882BJ Putten
Gegevensbeheerder:
Provincie Gelderland
Als de gegevensbeheerder de provincie is, kan er bij de gemeente en/of de omgevingsdienst waar de locatie onder valt meer informatie beschikbaar zijn.
1.2
1.3
Statusinformatie Vervolg:
voldoende gesaneerd.
Omschrijving:
De resultaten van de evaluatie van de sanering geven aan dat de vastgestelde verontreiniging voldoende is gesaneerd in het kader van de Wet bodembescherming.
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving
Start
Eind
hbo-tank (ondergronds) (631242)
onbekend
onbekend
autoreparatiebedrijf (501044)
2002
onbekend
opslag van aromatische koolwaterstoffen (631206)
2001
onbekend
opslag van alifatische koolwaterstoffen (631205)
2001
onbekend
verfspuitinrichting (metaal) (285132)
1995
onbekend
landbouwmachinereparatiebedrijf (293202)
1995
onbekend
dieseltank (ondergronds) (631241)
1979
onbekend
benzinepompinstallatie (50511)
1979
onbekend
afgewerkte olietank (bovengronds) (631307)
1970
onbekend
autowasserij (502053)
1960
onbekend
motorenrevisiebedrijf (291102)
1960
onbekend
Pagina 2 van 4
Bodemloket Rapport GE027300064 Van Geenstraat 86
1.4
Onderzoeksrapporten Type
Auteur
Nummer
Datum
Verkennend onderzoek NEN 5740
1017069
2010-05-19
Sanerings evaluatie
20029111/ sanEV
2004-03-26
C0273000119
2004-03-01
Historisch onderzoek
C0273000120
2004-02-27
Sanerings evaluatie
20029111/ sanEV
2003-09-25
Nader onderzoek
Onbekend
2002-09-24
Nader onderzoek
20029111/san
2002-07-18
Saneringsplan
20029111/san
2002-07-08
Verkennend onderzoek NEN 5740
20029111
2002-05-24
Verkennend onderzoek NVN 5740
GLD3546
1997-10-01
GLD3546
1997-10-01
Onbekend
1997-04-01
Historisch onderzoek
Tauw
Bodemsanering bedrijven (BSB)
Grontmij
Bijzonder inventariserend onderzoek
1.5
1.6
1.7
Besluiten Type
Kenmerk
Datum
Instemmen uitgevoerde sanering
MW2003.40247
2004-05-18
Niet instemmen uitgev Sanering
03.40247
2003-12-17
besch. ernstig, niet urgent
02.29372
2002-12-19
Instemmen met SP
02.29372
2002-12-19
Saneringsinformatie Bovengronds
Ondergronds
voll. verw., aanvulgrond schoon (MF)
stabiel, geen restverontr./zorg/mon.
Start
Eind
Contact Gedetailleerde informatie over deze locatie kunt u opvragen bij
Provincie Gelderland Bezoekadres: Markt 11, 6811 CG Arnhem (route) Postadres: Postbus 9090, 6800 GX Arnhem Telefoon: (026) 359 99 99 Fax: (026) 359 94 80 E-mail: provincieloket@gelderland.nl Twitter: twitter.com/provgelderland
2 Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie Pagina 3 van 4
Bodemloket Rapport GE027300064 Van Geenstraat 86
van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
Pagina 4 van 4
BIJLAGE 3
Behoort bij rapport: 210466 Roosendaalseweg 109 te Putten
1 0
01
erf, m aaiveld
1 50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an
0
-50
3
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, roest bruin, ow: geen, m at ig roest , edelm an
03
erf, m aaiveld 0
1
volledig grind, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an
50
t ype dat um boorm eest er x y
100
150
0
g r on d b or in g 0 9 -0 4 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 1 6 9 0 8 0 .7 0 4 7 3 9 5 5 .3 8
-20 -20
-50
-150
200
0
04
5
erf, m aaiveld
1
250
50
300
t ype dat um boorm eest er x y
6
7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an
0
-50
g r on d b or in g 0 9 -0 4 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 1 6 9 0 8 4 .5 9 4 7 3 9 4 2 .9 9
350 8 400 9
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
-400
0
erf, m aaiveld
1
450
50
500
t ype dat um boorm eest er x y
470
05
10
11
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an
0
-50
g r on d b or in g 0 9 -0 4 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 1 6 9 0 9 8 .8 7 4 7 3 9 4 9 .0 8
550 570
-570
t ype dat um boorm eest er x y
0
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 9 -0 4 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 1 6 9 0 8 6 .5 8 4 7 3 9 5 0 .2 4
0
ow: geen, volledig grind, edelm an
2
3 100 4 150 5 200
t ype dat um boorm eest er x y
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, roest bruin, ow: geen, zwak roest , edelm an
g r on d b or in g 0 9 -0 4 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 1 6 9 1 0 1 .2 8 4 7 3 9 3 8 .7 9
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an
50
erf, m aaiveld
50
erf, m aaiveld
1
02 1
06
Pu t t e n 210466 N EN 5 1 0 4
0
t ype dat um boorm eest er x y
20 -20
-50
0
-50
g r on d b or in g 0 9 -0 4 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 1 6 9 1 0 6 .6 4 4 7 3 9 6 1 .5 8
07
erf, m aaiveld
1 -100
-150
-200
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an
0
-50
g r on d b or in g 0 9 -0 4 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 1 6 9 0 9 4 .7 7 4 7 3 9 5 9 .7 9
0
08
erf, m aaiveld
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an