CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoord advies participatieraad betreffende verordening bekostiging leerlingenvervoer 2022

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Putten 20222.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieraad Putten

Zaaknummer: 1339560

Uw brief van / uw kenmerk Behandelend ambtenaar

M. van Nijnanten

Doorkiesnummer

(0341) 359641

Afdeling

SL/BA

Documentnummer: 1339592

Onderwerp

Verzonden:

Beste leden van de participatieraad

Putten, 1 oktober 2021

Op 27 september 2021 ontvingen wij uw brief met daarin het gevraagd advies over de Verordening bekostiging leerlingenvervoer en de bijbehorende toelichting. Wij danken u voor uw advies. Hieronder leest u onze reactie. Onze reactie op uw advies U geeft enkele adviezen in algemene zin over de stukken. Daarnaast geeft u ook advies op enkele specifieke onderdelen van de aan u voorgelegde verordening en toelichting. Eerst gaan wij in op uw adviezen in algemene zin. In het tweede deel van onze reactie gaan wij specifiek in op uw reactie op de verordening. Informatie in begrijpelijke taal U geeft aan dat de verordening en de toelichting daarop zeer uitgebreid zijn en deze daardoor niet voor alle inwoners even toegankelijk is. U adviseert om informatie op hoofdlijnen in begrijpelijke taal aan inwoners aan te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van een folder. Wij nemen dit advies over. Wij zullen bekijken op welke manier we dit het beste kunnen doen. Of we dit met een folder gaan doen of dat we een begeleidende tekst in begrijpelijke taal bij het aanvraagformulier voegen. In deze tekst zal contactinformatie opgenomen worden (telefoonnummer en emailadres), zodat inwoners weten bij wie zij terecht kunnen voor nadere informatie. Mogelijkheid voor individueel maatwerk U geeft aan dat de verordening vanuit het perspectief van de gemeente goed beredeneerd is en

uit te voeren. U mist ruimte voor ouders om zelf met creatieve oplossingen te komen. De verordening biedt juist meer ruimte voor maatwerk dan de huidige verordening. Dit is opgenomen in artikel 22. Dat artikel biedt specifiek ruimte om met ouders in gesprek te gaan over een andere passende vervoersvoorziening. Ook wij vinden het belangrijk om steeds alle relevante omstandigheden mee te wegen en de menselijke maat te hanteren. Tegelijk is het belangrijk om in de verordening de hoofdlijnen neer te zetten, die bij de uitvoering als basisuitgangspunt gelden. Het uitgangspunt van een verordening in het algemeen is om de rechten van betrokkenen te borgen en de plichten eenduidig weer te geven. Bij de uitvoering is het belangrijk om maatwerk te kunnen bieden wanneer dat nodig is. Deze verordening biedt daar ruimte aan. Naast artikel 22 dat we hierboven al noemden, denken we met name aan artikel 4 “Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag” , artikel 20 “Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer”, artikel 26 “Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de regeling niet voorziet” en artikel 27 Hardheidsclausule. Aanvullende informatie alleen indien noodzakelijk U geeft aan dat een ontwikkelsperspectiefplan of toelaatbaarheidsverklaring een goed hulpmiddel is voor de beoordeling van een aanvraag. Soms kan dit behulpzaam zijn.

Meestal is de informatie op het aanvraagformulier voldoende om een besluit te kunnen nemen. Wij vragen dergelijke stukken alleen op wanneer dit noodzakelijk blijkt. Dat gebeurt in verband met de privacy altijd na contact van de behandelend ambtenaar met ouders om toe te lichten waarom we die aanvullende informatie nodig hebben. Uitvoering aangepast vervoer De verordening bepaalt wanneer kinderen in aanmerking komen voor (bekostiging van) leerlingenvervoer via de gemeente. In sommige gevallen wordt aangepast vervoer toegekend. Dit vervoer wordt via een openbare aanbesteding ingekocht. U noemt in uw advies een aantal zaken die voor ouders belangrijk zijn, zoals kwaliteitseisen en een goede communicatie. Bij de aanbesteding stellen we als gemeenten eisen aan dit vervoer. Deskundigheid van chauffeurs met de doelgroep is hierbij bijvoorbeeld een vaste eis. Bij de uitvoering wordt altijd een afweging gemaakt tussen duur van de ritten en combineerbaarheid van het vervoer (zowel qua leerlingen als qua adressen op de route). Onze reactie op specifieke artikelen uit de verordening In uw advies bent u puntsgewijs ingegaan op specifieke artikelen van de aan u voorgelegde verordening. Wij gaan hieronder ook puntsgewijs op uw aandachtspunten in. Artikel 1 – de term ‘deskundige’ vraagt om uitwerking. We begrijpen uw opmerking.

Wij hebben er bewust voor gekozen om deze term in algemene termen in in de verordening vast te leggen. De doelgroep die gebruik maakt van leerlingenvervoer is zeer divers evenals de handicaps waar de kinderen mee te maken hebben. Dat betekent ook dat er zeer veel verschillende deskundigen nodig kunnen zijn. We hebben de term ‘deskundige’ zo geformuleerd dat we die deskundige kunnen raadplegen die noodzakelijk is voor een goede beoordeling.

2 van 5

Artikel 5 – : Overleg met ouders zou hier ook op zijn plaats zijn. Artikel 5 gaat heel specifiek over het OOGO. Dat is het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeenten zoals vastgelegd in de jeugdwet en de onderwijswetten. Dit is een door de wetgever ingesteld overleg om afstemming tussen de verantwoordelijken voor passend onderwijs (de samenwerkingsverbanden) en de verantwoordelijken voor jeugdhulp (de gemeenten) vast te leggen. Omdat leerlingenvervoer een taak is van de gemeente en ook grote raakvlakken heeft met passend onderwijs is dit artikel opgenomen. Bedoeling is om samen in gesprek te gaan over strategische vraagstukken binnen het leerlingenvervoer met als doel zo optimaal mogelijk werkend leerlingenvervoer voor onze jeugd en hun leerlingen. Over de betrokkenheid van ouders geeft u ons op pagina 3 en 4 een advies, zie onze reactie verderop. Artikel 6 - Het idee daarbij is dat ouders vooral nalatig zullen zijn. Graag aanpassing van deze tekst. Tevens kunnen er aanpassingen in de vergoeding worden aangebracht die ongunstig kunnen uitpakken. Alleen wijzigingen ten gunste van ouders zouden een wijziging mogelijk moeten maken, is ons advies. In de verordening staat beschreven in welke situaties ouders een bijdrage aan de kosten van het vervoer moeten betalen.

In lid 2 van artikel 6 staat dat wanneer ouders die bijdrage weigeren te betalen (juridische term – nalatig zijn) de gemeente de vervoersvoorziening kan beëindigen. Toepassing van dit artikel gebeurt niet zomaar. Er zijn dan al diverse contacten geweest met ouders over de betaling van de bijdrage aan de kosten van vervoer voordat uiteindelijk als uiterste middel tot het beëindigen van de vervoersvoorziening kan worden overgegaan. Artikel 8 lid 4 - Hier wordt gesuggereerd dat de keuzevrijheid van onderwijs niet geldt voor leerlingen die afhankelijk zijn van het leerlingenvervoer. Deze keuzevrijheid is er echter wel en dient in de tekst te worden aangepast. Symbiose onderwijs en stage worden niet genoemd. De keuzevrijheid is verankerd in het woord toegankelijke school. Onder toegankelijke school wordt verstaan de school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school (zoals ook verwoord in artikel 1 onder q in de verordening). Bekostiging voor vervoer wordt alleen toegekend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De tekst in artikel 8 lid 4 hoeft daarom niet te worden aangepast. Ouders kunnen kiezen voor een eveneens toegankelijke school verder weg, maar het college hoeft de meerkosten voor vervoer naar die school niet te vergoeden. Stage kan onderdeel zijn van een schoolcurriculum.

Stage wordt vanuit school geregeld en vindt meestal op een andere locatie dan school plaats. Er is geen relatie met het bepalen van de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Daarom maakt stage geen onderdeel uit van artikel 8. In artikel 15 wordt ingegaan op vervoer naar het stage adres. Artikel 13 - De mogelijkheid dat een leerling 2 uur moet wachten op vervoer naar huis is zeer ongewenst en moet hoe dan ook vermeden worden. We hebben er begrip voor dat u deze situatie ongewenst vindt. De wachttijd van maximaal 2 lesuren is alleen van toepassing op scholen met wisselende roosters. Dat zijn vaak kinderen die

3 van 5

met handicap op regulier onderwijs zitten. In artikel 13 is de mogelijkheid – niet de verplichting opgenomen dat deze leerlingen een wachttijd van maximaal 2 lesuren hebben. Daarbij zal rekening gehouden worden met de individuele situatie van de leerling. Speciaal onderwijs heeft doorgaans één begin- en één eindtijd, in die situaties is er geen sprake van wachten op een taxi. Artikel 14 - Maatwerk is in deze situatie zeer gewenst en vraagt om open overleg. Dit artikel geeft het uitganspunt voor tijdelijk verblijf buiten de gemeente weer. In principe wordt vervoer enkel toegekend vanaf het feitelijke verblijfsadres naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Wanneer het feitelijke adres van een kind door een crisissituatie wijzigt kan op grond van dit artikel in ieder geval 6 weken vervoer naar de eigen school doorgang blijven vinden. Die zes weken kunnen dan gebruikt worden om in open overleg tot individueel maatwerk te komen. Hierbij wordt aangetekend dat een verblijf buiten de gemeente vrij snel een zeer kostbare aangelegenheid kan worden, zeker wanneer dit voor een langere periode is. Dit artikel voorziet erin dat er 6 weken de tijd is om een gedegen afweging te maken, recht doend aan de belangen van alle betrokkenen. Artikel 20 lid 4 - Als ouders samenwerken, participatie op z’n best, wordt de vergoeding niet toegekend als er meer dan 1 leerling wordt vervoerd.

Dit staat ook op gespannen voet met hetgeen beschreven staat in artikel 22. Ons advies is om dit te herzien en participatie van ouders te stimuleren in plaats van te ontmoedigen. Uitgangspunt van de verordening bekostiging leerlingenvervoer is om te compenseren voor de noodzakelijk te maken (extra) kosten voor vervoer. Die kosten worden per rit gemaakt, niet per kind. Wij zien geen relatie met artikel 22. Dat artikel maakt een andere passende voorziening mogelijk dan elders in de verordening genoemd. Vervoer per auto is hier al genoemd, en valt daarmee buiten de reikwijdte van artikel 22. Door uw advies op dit punt over te nemen kan leerlingenvervoer gebruikt worden als inkomensvoorziening. Dat is onwenselijk. Ook biedt het mogelijk financieel voordeel aan ouders met een auto die meerdere kinderen kunnen meenemen boven ouders die gebruik maken van het openbaar vervoer of ouders die hun kind naar een school brengen waar alleen hun eigen kind heen gaat. Artikel 20 lid 5 is verwarrend en onduidelijk In de toelichting wordt een heldere beschrijving gegeven en wij pleiten ervoor die tekst over te nemen: “Wanneer ouders toestemming vragen meerdere kinderen met een eigen busje te vervoeren, kan het college bij wijze van uitzondering op grond van artikel 27 (de zogenaamde hardheidsclausule) een andere bekostiging vaststellen.

Dit vervoer kan goedkoper zijn dan aangepast vervoer per leerling. Dit artikel is ingewikkeld geformuleerd vanwege juridische houdbaarheid. Vanwege de ingewikkelde formulering is de toelichting geschreven om het artikel inhoudelijk uit te leggen. De toelichting is onvoldoende specifiek om als tekst van de verordening op te kunnen nemen. Artikel 24 - Wanneer meerdere kinderen uit 1 gezin recht hebben op leerlingenvervoer zal de bekostiging worden aangepast, nemen wij aan. De eigen bijdrage geldt voor elk kind waarvoor kosten gemaakt worden door de gemeente, De gemeente maakt de kosten voor aangepast vervoer per kind. Daarom wordt voor elk kind een

4 van 5

eigen bijdrage betaald (uiteraard alleen als het inkomen boven de grens is). Betreft het kinderen uit één gezin dan kunnen de ouders vragen om de vergoeding in de vorm van een kilometervergoeding te krijgen. Wanneer dit goedkoper is dan de OV vergoeding dan wordt dit ingewilligd. In dat geval hoeven ouders maar één keer de eigen bijdrage te betalen. De gemeente maakt dan immers ook maar één keer de kosten voor een kilometervergoeding. U adviseert een regionaal leerlingenvervoerplatform op te richten Op 1 januari 2016 zijn de Wmo-cliëntenraad, de Wet Werk en bijstand-cliëntenraad en de cliëntenraad leerlingenvervoer opgegaan in de nieuwe Participatieraad Putten. Ouders uit Putten kunnen dan ook bij u terecht voor opmerkingen en suggesties ten behoeve van het leerlingenvervoer. Alle ouders kunnen klachten indienen bij ViaVé, het leerlingenvervoer kent een duidelijk omschreven klachtenprocedure. Een platform van ouders voor leerlingenvervoer, vergelijkbaar met het reizigerspanel zoals dat voor het Wmo vervoer functioneert, kan een goede aanvulling zijn. Het beheerbureau ViaVé voert de gesprekken met het reizigerspanel over de uitvoering van het Wmo vervoer. Wij zijn bereid om het beheerbureau ViaVé te vragen om over de uitvoering van het leerlingenvervoer twee maal per jaar in gesprek te gaan met een platform van ouders.

Wij vragen u als (regionale) adviesraad het initiatief te nemen om zo’n platform voor ouders op te zetten. Graag treden we hierover met u in overleg.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Putten,

mr. F.E. Contant,

H. A. Lambooij,

secretaris

burgemeester

5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808308/1