Advies P raad op beleidsnota Statushouders
Tekst van het document
Aan het College van Burgemeester en wethouders van Putten i.a.a. afdeling Sociaal Domein
Onderwerp: Reactie Participatieraad op beleidsnotitie Statushouders Putten, 26 september 2024
Geacht college,
Deze nota geeft een goed en compleet overzicht van de problematieken en is interactief voorbereid met diverse betrokken maatschappelijke groeperingen. Toch willen we nog een aantal opmerkingen maken en daarnaast een aantal praktische suggesties geven voor de uitvoeringsagenda. We realiseren ons goed dat de hoofdlijnen van het beleid door het Rijk (COA) worden bepaald en dat de beleidsvrijheid van de gemeente daardoor beperkt is. Toch blijft er zeker ruimte over voor het voeren van eigen beleid.
1. Vrouwenemancipatie. Hoewel statushouders de Participatieverklaring hebben ondertekend en gelijkwaardigheid voor mannen en vrouwen een thema is wat ook bij de inburgeringscursus aan de orde komt, is onze ervaring dat dit bij sommige gezinnen nog steeds een aandachtspunt is. Immers, zaken die diep door je cultuur en opvoeding bij je zijn ingesleten, veranderen niet door een paar dagdelen cursus in Harderwijk. Rationeel misschien nog wel, maar emotioneel en gevoelsmatig zeker niet. Daarmee is dit voor alle partijen een onderwerp van de lange adem en verdient dit langdurige aandacht. Vrouwenemancipatie is natuurlijk primair iets voor het gezin en de persoon zelf, maar op den duur kan het ook een maatschappelijk probleem worden en de arbeidsparticipatie en zelfontwikkeling van vrouwen belemmeren. Er is in Putten een bestaand initiatief vanuit de kerken voor gespreksgroepen waar vrouwen elkaar kunnen ontmoeten en over dit soort zaken met elkaar in gesprek kunnen gaan. Dit is een prima initiatief, maar het is de vraag of vrouwen met een islamitische achtergrond hier ook naartoe zullen gaan en bovendien bereik je hiermee
een belangrijke doelgroep niet, namelijk de mannen. Daarom goed te lezen dat in aanvulling hierop een soortgelijk initiatief wordt opgestart in Stroud. De frequentie hiervan zou wat ons betreft hoger mogen zijn dan genoemde 2 keer per jaar. Van belang is voor deze bijeenkomsten dan ook specifiek de mannen uit te nodigen en dat daarbij steeds een tolk aanwezig is die in ieder geval goed Arabisch spreekt. Wij zijn daarom van mening dat dit thema permanent aandacht van het college verdient en dat u steeds opnieuw naar middelen en initiatieven moet zoeken om dit onder de aandacht van met name elke jaargang nieuwkomers te brengen. Omdat dit onderwerp inmiddels zo’n breed maatschappelijk thema is geworden, adviseren wij uw college om dit beleid ook af te stemmen met partijen als de Woningstichting Putten, de huisartsen en de kerken en dit beleid ook steeds te evalueren. Zij kunnen, omdat zij veel dichter bij de mensen staan dan een gemeentebestuur en ambtenaren, uw college nuttige informatie aanleveren. 2. Wachtlijsten inburgering. Wij horen van de statushouders zelf dat er nog steeds wachtlijsten bestaan voor de taal/inburgeringscursussen. Dit is jammer en nadelig voor zowel onze samenleving als ook voor de individuele statushouder. Elke maand langer wachten met taalonderwijs e.d. is voor iedereen een verloren maand.
Hierdoor ontstaat onduidelijkheid bij de statushouder zelf, zeker in het geval er eerst ook kinderopvang tijdens de lesuren geregeld moet worden. 3. Herkenning van traumatische ervaringen. Wij merken dat er soms traumatische ervaringen zijn bij statushouders, niet enkel bij volwassen maar zeker ook bij kinderen, die oppervlakkig gezien niet kenbaar zijn. In eerste instantie schaamt men zich blijkbaar en is men geneigd te zeggen, dat er “Niks aan de hand is”. De problemen worden pas zichtbaar als men langere tijd contact met hen heeft en er een soort vertrouwensband ontstaat. Hier zou al vanuit het AZC meer aandacht voor moeten zijn, maar het is bekend dat er daar te weinig menskracht en tijd voor beschikbaar is, zodat de mensen hun problemen met zich mee nemen naar hun nieuwe woonplaats. Een mogelijke oplossing om toch vroegtijdig enig zicht hier op te krijgen is om (net zoals nu ook al het consultatiebureau moeders met kleine kinderen en baby’s thuis opzoekt) al snel nadat ze hier zijn komen wonen een deskundige in het herkennen van trauma’s een gesprek met alle leden van het gezin thuis te laten voeren. Eventueel kan deze deskundige zich laten vergezellen door iemand van Vluchtelingenwerk, zodat dan ook het thema gezinshereniging aan de orde kan komen.
Daarna kan de trauma deskundige in samenspraak met gemeente en huisarts beoordelen of er aanvullende stappen gezet moeten worden. Een goed begin is al dat de gemeente nu voor haar eigen mensen trainingen gaat organiseren om trauma’s te herkennen. 4. Meer sturing op vrijwilligerswerk Zoals al bij de interviews is aangegeven, hebben wij het idee dat de gemeente meer druk op de (volwassen) statushouders mag uitoefenen om vrijwilligerswerk te doen. Nu is bij hen soms het beeld, dat dit vrijblijvend is (hetgeen juridisch gezien ook juist is) terwijl uit gesprekken blijkt dat statushouders best wel bereid zijn vrijwilligerswerk te doen. Hoe, bij wie, en hoe doe je dat dan, is voor hen vaak een te hoge barrière om zelf initiatieven te ondernemen. Het onvoldoende beheersen van de taal is daarbij ook een grote belemmering. Indien de gemeente een uitbreiding van het aantal uren hiervoor beschikbaar kan stellen, kan elke daarvoor in aanmerking komende statushouder wat frequenter hierover een gesprek met een gemeentelijke consulent hebben. Hierin wordt hem/haar (op basis van eerder aangegeven interesses en vaardigheden) een aantal keuzes voorgelegd. Bij de concretisering hiervan zouden de vrijwilligers van Putten voor Elkaar een ondersteunende rol kunnen spelen, zodat de ambtelijke organisatie daarmee wat ontlast kan worden. Het doen van vrijwilligerswerk zal zeker een positieve invloed
hebben op het gevoel van eigenwaarde bij de statushouder zelf, het zal de beeldvorming van Puttenaren over statushouders positief beïnvloeden, en zal hun inburgeringstraject versnellen. 5. Onderwijs. Veel nieuwkomers hebben kinderen die vervolgens op een gewone bassischool terecht komen. Bij jongere kinderen werkt dit goed en ze hebben alle tijd om te integreren en zich de taal en andere leervaardigheden eigen te maken. Maar voor de kinderen die al wat ouder zijn en bijvoorbeeld direct terecht komen in groep 7 en 8 blijft het moeilijk (vooral qua taal) en is de tijd gewoon te kort om een goede aansluiting te krijgen met het vervolgonderwijs. Dit heeft soms tot gevolg, dat zij bij dit vervolgonderwijs hun motivatie kwijtraken en gaan afhaken. Daarom worden er momenteel in sommige gemeenten en regio’s experimenten gedaan met een zgn. 9e groep op de basisschool. Dit is een gewone basisschool maar met een extra laatste jaar er aangeplakt voor kinderen met vooral een taalachterstand. In de praktijk worden hier veelal kinderen in geplaatst uit gezinnen van statushouders en kinderen uit achterstandswijken. Deze experimenten worden (geheel of deels?) door de rijksoverheid gesubsidieerd. Putten is qua bevolkingsomvang te klein om hier zelf een haalbaarheidsonderzoek voor op te laten starten. Beter is dit o.i. om dit in regionaal verband op te pakken.
Wij stellen daarom uw college voor om in een komend regio overleg de onderwijswethouder dit onderwerp daar eens ter sprake te laten brengen zodat hij bij zijn collega’s kan polsen of er bij hen ook behoefte bestaat dit idee eens in regionaal verband uit te werken. 6. Daarnaast hebben we nog een aantal inhoudelijke opmerkingen/vragen met betrekking tot deze nota. Waarom is er bij 4.2. bij het Wonen niet voor gekozen om tevens het daadwerkelijke aantal toegewezen woningen (ook in percentages) te vermelden? Dit in het kader van transparantie en ter voorkoming van onjuiste beeldvorming. Verder bij punt 6 (uitvoeringsagenda thema wonen) vragen we ons af of er hierbij niet een actievere rol nodig is. Het informatieblad van de Woningstichting en de Puttenaer kunnen hierop een goede aanvulling zijn. Bij punt 8 (monitoring) wordt gesproken over een evaluatietermijn van ca. 2 jaar. Gezien de actualiteit van dit onderwerp adviseren wij u hiervoor een kortere termijn aan te houden. Geacht college, wij hopen met bovenstaande opmerkingen en adviezen een bijdrage te hebben geleverd aan een betere integratie van de statushouders in onze gemeente. Met vriendelijke groeten, Participatieraad Putten, Jan van Hulsteijn, secretaris