Aangepast advies ontwerpbesluit wabo aanvraag Storteboom
Tekst van het document
Aangepast advies onderdeel milieu Betreft : Locatie : Bevoegd gezag: Ons kenmerk : Uw kenmerk : Datum advies : Behandelaar :
Wabo aanvraag ontwerp veranderingsvergunning Voorthuizerstraat 148 in Putten gemeente Putten ODNV2021AVF-00184 5142937 15 mei 2024 de heer F. Hettinga, tel: 0341 - 474 317
Onderstaand advies heeft betrekking op de vergunbaarheid van de aanvraag ontwerp omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu. Tevens zijn de overwegingen voor dit onderdeel van de omgevingsvergunning opgenomen. Deze kunnen één op één aan het besluit op de aanvraag gekoppeld worden. Advies Het Waterschap Vallei en Veluwe is op 24 oktober 2022 in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de waterparagraaf voor de omgevingsvergunning. In het advies van 20 juni 2023 heeft het Waterschap een negatief advies uitgebracht voor de waterparagraaf voor de omgevingsvergunning voor Storteboom Fresh B.V. In het advies geeft het Waterschap aan dat het een bindend advies is zoals bedoeld in artikel 2.26, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Wij adviseren om gelet op artikel 2.14 eerste lid onder c, sub 4 in samenhang met artikel 2.26 tweede lid, sub b van de Wabo het advies van het Waterschap in acht te nemen. Aangezien het Waterschap aangeeft dat de indirecte lozing de doelmatige werking van het zuivering technisch werk zou belemmeren en/of hierdoor grenswaarden voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zouden worden overschreden, adviseren wij dan ook om de aanvraag te weigeren voor het uitbreiden van bedrijfsuren en productiecapaciteit.
De omgevingsvergunning kan dus vanwege het negatieve advies van het Waterschap Veluwe en Vallei met betrekking tot afvalwater, niet worden verleend voor zover het ziet op de toename van de lozing van afvalwater vanwege het uitbreiden van bedrijfsuren en de productiecapaciteit. Dat omdat er een direct verband is tussen de toename van de lozing van afvalwater en de uitbreiding van de productiecapaciteit en de bedrijfsuren. Op dit moment bestaat onvoldoende zekerheid dat voldaan kan worden aan BBT en daarmee het afvalwater voldoende kan worden gezuiverd voorafgaand aan lozing op het oppervlaktewater. Er is eerder een ontwerpbesluit op de aanvraag genomen en heeft ter inzage gelegen. Nadien is de aanvraag gewijzigd. Deze wijziging was dusdanig dat er een nieuw ontwerp besluit wordt genomen en opnieuw ter inzage wordt gelegd.
Pagina 1 van 15
Omdat de aanvrager in het aanvraagformulier heeft aangegeven bij de vraag Blokkerende onderdelen weglaten: Nee, zal de gehele aanvraag geweigerd moeten worden. Dat omdat we anders de grondslag van de aanvraag verlaten.
Overwegingen onderdeel milieu BEOORDELINGSKADER Bij de beoordeling van het onderdeel milieu zijn de volgende onderdelen van de aanvraag betrokken: BBT Toetsing.pdf, ingeboekt op 9 december 2020; Geur rapport genaamd “Geuremissie en - immissie in de omgeving na verandering van bedrijfstijden als onderdeel aanvraag omgevingsvergunning” met kenmerk F 19155-34RA-004.pdf, ingeboekt op 21 april 2021; Geur rapport genaamd “Geuremissie en - immissie in de omgeving na verandering van bedrijfstijden als onderdeel aanvraag omgevingsvergunning” met kenmerk F 19155-58RA-002.pdf, ingeboekt op 25 november 2022; Geur rapport genaamd “Geuremissie en - immissie in de omgeving na verandering van bedrijfstijden als onderdeel aanvraag omgevingsvergunning” met kenmerk F 19155-58RA-003.pdf, aanvulling op rapport F 19155-34-RA-004 ingeboekt op 1 maart 2023; Tekening schoorsteen met kenmerk 077 08-02-2023 schoorsteen B22.pdf, ingeboekt op 17 februari 2023; Tekening schoorsteen met kenmerk 077 08-02-2023 schoorsteen B21.pdf, ingeboekt op 17 februari 2023; Akoestisch rapport genaamd “Geluid in de omgeving na verandering van bedrijfstijden als onderdeel aanvraag omgevingsvergunning”, met kenmerk F_19155-35-RA-004_pdf, ingeboekt op 21 april 2021; Notitie betreffende het wijzigen van de tenaamstelling van de aanvraag vergunning met kenmerk F 19155-48-NO.pdf, ingeboekt op 16 december 2020; Tekening en
technische informatie van geluidscherm met kenmerk Foto’s_en_tekeningen_geluidscherm_pdf, ingeboekt 9 december 2020; Ingevuld formulier voor bouwen met kenmerk Ingevuld_formulier_bouwen_pdf, ingeboekt op 9 december 2020; Oplegnotitie aanvullingen met kenmerk oplegnotitie verzoek aanvullingen.pdf, ingeboekt op 9 december 2020; MER beoordeling aanvraag met kenmerk 033 - mer beoordeling aanvraag milieu Putten.pdf, ingeboekt op 12 juni 2020; Rapport resultaten emissie onderzoek met kenmerk Rapport Buro Blauw emissies .pdf, ingeboekt op 9 december 2020; Rapport met resultaten luchtkwaliteit met kenmerk rapport luchtkwaliteit.pdf, ingediend op 9 december 2020; Informatie ophogen van geluidscherm met kenmerk Scherm ophoging.pdf, ingediend op 9 december 2020; Advies van Waterschap Vallei en Veluwe met kenmerk Z2022-10-0268/D2023-05-0847 van 20 juni 2023, betreffende negatief advies waterparagraaf voor de omgevingsvergunning van Storteboom Fresh B.V. AANVRAAG Op 12 juni 2020 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van: 2 Sisters Storteboom B.V. handelend onder de naam Storteboom Fresh B.V. Putten.
Pagina 2 van 15
Storteboom Fresh B.V. is een vleeskuikenslachterij, gevestigd aan de Voorthuizerstraat 148 te Putten. Pluimvee wordt aangevoerd, geslacht en verwerkt. Het geslachte pluimvee wordt vervolgens afgevoerd naar afnemers. Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: uitbreiden van slachtcapaciteit, uitbreiden bedrijfsuren, plaatsen sluisconstructie en langer open laten deuren destructieruimten (2 in plaats van 1,5 minuten), uitbreiden laadputten, voorkoelruimte en verwerkingsruimte. De verwerkingscapaciteit per uur van de slachterij verandert niet. Er hoeven geen aanpassingen te worden gedaan aan de slachtinstallaties. De uitbreiding wordt gerealiseerd door een uitbreiding van de productie-uren (slachten, verwerken en expeditie) van 12 uur naar 20,5 uur per etmaal. Op dit moment worden er 160.000 kuikens per dag geslacht en verwerkt, van maandag tot en met vrijdag van 05.00 uur tot 17.00 uur en op zaterdagen van 05.00 uur tot 13.30 uur. In de nieuwe situatie worden maximaal 260.000 vleeskuikens per dag geslacht en verwerkt, van maandag tot en met vrijdag van 4:30 uur tot 1:00 uur. Op zaterdag blijven de slachttijden onveranderd, namelijk van 05:00 tot 14:00 uur. In de nacht van 1:00 uur tot 4:30 uur vinden alleen schoonmaakactiviteiten plaats.
Dit betekent een uitbreiding van de openingstijden van de slachterij, waarbij het de bedoeling is om in twee ploegen de werkzaamheden uit te gaan voeren. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten: - Bouw (bouwen van een bouwwerk (geluidscherm); artikel 2.1 eerste lid onder a); - Milieu (veranderen van inrichting; artikel 2.1 eerste lid onder e).
Pagina 3 van 15
ONDERLIGGENDE VERGUNNING Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd: Vergunning
Datum
Kenmerk
Omschrijving
Revisievergunning
29 mei 2012
M 22/08
Een pluimveeslachterij
Veranderingsvergunning
10 maart 2014
W 13/224
Wijzigen van tijden voor de aanvoer van kuikens en reparatiewerkzaamheden
Veranderingsvergunning
8 september 2014
W 14/042
Veranderen van de opslag van gassen
Milieuneutraal veranderen
29 mei 2018
W 17/058
Wijzigen voorschrift 5.1.13 (rendement biobed)
Milieuneutraal veranderen
10 december
W 18/346
Sprinklerinstallatie met machinekamer en
2018 Milieuneutraal veranderen
buffertank
22 januari 2024
Z2023-
Het vervangen van de huidige overkapping van
000325
opslagzeilen van de vrachtwagens
WETGEVINGSTOETS Overgangsrecht Op 1 januari 2024 is de omgevingswet in werking getreden. De aanvraag omgevingsvergunning is op 12 juni 2020 ingediend, dus voor 1 januari 2024. Dat betekent dat op basis van het overgangsrecht de aanvraag is beoordeeld volgens het recht wat tot en met 31 december 2024 gold. Inrichting De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage I onderdeel C van het Bor. De volgende categorieën zijn van toepassing: Categorie
Omschrijving
8.1 onder b
het slachten van dieren;
8.1 onder d
het bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van producten, die bij het slachten van dieren vrijkomen;
8.3 onder l
het slachten van meer dan 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week;
Op grond van categorie 8.3 onder l van het Bor is sprake van een vergunningplichtige activiteit: het slachten van meer dan 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week. Het betreft een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort genoemd in Bijlage I categorie 6.4 onder a van de Richtlijn industriële emissies: slachthuizen met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag geslachte dieren. Om die reden is op grond van artikel 2.1 van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting. PRTR-verslag Aangezien er binnen de inrichting activiteiten worden uitgevoerd als bedoeld in categorie 8 onder a (slachthuizen met een productiecapaciteit van meer dan 50 t per dag geslachte dieren) zoals vermeld in Bijlage I van de EG-Verordening PRTR, geldt dat conform titel 12.3 van de Wm een elektronisch PRTR-verslag moet worden ingediend. Bevoegd gezag De gemeente Putten is bevoegd gezag om te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Dit volgt uit artikel 2.4 eerste lid van de Wabo.
Pagina 4 van 15
Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer: 1. een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of; 2. een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten). Wanneer het aanhaken van toepassing is, moet het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning de aanvraag doorsturen naar het bevoegd gezag voor de Wnb (Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland) met het verzoek een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven. De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000gebieden en/of beschermde flora en fauna. Het vragen van een vvgb is niet nodig (een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing) wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een omgevingsvergunning niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is.
Op 3 maart 2020 is een vergunning op grond van de Wnb bij Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland aangevraagd voor de inrichting aan de Voorthuizerstraat 148 in Putten. De aanvraag op grond van de Wet Natuurbescherming heeft betrekking op hetzelfde project als de aangevraagde omgevingsvergunning. Dit betekent dat de Wnb niet aanhaakt in deze Wabo-procedure. Zienswijze op de ontwerpbeschikking Van het eerdere ontwerp van de beschikking hebben wij de kennisgeving met de ontwerpbeschikking en de aanvraagdocumenten digitaal gepubliceerd op internet op: www.officielebekendmakingen.nl op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021297589.html#id1-3-2-1. Tussen 2 september 2021 en 13 oktober 2021 heeft het ontwerp ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt. Op 29 september 2021 is door Van Iersel Luchtman Advocaten namens Storteboom Fresh B.V. een zienswijze ingediend. Deze komt kort samengevat op het volgende neer. Uit de overwegingen op bladzijde 11 van het ontwerpbesluit blijkt dat vraagtekens worden gezet bij de afmetingen van het biobed en de opgegeven verblijfstijd. Naar aanleiding hiervan is gevraagd om de procedure op te schorten om een nieuw geurrapport in te dienen. Reactie Wij hebben Storteboom Fresh B.V.
naar aanleiding van de zienswijze in de gelegenheid gesteld om een nieuw geurrapport in te dienen. Dit rapport is ontvangen op 24 december 2022. Hierna is de aanvraag opnieuw beoordeeld. De beoordeling wordt besproken in hoofdstuk 2 ‘Toetsingskader milieu’.
Pagina 5 van 15
Wijziging van de ontwerpvergunning ten opzicht van de eerdere ontwerpvergunning Ten opzichte van de eerdere ontwerpvergunning zijn de volgende wijzigingen aangebracht: - de toegepaste techniek met betrekking tot geur was in het ontwerpbesluit niet BBT. In de aangepaste situatie is er wel sprake van BBT. Dit is niet langer een weigeringsgrond; - Het verhogen van de schoorsteen; - de toegepaste techniek met betrekking tot afvalwater was in het ontwerpbesluit beoordeeld als voldoende BBT. Op 20 juni 2023 is geconstateerd dat ondanks de toegepaste techniek van de f/c zuivering, de ontvangende rioolwaterzuiveringsinstallatie te Harderwijk het afvalwater niet aankan. TOETSINGSKADER Inleiding De aanvraag heeft betrekking op het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder e van de Wabo. Het plaatsen sluisconstructie en langer open laten deuren destructieruimten (2 in plaats van 1,5 minuten), uitbreiden laadputten, voorkoelruimte en verwerkingsruimte past binnen de vergunde situatie. Het uitbreiden van slachtcapaciteit door uitbreiden van bedrijfsuren past niet binnen de vergunde situatie en wordt nader beoordeeld.
Toetsing oprichten, veranderen en/of revisie Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 2.14, eerste lid onder a, b en c van de Wabo: de bestaande toestand van het milieu betrokken; met het milieubeleidsplan rekening gehouden; de best beschikbare technieken in acht genomen. In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn. De in de vergunning aangevraagde wijzigingen hebben uitsluitend gevolgen voor de aspecten afval(water), geluid en geur, deze milieuthema’s werken wij uit in de volgende hoofdstukken. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen. De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt. Binnen het bedrijf vinden activiteiten plaats die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. De aangevraagde wijziging maakt dit niet anders. Van belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Activiteitenbesluit vallen voldoet aan de best beschikbare technieken.
Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf. Afvalstoffen Preventie Preventie van afval is een van de hoofddoelstellingen van het afvalstoffenbeleid. In deel B2 van het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029, hierna aangeduid als het LAP, is het beleid uitgewerkt voor afvalpreventie. In Nederland is een separaat afvalpreventieprogramma vastgesteld. De uitwerking van preventie-activiteiten vindt voornamelijk plaats via het Pagina 6 van 15
programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) en is inmiddels voortgezet in de vorm van het Rijks brede programma Circulaire Economie. Op grond van artikel 5.4 (vaststelling van de beste beschikbare technieken) en artikel 5.7 van het Bor kan bevoegd gezag voorschriften in omgevingsvergunningen opnemen om invulling te geven aan dit aspect. In alle bedrijfsprocessen kunnen mogelijkheden bestaan om het ontstaan van afvalstoffen en het - directe of indirecte - gebruik van grondstoffen terug te dringen of de bestaande grondstoffen te vervangen door duurzame alternatieven. Zowel het beperken van de hoeveelheid afvalstoffen als het terugdringen van de hoeveelheid grondstoffen levert direct een financiële besparing op. Uitgangspunt voor alle bedrijven is dat het ontstaan van afval moet worden voorkomen of beperkt. Opslaan van afvalstoffen op de plaats van productie Als gevolg van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen wordt de opslag van afvalstoffen voorafgaand aan verwijdering gezien als storten indien de tijdsduur van 1 jaar wordt overschreden. Indien de opslag voorafgaat aan nuttige toepassing van de afvalstoffen is deze termijn drie jaar. In de vigerende revisievergunning is de maximale opslagtermijn in voorschrift 3.1.3 vastgelegd.
Afvalwater en waterbesparing Toetsingskader afvalwater De aanvraag betreft uitbreiding van een lozing, waarvoor de Instructie-regeling lozingsvoorschriften milieubeheer van toepassing is. Beoordeling Na uitbreiding neemt de dagelijkse hoeveelheid afvalwater toe van circa 1.500 m3 per dag naar 2.000-2.100 m3 per dag. De kwaliteit van het te lozen water verandert niet. De kwaliteit wordt regelmatig gemonitord. Met deze monitoring, zoals omschreven in de overwegingen (controle en monitoring) van de revisievergunning uit 2012, zijn de kwaliteit en kwantiteit van het te lozen afvalwater in beeld. Er is geen wijziging van de rioolaansluiting. Van de rioolbeheerder van de gemeente Putten is bericht ontvangen dat door het aantal productie-uren te verhogen, met een gelijk blijvende hoeveelheid aangeboden afvalwater per uur, er geen capaciteitsprobleem bij de bestaande riolering en het rioolgemaal van het waterschap ontstaan. Het riool loost op de rioolwaterzuiveringsinstallatie Harderwijk. Deze is in beheer van Waterschap Vallei en Veluwe. Op 20 juni 2023 is conform artikel 2.26 van de Wabo advies ontvangen van Waterschap Vallei en Veluwe. Het advies van het Waterschap is negatief. Het Waterschap geeft aan dat het advies bindend is zoals bedoeld in artikel 2.26, tweede lid van de Wabo. De conclusie van het advies van het Waterschap luidt: 1.
Het stellen van voorschriften kan het overbelasten van de rioolwaterzuivering Harderwijk niet of niet in voldoende mate voorkomen; 2. Bij vergunnen van de aanvraag zal de rioolwaterzuivering Harderwijk minder doelmatig werken; 3. Bij vergunnen van de aanvraag zal de rioolwaterzuivering Harderwijk naar verwachting niet meer kunnen voldoen aan de lozingseis betreffende de jaargemiddelde concentratie totaal Stikstof. In dat geval wordt de waterkwaliteit van het Pagina 7 van 15
oppervlaktewater waarop de rioolwaterzuivering Harderwijk loost, het Veluwemeer, onvoldoende beschermd; 4. Bij vergunnen van de aanvraag voldoet de lozing van de slachterij niet aan BBT. In de revisievergunning van 29 mei 2012 staan in voorschrift 6.6.2 de vergunde lozingsnormen: - 20 mg/l stikstof Kj; - 300 mg/l onopgeloste bestanddelen; - 200 mg/l chemisch zuurstof verbruik (CZV). Ten tijde van de revisievergunning was het discutabel of deze normen haalbaar zouden zijn vanwege het feit dat er geen biologische zuivering, maar een fysisch/chemische (f/c) zuivering aanwezig was op de bedrijfslocatie. In de huidige situatie kan Storteboom Fresh B.V. niet voldoen aan de lozingsnormen zoals gesteld in de revisievergunning van 29 mei 2012. In de aangevraagde situatie neemt de belasting verder toe. De dagvracht te lozen stoffen op rioolwaterzuivering Harderwijk neemt voor een gemiddelde situatie toe met minimaal een factor 7,5. Rioolwaterzuivering Harderwijk zal bij het vergunnen van de aangevraagde uitbreiding van de lozing van afvalwater niet kunnen voldoen aan de lozingsnorm zoals gesteld voor totaal Stikstof. Op 7 juni 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen ODV, gemeente Putten, Storteboom Fresh B.V. en het Waterschap over de mogelijkheden om de belemmering van de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk, weg te nemen.
Er blijken geen alternatieven te bestaan om de belemmering als bedoeld in artikel 2.26 tweede lid onder a weg te nemen. Het is dus niet mogelijk om voorschriften die nodig zijn om die gevolgen te voorkomen, aan de vergunning te verbinden. Gelet op artikel 2.14 eerste lid onder c sub 4 van de Wabo nemen wij dit advies in acht. Waterbesparing De winning van (drink)water kost geld, grondstoffen en energie. Het zuinig gebruik van drinkwater vormt dan ook onderdeel van de verruimde reikwijdte in de Wabo. Het gebruik van drinkwater als proceswater moet zoveel mogelijk worden beperkt tot die processen waarvoor water van een bepaalde kwaliteit noodzakelijk is. Het gebruik van drinkwater als koelwater bijvoorbeeld moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Beoordeling Binnen de inrichting wordt grondwater en leidingwater verbruikt. Voor het onttrekken van grondwater is een vergunning benodigd. De Waterwet ziet hierop toe. Wij mogen dientengevolge in deze vergunning geen eisen stellen aan de winning van grondwater. De Wabo verplicht ons echter wel te toetsen of grondstoffen doelmatig worden gebruikt. We moeten voorkomen dat afvalwater ontstaat en als dat niet mogelijk is moeten we het doelmatig beheer van afvalwater bevorderen.
In de vigerende voorschriften is reeds aandacht voor waterreductie voorgeschreven, zo dienen de registraties regelmatig besproken te worden met procesverantwoordelijken. Conclusie Aangezien RWZI Harderwijk het extra afvalwater en de extra belasting, zoals genoemd in de aanvraag niet kan verwerken is het advies van Waterschap Vallei en Veluwe negatief. Nu er sprake is van een bindend negatief advies moet de vergunning geweigerd worden voor wat betreft de aangevraagde uitbreiding van de lozing van afvalwater. De grond hiervoor ligt in artikel 2.14 eerste lid onder c, sub 4 in samenhang met artikel 2.26 tweede lid, sub b van de Wabo.
Pagina 8 van 15
Het Waterschap geeft aan dat de indirecte lozing de doelmatige werking van het zuivering technisch werk zou belemmeren en/of hierdoor grenswaarden voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zouden worden overschreden. Bodem Voor wat betreft het aspect bodembescherming valt het bedrijf volledig onder het Activiteitenbesluit. De aangevraagde veranderingen hebben geen invloed op het aspect bodembescherming. In het kader van deze vergunning hoeft daarom geen nadere beoordeling plaats te vinden. Op grond van het Activiteitenbesluit moeten alle bedrijfsactiviteiten worden verricht met voorzieningen en maatregelen die leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico. Geluid Algemeen De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. De veroorzaakte geluidniveaus in de omgeving en de perioden waarin deze optreden, zijn in kaart gebracht in een akoestisch rapport van Peutz: ‘2 Sisters Storteboom B.V. te Putten, Geluid in de omgeving na verandering van bedrijfstijden als onderdeel aanvraag omgevingsvergunning’ met kenmerk F19155-35-RA-004, d.d. 21 april 2021. Zo staan de bedrijfstijden in tabel t3.1 en zijn de beoordelingspunten aangegeven op figuur 1, bladzijde 27 van akoestisch rapport. De inrichting is gelegen aan de Voorthuizerstraat 148 te Putten. In de omgeving zijn enkele burgerwoningen en recreatiewoningen (Landal Heihaas) gelegen.
Gemeente Putten heeft het beleid voor industrielawaai vastgelegd in de nota Industrielawaai gemeente Putten met nummer BM/206/373 vastgesteld op 26 oktober 2004. De inrichting van Storteboom Fresh B.V. ligt ingeklemd tussen de, in de Nota Industrielawaai van de gemeente Putten, getekende gebieden 5, 7 en 8. Door de gemeente Putten is ten tijde van de aanvraag van de revisievergunning in 2011 bij gebrek aan een toepasselijke gemeentelijk beleid voor de geluidsbelasting van de inrichting, hoofdstuk 4 van de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening van Ministerie van VROM als toetsingskader gehanteerd. Storteboom bevindt zich op de grens van het gebied met bedrijfs-, agrarische en woondoeleinden. Aan de noordzijde bevindt zich een bedrijfsterrein en aan de oostzijde bevindt zich op korte afstand van de inrichting de N303 met een verkeersintensiteit van circa 11.000 motorvoertuigen per etmaal (2017). Voor de situatie van de inrichting van Storteboom Fresh B.V. wordt onderscheid gemaakt tussen de zuid- en westzijde van de inrichting en de noord- en oostzijde. De zuid- en westzijde van de inrichting worden getypeerd als rustige woonwijk, weinig verkeer, de noord- en oostzijde worden getypeerd als woonwijk in stad. Beoordeling De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. De voor deze geluidsemissie relevante geluidbronnen zijn: 1.
transportbewegingen; 2. luchtbehandelingsinstallaties; 3. inpandige activiteiten. Relevant voor het geluid naar de omgeving zijn de activiteiten tijdens het slachten, verwerken en expeditie. Deze activiteiten vinden plaats van 04.30 u tot 01.00 u. De overige perioden is sprake van een laag activiteitenniveau (schoonmaakwerkzaamheden) die niet relevant zijn voor het geluid naar de omgeving. De aanvoer van kuikens kan gedurende het gehele etmaal plaatsvinden.
Pagina 9 van 15
Het geluid wordt beoordeeld op basis van de representatieve bedrijfssituatie (de geluidsemissie die de inrichting onder normale omstandigheden veroorzaakt). Beoordeeld worden de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, de maximale geluidsniveaus en de indirecte hinder als gevolg van het in werking zijn van de inrichting. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) In het kader van de beoordeling of de inrichting niet op ontoelaatbare wijze geluidshinder teweegbrengt is gebruikgemaakt van de "Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, oktober 1998". In de aanvraag zijn activiteiten aangevraagd voor de dag-, avond- en nachtperiode. De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, rekening houdend met enkele geluidreducerende maatregelen, bedragen ten hoogste 46, 45 en 43 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. De richtwaarden voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode van 45/50, 40/45 en 35/40 dB(A) worden bij enkele woningen overschreden. Een overschrijding van de richtwaarde kan toelaatbaar zijn op grond van een bestuurlijke afweging, waarbij het bestaande referentieniveau van het omgevingsgeluid een belangrijke rol speelt.
Gezien de ligging van de woningen Voorthuizerstraat 156, 158 en 160 (rekenpunt 7 en 8) ten opzichte van de nabijgelegen bedrijven en de drukke Voorthuizerstraat is een waarde van 43 en 41 dB(A) in de avondperiode vergunbaar. Het referentieniveau van het omgevingsgeluid is ten gevolge van wegverkeerslawaai in de nachtperiode bij de woning Voorthuizerstraat 73 (rekenpunt 2) al 46 dB(A). In de avondperiode zal dit nog wat hoger liggen. De woningen Voorthuizerstraat 156, 158 en 160 liggen nog wat dichter bij de weg dan de woning Voorthuizerstraat 73. Omdat de door Storteboom belaste gevel de zijgevel is en niet de voorgevel zal het referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse zeker minimaal 43 dB(A) bedragen in de avondperiode Maximaal geluidsniveau (LAmax) De grenswaarden voor de maximale geluidsniveaus bedragen 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Aan deze grenswaarden wordt ook in de gewijzigde situatie voldaan. Indirecte hinder Het geluid van het verkeer van en naar de inrichting over de openbare weg is beoordeeld volgens de circulaire "Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer" d.d. 29 februari 1996. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting is 50 dB(A) en de grenswaarde 65 dB(A).
Een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde moet zo mogelijk worden voorkomen door het treffen van maatregelen. De voorkeursgrenswaarde mag alleen worden overschreden als in de geluidsgevoelige ruimten van woningen een geluidsbelasting van 35 dB(A) etmaalwaarde gewaarborgd is. Uit het akoestisch rapport blijkt dat er 35 vrachtwagens in en 38 vrachtwagens uitrijden. Wij beschouwen dit als een kennelijke verschrijving en gaan van 35 vrachtwagens uit. Het verschil van 3 wagen heeft geen gevolgen voor de beoordeling van de indirecte hinder. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door het verkeer van en naar de inrichting bij de woningen voldoet volgens het akoestisch rapport aan de voorkeursgrenswaarde. Uitgaande van een worstcasesituatie (alle verkeer vanuit een bepaalde richting en weer retour in dezelfde richting) vinden bij 2 woningen van derden overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde plaats, namelijk op rekenpunt 1 in de avond- en nachtperiode en op Pagina 10 van 15
rekenpunt 3 in de dag-, avond- en nachtperiode. De maximale grenswaarde van 65 dB(A) wordt niet overschreden. Gelet op de beoogde situatie zijn wij hiermee akkoord. Bijzondere situaties Voor regelmatig afwijkende en incidentele bedrijfssituaties, dat wil zeggen situaties die slechts een beperkt aantal dagen per jaar optreden, kunnen op grond van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening ruimere grenswaarden worden gesteld. Incidentele bedrijfssituaties De aanvraag omvat geen incidentele bedrijfssituatie; een situatie die zich maximaal 12 maal per jaar voordoet. In de vigerende voorschriften is reeds een incidentele bedrijfssituatie vergund. Het betreft het gedurende 12 maal per jaar tot 21:00 uur in bedrijf zijn. Bedrijfssituaties en maatregelen Binnen het bedrijf worden geluidreducerende maatregelen aangevraagd, zoals de sluisdeurconstructie in de aanvoerhal en de containerwasstraat, en verhoging van het geluidscherm (tot 6 meter hoog, over een lengte van 50 meter). Conclusies Ten aanzien van de optredende geluidsniveaus is de aangevraagde situatie milieu hygiënisch aanvaardbaar. Geur Beleid Het Nederlandse geurbeleid is opgenomen in artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit en in de Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen).
Als algemene doelstelling geldt het zoveel mogelijk beperken van bestaande hinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Daarbij staat het afwegingsproces voor het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau centraal. Het aanvaardbaar hinderniveau wordt per situatie vastgesteld en zo nodig op grond van het Activiteitenbesluit als maatwerkvoorschrift aan de vergunning verbonden. Alleen als de emissies van de inrichting in het Activiteitenbesluit uitgezonderd zijn, worden de geuremissies in de vergunning beoordeeld. Het bevoegd gezag bepaalt welke mate van hinder als aanvaardbaar wordt beschouwd. Als leidraad voor het afwegingsproces dat daarbij doorlopen wordt, geldt de hindersystematiek Geur. Deze hindersystematiek, die is vastgelegd in hoofdstuk 3 van de Handleiding geur, benoemt de verschillende aspecten die in het afwegingsproces moeten worden meegenomen om te komen tot een zorgvuldige bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau. De aspecten die bij het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau worden meegewogen zijn eveneens opgenomen in het derde lid van artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit. Maatregelen ter bestrijding van geurhinder moeten worden bepaald in overeenstemming met het BBT-principe (de Best Beschikbare Technieken moeten worden toegepast). Voor een aantal activiteiten zijn in het Activiteitenbesluit voorschriften opgenomen.
In de overwegingen bij de vigerende revisievergunning is voor wat betreft het acceptabel hinderniveau aangesloten bij de bijzondere regeling voor slachterijen in de NeR, met een geurbelasting hoger dan 1,5 ouE/m3 als 98 percentiel als onaanvaardbaar en een geurbelasting tussen 0,55 en 1,5 ouE/m3 als 98 percentiel als aanvaardbaar waarbij redelijke, eventueel extra, geurreducerende maatregelen en voorzieningen kunnen worden geëist om een zo laag mogelijk niveau te bereiken.
Pagina 11 van 15
De gemeente Putten heeft zich voor industriële inrichtingen (voor niet veehouderijen) geconformeerd aan het Gelders geurbeleid. Het Gelders geurbeleid is vastgelegd in de "Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017", d.d. 28 februari 2017, zaaknummer 2016-009302, Provinciaal Blad 9 maart 2017, nr. 1043. In deze beleidsregels geven wij in algemene zin aan in welke gevallen wel en in welke gevallen geen sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau. Uitgangspunt bij deze afweging is de hindersystematiek zoals opgenomen in de Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen). Wij sluiten bij onze beoordeling aan bij deze beleidsregels. Beoordeling geurhindersituatie Omschrijving aangevraagde situatie De beoogde uitbreiding omvat geen nieuwe (geurrelevante) activiteiten. Het gaat in de aangevraagde situatie om een langere bedrijfsduur. De beoogde situatie is beschreven in een geurrapport van Peutz: '2 Sisters Storteboom B.V. te Putten, Geuremissie en -immissie in de omgeving na verandering van bedrijfstijden’, rapportnummer F 19155-34-RA-004, d.d. 21 april 2020. Dit rapport is door ons beoordeeld als onvoldoende. Vervolgens is een nieuw rapport ontvangen “2 Sisters Storteboom BV te Putten; Aanvullende geurreducerende maatregelen en BBT beschouwing Aanvulling op rapport F 19155-34-RA-004 d.d.
21 april 2021”, rapportnummer F 191 55-58.RA.002, d.d. 25 november 2022 en rapportnummer F 19155-58-RA-003, d.d. 1 maart 2023 als aanvulling op rapportnummer F 19155-34-RA-004. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van Geomilieu V2022.1. Door technische onvolkomenheden in het rapport is het niet zeker dat de resultaten een goed beeld geven van de geursituatie. Doordat geen inzicht is gegeven in de geuruitstoot is niet voldaan aan de indieningsvereisten uit artikel 4.1, eerste lid onder e en g van de Mor. Hierdoor kan geen afweging gemaakt worden omtrent de aspecten genoemd in artikel 2.14 van de Wabo. Beoordeling geuremissie in relatie tot het aanvaardbaar hinderniveau Uit het bij de aanvraag gevoegde geurrapport blijkt dat de geurbelasting ten gevolge van de aangevraagde activiteiten bij de nabij zijnde geurgevoelige objecten ten hoogste 0,99 ouE/m3 bedraagt. Dit is lager dan reeds vergund, maar sindsdien is er een nieuw rekenmodel. Op basis van het nieuwe rekenmodel blijkt dat er in de vergunde situatie een lagere geurbelasting is. Feitelijk is er sprake is van een toename van geur. De aangevraagde geurbelasting is beoordeeld. In het geuronderzoek zijn meer rekenpunten meegenomen dan in de vergunde situatie. In tabel f3.1 van het rapport van 25 november 2022 is de geurbelasting als 98-percentiel weergegeven met een schoorsteen van 20 meter en het aangepaste biobed.
In onderstaande tabel is dit weergegeven, met 1 decimaal voor zowel de vergunde situatie (vergunde norm met oude rekenmodel, en herberekening met nieuwe rekenmodel) en de aangevraagde situatie (met nieuwe rekenmodel). Locatie
X-
Y-
Geurbelasting
Geurbelasting
Geurbelasting
coördinaat
coördinaat
(OUE/m ) als
(OUE/m ) als
(OUE/m3) als
98-percentiel
98-percentiel
98-percentiel
vergunde
herberekening
aangevraagd
0,1
0,2
3
3
norm Heihaas
170409
473094
0,3
Pagina 12 van 15
Voorthuizerstraat 75
170166
473111
0,8
0,3
0,2
Voorthuizerstraat 164
170112
473076
0,8
0,2
0,1
Voorthuizerstraat 156
170109
473178
1,4
0,6
0,0
Voorthuizerstraat 150
170087
473240
0,9
3,9
0,1
Voorthuizerstraat 71
170133
473300
1,2
0,8
0,3
Voorthuizerstraat 144
170055
473378
1,0
0,4
0,3
Sprielderweg 2
170063
473615
0,3
0,2
0,2
Hoge Eng-Oost 20
169913
473606
0,3
0,1
0,2
Hoge Engweg 33
169855
473360
0,5
0,1
0,2
Hoge Engweg 17
169931
463301
1,5
0,5
0,5
Voorthuizerstraat 152
169916
473148
0,5
0,4
0,3
Sprielderhout 6
170367
473570
0,2
0,2
0,3
Voorthuizerstraat 73
170141
473231
-
1,1
0,1
Vakantiewoning 145
170239
473220
-
0,5
0,4
170236
473193
-
0,4
0,4
169934
473317
-
0,7
0,7
-
0,7
0,4
Heihaas Vakantiewoning 144 Heihaas Recreatiepark de Zilverspar Geprojecteerde woningen
Op basis van het nieuwe rekenmodel blijkt er feitelijk sprake te zijn van een beperkte toename. Vervolgens dient gekeken te worden of deze activiteiten voldoen aan BBT. Best beschikbare technieken In de aangevraagde situatie wordt de lucht uit de aanvoerhal en de slachterij door een drietraps luchtwasser en vervolgens door een biobed geleid. Vervolgens wordt de gereinigde lucht op 20 meter hoogte geëmitteerd via een schoorsteen. Een verblijftijd van minimaal 30 seconden wordt geadviseerd voor een goede werking van een biobed. Dit staat in o.a. BReF (Reference Document on Best Available Techniques in the Slaughterhouses and Animal By-products Industries, May 2005 (hierna: BReF Slachterijen)) en op Infomil.nl. In de BReF Slachterijen is ook een minimale oppervlakte aangegeven die een biobed moet hebben bij een bepaald debiet (tabel 4.9). Uit tabel t4.1 van het rapport van 25 november 2022 blijkt dat het biobed voldoet. De verblijftijd van de te zuiveren lucht in het biobed is reeds voorgeschreven in voorschrift 5.1.14 van de revisievergunning van 29 mei 2012, met kenmerk M 22/08: “de verblijftijd van de afgezogen lucht minimaal 30 seconden moet bedragen om de goede verwijdering van geur te realiseren.
De afmetingen van het biobed en de hoogte van het filtermateriaal moeten hierop afgestemd zijn.” Uit de aanvraag blijkt dat wordt voldaan Conclusie geur Geconcludeerd moet dan ook worden dat voldoende is aangetoond dat het biobed in de beoogde situatie voldoet aan BBT.
Pagina 13 van 15
Het biobed voldoet voor de beoogde situatie aan BBT. Een toetsing aan het aanvaardbare geurniveau is daarom aan de orde. Het blijkt dat de geurbelasting aanvaardbaar is. Door de weigering van de uitbreiding ten gevolge van het aspect afvalwater is het niet nodig om voorschriften aan de vergunning te verbinden. Lucht Toetsingskader Het algemeen luchtbeleid is gericht op het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van emissies naar de lucht door het toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT) en het voldoen aan de luchtkwaliteitseisen van bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Luchtemissies voor inrichtingen worden in beginsel gereguleerd door de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Deze eisen zijn rechtstreeks geldend en daarom niet in deze vergunning opgenomen. Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden bij maatwerkvoorschrift af te wijken van de algemene regels. In deze vergunning wordt specifiek ingegaan op de luchtemissies van de inrichting, yen gevolge van de uitbreiding in bedrijfsuren. Naast de toetsing aan de beste beschikbare technieken en Activiteitenbesluit wordt beoordeeld of de emissienormering van het Activiteitenbesluit toereikend is of dat er maatwerkvoorschriften moeten worden gesteld. Tevens wordt er getoetst aan de kwaliteitseisen uit Bijlage 2 van de Wm.
Niet-regelbare emissies/storingen Niet reguliere emissies zijn incidentele emissies veroorzaakt door bijzondere omstandigheden, zoals: Onderhoud; Schoonmaak; Ongelukken; Start- en stopprocedures die weinig voorkomen (bijvoorbeeld voor continue processen); Storingen. Emissies veroorzaakt door gebruikelijke start- en stopprocedures waarvoor het bedrijf de reguliere emissiebeperkende voorzieningen gebruiken kan, vallen onder de reguliere emissies. Op basis van artikel 5.7, eerste lid, onder f, van het Bor worden voorschriften opgenomen met betrekking tot het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu, die kunnen worden veroorzaakt door opstarten, lekken, storingen, korte stilleggingen, definitieve bedrijfsbeëindiging of andere bijzondere bedrijfsomstandigheden. Het bevoegd gezag kan ook maatwerkvoorschriften stellen om niet reguliere emissies te bepreken op grond van de technische kenmerken van de installatie. Dit op grond van artikel 2.7 eerste lid van het Activiteitenbesluit. Ten aanzien van het voorkomen van storingen merken wij op dat de vergunninghouder beschikt over en werkt volgens een onderhouds- en inspectiesysteem, wat er op gericht is om preventief onderhoud te plegen. Hiermee worden storingen en lekkages zo veel mogelijk voorkomen.
Het onderhouds- en inspectiesysteem maakt evenals het meet- en registratiesysteem deel uit van het milieuzorgsysteem. Luchtkwaliteit
Pagina 14 van 15
In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grensen richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau, die wij als toetsingscriteria moeten hanteren. De inrichting emitteert een aantal stoffen waarvoor deze grenswaarden gelden, te weten stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM2,5 en PM10). De inrichting heeft voor deze stoffen een immissietoets uitgevoerd. Op grond van artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan de vergunning alleen worden verleend, als aannemelijk gemaakt kan worden dat voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit; c. de bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate' (NIBM); d. het project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen. Op basis van verspreidingsberekeningen concluderen wij dat voldaan wordt aan de grenswaarden in Bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Conclusie aspect lucht Wij zijn van oordeel dat uit de aanvraag blijkt dat er voldoende maatregelen worden toegepast c.q. zullen worden toegepast om luchtemissies te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Eindconclusie De omgevingsvergunning kan vanwege het negatieve advies van Waterschap Veluwe en Vallei met betrekking tot afvalwater, niet worden verleend voor zover het ziet op de toename van de lozing van afvalwater vanwege het uitbreiden van bedrijfsuren en de productiecapaciteit. Op dit moment bestaat onvoldoende zekerheid dat voldaan kan worden aan BBT en daarmee het afvalwater voldoende kan worden gezuiverd voorafgaand aan lozing op het oppervlaktewater. Op basis van artikel 2.26 tweede lid Wabo kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden die nodig zijn om die gevolgen te voorkomen. Omdat die gevolgen niet kunnen worden voorkomen betekent het dat de vergunning moet worden geweigerd. Omdat er een direct verband is tussen de toename van de lozing van afvalwater en de uitbreiding van de productiecapaciteit en de bedrijfsuren, wordt de aangevraagde vergunning hierom op grond van artikel 2.14, eerste lid onder c sub 4 in samenhang met artikel 2.26 tweede lid van de Wabo geweigerd voor het uitbreiden van bedrijfsuren en productiecapaciteit. Omdat de aanvrager in het aanvraagformulier heeft aangegeven bij de vraag Blokkerende onderdelen weglaten: Nee, zal de gehele aanvraag geweigerd moeten worden. Dat omdat we anders de grondslag van de aanvraag verlaten.
Pagina 15 van 15