3.4. Bijlage Jaarprogramma ODNV 2023
Tekst van het document
Jaarprogramma 2023
Inleiding Dit jaarprogramma beschrijft de inzet van ODNV in het komende jaar. In de DVO’s met de gemeenten van ODNV is afgesproken dat voor ieder kalenderjaar een jaarprogramma wordt opgesteld. Dit jaarprogramma 2023 beschrijft de prioriteiten en aandachtspunten voor het komende jaar, naast de reguliere VTH-taken en adviestaken. Ook relevante ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering zijn opgenomen in het jaarprogramma. Alle ontwikkelingen zijn vertaald naar benodigde ureninzet en het benodigde budget. Het jaarprogramma is opgesteld in samenwerking met de leden van het opdrachtgeversoverleg. Het jaarprogramma is meer dan ooit een formeel contract tussen ODNV en de deelnemers. Om een en ander goed te duiden geven we eerst een beknopte beschrijving van de huidige situatie van ODNV, zodat duidelijk is wat de organisatie op dit moment aankan. Het jaarprogramma gaat verder met een beschrijving van de reguliere dienstverlening binnen het VTH- en adviestakenpakket dat gemeenten voor 2023 bij ODNV beleggen. Daarna worden de (voor het jaarprogramma) relevante ontwikkelingen geanalyseerd. Hierbij is zowel gekeken naar vakinhoudelijk ontwikkeling als ook ontwikkelingen die impact hebben op de bedrijfsvoering van ODNV. Uit deze analyse volgt de opgave voor ODNV in 2023 en wordt een schatting gegeven van de benodigde uren.
Tenslotte is de gewenste inzet naar het daarvoor benodigde budget vertaald en zijn de financiële consequenties in kaart gebracht.
1
1. Situatieschets ODNV heeft in 2022 een stevige investering kunnen doen in het matchen van de vraag en de beschikbare capaciteit. Bestaande vacatures zijn vervuld en het (langdurig) ziekteverzuim is stevig verminderd. Bovenal zijn door de deelnemers aanvullende incidentele én structurele middelen toegekend. Daarmee is er in 2022 met name in de uitvoerende teams aanvullend personeel bijgekomen. Op dit moment (najaar 2022) wordt aandacht gegeven aan de ondersteunende formatie en inzet. We verwachten dat ODNV daarmee kan voldoen aan de huidige vraag vanuit de deelnemers, al zijn er nog drie vacatures die we moeten vervullen. Onderdeel van de behoefte aan aanvullende formatie was de ontwikkeling van de adviestaken. ODNV is in 2022 echt (h)erkend door de deelnemers als meer dan een uitvoeringsdienst, namelijk als een zich ontwikkelende integrale omgevingsdienst. Een positie die ook vanuit landelijke ontwikkelingen (commissie Van Aartsen, Omgevingswet e.d.) verwacht wordt. Vanuit het RBHO is een visie over deze nieuwe positie van ODNV opgesteld, waar we verdere afspraken over kunnen maken. Kort gezegd, in 2022 is een fundament gelegd om nu de basis stevig op orde te brengen. Dat betreft dan met name het procesmanagement. In 2022 is ODNV dan ook gestart om alle werkprocessen op te lijnen.
Samen met OVIJ is gewerkt aan uniforme processen onder de Omgevingswet en is er gewerkt aan de passende ICT oplossingen (OpenWave). Maar procesmanagement staat bij ODNV nog in de kinderschoenen en zal nog een stevige investering vereisen in 2023. Alle bestaande processen worden opnieuw tegen het licht gehouden en indien nodig aangepast. Dit zal uiteindelijk bijdragen aan de kwaliteit van onze dienstverlening en zorgen voor continue verbetering. De verdere digitalisering van de bedrijfsprocessen, in combinatie met de vele andere ontwikkelingen, vraagt veel van het aanpassingsvermogen van de organisatie. Van belang zijn: • Een volledig en overzichtelijk bedrijfsprocesmodel; • Bedrijfsprocessen herzien en integreren met kwaliteitscriteria en KPI’s; • Afstemmen van werkprocessen met ontwikkelingen als DSO en zaaksysteem; • Beheersystematiek en ‘continue verbeteren’ borgen. Onder die paraplu van procesmanagement zijn er voor ODNV in 2023 twee belangrijke organisatieontwikkelingen waarop geïnvesteerd zal worden: 1. een verbetertraject gericht op bedrijfsvoering: inrichting business control, informatiebeheer en strategisch personeelsbeleid: tijdige afstemming van capaciteit, kwaliteit en beschikbaarheid van formatie met de vraag. 2.
een verbetertraject op de inrichting van de opdrachtgevers- en eigenaarsrol van de deelnemers, vanuit de vernieuwde visie op ODNV: komen tot een meerjarige bestuurlijke beleidscyclus, tijdige jaarprogrammering en verantwoording, herijking besturingsmodel en DVO’s enzovoorts.
2
Beide verbetertrajecten en het procesmanagement staan nader geduid in ons ODNV CT Teamwerkplan. We schatten in dat hiervoor aanvullende middelen nodig zijn. Een deel van de benodigde ureninvestering kan worden gefinancierd uit de SPUK-gelden van het Interbestuurlijk Programma. We zetten deze ontwikkelingen niet zomaar voor onszelf in. De basis moet ook op orde zijn om de beoogde fusie met OVIJ per 1-1-2024 te realiseren. Wat kan al in 2023 gerealiseerd worden opdat de fusieorganisatie een goede start heeft? Een en ander wordt nader uitgewerkt in een apart plan van aanpak Inrichtingsfase.
2. Ontwikkelingen en reguliere taakuitvoering De twee verbetertrajecten, de fusie, de bijdrage aan het IBP en aan het VTH-traject Gelders Stelsel zijn ontwikkelingen die bovenop de reguliere contractuele jaarafspraken komen. Wat zijn die reguliere contractuele jaarafspraken precies? De basis van de contractuele jaarafspraken ligt in het besturingsmodel ODNV dat eind 2018 is vastgesteld door het AB. Binnen dit besturingsmodel is met behulp van het risicomodel van Oranjewoud / Antea-group bepaald welke omvang het (toenmalige) takenpakket van ODNV heeft. Hierbij is enerzijds gekeken naar het aantal inrichtingen per relevante milieucategorie, anderzijds naar het risico per sector/categorie en kengetallen. Hieruit volgt in zekere zin de programmering/werklast wat betreft Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving milieu bij bedrijven. Het geheel is op basis van een productiviteitsnorm van 1400 u/fte teruggerekend naar de voor het primaire proces benodigde formatie, wat op zijn beurt input heeft gevormd voor de begrotingen voor de volgende jaren. Bij besluit van het AB d.d.
30 november 2017 is – mede ter tegemoetkoming van de wens van de deelnemers om zoveel mogelijk stabiliteit te bewerkstelligen wat betreft de financiële bijdrage – besloten om op grond van dit besturingsmodel de taakomvang (werklast / benodigde formatie) en financiering voor in ieder geval de jaren 2019 t/m 2022 minimaal gelijk te houden. Dit is uiteraard uitgezonderd eventuele overeengekomen taakmutaties (zoals bijvoorbeeld inzet ten behoeve van sloop/ asbest, externe veiligheid). De (kosten van de) betreffende personele inzet is wat betreft de VTH-taken vervolgens hoofdzakelijk o.b.v. het aantal inrichtingen per deelnemer naar rato toegerekend aan de afzonderlijke deelnemers. Op 1 april 2021 is – mede vanwege voortdurende onduidelijkheid m.b.t. de Omgevingswet – door het AB besloten de periode van vaste financiering met één jaar te verlengen tot en met 2023. Hiermee is met de kennis van nu de financiering tot het beoogde moment van fusie vastgelegd. Punt van aandacht is evenwel dat sinds de opstelling van het besturingsmodel nooit is geëvalueerd in welke mate er bijstelling nodig is van enerzijds het bedrijvenbestand en risico-inschatting en anderzijds de kengetallen per type taak.
Met het verstrijken van de tijd en de tussentijds doorgevoerde taakmutaties, waaronder de toepassing van diverse brancheplannen, komt het besturingsmodel als basis voor de benodigde formatie daarmee steeds verder af te staan van de feitelijke begrotingsomvang van ODNV.
3
Manco is daarnaast dat, vanwege het ontbreken van voldoende archiefbestanden, niet meer geheel is terug te halen hoe de sinds de invoering van het besturingsmodel toegepaste VTHverdeelsleutels precies tot stand zijn gekomen. Feit is evenwel dat deze verdeelsleutels sinds begrotingsjaar 2020 steeds (ongewijzigd) zijn toegepast en zijn vastgesteld in de afzonderlijke begrotingen. In verband met de naderende beoogde fusie met OVIJ per 1 januari 2024 wordt voorgesteld, ondanks het hiervoor genoemde, geen effort meer te steken in herijking van het huidige model en de financieringsafspraken, maar de energie te richten op het overeenkomstig de in het concept Bedrijfsplan benoemde uitgangspunten voor het inrichten van een nieuw besturingsmodel voor de nieuwe dienst. Vergunningverlening ODNV adviseert in vergunningprocedures op het onderdeel milieu. Dat start al bij het eventuele vooroverleg tot het daadwerkelijk toetsen van aanvragen onderdeel milieu, het opstellen van consideransteksten en voorschriften. Doelstelling hierbij is het voorkomen of minimaliseren van bedrijfsemissies voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Hierbij passen we de actuele wet- en regelgeving toe en denken we in kansen om werken en wonen in de leefomgeving op een duurzame wijze te kunnen combineren.
Komend jaar zetten we in op de volgende onderwerpen: - Een beheeraanpak voor het up-to-date houden van de inrichtingenbestanden in OpenWave en I-GO Veehouderijen. Vanuit datagericht werken is de noodzaak van actuele informatiesystemen zeer relevant. Vanuit het landelijke stikstofvraagstuk verwachten we (in de nabije toekomst) meer vragen over veehouderijen. Om deze vragen voortvarend te kunnen beantwoorden is het van belang dat I-GO Veehouderijen actueel is en blijft. - Beleidsadvisering over interferentie van bodemenergiesystemen. Met het bouwen van gasloze woningen wordt dit type verwarmingssysteem steeds vaker ingezet. Om interferentie tussen systemen te voorkomen is er behoefte ontstaan (bij gemeente Putten) om beleid te ontwikkelen over de inzet van deze systemen. - Inzet op het werkproces in het team; dit heeft betrekking op zowel de inhoudelijk werkprocessen, als sturing op de werkvoorraad. Na meerdere wisselingen in het team afgelopen jaar, is reeds ingezet op de organisatie van het werk. Komend jaar zetten we dit door. - Verkenning van mogelijkheden om kennis- en capaciteit met OVIJ uit te wisselen om pieken in het werkaanbod beter op te kunnen vangen en specialistische kennis gericht in te kunnen zetten.
Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP)1 Komend jaar worden vanuit toezicht de volgende projecten voorzien die als onderdeel van het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden uitgevoerd: - Verbinding van bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaven; project gericht op toepassing LHS en samenwerking toezichthouders en Boa’s; - Inzet op aandachtbedrijven; herijking van de lijst en gekozen aanpak per bedrijf;
1
Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt is er enige onzekerheid over de uitvoering van het volledige HUP. ODNV blijft hier gedurende het jaar over in gesprek met de gemeenten.
4
-
-
-
Inzet op ketentoezicht; vanuit het Gelderse programma Ketentoezicht zetten we in op risicovolle ketens zoals verontreinigde grond, asbest, co-vergisting, e-waste, mestfraude, synthetische drugs en metaalrecycling; Kennisproject Afval: vergroten van de kennis over regulering, toezicht en handhaving bij risicovolle afvalactiviteiten bij bedrijven; Inzet op bodemtoezicht: de afgelopen jaren is een teruggang in het aantal Bbkmeldingen waargenomen. De ervaring leert dat lang niet alle toepassingen worden gemeld. We zetten in op meer vrijeveld controles om het naleefgedrag te verbeteren. Kwaliteitsimpuls toezicht: project in het kader van uniformering en borgen van gelijk speelveld, waarbij toezichthouders ervaringen en werkwijzen delen en met elkaar meelopen om van elkaar te leren en elkaar scherp te houden.
Inzet brancheplannen Automotive en Dierhouderijen De afgelopen vier jaar is voor de branches Automotive, Dierhouderijen, Sport&Recreatie, Horeca en Voedingmiddelen gewerkt vanuit een Brancheplan. Het principe van brancheplannen is dat op basis van het naleefgedrag van een branche, de beschikbare middelen voor toezicht, de meest passende interventie gekozen wordt. In de praktijk blijkt dat deze nieuwe manier van werken een aantal uitdagingen oplevert: - Het is lastig is om de gestelde doelen aan activiteiten te verbinden; - Het verkrijgen van voldoende inzicht in het naleefgedrag om andere interventies te kiezen en te toetsen vraagt specifiekere registratie van gegevens vanuit toezicht en een bijhorende monitoring; - De nieuwe manier van werken vraagt specifieke (ontwikkel)kennis die bij ODNV de afgelopen jaren onvoldoende beschikbaar was. De overgang naar OpenWave, de sterke wisselingen van personeel en het ontbreken van ontwikkelcapaciteit, hebben ertoe geleid dat het branchegericht toezicht slechts deels tot zijn recht is gekomen. Hierin staat ODNV niet alleen. Ook andere Gelderse diensten ervaren dat het in de praktijk brengen van branchegericht toezicht een uitdaging blijkt. Ook voor hen is consequente en volledige dataregistratie een uitdaging.
Een aantal van hen werkt langer met OpenWave, maar beginnen pas sinds dit jaar de registratie van data beter in de vingers te krijgen. Waar bij de start is gekozen om het branchegericht werken jaarlijks te verbreden naar steeds meer branches, is op basis van de ervaringen van afgelopen vier jaar gekozen om eerst in te zetten op het verder ontwikkelen van deze werkwijze voor de branches Automotive en Dierhouderijen. Voor deze branches werken de Gelderse omgevingsdiensten nieuwe brancheplannen uit waarin wordt ingezet op uniforme dataregistratie en monitoring en kennisuitwisseling over naleefgedrag en branchegericht toezicht in het Gelders Stelsel. ODNV draagt bij aan deze uitwerking en zet komend jaar in op branchegericht toezicht bij deze twee branches. Mogelijkheden van invulling van branchegericht toezicht op andere branches Horeca en Sport & Recreatie en Voedingsmiddelen onderzoeken we komend jaar.
5
Milieuadvisering Op basis van de begrotingswijziging Formatie ODNV hebben we voor 2023 e.v. met de gemeenten de volgende inzet voor milieuadvisering afgesproken: Deelnemer Elburg Ermelo * Harderwijk Nunspeet * Putten Hattem Heerde Oldebroek Provincie TOTAAL
Aantal uren per jaar 1.800 3.250 6.800 650 2.950 300 600 1.300 0 17.650
* Afgesproken is om nadere afspraken te maken over het definitief in te zetten aantal uren.
Onze milieuadvisering richt zich op verschillende producten en onderwerpen. Het betreft zowel wettelijk verplichte taken als beleidsadvisering: van advisering op BRIKS-aanvragen, nieuwe ruimtelijke plannen of bestemmingsplanwijzigingen tot beleidsadvisering. Onze expertise is breed: Bodem, Geluid, Lucht, Energie, Externe Veiligheid en Natuur&Ecologie. Een aantal voorbeelden van onderwerpen waarop ODNV gemeenten komend jaar adviseert: - Sanering B-lijst woningen; - Omgevingsmodel verkeerslawaai; - Actualisering geluidbeleid; - Advisering en implementatie verplichtingen Schone Luchtakkoord; - Omgevingsvisies, -plannen en de Bruidsschat; - Beheer Risicoregister gevaarlijke stoffen (RRGS) en de conversie naar het Register Externe Veiligheid (REV) onder de Omgevingswet. De inzet per gemeente varieert op niet alleen de onderwerpen waarbinnen ODNV adviseert maar ook de mate waarin ODNV een rol vervult. Dit kan voor verwarring zorgen en werkt inefficiëntie in de hand. Komend jaar gaan we in gesprek met onze opdrachtgevers om onze taakuitvoering verder te uniformeren. Energiebesparing Energie besparen wordt steeds belangrijker. Bedrijven en instellingen die per jaar vanaf 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas of een equivalent daarvan verbruiken, zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen, de zgn. energiebesparingsplicht.
Ondernemers zijn op grond van de wet verplicht te melden welke maatregelen zijn genomen. Zo wil de overheid de transitie naar een CO2-neutraal Nederland een flinke impuls geven.
6
Voor toezicht en handhaving op het gebied van de energiebesparingsplicht wordt daarom een verdere professionalisering verlangd van alle omgevingsdiensten. Het Rijk stelt een uitkering beschikbaar voor extra ondersteuning op toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht (de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht, SPUK THE). Deze SPUK-regeling is aangevraagd en bedraagt circa 900 uur per jaar. ODNV stelt een projectplan op met de extra activiteiten die ODNV gaat uitvoeren in de periode 2022 t/m 2026 in het kader van aanvullende inzet op energiebesparing. Afspraken met de gemeenten Energiebesparing beperkt zich voor ODNV tot het milieudeel bij bedrijven en instellingen. In de basis is de afspraak gemaakt de huidige inzet te continueren (in uren: 320). Daarnaast willen de gemeenten graag de samenwerking zoeken op dit thema, daar waar er duurzaamheidskansen zijn. De vorm en resultaatgebieden voor deze samenwerking werken we samen met de duurzaamheidscoördinatoren uit. Indien er aanvullende inzet gewenst is vanuit één of meerdere gemeenten, dan worden aanvullende afspraken gemaakt over de financiering van die inzet.
3. Ontwikkelingen en de gevolgen voor de taakuitvoering ONTWIKKELINGEN IN HET MILIEUWERKVELD Op het inhoudelijke vlak van de milieutaken zijn er veel ontwikkelingen gaande die van invloed zijn op het werkveld van de omgevingsdiensten. Onderstaand zijn de onderwerpen uitgewerkt die in 2023 voor een belangrijk deel de activiteiten en de veranderingen daarin bepalen, waarbij de benodigde ureninvestering buiten de going concern (H2) valt. Omgevingswet Met de Omgevingswet als wettelijk kader per (naar verwachting) 1 juli 2023 verandert een aantal processen en vindt er een verschuiving van taken plaats tussen ODNV en haar gemeenten. Een aantal landelijke milieuregels komt te vervallen en er ontstaat meer ruimte voor lokaal maatwerk voor het reguleren van milieubelastende activiteiten. De omgevingsplannen van de gemeenten krijgen een belangrijke plaats in de activiteiten van ODNV. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daaraan gekoppeld het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt tegelijkertijd een stap gezet in de digitalisering van de processen van ODNV. Naast vakinhoudelijke veranderingen vraagt de Omgevingswet ook een omzetting van kaderstellende afspraken in de samenwerking, zoals die zijn vastgelegd in documenten zoals beleid, dienstverleningsovereenkomsten, mandaat en takenpakket. Borging en evaluatie van kaderstellende afspraken horen daarbij.
Het gaat erom dat in ieder geval wordt aangesloten bij wettelijke vereisten, definities en terminologie. Daarbij moet het takenpakket worden gedefinieerd volgens de Omgevingswet (MBA’s i.p.v. inrichtingen). We schatten hiervoor 100 uur nodig te hebben.
7
Afspraken met de gemeenten ODNV zorgt dat zij in de samenwerking met de gemeenten klaar is voor het werken volgens de Omgevingswet. Dit houdt in dat werkprocessen, systemen en kennis tijdig op orde zijn om volgens de omgevingswet te werken. We verwachten hiervoor incidenteel nog 900 uur voor nodig te hebben. De inzet kan per gemeente verschillen en wordt in overleg bepaald. Zie voor nadere duiding van de uren de financiële paragraaf (H4). Vanaf de inwerkingtreding van de omgevingswet, werkt ODNV volgens dit nieuwe wettelijke kader bij de milieu VTH-taakuitvoering en de ruimtelijke advisering. Onderdeel hiervan is de met de wet beoogde integrale participatieve houding die van de overheid verwacht wordt. ODNV sluit in overleg met de gemeenten aan bij de omgevingstafel. Activiteiten: - ODNV werkt volgens de kaders en systematiek (regels, procedures en geest) van de Omgevingswet; - ODNV adviseert gemeenten bij het opstellen van omgevingsvisies en omgevingsplannen; - ODNV monitort haar inzet op de VTH-taakuitvoering om zodoende kengetallen te kunnen bepalen waarmee de benodigde middelen in lijn gebracht worden met de belegde taken.
Hoewel de impact van de omgevingswet op de benodigde inzet voor de belegde milieuVTH-taken, advisering op omgevingsvisies en -plannen zich lastig laat voorspellen, schatten we op dit moment dat we 900 uur nodig hebben voor de aanvullende werkzaamheden en om mogelijke uitschieters te kunnen opvangen. Voor het bepalen van kengetallen bij de producten, ramen we 100 uur aan coördinatiekosten. Daarmee schatten we de benodigde investering voor de Omgevingswet in totaal op 2000 uur. Verder zal een aantal inrichtingen overgaan van bevoegd gezag van de provincie naar de gemeenten. In onze regio betreft het 2 inrichtingen; Nestlé (Nunspeet) en een golfbaan op een voormalige stortlocatie (Ermelo). Komend jaar gaan we met deze twee gemeenten in gesprek om de bijdrage voor de VTH-taakuitvoering voor deze bedrijven af te spreken. Bodemtaken Bij de invoering van de Omgevingswet dragen de provincies de bodemtaken over aan de gemeenten en worden de gemeenten bevoegd gezag. Hiervoor is een plan van aanpak opgesteld. Daarnaast blijken kwaliteit en samenstelling van bodem en (grond)water een steeds belangrijker aspect te worden bij gebruik van de fysieke leefomgeving. Afspraken met de gemeenten ODNV heeft de intentie om met alle gemeenten een uniform bodemtakenpakket af te spreken (van VTH tot en met ruimtelijke advisering).
Het betreft de nieuwe bodemtaken die onder de Omgevingswet onder gemeentelijk bevoegd gezag komen te vallen. De inschatting is dat in totaal ongeveer 1400+1260 uur) van de provincie naar ons werkgebied komen. Voor de volledige bodemtaakuitvoering bepalen de gemeenten en ODNV samen de te verwachten omvang aan de hand van een inventarisatie.
8
Voor het inzichtelijk maken van de taken is subsidie vanuit de Provincie beschikbaar en inmiddels ook door alle gemeenten aangevraagd. Daarop verwachten we geen extra kosten te hoeven maken. Voor de aanvullende taken, die we eerst in beeld gaan brengen, wordt een stelpost opgenomen. Datagedreven werken De fysieke leefomgeving is steeds meer verbonden met de digitale wereld. ODNV zet zich daarom in om te ontwikkelen naar een datagedreven organisatie, om de juiste keuzes te kunnen maken in het verlenen van milieuvergunningen en het houden van risicogericht toezicht. Met de juiste data krijgen we een goed en compleet beeld van alle omgevingsrisico’s. Op basis daarvan kunnen we bepalen waar we als omgevingsdienst het hardst nodig zijn ter bescherming van de fysieke leefomgeving. Daarbij is het streven burgers en bedrijven met de juiste aanpak te stimuleren om milieuregels en wetten na te leven. De transitie naar datagedreven werken vindt plaats in samenwerking met de Gelderse Omgevingsdiensten in het Gelders Datalab. Afspraken met de gemeenten ODNV richt zich bij de taakuitvoering op het steeds beter registreren van milieudata, zodat analyse van trends in de werkzaamheden en leefomgeving inzichtelijk gemaakt kunnen worden ten behoeve van een goed onderbouwde probleemanalyse voor VTH-taken.
Hiervoor is ontwikkeling op het vlak van registratie, monitoring en analyse van data in OpenWave nodig. Het toekomstperspectief is het kunnen leveren van concrete input voor de VTH-beleidscyclus om deze zodoende te kunnen sluiten. Concrete producten: - Monitoring van LHS-score en overige milieuwaarden; - Gebiedsanalyses ten behoeve van het omgevingsplan. De benodigde inzet en sturing hierop valt deels binnen de reguliere taakuitvoering. Verwacht wordt dat aanvullend ca 100 uur nodig is voor de organisatie van een planmatige aanpak. In 2023 werkt ODNV een plan uit welke data wordt vastgelegd met welk doel. De ontwikkelingen op het gebied van data in de samenwerking met OVIJ en de andere Gelderse omgevingsdiensten en in het interbestuurlijk programma worden hierin meegenomen. Om de gemeenten goed mee te kunnen nemen, wordt een werkgroep gevormd met vertegenwoordigers van OGO en ODNV. De invoering vindt stapsgewijs plaats. De verwachting is dat dit onderwerp in de toekomst blijvend aandacht zal vragen. Reparatie datakwaliteit locatiedossiers Daarnaast blijkt uit een eerste analyse van de aanwezige data dat voor zo’n 1600 inrichtingen het locatiedossier niet op orde is in OpenWave. Voor deze dossiers is het nodig om handmatig de ontbrekende data aan te vullen. Dit is van belang om bij de programmering van het toezicht te voorkomen dat inrichtingen buiten beeld raken.
Geschat wordt dat deze reparatieactie ca 320 uur vraagt.
9
Ondermijning De laatste jaren vermengt de onderwereld zich steeds vaker met de bovenwereld. De problematiek heeft betrekking op verschillende beleidsvelden wat de aanpak complex maakt. Vaak wordt ondermijning genoemd in het kader van (sociale) veiligheid, (belasting)fraude, mensenrechtenschending enz. Regelmatig zijn ook bedrijfspanden bij ondermijning betrokken en zijn er gevolgen voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Helaas is ook ons buitengebied steeds vaker doelwit van criminelen. Door de uitgestrektheid van de buitengebieden kunnen criminelen er vaak ongezien opereren. Daardoor gaan leefbaarheid en veiligheid op het platteland achteruit. Zo krijgen boerenbedrijven en tuinders steeds vaker te maken met bijvoorbeeld diefstal, hennepkwekerijen en dumping van chemisch afval en drugs. Ondernemers kunnen deze problemen niet alleen aanpakken. Samenwerking tussen publieke en private partijen biedt dan de oplossing. ODNV kan, samen met de gemeenten, een rol vervullen in de ketenaanpak van ondermijning in het buitengebied. Afspraken met de gemeenten Ondermijning wordt niet als primaire taak van ODNV gezien. Wel is een signaalfunctie richting gemeenten van groot belang. Signaleren, situaties herkennen en gemeenten informeren. Andersom hebben de gemeenten de taak ODNV zo vroeg mogelijk te betrekken.
Samenwerken in de keten om ondermijnende criminaliteit, ook in het buitengebied, aan te pakken. Gemeenten en ODNV hebben afgesproken dat ODNV met alle gemeenten samenwerkt op het delen van ondermijningssignalen, naast kennisdeling op dit onderwerp (lokale ondermijningsoverleggen). ODNV richt zich hierbij op signalen over bedrijfslocaties, het buitengebied of voorvallen vanuit de piketdienst. Daarnaast sluit ODNV aan bij inhoudelijke afstemmingsoverleggen en kennisbijeenkomsten in het Gelders Stelsel om haar signaleringsrol te kunnen versterken. De primaire focus van de inzet is de oog- en oorfunctie voor de gemeenten. De inzet voor deelname aan lokale ondermijningsoverleggen en voor de afstemming in het Gelders Stelsel wordt geraamd op 320 uur in totaal. Omdat niet elke gemeente dezelfde behoefte aan ondersteuning heeft, kunnen per gemeente (vooraf en tijdig) afspraken worden gemaakt over aanvullende inzet. Tevens zetten we in 2023 in op kennisontwikkeling en voorlichting door het inzetten van een demonstratiecontainer waarmee naast toezichthouders van ODNV en gemeenten, ook inwoners hun kennis kunnen vergroten over signalen die op de aanwezigheid van drugslabs e.d. kunnen wijzen en meldpunten onder de aandacht worden gebracht. Hiermee vergroten we het signalerend vermogen van zowel de overheid als de maatschappij waar het om drugslab-activiteiten gaat.
De inzet van de container wordt op ca €5.000,- geschat.
10
Stikstofproblematiek Met het vernietigen van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in 2019 zijn veel projecten in de leefomgeving gestrand omdat natuurgebieden een overbelasting op stikstof kennen. Een onwenselijke situatie en aanleiding voor het Kabinet Rutte IV om stevig in te zetten op het oplossen van deze problematiek. In de zomer van 2022 heeft minister Van der Wal een landelijke aanpak van stikstof gepresenteerd die zich richt op de veehouderij-sector in Nederland. Het gebied rond de Veluwe is aangegeven als één van de gebieden waar een sterke reductie in ammoniakemissie gepland staat. Naast de landelijke reductieplannen spelen ook andere ontwikkelingen, zoals het besluit van de Europese commissie om de derogatie af te bouwen tot aan 2026, het jaar waarin de uitzonderingspositie voor Nederland stopt. Daarnaast wordt ook kritisch gekeken naar het rendement van huidige reductiemaatregelen in de veehouderijbranche: onlangs heeft de Raad van State bepaald dat de effectiviteit van twee emissiearme stalsystemen vaak overschat blijkt en in die gevallen aanvullende maatregelen nodig zijn. Al met al is de actualiteit groot en is er nog veel onduidelijk. Verwacht wordt dat de komende tijd de aandacht voor het aandeel van de veehouderij-branche in de stikstofproblematiek zal aanhouden. Het volgen en inspelen op deze ontwikkeling zal aanvullende inzet vragen.
Niet alleen vanuit onze VTH-taakuitvoering in deze branche maar zeker ook de afstemming met gemeenten en bestuur over beleidsmatige keuzes op het gebied van de VTH-taakuitvoering en de ruimtelijke ordening. Afspraken met de gemeenten Met betrekking tot de stikstofproblematiek kan ODNV als inhoudsdeskundige, gesprekspartner en adviseur optreden: kennis vergaren, expertise opbouwen en borgen. Dit voor zover het gevolgen heeft voor de VTH-taakuitvoering. In de afstemming tussen ODNV en OVIJ is de stikstofproblematiek en de beleidsadvisering RO ook een thema, waaronder het uitwerken welke rol de omgevingsdiensten kunnen spelen bij de transitie van het landelijk gebied. De rol en bijdrage van ODNV (en OVIJ) op het gebied van de stikstofproblematiek wordt in 2023 nader onderzocht. De inzet wordt voor 2023 geraamd op 40 uur per gemeente voor kennis en advies, en 10 uur per week voor de coördinerende rol en faciliteren van het overleg. In totaal dus 840 uur. Circulaire economie Dagelijks werken we met elkaar aan een schoon, gezond en circulair Gelderland. Dat kunnen we niet alleen: daar hebben we onder andere gemeenten en het bedrijfsleven hard bij nodig.
Wat kunnen wij doen om gemeenten te helpen bij hun circulaire ambities? Of hoe helpen we bedrijven bij het circulair ondernemen? Vanuit die gedachte zijn we (Gelderse omgevingsdiensten in opdracht van de provincie Gelderland) medio 2021 gestart met het Gelderse project ‘Circulair opdrachtgeverschap VTH Omgevingsdiensten’.
11
Doel van dit project is tweeledig: VTH-medewerkers van de omgevingsdiensten praktische handvatten geven om ‘circulair ondernemen’ mee te kunnen nemen in het dagelijks werk. Hiernaast willen we ook gemeentelijke opdrachtgevers helpen bij hun circulaire ambities. VTH-medewerkers kunnen bijdragen aan het vroegtijdig signaleren van circulaire initiatieven en mogelijke knelpunten om deze waar mogelijk weg te nemen. Het project moet leiden tot een houding bij de VTH-collega’s “hoe kunnen we helpen?” zonder de persoonlijke adviseur van een onderneming te worden. Naast de opdracht van de provincie zal ODNV aansluiting zoeken bij andere samenwerkingsverbanden, voor zover die passen bij ODNV en haar gemeenten. Afspraken met de gemeenten Dit thema beperkt zich tot het milieudeel bij bedrijven en instellingen. Bovendien is er een taak voor de bedrijven zelf. Samen met de gemeenten verkennen we de rol en meerwaarde van ODNV op het stimuleren van een meer circulaire economie; denk aan bedrijven stimuleren om kansen te onderzoeken en te gebruiken. Signalen en initiatieven deelt ODNV met gemeenten die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de coördinatie op de rolinvulling van de lokale overheid. Tegelijkertijd wordt op dit onderwerp samengewerkt met OVIJ en de andere Gelderse omgevingsdiensten. In eerste instantie is de inzet gericht op rolverkenning voor ODNV.
Wij verwachten hier in 2023 zo’n 100 uur nodig te hebben. Per gemeente kunnen specifieke afspraken worden gemaakt, passend bij de behoefte. Schone Lucht Akkoord Het doel van het Schone Lucht Akkoord (SLA) is om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Deelnemende partijen nemen maatregelen om de luchtverontreiniging van binnenlandse bronnen te beperken. De zgn. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021-2023 gaat over de gezamenlijke aanpak van rijk, provincies en gemeenten van het Schone Lucht Akkoord. De agenda bevat de maatregelen, pilots en activiteiten van de deelnemers om de afspraken uit het Akkoord in de praktijk te brengen. Afspraken met de gemeenten Met de gemeenten die zich hebben gecommitteerd (of zich nog willen committeren) aan het SLA wordt een traject gestart om maatregelen op te pakken. Met die gemeenten worden afspraken gemaakt over de inhoud, de samenwerking en de inzet door ODNV. Daarbij geldt dat samenwerking met meerdere gemeenten meer mogelijkheden biedt om resultaten te behalen op het gebied van schone lucht. Informatiebeheer Wijzigingen als gevolg van de Wet Open Overheid Per 1 mei 2022 is de nieuwe Wet open overheid (Woo) in werking getreden, die de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangt.
Een belangrijke wijziging is dat de termijn voor het afhandelen van een Woo-verzoek maximaal 4 weken wordt, met een mogelijke verlenging van 2 weken.
12
Om uitvoering te kunnen geven aan openbaarheid moeten bestuursorganen maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen. Op termijn moet de openbaarmaking plaatsvinden via het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Dit platform zal in de komende jaren stapsgewijs worden ingevoerd. Informatiebeheer Archivering van dossiers In een rapport dat is opgesteld door het Streekarchivariaat zijn aanbevelingen gedaan over het archiveren over de periode 2018-2020. Het belangrijkste aandachtspunt is de overdracht van dossiers aan de opdrachtgevers. Op dit moment zijn de opdrachtgevers archiefplichtig en moet ODNV de zaken die zijn afgehandeld overdragen. Hierbij zal het niet alleen om documenten gaan maar ook om data uit VTH-systeem OpenWave. Om hier eenduidigheid in te krijgen zullen er afspraken gemaakt moeten worden met de opdrachtgevers over het aan te leveren format, welke metadata etc. Daarnaast zullen er afspraken gemaakt moeten worden binnen welke termijn ODNV kan beschikken over de gegevens die bij de opdrachtgevers zijn vastgelegd. Dit alles moet geregeld en vastgelegd zijn in de DVO’s met de opdrachtgevers maar ook intern bij ODNV in het kader van de fusie met OVIJ. Bij de fusie zullen alle zaken afgesloten moeten worden onder de huidige organisatie en heropend moeten worden bij de nieuwe organisatie.
In dit traject zal ODNV worden ondersteund door een extern bureau. De kosten voor hun inzet bedragen € 68.876 en vereisen aanvullende middelen.
ONTWIKKELINGEN IN DE BEDRIJFSVOERING Ook op het gebied van bedrijfsvoering wil ODNV in 2023 stappen zetten in het verbeteren van de professionaliteit. Nauwere samenwerking met onze deelnemers, waaronder samen plannen, organiseren en programmeren. Daar hoort bij dat ODNV en gemeenten meer afstemmen over de realisatie van die plannen en programma’s. Alle activiteiten en ontwikkelingen, zoals het Interbestuurlijk programma versterking VTHstelsel (IBP), activiteiten in het Gelders Stelsel en implementatie Omgevingswet worden gezamenlijk met OVIJ opgepakt. Daarnaast loopt vanzelfsprekend het opzetten van een inrichtingsplan, dat moet leiden tot een goed verlopend fusieproces. In de fusie zullen nabijheid en betrokkenheid van de omgevingsdienst bij de ontwikkelingen in de gemeenten belangrijke thema's zijn. Samen met de opdrachtgevers, zowel bestuurlijk als in het opdrachtgeversoverleg, zal hier invulling aan worden gegeven. Fusie met OVIJ Zoals hierboven al genoemd, staat het jaar 2023 voor een belangrijk deel in het teken van de fusie met omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ). De fusie tussen OVIJ en ODNV heeft tot doel om een robuuste organisatie te worden. De fusie gaat helpen de vele ontwikkelingen in het werkveld slagvaardig het hoofd te bieden.
13
In de voorbereiding van de fusie zijn investeringen nodig. In het Bedrijfsplan staan ze concreet benoemd. Voor ODNV geldt dat er € 262.775 gereserveerd moet worden. Daartoe zal een begrotingswijzigingsvoorstel worden opgesteld en ingediend. Interbestuurlijk programma (versterking VTH-stelsel) Een actueel thema in 2023 voor alle omgevingsdiensten is de versterking van het VTH-stelsel. Op grond van het onderzoeksrapport ‘Om de leefomgeving’ van de Commissie Van Aartsen is een interbestuurlijk programma opgezet, dat in 2023 wordt uitgevoerd in samenwerking met alle omgevingsdiensten in Nederland. Naast de bijdrage aan het collectieve programma, heeft ODNV subsidie aangevraagd om de volgende projecten uit te kunnen voeren: 1) het ontwikkelen van business control (sturen op samenhang P&C, productie, processen en personeel), passend bij een integrale Omgevingsdienst en mede ter versterking van datagericht werken; 2) bijdrage vanuit het Rijk voor de fusie tussen ODNV en OVIJ, zijnde de eerste twee omgevingsdiensten die fuseren; 3) het inrichten van een gremium voor integraal opdrachtgeverschap; 4) scholing en opleiding van vakinhoudelijk medewerkers om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria; 5) innovatie van een van de vakgebieden VTH milieu (nader uit te werken met de teams). De subsidie kan alleen worden verkregen in het jaar 2023.
We verwachten met de SPUKgelden IBP een aanzienlijk deel van het Verbetertraject te kunnen financieren (zie H1). Maar er zijn nog aanvullende middelen nodig, met name voor externe ondersteuning bij het traject Procesmanagement, dat de beschrijving, verbetering en borging van alle werkprocessen omvat. Verdere ontwikkeling Gelders Stelsel De directeuren van de Gelderse OD's hebben een gezamenlijk plan van aanpak gemaakt voor de verdere ontwikkeling van het Gelders Stelsel voor het komende jaar. Het plan is enerzijds gebaseerd op de ontwikkelingen die het Gelders Stelsel en de OD's sinds haar oprichting heeft doorgemaakt en anderzijds op de relevante externe ontwikkelingen. ODNV gaat een bijdrage leveren aan de uitvoering van het plan van aanpak, samen met de andere Gelderse OD's. De belangrijkste thema's zijn: 1. het opnieuw inregelen van de Governance van het stelsel; 2. het opnieuw inregelen van de uitvoering van de Complexe Vergunningverlening en Complexe Handhaving; 3. het verder uitwerken van bovenregionale onderwerpen waar de OD's op dit moment in samenwerken: Ketentoezicht, Portaal, BOA/BsBm, I-GO en Datalab. We weten op dit moment (najaar 2022) niet of hiervoor aanvullende ureninzet nodig is vanuit ODNV.
14
4. Financiële paragraaf Dit jaarprogramma beschrijft naast de structurele overeengekomen reguliere taken, ook een aantal werkzaamheden en projecten die vanuit ontwikkelingen gevolgen hebben voor onze taakuitvoering en bedrijfsvoering. Op basis van voorgaande beschrijving is met name voor de aanvullende activiteiten een overzicht gemaakt van de benodigde inzet en bijbehorende kosten. In het overzicht is onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen die een eenmalige (en dus incidentele) inzet in 2023 vragen en ontwikkelingen die een structurele inzet vragen. Het overzicht geeft daarbij ook inzicht in de verwachte financiële dekking vanuit eenmalige gelden, voorgestelde reserveringen vanuit het resultaat 2022 en verhoging van de deelnemersbijdrage (eenmalig dan wel structureel). Het betreffende financiële overzicht is als bijlage toegevoegd aan dit Jaarprogramma en voor nadere details wordt kortheidshalve daarnaar verwezen. Het overzicht geeft een reële indicatie van de aanvullende deelnemersbijdrage die nodig is op grond van het Jaarprogramma, opdat de deelnemers hier in hun interne besluitvorming rekening mee kunnen houden.
De definitieve vertaling van het Jaarprogramma in de ODNVbegroting en de bijbehorende deelnemersbijdragen zullen op grond van de verkregen bestuursopdrachten tot uitvoering van dit Jaarprogramma worden betrokken bij de opstelling van een ODNV-begrotingswijziging 2023 e.v. (1e kwartaal 2023). In de betreffende begrotingswijziging zullen indien nodig ook andere tussentijdse ontwikkelingen worden betrokken. N.B. In het overzicht is een aantal onderdelen wel reeds benoemd, maar is in dit jaarplan nog niet voor al die onderdelen een concrete afspraak gemaakt. De betreffende onderdelen zijn vermeld als p.m. en dienen ter latere nadere invulling, zowel qua gewenste inzet als dekking van de daaraan te verbinden kosten. Waar mogelijk is een indicatie gegeven van de verwachte omvang van deze p.m.-posten.
15