CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

2209909 Opiniërende notitie - Evaluatie Woningbouw op Maat

Commissie Ruimte 11 juni 2026, gemeente PuttenBij agendapunt: Evaluatie Woningbouw op Maat1.738 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer

2209909

Documentnummer

2209910

Datum B&W vergadering

19 mei 2026

Opiniërende notitie voor de commissie Ruimte Onderwerp Evaluatie Woningbouw op Maat Woningbouw op maat De werkwijze Woningbouw op Maat is op 4 februari 2025 vastgesteld door het college van B&W en vormt sindsdien een belangrijk onderdeel van het Programma Wonen. De beleidsnotitie ‘Woningbouw op maat’ vervangt de ‘Inbreidingsnota bebouwde kom’ uit 2017. De Inbreidingsnota bleek om verschillende redenen niet langer een geschikt instrument voor de beoordeling van inbreidingsplannen. Het document was in de basis statisch, waardoor het snel zijn actualiteitswaarde verloor. Daarnaast is bij het opstellen van een inbreidingsnota nooit volledig te overzien welke locaties in de toekomst geschikt blijken voor woningbouw. Hierdoor sloot de nota onvoldoende aan op de dynamiek van nieuwe initiatieven en ruimtelijke ontwikkelingen. De werkwijze Woningbouw op Maat biedt op deze punten belangrijke verbeteringen en voordelen: 

Vroegtijdige betrokkenheid van de gemeenteraad: De raad wordt al in een vroeg stadium in de positie gebracht om sturend mee te denken en aandachtspunten mee te geven, zoals bijvoorbeeld bij het initiatief Molenstraat 4 welke is behandeld in cyclus 1 2025 en waarover u definitief heeft besloten in de raadsvergadering van 28 mei 2026. Daarmee biedt deze werkwijze initiatiefnemers eerder inzicht in de politieke haalbaarheid van hun initiatief en kan voorkomen dat langdurige en kostbare planprocessen worden doorlopen terwijl er uiteindelijk onvoldoende politiek draagvlak blijkt te zijn.

De nieuwe werkwijze beoordeelt elk initiatief inhoudelijk op basis van ruimtelijke kwaliteit, in plaats van te werken met een vooraf afgebakende lijst van locaties en bijbehorende voorwaarden.

Duidelijke kwaliteitscriteria: Door te werken met vooraf vastgestelde kwaliteitscriteria is voor initiatiefnemers helder aan welke eisen een woningbouwinitiatief moet voldoen om als kansrijk te worden beoordeeld. Het gros van de kwaliteitscriteria komen voort uit eerder door de raad vastgestelde beleidsdocumenten.

Werken in vaste cycli: De tweejaarlijkse besluitvormingsrondes bieden initiatiefnemers duidelijkheid over wanneer zij stukken moeten indienen en wanneer zij een besluit kunnen verwachten. Deze voorspelbaarheid wordt door initiatiefnemers als prettig ervaren.

De eerste signalen vanuit initiatiefnemers over de werking van de werkwijze zijn overwegend positief. Zij waarderen met name de duidelijkheid, voorspelbaarheid en transparantie van het proces. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat er nog steeds ruimte is voor verbetering. Daarom is het belangrijk om deze werkwijze te evalueren. Hiertoe heeft wethouder Cornelissen een toezegging gedaan in de raadsvergadering van 5 maart 2026. Door de voorliggende notitie opiniërend te bespreken geven wij invulling aan deze toezegging. Discussiepunten 1.

Wijze van besluitvorming In de afgelopen twee cycli is gebleken dat besluitvorming rond de verschillende initiatieven niet optimaal verliep. Met name was onduidelijk wat precies de ‘waarde’ is van een positief of negatief advies. Dit riep onder andere de vraag op of de gemeenteraad bij een latere, definitieve aanvraag nog afwijkend zou kunnen besluiten, ook wanneer eerder een positief advies was gegeven. Ten aanzien van het voorgaande leggen wij u twee opties voor:  Optie 1: Kunt u instemmen met de voorgestelde aanpassing in de werkwijze, namelijk: Om de besluitvorming te verduidelijken wordt voorgesteld om de termen ‘positief advies’ en ‘negatief advies’ niet langer te gebruiken. In plaats daarvan stelt het college voor om in het raadsbesluit één van de volgende drie oordelen op te nemen: o

Het initiatief is kansrijk

o

Het initiatief is kansrijk, onder de volgende voorwaarden: (voorwaarden worden hier expliciet opgenomen)

o

Het initiatief is niet kansrijk

Met deze systematiek is voor zowel initiatiefnemers als raadsleden inzichtelijk op welke onderdelen een initiatief nog aandacht vraagt. Tevens maakt deze aanpak het voor de gemeenteraad eenvoudiger om te amenderen, door voorwaarden toe te voegen, te wijzigen of te schrappen.  Optie 2: Of stemt u in met het voorstel dat iedere cyclus van de werkwijze Woningbouw op Maat enkel opiniërend wordt besproken in de commissie Ruimte. Waarin u wordt gevraagd om aan te geven of: o

Het initiatief kansrijk is;

o

Het initiatief kansrijk is, wanneer voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden;

o

Het initiatief niet kansrijk is.

Er vindt dus geen besluitvorming plaats in de opvolgende raadsvergadering. De opbrengst van de bespreking in de commissie wordt meegegeven aan de initiatiefnemer. Wij zullen de opbrengst eveneens meenemen in de verdere beoordeling van het plan.

2 van 5

2.

Wijze van participatie Tijdens de eerste twee cycli stelde u bij verschillende initiatieven vragen over de wijze van participatie. Wij benadrukken hierbij dat binnen de werkwijze Woningbouw op Maat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het organiseren van de benodigde participatie. De rol van de gemeente is hierbij faciliterend en stimulerend. Bovendien bepaalt artikel 7.4 van de Omgevingsregeling dat participatie een formeel (indienings-) vereiste is bij de opvolgende aanvraag van een omgevingsvergunning. Het vormt geen onderdeel van de inhoudelijke toetsing. Het niet, of onvoldoende toepassen van participatie kan dan ook niet per definitie leiden tot een weigering van de aangevraagde omgevingsvergunning. Binnen de werkwijze Woningbouw op Maat worden woningbouwplannen behandeld, welke zich nog in een vroeg stadium bevinden, het stadium van een schetsplan. Welke, na een eventueel raadsbesluit, verder uitgewerkt worden tot een aanvraag van een omgevingsvergunning. Het is daarmee logisch dat het aspect ‘participatie’ in lijn met het bovenstaande wordt behandeld. Dit betekent dat participatie binnen de werkwijze Woningbouw op Maat eveneens niet kan worden toegepast als een inhoudelijk toetsingscriterium.

In de fase voorafgaand aan een principebesluit van de gemeenteraad (of de opbrengst van een opiniërende bespreking in de commissie ruimte) is het onzes inziens ook raadzaam dat de initiatiefnemer nog in zekere mate terughoudend om gaat met het uitvoeren van uitgebreide participatie. Dit om te voorkomen dat er in de directe omgeving van het woningbouwinitiatief verwachtingen ontstaan, nog voordat er door u als raad het principebesluit is genomen of woningbouw op de betreffende locatie voldoende kansrijk is. Wel blijft het van belang dat omwonenden tijdig en op een duidelijke wijze worden geïnformeerd. Wanneer u oordeelt dat woningbouw op een bepaalde locatie voldoende kansrijk is, wordt dit initiatief verder uitgewerkt. Dit uitgewerkte plan mag u opnieuw beoordelen, in het kader van uw adviesrecht. Ten aanzien hiervan heeft u eind 2021 de “Regels omtrent adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie onder de Omgevingswet” vastgesteld. Met deze regels is eveneens bepaald dat wanneer een initiatief raadsadviesplichtig is, de initiatiefnemer verplicht is te participeren, voordat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend. Gezien al het voorgaande stellen wij daarom het volgende voor:

 Vraag: Kunt u instemmen met de voorgestelde aanpassing in de werkwijze, namelijk: De gemeente verzoekt initiatiefnemers om bij indiening van een woningbouwinitiatief een informatieve brief te sturen aan de direct omwonenden van het plangebied. In deze brief wordt uitgelegd dat het gaat om een schetsplan en benadrukt dat op dit moment alleen wordt beoordeeld of woningbouw op deze locatie überhaupt wenselijk is en onder welke randvoorwaarden.

3 van 5

Ook wordt aangegeven dat pas bij een positief oordeel een meer uitgebreid participatieproces wordt opgestart. Aan de hand waarvan het definitieve woningbouwinitiatief mede wordt vormgegeven. 3.

Uitgaande brief naar initiatiefnemers Tijdens de behandeling van de tweede cyclus van 2025 riep de passage over ‘geen verdere medewerking’ bij u vragen op. Dit willen wij verduidelijken. Uw oordeel binnen een cyclus van de werkwijze Woningbouw op maat heeft geen formeel juridische status. Het betreft een principe besluit (of opbrengst van een opiniërende behandeling tijdens de commissie ruimte) over de kansrijkheid van een woningbouwinitiatief. Wat met name duidelijkheid verschaft aan de initiatiefnemers. Wanneer u oordeelt dat een initiatief niet kansrijk is, staat het de initiatiefnemers formeel gezien vrij om desondanks een officiële aanvraag in te dienen.

 Vraag: Kunt u instemmen met de voorgestelde aanpassing in de werkwijze, namelijk: De tekst in onze uitgaande brief bij het oordeel dat er sprake is van een niet-kansrijk initiatief als volgt te formuleren: “Verdere procedure Wanneer de gemeenteraad ons advies overneemt (of; wanneer uit de opbrengst van de commissie ruimte duidelijk wordt dat het initiatief niet kansrijk is) , betekent dit dat er geen politiek-bestuurlijk draagvlak is voor het initiatief. Hierdoor is de kans op een positief besluit bij een eventuele definitieve aanvraag voor een omgevingsvergunning of omgevingsplanwijzing zeer gering.” 4.

Inhoudelijke kwaliteitscriteria Wij vinden het belangrijk dat de werkwijze Woningbouw op Maat, waar dat noodzakelijk is, wordt geoptimaliseerd. Zo zijn er voorafgaand aan de tweede cyclus 2025 diverse verbeteringen doorgevoerd ten opzichte van de eerste cyclus. Dit betrof met name de opzet van ons beoordelingsdocument en de formulering van het raadsbesluit. Een centraal onderdeel van de werkwijze Woningbouw op Maat vormt het inhoudelijke beoordelingskader. Hierbij wordt gewerkt met basiscriteria waaraan ieder initiatief moet voldoen om als kansrijk te worden aangemerkt, aangevuld met niet-verplichte, aanbevolen kwaliteitscriteria per thema. Hoe meer een woningbouwinitiatief een passende invulling geeft aan deze kwaliteitscriteria, hoe groter de kans dat het initiatief daarmee een ruimtelijke kwaliteitsimpuls met zich meebrengt. De criteria zijn bewust concreet geformuleerd en grotendeels gebaseerd op door u vastgestelde beleidsdocumenten (denk daarbij bijvoorbeeld aan de Omgevingsvisie Putten 2040, of de Nota Parkeernormen Putten 2024).

4 van 5

Tijdens de eerste twee cycli van de werkwijze hebben echter meerdere fracties aangegeven dat zij (de toepassing van) de kwaliteitscriteria nog onvoldoende duidelijk vinden. Naar aanleiding van deze opmerkingen worden de volgende vragen aan u voorgelegd:

 Is deze onduidelijkheid het gevolg van het werken met deelgebieden waarin het principe ‘ja, mits’ of ‘nee, tenzij’ wordt gehanteerd? Zo ja, zou het helpen om dit principe verder aan te scherpen? Bijvoorbeeld door het deelgebied ‘Wonen in bos’, dat nu onder ‘nee, tenzij’ valt, aan te merken als ‘nee’ waardoor er binnen dit deelgebied geen inbreidingsinitiatieven meer mogelijk zijn.

 Of ligt de onduidelijkheid bij de inhoud van de kwaliteitscriteria zelf? Zo ja, welke criteria zijn volgens u onvoldoende duidelijk of voor meerdere uitleg vatbaar, en moeten volgens u nader verduidelijkt of aangescherpt worden? 5.

Overige (niet benoemde) zaken Vraag: Wat wilt u ons verder nog meegeven?

Vervolgproces De aandachtspunten die u benoemt zullen wij meenemen in het aanpassen en verder optimaliseren van de werkwijze ‘Woningbouw op Maat’. Overeenkomstig artikel 3.4 van de Omgevingswet zijn wij hiervoor het bevoegd gezag. De werkwijze maakt immers onderdeel uit van het programma Wonen, een vrijwillig omgevingsprogramma. Naar verwachting zullen wij medio september 2026 besluiten over de geactualiseerde versie van de werkwijze Woningbouw op Maat. Via een raadsinformatiebrief wordt u op de hoogte gesteld van dit besluit. De eventuele wijzigingen in de werkwijze zullen vervolgens ingaan vanaf de tweede cyclus van dit jaar. Burgemeester en wethouders van Putten,

de secretaris,

de burgemeester,

R. ’t Hoen

H.A. Lambooij

Portefeuillehouder

Bertus Cornelissen

Afdeling

Ruimte, Beleid & Advies

Adviseur

Jens Oolthuis/ Thomas van den Hoorn

Telefoonnummer

0341359633

5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16977265/2