CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

2113573 Raadsvoorstel Huisvestingsverordening 2026

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente PuttenBij agendapunt: Huisvestingsverordening 20261.818 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer

:

2113573

Documentnummer

:

2115063

Datum B&W vergadering

:

11 november 2025

Raadsvoorstel Onderwerp: Huisvestingsverordening 2026 Beslispunten 1.

De ‘Huisvestingsverordening gemeente Putten 2024’ per 1 januari 2026 in te trekken.

2.

De ‘Huisvestingsverordening gemeente Putten 2026’ vast te stellen.

Inleiding In de bijlage ontvangt de raad de eindversie van de nieuwe regionaal afgestemde Huisvestingsverordening voor de Regio Noord-Veluwe. Een Huisvestingsverordening mag voor een periode van maximaal 4 jaar worden vastgesteld. Op dit moment kent de regio een “tijdelijke” Huisvestingsverordening; dat wil zeggen dat de Huisvestingsverordening die in 2024 afliep opnieuw en ongewijzigd is vastgesteld. Geruime tijd is door een werkgroep bestaande uit gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties onder leiding van adviesbureau RIGO gewerkt aan de actualisatie van de Huisvestingsverordening. De opdracht die aan de werkgroep is meegegeven is een nieuwe Huisvestingsverordening die regionaal is afgestemd, die actueel is en die voldoet aan de wettelijke voorschriften met hieraan gekoppeld een aantal uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn dat de huisvestings-verordening: -

regionaal eensluidend is, en regionaal wordt vastgesteld;

-

recht doet aan de opgaven en wordt gedragen;

-

goed uitvoerbaar is en duidelijkheid biedt voor woningzoekenden.

Wat nu voorligt is de eindversie van een nieuwe regionaal afgestemde huisvestingsverordening die in optiek van de werkgroep, het ambtelijk - en bestuurlijk overleg Wonen voldoet aan de vooraf meegegeven opdracht en uitgangspunten. De gemeenteraden zijn ook op diverse momenten betrokken bij de totstandkoming van de versie die nu voorligt. De huisvestingsverordening heeft van 17 juli 2025 tot 28 augustus 2025 ter inzage gelegen. Tijdens de ter-inzage-periode zijn er drie (3) zienswijzen naar voren gebracht.

Beoogd effect Uniforme spelregels voor de verdeling van sociale huurwoningen in de regio NoordVeluwe, waarbij de schaarse huurwoningen op een eerlijke en efficiënte manier onder woningzoekende worden verdeeld. Belangrijke wijzigingen De ontvangen zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van de Huisvestingsverordening. De belangrijkste verschillen ten opzichte van de geldende Huisvestingsverordening zijn urgentieregeling die nu onderdeel uitmaakt van de verordening en een aantal nieuwe mogelijkheden die op basis van een aanpassing van de Huisvestingswet zijn toegevoegd. Dit laatste betreft het toevoegen van regionale maatschappelijke- en/of economische binding voor maximaal 50% van de verleende huisvestingsvergunningen en het kunnen sturen op de toewijzing van nieuwbouw sociale koopwoningen. Belangrijkste wijzigingen: -

Urgentieregeling omvat nu de in de Regiewet genoemde groepen

-

Aanscherpen aanvraagvoorwaarden urgentiecategorie scheiding en relatiebreuk

-

Bindingseisen

-

Nieuwbouw sociale koopwoningen

-

Succesvolle experimenten zijn opgenomen in de verordening -

Urgentieregeling omvat nu de in de Regiewet genoemde groepen

Een belangrijk wijziging in de voorliggende Huisvestingsverordening is de urgentieregeling die nu integraal is opgenomen in de Huisvestingsverordening. De regio werkt al jaren met een urgentieregeling op basis waarvan een aantal groepen urgentie krijgt. Met de aanstaande komst van de wet “Versterking regie volkshuisvesting” (hierna te noemen: Regiewet) wordt een negental groepen op basis van deze wet verplicht urgent en dienen deze groepen opgenomen te zijn in de urgentieregeling. Deze in de voorgenomen Regiewet aangewezen urgente groepen zijn toegevoegd aan de bestaande urgentieregeling waarmee we anticiperen op de komst van de wet. Het aantal urgente groepen neemt hierdoor iets toe, zij het dat een aantal van deze groepen ook al op basis van de huidige urgentieregeling urgentie krijgt. Daarnaast is er de keuze gemaakt om in lijn met de bestaande urgentieregeling de huidige urgente groepen toe te voegen op basis van een eigen regionale keuze. Het gaat om urgentie voor statushouders en urgentie in het geval van herstructurering, het onbewoonbaar worden van de woning, scheiding of relatiebreuk met kinderen, te hoge woonlasten en huiselijk geweld in de thuissituatie. -

Aanscherpen aanvraagvoorwaarden urgentiecategorie scheiding en relatiebreuk

Om het aantal urgentieaanvragen terug te dringen en de werkdruk bij de urgentiecommissie te verlagen – mede gezien het feit dat het merendeel van de aanvragen momenteel wordt afgewezen worden de volgende maatregelen genomen.

2 van 6

De voorwaarden voor het indienen van een urgentieaanvraag worden aangescherpt. Voortaan geldt dat: -

De aanvrager en/of diens partner in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum niet voor hetzelfde woonprobleem een urgentieverklaring heeft verkregen.

-

De aanvraag is voorzien van de reactiehistorie van de woningzoekende. Dit betreft een regio brede reactiehistorie over een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum.

-

De aanvrager en/of diens partner in het jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum geen aanbod van een woning heeft geweigerd.

-

De aanvrager aantoont dat andere huisvestingsmogelijkheden zijn onderzocht, zoals het huren van een kamer of een particuliere huurwoning.

-

In een aantal gevallen sprake moet zijn van economische en/of maatschappelijke binding van de aanvrager aan de woningmarktregio.

Daarnaast willen wij het aanvraagproces digitaliseren waardoor alleen aanvragen die volledig zijn, ingediend kunnen worden, dit scheelt weer tijd voor de urgentiecommissie. Specifiek voor de urgentiecategorie “scheiding en relatiebreuk met kinderen” is het aantal jaren dat men op hetzelfde adres moet hebben samengewoond is verhoogd van 2 naar 3 jaar. Daarnaast wordt de vermogenstoets die nu al wordt gehanteerd door de urgentiecommissie toegevoegd aan uitvoeringsvoorschriften en wordt het toets vermogen verhoogd naar € 100.000. -

Bindingseisen

Nieuw in de voorliggende Huisvestingsverordening is het geven van voorrang aan woningzoekenden met maatschappelijke- en/of economische binding aan de woningmarktregio. Omdat deze vorm van sturing een inbreuk vormt op de vrijheid van vestiging mag de voorrang voor woningzoekenden met binding gelden voor maximaal 50% van het aanbod van de aangewezen categorie woonruimte. Binnen de regio bestaat de wens om van deze vorm van sturing gebruik te maken op regionale schaal omdat de druk op de woningmarkt fors is. Deze vorm van regulering dient te worden afgezet tegen nut en noodzaak. Voor de regio Noord-Veluwe is hierbij gekeken naar de werkelijke verhuisbewegingen in de regio in de verschillende woningmarktsegmenten. De conclusie die hieruit is getrokken, is dat ook zonder vergaande sturing op maatschappelijke- en/of economische binding het overgrote gedeelte van de woningen wordt betrokken door huishoudens afkomstig uit de regio en de gemeente zelf. Nut en noodzaak van vergaande (lokale) binding kan niet worden onderbouwd. Met de komst van de Regie-wet worden de regio’s verplicht om zorg te dragen voor een evenwichtige verdeling van urgent woningzoekenden over de woningmarktregio en om hierover afspraken over te maken.

Dergelijke afspraken bestaan er al, denk hierbij aan de regionale afspraken over toewijzing van woningen aan uitstromers uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen (Centrale Uitgang). Maar ook het regionale afsprakenkader ouderenhuisvesting dat recent is vastgesteld, is hier een voorbeeld van. Daarnaast wordt er nu gewerkt aan het regionale afsprakenkader voor de overige aandachtsgroepen.

3 van 6

In de voorliggende verordening is daarom gekozen voor het verlenen van voorrang aan woningenzoekenden met een maatschappelijke- en/of economische binding aan de woningmarktregio. -

Nieuwbouw sociale koopwoningen (max € 290.000)

Naast het stellen van bindingseisen is sturing in de toewijzing op nieuwbouw sociale koopwoningen toegevoegd aan de verordening. De realisatie van woningen in dit segment (en de instandhouding hiervan) heeft al prioriteit in de regiogemeenten. Het merendeel van de gemeenten stuurt hierop via de ruimtelijke ordening (voorheen de doelgroepenverordening (inmiddels het omgevingsplan). Omdat de wens bestaat om deze met veel inspanning gerealiseerde woningen ook daadwerkelijk aan de doelgroep toe te wijzen, bij voorkeur met maatschappelijke- en/of economische binding, is de woningtoewijzing van dit segment toegevoegd aan de verordening. De doelgroepenverordeningen/ omgevingsplannen van de verschillende gemeenten zijn geanalyseerd en laten zien dat de definities van betaalbare koopwoningen en bijbehorende inkomensgrenzen tussen gemeenten verschillen. Deze verschillen maken het opstellen van een volledig gelijke regionale regeling in de huisvestingsverordening moeilijk. Er is daarom gekozen voor het opnemen van een inhoudelijk gelijke regeling voor alle gemeenten. Binnen deze regeling hanteren de gemeenten hun eigen koopprijsen inkomensgrenzen. Hiermee ontstaan qua werkingsgebied/ reikwijdte zes verschillende regelingen, echter zijn deze wel allemaal gelijk van opzet. Verdere harmonisatie op dit gebied kan t.z.t. vormkrijgen. -

Succesvolle experimenten zijn opgenomen in de verordening

Afgelopen periode is een aantal pilots/experimenten uitgevoerd op basis van het experimenteerartikel uit de Huisvestingsverordening. Deze pilots/experimenten, waaronder de door-stroomvoorrang voor 55- plussers, het passend toewijzen van grote gezinswoningen aan grote gezinnen en het met voorrang toewijzen van starterswoningen aan jongeren, zijn nu opgenomen in de voorliggende huisvestingsverordening. Statushouders en voorrang Buiten de belangrijke wijzigingen is in de voorliggende Huisvestingsverordening ervoor gekozen om statushouders, net als in de huidige regeling, urgentie te blijven verlenen. Deze keuze is gebaseerd op de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de huidige Huisvestingswet en de regionale afspraken die hierover zijn gemaakt. Statushouders hebben een bijzondere positie omdat gemeenten op grond van de wet verantwoordelijk zijn voor hun huisvesting na het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Door hen urgentie te geven, wordt uitvoering gegeven aan deze taak en wordt voorkomen dat zij langdurig in opvangsituaties verblijven. Hoewel de aangekondigde Regiewet mogelijk wijzigingen zal brengen in de wijze waarop urgentie wordt toegekend, is het op dit moment noodzakelijk om de bestaande lijn te handhaven om continuïteit en rechtszekerheid te bieden.

Dit draagt bij aan een evenwichtige verdeling van schaarse woonruimte en sluit aan bij de regionale afspraken over het huisvesten van aandachtsgroepen.

4 van 6

Argumenten 1.1 Een uniforme huisvestingsverordening voor de hele Noord-Veluwe Er bestaat een spanningsveld tussen gemeentelijke autonomie en de wens voor regionale eenduidigheid. De huisvestingverordening is een lokale verordening, die door de gemeenteraad van een individuele gemeente wordt vastgesteld. Tegelijkertijd is het voor de woningzoekenden en woningcorporaties belangrijk dat de systematiek in de regio gelijkluidend blijft. Om met dit spanningsveld om te gaan, is het proces voor het vaststellen van een nieuwe huisvestingsverordening in twee delen geknipt. Het eerste deel bestond uit een raadpleging van de lokale gemeenteraden. Daarin wordt opgehaald wat de eventuele vragen en wensen zijn. Na inventarisatie van alle reacties in de verschillende gemeenten is een definitief huisvestingsverordening opgesteld die in iedere gemeente afzonderlijk in procedure wordt gebracht. 1.2 De nieuwe huisvestingsverordening is het resultaat van een zorgvuldig proces Gedurende het traject van het vormgeven van een nieuwe huisvestingsverordening is veelvuldig gesproken met belanghebbenden en hun wensen en opmerkingen zijn zorgvuldig afgewogen. In de klankbordgroep die bij het proces betrokken was, waren diverse geledingen vertegenwoordigd: woningcorporaties, huurdersbelangenverenigingen, zorginstellingen en de regionale urgentiecommissie.

Op bestuurlijk niveau is ook gesproken met de woningcorporaties. 1.3 Druk op de urgentiecommissie verlagen In de afgelopen jaren is het aantal aanvragen én afwijzingen binnen de urgentiecategorie echtscheidingen en relatiebreuken aanzienlijk toegenomen. Door de voorwaarden aan te scherpen, wordt beoogd de werkdruk te verlagen en de beschikbare capaciteit beter te richten op woningzoekenden die daadwerkelijk in een urgente woonsituatie verkeren. Uitvoering De huisvestingsverordening gemeente Putten 2026 zal, na vaststelling op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd. De woningcorporaties wordt gevraagd om de informatie over de aangepaste richtlijnen urgentie te delen op de website www.hurennoordveluwe.nl Financiële gevolgen Bijlagen 1. Zienswijzennota Huisvestingsverordening 2026 (2123726) 2. Huisvestingsverordening Regio Noord-Veluwe 2026 (2123780)

5 van 6

Commissiebehandeling De commissievergadering is terug te luisteren op https://putten.raadsinformatie.nl/.

Burgemeester en wethouders van Putten, de gemeentesecretaris

de burgemeester

R. ’t Hoen

H.A. Lambooij

Portefeuillehouder

B. Cornelissen

Afdeling

Ruimte Team Beleid en Advies

Behandelend ambtenaar

M.J.M. van de Pol

Telefoonnummer

+31341359777

6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16215975/3