CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

210630 BP Husselsesteeg 22, Putten_Bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Husselsesteeg 2214.370 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Husselsesteeg 22, Putten Gemeente: Putten

Opdrachtgever: Hussel Project B.V

Organisatie

Telefoon

Documentnummer

Lievense Milieu BV

+31 (0)88 910 20 00

SLM011632

Adres

Datum

Versie

Geatano Martinolaan 50

3 juli 2020

NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01

6229 GS Maastricht

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp n.v.t. Ontwerp 20 november 2020 Vastgesteld .. ..... 2020 Onherroepelijk .. ..... 2020 Contactgegevens R. Bouman +31 6 22835288 raymond.bouman@wsp.com

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLM011632

NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01

vastgesteld

Opgesteld door

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

20 november 2020

Geverifieerd door

Functie

Datum

Paraaf

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

20 november 2020

Bijlagen bij de toelichting

3/415 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

4/415 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

SP en BKP Husselsesteeg

6

Bijlage 2

Aanmeldnotitie m.e.r.

37

Bijlage 3

Def. rapport archeologisch onderzoek

50

Bijlage 4

Evaluatieverslag Proefsleuvenonderzoek

77

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

105

Bijlage 6

beoordeling externe veiligheid

178

Bijlage 7

rapport Flora Fauna onderzoek Husselsesteeg 22 Putten

186

Bijlage 8

Aeriusberekening (v2020)

255

Bijlage 9

Nader onderzoek FF Husselsesteeg 22-24 Putten

262

Bijlage 10

Aanvraag ontheffing Wnb beschermde soorten

289

Bijlage 11

Onderzoeksrapport wegverkeerslawaai Husselsesteeg 22

295

Bijlage 12

Aangepast rapport bedrijven en milieuzonering

349

Bijlage 13

Notitie verkeer Husselsesteeg

362

Bijlage 14

Nota van Zienswijzen Husselsesteeg 22

373

5/415 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Bijlage 1 SP en BKP Husselsesteeg

6/415 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Husselsesteeg 22 en 24 te Putten Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitplan Hussel Project B.V., Fam. Scheepsma en SKS Connected B.V. 18 augustus 2020

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Stedenbouwkundig plan

9

3.

Beeldkwaliteit

21

Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Husselsesteeg 22 en 24 te Putten in opdracht van: Hussel Project B.V., Fam. Scheepsma en SKS Connected B.V. 18 augustus 2020 2744-100

2

1. Inleiding

3

Luchtfoto met plancontour (bron: google earth)

4

Boven: uitzicht richting Putten

Onder: recente woningbouw naast de locatie

Uitzicht aan de achterzijde van de locatie over de Handelsweg

1.1 Inleiding

Bestaande woning op Husselsesteeg 24

Hussel Project B.V. wil de camping Hilary op Husselseteeg 22 transformeren tot woningbouw en familie Scheepsma/SKS Connected B.V. wil op basis van het nieuwe Beleidskader Recreatie de recreatiebestemming van Camping Goorzicht op Husselsesteeg 24 opheffen en compenseren met een extra woning. Voor de plantonwikkeling wordt van een gedifferentieerd programma uitgegaan. Het nieuwbouwprogramma bestaat uit 36 woningen in uiteenlopende prijscategorieën en drie vervangende woningen.

De gemeente Putten heeft te kennen gegeven positief te staan tegenover de voorgenomen herontwikkeling. Zij heeft gevraagd om een integraal en samenhangend stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan. Deze documenten kunnen als basis dienen voor een nieuw bestemmingsplan en de te maken afspraken, bijvoorbeeld over de uitbreiding van het openbaar gebied. De eigenaren hebben Vollmer & Partners gevraagd om de planontwikkeling te verzorgen. In het onderliggend document vindt u hiervan het resultaat.

5

De Husselsesteeg

1908

1988

1958

2018



           

6

Verrommelde voormalige recreatieterreinen

1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Husselsesteeg in de gemeente Putten. De locatie is gelegen in het halfopen agrarisch landschap aan de westrand van de Veluwe. Aan deze oude route heeft zich een open lintstructuur ontwikkeld, op de grens tussen een kleine es en drogere zandgrond. Kenmerkend is de kleinschalige kamerstructuur die bestaat uit een gevarieerd lappendeken waarin de percelen afgebakend zijn door lanen, houtwallen en bosschages.

Deze recreatieve voorzieningen passen in de grotere trend van recreatieve ontwikkelingen uit de tweede helft van de vorige eeuw. Zoals op zoveel plaatsen hebben ook deze een opkomst en teloorgang meegemaakt. De laatste jaren maakte het gebied een sterk verrommelde indruk en werd de tijd rijp voor een andere invulling. Bijzonder aan deze locatie is combinatie van een landelijke kwaliteit enerzijds en de centrale ligging anderzijds. De locatie ligt op loopafstand van de dorpskern en zowel het station als de snelweg zijn goed bereikbaar. De locatie maakt onderdeel uit van een waardevol groengebied met een hoge natuurwaarde. Voor de nieuwe woningbouwlocatie is dan ook van belang dat het groene, landschappelijke karakter behouden blijft.

De locatie is gelegen aan de noordzijde van de Husselsesteeg en bestrijkt twee groene kamers. In de oostelijke groene kamer ontwikkelde zich het recreatiepark Hilary. In de westelijke groene kamer ontwikkelde zich het bungalowpark ’t Goorzicht (respectievelijk Husselsesteeg 22 en 24). De eerste had een wat opener structuur, de tweede was meer bosachtig.

7

8

2. Stedenbouwkundig plan

9

Impressie van de groene brink, gekeken in noordelijke richting

2.1 Stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan onderscheidt zich door een sterk landschappelijk karakter. De groene kamerstructuur wordt versterkt door de handhaving en realisatie van groene randen en een ruime open brink. Het plan biedt een samenhangende structuur voor beide locaties in de vorm van een fraai en overzichtelijk landschappelijk casco waarbinnen een breed palet aan woonvormen een plek kan krijgen. Het stedenbouwkundig plan bestaat uit de volgende bouwstenen:  Een ruime groene brink in het hart van het plangebied, de collectieve groenvoorziening van de woonbuurt;  Behoud van de bosstrook aan de noordzijde van de locatie, grenzend aan de Handelsweg;  Handhaving van het boskarakter aan de westzijde van het plangebied,

      

11

behoudens de locaties van de twee te realiseren woningen;; Een heldere ontsluitingsstructuur met een insteek en ontsluitingslus; Parkeren uit het zicht, op eigen erf en in collectieve parkeerkoffers; Dooradering van het gebied met wandelpaden in combinatie met shared space (geen standaard woonstraten); Versterking van de recreatieve padenstructuur met de realisatie van een wandelpad van de Husselsesteeg naar de Handelsweg; Een breed palet aan woningen met sociale, betaalbare en dure koop; Een landelijke bouwstijl met een geringe nok- en bouwhoogte; Veel zorg voor duurzaamheid, landschap, klimaatadaptie en natuurinclusief ontwikkelen.

Aanzicht vanaf de noordzijde

12

"  +

"  <

$!* "           '' '        met veel ruimte voor groen en de gedeeltelijke toepassing van shared space, met name aan de noordzijde. Aan de zuidzijde en in het hart van de woonbuurt zijn daarnaast diverse voetpaden voorzien. De doorsteek naar de Handelsweg is voorzien van rammelstroken zodat deze gebruikt kan worden door calamiteitenverkeer. In de maatvoering sluiten parkeerplaatsen, paden en wegen aan op datgene dat gevraagd is volgens de landelijke normen en de vereisten van de gemeente voor de inrichting van het openbaar gebied.

19

20

3. Beeldkwaliteit

21

3.1 Landelijk bouwen De woningbouw krijgt een landelijk karakter. De architectuur is geïnspireerd op de agrarische schuren in de omgeving. Deze heeft de volgende kenmerken: - Sprekende kappen waarbij de dakvorm benadrukt wordt door een eenduidige vorm, heldere contourlijn van overstekken; - Dakkapellen worden zo toegepast dat het dakvlak aan weerszijden voldoende maat blijft houden; minimaal1,5 m; - Aan de straatzijde is de kap beeldbepalend, dakkappelen bevinden zich met name aan de tuinzijde van de woning; - Kopwoningen van de rijen oriënteren zich op de kopzijde naar het groen; - Aan de brinkzijde zijn de kopwoningen van de rijen voorzien van veranda’s, afgeschermd met hagen;

- De buitenruimtes van de XS-woningen zijn meeontworpen in de vorm van een veranda en een direct aan de woning grenzend terras; - Garages en bijgebouwen worden meeontworpen met de woning, deze krijgen of een zelfde kap als het hoofdvolume of een plat dak.

22

Veranda’s, op- en bijgebouwen

Impressie en referentiebeeld nieuwbouwplan

3.2 Nieuwbouw Husselsesteeg 24 Materialen en kleuren - Daken worden uitgevoerd in keramische, antraciete pannen; - Witte accenten benadrukken de kapvorm en/of bijzondere elementen als een veranda of brede dakkapel; - Gebouwen worden zo ontworpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur krijgen door middel van hergebruik of herbestemming; - Mooie veroudering van de materialen is hierbij een uitgangspunt; - Gevels worden uitgevoerd in natuurlijke, niet-glimmende materialen (bij voorkeur donkere houten delen); - Het basis kleurenpalet is antraciet-zwart, aangevuld met geveldelen in licht- tot roodbruin (bijvoorbeeld in baksteen of in hout).

Voor de vervangende nieuwbouw van Husselsesteeg 24 is het woningontwerp reeds in een vergevorderd stadium. Het sluit goed aan bij de architectuur van de rest van het plan door de toepassing van een markante kap met overstekken en zwarte houten delen. Er wordt een rieten kap toegepast, dat geelgrijs bij eerste aanleg, maar op den duur warmgrijs zal kleuren en zo goed zal passen bij de overige daken. Er zijn ook witte geveldelen voorzien als accent in de gevelcompositie.

23

Mantel & zoomvegetatie

Inrichting groene brink

Collectieve moestuin

3.4 Landschappelijk woonmilieu Het woongebied krijgt een zeer groene uitstraling. Dit is met name aan: - De solide groenstructuren aan de randen van de kavels in de vorm van bestaande bossen, lanen en houtwallen; - De grote centrale open ruimte in het hart van het woongebied; - De groene dooradering van het woongebied met veel bomen, heestervakken en een collectieve moestuin; - De toepassing van hagen als erfafscheiding en als landschappelijke kader rond de parkeerplaatsen.

Het woongebied is natuurvriendelijk. Dit uit zich onder andere in: = ?     @       J - De aanplant van streekeigen beplanting en bomen; - De verrijking van de natuurwaarde door de toepassing van bloeiende en vruchtdragende beplanting, door de realisatie van mantel- en zoomvegetatie en door de toepassing van bloemenweides; - Ruimte tussen XS-woningen krijgt een invulling met een nader te bepalen event, bijvoorbeeld een collectieve moestuin; - De toepassing van natuurlijke elementen, speeltoestellen en meubilair in de buitenruimte.

24

Natuurlijk spelen

Hagen als erfafscheiding en rond parkeerplaatsen

3.5 Groene hagen

3.6 Natuurlijk spelen

De erfafscheidingen worden consequent groen uitgewerkt. Hagen worden toegepast op de erfgrenzen en in de openbare ruimte. Dit draagt niet alleen bij aan de groene uitstraling van de woonbuurt, maar voorkomt ook parkeren op plekken waar het niet de bedoeling is. - Rondom de veranda’s en de moestuin worden natuurlijke afscheidingen gemaakt met hagen. - Daar waar voor- of zijtuinen grenzen aan de openbare ruimte wordt een groene afscheiding gemaakt door toepassing van hagen; - Op ruimtelijk kwetsbare plekken wordt een reeds volgroeide haag aangebracht (bijvoorbeeld zijtuinen aan de openbare weg); - De grote parkeerconcentraties worden ingebed met hagen.

Centraal in het plan ligt een groene brink natuurlijke speelgelegenheid. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: - Het groene pleintje bestaat uit een grasvlak met enkele solitairen dat zo is uitgewerkt dat het uitnodigt tot spelen en verblijven; - Speelgelegenheid wordt geïntegreerd in het groen en aan de rand van de wadi; - De nadruk ligt op het bieden van speel- en ontdekmogelijkheden; - De speelvoorzieningen zijn in natuurlijk hout uitgevoerd.

25

Smalle rijbaan en groenen bermen

Leempaden

\ 

3.7 Verhardingen

+!] \ 

De paden en wegen zijn terughoudend vormgegeven en zo smal mogelijk gehouden. Daardoor komt het groene karakter het beste tot zijn recht. Voor de verhardingen gelden de volgende uitgangspunten: = ?      '   Q  Y       J - Wegen wateren af op de berm en op de wadi. - Parkeervakken worden uitgevoerd in halfverharding of graskeien zodat      J - De parkeervakken worden met hagen of groen omzoomd; - Looppaden worden waar mogelijk uitgevoerd als leempaden; - Bomen en parkeervakken wisselen elkaar af waardoor een groen beeld gerealiseerd wordt.

?           ! [     worden wadi’s gerealiseerd waar het hemelwater op wordt afgekoppeld. De paden en wegen wateren af op de berm. De parkeerplaatsen hebben een      !

26

Geïntegreerde zonnepanelen en units

Seizoensbeleving

Biodiversiteit

Toepassing van duurzame materialen

3.9 Natuurinclusief

3.10 Duurzaamheid

Bij de inrichting van het landschap wordt op verschillende manieren de biodiversiteit bevorderd. Zo wordt mantel-en zoomvegetatie toegepast bij de overgang naar bosranden, wordt inheemse en soortenrijke beplanting toegepast en houdt het maai- en snoeibeleid nadrukkelijk rekening met natuurwaarden. Inrichtingselementen zijn duurzaam en eenduidig. Snoeihout wordt toegepast op eigen terrein, bijvoorbeeld voor erfafscheiding, wegafzetting en spelen.

Bij de ontwikkeling staat duurzaamheid in een hoog vaandel. Voor de beeldkwaliteit is met name van belang: - Gebouwen worden zo ontworpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur krijgen door middel van hergebruik of herbestemming; - Voorzieningen als zonnecollectoren en units voor warmtepompen worden in het gebouwontwerp geïntegreerd; - Alle woningen worden gasloos uitgevoerd en voldoen aan BENG (Bijna energieneutraal Gebouw).

De groene bermen en grasvlakken worden uitgevoerd als bloemenweides. Door toepassing van een bloemenrijk grasmengsel en een extensief  Q         Y  ^'! ? wordt verder versterkt door het aanbrengen van insectenhotels en nestkasten.

27

Blik op de centrale brink richting het oosten (boven) en richting de Husselsesteeg (onder)

28

Impressie plangebied vanaf het zuidoosten

29

adres Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon 033 285 1685 e-mail info@vp.nl website www.vp.nl

Bijlage 2 Aanmeldnotitie m.e.r.

37/415 - vastgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

AANMELDNOTITIE M.E.R. HUSSELSESTEEG 22 TE PUTTEN

aanmeldnotitie m.e.r. Husselsesteeg 22 te Putten Opdrachtgever

Hussel Project Husselsesteeg 32 3881 LW Putten

Rapportnummer Versienummer

11623.004 D2

Status

Eindrapportage

Datum

24 juni 2020

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

ing. M. de Loos

Paraaf

Kwaliteitscontrole

R.M.P. Bouten, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ................................................................................................. 2

3

KENMERKEN VAN HET PROJECT ........................................................................................... 3 3.1 3.2 3.3

4

KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT ...................................................................... 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

5

Locatie .............................................................................................................................. 3 Omvang ............................................................................................................................ 3 Cumulatie andere projecten ............................................................................................. 4

Archeologie ....................................................................................................................... 4 Bodem .............................................................................................................................. 5 Water ................................................................................................................................ 5 Ecologie ............................................................................................................................ 5 Stikstofdepositie................................................................................................................ 6 Milieuzonering................................................................................................................... 6 Geluid ............................................................................................................................... 6 Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 6 Geurhinder ........................................................................................................................ 7 Externe veiligheid ............................................................................................................. 7

CONCLUSIE ............................................................................................................................... 7

11623.004

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Hussel Project opdracht gekregen voor het opstellen van een aanmeldnotitie m.e.r. ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging aan de Husselsesteeg 22 te Putten. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en het gebied te herontwikkelen. Er zullen 36 woningen gerealiseerd worden. In figuur 1 is een globale situering van het plan weergegeven.

Figuur 1.

Situering plangebied

In deze notitie wordt beschreven of er mogelijk sprake is van nadelige milieugevolgen in de omgeving door de realisatie van het plan. Effecten van activiteiten in de omgeving van het plan op de te realiseren bestemming worden onderzocht in de daartoe bedoelde onderzoeken, en worden in deze notitie niet nader toegelicht.

Rapport 11623.004 versie D2

Pagina 1 van 7

2

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om negatieve milieueffecten van activiteiten bij plannen en besluiten af te wegen. De verplichting voor het opstellen van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. zijn respectievelijk activiteiten vastgelegd welke direct m.e.r-plichtig zijn en voor welke een m.e.r-beoordeling verricht dient te worden. Hierbij zijn in kolom 2 (gevallen) indicatieve drempelwaarden opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van woningen. De ontwikkeling is onder te brengen onder onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: D11.2. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De drempelwaarde voor dergelijke activiteiten wordt gegeven in kolom 2: in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: - een oppervlakte van 100 hectare of meer; - een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; - een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit ver beneden de drempelwaarde blijft. Activiteiten die de drempelwaarden van onderdeel D niet overschrijden, dienen eveneens te worden onderworpen aan een m.e.r.-beoordeling.

Voor activiteiten die de drempelwaarden niet overschrijden, zijn desalniettemin geen vormvereisten van toepassing en is derhalve sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op basis van de vormvrije m.e.r. wordt beoordeeld of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Er dient aandacht te worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Deze vormvrije m.e.r. dient aan het bevoegd gezag te worden aangeboden in de vorm van een aanmeldnotitie. In deze aanmeldnotitie m.e.r. is informatie opgenomen op basis waarvan bepaald kan worden of al dan niet de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Daarbij zal worden aangesloten bij de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese richtlijn 1.

1 https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/procedurehandleiding/procedurele-0/beslissing/bijlage-iii-eu/

Rapport 11623.004 versie D2

Pagina 2 van 7

3

KENMERKEN VAN HET PROJECT

3.1 Locatie Het project betreft een bestemmingsplanwijziging van de percelen aan de Husselsesteeg 22 te Putten. Het gaat om de percelen sectie C, nummers 8375 (ged.), 9732 en 10643. Het plangebied is gelegen ten noordwesten van de kern Putten. In noordwestelijke richting is het bedrijventerrein Keizerswoert gelegen. Het gebied ten oosten en noordoosten van het plangebied is natuurgebied. In figuur 2 is de gewenste toekomstige indeling van het gebied weergegeven.

Figuur 2.

Voorgenomen ontwikkeling

Omdat de locatie reeds bebouwd is en gebruikt wordt voor recreatiedoeleinden, kent deze verder geen bijzondere landschappelijke of natuurlijke waarden. Daarnaast zijn er geen specifieke aandachtspunten ten aanzien van aanwezige natuurlijke hulpbronnen of milieugevoeligheid. 3.2 Omvang De huidige bestemming ‘verblijfsrecreatie’ wordt gewijzigd in bestemming ‘wonen’. Het totale oppervlak van het te ontwikkelen plan is circa 1,7 hectare. Met uitzondering van het noordelijk bebouwd lint zullen de recreatiewoningen worden gesloopt en vervangen door “tiny houses”. Door de vormgeving van het plan zal het passen binnen het bestaande karakter van de omgeving. Voor de aanleg van het plan zullen natuurlijke hulpbronnen in de vorm van reguliere bouwmaterialen worden gebruikt. Hinder ten gevolge van de (tijdelijke) aanlegfase, betreffende inzet van bouwmateriaal en mobiele werktuigen, zal tot een minimum beperkt worden. Tijdens het toekomstige gebruik van de panden zullen er, naast het reguliere huishoudelijke afval, geen noemenswaardige milieubelastende afvalstoffen worden geproduceerd. Het risico op zware ongevallen en/of rampen alsmede het risico voor schadelijke effecten op de menselijke gezondheid zal niet verhogen met de realisatie van het plan.

Rapport 11623.004 versie D2

Pagina 3 van 7

3.3 Cumulatie andere projecten Voor zover bekend zijn er in de directe omgeving van het plan geen ontwikkelingen welke voor een onevenredige cumulatie van negatieve milieueffecten zullen zorgen.

4

KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

In dit hoofdstuk zullen de nadelige gevolgen van het plan op de verschillende milieuaspecten inzichtelijk worden gemaakt. Centraal staat het effect van de realisatie van het plan op de omgeving. Het effect van aanwezige invloeden op het toekomstig plan is onderwerp van andere onderzoeken. 4.1 Archeologie Uit een reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek 2 is gebleken dat in het zuiden van het plangebied sandr-afzettingen op 8,9 m NAP of lager aanwezig zijn. In dit deel is geen cultuurlaag of BC-horizont aangetroffen en hier is de bodem tot in de C-horizont verstoord. In het noorden van het plangebied liggen de sandr-afzettingen op 9,0 m NAP of hoger. In de delen waar deze afzettingen op 9,2 m NAP of hoger liggen, is een cultuurlaag aangetroffen met hierin in een deel van de boringen houtskoolspikkels en in boring 17 enkele fragmenten handgevormd aardewerk (vermoedelijk te dateren in Brons- of IJzertijd). In de boringen waar deze laag niet is aangetroffen is de bodem verstoord tot in de sandrafzettingen. Bovendien is alleen een BC-horizont aangetroffen op de locaties waar de sandrafzettingen hoger dan 9,4 m NAP liggen. Geconcludeerd kan worden dat het oorspronkelijke sporenniveau (top van de C-horizont) op circa 9,2 tot 9,5 m NAP gelegen heeft en het vondstniveau (cultuurlaag) op 9,3 à 9,8 m NAP.

In de zones waar de sandr-afzettingen nu dieper dan 9,2 m NAP liggen, is de top van het sporenniveau door recente verstoringen verloren gegaan. In het zuiden van het plangebied, waar de sandr-afzettingen op 8,9 m NAP en lager liggen, zijn archeologische sporen (uitgezonderd zeer diepe sporen) vermoedelijk reeds geheel verloren gegaan. In de overige delen zijn deze vermoedelijk nog (deels) intact gebleven. Het aantreffen van handgevormd aardewerk en houtskool duidt bovendien op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied. Gezien deze conclusie wordt voor het grootste deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit betreft de zone waar de sandr-afzettingen zich op 9,0 m NAP of hoger bevinden (noordelijk deel plangebied). In dit stadium is de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. In het zuidelijke deel van het plangebied, waar de sandr-afzettingen zich op 8,9 m NAP of lager bevinden, wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Indien de voorgeschreven adviezen worden gevolgd, zal de realisatie van het plan geen schadelijke gevolgen met betrekking tot de archeologie veroorzaken.

2 Rapport PM 11623.003 versie PM d.d. PM

Rapport 11623.004 versie D2

Pagina 4 van 7

4.2 Bodem De gehele planlocatie is geheel verkennend onderzocht conform NEN 5740, volgens de strategie “onverdacht” (project 19KL012, Klijn bodemonderzoek, 5 februari 2019). Het onderzoek is voldoende actueel (één jaar oud). Bij het verkennend bodemonderzoek zijn in de bovengrond (0-0,5 m -mv, zijnde de contactzone) lokaal lichte verontreinigingen met minerale olie en PAK aangetoond. Dergelijke lichte verontreinigingen zijn op basis van het jarenlange antropogene gebruik ontstaan en zijn niet ongebruikelijk. Het grondwater is lokaal licht verontreinigd met barium, naar alle waarschijnlijkheid een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Lokaal is het grondwater licht verontreinigd met naftaleen en tetrachlooretheen. De bron van deze verontreiniging is niet bekend, maar de mate van verontreiniging vormt geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. De aanwezigheid van de genoemde verontreinigingen vormt geen risico voor het huidige (en beoogde gebruik). Op basis van de resultaten werd gesteld dat er geen milieuhygiënische belemmering bestaat voor de beoogde bouwactiviteiten op het perceel, en daarmee het gebruik voor woondoeleinden. Deze conclusie kan worden onderschreven. De geplande activiteiten kunnen, met het oog op invloed op de kwaliteit van de bodem, als “onverdacht” worden beschouwd.

Er bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat de bouwactiviteiten zelf en het toekomstige gebruik de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (en de omgeving) zullen verslechteren. 4.3 Water De planlocatie bevindt zicht niet in de nabijheid van (primaire) waterkeringen, oppervlaktewateren of andere waterlopen/-bergingen. Met de realisatie van het plan zal de hoeveelheid verhard oppervlakte niet toenemen ten opzichte van de huidige invulling. Het afvoerende oppervlak zal daarentegen afnemen. In tegenstelling tot de bestaande bebouwing worden de nieuwbouwwoningen tevens aangesloten op een gescheiden rioolstelsel. Wanneer de afvoer- en bergingscapaciteit van het watersysteem echter volledig benut zijn, kunnen bij extreme neerslag de waterpeilen stijgen tot boven het maaiveld. De lager gelegen delen van de planlocatie kunnen hiermee onder water komen te liggen. De gemeente heeft derhalve geadviseerd om de vloerpeilen bij bebouwing ten minste 10 cm hoger te plaatsen dan de openbare ruimte ter plaatse van de perceelgrens (T-hoogte). Zo wordt de kans op inpandige schade zo veel mogelijk beperkt. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.

4.4 Ecologie Op de planlocatie zijn recreatiewoningen aanwezig die gesloopt zullen worden. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen in de bebouwing is niet op voorhand uit te sluiten. Tevens is er in de directe omgeving van de planlocatie zowel stedelijk gebied als agrarisch en natuurlijk landschap aanwezig. Hierdoor is de aanwezigheid van verscheidene soort(groep)en binnen de planlocatie niet op voorhand uit te sluiten. Negatieve effecten als gevolg van sloopwerkzaamheden, en eventuele kapen graafwerkzaamheden in het kader van het bouwrijp maken van de planlocatie, lijden mogelijk tot verstoring en/of doden van individuen en/of beschadiging van hun vaste rust- of verblijfplaatsen. De planlocatie is gelegen buiten de vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. De aanwezige bomen vallen daardoor onder de Wet natuurbescherming. Voor eventuele kapwerkzaamheden geldt, afhankelijk van de oppervlakte van de te kappen bomen of het aantal te kappen bomen, daarom meldings- en herplantplicht.

Rapport 11623.004 versie D2

Pagina 5 van 7

In maart 2020 is door Groenewold een quickscan flora & fauna uitgevoerd3. Er zijn op het terrein geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen. Nader onderzoek naar de de bezetting van nesten door huismussen en vleermuizen wordt geadviseerd. Afhankelijk van de uitkomsten van het nader onderzoek is een ontheffing Wet natuurbescherming soorten noodzakelijk. Bij aanvang van werkzaamheden in het broedseizoen wordt vanuit de zorgplicht geadviseerd om nogmaals te controleren op verblijfplaatsen. De planlocatie is gelegen in de nabijheid van een natuurgebied. Circa 1,5 km ten oosten van de planlocatie bevindt zich Natura 2000-gebied de Veluwe. Tevens wordt de planlocatie aan de noord-, oosten zuidzijde omgrensd door natuurgebieden behorend tot het Gelders Natuurnetwerk en/of de Groene Ontwikkelingszone. Het plan heeft geen negatieve effecten op beschermde habitats en soorten. 4.5 Stikstofdepositie Met de realisatie van het plan zullen de emissies ten gevolge van de voormalige recreatiewoningen komen te vervallen. Relevante emissies ten gevolge van de recreatiewoningen werden veroorzaakt door de verbranding van aardgas en het bestemmingsverkeer. De nieuwe woningen (tiny houses) zullen niet worden aangesloten op het aardgasdistributienetwerk. Relevante emissies met betrekking tot stikstofdepositie zal uitsluitend plaatsvinden ten gevolge van het bestemmingsverkeer.

Uit een Aeriusberekening3 op basis van de voertuigbewegingen conform de CROW is er geen stikstofdepositie berekend hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Ook de aanlegfase is in beeld gebracht en geeft geen depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. 4.6 Milieuzonering Bij de invulling van het plan moet rekening worden gehouden met de richtafstanden uit de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Gezien het feit dat in de omgeving van het plan zowel woningen als bedrijven zijn gevestigd, dient voor de richtafstanden te worden uitgegaan van een ‘gemengd gebied’. De bedrijfsmatige bestemming binnen het plangebied komt te vervallen en vormt niet langer een potentiële belemmering naar de omgeving. Ten noordwesten van het plangebied is bedrijventerrein Keizerswoert gelegen, waar bedrijven tot milieucategorie 4.2 worden gevestigd. Onder overgangsrecht is bovendien 1 inrichting in categorie 5.1 aanwezig. Op basis van beschikbare informatie 4 wordt gesteld dat de realisatie van het plan geen belemmering vormt voor de activiteiten van bestaande of planologisch mogelijke inrichtingen. 4.7 Geluid De voorgenomen herbestemming heeft geen significant effect op de omgeving. Bestemmingsverkeer ten behoeve van woningen is lager dan bestemmingsverkeer naar recreatiewoningen.

Door de (lichte) afname in voertuigbewegingen zal de geluidsbelasting als gevolg van de Husselsesteeg en aansluitende wegen in beperkte mate lager zijn dan in de bestaande situatie. 4.8 Luchtkwaliteit Met het plan worden in totaal 36 woningen mogelijk gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling behoort tot de in de Regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ genoemde categorie ‘Kantoorlocaties en woningbouwlocaties’. Conform voorschrift 3A.2 (Woningbouwlocaties) dragen woningbouwlocaties 3 Groenewold, quickscan natuur Husselsesteeg 22 Putten d.d. 31 maart 2020, dossier 2019-135 versie Mrt.20-v2 4 Econsultancy, quickscan Bedrijven en milieuzonering, versie D2, 24 juni 2020, rapportnummer 11623.005.

Rapport 11623.004 versie D2

Pagina 6 van 7

met één of twee ontsluitingswegen en respectievelijk 1.500 en 3.000 nieuwe woningen niet in betekenende mate bij. Pas bij 1.500 woningen met 1 ontsluitingsweg is sprake van een relevante bijdrage aan de luchtkwaliteit. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Er is tevens geen sprake van een (dreigende) normoverschrijding van luchtverontreinigende stoffen ter plekke van nabijgelegen wegen met hoge verkeersintensiteiten rondom het plangebied5. Geconcludeerd wordt de luchtkwaliteit met de realisatie van het plan niet zal verslechteren en er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. 4.9 Geurhinder Met de realisatie van woningen wordt geen geuroverlast voorzien. De omgeving zal met betrekking tot het aspect geur geen hinder ervaren met de doorgang van het plan. 4.10 Externe veiligheid Het plan voorziet niet in de realisatie van risicovolle bronnen volgens de Besluiten inrichtingen, transport en buisleidingen externe veiligheid. Nader onderzoek naar externe veiligheid ter plaatse van (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving van het plangebied als gevolg van activiteiten binnen het plangebied is niet noodzakelijk.

5

CONCLUSIE

Uit deze aanmeldnotitie m.e.r. blijkt dat er met de realisatie van het plan geen belangrijke negatieve effecten worden voorzien op de omgeving. Gelet op de schaal van de ontwikkeling, alsmede de huidige invulling van de locatie worden er geen nadelige milieueffecten verwacht. Het doorlopen van een m.e.r. procedure en/of formele m.e.r. beoordelingsprocedure wordt niet noodzakelijk geacht. Het bevoegd gezag wordt geadviseerd een m.e.r. beoordelingsbesluit te nemen waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure.

Econsultancy Zwolle, 24 juni 2020 5 Bron: https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/#

Rapport 11623.004 versie D2

Pagina 7 van 7

Bijlage 3 Def. rapport archeologisch onderzoek

50/415 - vastgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

ARCHEOLOGISCH VERKENNEND EN KARTEREND BOORONDERZOEK HUSSELSESTEEG 22 EN 24 TE PUTTEN GEMEENTE PUTTEN

archeologisch verkennend en karterend booronderzoek Husselsesteeg 22 en 24 te Putten Opdrachtgever

Husselsesteeg 22: Hussel Project Husselsesteeg 32 3991 LW Putten Husselsesteeg 24: SKS Connected BV Dorpsstraat 92 3751 ES Bunschoten

Rapportnummer

11623.003

Versienummer1

2

Datum

12 juni 2020

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

drs. J. Holl

Paraaf

Kwaliteitscontrole

drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

11623.003

Toponiem

Husselsesteeg 22 en 24

Opdrachtgever

Hussel Project & SKS Connected BV / SKS Connected BV

Gemeente

Putten

Plaats

Putten

Provincie

Gelderland

Kadastrale gegevens

Husselsesteeg 22: Putten, sectie C, nummers 8375, 9732, 10642 en 10643 Husselsesteeg 24: Putten, sectie C, nummers 11124, 11647, 11687 en 11688

Omvang plangebied

Husselsesteeg 22: 1,7 ha Husselsesteeg 24: 0,8 ha

Kaartblad

26 G (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

Husselsesteeg 22: 168.865 / 475.370 Husselsesteeg 24: 168.780 / 475.360

Bevoegde overheid

Gemeente Putten Postbus 400 3880 AK Putten

T. 0341 – 359611 E. info@putten.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Samenwerkingsverband Noord-Veluwe Postbus 400 3880 AK Putten

Drs. M. Wispelwey (regio-archeoloog Noord-Veluwe) T. 0341-359640 / 06-12233533 E. mwispelwey@putten.nl

ARCHIS3

4777408100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Archeoregio NOaA

Utrechts-Gelders zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Zwolle/ Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

Uitvoerder

Econsultancy, drs. J. Holl

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Hussel Project & SKS Connected BV een archeologisch verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Husselsesteeg 22 en 24 te Putten in de gemeente Putten. De initiatiefnemers hebben het plan woningbouw te realiseren. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de gespecificeerde verwachting werden in het plangebied resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum verwacht. Deze resten werden verwacht in de top van de sandr-afzettingen of (indien aanwezig) dekzandafzettingen), eventueel afgedekt met een plaggendek. Direct ten westen van het plangebied is tijdens proefsleuvenonderzoek een historisch erf uit de IJzertijd aangetroffen. In het plangebied worden daarom vooral archeologische resten uit de periode IJzertijd – Nieuwe tijd verwacht, maar oudere resten kunnen ook voorkomen. Resultaten booronderzoek Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de natuurlijke ondergrond uit sandr-afzettingen bestaat (matig grof, grindhoudend, zwak siltig zand). De top van deze afzettingen bevindt zich op een diepte variërend tussen overwegend 0,4 en 1,1 m -mv (8,9 à 9,9 m NAP). In de delen waar deze afzettingen hoger dan 9,4 m NAP liggen, is vaak een lichtbruine BC-horizont aanwezig. In de overige delen is alleen een C-horizont aangetroffen.

In een deel van de boringen is een 10 à 20 cm dikke, grijsbruine laag aangetroffen, die vermoedelijk een cultuurlaag betreft. Een dergelijke laag is ook aangetroffen tijdens de onderzoeken direct ten westen van het plangebied. De top van de cultuurlaag bevindt zich op 0,4 à 0,7 m -mv (9,3 à 9,8 m NAP). In een deel van de boringen bevat deze laag houtskoolspikkels en in boring 17 zijn enkele fragmenten handgevormd, kwartsgemagerd aardewerk aangetroffen, met een vermoede datering in de Brons- of IJzertijd. In de boringen 17 en 29 is boven de vermoede cultuurlaag een pakket donkergrijs zand aangetroffen met sporen van houtskool. Dit betreft vermoedelijk een plaggendek. Boven de reeds beschreven afzettingen bevinden zich in bijna alle boringen lagen bruingrijs tot donkergrijs, vlekkerig zand, vaak met puinresten. Dit betreffen verstoorde lagen. Conclusie Op basis van het booronderzoek is een duidelijk onderscheid te maken tussen het zuiden en het noorden van het plangebied. In het zuidelijke deel (en in de meest noordwestelijke boring) liggen de sandr-afzettingen op 8,9 m NAP of lager. In dit deel is geen cultuurlaag en geen BC-horizont aangetroffen en hier is de bodem verstoord tot in de C-horizont. In een zone in het noorden van het plangebied liggen de sandr-afzettingen op 9,0 m NAP of hoger.

De cultuurlaag is aangetroffen in de delen waar de sandr-afzettingen op 9,2 m NAP of hoger liggen. In de boringen waar deze laag niet is aangetroffen is de bodem verstoord tot in de sandr-afzettingen. Bovendien is alleen een (10 à 20 cm dikke) BC-horizont aangetroffen op de locaties waar de sandr-afzettingen hoger dan 9,4 m NAP liggen. Geconcludeerd kan worden dat het oorspronkelijke sporenniveau (top van de C-horizont) op circa 9,2 tot 9,5 m NAP gelegen heeft en het vondstniveau (cultuurlaag) op 9,3 à 9,8 m NAP. In de zones waar de sandr-afzettingen nu dieper dan 9,2 m NAP liggen, is de top van het sporenniveau door recente verstoringen verloren gegaan. In het zuiden van het plangebied, waar de sandr-afzettingen op 8,9 m NAP en lager liggen, zijn archeologische sporen (uitgezonderd zeer diepe sporen) vermoedelijk reeds geheel verloren gegaan. In de overige delen zijn deze vermoedelijk nog (deels) intact gebleven. Het

Rapport 11623.003 versie 2

aantreffen van handgevormd aardewerk en houtskool duidt bovendien op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied. Advies Gezien deze conclusie wordt voor het grootste deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit betreft de zone waar de sandr-afzettingen zich op 9,0 m NAP of hoger bevinden (noordelijk deel plangebied). Hoewel de sandr-afzettingen in de meest noordwestelijke boring 6 op 8,9 m NAP gelegen zijn, wordt aanbevolen om, aangezien het hier om een geïsoleerde boring gaat, ook hier een vervolgonderzoek uit te voeren. In dit stadium is de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. In het zuidelijke deel van het plangebied, waar de sandr-afzettingen zich op 8,9 m NAP of lager bevinden, wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Mochten tijdens de graafwerkzaamheden in het vrijgegeven deel van het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2).

2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 11623.003 versie 2

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1 1.1

Resultaten vooronderzoeken ............................................................................................ 1

2

GESPECIFICEERDE VERWACHTING...................................................................................... 2

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ................................................................................ 3 3.1 3.2 3.3

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 3 Methoden .......................................................................................................................... 3 Resultaten ......................................................................................................................... 3

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 5

LITERATUUR ........................................................................................................................................ 7 BRONNEN ............................................................................................................................................ 8

Rapport 11623.003 versie 2

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied, met Archis onderzoeksmeldingen Luchtfoto van het plangebied Boorpuntenkaart met verstoringsdieptes Landschappelijke resultaten van het booronderzoek, met NAP-hoogtes sandr-afzettingen Archeologische resultaten van het booronderzoek Advieskaart

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Boorstaten

Rapport 11623.003 versie 2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Hussel Project & SKS Connected BV een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Husselsesteeg 22 en 24 te Putten in de gemeente Putten (zie figuur 1, 2 en 3). De initiatiefnemers hebben het plan woningbouw te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende en karterende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 0). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in maart 2020 door drs. J. Holl (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog). 1.1

Resultaten vooronderzoeken

In 2019 is voor het plangebied een archeologische quickscan opgesteld. 3 Hierin is vastgesteld dat de Husselsesteeg een oude verbindingsweg vormt, die al in de 8e eeuw aanwezig was. In de omgeving zijn boerenerven vanaf de Vroege-Middeleeuwen te verwachten. Ook in vroegere perioden was bewoning, zoals blijkt uit het aantreffen van sporen van een boerenerf uit de IJzertijd, aan de Husselsesteeg 26, direct ten westen van het plangebied. Tijdens booronderzoek direct ten westen van het plangebied (zie figuur 2)4 is in het noordwesten van het onderzoeksgebied een tot 80 à 100 cm -mv verstoorde bodem aangetroffen en voor dit deel geldt een lage verwachting. In het resterende deel is een cultuurlaag/akkerlaag vanaf 15 à 45 cm -mv aangetroffen, met hierin keramiek uit de periode Vroege-Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Deze laag hangt waarschijnlijk samen met het ten noorden gelegen historische erf Keizerswoert/Keizersweerd. De cultuurlaag heeft zich gevormd in een dekzandpakket. Naar aanleiding van dit booronderzoek is een proefsleuvenonderzoek 5 uitgevoerd, met doorstart naar opgraving van de bouwblokken. Hierbij zijn meerdere gebouwstructuren herkend, namelijk twee spiekers en een huisplattegrond. Op basis van aardewerk in de paalkuilen zijn de structuren gedateerd in de Vroege- en/of Midden-IJzertijd.

De bodem bestaat uit een recente bovenlaag, hieronder een bouwvoor en hieronder een oude akkerlaag/bouwlanddek. Hieronder bevinden zich sandr-afzettingen, bestaande uit lichtgeel, matig fijn zand met grind.

3 Wispelwey, 2019. 4 Rap, 2018. 5 Pels-Ouweneel, 2018.

Rapport 11623.003 versie 2

Pagina 1 van 8

2

GESPECIFICEERDE VERWACHTING

Op basis van de reeds uitgevoerde onderzoeken is de volgende verwachting opgesteld: Op basis van de uitgevoerde onderzoeken direct ten westen van het plangebied ligt het plangebied vermoedelijk op sandr-afzettingen. Mogelijk zijn deze in een deel van het plangebied afgedekt met een dekzandpakket, gezien de ligging op een gordeldekzandglooiing volgens de geomorfologische kaart. Voor dergelijke landschappelijke eenheden geldt over het algemeen een hoge archeologische verwachting voor alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Bovendien ligt het plangebied langs een oude weg (Husselsesteeg) die al in de 8e eeuw aanwezig was. Direct ten westen van het plangebied is tijdens proefsleuvenonderzoek een historisch erf uit de IJzertijd aangetroffen. In het plangebied worden daarom vooral archeologische resten uit de periode IJzertijd – Nieuwe tijd verwacht, maar oudere resten kunnen ook voorkomen. Archeologische resten uit het Paleo- en Mesolithicum worden verwacht in de vorm van kampementen, die zich kenmerken door een strooiing van vuursteen en houtskool. Archeologische resten uit het Neolithicum en de Bronstijd worden verwacht in de vorm van huisplaatsen, die zich kenmerken door een strooiing van vuursteen en keramiek en grondsporen zoals paalgaten, afvalkuilen, greppels en waterputten.

Archeologische resten uit de periode IJzertijd- Nieuwe tijd worden verwacht in de vorm van huisplaatsen en dorpen, die zich kenmerken door een strooiing van keramiek, natuursteen, metaal, glas, houtskool en bot en grondsporen zoals paalgaten, afvalkuilen, greppels en waterputten. Op basis van boor- en proefsleuvenonderzoek is direct en westen van het plangebied geen plaggendek aanwezig, hoewel deze op basis van de bodemkaart wel verwacht werd. Binnen het (oostelijk deel van het) huidige plangebied kan echter nog wel een plaggendek voorkomen. Op basis hiervan worden archeologische resten tot in de Late-Middeleeuwen verwacht direct onder de recente bouwvoor, of afgedekt met een plaggendek. Archeologische resten uit de Nieuwe tijd worden direct vanaf het maaiveld verwacht. Wanneer de oorspronkelijke bodem is afgetopt of opgenomen in de bouwvoor of het plaggendek, is de verwachting op het aantreffen van resten uit het Paleo- en Mesolithicum laag. Uit latere perioden worden in dat geval alleen diepliggende grondsporen verwacht.

Rapport 11623.003 versie 2

Pagina 2 van 8

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek, (IVO-overig, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied, of er archeologische vondsten en/of sporen en/of lagen aanwezig zijn, in welke mate de resultaten overeen stemmen met de verwachtingen en, indien er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig is, wat de gevolgen van de voorgenomen bodemingrepen op de vindplaats. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 24 februari 2020 door drs. J. Holl (Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld.6 Het plangebied was grotendeels toegankelijk. Een deel van de boringen is maximaal enkele meters verplaatst vanwege de geplande ligging in omheinde tuinen die niet toegankelijk waren. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet in een verspringend 31x25 m grid. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) 31 boringen tot maximaal 1,8 m -mv gezet (figuur 4). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven.7 De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.

Waar sprake was van archeologisch kansrijke lagen, zijn deze bemonsterd met een 15 cm Edelmanboor en gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm. Deze methode is geschikt voor het opsporen van huisplaatsen met een vondststrooiing van overwegend aardewerk.8 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorkolommen en worden in bijlage 2 weergegeven. De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak siltig matig grof, matig grindig zand. Dit zand is overwegend lichtgeelgrijs van kleur en op enkele locaties (boring 12, 27 en 28) lichtbruin of lichtbruingrijs. In de meeste boringen is alleen een C-horizont aanwezig en zijn geen resten van een podzolprofiel aangetroffen. In de boringen 3, 4, 10, 21-23, 25, 30 en 31 is in de top van de sandr-afzettingen een lichtbruine BC-horizont te herkennen (zie figuur 5). In de meeste boringen bevatten de sandr-

6 Holl, 2020. 7

Bosch, 2005.

8 Tol et al., 2012; standaardmethode C1.

Rapport 11623.003 versie 2

Pagina 3 van 8

afzettingen roestvlekken en in de boringen 3- 5, 10, 11, 17, 21- 25 en 30 zijn deze afzettingen bovenin sterk roestig, resulterend in een oranjegrijze of oranjebruine kleur. De top van de sandr-afzettingen bevindt zich op een diepte variërend tussen overwegend 0,4 en 1,1 m -mv (8,9 à 9,9 m NAP, en in boring 11 en 12 liggen deze afzettingen op 1,6 m -mv (8,0 à 8,4 m NAP; zie figuur 5). In het zuidelijke deel en uiterste noordwesten van het plangebied bevinden de sandr-afzettingen zich beneden 9 m NAP en in het overige deel bevinden de sandr-afzettingen zich hoger dan 9,2 m NAP. Helaas is het niet mogelijk gebleken de NAP-hoogtes van de sandr-afzettingen te vergelijken met de hoogtes tijdens de onderzoeken ten westen van het plangebied. In het booronderzoek9 zijn geen NAP-hoogtes gegeven en in de rapportage van het proefsleuvenonderzoek wordt aangegeven dat de sandr-afzettingen in alle profielen hoger dan 11 m NAP liggen. 10 Aangezien de maaiveldhoogte ter plaatse van deze sleuven op AHN3-beelden op 9,8 à 10,0 m NAP ligt, lijkt hier sprake van een meetfout. In de boringen 3, 7, 8, 15, 17, 21-23, 29 en 31 is boven de sandr-afzettingen een 10 à 20 cm dikke, grijsbruine, enigszins gevlekte laag matig grof, zwak siltig, zwak humeus zand aangetroffen.

Deze laag betreft hoogstwaarschijnlijk de cultuurlaag die ook tijdens het boor- en proefsleuvenonderzoek ten westen van het plangebied is aangetroffen (zie figuur 5 en 6). Deze laag is bemonsterd en gezeefd, waarbij enkele archeologische indicatoren zijn aangetroffen (zie onderstaande paragraaf ‘archeologische indicatoren’). De top van de cultuurlaag bevindt zich op 0,4 à 0,7 m -mv (9,3 à 9,8 m NAP). De cultuurlaag is aangetroffen in het eerder beschreven deel van het plangebied waar de sandr-afzettingen relatief hoog liggen (noordelijke deel van het plangebied). In de boringen 17 en 29 is boven de vermoede cultuurlaag een pakket donkergrijs, zwak siltig, matig humeus zand aangetroffen. Dit pakket bevat sporen van houtskool en is geïnterpreteerd als plaggendek. De top van dit pakket bevindt zich op 10 à 20 cm -mv (9,8 à 9,9 m NAP). Boven de reeds beschreven afzettingen bevinden zich in bijna alle boringen lagen bruingrijs tot donkergrijs, vlekkerig zand, vaak met puinresten. Dit betreffen verstoorde lagen. De diktes van deze lagen zijn weergegeven in figuur 4. Archeologische indicatoren In de boringen 3, 7, 8, 15, 17, 21-23, 29 en 31 is een mogelijke cultuurlaag aangetroffen op 0,4 à 0,7 m -mv (9,3 à 9,8 m NAP). Deze laag is met een 15 cm Edelmanboor bemonsterd en gezeefd over een 3 mm zeef.

Binnen deze laag zijn in de boringen 15, 17, 21-23, 29 en 31 houtskoolspikkels waargenomen (zie figuur 6). In boring 17 zijn enkele fragmenten keramiek aangetroffen en in boring 23 recent puin. Het aardewerk bestaat uit handgevormd aardewerk met kwartsmagering, dat gedateerd kan worden in de Brons- of IJzertijd. In boring 23 is de cultuurlaag mogelijk verstoord, gezien het voorkomen van recent puin. Het is echter ook mogelijk dat tijdens het bemonsteren vermenging heeft opgetreden met de verstoorde bovenlaag, waardoor het puin eigenlijk afkomstig uit deze verstoorde laag.

9 Ras, 2018. 10 Pels-Ouweneel, 2018.

Rapport 11623.003 versie 2

Pagina 4 van 8

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Op basis van de gespecificeerde verwachting werden in het plangebied resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum verwacht. Deze resten werden verwacht in de top van de sandr-afzettingen of (indien aanwezig) dekzandafzettingen), eventueel afgedekt met een plaggendek. Direct ten westen van het plangebied is tijdens proefsleuvenonderzoek een historisch erf uit de IJzertijd aangetroffen. In het plangebied worden daarom vooral archeologische resten uit de periode IJzertijd – Nieuwe tijd verwacht, maar oudere resten kunnen ook voorkomen. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de natuurlijke ondergrond uit sandr-afzettingen bestaat (matig grof, grindhoudend, zwak siltig zand). De top van deze afzettingen bevindt zich op een diepte variërend tussen overwegend 0,4 en 1,1 m -mv (8,9 à 9,9 m NAP; figuur 5 en 6). In de delen waar deze afzettingen hoger dan 9,4 m NAP liggen, is vaak een lichtbruine BC-horizont aanwezig (figuur 5). In de overige delen is alleen een C-horizont aangetroffen. In een deel van de boringen is een 10 à 20 cm dikke, grijsbruine laag aangetroffen, die vermoedelijk een cultuurlaag betreft (figuur 5 en 6). Een dergelijke laag is ook aangetroffen tijdens de onderzoeken direct ten westen van het plangebied. De top van de cultuurlaag bevindt zich op 0,4 à 0,7 m -mv (9,3 à 9,8 m NAP).

In een deel van de boringen bevat deze laag houtskoolspikkels en in boring 17 zijn enkele fragmenten handgevormd, kwartsgemagerd aardewerk aangetroffen, met een vermoede datering in de Brons- of IJzertijd (figuur 6). In de boringen 17 en 29 is boven de vermoede cultuurlaag een pakket donkergrijs zand aangetroffen met sporen van houtskool. Dit betreft vermoedelijk een plaggendek. Boven de reeds beschreven afzettingen bevinden zich in bijna alle boringen lagen bruingrijs tot donkergrijs, vlekkerig zand, vaak met puinresten. Dit betreffen verstoorde lagen. Op basis van het booronderzoek is een duidelijk onderscheid te maken tussen het zuiden en het noorden van het plangebied. In het zuidelijke deel (en in de meest noordwestelijke boring) liggen de sandr-afzettingen op 8,9 m NAP of lager. In dit deel is geen cultuurlaag en geen BC-horizont aangetroffen en hier is de bodem verstoord tot in de C-horizont. In een zone in het noorden van het plangebied liggen de sandr-afzettingen op 9,0 m NAP of hoger. De cultuurlaag is aangetroffen in de delen waar de sandr-afzettingen op 9,2 m NAP of hoger liggen. In de boringen waar deze laag niet is aangetroffen is de bodem verstoord tot in de sandr-afzettingen. Bovendien is alleen een (10 à 20 cm dikke) BC-horizont aangetroffen op de locaties waar de sandr-afzettingen hoger dan 9,4 m NAP liggen.

Geconcludeerd kan worden dat het oorspronkelijke sporenniveau (top van de C-horizont) op circa 9,2 tot 9,5 m NAP gelegen heeft en het vondstniveau (cultuurlaag) op 9,3 à 9,8 m NAP. In de zones waar de sandr-afzettingen nu dieper dan 9,2 m NAP liggen, is de top van het sporenniveau door recente verstoringen verloren gegaan. In het zuiden van het plangebied, waar de sandr-afzettingen op 8,9 m NAP en lager liggen, zijn archeologische sporen (uitgezonderd zeer diepe sporen) vermoedelijk reeds geheel verloren gegaan. In de overige delen zijn deze vermoedelijk nog (deels) intact gebleven. Het aantreffen van handgevormd aardewerk en houtskool duidt bovendien op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied. Gezien deze conclusie wordt voor het grootste deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd (zie figuur 7). Dit betreft de zone waar de sandr-afzettingen zich op 9,0 m NAP of hoger bevinden (noordelijk deel plangebied). Hoewel de sandr-afzettingen in de meest noordwestelijke boring 6 op 8,9 m NAP gelegen zijn, wordt aanbevolen om, aangezien het hier om een geïsoleerde boring gaat, ook hier een vervolgonderzoek uit te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10555673/1