2022.02.24 Rapport Rekenkamercommissie gemeente Putten - evaluatie gemeentelijk woonbeleid
Tekst van het document
50 Rapport Evaluatie woonbeleid
Ontwikkelingen op de woningmarkt André Buys Vergrijzing en verstopping De woningmarkt in de regio Noord-Veluwe staat in de komende tien tot vijftien jaar onder invloed van vergrijzing in combinatie met aanwas van nieuwe huishoudens. De huidige bevolking wordt gedomineerd door huishoudens van middelbare leeftijd, een erfenis van de jaren met veel geboorten, tussen 1945 en 1970. Veel huishoudens van thans middelbare leeftijd raken de komende tien tot vijftien jaar uit de kinderen en schuiven door naar de lege nest fase. Dit vertaalt zich in een toename van oudere één en tweepersoonshuishoudens. Deze vergrijzing zal vooral plaatsvinden in koopwoningen. De huursector heeft reeds een relatief vergrijsd bewonersbestand, maar in de koopsector staat de vergrijzing nog maar aan het begin. Hier wonen degenen die tot aan de kredietcrisis van 2009 optimaal hebben geprofiteerd van nieuwbouw in het groen, gemakkelijk verkrijgbaar krediet en (fiscale) stimulering van het eigen woningbezit. Die omstandigheden komen niet meer terug, maar de gevolgen werken nog wel door. Een veelgemaakte denkfout is dat al die toekomstige één en tweepersoonshuishouden behoefte zullen krijgen aan kleine woning en dan wel appartementen. Dat is echter te simpel gedacht. Veel toekomstige senioren wonen goed en tegen lage woonlasten (afgeloste hypotheek).
Wat we zullen zien is dat steeds meer ruime eengezins-koopwoningen worden bewoond door oudere stellen en alleenstaanden, die daar ooit als jong (aanstaand) gezin in zijn getrokken.
De verloren generatie Tegelijkertijd komen er nog elk jaar nieuwe huishoudens bij. Tussen 2021 en 2035, zo voorspelt de jongste Primosprognose, gaat het in de Noord-Veluwe (zes gemeenten) om een groei met ruim 7.200 huishoudens. Nieuw gevormde huishoudens zijn over het algemeen jong en ambiëren ook een ruime eengezinswoning, vergelijkbaar met waar ze zijn opgegroeid. Als al die lege-nesters nu plaats zouden maken voor jonge gezinnen zouden er geen gezinswoningen meer bij hoeven. Een belangrijke uitdaging is dan ook het ontwikkelen van woonvormen voor senioren, al dan niet in combinatie met zorg. Dit kan zorgen voor de nodige doorstroming. Maar als de bestaande voorraad gezinswoningen grotendeels bezet blijft door niet-gezinnen ontstaat er behoefte aan nog meer gezinswoningen, voornamelijk in de koopsector. Komen die woningen er niet, dan zijn het de jonge gezinnen die in hun wooncarrière worden gefrustreerd. In dit verband wordt ook wel gesproken over een ‘verloren generatie’. Instroom van buiten In demografische prognoses wordt al rekening gehouden met migratie, zowel binnen de regio als met daarbuiten. De laatste jaren zien we in de regio Noord-Veluwe (negen gemeenten, inclusief Epe, Hattem en Heerde) ook een toenemende instroom van huishoudens van buiten de regio, waaronder ook huishoudens uit de Randstad.
Het gaat dan vooral om huishoudens die afkomen op ruime (koop-)woningen, die in de Randstad zelf schaars en (dus) duur zijn. Ook in naburige regio’s, zoals de Stedendriehoek en Food Valley, zien we een groeiende instroom uit de Randstad.
51 Rapport Evaluatie woonbeleid
Meer informatie hierover is te vinden op de website www.komenen-gaan.nl. We verwachten dat deze trend aanhoudt. Het woningaanbod in de Randstad blijft structureel achter bij de vraag, zowel kwantitatief als kwalitatief. Als thuiswerken verder gemeengoed wordt, kan dat nog een extra stimulans zijn om de Randstad te verlaten. Mogelijk leidt dit tot een grotere woningbehoefte in de regio dan waar demografische prognoses nu van uitgaan. Het gaat overigens niet alleen om huishoudens in de werkende leeftijden. Ook gepensioneerden weten de Noord-Veluwe in toenemende mate te vinden (of keren terug naar de plaats waaruit ze ooit vertrokken). Zij zijn actief in de hogere prijsklassen. Ontspanning op termijn Op langere termijn gaat de vergrijzingsgolf onherroepelijk over in een langgerekte sterftegolf. Dit gaat geleidelijk, maar gestaag. Dit betekent dat er steeds meer woningen uit voorraad zullen vrijkomen door overlijden, waaronder ook aantrekkelijke woningen die jarenlang bezet zijn geweest. Tegelijkertijd gaat de totale huishoudensgroei afzwakken, niet alleen in de regio Noord-Veluwe maar in heel Nederland. In de periode 2035-2040 voorspelt Primos in de regio nog een huishoudensgroei van gemiddeld 265 per jaar, tegen gemiddeld 515 per jaar in de periode 2021-2035 (voor zes gemeenten samen). Na 2040 loop de groei verder terug. Delen van Nederland krijgen te maken met krimp.
Deze ontspanning zal ook effect hebben op de huizenprijzen. We kunnen het ons nu moeilijk voorstellen, maar de starters van over twintig jaar zouden wel een veel gemakkelijker aan een betaalbare en ruime koopwoning kunnen komen dan de starters van nu. Wel een beetje zuur voor de ‘verloren’ generatie.
Flexibiliteit voor de toekomst Het is verstandig om bij het ontwikkelen van nieuwe producten nu al rekening te houden met de ontwikkelingen op termijn. Die producten moeten immers over twintig jaar ook nog mee kunnen voor een volgende generatie. Momenteel is de focus in het beleid sterk gericht op beschikbaarheid en betaalbaarheid, met als risico dat toekomstwaarde en kwaliteit uit het oog worden verloren. Als de markt ontspant en er komen volop ruime betaalbare woningen uit de voorraad vrij, wie wil er dan nog in een tiny house uit 2021 wonen? Of in een krap appartement? Flexibiliteit is hier het sleutelbegrip. Sommige woningen bouw je voor de eeuwigheid, maar andere wellicht juist niet.
Over wonen en zorg Roland Goetgeluk & Wilma Bakker Op 9 september 2021 promoveert sociaal geograaf Petra de Jong op het proefschrift ‘No Place Like Home; verhuismobiliteit en woonvoorkeuren van ouderen in Nederland’. Zij stelt dat beleidsmakers af moeten van generieke oplossingen voor ouderen. Woning en zorg zouden beleidsmatig vervlecht moeten worden. Daarnaast zou participatieve besluitvorming, bij het ontwerp, bouw en exploitatie van woon(zorg)alternatieven, moeten worden toegepast op concrete locaties. Daarmee worden ouderen gelukkiger en maatschappelijke kosten bespaard. Haar wetenschappelijke stelling wordt ook onderbouwd door de opkomst en invloed van kennisorganisaties zoals Zorgsaamwonen, de Taskforce Wonen en Zorg, zorgaanbieders, ontwikkelaars, banken en bovenal burgerorganisaties zoals het Knarrenhof.
52 Rapport Evaluatie woonbeleid
Wonen en zorg onlosmakelijk verbonden vanuit de bewoner De Utrechtse Hoogleraar Pieter Hooimeijer stelt in ‘Dynamiek in derde leeftijd’ (2007) dat een woning drie onlosmakelijk met elkaar verbonden kenmerken heeft voor bewoners: De woning als activiteitencentrum. De woning moet geschikt zijn voor dagelijkse activiteiten zoals verzorging (persoonlijke verzorging, eten, slapen, hygiëne, beschutting, veiligheid), scholing, werken, ontspanning, winkelen, sociale contacten en ga zo maar door. De woning als uitvalsbasis voor zorgactiviteiten. De locatie speelt daarbij een belangrijke rol. Vanuit de woning kunnen bovenstaande dagelijkse activiteiten buitenhuis worden bereikt. Uitdrukkelijk hoort hier het sociale netwerk – de buurt – ook bij. De woning als duur, duurzaam en sociaal gewaardeerd consumptie- en investeringsgoed. Zorg bestaat in de ruimste zin van het woord uit alle sociale en commerciële dienstverlening die nodig is om een gelukkig bestaan te verwerven. Een prima woning op een prima plek voor een prima prijs is zowel een instrument als een doel voor geluk. Geluk is geen leeg begrip zoals duizenden jaren menselijk observeren en filosofie tonen, maar betreft het menselijk streven naar genot (hedonisme) en (sociale) zelfverwezenlijking ( eudaimonisch, een waardig leven).
De Nederlandse emeritus hoogleraar Veenhoven en natuurlijk de bekende Maslov tonen het belang van geluk. Het is daarom terecht dat een organisatie zoals Zorgsaamwonen sinds kort ook geluk gebruikt in de communicatie en geluk ook koppelt aan de positieve gezondheid van Machteld Huber.
Urgente opgave zit aan de kant van aanbieders en overheid als marktmeester Langer zelfstandig wonen wordt gepropageerd door zowel bewoners als de wetgever. Vanuit de definitie van Hooimeijer zijn er dan drie opgaven rond de prima woning op de prima plek voor de prima prijs. De eerste is om woningen stapsgewijs levensloopbestendig te maken. In veel gevallen is dit bouwtechnisch goed mogelijk en renderend als het woonobject courant zal blijven. Die technische opgave is ook redelijk in beeld gebracht door TNO met o.a. de sterrenkwalificatie. Het probleem zit eerder in hoe courant woningen nu en in de toekomst zijn. En daarmee komen we op de werkelijk opgave. De tweede opgave is de groeiende mismatch tussen de stijgende vraag naar en het dalende aanbod van dienstverleners, waaronder (in)formele handjes aan het bed. De beschikbaarheid van personeel vanuit de Wmo (Wet maatschappelijk ondersteuning)), Zvw (Zorgverzekeringswet) en Wlz (Wet langdurige zorg) is nu al een enorm probleem. Idem dito geldt dit voor dienstverlening zoals scholen, ontspanning, winkels en ga zo maar door. De omvang van het aantal personeelsleden is niet oplosbaar op de korte ter mijn. Het huidige bestand aan zorgpersoneel is afkomstig uit de lange trechter van mensen die minimaal twintig jaar geleden zijn geboren en via het onderwijs het zorgberoepsveld hebben betreden.
De enige oplossing is het slim organiseren van de (zorg)diensten via bijvoorbeeld eHealth of het minimaliseren van onrendabele reistijden.
53 Rapport Evaluatie woonbeleid
De derde opgave is om het wonen betaalbaar te houden. De wettelijke, bestuurlijke en bedrijfsmatige ontvlechting van geldstromen in het wonen en de zorg – lees Wmo, Zvw en Wlz – levert vanuit een bewoners- en maatschappelijke kosten-batenperspectief vele nadelen op. Vervlechten is wat organisaties zoals Zorgsaamwonen en het Knarrenhof propageren binnen het huidige stelsel. Marketingperspectief centraal stellen in beleid Petra de Jong stelt dat de lage verhuisbereidheid van ouderen wordt bepaald door een doelbewuste keuze in plaats van door beperkingen in het aanbod. Ze stelt echter ook dat die keuze sterk wordt bepaald door de angst van wat er verloren kan gaan in plaats van wat er gewonnen kan worden bij een verhuizing. Die laatste constatering levert ook de oplossing: slimme organisaties verlokken ouderen wel om te verhuizen zoals het Knarrenhof en een groeiende groep wooncoöperaties bewijzen. Een organisatie zoals Zorgsaamwonen toont deze cases.
Waarom lukt het die organisaties? Marketing. Maar marketing is toch knollen voor citroenen verkopen? Welnee. Marketeers beheersen de processen voor het maken, communiceren en distribueren van waarde voor burgers – die ook vaak klanten zijn – en het beheren van de klantenrelaties op manieren die gunstig zijn voor die klanten en de organisatie. Er zit geen wezenlijk verschil tussen een commerciële organisatie en een overheidsorganisatie rond waardecreatie voor klanten of burgers. Het afrekenmechanisme bij goed en slecht presteren wel. De waarde van overheidsinterventies is de uitkomst van het product van de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de legitimatie van overheidsoptreden. Als de burger centraal staat rond wonen en zorg dan moet E lsschots regel getackeld worden: “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”.
54 Rapport Evaluatie woonbeleid
Bijlage 4: Tabel met vergelijking Gemeente Nunspeet
1. Totstandkoming woonbeleid
Gemeente Putten
Gemeente Oldebroek
Gemeente Elburg
De Woonvisie 2014 van de ge-
Bij de totstandkoming van de Woon-
De Woonvisie 2016-2020 van de ge-
Bij het opstellen van de Woonvisie
meente Nunspeet is tot stand geko-
visie 2015-2020 heeft intensieve sa-
meente Oldebroek is tot stand ge-
2015-2019 heeft de gemeente sa-
men in samenwerking met part-
menwerking met de lokale corpora-
komen na een intensief participa-
mengewerkt met lokale corpora-
ners, door ze te betrekken in pro-
tie en andere partijen - via een
tietraject met verschillende betrok-
ties, in een projectgroep.
jectgroepen en bij een marktconsul-
Woonconferentie - plaatsgevonden.
kenen.
Daarnaast zijn andere (woon) part-
tatie.
De gemeenteraad heeft in een
Zo is er een Woonplatform georga-
ners via Woonplatform betrokken
Ter voorbereiding op het opstellen
vroegtijdig stadium meegedacht
niseerd, een raadsgesprek, een
bij de beleidsvorming. Opgaven en
van de Woonvisie heeft de ge-
over beleidskaders.
overleg met dorpsgroepen en in-
knelpunten zijn besproken, net als
meente eerst, als aanvulling op de
Bestaande kaders gaven de ruimte
terne project overleggen.
verwachtingen, tips en aanbevelin-
regionale onderzoeknotitie, een ei-
aan waarbinnen het woonbeleid
Bestaande kaders gaven de ruimte
gen.
gen onderzoeknotitie over de wo-
moest passen: de Regionale Woon-
aan waarbinnen het woonbeleid
De gemeenteraad heeft in een
ningmarkt laten opstellen. Deze no-
visie, de Structuurvisie en de be-
moest passen: de Regionale Woon-
vroeg stadium meegedacht over de
titie is besproken met verschillende
stuursovereenkomst. Het woonbe-
visie, de Structuurvisie/Omgevings-
beleidskaders. Bestaande kaders ga-
partners, zoals corporaties en zorg-
leid is gebaseerd op actueel wo-
visie en de bestuursovereenkomst.
ven de ruimte aan waarbinnen het
instellingen.
ningmarktonderzoek.
Het woonbeleid is gebaseerd op ac-
woonbeleid moest passen: Regio-
tueel woningmarktonderzoek.
nale Woonvisie, de Structuurvi-
Ook in de raadscommissie is de notitie besproken. Bestaande kaders
sie/Omgevingsvisie en coalitieak-
gaven de ruimte aan waarbinnen
koorden. Het woonbeleid is geba-
het woonbeleid moest passen: de
seerd op actueel woningmarkton-
Regionale Woonvisie, de Omge-
derzoek.
vingsvisie en de coalitieakkoorden.
Het woonbeleid van de gemeente
Het woonbeleid van de gemeente
Het woonbeleid van de gemeente
Het woonbeleid van de gemeente
Nunspeet is in de periode 2014-
Putten is in de periode 2014-2020
Oldebroek is in zekere mate adap-
Elburg is een grote mate adaptief
2020 in zekere mate adaptief ge-
in grote mate adaptief geweest.
tief geweest.
geweest in de onderzoeksperiode
weest. Er heeft een beleidsaanpas-
Er heeft twee keer een wijziging
Er hebben geen wijzigingen van de
2014-2020.
sing plaatsgevonden in de Woonvi-
van de Woonvisie plaatsgevonden,
Woonvisie plaatsgevonden, wel is
Er zijn verschillende Woonplatforms
sie, naar aanleiding van een onder-
waardoor ingespeeld is op de actu-
de uitvoeringsagenda één keer ge-
georganiseerd, waarmee de koers
zoek. De Woonvisie bevat een uit-
ele situatie op de woningmarkt.
actualiseerd met een update op de
van de Woonvisie 2015-2019 bijge-
Er worden jaarlijks prestatieafspra-
stand van zaken.
houden is. Daarnaast vindt er een
ken gemaakt met de woningcorpo-
Gemeente en corporaties maken
tweejaarlijkse evaluatiesessie
Met woningcorporatie Omnia Wo-
ratie en die worden ook jaarlijks ge-
jaarlijks prestatieafspraken (jaar-
plaats met de Commissie RO, waar-
nen en de huurdersorganisatie
evalueerd.
schijven), gebaseerd op een raam-
bij het verslag van het Woonplat-
SHOW is in 2016 een raamovereen-
Ook is er in de onderzoeksperiode
overeenkomst. De prestatieafspra-
form als input dient.
komst voor het maken van presta-
een hoop aanvullend en aanpalend
ken (de jaarschijven behorende bij
Het Uitvoeringsprogramma bij de
tieafspraken gesloten voor de peri-
beleid opgesteld, waarmee het
de raamovereenkomst) worden
Woonvisie is éénmaal geactuali-
woonbeleid verder is uitgediept.
jaarlijks geëvalueerd. Ook wordt er
seerd. In 2016 is een raamovereen-
een stand van zaken lijst bijgehou-
komst getekend met de woningcor-
den om aan te geven hoe het ervoor
poraties, de Woonvisie 2015-2019
staat met afspraken en zodat er
diende hiervoor als kader.
eventueel bijgestuurd kan worden.
De afspraken uit de jaarschijven
voeringshoofdstuk, maar deze is niet geactualiseerd in de looptijd.
2. Adaptief?
ode 2017-2021. Deze raamovereenkomst wordt jaarlijks uitgewerkt in jaarschijven. Deze afspraken worden jaarlijks op ambtelijk en bestuurlijk niveau geëvalueerd.
Tevens is er een bestuurlijk visie op het wonen opgesteld, in de bestuursovereenkomsten. Een verbeterpunt zit in de actualisering van
Er is een hoop aanpalen en aanvul-
de uitvoeringsafspraken, dat is niet
Er is in de onderzoeksperiode een
worden jaarlijks geëvalueerd op
lend beleid opgesteld in de ge-
gebeurd.
hoop aanvullend en aanpalend be-
ambtelijk en bestuurlijk niveau. Er is
meente, wat in sommige gevallen
leid opgesteld dat soms een verdie-
in de onderzoeksperiode een hoop
verdieping geeft op het woonbeleid.
ping geeft op het beleid in de
aanvullend en aanpalend beleid op-
Ook is er een bestuurlijk visie op
Woonvisie. Ook is er een bestuur-
gesteld, wat in sommige gevallen
het wonen opgesteld, in de coalitie-
lijke visie op het wonen, in de be-
verdieping geeft op het woonbeleid.
akkoorden.
stuursovereenkomsten. Een verbe-
Ook is er een bestuurlijk visie op
terpunt zit in het organiseren van
het wonen opgesteld, in de coalitieakkoorden.
2 Rapport Evaluatie woonbeleid
de Woonplatforms, deze heeft één keer i.p.v. jaarlijks plaatsgevonden.
3. Beleidsdoelen
In de Woonvisie 2014 zijn een vier-
In de Woonvisie 2015-2020 zijn een
In de Woonvisie 2016-2020 zijn een
Van de zes beleidsdoelen in de
tal inhoudelijke pijlers uitgewerkt.
aantal inhoudelijke thema’s uitge-
viertal inhoudelijke pijlers uitge-
Woonvisie 2015-2019 hebben er
De pijlers relevant voor dit onder-
werkt.
werkt.
drie betrekking op de voldoende be-
zoek bespreken we: (1) Bestaande
Drie thema’s zijn relevant voor dit
De pijlers relevant voor dit onder-
schikbaarheid van woningen voor
woningvoorraad (2) Wonen, zorg en
onderzoek: (1) De bestaande voor-
zoek bespreken we: (1) Beschikbaar-
de doelgroepen: betaalbaarheid
welzijn (3) Nieuwbouw met toe-
raad, (2) Woningbouwprogramme-
heid en betaalbaarheid, (2) Wonen
voor alle groepen, een woning-
komstwaarde: strategisch program-
ring en (3) Wonen, Welzijn en Zorg.
met welzijn en zorg (4) Vitale ker-
bouwprogramma dat past bij de re-
meren.
Er is een uitvoeringshoofdstuk in
nen met actieve, betrokken bewo-
gionale kaders en een bouwpro-
Er is een uitvoeringshoofdstuk in
de Woonvisie met concrete acties.
ners.
gramma per kern dat zorgt dat in
de Woonvisie met concrete acties.
In de Uitvoeringsagenda zijn deze
alle kernen voldoende aanbod is.
pijlers vertaald naar concrete af-
In het Uitvoeringsprogramma zijn
spraken.
deze pijlers vertaald naar concrete afspraken.
4. Regionale afspraken 5. Realisatie van doelen Woonvisie 6. Samenwerking en (contractuele) afspraken
Regionale afspraken zijn vastgelegd in de Regionale Woonvisie (deze fungeert als dunne schil voor het lokale woonbeleid).
Het blijkt dat een groot deel van de geplande acties inderdaad is uitgevoerd. Tegelijkertijd is de monitoring van de gestelde doelen niet altijd even helder en zijn afspraken niet altijd SMART opgesteld. Met de corporatie worden jaarlijks
De gemeente maakt jaarlijks presta-
De samenwerking met woningcor-
De samenwerking met woningcor-
prestatieafspraken gemaakt, die
tieafspraken met de woningcorpo-
poraties en huurdersverenigingen is
poraties en de huurdersverenigin-
ook ingaan op de bouw van wonin-
ratie en huurdersvereniging. Daarbij
verankerd in een raamovereen-
gen is vastgelegd in de raamover-
gen voor de verschillende doelgroe-
wordt dezelfde indeling aangehou-
komst en prestatieafspraken per
eenkomst en de prestatieafspraken
pen.
den als in de Woonvisie. De presta-
jaar.
per jaar.
3 Rapport Evaluatie woonbeleid
Er is in 2016 een raamovereen-
tieafspraken worden door ge-
Op verschillende momenten zijn er
Er vindt jaarlijks in het eerste kwar-
komst ondertekend tussen de ge-
meente, corporatie en huurdervere-
conflicten geweest met de corpora-
taal een evaluatie van de afspraken
meente, de corporatie en de huur-
niging gezien als een goede leidraad
ties over het toe te voegen aantal
plaats, op ambtelijk en bestuurlijk
dersbelangenvereniging (die wette-
en een vast moment om thema’s
sociale huurwoningen in Oldebroek
niveau.
lijk gezien betrokken hoort te wor-
die spelen bij elkaar op te halen. Te-
(deze zijn inmiddels beslecht).
Er wordt regionaal samengewerkt in
den bij de prestatieafspraken).
vens worden de prestatieafspraken
Er wordt regionaal samengewerkt in
een woonruimteverdeelsysteem. Er
Er wordt regionaal samengewerkt in
jaarlijks geëvalueerd.
een woonruimteverdeelsysteem. Er
wordt gewerkt met een huisves-
een woonruimteverdeelsysteem. Er
Er wordt regionaal samengewerkt in
wordt gewerkt met een huisves-
tingsverordening.
wordt gewerkt met een huisves-
een woonruimteverdeelsysteem. Er
tingsverordening.
tingsverordening.
wordt gewerkt met een huisvestingsverordening.
7. Ingezette instrumenten
De gemeente Nunspeet zet verschillende instrumenten in t.b.v. het lokale woonbeleid.
De gemeente Putten zet verschil-
De gemeente Oldebroek zet ver-
De gemeente Elburg zet verschil-
lende instrumenten in t.b.v. het lo-
schillende instrumenten in t.b.v. het
lende instrumenten in t.b.v. het lo-
kale woonbeleid. Op het gebied van
lokale woonbeleid. Op het gebied
kale woonbeleid. Op het gebied van
Op het gebied van geld wordt de
geld wordt de Starterslening inge-
van geld worden de Starterslening
geld wordt de Starterslening en de
Starterslening ingezet en de subsi-
zet, er is een paragraaf Grondbeleid
en de Toekomst Bestendig Wonen
Toekomst Bestendig Wonen lening
dieregeling GewoonGemak en sinds
in de programmabegroting, en via
lening en de subsidieregeling Ge-
ingezet. Ook kunnen inwoners ge-
2020 de Toekomst Bestendig Wo-
de WMO worden voorzieningen ge-
woonGemak ingezet, er is een Nota
bruik maken van de subsidieregeling
nen lening. Ook is er een Nota
regeld.
Grondbeleid, en via de WMO wor-
GewoonGemak. Ook is er een Nota
Grondbeleid en via de WMO wor-
De gemeente maakt gebruik van
den voorzieningen geregeld.
Grondbeleid, en via de WMO wor-
den voorzieningen geregeld.
verschillende regels: Landelijke re-
De gemeente maakt gebruik van
den voorzieningen geregeld.
De gemeente maakt gebruik van
gels en afspraken (ladder voor duur-
verschillende regels: Landelijke re-
De gemeente maakt gebruik van
verschillende regels: Landelijke re-
zame verstedelijking, Bouwbesluit,
gels en afspraken (ladder voor duur-
verschillende regels: Landelijke re-
gels en afspraken (ladder voor duur-
Leegstandswet) en regionale afspra-
zame verstedelijking, Bouwbesluit,
gels en afspraken (ladder voor duur-
zame verstedelijking, Bouwbesluit,
ken (ook regionale woonruimtever-
Leegstandswet) en regionale afspra-
zame verstedelijking, Bouwbesluit,
Leegstandswet) en regionale afspra-
deling).
ken (ook regionale woonruimtever-
Leegstandswet) en regionale afspra-
deling).
ken (ook regionale woonruimtever-
ken (ook regionale woonruimteverdeling).
4 Rapport Evaluatie woonbeleid
Een belangrijke lokale regel is de
Samenwerking vindt plaats met an-
Samenwerking vindt plaats met an-
deling). Een belangrijke lokale be-
beleidsregel Woningbouw op Maat.
dere domeinen binnen de ge-
dere domeinen binnen de ge-
leidsregel is de Verordening Sociale
Samenwerking met partners en in-
meente, met WSP en de huurders-
meente, de woningcorporaties, met
Woningbouw.
woners vindt op verschillende ma-
vereniging, met andere gemeenten
andere gemeenten in SNV en sa-
De gemeente werkt op verschil-
nieren plaats. Zo biedt de gemeente
in SNV en samenwerking met inwo-
menwerking met inwoners en ont-
lende manieren met partners sa-
mogelijkheden tot CPO (collectief
ners en ontwikkelaars.
wikkelaars.
men, bijvoorbeeld in de Woonplat-
particulier opdrachtgeverschap)
De gemeente communiceert op ver-
forms. Ook communiceert de ge-
voor inwoners.
schillende manieren met partners
meente op verschillende manieren
De gemeente communiceert op ver-
en inwoners, door participatietra-
met partners en inwoners, bijvoor-
schillende manieren met partners
jecten, www.woongemakputten.nl
beeld via www.elburgwijzer.nl
en inwoners, door participatietra-
en www.vraagloketputten.nl.
jecten en een website als www.socialekaartnunspeet.nl
8. Knelpunten
In het onderzoek signaleren we ver-
In het onderzoek signaleren we ver-
In het onderzoek signaleren we ver-
In het onderzoek signaleren we ver-
schillende knelpunten bij de uitvoe-
schillende knelpunten bij de uitvoe-
schillende knelpunten bij de uitvoe-
schillende knelpunten bij de uitvoe-
ring van woonbeleid in de periode
ring van woonbeleid in de periode
ring van woonbeleid in de periode
ring van woonbeleid in de periode
2014-2020, zoals ruimtelijke aspec-
2014-2020, zoals ruimtelijke aspec-
2014-2020 zoals de verhouding met
2014-2020 zoals rondom de Doel-
ten, kans op planschade, rol van de
ten, de rol van de provincie, de
de woningcorporaties, de rol van
groepennotitie, de rol van de pro-
provincie en de grondposities van
grondposities van de gemeente en
de provincie en de grondposities
vincie en de grondposities van de
de gemeente.
rondom urgente en bijzondere
van de gemeente.
gemeente.
In Nunspeet wordt specifiek ge-
doelgroepen.
In Oldebroek wordt specifiek ge-
In Elburg wordt specifiek ge-
noemd: kans op planschade
In Putten wordt specifiek ge-
noemd: verhouding met corpora-
noemd: de doelgroepennotitie
noemd: urgenten en bijzondere
ties.
doelgroepen.
9. Rol van de gemeenteraad
De gemeenteraad wordt in alle drie
De gemeenteraad wordt in alle drie
De gemeenteraad wordt in alle drie
De gemeenteraad wordt in alle drie
de fases (bij de vaststelling, de uit-
de fases (bij de vaststelling, de uit-
de fases (bij de vaststelling, de uit-
de fases (bij de vaststelling, de uit-
voering en de beoordeling van het
voering en de beoordeling van het
voering en de beoordeling van het
voering en de beoordeling van het
5 Rapport Evaluatie woonbeleid
resultaat) met regelmaat geïnfor-
resultaat) met regelmaat geïnfor-
resultaat) met regelmaat geïnfor-
resultaat) met regelmaat geïnfor-
meerd in de onderzoeksperiode.
meerd in de onderzoeksperiode.
meerd in de onderzoeksperiode.
meerd in de onderzoeksperiode.
Of de raad zelf ook eisen heeft ge-
Of de raad zelf ook eisen heeft ge-
Of de raad inhoudelijke kaders
Of raad zelf eisen geeft gesteld aan
steld aan de informatievoorziening,
steld aan de informatievoorziening,
heeft meegegeven bij het woonbe-
informatievoorziening wordt niet
wordt uit de stukken niet duidelijk.
wordt uit de stukken niet duidelijk.
leid wordt niet duidelijk.
duidelijk.
De raad is betrokken geweest bij
De raad is vooral betrokken bij con-
De betrokkenheid van de raad zit
De raad heeft op verschillende mo-
bijvoorbeeld de vaststelling van de
crete woningbouwplannen. Maar
ook bij concrete woningbouwpro-
menten een kaderstellende rol zo-
Woonvisie en natuurlijk bij bestem-
stelt ook kaders, bijvoorbeeld bij
jecten, bestemmingsplannen en
als bij de huisvesting van statushou-
mingsplannen en andere (woning-
twee wijzigingen van de Woonvisie.
grondexploitaties.
ders en het doelgroepenbeleid. Of
bouw)projecten.
De betrokkenheid van de gemeente-
De betrokkenheid van de gemeente-
raad ook eigen ambities en visie
Een voorbeeld van de meer kader-
raad lijkt versterkt door huidige wo-
raad op het thema wonen lijkt ver-
heeft meegegeven bij de Woonvisie
stellende rol van de raad is bij het
ningmarkt, de raad is op de hoogte
sterkt door de huidige woning-
2015-2020 is niet duidelijk.
wijzigen van de Woonvisie in 2015.
van actuele ontwikkelingen en stelt
markt, de raad is op de hoogte van
De betrokkenheid van de gemeente-
De raad is op de hoogte van actuele
vragen over flexwonen, urgenties,
actuele ontwikkelingen, en stelt
raad lijkt versterkt door huidige wo-
ontwikkelingen en stelt vragen over
de kosten van woonproblematiek en
met name vragen over mogelijkhe-
ningmarkt, de raad is op de hoogte
huisvesting voor starters en jonge-
betaalbaarheid.
den tot bouwen en de betrokken-
van actuele ontwikkelingen.
ren en betaalbaarheid.
heid van de woningcorporaties.
6 Rapport Evaluatie woonbeleid