18. Raadsinformatiebrief Decembercirculaire 2020
Tekst van het document
Leden van de gemeenteraad van Putten
Behandelend ambtenaar
D. Kolder
Zaaknummer: 1248632
Doorkiesnummer
(0341) 230294
Documentnummer: 1248634
Afdeling
Dienstverlening Bedrijfsondersteuning
Onderwerp
Decembercirculaire 2020
Geachte leden van de raad,
Verzonden: 27 januari 2021
Putten, 26 januari 2021
Op 16 december 2020 is de decembercirculaire gemeentefonds uitgebracht.1 Hierbij informeren wij u over de financiële ontwikkelingen in het gemeentefonds en de effecten hiervan voor de gemeente Putten. Inleiding De decembercirculaire geeft de vertaling van de Najaarsnota van de rijksoverheid en rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Aanvankelijk was het de bedoeling om het nieuwe verdeelstelsel in deze circulaire te verwerken. Dat proces heeft echter vertraging opgelopen. De ingangsdatum is een jaar verschoven naar 2023. De belangrijkste onderwerpen zijn: -
De financiële vertaling van het 3e compensatiepakket corona.
-
De uitkeringsfactoren van 2018 en 2020 worden bijgesteld.
Herijking verdeling gemeentefonds Op 7 december jl. hebben de fondsbeheerders de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgproces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de
1
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-
provincies/documenten/circulaires/2020/12/16/decembercirculaire-gemeentefonds-2020
nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Daarover moet eerst duidelijkheid komen, en die komt pas bij de kabinetsformatie. Dan wordt er besloten of er structureel geld bijkomt voor de gemeenten. Daarmee legt de minister – conform de wens van de VNG - expliciet een koppeling tussen extra geld voor de gemeenten en de herverdeling van het gemeentefonds. 3e Compensatiepakket coronacrisis Het Rijk heeft besloten om gemeenten financieel te compenseren voor de gederfde inkomsten en extra uitgaven door corona. Op 28 mei 2020 is het 1e compensatiepakket bekend gemaakt en op hoofdlijnen toegelicht in de meicirculaire. In een brief aan de Tweede Kamer van 31 augustus 2020 is het 2e compensatiepakket bekend gemaakt. De effecten daarvan zijn in de septembercirculaire verwerkt, samen met het 1e compensatiepakket. In de afgelopen periode zijn er door het kabinet aanvullende afspraken gemaakt voor 2020 en 2021. Over dit aanvullend pakket compensatie medeoverheden december 2020 is de Tweede Kamer parallel aan het uitkomen van deze circulaire geïnformeerd. Verderop in deze brief wordt dit 3e compensatiepakket voor de gemeente Putten nader toegelicht.
Het totale effect van de decembercirculaire op de begroting ziet er als volgt uit: Budgettair effect begroting
2020
2021
2022
2023
2024
Accres/uitkeringsbasis
60
-
-
-
-
Netto-compensatie coronacrisis
53
149
-
-
-
Sociaal Domein
-16
7
7
7
7
-
-1
-1
-1
-1
Taakmutaties
-15
1
1
1
1
Subtotaal mutaties gemeentefonds
82
157
7
7
7
Mutaties budgettair neutraal
-31
7
7
7
7
Budgettair effect begroting
112
149
-
-
-
(-/- = nadeel)
Decentralisatie-uitkeringen
Bedragen * € 1.000
Het budgettair effect op de begroting wordt veroorzaakt door bijstelling van de uitkeringsfactor en de compensatie voor de coronacrisis. Hierna vindt u de afzonderlijke toelichting per onderdeel waarbij eveneens het budgettair effect inzichtelijk is gemaakt.
2 van 9
Bijstelling accres / uitkeringsbasis Accres/uitkeringsbasis
2020
2021
2022
2023
2024
Uitkeringsfactor, vaststelling 2018
18
-
-
-
-
Uitkeringsfactor, bijstelling 2020
42
-
-
-
-
Budgettair effect uitkeringsbasis
60
-
-
-
-
(-/- = nadeel)
Bedragen * € 1.000
Geen aanpassing accres In de Meicirculaire 2020 is besloten om het accres te bevriezen voor de jaren 2020 en 2021. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. In afwachting van dit besluit over de te hanteren systematiek zijn ook de accresramingen vanaf 2022 gehandhaafd op de stand zoals opgenomen in de Meicirculaire 2020. Deze circulaire bevat dan ook geen wijziging in de accresramingen 2020 en verder. In de Meicirculaire 2021 zal wel de afrekening van het plafond van het BTW-Compensatiefonds 2020 in uitkeringsjaar 2021 plaatsvinden. Ontwikkeling uitkeringsfactor De uitkeringsfactoren in de jaren 2018 (+1 punt) en 2020 (+2 punten) zijn wegens ontwikkeling van de uitkeringsbasis en inzet van de verdeelreserve bijgesteld. Evaluatie normeringssystematiek Het evaluatierapport van de normeringssystematiek is, ter voorbereiding op de volgende kabinetsperiode, op 13 november jl. naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. De voorstellen in het rapport zijn erop gericht om met name de stabiliteit van de normeringssystematiek van het gemeentefonds en provinciefonds en de hieruit voortkomende accresontwikkeling te verbeteren. In de evaluatie zijn, naast de huidige systematiek, drie alternatieven uitgewerkt.
Deze zijn: het herinvoeren van een behoedzaamheidsreserve, het bevriezen of vertragen van het accres en een vaste volumeafspraak bij het regeerakkoord. De huidige systematiek geldt als de meest actuele variant; bij de overige varianten is in toenemende mate sprake van meer stabiliteit ten koste van actualiteit. Compensatie coronacrisis Overzicht 3e compensatiepakket coronacrisis
2020
2021
2022
2023
2024
28
-
-
-
-
Lokale culturele voorzieningen - aanvullend
-
68
-
-
-
Extra kosten verkiezingen 2021 - aanvullend
-
33
-
-
-
Flankerend beleid - aanvullend pakket re-integratie (regulier)
5
11
-
-
-
Flankerend beleid - impuls re-integratie (intensivering)
-
6
-
-
-
Flankerend beleid - gemeentelijk schuldenbeleid
12
24
-
-
-
Flankerend beleid - bijzondere bijstand
4
8
-
-
-
Compensatie quarantainekosten
4
-
-
-
-
Budgettair effect 3e compensatiepakket coronacrisis
53
149
-
-
-
Inhaalzorg en meerkosten Jeugd en Wmo - aanvullend
Bedragen * € 1.000
3 van 9
Hieronder volgt een korte toelichting op de toegekende compensatie uit het 3 e pakket. Voor de bedragen van het 1e en 2e pakket verwijzen wij u naar de bijlage ‘Compensatiepakket Rijk’. Afrekening meerkosten 2020 Jeugdwet en Wmo 2015 Voor de meerkosten en inhaalzorg van de jeugdzorg en Wmo 2015 was een voorschot verleend van € 58.000. Het voorschot voor 2020 wordt in deze circulaire vastgesteld op € 87.000, een aanvulling van € 28.000. Lokale culturele voorzieningen 2021 - aanvullend Voor de borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur is een compensatie toegekend van € 145.000 voor de periode medio maart tot en met 31 december 2020. Deze organisaties missen onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen In 2021 ontvangen we aanvullend € 67.500. Extra kosten verkiezingen 2021 - aanvullend Op basis van de maatregelen die aanvullend noodzakelijk zijn voor de Tweede Kamerverkiezing is besloten tot een aanvullende compensatie van € 32.600 in 2021. Dit bedrag komt bovenop de al beschikbaar gestelde € 40.000 in 2020. Flankerend beleid Voor het flankerend beleid zijn, als onderdeel van het steun- en herstelpakket, middelen gereserveerd voor 2020, 2021 en 2022. Over de toekenning en precieze verdeling van de middelen voor 2022 vindt nog nader gesprek plaats.
Hierover worden gemeenten in de loop van 2021 nader geïnformeerd. Hieronder is de verdeling van de middelen voor 2020 en 2021 toegelicht. Flankerend beleid: re-integratie van bijstandsgerechtigden In 2020 en 2021 ontvangen we extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden beschikbaar (€ 4.700 in 2020; € 10.800 in 2021 inclusief afdracht aan het BTW-Compensatiefonds). We ontvangen deze extra middelen zodat de reguliere dienstverlening op peil gehouden kan worden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen we in 2021 een tijdelijk impuls voor re-integratie (€ 5.700 inclusief afdracht aan het BTW-Compensatiefonds) om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Flankerend beleid: gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand In 2020 en 2021 ontvangen we extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 11.900 in 2020; € 24.300 in 2021) en de bijzondere bijstand (€ 4.100 in 2020; € 8.400 in 2021). Gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek, stellen deze extra middelen ons in staat om inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen.
4 van 9
Compensatie quarantainekosten Het kabinet heeft met gemeenten afgesproken dat zij een rol zullen vervullen bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Het gaat daarbij vooral om praktische ondersteuning en het continueren van zorg en ondersteuning vanuit de sociaaldomeinwetten voor die burgers die in quarantaine moeten en niet in staat zijn de problemen die daardoor kunnen ontstaan zelf of met hun netwerk op te lossen. Ter compensatie van (mogelijke) extra kosten ontvangen wij in 2020 eenmalig € 3.800. Verwerking in circulaire op een later moment Daarnaast bevat het aanvullend pakket compensatie medeoverheden december 2020 een aantal afspraken over 2020, 2021 en 2022 die nog niet in deze circulaire konden worden verwerkt. Over de verwerking van deze afspraken in de verdeling van het gemeentefonds zullen gemeenten in het eerste kwartaal van 2021 worden geïnformeerd. Het betreffen de volgende onderwerpen: -
Inkomstenderving
-
Afvalinzameling
-
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
-
Perspectief Jeugd en jongeren
Meer informatie voor de verwachte totale kosten en baten ten behoeve van Corona (inclusief bovenstaande compensaties) vindt u in de raadsinformatiebrief “Actualisatie impact analyse per 22 december 2020”. Sociaal domein Sociaal Domein
2020
2021
2022
2023
2024
7
7
7
7
7
Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen (nacalculatie)
-23
-
-
-
-
Subtotaal taakmutaties
-16
7
7
7
7
Mutaties budgetneutraal
-16
7
7
7
7
-
-
-
-
-
Suppletie-uitkering integratie sociaal domein
Budgettair effect Sociaal Domein
Bedragen * € 1.000
Suppletie-uitkering Overheveling IUSD De suppletie-uitkering Overheveling integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) geeft invulling aan de bestuurlijke afspraak dat de overheveling van de IUSD naar de algemene uitkering geen herverdeeleffect (positief of negatief) mag hebben. Voor de jaren 2019 en 2020 vindt een nacalculatie plaats op de eenheden bij de maatstaven. Voor 2019 is het effect nihil, voor 2020 en verder € 7.000 voordelig. Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen voorzieningen Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de Septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de
5 van 9
Wlz. Voor de mobiliteitshulpmiddelen ging het om een uitname vanaf 2020 van € 9.000 oplopend tot structureel € 18.000 in 2024. Voor de roerende voorzieningen betrof het een structurele uitname vanaf 2020 van jaarlijks € 1.000. De afspraak is dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. Op basis van de realisatiegegevens over de eerste acht maanden van 2020 blijkt dat er te weinig is overgeheveld vanuit het gemeentefonds naar de Wlz. Een correctie van € 23.000 vindt in deze circulaire alleen plaats voor 2020. In de Meicirculaire 2021 wordt de nacalculatie structureel verwerkt op basis van realisatiegegevens over de eerste negen maanden van 2020 aangevuld met een nog af te spreken ophoging voor onderhoudskosten. Woonplaatsbeginsel Jeugd - beleidswijziging Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Uitgangspunt in de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel wordt de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Bij jeugdhulp met verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats geldt de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres in de zin van de Wet basisregistratie personen had. Deze beleidswijziging wordt per 1 januari 2022 doorgevoerd in de huidige verdeling.
Het budget voor Voogdij en 18+ blijft tot de herijking op basis van historisch gebruik verdeeld worden, op basis van het gewijzigde woonplaatsbeginsel. Vanaf 2023 zal deze integratie-uitkering worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Overige taakmutaties Hieronder verstaan wij wijzigingen in de algemene uitkering waar een direct aanwijsbare taakwijziging tegenover staat. Door het beleid adequaat aan te passen kan de gemeente de kosten in lijn brengen met de wijziging in de algemene uitkering. Omdat de lokale situatie kan afwijken van landelijke trends is dit niet altijd haalbaar of wenselijk. Gemeenten zijn hierin vrij. Als uitgangspunt proberen wij taakmutaties in de begroting budgetneutraal te verwerken. Indien dit niet mogelijk of wenselijk is, lichten wij dat nader toe. Taakmutaties
2020
2021
2022
2023
2024
Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen
-6
-
-
-
-
Bijdrage MijnOverheid en DigiD
-5
-
-
-
-
Bijdrage GDI
-4
-
-
-
-
Subtotaal taakmutaties
-15
-
-
-
-
Mutaties budgetneutraal
-15
-
-
-
-
0
0
0
0
0
Budgettair effect taakmutaties
Bedragen * € 1.000
Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2020 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten voor het
6 van 9
gemeentelijk gebruik van de BRP over 2019. Dit is zoals afgesproken met de VNG in 2020 verwerkt. De totale kosten voor Putten zijn € 6.300. Bijdrage MijnOverheid en DigiD De doorbelasting van kosten voor DigiD en MijnOverheid verloopt via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De afrekening voor 2020 bedraagt € 5.500. De eindafrekeningen van 2018 en 2019 zijn hier ook in verwerkt. Bijdrage GDI De doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de generieke digitale infrastructuur (GDI) verloopt via een uitname uit de algemene uitkering van het gemeentefonds verloopt. De afrekening voor 2020 is bepaald op € 3.500. Bij de uitname is ruimte ingebouwd voor onzekerheden zoals de exacte hoogte van de bijdrage vanwege volumegroei. Indien het bedrag in 2020 niet volledig nodig blijkt te zijn, zal het resterende bedrag worden teruggeboekt naar het gemeentefonds.
Ontwikkelingen te verwachten bij de Meicirculaire 2021 Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg Vanaf 2021 zullen middelen aan de algemene uitkering worden toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’ Rijksvaccinatieprogramma Het gemeentefonds wordt vanaf 2021 structureel opgehoogd ten behoeve van de uitvoering van de Meningokokken (MenACWY)-vaccinatie voor 14-jarigen, die met ingang van 1 januari 2021 wordt overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden naar verwachting bij de Meicirculaire 2021 toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Effect op en verwerking in de begroting Na verwerking van de decembercirculaire ziet het actuele begrotingssaldo er als volgt uit: Begrotingspositie
2020
Begrotingssaldo na 8-maandsrapportage 2020
-767
Saldo Begroting 2021-2024
2021
2022
2023
2024
160
224
430
511
-
-
-
Budgettair effect septembercirculaire 2020
544
210
Budgettair effect decembercirculaire 2020
112
149
Impact COVID-19
-
PM
PM
PM
PM
Herijking gemeentefonds 2023
-
-
PM
PM
PM
-111
519
224
Saldo na verwerking decembercirculaire
430 511 Bedragen * € 1.000
De circulaire kan vanwege het moment van verschijnen niet meer vertaald worden in de begroting 2020. Deze komt daardoor in de Jaarrekening 2020 tot uitdrukking als verschil tussen de begroting en werkelijkheid. De meerjarige mutaties worden opgenomen in de 4maandsrapportage 2021. De geoormerkte gelden blijven beschikbaar voor de betreffende
7 van 9
beleidstaken. Dit geldt ook voor het compensatiepakket corona. Het niet bestede deel zal bij de Jaarrekening 2020 als bestemming rekeningresultaat aan u worden voorgesteld. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de behandelend ambtenaar. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Putten,
mr. F.E. Contant,
H. A. Lambooij,
secretaris
burgemeester
Bijlagen: 1. Compensatiepakket Rijk
8 van 9
Bijlage Compensatiepakket Rijk Overzicht 1e t/m 3e compensatiepakket coronacrisis
2020
Compensatie toeristen- en parkeerbelasting
129
-
129
Inhaalzorg en meerkosten Jeugd en Wmo*
87
-
87
Lokale culturele voorzieningen*
145
68
213
Extra bijdrage Wsw
152
-
152
Noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep
39
-
39
Voorschoolse voorziening peuters (VVE)
11
-
11
Lagere apparaatskosten (opschalingskorting)
81
184
265
Buurt- en dorpshuizen
16
-
16
Vrijwilligersorganisaties jeugd
11
-
11
Toezicht en handhaving
64
-
64
Markt- en evenementenleges
30
-
30
Eigen bijdrage Wmo (abonnementstarief)
26
-
26
Extra kosten verkiezingen 2021*
40
33
73
Flankerend beleid - aanvullend pakket re-integratie (regulier)*
5
11
16
Flankerend beleid - impuls re-integratie (intensivering)*
-
6
6
Flankerend beleid - gemeentelijk schuldenbeleid*
12
24
36
Flankerend beleid - bijzondere bijstand*
4
8
12
Compensatie quarantainekosten*
4
-
4
Bruto-bedrag compensatie coronacrisis
857
333
1.190
Af, bijdrage WSW naar IG
-152
-
-152
Netto-bedrag compensatie coronacrisis
705
333
1.038
2021 Totaal
Bedragen * € 1.000
9 van 9