1767007 Raadsvoorstel Evaluatie beleidskader recreatie 2019 en herziene versie beleid
Tekst van het document
Zaaknummer
:
1767007
Documentnummer
:
2045264
Datum B&W vergadering
:
10 juni 2025
Raadsvoorstel Onderwerp: Evaluatie beleidskader recreatie 2019 en herziene versie beleid. Beslispunten 1.
De herziene versie van het beleidskader recreatie vast te stellen op basis van de evaluatie.
Inleiding Sinds 2014 werkt de gemeente Putten samen met 11 andere Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland aan het Programma Vitale Vakantieparken. Doel van dit programma is om het recreatieve aanbod op de Veluwe beter aan te laten sluiten op de vraag, het recreatiegebied aantrekkelijker te maken en tot een duurzame oplossing te komen voor de ongewenste (woon)situaties op en gebruiksvormen van vakantieparken. In december 2016 is een gewijzigde versie van de beleidsnota Recreatie+ door u vastgesteld. Ondanks dat dit beleid van kracht is geworden is geconstateerd dat eigenaren van vakantieparken nauwelijks in beweging kwamen. Dit heeft er toe geleid om in 2019 het ruimtelijk beleid te herzien. In september 2019 heeft de gemeenteraad het beleidskader recreatie vastgesteld. Dit kader is destijds opgesteld om richting te geven aan ruimtelijke en beleidsmatige keuzes met betrekking tot vakantieparken, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en duurzame ontwikkeling. Wij hebben geconstateerd dat de instrumenten uit het beleidskader veelvoudig zijn ingezet om verbetering van de recreatieparken te stimuleren. Inmiddels zijn er vijf jaar verstreken en is de maatschappelijke en economische context veranderd. Tegen deze achtergrond is het van belang om het beleidskader te evalueren en waar nodig te actualiseren.
In dit bijgevoegde evaluatie lichten wij toe hoe het beleidskader recreatie 2019 de afgelopen 5 jaar positief heeft bijgedragen aan de ontwikkelingen op de vakantieparken en welke aandachtspunten geconstateerd zijn. Op basis van de evaluatie is een herziene versie van het beleidskader opgesteld.
Beoogd effect Het borgen van een actueel, effectief en toekomstgericht beleidskader voor vakantieparken dat aansluit op de gemeentelijke omgevingsvisie, de wensen vanuit de sector en de veranderende maatschappelijke behoeften. Ruimtelijke kwaliteit en duurzame ontwikkeling is het doel. Argumenten 1.1 Het huidige beleidskader heeft beperkte ruimte voor diversificatie en ontwikkeling Uit de evaluatie blijkt dat de strikte kaders van het huidige beleid de mogelijkheden voor vernieuwing, differentiatie en verduurzaming beperken. Hierdoor worden innovatieve initiatieven en de ontwikkeling van hoogwaardige recreatieve voorzieningen belemmerd. In de herziene versie zijn verbeterpunten verwerkt. 1.2 Beleidsmatige bijsturing noodzakelijk Diverse beleidsinstrumenten zijn deels achterhaald en behoeven actualisatie om beter aan te sluiten bij de huidige praktijk. Een groot aantal instrumenten uit het huidige beleid zijn toepasbaar zonder aanpassing (nummering correspondeert met huidige beleidskader): -
1.1 Functieverandering naar wonen
-
1.2 Functieverandering met maatwerk
-
1.3 Functieverandering naar zorg met dagopvang
-
1.4 Functieverandering van verblijf- naar dagrecreatie
-
2.2 Bestaande woonverklaringen
-
2.3 Gebruik beheerderswoning door parkeigenaar
-
2.4 Gebruik beheerderswoning door derden
-
2.5 Toestaan extra beheerderswoning
Het herziene beleid bevat de volgende aanpassingen;
Aanpassing instrument 1.5 ‘van arbeidsmigranten naar natuur en landschap’: Vanuit het gemeentelijk beleid is de voorkeur om arbeidsmigranten onder te brengen in leegstaande kantoren. Ook onder recreatieondernemers bestaat weerstand tegen het structureel huisvesten van doelgroepen op vakantieparken, vanwege het negatieve effect op het imago van de sector. Toch is het behoud van een instrument dat transformatie naar natuur mogelijk maakt, van belang gezien de ambities in de omgevingsvisie ten aanzien van een natuurlijk en groen Putten. In de herziene versie wordt dit instrument zo aangepast dat een tijdelijke maatwerkfunctie naar natuur en landschap wel mogelijk blijft. Daardoor is er meer ambtelijke en bestuurlijke ruimte om initiatieven af te wegen en mee te bewegen met trends en ontwikkelingen.
2 van 5
Schrappen Instrument 1.6 ‘Van zonneveld naar natuur en landschap’ en samenvoegen met instrument 1.5 ‘van arbeidsmigranten naar natuur en landschap’ uit het huidige beleid Vanwege de ligging van vakantieparken in bosrijke gebieden en het gebrek aan open ruimte is instrument 1.6 in de praktijk beperkt toepasbaar. Daarnaast omschrijft het beleidskader VOODE generieke regelgeving voor het aanleggen van zonnevelden. Die ook toepasbaar is voor vakantieparken.
Instrument 1.7 ‘Woningbouwlocaties’ is niet langer toepasbaar Dit instrument omschrijft concreet twee vakantieparken die getransformeerd kun nen worden naar woningbouwlocaties. Hillary en Goorzicht. Deze vakantieparken bestaan niet langer en worden op dit moment getransformeerd. Verder zijn er geen solitair gelegen parken in Putten die aangemerkt worden als (mogelijke) wo ningbouwlocatie. Mede doordat de resterende solitair gelegen parken nog steeds recreatieve meerwaarde bieden.
Aanpassing instrument 2.1 ‘toestaan tijdelijke huisvesting doelgroepen’ Door op een vakantiepark een aantal objecten toe te staan die door de recreatieondernemer ingezet worden voor tijdelijke huisvesting, ontstaat er investeringsruimte voor de kwaliteitsimpuls én wordt bijgedragen aan de maatschappelijke behoefte aan tijdelijke woonruimte. Uit gesprekken blijkt dat er behoefte bestaat aan verruiming van dit beleidsinstrument, zodat het mogelijk wordt opnieuw doelgroepen te huisvesten. Voor veel parken is een termijn van drie jaar te kort. Ook de persoonsgebonden vergunning van één jaar blijkt in de praktijk onvoldoende. Er werd geadviseerd om de termijnen voor zowel park- als persoonsvergunningen te herzien. Tegelijk blijft het belangrijk te benadrukken dat het om opvang gaat en ten dienste moet staan van de recreatie.
In het herziene beleid is dit als volgt: -
Verlenging parkvergunning naar maximaal vier jaar. Toelichting: In deze periode kan een park minimaal twee keer een persoon of ge zin huisvesten binnen de voorwaarden van een persoonsgebonden vergunning. Tevens biedt dit ruimte om het instrument opnieuw te evalueren voordat de ver gunning afloopt.
-
Tijdelijke bewoning per persoon/huishouden mogelijk voor maximaal twee jaar (te weten een periode van maximaal één jaar; in bijzondere situaties éénmalig te verlengen)
-
Op een vakantiepark met minder dan 30 objecten kunnen maximaal 3 objecten ingezet worden voor tijdelijke huisvesting. Op een vakantiepark met 30 of meer objecten geldt een 10% regeling van het aantal objecten dat ingezet kan worden voor tijdelijke huisvesting. (exclusief objecten in eigendom van derden of die bewoond worden door personen met een woonverklaring). Het is niet mogelijk om als individuele eigenaar een vergunning aan te vragen. Een parkeigenaar kan ook geen vergunning aanvragen voor kavels in eigendom van derden.
3 van 5
-
Het exacte aantal objecten en looptijd van toestemming zijn gekoppeld aan het investeringsplan dat onderdeel uitmaakt van het parkplan. De initiatiefnemer moet aantonen dat de opbrengsten in het park worden geïnvesteerd. De ondernemer bepaalt de locatie van de objecten binnen het park, gemeente beoordeelt of deze objecten en de locatie binnen het park acceptabel zijn. Jaarlijks monitoren we de voortgang van de realisatie en investeringen van het parkplan.
1.3 Beleid dat aansluit op de omgevingswet Er is getoetst of de instrumenten nog aansluiten op de recent vastgestelde omgevingsvisie voor de recreatiesector in Putten. De Omgevingsvisie benadrukt het belang van kwaliteitsverbetering van de verblijfsrecreatie en ondersteunt innovatieve en duurzame initiatieven, mits deze landschappelijk goed zijn ingepast en aansluiten bij de kernkwaliteiten van Putten. Ondernemers die willen differentiëren lopen tegen ruimtelijke beperkingen in het huidige omgevingsplan aan, waarin nog onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende recreatiecategorieën (Recreatie 1, 2, 3 en 4) met elk hun eigen regels. Zolang het nieuwe omgevingsplan nog niet is vastgesteld, vormt dit een belemmering voor vernieuwing en verduurzaming. In de herziene versie is een nieuwe beleidsregel opgenomen ‘Toestaan grotere recreatieobjecten onder voorwaarden’; Door het toestaan van grotere objecten kan een aantrekkelijker en gevarieerder aanbod ontstaan dat verschillende recreatieve doelgroepen aanspreekt. Kanttekeningen 2.1 Instructieregel voor bewoning recreatiewoningen in consultatie Met een instructieregel wil minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) gemeenten verplichten om bewoning van recreatiewoningen onder voorwaarden toe te staan. Dit kan eventueel leiden tot meer permanente bewoning op de vakantieparken.
We weten niet of deze instructieregels exact zo ingevoerd worden en hoe veel mensen al voor 16 mei 2024 woonachtig waren op vakantieparken. Daarnaast staat het beleidskader recreatie los van de politieke ontwikkelingen in Den Haag. De beleidsregel tijdelijk wonen is juist ontwikkeld om vakantieparken meer ontwikkelingsruimte en perspectief te bieden om de recreatiesector verder te revitaliseren. Los van de onzekerheid van landelijke ontwikkelingen willen wij ons eigen beleid staande houden. Uitvoering Na vaststelling van de herziene versie van het beleidskader door de gemeenteraad vervalt het beleidskader recreatie uit 2019 en treed de herziene versie 2025 in werking. Financiële gevolgen Er zijn geen financiële consequenties hieraan verbonden.
4 van 5
Bijlagen 1.
Huidige beleidskader recreatie
2.
Evaluatie beleidskader recreatie
3.
Beleidskader recreatie herziene versie
Commissiebehandeling De commissievergadering is terug te luisteren op https://putten.raadsinformatie.nl/.
Burgemeester en wethouders van Putten, de secretaris
de burgemeester
mr. F.E. Contant
H. A. Lambooij
Portefeuillehouder
Ewoud ’t Jong
Afdeling
Ruimte Team Beleid en Advies
Behandelend ambtenaar
E.J. Slieker
Telefoonnummer
+31341230267
5 van 5