CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

1503194 Opiniërende notitie aanvullend functieveranderingsbeleid

Commissie Ruimte 9 oktober 2025, gemeente PuttenBij agendapunt: Aanvullend functieveranderingsbeleid3.419 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer

:

1503194

Documentnummer

:

2036079

Datum B&W vergadering

:

16 september 2025

OPINIËRENDE NOTITIE VOOR DE COMMISSIE RUIMTE Onderwerp Aanvullend lokaal functieveranderingsbeleid voor functieveranderingswoningen Inleiding Op 19 september 2024 is door u als raad het Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley, regio Amersfoort voor de gemeente Putten vastgesteld. Dit regionale beleid biedt de ruimte om op onderdelen lokaal beleid te formuleren. In deze opiniërende notitie willen we ideeën voor aan u voorleggen over lokaal beleid voor functieveranderingswoningen. Eerdere signalen vanuit de gemeenteraad en vanuit de samenleving geven aanleiding tot reflectie op dit onderwerp. Hiermee willen we input bij u als commissie ophalen om deze mee te nemen bij het opstellen van het beleid dat daarna aan u ter besluitvorming zal worden voorgelegd. Relevant beleidskader Het huidige functieveranderingsbeleid Sinds 2008 kent Putten het functieveranderingsbeleid. Kern van dit beleid betreft het voorkomen van verloedering van het buitengebied, het toevoegen van landschappelijke kwaliteit en het tegengaan en voorkomen van ondermijning. In de praktijk is hier in Putten goed gebruik van gemaakt1. De meeste functieveranderingen betreffen die naar wonen, waar in het buitengebied op de achterblijvende locatie één of twee woningen zijn bijgebouwd.

Onder het huidige beleid, vastgelegd in Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024, is maximaal één woning toegestaan. Omschakelen naar niet-agrarische bedrijvigheid is mogelijk, maar beperkt tot 1000 m2. Omgevingsvisie In 2023 heeft u de Omgevingsvisie Putten 2040 vastgesteld, waarbij Putten 9 deelgebieden kent en per deelgebied bepaald is welke ambities we daar hebben en welke ontwikkelingen wenselijk zijn. Dit is gevisualiseerd in het Puttense Wiel, die op eveneens 9 ambities het afwegingskader per gebied weergeeft. De relevante deelgebieden voor functieveranderingswoningen zijn het agrarisch buitengebied en de natuurlijke landschaps- en landgoederenzone. In deze gebieden zijn de meeste agrarische bedrijven van Putten actief en de meeste mogelijkheden voor het toevoegen van functieveranderingswoningen.

1

Zie evaluatie functieveranderingsbeleid cie. Ruimte d.d. 8 april 2021

De prioriteit in dit het agrarisch buitengebied ligt op de agrarische bedrijvigheid (“ondernemend”). Wel staat onder het kopje “aangenaam wonen” in de toelichting bij het afwegingskader dat we bij functieveranderingen focus houden op de leefbaarheid van buurtschappen en dat we optimaal gebruik maken van bestaande erven. Op het vlak van wonen staan we open voor innovatieve ideeën in het buitengebied.

Afbeelding 1. Het Puttens Wiel voor het agrarisch buitengebied In de natuurlijke landschaps- en landgoederenzone ligt de nadruk vooral op natuurlijk en groen en cultureel en historisch. Bij alle ontwikkelingen moet hier dus extra aandacht voor zijn. Ondernemen en wonen hebben hier een minder hoge prioriteit. Qua wonen is het hier niet de bedoeling om nieuwe bouwmogelijkheden toe te voegen, maar vanuit functieveranderingen zijn er wel mogelijkheden. Ook het onderzoeken van nieuwe woonvormen en flexibel wonen is hier opgenomen als onder het kopje “aangenaam wonen”.

Afbeelding 2. Het Puttens wiel voor de natuurlijke landschaps- en landgoederenzone

2 van 10

Als pilot voor bewonersparticipatie hebben we in 2022 in Stenenkamer een onderzoek gedaan, gesproken met inwoners en een gebiedsagenda opgesteld2. Vanuit de omgeving werd het kleinschalig toevoegen van woningen en het meer-generatie-wonen op bestaande erven als wens geuit. Actuele ontwikkelingen Motie het buitengebied is geen bungalowpark3 In maart 2018 heeft u met 17 stemmen voor en 1 stem tegen de motie “het buitengebied is geen bungalowpark” aangenomen. In deze motie heeft u het college verzocht beleid te ontwikkelen waarbij gestimuleerd wordt woningen uit functieverandering niet in het buitengebied maar aan de rand van het dorp te laten landen. Stoppende agrariërs In Putten hebben zich ruim 30 agrarische bedrijven gemeld voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). De meeste bedrijven hebben hiervoor een positieve beschikking ontvangen. Wanneer zij gebruik maken van deze regeling moeten zij de stallen slopen. Dat impliceert wel dat zij de beschikking hebben over sloopmeters en deze hetzij willen verkopen, hetzij willen inzetten voor het bouwen van woningen of nieuwe (niet-agrarische) bedrijvigheid. Uit een onderzoek onder de Puttense agrariërs in 2023 blijkt dat zij in het algemeen niet voor het toevoegen van woningen verspreid in het buitengebied zijn. Zij staan meer open voor bedrijvigheid.

Woningen voortkomend uit functieverandering zien zij liever nabij de bebouwde kom4. Vraag naar wonen neemt alleen maar toe De vraag naar woningen is enorm. De laatste jaren kennen we meerdere burgerinitiatieven gericht op wonen op alternatieve locaties. Denk aan wonen in het bos (Putterbosch) en aan de Vanenburgerallee (Uylenborch). Ook voor knarrenhoven zijn er initiatieven. Daarnaast wordt er regelmatig geïnformeerd naar mogelijkheden voor woongemeenschappen, woningsplitsing of combinaties van wonen en zorg. Ook vanuit de landelijke politiek wordt er gezocht naar nieuwe mogelijkheden voor wonen. Denk aan de voorgenomen instructieregel om het permanent wonen op vakantieparken toe te staan. Het doel van deze opiniërende notitie Het eerste beleidskader functieveranderingsbeleid stamt uit 2008. Dit regionale beleid is in 2016 geactualiseerd en in 2024 is het nieuwe Afwegingskader Functieveranderingsbeleid vastgesteld. Bij beide actualisaties zijn op ondergeschikte punten lokale accenten gelegd. Sinds 2008 voert de gemeente een consistent beleid. Wel leeft al langer de wens om te onderzoeken of woningen niet alleen in het buitengebied, maar meer richting de dorpsrand of in de buurtschappen kunnen landen, getuige ook eerdergenoemde motie. Daarnaast zien we dat de vraag naar wonen is toegenomen en dat er relatief veel stoppende agrariërs zijn.

2

Zie Omgevingsvisie Putten 2040, p. 10 Zie motie SGP: Het buitengebied is geen bungalowpark d.d. 8 maart 2018 4 Zie Onderzoek ontwikkelingsperspectieven agrarische bedrijven Putten, van Westreenen, RIB 6 oktober 2023 3

3 van 10

Met deze notitie willen we uw visie ophalen, waarbij we de bestaande kaders als vertrekpunt of als gegeven (zoals de omgevingsvisie) nemen. Discussiepunten 1. Willen we een deel van de rode zwermgebieden als voorkeursgebieden aanwijzen waar meer functieveranderingswoningen gerealiseerd mogen worden? a. Zijn er naast de rode zwermgebieden nog andere gebieden die u aan zou willen wijzen voor de bouw van functieveranderingswoningen? 2. Willen we, aanvullend op het functieveranderingsbeleid, afwijkende voorwaarden toepassen voor de voorkeursgebieden ? 3. Willen we de voorkeursgebieden globaler begrenzen? 4. Willen we aparte voorwaarden opnemen voor functieveranderingswoningen op de Puttense landgoederen? 5. Heeft uw commissie nog aanvullende opmerkingen of suggesties voor aanvullend functieveranderingsbeleid met betrekking tot wonen? 1. Willen we een deel van de rode zwermgebieden als voorkeursgebieden aanwijzen waar meer functieveranderingswoningen gerealiseerd mogen worden? De omgevingsvisie is het uitgangspunt bij het toewijzen van functies aan locaties. Deze visie wordt vertaald in regels in het omgevingsplan (voorheen de bestemmingsplannen). Dit is niet absoluut. In het omgevingsplan is eveneens vastgelegd onder welke voorwaarden het omgevingsplan gewijzigd kan worden. Het huidige functieveranderingsbeleid is daarin geïncorporeerd.

Daarnaast zijn er binnen de oude bestemmingsplannen soms bijzondere gebieden opgenomen. Rode zwermgebieden In het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied en de actualisatie Veegplan Westelijk Buitengebied (nu tijdelijk deel van het omgevingsplan) zijn reeds multifunctionele gebieden opgenomen, de rode zwermgebieden. In deze gebieden zijn in principe meer mogelijkheden voor woningbouw en niet-agrarische bedrijvigheid dan in de rest van het agrarisch buitengebied. Onderscheid wordt gemaakt tussen intensieve en extensieve rode zwermgebieden. In bijlage 1 is een kaart opgenomen van de rode zwermgebieden. Een deel van deze gebieden ligt binnen het plangebied voor uitbreidingswijk Halvinkhuizen. Dat deel is dus niet meer van toepassing. In de toelichting van het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied zijn de intensieve en extensieve rode zwermgebieden beschreven. Kort samengevat komt het op het volgende neer. Intensieve rode zwermgebieden In de intensieve rode zwermgebieden ligt de nadruk op landbouw, wonen en niet-agrarische bedrijvigheid. Hier is in principe ruimte voor functieverandering naar wonen: het realiseren van woonkavels voor inplaatsing van woonfuncties op ongewenste locaties in het buitengebied, dan wel het

4 van 10

bouwen van een extra woning in het kader van functieverandering. Ook is er ruimte voor de bouw van een drie á viertal (sociale sector) woningen of wooneenheden in één voormalig agrarische opstal ten behoeve van senioren, starters of gehandicapten. Voor reeds aanwezige niet agrarische bedrijvigheid is er ruimte voor maximaal 25% uitbreiding. Ook kan er verplaatsing van bedrijven plaatsvinden elders uit het buitengebied, die daar vanuit hun aard en/of hun schaal ongewenst zijn. Extensief rood zwermgebied Tussen Krachtighuizen en de Voorthuizerstraat is een extensief rood zwermgebied aangewezen. Hier ligt de nadruk op de hoofdfuncties 'wonen', 'natuur en landschap' en 'recreatie'. Voor functieveranderingen naar wonen gelden hier dezelfde mogelijkheden als bij intensieve zwermgebieden. Wel moet er aandacht zijn voor de samenhang met bestaande recreatiemogelijkheden, natuur en landschap. Ook zijn hier mogelijkheden voor functieverandering van agrarisch naar recreatie of verplaatsing van verblijfsrecreatie van elders binnen het Centraal Veluws Natuurgebied. Omgevingsvisie De rode zwermgebieden lenen zich bij uitstek voor het aanwijzen van gebieden waar functieveranderingswoningen in een grotere differentiatie gerealiseerd kunnen worden.

De ligging bij de dorpsrand en verschillende buurtschappen is ruimtelijk wenselijk voor de bouw van functieveranderingswoningen ten opzichte van de rest van het agrarisch buitengebied. In de Omgevingsvisie Putten 2040 is opgenomen dat functieveranderingswoningen bij voorkeur aan de rand van de bebouwde kom worden toegevoegd. De buurtschappen maken formeel geen deel uit van de bebouwde kom. Toch leent de aard van de buurtschappen zich wel meer voor de bouw van functieveranderingswoningen dan de rest van het buitengebied. Bovendien is in de omgevingsvisie als opgave opgenomen dat we bij functieveranderingen focus houden op de leefbaarheid van buurtschappen. De bouw van woningen voortkomend uit functieveranderingen kan hier een bijdrage aan leveren. Zuidelijk ontwikkelperspectief Een deel van de rode zwermgebieden ligt binnen het gebied waarvoor nu het zuidelijk ontwikkelperspectief wordt ontwikkeld. Voorwaarden die gaan gelden voor deze rode zwermgebieden hebben mogelijk beperkte invloed op het perspectief dat voor dit gebied ontwikkeld wordt. De buurtschappen en de dorpsrand Het ligt voor de hand om voor een grotere concentratie van functieveranderingswoningen vooral te kijken naar de zwermgebieden dichtbij de dorpsrand en in de buurtschappen. In deze gebieden is reeds een concentratie van woonfuncties en (soms) voorzieningen.

Vanuit het oogpunt van een vitaal landelijk gebied is het toevoegen van woningen vanuit functieverandering hier een logische keuze. Het gaat dan om de gebieden bij Steenenkamer en Huinen/Veenhuizerveld en die dichtbij de sportvelden aan de rand van het dorp. In bijlage 2 is een kaart bijgevoegd met deze voorkeursgebieden.

5 van 10

Het extensief rode zwermgebied leent zich hier in mindere mate voor, vanwege de nadruk op natuur en recreatie en het meer open landschap. Het zwermgebied bij Hoef kenmerkt zich meer door bedrijvigheid. Ook de nabijheid van het spoor en de Nijkerkerstraat maken dit gebied minder geschikt voor een grotere concentratie aan woningen. Het gebied bij de Koekamperweg, waar eerder ook een gebiedsvisie voor is ontwikkeld, is juist een gemengd gebied. Een deel van dit gebied leent zich voor een grotere concentratie aan functieveranderingswoningen. Hiervoor zijn in de gebiedsvisie Koekamperweg reeds een paar locaties aangewezen. Ook voor het gebied bij de Nijkerkerstraat is eerder een gebiedsvisie ontwikkeld, hierin zijn enkele locaties voor functieveranderingswoningen aangewezen. Het ligt voor de hand om de gebiedsvisies hierin te volgen, gezien de participatie die hieraan vooraf is gegaan. Wel kunnen dezelfde afwijkende voorwaarden toe worden gepast (zie discussiepunt 2). Subvraag 1a. Zijn er naast de rode zwermgebieden nog andere gebieden die u aan zou willen wijzen voor de bouw van functieveranderingswoningen? Voor het aanwijzen van geschikte gebieden hebben wij ons gericht op een deel van de rode zwermgebieden, omdat deze ruimtelijk gezien de meest wenselijke mogelijkheden bieden. Wellicht ziet uw commissie nog andere mogelijkheden elders in het buitengebied. 2.

Willen we, aanvullend op het functieveranderingsbeleid, afwijkende voorwaarden toepassen voor de voorkeursgebieden? Ondanks de ruimere mogelijkheden en de aanwijzing van voorkeurslocaties in de gebiedsvisies worden functieveranderingswoningen in de praktijk op de slooplocaties van de voormalige agrarische bedrijven gebouwd, dus verspreid in het buitengebied. De kosten voor het verwerven van grond en benodigde sloopmeters, plus de kosten voor woningbouw worden als te fors ervaren om woningen elders te bouwen. Om bouwen in de voorkeursgebieden aantrekkelijker te maken kunnen we bepaalde sloopeisen uit het afwegingskader versoepelen voor deze gebieden. Hiermee wordt het financieel aantrekkelijker om functieveranderingswoningen daar te bouwen en wordt de bouw van betaalbaardere woningen gestimuleerd. In Barneveld en Ede is onlangs aanvullend lokaal functieveranderingsbeleid vastgesteld waarin, onder andere, afwijkende voorwaarden voor functieveranderingswoningen zijn opgenomen. Hiermee wordt de bouw van een grotere differentiatie aan (betaalbaarder) woningen gestimuleerd in daarvoor aangewezen gebieden. Verder hebben beide gemeenten ook voorwaarden voor woningsplitsen, woningdelen en erfdelen opgenomen in lokale uitwerkingen van het functieveranderingsbeleid. De sloopmetersystematiek moet zo min mogelijk gewijzigd worden, zodat de sloopmeters binnen de regio inzetbaar zijn.

Er zijn echter wel verschillende “knoppen” waaraan gedraaid kan worden. Hiermee kan het aantrekkelijker worden voor initiatiefnemers om

6 van 10

functieveranderingswoningen in de aangewezen gebieden te bouwen. Deze knoppen kunnen ook de andere kant op draaien, dat in het reguliere buitengebied tegelijkertijd zwaardere eisen gaan gelden. Op die manier worden de aangewezen gebieden nog aantrekkelijker. Ede is bijvoorbeeld zelfs zover gegaan om gebieden aan te wijzen waar geen functieveranderingswoningen mogen worden gebouwd. Hieronder worden de volgende mogelijke maatregelen nader toegelicht. Deze maatregelen zouden dan uitsluitend binnen de voorkeursgebieden gelden. In bijlage 3 is een lijst toegevoegd voor een snel overzicht. 2.1 Het aantal vereiste sloopmeters voor een woonrecht verlagen 2.2 Het aantal vereiste sloopmeters koppelen aan de woninginhoud 2.3 De grootte van het bouwvlak verkleinen 2.4 De minimale inzet van sloopmeters van eigen perceel loslaten 2.5 Het aantal maximale extra woningen per erf na een functieverandering vergroten 2.6 Woningsplitsing mogelijk maken 2.1 Het aantal vereiste sloopmeters voor een woonrecht verlagen De standaard eis in Putten voor een functieveranderingswoning is 1.290 m2 sloopmeters. 300 m2 hiervan is voor het zogenaamde woonrecht, de rest ter compensatie voor de woninghoud. Het regionale kader geeft gemeenten de mogelijkheid aan de knoppen te draaien voor het benodigde aantal sloopmeters voor een woonrecht.

We kunnen voor betaalbaarder woningen een afwijkend aantal sloopmeters voor een woonrecht hanteren. Een voorbeeld in het beleid van Barneveld is 100 m2 sloopmeters voor een woonrecht voor rijwoningen en rug-aan-rug woningen in aangewezen gebieden. Op deze manier is het aantrekkelijker om dergelijke woningen te bouwen. Hierbij wordt het aantal benodigde sloopmeters voor een woonrecht aangepast. Ook het toegestane aantal m2 voor bijgebouwen bij aangewezen woningen wordt in Barneveld beperkt, zoals is te zien in onderstaande tabel.

7 van 10

Tabel 1. Voorbeeld uit Barneveld5 2.2 Het aantal vereiste sloopmeters koppelen aan de woninginhoud In het regionaal kader is opgenomen dat voor elke 1 m3 woninginhoud 1,5 m2 sloopmeters vereist zijn. Voor een standaardwoning van 660 m3 betekent dat 990 m2 sloopmeters. In Putten is lokaal opgenomen dat voor elke functieveranderingswoning, ongeacht de inhoud, deze 990 m2 sloopmeters nodig zijn, plus de 300 m2 voor een woonrecht (in totaal 1.290 m2). Door in aangewezen gebieden de standaardregel uit het regionale kader te laten gelden, wordt de bouw van kleinere en dus betaalbaarder woningen gestimuleerd. Helemaal wanneer dat gecombineerd wordt met een lager aantal sloopmeters voor een woonrecht. 2.3 De grootte van het bouwvlak verkleinen Standaard geldt in Putten voor functieveranderingswoningen een bouwvlak van maximaal 1.500 m2. Door het beperken van het bouwvlak voor woningen wordt het oppervlakte van bijgebouwen potentieel verkleind, ook voor vergunning vrije bijgebouwen. Hiermee wordt voorkomen dat met de bouw van extra woningen de verstening extra toeneemt. Ook de positionering van het bouwvlak kan zo gekozen worden dat de mogelijkheden voor (vergunningvrij) bouwen verkleind wordt. In Ede is bijvoorbeeld gekozen voor een gezamenlijk bouwvlak van maximaal 1.500 m2 voor de bouw van maximaal 4 woningen.

Zo wordt de clustering van bebouwing ook gestimuleerd, omdat de ruimte waar gebouwd kan worden beperkt is. 2.4 De minimale inzet van sloopmeters van eigen perceel loslaten Standaard geldt in Putten dat voor een functieveranderingswoning minimaal 600 m2 sloopmeters van eigen perceel afkomstig moet zijn. Hiermee wordt voorkomen dat met slechts een klein oppervlakte aan vrijkomende agrarische bebouwing een extra woning gebouwd kan worden. Als we willen dat in de rode zwermgebieden functieveranderingswoningen gebouwd kunnen worden, ook met sloopmeters uit de rest van Putten, dan moet deze eis wellicht losgelaten worden voor deze gebieden. Wel kan als eis worden gesteld dat minimaal 600 m2 of alle sloopmeters uit de gemeente Putten moeten komen. 2.5 Het maximum aantal extra woningen per erf na een functieverandering vergroten Standaard geldt in het Afwegingskader 2024 één extra woning na een functieverandering. Dit is een aanscherping ten opzichte van het beleid uit 2016. Er is een mogelijkheid om hier voor aangewezen gebieden van af te wijken. In de rode zwermgebieden geldt nu al dat er maximaal 4 wooneenheden ten behoeve van senioren, starters of gehandicapten gerealiseerd kunnen worden binnen een voormalige agrarische opstal. We kunnen deze voorwaarde wijzigen in een maximum aantal woningen per erf.

Als het doel is om functieveranderingswoningen te concentreren, dan kan dit een stimulans zijn om deze woningen in de rode zwermgebieden te bouwen, in plaats van op de slooplocatie. Hierbij kan dan wel als aanvullende eis gelden dat alle sloopmeters uit Putten moeten komen. In Ede is na een pilot de mogelijkheid van erfdelen,

5

Lokale aanvulling functieveranderingsbeleid gemeente Barneveld, vastgesteld 23 oktober 2024 8 van 10

waarbij maximaal 13 woningen onder strikte voorwaarden gebouwd kunnen worden, opgenomen in het lokale functieveranderingsbeleid6. 2.6 Woningsplitsing mogelijk maken In het regionale afwegingskader is de mogelijk tot woningsplitsing met een sloopeis van 300 m2 reeds opgenomen. In Putten hebben we ervoor gekozen deze lokaal niet op te nemen. Wel is er de mogelijkheid om in het verleden vergunde (permanente) inwoonsituaties uit het verleden op deze manier een (kleine) woonfunctie te geven. Voor de voorkeursgebieden kunnen we opnemen hier wel woningsplitsing toe te passen binnen bestaande woningen. De ruimtelijke invloed is relatief beperkt, als hier aanvullende voorwaarden worden toegepast voor ruimtelijke inpassing en bouwmogelijkheden. We hebben hiervoor regelmatig verzoeken ontvangen. In de bebouwde kom van Putten wordt voor woningsplitsing een beleidsregel uitgewerkt, zo is onlangs vastgelegd in de Visie op Wonen7. Er kan gekeken worden of hierbij voor het buitengebied bij aan kan worden gesloten. 3. Willen we de voorkeursgebieden globaler begrenzen? De huidige rode zwermgebieden zijn begrensd op perceelniveau, ook in de gebiedsvisies is per perceel bepaald wat mogelijk is. Een nadeel hiervan is dat de aangewezen percelen kunnen worden gezien als ontwikkellocatie voor woningbouw, waardoor de grondprijs wordt opgedreven. Dit is een onbedoeld effect.

Door de voorkeursgebieden meer op gebiedsniveau te bekijken, door zones aan te wijzen, houden we meer flexibiliteit en voorkomen we dat grondprijzen onbedoeld worden opgedreven. Het uitgangspunt is dat het voorkeursgebieden zijn voor functieveranderingswoningen, geen woningbouwlocaties. Ook kan op deze manier per initiatief bepaald worden of realisatie ruimtelijk wenselijk is. In zowel Barneveld, als in Ede is gekozen voor zonering. 4. Willen we aparte voorwaarden opnemen voor functieveranderingswoningen op de Puttense landgoederen? De natuurlijke landschaps- en landgoederenzone heeft een duidelijk ander karakter dan het agrarisch buitengebied. Dit deelgebied kenmerkt zich door een kleinschalig landschap, historische bebouwing en hoge natuurwaarden. Ook is in dit gebied een aanzienlijk deel van de agrariërs actief, waarvan een aantal op de landgoederen. Juist op de landgoederen kan het ruimtelijk niet wenselijk zijn functieveranderingswoningen toe te voegen op een erf waar een agrariër stopt, omdat dit bijvoorbeeld de historische waarde van een erf aantast. Het is een mogelijkheid om een landgoed als een geheel te bekijken. De sloopmeters die vrijkomen bij een stoppend agrarisch bedrijf kunnen dan geheel worden ingezet op een erf elders binnen hetzelfde landgoed.

De minimumeis van 600 m2 sloopmeters van eigen erf komt dan te vervallen, mits de alle in te zetten sloopmeters van eigen landgoed komen. Ook kunnen we kijken of er andere woonvormen mogelijk zijn op de landgoederen. Dit kunnen we verder uitwerken in samenwerking met de eigenaren van de landgoederen en partners als Natuurmonumenten, Gelders Genootschap en Stichting Landschapsbeheer Gelderland. 6 7

Beleidsuitwerking functieverandering 2024 Gemeente Ede, vastgesteld 9 oktober 2024 Zie Visie op Wonen 2025-2029, p. 20, d.d. Gemeenteraad 27 maart 2025 9 van 10

5. Heeft uw commissie nog aanvullende opmerkingen of suggesties voor aanvullend functieveranderingsbeleid op het gebied van wonen? Tot slot kunnen er zaken zijn die in deze notitie niet aan bod gekomen zijn. Wij horen graag of uw commissie nog aanvullingen heeft waarmee we een goed beleid kunnen vormgeven. Gevolgen Na input van uw commissie zal ons college een verdere uitwerking maken die we in de loop van 2026 ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor zullen leggen. Hiervoor zullen we ook de nodige afstemming hebben met belanghebbenden. Bijlagen 1. Kaart met rode zwermgebieden in het buitengebied van Putten (2047900) 2. Kaart met voorkeursgebieden functieveranderingswoningen (2066277) 3. Lijst mogelijke afwijkende voorwaarden voorkeursgebieden (2071057) Burgemeester en wethouders van Putten, de secretaris,

de burgemeester,

mr. F.E. Contant

H.A. Lambooij

Portefeuillehouder

E. 't Jong

Afdeling

Ruimte Team Beleid en Advies

Behandelend ambtenaar

E.P. Hanewald

Telefoonnummer

+31341230267

10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981384/2