14.3 Definitief Regionaal Risicoprofiel 2021-2024
Tekst van het document
REGIONAAL RISICOPROFIEL 2021-2024
Inhoud Samenvatting 5 1. Inleiding 6 1.1 Doel en toepassing
6
1.2 Uitgangspunten
6
1.3 Werkwijze
6
1.3.1 Herzieningstraject
6
1.3.2 Maatschappelijke thema’s als kapstok
7
1.3.3 Opstellen risicobeeld
7
1.3.4 Uitvoeren risicoanalyse
8
1.4 Leeswijzer
9
1.5 Besluitvorming en beheer
9
2. Typering VNOG 10
Colofon Het Regionaal Risicoprofiel 2021-2024 is opgesteld door de werkgroep herziening risicoprofiel, samengesteld uit deelnemers vanuit (GHOR, brandweer, politie, gemeenten en in afstemming met partners. Datum vaststelling Vastgesteld in juni 2020 door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Eindredactie en beheer Het beheer van het risicoprofiel ligt bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.
2.1 Kenschets
10
2.2 Maatschappelijke ontwikkelingen
11
3. Risico’s in de VNOG
12
3.1 Natuurlijke omgeving
12
3.2 Gebouwde omgeving
13
3.3 Technologische omgeving
13
3.4 Vitale infrastructuur
14
3.5 Verkeer en vervoer
14
3.6 Gezondheid
16
3.7 Sociaal-maatschappelijke omgeving
16
3.8 Risicodiagram
17
4. Incidenttypen 2021-2024 VNOG
18
4.1 Terugblik beleidsprioriteiten 2017 – 2020
18
4.2 Beleidsprioriteiten 2021 - 2024
19
Bijlage 1 Beoordelingscriteria
20
Contactgegevens Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234 7300 AE Apeldoorn
2 | |
| 3 |
Samenvatting
In de Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland werken brandweer, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR), politie, gemeenten (bevolkingszorg) en crisispartners samen om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op rampen en crises. Deze voorbereiding is gebaseerd op een periodieke inventarisatie en analyse van de risico’s in het werkgebied van de VNOG. Het resultaat van deze risico-inventarisatie en analyse is vastgelegd in het regionaal risicoprofiel. Het doel van het risicoprofiel is inzicht krijgen in de aanwezige risico’s en het bestuur van de veiligheidsregio in staat stellen om afgewogen keuzes te maken over het beperken van deze risico’s. Het risicoprofiel geeft inhoudelijk richting aan de activiteiten van de VNOG. Denk hierbij aan advisering, opleiden, trainen en oefenen van eenheden en crisisteams, operationele informatievoorziening en risicocommunicatie. Het regionaal risicoprofiel bestaat uit een inventarisatie en analyse van de relevante, maatgevende risico’s, inclusief risico’s uit aangrenzende gebieden. Voor het opstellen van het risicobeeld en het uitvoeren van de risicoanalyse is door een multidisciplinaire werkgroep gebruik gemaakt van de landelijke handreiking. De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland bestaat uit 22 gemeenten en is te typeren als een plattelandsregio met een aantal stedelijke kernen.
De totale oppervlakte van het gebied bedraagt (ruim) 3000 km² en er wonen ruim 820.000 mensen. In de zomer verblijven daarnaast circa 1,4 miljoen recreanten op de
4 | |
Veluwe en circa 0,5 miljoen in de Achterhoek. De regio kent veel natuur, agrarisch gebied en waterrecreatie. Ongeveer 25% van de totale oppervlakte bestaat uit bos en heide. Ook worden veel (grote) evenementen georganiseerd, zijn er veel recreatieparken, zijn er havengebieden, ligt het aan de landsgrens met Duitsland en telt het veel zorgorganisaties. De regio kent verschillende risicovolle milieulocaties waaronder zeven BRZObedrijven. Bij de inventarisatie en analyse is rekening gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving van de regio. Denk hierbij aan demografische ontwikkelingen (toenemende vergrijzing), klimaatverandering, energietransitie, technologische ontwikkelingen (een steeds groter wordende afhankelijkheid van internet) en moedwillig handelen. De inventarisatie en analyse hebben zeventien maatgevende risico’s opgeleverd. Vanuit een brede inventarisatie, risicoanalyse en verkenning van maatschappelijke ontwikkelingen, is de werkgroep gekomen tot een aantal uit te werken incidenttypen voor de komende periode: • extreme weersomstandigheden • brand in een gebouw met meerdere functies en kwetsbare bewoners • verstoring elektriciteitsvoorziening • verstoring telecom & ICT
| 5 |
1.
Inleiding
De wereld om ons heen is continu in beweging. Risico’s die vandaag actueel zijn, kunnen morgen overschaduwd worden door nieuwe risico’s. Ook de ‘beleving’ van risico’s is continu aan verandering onderhevig, al dan niet veroorzaakt door media aandacht of gebeurtenissen elders in de wereld. Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot nieuwe veiligheidsvraagstukken voor de fysieke leefomgeving. Daarom is het van belang deze tijdig te signaleren en te analyseren, zodat we in staat zijn om te bepalen op welke wijze we hier adequaat op in kunnen spelen. In de VNOG werken brandweer, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR), politie, gemeenten (bevolkingszorg) en crisispartners samen om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op rampen en crises. Deze voorbereiding is gebaseerd op een periodieke inventarisatie en analyse van de risico’s in het werkgebied van de VNOG. Het resultaat van deze risico-inventarisatie en analyse is vastgelegd in dit regionaal risicoprofiel.
1.1 Doel en toepassing Elke veiligheidsregio is wettelijk verplicht een risicoprofiel op te stellen (art. 15 Wvr) en vierjaarlijks te herzien. Het doel van het risicoprofiel is inzicht krijgen in de aanwezige risico’s. Dit inzicht telt het bestuur van de veiligheidsregio in staat om afgewogen keuzes te maken, met als doelstelling dat iedereen in onze regio veilig en gezond kan wonen, werken en recreëren. Het algemeen bestuur heeft op 15 januari 2020 de toekomstvisie VNOG vastgesteld. Deze toekomstvisie is het inhoudelijk kader voor het regionaal beleidsplan 2021- 2024. Dit regionaal risicoprofiel geeft inhoudelijk richting aan de activiteiten in VNOG. Denk hierbij aan advisering, opleiden, trainen en oefenen van eenheden en crisisteams, operationele informatievoorziening en risicocommunicatie.
1.2 Uitgangspunten Wet- en regelgeving Het regionaal risicoprofiel is een van de wettelijk verplichte planfiguren. De bepalingen in de wet veiligheidsregio’s (Wvr) zijn leidend voor de opzet en inhoud van het risicoprofiel. Landelijke handreiking regionaal risicoprofiel In 2009 is een landelijke handreiking opgesteld met daarin een stappenmodel om te komen tot een regionaal risicoprofiel. In het herzieningstraject zijn deze stappen doorlopen. De methode Nationale Risicobeoordeling, waarvan gebruik is gemaakt om de risico’s te kwantificeren naar impact en waarschijnlijkheid, maakt hiervan onderdeel uit. Nationaal veiligheidsprofiel 2016 Het nationaal veiligheidsprofiel geeft vanuit nationaal perspectief een overzicht van potentiële rampen en dreigingen die onze samenleving kunnen ontwrichten. De uitgebreide risicoanalyse geeft bruikbare informatie voor het regionaal risicoprofiel. Regionaal risicoprofiel 2017-2020 Het huidige risicoprofiel was het vertrekpunt voor het herzieningstraject. Regionale risicoprofielen omliggende veiligheidsregio’s De inhoud van de risicoprofielen van omliggende regio’s is, waar passend, gebruikt tijdens de herziening.
1.3 Werkwijze Het regionaal risicoprofiel bestaat uit een inventarisatie en analyse van de relevante risico’s, inclusief risico’s uit aangrenzende gebieden. Voor het opstellen van het risicobeeld en het uitvoeren van de risicoanalyse heeft een multidisciplinaire werkgroep de stappen uit de landelijke handreiking doorlopen.
inventarisatie en risicoanalyse. Na afronding hiervan heeft tijdens informatiebijeenkomsten inhoudelijk afstemming plaatsgevonden met gemeenten en crisispartners. Er heeft een onderbouwd selectieproces plaatsgevonden van een landelijke groslijst aan incidenttypen naar voor de VNOG relevante én maatgevende incidenttypen, de uitwerking van de scenario’s en de weging naar impact en waarschijnlijkheid. De feedback naar aanleiding van de bijeenkomsten is door de werkgroep verwerkt in de definitieve incidentbeschrijvingen. Na vaststelling van het concept risicoprofiel door het bestuur van de VNOG heeft overleg met de gemeenteraden plaatsgevonden. Reacties uit de raden zijn verwerkt in de definitieve versie van het risicoprofiel.
1.3.2 Maatschappelijke thema’s als kapstok Gedurende de herziening is de landelijke indeling van crisis- en incidenttypen in zeven maatschappelijke thema’s gehanteerd: 1. Natuurlijke omgeving 2. Gebouwde omgeving 3. Technologische omgeving 4. Vitale infrastructuur en voorzieningen 5. Verkeer en vervoer 6. Gezondheid 7. Sociaal- maatschappelijke omgeving In hoofdstuk 3 is per maatschappelijk thema een samenvatting opgenomen van de risicoinventarisatie. Elk thema sluit af met een verantwoording van de selectie van incidenttypen die in het regionaal risicoprofiel staan. 1.3.3 Opstellen risicobeeld Als eerste stap heeft de werkgroep de landelijke incidenttypen beoordeeld op actualiteit en heeft hier nog een aantal actuele incidenttypen aan toegevoegd, zoals ‘droogte’ en ‘extreem geweld’.
Vervolgens heeft de werkgroep bepaald of het incidenttype relevant is voor het grondgebied van de VNOG en of het maatgevend is voor het regionaal risicoprofiel. Deze afweging is van belang omdat dit een regionaal profiel betreft waarbij uitgegaan is van grootschalige incidenten met effecten die leiden tot maatschappelijk ontwrichting, waardoor gecoördineerd optreden en de inzet van de regionale crisisorganisatie vereist is. Lokale en specifieke incidenttypen met beperkte effecten waarvoor doorgaans basishulpverlening vanuit een of meerdere disciplines voldoende is, zijn dan ook niet meegenomen in het risicoprofiel¹. Bij de indeling van incidenttypen in categorieën is de figuur van een piramide als hulpmiddel gebruikt. Uit de piramide blijkt dat de brede onderlaag bestaat uit incidenttypen die het meest voorkomen in de regio en waarvoor basishulpverlening volstaat. Dit wordt ‘basis zorg’ genoemd. Een risico kan dus relevant zijn voor het grondgebied van de VNOG en zelfs veelvuldig als incident voorkomen, maar de incidentbestrijding kan vanuit de reguliere basishulpverlening worden uitgevoerd. De middelste laag bevat de incidenttypen die maatgevend zijn voor het regionaal risicoprofiel; grootschalige incidenten met effecten die leiden tot maatschappelijke ontwrichting, waardoor gecoördineerd optreden en de inzet van de regionale crisisorganisatie vereist is.
Deze laag heet ‘multi zorg’. Incidenttypen die qua omvang en impact dusdanig zijn dat er opschaling naar nationaal niveau plaatsvindt of dat de effecten dusdanig omvangrijk en ontwrichtend zijn dat het niet reëel is om ons hier op regionaal niveau op voor te bereiden, zijn de zogenaamde ‘top’ van de piramide, de ‘exceptionele zorg’. Deze worden in het risicoprofiel buiten beschouwing gelaten. De piramide is gebaseerd op het grondgebied van de VNOG, de ‘luchtfoto’. Het ‘profiel’ van dit grondgebied bepaalt vervolgens welke risico’s zich aandienen, bijvoorbeeld vanuit de natuurlijke
1.3.1 Herzieningstraject Ruim een jaar is een regionale werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van hulpdiensten, gemeenten en crisispartners, aan de slag geweest met een uitgebreide risico-
¹ Dat incidenttypen niet voorkomen in het regionaal risicoprofiel wil niet zeggen dan deze incidenttypen niet in beeld zijn. Diverse incidenttypen zijn bijvoorbeeld opgenomen in het risicoprofiel Brandweer.
6 | |
| 7 |
Figuur 2: stappenmodel risico-inventarisatie en risicoanalyse Figuur 1: indeling incidenttypen in categorieën
omgeving of de technologische omgeving. Voor de incidenttypen die als maatgevend zijn aangemerkt is een proceseigenaar² aangewezen. Deze proceseigenaar heeft, in afstemming met de andere kolommen en partners, een incidentbeschrijving gemaakt. Hierin zijn onder meer de ontwikkelingen en incidenthistorie opgenomen. Inhoudelijke bespreking van de incidentbeschrijvingen in de multidisciplinaire werkgroep heeft geleid tot een selectie van 17 incidenttypen die een plek krijgen in het regionaal risicoprofiel. Een aantal incidenttypen is, in verband met de vele raakvlakken en overlap, gebundeld en ondergebracht onder één noemer. Separaat heeft een verkenning plaatsgevonden naar de maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Een samenvatting van deze verkenning is in hoofdstuk 2 opgenomen. Het opstellen van het risicobeeld heeft geleid tot een overzicht van de aanwezige risicovolle situaties en de soorten incidenten die zich daardoor kunnen voordoen.
1.4 Leeswijzer 1.3.4 Uitvoeren risicoanalyse De volgende stap betrof het kwantificeren van de risico’s. Dit is uitgevoerd door de kans dat het incident zich voordoet en de mogelijke gevolgen daarvan te wegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de methode Nationale Risicobeoordeling, die gericht is op een beoordeling en vervolgens positionering van risico’s in het risicodiagram. Het begrip ‘risico’ wordt gedefinieerd als een samenstelling van ‘impact’ (het totaal van de gevolgen van het incident) en ‘waarschijnlijkheid’ (een verwachting omtrent het optreden van het incident). De (weerstands) maatregelen die al getroffen zijn, of de weerbaarheid van de samenleving is bij de bepaling van impact en waarschijnlijkheid meegenomen. Zie bijlage 1 voor een beschrijving van de beoordelingscriteria. Tijdens de risicoanalyse zijn de incidentbeschrijvingen aangevuld met een scenario. Het scenario, waarin de impactcriteria beschreven zijn, vormt de basis voor beoordeling van elk incidenttype. Hierdoor is het mogelijk te komen tot een score op de verschillende criteria. Voor de herkenbaarheid is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van incidenthistorie en al eerder uitgewerkte scenario’s voor de VNOG. In bijlage 3 is van elk incidenttype een compacte beschrijving opgenomen met de weging naar impact en waarschijnlijkheid.
In hoofdstuk 1 staat verwoord welke werkwijze is gehanteerd tijdens het herzieningstraject. Hoofdstuk 2 geeft een typering van de VNOG en de ontwikkelingen in het fysieke veiligheidsdomein waarmee de VNOG de komende jaren steeds meer te maken zal krijgen. In hoofdstuk 3 zijn de uitkomsten van de risico-inventarisatie en risicoanalyse opgenomen; de risico’s in de VNOG. Het laatste hoofdstuk geeft de prioriteiten voor de komende jaren weer en schetst de toepassingsmogelijkheden van het regionaal risicoprofiel in de organisatie. 1.5 Besluitvorming en beheer • Het concept risicoprofiel is afgestemd met gemeenten en crisispartners. • Het risicoprofiel is op …………. vastgesteld door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. • Het vastgestelde risicoprofiel is ter informatie toegestuurd aan ……. Periodiek zullen de incidentbeschrijvingen worden beoordeeld op actualiteit en volledigheid. Ontwikkelingen kunnen leiden tot aanpassing of aanvulling van deze incidentbeschrijvingen. Op deze wijze blijft de inhoud van het regionaal risicoprofiel actueel.
² Bij de verdeling is gekeken onder welke rampbestrijdingsprocessen het grootste deel van de gevolgbestrijding valt en welke kolom hiervoor verantwoordelijk is. Als gevolg hiervan zijn vanuit de VNOG (afdelingen GHOR, Brandweer, Crisisbeheersing), Gemeenten (Bevolkingszorg) en Politie proceseigenaren aangewezen.
8 | |
| 9 |
2.
2.2 Maatschappelijke ontwikkelingen
Typering VNOG
Om risico’s te kunnen identificeren is het van belang inzicht te hebben in de specifieke kenmerken die het werkgebied van de VNOG typeren. Voor de beeldvorming is in dit hoofdstuk een algemene kenschets van het gebied opgenomen. Tijdens de risico-inventarisatie is per incidenttype nader onderzoek gedaan naar de relevantie van het incidenttype voor de VNOG. Onder meer door data over bijvoorbeeld aantallen locaties, transportbewegingen en hoeveelheden gevaarlijke stoffen aan de incidentbeschrijvingen toe te voegen. De komende jaren beïnvloeden ook diverse maatschappelijke ontwikkelingen de fysieke leefomgeving in de VNOG. Daarom is het van belang deze ontwikkelingen te signaleren en de risico’s nader te duiden. In dit hoofdstuk zijn de ontwikkelingen op hoofdlijnen beschreven, een nadere duiding is onderdeel van de incidentbeschrijvingen.
2.1 Kenschets Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland bestaat uit 22 gemeenten en is te typeren als een plattelandsregio met een aantal stedelijke kernen. De totale oppervlakte van het gebied bedraagt (ruim) 3000 km² en er wonen ruim 820.000 mensen. In de zomer verblijven daarnaast circa 1,4 miljoen recreanten op de Veluwe en circa 0,5 miljoen in de Achterhoek. De regio kent veel natuur, agrarisch en recreatief gebied. Ongeveer 25% van de totale oppervlakte bestaat uit bos en heide. Ook worden veel (grote) evenementen georganiseerd, zijn er veel recreatieparken, ligt het aan de landsgrens met Duitsland en telt het veel zorgorganisaties. De regio kent verschillende risicovolle milieulocaties waaronder zeven BRZO-bedrijven. Dit zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde en die vallen onder de werking van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015.
De samenleving wordt complexer en in toenemende mate geconfronteerd met nog onbekende dreigingen. Dit zijn dreigingen waarbij diverse factoren en effecten (van micro- tot en met macroniveau) zodanig samenkomen van dat er sprake is of zou kunnen zijn van een langdurige ontwrichting van de maatschappij. Deze veranderingen zullen leiden tot nieuwe veiligheidsen gezondheidsrisico’s waarop de overheid moet inspelen. Ook de ‘beleving’ van risico’s is aan verandering onderhevig, al dan niet veroorzaakt door media-aandacht of gebeurtenissen elders in de wereld. Prominente ontwikkelingen met gevolgen voor de fysieke leefomgeving zijn: Demografische ontwikkelingen Nederland staat de komende decennia grote demografische veranderingen te wachten. Vergrijzing is hiervan een bekend voorbeeld, het aantal ouderen (65 jaar en ouder) zal tot 2040 verdubbelen. Dit betekent een toenemende behoefte aan voor ouderen geschikte woningen, zorg-, culturele- en recreatieve voorzieningen in de buurt. Bevolkingskrimp op nationale schaal is al vanaf 2020 denkbaar. Dit blijft uiteraard een voorspelling, in de looptijd van het plan kunnen nieuwe inzichten beschikbaar komen. Ook zullen regionale verschillen in concentraties van bevolking zichtbaar worden. In tegenstelling tot de verwachting is bevolkingsstabilisatie dan wel bevolkingstoename voor de Achterhoek niet uit te sluiten.
Rekening moet worden gehouden met een perspectief van groei met name voor de stedelijke gebieden en onzekerheid over de krimp, met name voor de plattelandsgemeenten. Bevolkingskrimp kan vooral in de minst aantrekkelijke dorpen en wijken resulteren in een vicieuze cirkel van dalende woningprijzen, leegstand, concentratie van kansarmen en leefbaarheidsproblemen. Krimpende bevolking in de werkende leeftijd kan ook leiden tot arbeidstekorten in ons werkgebied. Dit kan een aandachtspunt worden bij het bemensen van onze (operationele) organisatie. Klimaatverandering We produceren steeds meer broeikasgassen. Hierdoor warmt de aarde op. De gemiddelde temperatuur van de aarde steeg met 1 graad in de afgelopen 130 jaar. In Nederland zelfs 1,7 graad. De zeespiegel is in die tijd met 20 centimeter gestegen. De wereldwijde klimaatverandering heeft extreme weersomstandigheden als gevolg. Het KNMI geeft aan dat hittegolven frequenter en extremer worden, dat het waarschijnlijk is dat er meer zware neerslag zal vallen en dat perioden van droogte toenemen. Dit verhoogt de kans op natuurrampen zoals overstromingen, extreem weer en natuurbranden. Het kan ook nadelig zijn voor onze gezondheid, denk aan luchtwegproblemen door luchtvervuiling.
10 | |
Door verandering in temperatuur, vochtigheid en neerslag kunnen infectieziekten meer ruimte krijgen. Dit kan leiden tot ziektegolven. Het is mogelijk dat, onder meer vanwege de genoemde risico’s, dit een volksverhuizing van West-Nederland naar OostNederland gaat opleveren in de komende decennia. Energietransitie In de energietransitie staat de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen centraal, met als doel om energieneutraal te worden. In 2030 wil Nederland 49 procent minder koolstofdioxide uitstoten, in verhouding tot de meting in 1990. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. Het overgrote deel van de uitstoot komt voort uit het gebruik van fossiele energie. In het realiseren van deze doelstelling spelen gemeenten een cruciale rol, ze initiëren energieprojecten om deze transitie uit te voeren. Te denken valt aan zonneparken, windmolenparken, biogasinstallaties, geothermische installaties, waterstoftankstations en buurtbatterijen om de duurzaam opgewekte energie op te slaan. De veiligheidsrisico’s van de energietransitie met betrekking tot de winning, opslag, productie, transport en het gebruik van deze vormen van duurzame energie zijn nog grotendeels onbekend. Maar er zijn signalen uit de praktijk dat de vernieuwingen sneller plaatsvinden dan wat beleidsmatig is te ondervangen.
Technologische ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en hebben grote impact op de maatschappij. Het gebruik van sensortechnologie, ‘internet of things’ en kunstmatige intelligentie (bijv. algoritmes) kunnen betere zorg en veiligheid bieden, maar kunnen ook een gevaar voor de samenleving vormen vanwege de steeds groter wordende afhankelijkheid van het internet waaraan apparaten verbonden zijn en data opslag in de ‘cloud’. Het leidt tot privacyvraagstukken en sociale onrust (bijvoorbeeld verspreiding van nepnieuws). Dit heeft vooral invloed op de veiligheidsbeleving van mensen. Moedwillig handelen Moedwil wordt in dit verband gebruikt als een verzamelterm voor ontwikkelingen in de samenleving waarbij opzettelijk handelen de oorzaak is voor (gewelds)incidenten. Denk hierbij aan terrorisme, cybercriminaliteit, drugslaboratoria, illegale vuurwerkhandel en ook andere vormen van extremisme, zoals ultranationalisme. Ook een toename van polarisatie, het verscherpen van tegenstellingen tussen (groepen) mensen, kan bijvoorbeeld leiden tot demonstraties en openbare orde verstoringen. Ook is steeds meer aandacht voor ondermijning. Met name in de buitengebieden van plattelandsgemeenten is een ontwikkeling zichtbaar waar de onder- en bovenwereld steeds meer met elkaar vermengen.
| 11 |
3. Risico’s in de VNOG In dit hoofdstuk zijn per maatschappelijk thema de resultaten van de risico-inventarisatie weergegeven. Dit geeft inzicht in risicovolle situaties die in Noord- en Oost-Gelderland kunnen leiden tot een ramp of crisis. De 17 geselecteerde onderwerpen zijn door middel van een risicoanalyse nader uitgewerkt en opgenomen in het risicodiagram.
3.1 Natuurlijke omgeving Het maatschappelijk thema natuurlijke omgeving omvat crisistypen die een natuurlijke oorzaak hebben. Onder dit maatschappelijk thema worden de volgende crisistypen gedefinieerd: • Overstromingen • Natuurbranden • Extreme weersomstandigheden • Aardbevingen • Plagen • Dierziekten Vanwege de waterhistorie van Nederland en de politieke discussie over de klimaatgevolgen, staat vast dat het thema overstromingen de komende decennia op de politieke agenda blijft staan. Binnen de provincie Gelderland werken de veiligheidsregio’s, Waterschappen, Rijkswaterstaat en politie bestuurlijk samen binnen de Gelderse Commissie, in de werkgroep extreme waterstanden. Onder meer de IJssel die door het midden van de regio stroomt en de ligging aan de randmeren, maakt het nodig dat het crisistype overstromingen nader uitgewerkt is. Binnen de regio liggen uitgestrekte bos- en heidegebieden, waaronder het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland: de Veluwe. Mede als gevolg van de klimaatverandering is de verwachting dat meer extreme, langdurige perioden van droogte ontstaan. Dit leidt tot verdroging van de bodem en mogelijk water tekort in de geboorde putten.
Om het risico op een onbeheersbare natuurbrand te verkleinen en de effecten daarvan te beperken is in oktober 2019, in samenwerking met Provincie Gelderland en Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden, gestart met de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing. Extreme weersomstandigheden zijn weersituaties die niet passen in het gangbare maatschappelijke beeld van het weer. Uit onderzoek blijkt dat
12 | |
het waarschijnlijk is dat trends doorzetten. Dit betekent een toename van de frequentie en de omvang van extreem weer. Volgens de risicokaart behoort de regio Noord- en Oost-Gelderland niet tot een gebied waar bevingen kunnen plaatsvinden met een intensiteit die (persoonlijke) schade aan of in gebouwen veroorzaakt. Om deze reden is dit crisistype niet verder uitgewerkt. Ongedierte komt in onze regio veel voor (bijvoorbeeld teken en eikenprocessierups). Als gevolg van de verandering van het klimaat kan er een toename van plagen verwacht worden. Denk hierbij aan de dennenprocessierups en de tijgermug. De verwachting is dat een eventuele plaag niet tot een crisis leidt waar multidisciplinair optreden van de crisisorganisatie noodzakelijk is. Dit is onderdeel van de basishulpverlening van de hulpdiensten en om die reden is dit crisistype niet verder uitgewerkt. Nederland is een klein land met veel vee. De kans op een uitbraak van dier-opdierbesmetting is reëel, gezien de ervaringen van de afgelopen jaren met bijvoorbeeld MKZ en de vogelgriep. Dergelijke crises hebben over het algemeen een lange doorlooptijd. De regio is voor een groot deel agrarisch van aard en kenmerkt zich door het veelvuldig aanwezig zijn van veeteelt. Een dierziekte kan daarom tot grote problemen leiden in (een deel van) de regio.
Conclusie Binnen het maatschappelijk thema natuurlijke omgeving is een aantal crisistypen verder uitgewerkt. Naast de crisistypen ‘Overstroming (VNOG-01), ‘Natuurbrand’ (VNOG-02) en ‘Uitbraak dierziekte’ (VNOG-05) is ook het crisistype extreme weersomstandigheden relevant voor de regio. Bij dat laatste crisistype is er voor gekozen om twee verschillende scenario’s uit te werken: ‘Langdurige hitte en droogte’ (VNOG-03) en ‘Extreem weer’ (VNOG-04).
3.2 Gebouwde omgeving
3.3 Technologische omgeving
Het maatschappelijk thema gebouwde omgeving omvat crisistypen die betrekking hebben op het bouwen en gebruiken van gebouwen en kunstwerken, met uitzondering van tunnels. Tunnels maken onderdeel uit van het maatschappelijk thema verkeer en vervoer. Bij branden gaat het om incidenten die de dagelijkse brandweerzorg overstijgen.
Crisistypen die onderdeel uitmaken van de technologische omgeving hebben betrekking op incidenten met gevaarlijke stoffen. Denk hierbij aan brandbare, explosieve, giftige en radioactieve stoffen. Incidenten kunnen plaatsvinden tijdens transport of bij een stationaire inrichting.
Het thema bestaat uit de volgende crisistypen: • Branden in kwetsbare objecten • Instortingen in grote gebouwen en kunstwerken De term kwetsbare objecten verdient een verduidelijking en daarom dat we ze in vier hoofdgroepen hebben ondergebracht te weten: • “Zorg en welzijn” zoals ziekenhuis, psychiatrische inrichting of verpleeghuis.. • “Wakend en slapend aanwezig” zoals woning, woongebouw, bijzondere woonvorm, hotel, pension, motel of kinderdagverblijf. • “Wakend aanwezig en groot aantal personen” zoals een restaurant, café, theater, schouwburg, school, kantoor of sportgebouw,… • “Brand in gebouw met bovengemiddelde vuurlast” zoals een winkel, industriegebouw, een boerderij voor het houden van dieren of parkeergarage. In de regio zijn een aantal plaatsen met een historische binnenstad met een dichte bebouwing. De kans op een grote brand in een historische binnenstad is aanwezig. Dat maakt dat voor dit crisistype diverse scenario’s zijn uitgewerkt. Door demografische ontwikkelingen zoals de vergrijzing en het toenemend aantal verminderd zelfredzamen die thuis wonen, is er meer behoefte aan zorg. De verwachting is dat mensen (zowel oud als jong) steeds langer thuis blijven wonen. De historie toont aan dat instorting in grote gebouwen en kunstwerken niet of nauwelijks voorkomt in de regio.
Het crisistype leidt op voorhand niet tot een nadere voorbereiding in beleid of capaciteit en is mede om die reden niet nader uitgewerkt.
Het thema kent de volgende crisistypen: • Incident met brandbare/explosieve stof in open lucht • Incident met giftige stof in open lucht • Kernincidenten Het vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Ongevallen met gevaarlijke stoffen zijn denkbaar bij het vervoer over weg, water, spoor, per buisleiding en bij de stationaire inrichting zelf. De hoeveelheid risicovolle milieulocaties (ruim zeshonderd) in de regio in combinatie met de hoeveelheid transportbewegingen maakt dat voor dit crisistype verschillende scenario’s zijn uitgewerkt. In Lingen (Duitsland) is een kerncentrale gevestigd. Ondanks dat de effecten van een ongeval met de kerncentrale in Lingen mogelijk groot zijn, is de kans op een ongeval zeer klein. Toch bereidt de veiligheidsregio zich voor op een incident bij de kerncentrale, door middel distributie van jodiumtabletten en planvorming en operationele voorbereiding die interregionaal wordt vormgegeven. Transport van nucleair materiaal over de weg vindt plaats in een klein gedeelte van de regio. Op voorhand is de transportroute bekend. De geplande transporten kennen hoge veiligheidsmaatregelen waardoor de risico’s in voldoende mate beheersbaar zijn.
Conclusie Een aantal crisistypen is verder uitgewerkt, waarbij de crisistypen incident met brandbare/explosieve stof in open lucht en incident met giftige stof in open lucht in twee gecombineerde scenario’s zijn uitgewerkt: ‘Een treinongeval met brandbare en giftige stoffen’ (VNOG-08) en ‘Een bedrijfsongeval met een brandbare vloeistof’ (VNOG-09). Het crisistype kernincidenten is niet verder uitgewerkt.
Conclusie De inventarisatie heeft er toe geleid dat voor het crisistype brand in kwetsbare objecten een tweetal scenario’s zijn uitgewerkt: ‘Brand in een gebouw met meerdere functies en kwetsbare bewoners’ (VNOG-06) en ‘Brand in een historische binnenstad (VNOG-07).
| 13 |
3.4 Vitale infrastructuur Het thema vitale infrastructuur en voorzieningen omvat crisistypen die leiden tot een verstoring van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het kunnen leiden van een ongestoord leven. Het thema kent de volgende crisistypen: • Verstoring energievoorziening • Verstoring drinkwatervoorziening • Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering • Verstoring telecommunicatie en ICT • Verstoring afvalverwerking • Verstoring voedselvoorziening Voor energie wordt onderscheid gemaakt tussen elektriciteit, gas en olie. Vanwege de grote afhankelijkheid in de samenleving van elektriciteitsvoorziening heeft verstoring zowel een grote directe impact als een grote indirecte impact door keteneffecten. De kans op verstoringen van de elektriciteitsvoorziening neemt toe door bijvoorbeeld toename in het gebruik van hernieuwbare bronnen en decentrale opwekking waardoor de besturing van het netwerk complexer wordt. Ook de toename van extreem weer kan tot meer en omvangrijkere verstoringen van de elektriciteitsvoorziening leiden. Experts schatten tevens in dat de waarschijnlijkheid van de dreiging van cyberaanvallen op de sector toenemen. Olieschaarste is in hoofdzaak een nationale uitdaging. De stabiliteit van de olievoorziening hangt daarnaast vooral samen met geopolitieke ontwikkelingen.
Er bestaat veel overlap tussen de gevolgen van stroomstoring en van gasuitval, waarbij een stroomstoring door experts als meer kritisch wordt ervaren: voor gas bestaat in tegenstelling tot elektriciteit enige buffercapaciteit. Bovendien vallen elektrisch geregelde gasapparaten bij stroomuitval ook uit. Verstoring van de drinkwatervoorziening kan optreden als gevolg van problemen/sabotage van het winnen, zuiveren, opslaan, transport en de distributie van het water. Waterbedrijf Vitens is hiervoor verantwoordelijk. Zij heeft aangegeven dat nooddrinkwater voorhanden is, in het geval de drinkwatervoorziening uitvalt. Daarbij houdt Vitens rekening met bedrijven en organisaties die niet zonder water kunnen, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en voedselverwerkende industrie. Het risico dat problemen ontstaan met betrekking tot waterinname vanuit waterwingebieden wordt laag ingeschat. Het proces van waterinname is relatief onkwetsbaar. Het grootste risico schuilt in (moedwillige) verontreiniging van drinkwater.
14 | |
Om die reden is dat risico verder uitgewerkt. In overleg met de waterschappen wordt voor het crisistype verstoring rioolwaterzuivering en afvalwaterzuivering geen scenario uitgewerkt. Er is een aantal risico’s, waaronder overbelasting van de zuivering, uitval van een rioolwaterzuiveringsinstallatie of een breuk in de rioolleiding, maar er is geen reden om aan te nemen dat één van de risico’s leidt tot een onbeheersbare situatie waardoor maatschappelijk ontwrichtende effecten optreden en daardoor gecoördineerd optreden van de crisisorganisatie noodzakelijk is. De telecomsector spreekt over een grootschalige verstoring indien er meer dan 100.000 aansluitingen zijn getroffen, en langdurig als zo’n uitval langer dan vier uur duurt. Nederland hoort bij de landen met de meeste internetaansluitingen, het snelste internet en de meeste internetbankierende mensen. Ook de dichtheid van snel mobiel internet in combinatie met mobiel bellen is zeer groot. De afhankelijkheid van zowel de overheid als het burgerdomein neemt blijvend toe. De recente coronacrisis benadrukt dit nog maar weer eens. Tegenwoordig zijn telecommunicatie en IT zodanig verweven dat uitval van de één ook uitval van de ander betekent. In veel gevallen zal ICT-uitval ook leiden tot (gedeeltelijke) stroomuitval.
Mogelijke effecten (uitval C2000, 112 niet bereikbaar, coördinatie tussen hulpdiensten verloopt moeizaam, maar ook de gevolgen voor het maatschappelijke leven) zorgen ervoor dat dit risico verder uitgewerkt is. Verstoring van afvalverwerking is zeer hinderlijk, maar dit zal niet leiden tot een crisissituatie waar de veiligheidsregio zich beleidsmatig op moet voorbereiden of die extra capaciteit vraagt. Eventuele verstoringen worden vooral intergemeentelijk opgelost. Voedselvoorziening kan mogelijk verstoord worden als gevolg van een ander incidenttype, zoals een overstroming. Schaarser worden van voedsel is dan één van de vele aandachtsgebieden. Een andere mogelijkheid is een opzettelijke verstoring. Aansturing bij een verstoring speelt op nationaal of zelfs Europees niveau. In 2013 is een thematische verdieping uitgevoerd voor het thema voedselveiligheid. Op basis hiervan is voedselveiligheid niet als een aparte risicocategorie in het Nationaal Veiligheidsprofiel (NVP) uitgewerkt. Regionaal wordt deze keuze gevolgd en daarom is besloten dit crisistype niet verder uit te werken.
Conclusie Het crisistype verstoring energievoorziening is nader uitgewerkt in het scenario ‘Uitval elektriciteitsvoorziening’ (VNOG-10). Het crisistype verstoring drinkwatervoorziening is nader uitgewerkt in het scenario: ‘Verontreiniging drinkwater’ (VNOG-11). En het crisistype verstoring telecommunicatie en ICT is nader uitgewerkt in het scenario ‘Verstoring telecommunicatie en informatietechnologie’ (VNOG-12) De overige crisistypen zijn niet verder uitgewerkt.
3.5 Verkeer en vervoer Het Het thema ‘verkeer en vervoer’ omvat crisistypen die betrekking hebben op een verstoring van een van de verkeersmodaliteiten lucht, weg, spoor en water. Het thema kent de volgende crisistypen: • Luchtvaartincidenten • Incidenten op of onder water • Verkeersincidenten op land • Incidenten in tunnels Het is van belang om te benoemen dat incidenten met gevaarlijke stoffen op de weg, via het spoor of over het water, vallen onder het maatschappelijk thema technologische omgeving. Daar waar het andere incidenten betreft, worden zij hier benoemd. De luchtvaart wordt gezien als een zeer veilige sector met relatief weinig incidenten. Met Airport Teuge kent de regio één vliegveld. Dit vliegveld is sinds 2018 een BRZO-inrichting. Hierdoor wordt door de veiligheidsregio een rampenbestrijdingsplan opgesteld. Door de brandweer zijn diverse scenario’s uitgewerkt van een incident op Airport Teuge. De verwachting is dat, indien zich een incident voordoet, dit binnen de reguliere incidentafhandeling afgedaan kan worden. Om die reden is dit hier niet verder uitgewerkt. Ditzelfde geldt voor een incident met het gebruik van drones. Drones worden steeds vaker gezien in het luchtruim. Ondanks dat het gebruik van drones niet overal is toegestaan en gebonden is aan duidelijke wet- en regelgeving is het denkbaar dat er een incident plaatsvindt waar een drone bij betrokken is.
De inschatting is echter dat hier geen inspanning van de multidisciplinaire crisisorganisatie noodzakelijk is. Met de op handen zijnde ontwikkeling van Lelystad Airport, waarbij vakantievluchten binnen Europa worden ‘overgenomen’ van Schiphol, is de verwachting dat een deel van de regio zich in de aanvliegroute van vliegtuigen bevindt.
De brandweer heeft een rol bij incidenten op- of onder water. Hiervoor ligt binnen de organisatie de aandacht op waterongevallen bestrijding. Op basis van meerdere scenario’s is inzichtelijk gemaakt welke risico’s zich in de regio kunnen voordoen. Hierbij is de verwachting dat incidenten niet multidisciplinair opgeschaald worden. Binnen het crisistype ‘verkeersincidenten op het land’ is onderscheid gemaakt in incidenten op de weg en incidenten op het spoor, omdat de impact en de waarschijnlijkheid verschillend zijn. Na inventarisatie is er voor gekozen dit incidenttype niet verder uit te werken en op te nemen omdat een incident in deze categorie behoort tot de dagelijkse werkzaamheden van de hulpverleningsdiensten. Het is denkbaar dat een dergelijk incident zich voordoet in combinatie met een ander incidenttype. In dat geval wordt uitgegaan van de omschrijving die staat beschreven bij dat specifieke incidenttype. In de regio bevindt zich geen tunnel langer dan 250 meter (Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels). Conclusie Crisistypen die onderdeel uitmaken van dit maatschappelijk thema zijn door de verschillende hulpdiensten monodisciplinair uitgewerkt. De ontwikkelingen rondom Airport Teuge, Lelystad Airport en drones hebben de aandacht en worden nauwgezet gevolgd.
| 15 |
3.6 Gezondheid
3.7 Sociaal-maatschappelijke omgeving
Onder het thema ‘gezondheid’ vallen crisistypen die een impact hebben op de gezondheid van burgers in de regio. Het gaat hierbij om de impact naar aanleiding van virussen, infecties en bacteriën en niet om de impact als gevolg van incidenten met bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen.
Dit maatschappelijk thema richt zich op crisistypen die een grote maatschappelijke en sociale impact kunnen hebben. Belangrijk om te benoemen dat het hierbij gaat om zowel de zichtbare als onzichtbare crisis.
Er zijn twee crisistypen gedefinieerd: • Bedreiging volksgezondheid • Ziektegolf
Het thema bestaat uit de volgende crisistypen: • Paniek in menigten • Verstoring openbare orde
Bedreiging voor de volksgezondheid kan op verschillende manieren ontstaan. Denk hierbij aan besmetting via contactmedia, uitstoot van gevaarlijke stoffen met langere termijn risico’s, besmettingsgevaar uit eigen regio of via het buitenland of via dieren. Een dierziekte die besmettelijk is voor mensen wordt een zoönose genoemd. Bij een grote uitbraak kan dit gevolgen hebben voor agrarische sector en de economie door onder andere ruiming van dieren en fok- en transportverboden. Ook zijn er gevolgen voor de volksgezondheid en kan sociale onrust ontstaan. De grootschalige Q-koortsuitbraak, die duurde van 2007 tot 2011, is zo’n voorbeeld. Een pandemie is een wereldwijde epidemie: een nieuwe infectieziekte, zoals COVID-19, die zich wereldwijd verspreidt. Een ziektegolf op uitgebreide schaal leidt tot een grote ontwrichting van de samenleving. Dit heeft niet alleen gevolgen voor burgers en het bedrijfsleven, maar ook voor de continuïteit van de zorg, de overheid en de hulpdiensten. Er zijn verschillende ontwikkelingen waardoor de kans op een pandemie is toegenomen: klimaatverandering in combinatie met globalisering (internationaal vervoer en handel) kunnen voor ‘exotische infectieziekten’ zorgen. Door vergrijzing neemt de groep kwetsbaren toe, wat gevolgen kan hebben voor het aantal zieken (ziekenhuisopnames) en sterfgevallen.
De oronacrisis heeft laten zien hoe snel een lokale infectieziekte uitbraak tot een wereldwijde pandemie kan leiden. Conclusie Mede gezien de impact die deze crisistypen hebben op de samenleving, zijn beide crisistypen in een scenario uitgewerkt. Het crisistype bedreiging volksgezondheid is nader uitgewerkt in het scenario ‘Zoönose’ (VNOG-13). Het crisistype ziektegolf is nader uitgewerkt in het scenario ‘Ziektegolf’ (VNOG-14).
16 | |
3.8 Risicodiagram
De regio kent een aantal grote publieksevenementen. De kans dat paniek in menigten zich voordoet is voorstelbaar, zeker gezien de vele oorzaken die kunnen leiden tot onrust. Denk hierbij aan bijvoorbeeld stroomuitval, verstoring in het publiek, plotseling opkomend slecht weer of het instorten van een constructie. Verstoring van de openbare orde kan op verschillende manieren ontstaan. Eén daarvan is gewelddadigheden rondom voetbalwedstijden. De afgelopen jaren is fors ingezet op bestrijding hiervan. Daarnaast zien we in de huidige samenleving een sterker wordende polarisering. Denk hierbij aan de gele hesjes beweging en de zwarte pietendiscussie. Mensen worden steeds meer uitgesproken in hun mening. Ook kan een bepaalde bevolkingsgroep zich achtergesteld voelen (gevoel van ongelijkheid), kunnen rechts- of links-extremistische groeperingen zich nadrukkelijker manifesteren of kan er in het kader van een grote zedenzaak onrust ontstaan. Tot slot is in dit risicoprofiel het scenario extreem geweld toegevoegd. In de samenleving valt te zien dat de bereidheid om extreem geweld toe te passen om enig doel te bereiken, al dan niet ingegeven door een politiek motief (in dit geval spreken we van terrorisme), toe neemt. Conclusie Gezien de voorstelbaarheid en de mogelijke oorzaken van zowel verstoring openbare orde als paniek in menigten is voor beide crisistypen een scenario uitgewerkt.
Het betreft de scenario’s: ‘Paniek in menigten’ (VNOG-15) en ‘Verstoring openbare orde’ (VNOG16). Aanvullend is het scenario ‘Extreem geweld’ (VNOG-17) hier aan toegevoegd.
Figuur 3: Risicodiagram VNOG 2021 – 2024. De nummering zegt niets over rangorde of waardering. Dit is de ordening van de VNOG per incidenttype.
Het is van belang om te realiseren dat de positie in het diagram slechts een indicatie is op basis van het gebruikte scenario (zie bijlage 3 Incidentbeschrijvingen). Er zijn diverse omstandigheden mogelijk waardoor de positie van het scenario hoger of juist lager zal uitvallen. Aan de Excel-versie van het risicodiagram is de mogelijkheid toegevoegd om per scenario een bandbreedte aan te geven op zowel impact als waarschijnlijkheid.
Het vergelijken van bovenstaand diagram met het diagram uit het vorige risicoprofiel levert geen valide beeld op van de veranderingen. Dit komt omdat het vorige risicodiagram ruim tien jaar geleden is opgesteld en vier jaar geleden is geactualiseerd, waardoor de scenario’s die destijds gebruikt zijn voor de berekening van de impact en waarschijnlijkheid, gedateerd zijn. Ook hebben in de tussentijd diverse maatschappelijke ontwikkelingen het risicoprofiel beïnvloed.
| 17 |
4.
Incidenttypen 2021-2024 VNOG
De inventarisatie per maatschappelijk thema geeft een overzicht van de relevante risico’s voor de VNOG. Het is qua capaciteit voor de VNOG niet haalbaar om alle geselecteerde incidenttypen in eenzelfde beleidsperiode nader uit te werken. In de afgelopen beleidsperioden is dan ook al een prioritering door het bestuur aangebracht, waardoor diverse incidenttypen in de afgelopen jaren nader uitgewerkt zijn. Natuurbrand, Overstroming en Grieppandemie zijn hiervan voorbeelden.
gevallen werd de regionale crisisorganisatie van de veiligheidsregio (algemene keten) ingezet bij de gevolgbestrijding ingeval de openbare orde of openbare veiligheid in het geding is en is het treffen van kans of effect reducerende maatregelen een verantwoordelijkheid van partijen in de functionele ketens. De activiteiten op de vier geprioriteerde risico-typen richtten zich dan ook vooral de voorbereiding van de regionale crisisorganisatie om adequaat op te kunnen treden tijdens een incident, ramp of crisis.
In dit hoofdstuk staat het voorstel met incidenttypen die de komende worden uitgewerkt. Dit is tevens opgenomen in het regionaal beleidsplan, omdat het bestuur door vaststelling van het regionaal beleidsplan de inhoudelijke incidenttypen voor de komende jaren vaststelt.
Overstromingen Door herziening van het coördinatieplan hoogwater beschikt de VNOG over een actueel regionaal plan ter ondersteuning van de operationele inzet van de hulpdiensten en de gemeenten in geval van een (dreigende) dijkdoorbraak en overstroming. Als bijlage bij dit plan is het inzetprotocol voor de hoogwatergeul Veessen-Wapenveld toegevoegd. Inzet van de geul, operationeel sinds 2017, is een effect reducerende maatregel in geval van extreem hoog water op de IJssel. Door deelname aan de Gelderse commissie is bovenregionale samenwerking georganiseerd. In 2017 heeft VNOG in opdracht van de Gelderse commissie de bestuurlijke oefening georganiseerd, waarbij samenwerking met Duitse partners centraal stond. Op initiatief van de Gelderse commissie is ook een impactanalyse uitgevoerd naar de cascade effecten van een overstroming.
Voor de beeldvorming wordt eerst een terugblik op de uitwerking van de uitwerking van de incidenttypen van de afgelopen periode gegeven. Daarna volgen de incidenttypen voor de komende periode. Als laatste is een verkenning naar de mogelijkheden om de functionaliteit van het regionaal risicoprofiel te verbreden, opgenomen.
4.1 Terugblik beleidsprioriteiten 2017-2020 Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2016 het regionaal risicoprofiel 2017 - 2020 vastgesteld. In het risicoprofiel zijn vier incidenttypen aangemerkt voor deze periode: • Overstromingen (rivieren en regionale wateren) • Uitval energievoorziening • Uitval ICT • Thuiswonende verminderd zelfredzamen In deze paragraaf volgt een korte toelichting op de uitwerking van deze prioriteiten in de afgelopen jaren. Vanwege de toenemende dreiging en actualiteit in verband met aanslagen in WestEuropa is in deze periode ook extra aandacht besteed aan terrorisme gevolgbestrijding. De inspanningen op dit vlak zijn hieronder kort toegelicht. In het algemeen is het zo dat de veiligheidsregio zich heeft gefocust op het verminderen van de effecten van risico’s door adequate gevolgbestrijding, niet zozeer op het reduceren van de kans dat een risico zich voordoet. In veel
18 | |
Uitval energievoorziening Met betrekking tot verstoring van de vitale voorzieningen drinkwater, elektra, gas en telecom is het van belang op bovenregionaal niveau samen te werken. Door VNOG is in oost5 verband een netwerk opgericht met daarin alle betrokken veiligheidsregio’s en crisispartners. In dit verband is een coördinatieplan opgesteld met als doel het ondersteunen van de operationele inzet van de hulpdiensten en de gemeenten in geval van (dreigende) verstoring van vitale voorzieningen. Naast een algemeen deel bevat het plan incidentbestrijdingskaarten voor drinkwater, elektra, gas en telecom. Onderdelen van dit plan zijn de afgelopen periode door diverse crisisteams beoefend. Uitval ICT Vanwege de toenemende afhankelijkheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft uitval al snel maatschappelijk ontwrichtende effecten tot gevolg. De veiligheidsregio heeft zich in deze periode vooral gericht op het verhogen
van de eigen weerbaarheid; de continuïteit van de eigen kritische processen bij (dreigende) verstoring van ICT. Om inzicht te krijgen is een inventarisatie uitgevoerd naar de kwetsbaarheden in deze kritische processen. Verder heeft VNOG de landelijke ontwikkelingen gevolgd. Zo heeft de Raad Directeuren Veiligheidsregio dit thema als speerpunt met als doel om awareness te creëren, de probleemdefinitie scherp te krijgen en handvatten te bieden met betrekking tot de gevolgbestrijding. Vanwege de impact en de ontwikkelingen is dit thema ook voor de komende periode als prioriteit aangemerkt. Thuiswonende verminderd zelfredzamen Vanuit twee invalshoeken is aandacht besteed aan dit thema. Vanuit het programma Brandveilig Leven zijn diverse activiteiten in de regio georganiseerd, bijvoorbeeld voorlichting aan ouderen of pop up stores in winkelcentra, die inmiddels op diverse locaties in onze regio zijn geopend. In samenwerking met de Omgevingsdiensten heeft VNOG in 2019 het informatieproduct “zelfredzaamheid” opgeleverd. Dit product geeft een indicatie van locaties waar sprake is van verminderde zelfredzaamheid en is bruikbaar voor de regionale crisisorganisatie. Voor gebouwen met de functie ‘WONEN’ zijn voor het interne risico, scenario’s voor drie doelgroepen (1-persoonshuishouden, jong gezin met 2 kleine kinderen, ouder echtpaar met zorg op afroep) geschreven.
Met behulp van de Risico Analyse Monitor is het interne risico nader geduid. In ontwikkeling is de koppeling van het interne risico aan het externe risico wat het uiteindelijke risiconiveau weergeeft. Via dit (in ontwikkeling zijnde) prototype dashboard Risiconiveau voor de functie WONEN, worden beide uitkomsten gekoppeld en zichtbaar gemaakt op een geografische kaart. De gegevens die we hierdoor verkrijgen worden enerzijds gebruikt om gericht te adviseren op brandveiligheid en anderzijds om onze repressieve slagkracht zo effectief mogelijk in te zetten. Vanuit het programma Burgerkracht is vooral ingezet op de weerbaarheid van de inwoners in onze regio, bijvoorbeeld door het project ‘Leefsamen’ uit te voeren. In de Achterhoek worden 1.000 huishoudens met kwetsbare ouderen voorzien van inbraakalarm, paniekknop, inactiviteitsmelders en rookmelders. Deze ‘slimme sensoren’ alarmeren het sociale netwerk van buren of familie, met een lokale meldkamer als achterwacht. Door het versterken van de
verbinding in de buurten en dorpen kunnen ouderen in hun eigen sociale omgeving met behulp van slimme techniek en sociale alarmering langer veilig thuis wonen. Terrorisme gevolgbestrijding Vanwege toenemende dreiging van terroristische aanslagen is een landelijke handreiking terrorismegevolgbestrijding opgesteld. In Oost-5 verband is de handreiking, samen met Politie OostNederland, het Openbaar Ministerie en Defensie, toegespitst op de situatie in Oost-Nederland. Deze handreiking ondersteunt een eenduidige- en afgestemde wijze van multidisciplinair optreden en voorziet de crisisfunctionarissen van handvatten voor het operationele optreden. Tevens zijn er voor alle multidisciplinaire crisisteams taakkaarten ontwikkeld. Hierin zijn voor diverse scenario’s de belangrijkste aandachtspunten aangegeven. Ook zijn specifieke afspraken over het proces crisiscommunicatie als opgenomen. In diverse bijscholingsactiviteiten en tijdens oefeningen stond terrorismegevolgbestrijding centraal. Voor alle hierboven genoemde onderwerpen geldt dat de VNOG nieuwe ontwikkelingen actief blijft volgen en verwerkt in plannen, procedures en oefenactiviteiten.
4.2 Beleidsprioriteiten 2021-2024 Vanuit een brede risico-inventarisatie, risicoanalyse en verkenning van maatschappelijke ontwikkelingen, is de werkgroep herziening regionaal risicoprofiel gekomen tot een aantal prioriteiten. Hierin is meegewogen dat relevante risico’s voor de VNOG in de afgelopen jaren al nader uitgewerkt zijn. Vanzelfsprekend zullen deze onderwerpen ook de komende jaren blijvende aandacht houden. Prioriteiten voor de komende periode zijn: Extreme weersomstandigheden (VNOG-04) In het risicoprofiel zijn de incidenttypen extreem weer en langdurige hitte en droogte toegevoegd omdat de effecten van klimaatverandering steeds meer zichtbaar worden en dit ontwrichtende gevolgen heeft voor de maatschappij. Vanwege de, in potentie, grote en langdurige impact op de maatschappij, is dit een thema om in de komende beleidsperiode nader uit te werken. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de consequenties van extreem weer voor de crisisorganisatie.
| 19 |
Brand in een gebouw met meerdere functies en kwetsbare bewoners (VNOG-06) Er zijn steeds meer mensen die langer thuis blijven wonen en minder zelfredzaam zijn. Mede vanwege de vergrijzing vormt dit in toenemende mate een risico in het werkgebied van de VNOG. Er is een combinatie gemaakt met de trend dat ouderen steeds meer bij elkaar gaan wonen in multifunctionele woongebouwen, waarbij ook voorzieningen zijn zoals zorg op afspraak en recreatie mogelijkheden. Vanwege de kwetsbaarheid van met name deze minder zelfredzame doelgroep tijdens een brand, is het noodzakelijk extra aandacht aan dit onderwerp te blijven besteden. Verstoring elektriciteitsvoorziening (VNOG-10) Dit incidenttype is in het vorige risicoprofiel ook geprioriteerd. Vooral vanwege de ontwikkelingen in het kader van de energietransitie en de (nog onbekende) risico’s die dit met zich meebrengt, is het van belang de komende jaren de oorzaken en effecten van een stroomstoring nader te analyseren en te investeren op het voorkomen, beperken en bestrijden van een dergelijke verstoring. Verstoring telecom & ICT (VNOG-12) Zoals in de vorige paragraaf al is aangegeven, is de samenleving steeds afhankelijker geworden van informatie- en communicatietechnologie. Extra investeren in het voorkomen, beperken en bestrijden van digitale ontwrichting wordt dan ook noodzakelijk geacht.
Expliciet hierbij is de continuïteit in/van de eigen organisatie. Uitbraak onbekend virus (VNOG-14) Voor het incidenttype ziektegolf is het scenario van een milde epidemie dan wel pandemie uitgewerkt. In de komende beleidsperiode wordt ook het scenario uitbraak nieuw type virus uitgewerkt met een ernstige pandemie als gevolg. Daarbij worden de leerervaringen van de COVID-19 uitbraak betrokken. Het uitwerken van een incidenttype vraagt inspanning van diverse kolomen crisispartners. Dit is mogelijk op het moment dat het aantallen besmettingen beperkt is en de reguliere zorg weer opgestart is.
Bijlage 1 Beoordelingscriteria Voor de beoordeling van de impact zijn zes vitale belangen gehanteerd: 1. Territoriale veiligheid 2. Fysieke veiligheid 3. Economische veiligheid 4. Ecologische veiligheid 5. Sociale en politieke stabiliteit 6. Veiligheid cultureel erfgoed Deze vitale belangen zijn met elkaar verweven; aantasting van één ervan kan leiden tot aantasting van andere belangen. Zo kan bijvoorbeeld een inbreuk op de fysieke veiligheid de sociale en politieke stabiliteit onder druk zetten. Alle vitale belangen zijn vertaald naar één tot maximaal drie impactcriteria. De gekozen criteria worden representatief geacht voor het kunnen beoordelen en rangschikken van verschillende soorten incidentscenario’s op basis van alle soorten impact (slachtoffers, schade, verlies, kosten e.d.). Met dit uniforme beoordelingskader wordt het mogelijk om ‘appels met peren te vergelijken’ dat wil zeggen verschillende risico’s op vergelijkbare wijze te waarderen. De impactcriteria zijn ingedeeld in vijf klassen: 1. beperkt gevolg 2. aanzienlijk gevolg 3. ernstig gevolg 4. zeer ernstig gevolg 5. catastrofaal gevolg Voor het beoordelen van de waarschijnlijkheid is ook een indeling in klassen gehanteerd: 1. zeer onwaarschijnlijk (geen concrete aanwijzingen en gebeurtenis wordt niet voorstelbaar geacht) 2.
onwaarschijnlijk (geen concrete aanwijzingen, maar gebeurtenis wordt enigszins voorstelbaar geacht) 3. mogelijk (geen concrete aanwijzingen, gebeurtenis is voorstelbaar) 4. waarschijnlijk (de gebeurtenis wordt zeer voorstelbaar geacht) 5. zeer waarschijnlijk (concrete aanwijzingen dat de gebeurtenis geëffectueerd zal worden) Bron: Handreiking Regionaal Risicoprofiel
20 | |
| 21 |