CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

14.2 Reacties op zienswijze gemeenten t.a.v. het concept RRP en RBP

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Raadsinformatiebrieven 4 februari 20217.644 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samengevatte reacties - concept regionaal risicoprofiel en beleidsplan (incl. dekkingsplan) 2021-2024 Gemeenten Gemeente Aalten

Datum raadsvergadering van 27 oktober 2020

Reactie gemeente Risicoprofiel 1. Bij de maatschappelijke ontwikkelingen staat dat bevolkingskrimp al vanaf 2020 op nationale schaal denkbaar is. Dit is tegenstelling tot de scenario’s die door het CBS onlangs zijn berekend. Bij ongewijzigd beleid is zelfs een forse toename te verwachten. 2. In de beleidsprioriteiten wordt terecht aandacht gegeven aan extreme weersomstandigheden. Daarbij wijst u vooral op de gevolgen voor de samenleving. Naar onze mening zou u daarbij veel concreter moeten aangeven wat de gevolgen voor de eigen VNOG-organisatie en operationele inzet zijn. 3. In de beschreven incidenttypen wordt weinig tot geen aandacht gegeven aan de grensoverschrijdende aspecten. Beleidsplan 4. De gemeenteraad betreurt het dat de VNOG artikel 3a van de Wet op de veiligheidsregio’s niet heeft toegepast. De strekking van dat artikel is dat de gemeenteraden in de gelegenheid worden gesteld om vooraf doelen vast te stellen die later ingepast worden in beleidsstukken. De gemeenteraad en het college blijven immers verantwoordelijk. Waarom heeft het AB niet aan deze verplichting om de stukken van onderop op te stellen voldaan? Om dat goed te kunnen doen, dienen de raden bovendien te kunnen beschikken over een gemeentelijke risicoanalyse.

De gemeenteraad van Aalten zou daarom de duidelijke toezegging willen krijgen dat de VNOG bij de volgende beleidsronde ruim van te voren de gemeenteraden voorziet van een meer lokale risico inventarisatie en -analyse zodat de raad daarna doelen kan mee geven die de VNOG kan verwerken in haar planvorming. De gemeente Aalten is bereid om daartoe op kortere termijn als pilot project mee te werken hieraan. 5. We missen de aandacht voor de vrijwilliger. Die vormen namelijk de basis van de VNOG. Wat is de inzet in deze beleidsperiode ten aanzien van vrijwilligers? 6. Bij de lessen van de coronacrisis missen wij de grensoverschrijdende aspecten. Het kostte behoorlijk wat tijd om de samenwerking met de Duitse partners op niveau te krijgen. Ook bij het hoofdstuk GHOR ontbreekt deze toevoeging. 7. Voor een goede samenwerking met de nooddiensten van Duitsland is het essentieel dat de communicatie soepel verloopt. Wij maken ons zorgen over de nieuwe meldkamerorganisatie die in voorbereiding is. Is volgens het AB voldoende verzekerd dat het personeel is toegerust om ook met de Duitse collega’s te kunnen communiceren? En zo niet, wat gaat u daaraan doen? 8. Aangegeven wordt, onder het hoofdstuk incidentbestrijding, dat niet overal in het verzorgingsgebied aan de wettelijke normen kan worden voldaan. Maar dat de VNOG extra zal investeren in risicobeheersingsmaatregelen en preventie.

Dit in lijn met de toezeggingen die de directeur en de voorzitter hebben gedaan bij de toekomstvisie. Wij zouden hier graag een concretisering van zien. Wanneer kunnen we de voorstellen hiertoe verwachten? 1

Reactie VNOG 1. Bij de maatschappelijke ontwikkelingen zijn de trends beschreven op basis van de destijds beschikbare informatie (2019). Het doel van deze paragraaf is een globaal beeld te geven over de regio en wat hier speelt. Als bron is een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving gebruik (Demografische Ontwikkelingen 2010 – 2040 / Ruimtelijke effecten en regionale diversiteit. Link: https://www.pbl.nl/publicaties/demografische-ontwikkelingen-20102040-ruimtelijke-effecten-en-regionale-diversiteit). Een zinsnede zal toegevoegd worden dat het uiteraard verwachte trends betreft waarop nieuwe inzichten beschikbaar kunnen komen. 2. Dank voor uw opmerking. Aan de betreffende paragraaf wordt hierover een zinssnede toegevoegd. De concrete gevolgen zelf maken onderdeel uit van de uitwerking van de beleidsprioriteiten in de komende jaren. 3. Grensoverschrijdende samenwerking is een belangrijk aspect en onderdeel van de taken van de VNOG, zowel operationeel als ten aanzien van crisisbeheersing zoals nu bij corona. Tijdens de risicoinventarisatie is ook gekeken naar regiogrens overschrijdende risicotypen. Bijvoorbeeld de effecten van een incident met de kerncentrale in Lingen of de dijkdoorbraak in Bisslich met overstroming van dijkring 48. De samenwerking met Duitsland is goed. De komende jaren willen we de samenwerking nog verder intensiveren.

Hiervoor was op 5 november 2020 een conferentie gepland met alle bestuurders van de gemeenten aan beide zijde van de grens. Deze is i.v.m. de aangescherpte corona maatregelen verplaatst naar het voorjaar van 2021. Tijdens deze conferentie komen alle aspecten van de samenwerking aan de orde: de operationele samenwerking, de internationale kazerne Dinxperlo – Suderwick en de samenwerking t.a.v. crisisbeheersing met als actueel onderwerp corona. Onderwerp op deze conferentie is ook het instellen van een bestuurlijk platform t.a.v. de grensoverschrijdende samenwerking. In het beleidsplan is hier een specifiek kader aan gewijd. Dit breiden we nog wat uit met bovenstaande tekst. 4. Deze reactieronde is een consultatie voorafgaand aan de vaststelling. Dit is voor u de gelegenheid om zaken in te brengen. Het document bevindt zich nog in de conceptfase. Pas na weging van alle opmerkingen en inbreng vanuit de gemeenteraden komt er een definitief plan. De stukken zijn opgesteld van onderaf met inbreng van een multidisciplinaire werkgroep met betrokkenheid van ambtenaren uit diverse gemeenten. Het dekkingsplan is in meerdere sessies besproken met de postcommandanten. Met deze gesprekken is reeds in 2019 gestart met een uitgebreid proces.

Dekkingsplan 9. Aangegeven wordt, onder het hoofdstuk incidentbestrijding, dat sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid van VNOG en gemeenten. De verplichting om te voldoen aan de wettelijke normen ligt bij de VNOG en dan dus ook de verplichting om als zij daar niet aan kan voldoen, zelf voor de compenserende maatregelen te zorgen, zeker financieel. Het past niet om die verantwoordelijkheid bij anderen neer te leggen. Deze beperking van de verantwoordelijkheid is ook niet aangegeven door de voorzitter en de directeur in de discussie in januari 2020. Wat natuurlijk onverlet laat dat de gemeente wil ondersteunen richting haar bewoners en bedrijven. Dekkingsplan 10. Over RemBrand wordt aangegeven dat de Minister alleen akkoord gaat met gebiedsgerichte opkomsttijden als voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden zoals communicatie hierover. Op dit moment wordt daar maar beperkt of zelfs niet aan voldaan zoals de jaarlijkse rapportage over de brandweerzorg aan de gemeenteraden of het actief informeren van burgers en bedrijven. Wanneer gaat de VNOG hierin voorzien? 11. In het plan (paragraaf 4.1) wordt aangegeven dat de wettelijke normen maar ook de door de VNOG zelf aangegeven normen niet overal realiseerbaar zijn.

De gemeente Aalten zou graag zien dat de ook al in het beleidsplan genoemde toezegging om ter compensatie extra te investeren in risicobeheersing en preventie hier vermeld wordt. 12. Bij de uitgangspunten VNOG wordt bij de tankautospuit een drietal niveaus gebruikt. Wat die drie niveaus inhouden wordt niet omschreven en ze corresponderen ook niet helemaal met de vier niveaus die in 4.1 bij het wettelijk kader vermeld worden. Graag een nadere verheldering in de tekst aanbrengen. 13. Vragen aandacht voor woongebouwen voor verminderd zelfredzamen. Er geldt een strenge wettelijke norm. Volgens onze berekeningen kan een eerste TAS niet binnen de uiterlijke bandbreedte van tien minuten aanwezig zijn bij de woonzorgvoorziening Het Ambtshuis in het oude centrum van Bredevoort. Welke bijvoorbeeld risicobeheersingsmaatregelen zouden hiervoor getroffen kunnen worden? 14. In de beschouwing dekking brandweerzorg wordt aangegeven voor de gemeente Aalten dat bij opschaling naar een tweede TAS de dekking niet voldoet aan de streefwaarden voor de opkomsttijd. In de tekst wordt over de zuidkant van het buitengebied Aalten gesproken maar niet duidelijk is of daarbij ook Dinxperlo is bedoeld. Wordt in de tekst de kern Aalten of de gemeente Aalten bedoeld? 15.

Ten aanzien van redvoertuigen komt naar voren dat in de kernen van de gemeente Aalten De Heurne en Dinxperlo een redvoertuig niet binnen de streefwaarde van 18 minuten komt. Zijn er afspraken te maken met de brandweer van de gemeente Bocholt zodat allerlei specialismen, niet alleen redvoertuigen, wel binnen redelijke tijd aanwezig kan zijn?

2

Het doel van het risicoprofiel is een regionaal beeld, een geen lokaal beeld. Echter herkennen wij wel uw behoefte aan een meer lokaal profiel. Inmiddels is een brandrisico-pilot gestart om het risicobeeld op lokaal niveau om te zetten naar risicobeheersingsmaatregelen op gebeid van brandveiligheid. De pilot loopt in de gemeenten Harderwijk. Deze werkwijze zal verder uitgerold gaan worden naar de andere gemeenten, zoals Aalten en Winterswijk. 5. In het beleidsplan gaan we in op de belangrijkste thema’s, vrijwilligheid staat daarbij specifiek benoemd. Daarnaast speelt ook bij de uitvoering op de thema’s de vrijwillige brandweer een belangrijke rol. Dat staat ook in het beleidsplan vermeld. 6. De lessen zijn in de tekst breed bedoeld. Het internationale aspect zal nog specifiek worden toegevoegd aan de tekst. 7. Drie van de vier meldkamers die samengevoegd worden bevinden zich nu ook aan de landsgrens. De huidige grensoverschrijdende samenwerking wordt voortgezet. 8. De afwijking van vigerende wet- en regelgeving qua opkomsttijden is al sinds jaar en dag een feit en niet alleen binnen de gemeente Aalten of de VNOG, maar ook landelijk vooral in regio’s met grote buitengebieden en relatief weinig grotere kernen. Op landelijk niveau is ook op deze problematiek ingespeeld door de ontwikkelingen in het project RemBrand, met o.a. de gebiedsgerichte opkomsttijden.

De brandweer hanteert een risicogerichte aanpak om de brandveiligheid in de regio te optimaliseren. Dit houdt in dat een combinatie van maatregelen op het gebied van risicobeheersing en (de voorbereiding op) incidentbestrijding wordt getroffen om de brandrisico’s zo optimaal mogelijk te beheersen. Het streven daarbij is verbetering van de brandveiligheid in de gehele regio. De brandweer blijft zich overigens altijd maximaal inspannen om zo snel mogelijk ter plaatse te zijn. De opkomsttijd is één van de maatregelen die brandweer kan treffen om te zorgen voor een brandveilige leefomgeving. De focus op enkel de opkomsttijden is te eenzijdig bij het beschouwen van de integrale brandveiligheid. De meeste slachtoffers vallen in de beginfase van brand, op het moment dat de brandweer überhaupt nog niet ter plaatse kan zijn. Risicobeheersingsmaatregelen met effect op deze fase hebben daarmee de meeste veiligheidswinst. Met maatregelen ‘voor de vlam’ wordt een scenario gerealiseerd dat beheersbaar is voor de brandweer. Ook wanneer deze iets later aanwezig is dan de genoemde opkomst- en streeftijden. De activiteiten op het gebied van risicobeheersing worden jaarlijks nader geconcretiseerd opgenomen in de (opgavegerichte) programmabegroting. 9. Zie hiervoor ook het antwoord op punt 8. Het gaat niet over het neerleggen van de volledige verantwoordelijkheid bij anderen.

Het gaat hierbij om het gezamenlijk nemen van verantwoordelijkheid binnen het thema integrale (brand)veiligheid. De zorg voor brandveiligheid is een gezamenlijke inspanning van burgers, partners en brandweer. De VNOG maakt geen ruimtelijke plannen, bouwt geen gebouwen en organiseert de bedrijfshulpverlening niet. Wél advi-

Apeldoorn

Raadsbrief van 28 oktober 2020

1. In algemene zin willen wij meegeven dat wij vertrouwen hebben in de toekomst, maar blijf alert en scherp op evt. keuzes en/of tegenslagen. Waardering voor alle medewerkers bij de VNOG die zich hebben ingezet voor de Corona-crisis. Door de essentiële rol van de veiligheidsregio's in de aanpak van deze crisis is er wat betreft prioritering van het werk geschoven. Apeldoorn vraagt hen op tijd te informeren over de evt. vertraging in te bereiken doelen en de effecten hiervan. 2. Spreekt tevredenheid uit voor de gemeente(n) betrokken is/zijn bij de ontwikkeling van de voorgelegde documenten. 3. In het regionale risicoprofiel wordt niet ingegaan op de lokale risico’s. Wij betreuren dit en verzoeken dit alsnog te doen. Er zijn risico’s die in het regionale beeld in het gemiddelde wegzakken, terwijl ze lokaal als een stevig risico bekend staan. Het politiebeleid is een mooi voorbeeld hiervan. 4. Het risico ‘incident treinverkeer' is als ‘onwaarschijnlijk’ getaxeerd. Er is nog steeds sprake van een overschrijding van het aantal toegestane transporten gevaarlijke stoffen over het spoor. Wij ontvangen graag een nadere uitleg waarom dit hogere aantal vervoersbewegingen niet leidt tot een aanpassing van het risicoprofiel en de externe veiligheidsmaatregelen. 5. Gelet op de ontwikkelingen rondom Corona, stellen we met tevredenheid 3

seert de VNOG anderen op basis van de risico’s in het gebied, is voorbereid op branden, rampen en crisis en streeft er altijd naar om zo snel mogelijk ter plaatse te zijn. 10. Rapportage over het beleidsplan en daarmee ook de brandweerzorg vindt plaats via de reguliere planning & control cyclus. De programmabegroting wordt daarbij steeds meer opgavegericht. Dit maakt dat concreter gerapporteerd kan worden over de voortgang van de brandweerzorg. Ook informeert de VNOG het bestuur over haar prestaties in de zogeheten ‘prestatiekaart’. Deze wordt ook op de VNOG website geplaatst zodat deze geraadpleegd kan worden door burgers en bedrijven. 11. Hier zal een zinsnede aan toegevoegd worden. Later in het document wordt dit uitgebreider toegelicht. 12. Op pagina 26 staat een tabel over wat de waarden betekenen. Hier had een betere verwijzing opgenomen kunnen worden en dat is in de definitieve tekst hersteld. 13. Vanuit de VNOG is er aandacht voor de woonzorgcentra in onze regio. We investeren in een goede communicatie met de woonzorgcentra en we adviseren over brandpreventieve voorzieningen. Bovendien oefenen we vaker bij deze centra dan bij andere objecten. 14. In de tekst wordt zowel de gemeente als de kern Aalten bedoeld. Het gaat dan met name om een deel van de kern Aalten en de zuidkant van de buitengebied van Aalten wat tot het verzorgingsgebied van de post Aalten hoort.

Het betreft dus niet de kern Dinxperlo. 15. Een goede samenwerking met onze Duitse collega’s vinden wij heel belangrijk. Er is al geruime tijd sprake van een nauwe wederzijdse samenwerking en er zijn goede operationele afspraken tussen de grensgemeenten en met gemeenten van aangrenzende veiligheidsregio’s. Ook de komende tijd is er veel aandacht voor grensoverschrijdende samenwerking. Zie ook de toelichting bij punt 3. 1. Dank voor de waardering. De oproep om alert te blijven ondersteunen wij en is verankerd in de beleidsprioriteit een solide financiele basis. Het plan treedt in werking per 2021, mocht er vanaf dan vertraging ontstaan dan zal dit op tijd gemeld worden via de reguliere planning en control cyclus. 2. Dank voor de waardering. 3. Het plan betreft het wettelijk verplichte regionaal risicoprofiel. Waarbij het gaat om een regionaal beeld. In de doorontwikkeling van de risicoprofiel wordt gewerkt aan een meer lokaal profiel, hiervoor is reeds een pilot t.a.v. brandrisico’s gestart in Harderwijk en Winterswijk. Dit komt tegemoet aan uw wens. 4.

Deze risicobeoordeling is gebaseerd op de “Handreiking Regionaal Risicoprofiel”, namelijk:  Waarschijnlijkheid Op basis van Europese ongevalscijfers komt deze uit op “Onwaarschijnlijk”, subklasse B LAAG  Impact  Op basis van het beschreven treinongeval met brandbare en giftige stoffen in een stedelijk gebied komen we uit op “Ernstig gevolg” Er is geen causaal verband bekend tussen de toename van het aan-

vast dat het risico ‘uitbraak van een onbekend virus’ reeds aan de beleidsprioriteiten is toegevoegd. 6. Verstoring telecom/ ICT: Het is overduidelijk dat dit een belangrijk thema is. We zouden graag zien dat dit aspect meer prioriteit vereist, prominenter wordt belicht en dat de borging van de landelijke plannen in de regionale beleidsplannen meer aandacht vereist. 7. Wij verzoeken u om over twee jaar het regionale risicoprofiel te beoordelen op de actuele stand van zaken. Wij worden hierover in de vorm van een korte tussentijdse rapportage graag geïnformeerd. 8. Bij de behandeling van uw toekomstvisie hebben we de noodzaak van een innovatieve houding benadrukt. Wij zijn blij dat innovatie een belangrijke rol krijgt in de plannen. 9. De gemeenteraad vraagt een open proces om de één post gedachte voor het stedelijke gebied van Apeldoorn te onderzoeken. Mede in verband met inpassing in het samenhangend planologisch beleid. Begonnen moet worden met een startnotitie met onderzoeksvragen en bestuurlijke randvoorwaarden. Alle kosten en baten van alle partijen dienen in beeld te worden gebracht. 10. In het beleidsplan staan doelstellingen opgenomen. Aan die doelen zijn nog geen KPI’s gekoppeld. Wij gaan ervan uit dat door het Algemeen bestuur KPI’s worden benoemd waarover regelmatig wordt gerapporteerd. 11. De taak van Risicobeheersing gaat veranderen door de Omgevingswet.

Daarom is het goed dat de ingezette transitie van regelgericht naar risicogericht wordt voortgezet. De afstemming van vraag en aanbod zal in goed overleg tussen VNOG en gemeenten moeten plaatsvinden. Het kan niet zo zijn dat door het schuiven in taken kosten worden afgewenteld van de gemeenten naar de VNOG, maar ook zeker niet omgekeerd van de VNOG naar gemeenten.

Berkelland

Raadsvergadering 14 oktober

Risicoprofiel De gemeenteraad neemt het risicoprofiel ter kennisgeving aan en dient de volgende zienswijze in: 1. Verzoek om voor het verkrijgen van consensus bij de prioritering van de weging van de risico’s en beïnvloedingsmogelijkheden, de gemeenteraad en lokale deskundigen, zoals de postcommandanten, beter te betrekken bij de totstandkoming en hierover procesafspraken te maken cf. de landelijke handreiking. Beleidsplan De gemeenteraad neemt het beleidsplan (incl. dekkingsplan) ter kennisgeving aan en dient de volgende zienswijze in: 2. Verzoek om voor het verkrijgen van consensus de gemeenteraad en lokale deskundigen, zoals de postcommandanten, beter te betrekken bij de totstandkoming en hierover procesafspraken te maken. 3. Stel voor Berkelland in het bijzonder – in samenspraak met de postcommandant – uitgangspunten op ten aanzien van restdekking, aflossing en gelijktijdigheid. Er dient een surplus aan capaciteit beschikbaar te blijven t.b.v. verantwoorden restdekking. 4

tal vervoersbewegingen en toename van het aantal incidenten op het spoor. De risicobeoordeling ruimtelijke ontwikkeling rondom het basisnet ligt bij de omgevingsdienst. Dit is een andere beoordelingssystematiek rondom externe veiligheid, plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 5. Dank voor de waardering. 6. Dit onderwerp maakt onderdeel uit van de vijf beleidsprioriteiten. In de uitvoeringsplannen hierover zal aandacht besteed worden aan de borging van de landelijke plannen in regionaal te ontwikkelen beleid/planvorming. 7. Het risicoprofiel wordt eens in de 4 jaar vastgesteld (conform de Wet Veiligheidsregio’s). Desgewenst kan de directeur VNOG tussentijds, na 2 jaar, langskomen om een update te geven t.a.v. het risicoprofiel. 8. Dank voor de waardering. 9. De VNOG kan toezeggen om dit in een open proces, en in nauw gesprek en overleg met de gemeente Apeldoorn, op te pakken. Apeldoorn heeft in dit dossier de leidende rol, de VNOG is daarin volgend. 10. Afgesproken is dat rapportage over deze plannen plaatsvindt via de reguliere planning en control cyclus. Daarbij is de afspraak dat de begroting steeds meer opgavegericht wordt. De hoofdopgaven uit de Toekomstvisie van de VNOG, die in het Beleidsplan nader zijn uitgewerkt, vormen ook de rode draad van de programmabegroting 2021.

De programma’s zijn gerelateerd aan de opgaven en per programma zijn nu indicatoren in de begroting opgenomen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan uw wens. 11. Momenteel wordt een inventarisatie uitgevoerd over de visie van de tweeëntwintig gemeenten op de (nieuwe) samenwerking met de VNOG na invoering van de Omgevingswet. Daarin komen de door u genoemde aspecten naar voren. 1. Het risicoprofiel is tot stand gekomen met betrokkenheid van een multidisciplinaire werkgroep met o.a. adviseurs bevolkingszorg uit een aantal gemeenten ten behoeve van de lokale inbreng en deskundigheid. 2a. Het beleidsplan is gebaseerd op de toekomstvisie VNOG (februari 2020). De toekomstvisie is door middel van een uitgebreid proces, met betrokkenheid van het bestuur en diverse raadsbijeenkomsten, tot stand gekomen. Dit proces vond met name in 2019 plaats. 2b. De postcommandanten zijn uitgebreid betrokken en geconsulteerd bij het dekkingsplan en daarvoor als onderdeel van de toekomstvisie de totstandkoming van het materieelspreidingsplan. Meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden zowel met de postcommandanten als geheel als in kleine of individuele groepen. 3. Het bestuur heeft met de toekomstvisie VNOG nadrukkelijk gekozen voor een sobere en doelmatige organisatie van incidentbestrijding. Daarbij is de keuze gemaakt om niet te organiseren op de aspecten zoals door de raad van Berkelland benoemd.

M.b.t. cumulatieve risico’s is het uitgangspunt dat we één groot incident tegelij-

Bronckhorst

Raadsvergadering 29 oktober

Brummen

Raadsvergadering 3 september

Doetinchem

Raadsvergadering 29 oktober

Elburg

Raadsbrief van

4. Maak in samenspraak met de postcommandanten van Eibergen en Groenlo duidelijke afspraken over een gezamenlijk oppervlaktereddingsteam en neem deze op in het dekkingsplan. 5. Leg zowel de bestuurlijke als (regio)grensoverschrijdende samenwerking (met zowel Veiligheidsregio Twente als Duitsland) schriftelijk vast.

kertijd aankunnen. Dat is ook de landelijke lijn die in de veiligheidsregio’s wordt gevolgd. 4. Het dekkingsplan laat de locaties zien waar het brandweer materiaal/materieel zich bevindt en welke dekking dit oplevert. Vanuit de afdeling incidentbestrijding wordt het initiatief genomen om met beide postcommandanten in gesprek te gaan om tot een set van goede uitvoeringsafspraken te komen. Het gesprek hierover is reeds gestart. De uitvoeringsafspraken zelf maken geen deel uit van het document dekkingsplan. Het maken van afspraken in samenspraak met de postcommandanten is toegevoegd aan de tekst van het definitieve dekkingsplan. 5. Met Duitsland zijn convenanten afgesloten waarin de afspraken zijn vastgelegd. Deze zullen we nogmaals tegen het licht gaan houden in het kader van intensivering van deze samenwerking. Met de Twentse gemeente verlenen we onderling regionale bijstand conform landelijke afspraken. Grensoverschrijdende samenwerking is een belangrijk aspect en onderdeel van de taken van de VNOG, zowel operationeel als ten aanzien van crisisbeheersing zoals nu bij corona. De samenwerking met Duitsland is goed. De komende jaren gaan we de samenwerking nog verder intensiveren. Hiervoor was op 5 november 2020 een conferentie gepland met alle bestuurders van de gemeenten aan beide zijde van de grens. Deze is i.v.m.

de aangescherpte corona maatregelen verplaatst naar het voorjaar van 2021. Tijdens deze conferentie komen alle aspecten van de samenwerking aan de orde: de operationele samenwerking, de internationale kazerne Dinxperlo /Suderwick en de samenwerking t.a.v. crisisbeheersing met als actueel onderwerp corona. Onderwerp op deze conferentie is ook het instellen van een bestuurlijk platform t.a.v. de grensoverschrijdende samenwerking. In het beleidsplan is hier een specifiek kader aan gewijd. Dit breiden we nog wat uit met bovenstaande tekst.

De raad heeft besloten: 1. In te stemmen met het concept risicoprofiel en het concept beleidsplan van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2021-2014. De raad heeft besloten: 1. Kennis te nemen van het concept regionaal risicoprofiel en in te stemmen met de opgenomen prioritering. 2. Kennis te nemen van het concept regionaal beleidsplan, daarmee in te stemmen en dus geen andere wensen ten aanzien van het beleidsplan in te brengen. De raad heeft besloten: 1. In te stemmen met zowel het voorlopig risicoprofiel als het concept beleidsplan. 2. Voor wat betreft het risicoprofiel vraagt de raad om hen jaarlijks te informeren over de stand van zaken rond de voorbereiding op risico’s volgens het vastgestelde profiel. 1. Duidelijk en helder gepresenteerde koers in alle documenten.

1. Dank voor het in kennis stellen van uw besluit.

5

1 en 2. Dank voor het in kennis stellen van uw besluit.

1. Dank voor het in kennis stellen van uw besluit. 2. Het risicoprofiel wordt eens in de 4 jaar vastgesteld (conform de Wet Veiligheidsregio’s). Desgewenst kan de directeur VNOG tussentijds langskomen om een update te geven t.a.v. het risicoprofiel. 1. Dank voor de complimenten.

Epe Ermelo Harderwijk

Hattem

30 september

2. Dient een zienswijze in op specialisme natuurbrandbestrijding. In de plannen is opgenomen dat een visie op natuurbrandbestrijding nog wordt uitgewerkt. De gemeente merkt op dat het opmerkelijk is dat daarop vooruitlopend in het dekkingsplan al wel gerekend wordt met een opkomsttijd van 30 minuten voor het 1e peloton. Op basis van deze streeftijd worden nu al terreinvaardige blusvoertuigen afgestoten. De gemeente roept het AB op om de visie natuurbrandbestrijding af te wachten alvorens verregaande maatregelen worden getroffen. NB: de uitgebreide brief van de gemeente Elburg is opvraagbaar via: bestuursondersteuning@vnog.nl

2. Het besluit over het materieelspreidingsplan, en daarmee het aankopen dan wel afstoten van materieel, is genomen in de vergadering van het AB van 15 januari 2020. Het dekkingsplan legt deze besluiten vast en laat in geografische afbeeldingen zien welke dekking dit oplevert in het verzorgingsgebied. Het vaststellen van het dekkingsplan heeft geen consequenties voor het eerder vastgestelde materieelspreidingsplan. De visie op natuurbrandbestrijding is op verzoek van het bestuur reeds toegevoegd aan de toekomstvisie om tot een gedragen beeld te komen over de nog aan te schaffen specialistische voertuigen en de wijze waarop deze het beste ingezet kunnen worden. Daarbij is nadrukkelijk vastgelegd dat dit moet passen binnen het vastgestelde financiële kader van het materieelspreidingsplan. 1. Dank voor het in kennis stellen van uw besluit.

Raadsvergadering 15 oktober Raadsvergadering 23 september Raadsvergadering 29 oktober

1. In de gemeenteraad is unaniem besloten om geen zienswijze in te dienen.

Het college op te dragen om bij de VNOG kenbaar te maken dat in het beleidsplan maatregelen moeten worden getroffen, in overleg met de gemeente Harderwijk, die leiden tot het binnen de norm brengen van de opkomsttijden in de gehele gemeente Harderwijk.

De VNOG is op de hoogte van de situatie t.a.v. de opkomsttijden in de wijken Drielanden en Wittenhagen. Deze situatie is historisch zo gegroeid en was reeds zo voor het opstellen van het materieelspreidingsplan en het dekkingsplan. De ligging van de kazerne en de infrastructurele situatie ten opzichte van de wijken (spoorovergang) zijn debet aan het niet overal halen van de opkomsttijden in deze wijken. Voor de wijk Wittenhagen geldt het niet halen van de opkomsttijden alleen voor dat deel van de wijk waar de hoogbouw staat. Dit gedeelte valt in een hogere categorie met een kortere opkomsttijd, die daar niet overal behaald kan worden. We doen er alles aan om de rijtijden zo kort mogelijk te houden en blijven ons hier ook voor inspannen. De winst die hier te behalen valt is echter miniem, zeker gezien de kosten die daar aan verbonden zijn (bouwen kazerne, tunnel onder spoor zijn kostbare investeringen). Daarom zetten we nu ook in op preventie en risico beheersing. Daarnaast is de bebouwing in de wijk Drielanden is overwegend modern en voldoet daarmee aan moderne wet- en regelgeving waardoor het risico op brand kleiner en het brandverloop trager is (ook een vorm van risico beheersing). De overschrijding van de opkomsttijden is dermate gering dat wij deze situatie aanvaardbaar achten, zeker in combinatie met de inspanningen op preventie en risicobeheersing.

Raadsvergadering 26 oktober

1. De raad vraagt meer aandacht voor preventie. Dit door middel van het uitbreiden van de risicoanalyse met preventiemaatregelen. Terecht stelt de VNOG dat veiligheid geen exclusieve taak is van de VNOG en dit samen opgepakt dient te worden. Gevraagd wordt om adviezen een meer prestatieafspraak gericht karakter te geven. Daarbij zou aan de gemeenteraden uit de VNOG om inbreng en reactie gevraagd kunnen worden. 2. De gemeenteraad is zeer geïnteresseerd in de pilot dashboard risicobeheersing. Graag zien zij de resultaten tegemoet met daarbij een advies voor de meerwaarde voor invoering in de gemeente Hattem.

1. Preventie is een belangrijke pijler in het beleidsplan, onder de noemer zelfredzaam en risicobewust. In de programmabegroting wordt dit verder uitgewerkt d.m.v. van een opgavegerichte begroting, waarmee voldaan wordt aan uw wens voor een meer prestatiegericht karakter. Daarnaast wordt gewerkt aan een risicoprofiel per gemeente, daarbij kan de gemeenteraad zeker een rol krijgen. Op dit onderwerp wordt bij antwoord 2 verder ingegaan. 2. Fijn dat u geïnteresseerd bent in de pilots die gaande zijn in Harderwijk en Winterswijk waarbij het risicobeeld op lokaal niveau wordt

Besloten geen reactie in te dienen.

6

3. De gemeenteraad ontvangt graag informatie over grensoverschrijdende afspraken met aangrenzende veiligheidsregio’s. Daarbij ontvangt de raad graag specifiek informatie over hoe kennis uitgewisseld wordt over het ‘datagedreven’ informatiesysteem over brandrisico’s dat ontwikkeld is door IJsselland. 4. De raad voelt zorg over de gebiedsgerichte opkomsttijden. Dit speelt met name ten aanzien van natuurbrandbestrijding. Gedurende de looptijd van de plannen moet blijken of deze afdekkend zijn om risico’s te bestrijden. Vandaar ook het verzoek om nadruk te leggen op preventie. De raad verzoekt de lessen te betrekken bij de eerstvolgende evaluatie van het risicoprofiel en beleidsplan of uiterlijk begin 2020. Heerde

Mailbericht van 29 oktober

Lochem Montferland

Oktober 2020 Brief gemeenteraad van 22 september

Nunspeet

Oktober 2020

1. Wegens personele omstandigheden is het voorstel niet op tijd geagendeerd voor de gemeenteraad. Een reactie vanuit de gemeenteraad van Heerde zal in het AB ter vergadering gegeven worden. De raadscommissie vergadert op 30 november. Besloten geen reactie in te dienen. 1. De gemeenteraad stemt in met het regionaal risicoprofiel. 2. De gemeenteraad stemt in met het regionaal beleidsplan, mits: a. in post Bergh inderdaad een TS ‘geschikt voor de binnenstad’ komt te staan. b. het afstoten van de 2e TS samenhangt met goede afspraken en samenwerking met VGGM/post Zevenaar.

Voor de gemeente Nunspeet is en blijft natuurbrand (natuurbrandbestrijding) een van de grootste risico’s. De gevolgen van een onbeheersbare natuurbrand zullen zeer ingrijpend zijn. Vandaar dat wij mede namens de gemeenteraad met deze zienswijze reageren op de plannen en specifiek op het onderdeel natuurbrandbestrijding. In het dekkingsplan is aangegeven dat voor de specialistische taken wordt uitgegaan van streeftijden. Voor de natuurbrandbestrijding is een streeftijd aangegeven van 30 minuten voor 1 peloton (4 voertuigen). In de oude plannen is als uitgangspunt genomen dat bij een natuurbrand het 1e peloton met 20 minuten ingezet dient te zijn. Brandweer Nederland adviseert in de landelijke handreiking Risico Index Natuurbranden (RIN) een opkomsttijd voor het 1e peloton van 20 minuten. Dit omdat bij een natuurbrand een snelle inzet (met voldoende slagkracht) cruciaal is om een onbeheersbare natuurbrand te voorkomen. De kans op een onbeheersbare natuurbrand wordt dan ook groter. De gemeenteraad is van mening dat door toename van het brandbare biomassa (dode hout), de klimaatverandering (meer droge periodes) en het 7

omgezet naar risicobeheersingsmaatregelen. Deze werkwijze en uitkomsten van de pilot worden op termijn verder uitgerold naar de andere gemeenten. Wij zoeken dan ook actief onze contacten binnen de gemeenten op. 3. De VNOG heeft regelmatig afstemming met de (omliggende) veiligheidsregio’s. Conform landelijke afspraken wordt bij een incident de dichtstbijzijnde post gealarmeerd, ook als dit een post uit de buurgemeente betreft (in dit geval IJsselland). Onze eveneens datagedreven rekensystematiek is ook besproken met IJsselland. Diverse regio’s nemen onze methode over, onder andere Gelderland-Midden. 4. Over het risicoprofiel en beleidsplan wordt gerapporteerd middels de reguliere planning en control cyclus. Waar nodig zal deze rapportage leiden tot bijstelling van de plannen. 1. Dank voor de procesinformatie.

2a. Dit maakt reeds onderdeel uit van het concept dekkingsplan. Daarnaast zijn we nu met de post in overleg over welk tweede specialistisch voertuig voor natuurbrand er, gelet op de specifieke risico’s in het gebied, moet komen. De post wordt nauw betrokken bij de aanschaf van dit voertuig. Dit geldt ook voor de schuimbluseenheid. 2b. Over deze samenwerking heb ik u, samen met de heer Slofstra (directeur Brandweer VGGM), door middel van een brief op 23 juni 2020 geïnformeerd. Kern van deze brief is dat de afgelopen tijd is geïnvesteerd in de samenwerking tussen post Didam en post Zevenaar en dat hierover op 22 oktober 2019 nadere afspraken zijn gemaakt. Bovenstaande is ook als zodanig opgenomen in het definitieve Dekkingsplan. De directeur VNOG en het afdelingshoofd Incidentbestrijding hebben op 12 november een toelichting gegeven in de raadscommissie m.b.t. het onderwerp natuurbrand. In het AB van 15 januari 2020 is in het kader van de financiële problematiek gekozen voor het Basisscenario en niet voor het handhaven van de Huidige Situatie of voor het Plus scenario. Daarmee is ook het materieelspreidingsplan wat bij het Basisscenario hoort vastgesteld. Het dekkingsplan legt deze besluiten vast en laat in geografische afbeeldingen zien welke dekking dit oplevert in het verzorgingsgebied.

In het dekkingsplan is voor de Natuurbrandbestrijding een streeftijd opgenomen van 30 minuten voor 4 natuurbrandvoertuigen. Deze tijd is gebaseerd op de in het Operationeel Plan Natuurbrandbestrijding (van de regio’s VNOG en Gelderland Midden) opgenomen doelstelling om binnen 30 minuten voldoende slagkracht ter plaatse te hebben.

ecologische beheer (minder toegankelijke paden in de bossen) het risico op een onbeheersbare natuurbrand onveranderd groot is en wellicht zelfs toeneemt In de visie van de VNOG zien wij een verschuiving van natuurbrandbestrijding naar preventie. Omvorming van brandgevoelige naaldbossen naar loofhout zal een lange tijd vergen. Preventieve maatregelen zullen zeker op de korte termijn geen effect sorteren als het gaat om natuurbranden. Welke omstandigheden maken het aanvaardbaar om af te wijken van het advies van Brandweer Nederland? In hoeverre zijn preventiemaatregelen uitgeprobeerd en welk effect hebben deze maatregelen voor de opkomsttijden? Wat zijn nu de concreet in gang gezette maatregelen? De gemeenteraad is de mening toegedaan dat zolang de visie op de natuurbrandbestrijding nog vastgesteld moet worden, het niet verantwoord is dat een streeftijd van 30 minuten voor het 1e peloton wordt gehanteerd. Wij vinden dat u geen onomkeerbare maatregelen kunt treffen voordat de visie op de natuurbrandbestrijding inzichtelijk maakt wat werkelijk nodig is voor een adequate natuurbrandbestrijding.

Met de bovengenoemde streeftijd wordt hieraan voldaan. Er is geen landelijk geldende norm of advies voor de opkomsttijd en het aantal voertuigen voor Natuurbrand. Daarnaast is de Risico Index Natuurbranden (RIN) geen instrument om de repressieve slagkracht van de brandweer te meten. De RIN biedt de mogelijkheid om de risico’s van brand in de natuurgebieden zichtbaar te maken op basis van een groot aantal indicatoren (waaronder verschillende opkomsttijden). De RIN geeft inzicht in de gebied gebonden risico’s en het heeft een belangrijke rol bij het creëren van het veiligheidsen risicobewustzijn ten aanzien van natuurbrand. De externe commissie van deskundigen die de plannen getoetst heeft concludeert ook dat: “de spreiding, plaatsing en totale hoeveelheid materieel voor natuurbrandbestrijding in het plan is goed”. De preventieve maatregelen die in het kader van de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing worden genomen zijn ervoor om te voorkomen dat onbeheersbare natuurbranden met een grote maatschappij-ontwrichtende impact in de toekomst kunnen ontstaan. De maatregelen die getroffen kunnen worden, worden samen met de gemeente Nunspeet (voor wat betreft het Nunspeetse verzorgingsgebied) en andere betrokken partijen ontwikkeld.

Het effect van de preventieve maatregelen wordt enerzijds ontleend aan ervaringen (zowel Nederland als buitenland) en anderzijds op basis van wetenschappelijk onderbouwde gegevens. Daar de ontwikkeling van een natuurbrand van veel factoren afhankelijk is, is niet exact te benoemen wat het effect is. Bijvoorbeeld hoe natuurbrandbeheersingsmaatregelen met weerbaardere vegetatie tegen natuurbrandgevaar zich houdt onder extreem droge en warme omstandigheden. Maar de ervaringen en wetenschap zijn positief gestemd. Wat zijn nu de concreet in gang gezette maatregelen? Er zijn vanuit het verleden met een wisselend succes initiatieven geweest om natuurbrandbeheersingsmaatregelen te realiseren. Met de gebiedsgerichte aanpak wil de VNOG dat veranderen. Dit doen wij door het proces te structureren. Besluiten worden genomen over natuurbrandbeheersingsplannen en de voortgang van de uitvoering wordt gemonitord. De realisatie van de uitvoering kan afhankelijk van de maatregel een lange doorlooptijd hebben. Zo kan het realiseren van een brandsingel (weerbare vegetatie) wel 18-20 jaar duren. De aanleg van een bluswatervoorziening kan daarentegen binnen een paar maanden gerealiseerd worden. De VNOG is in het formuleren en uitvoeren van de maatregelen mede afhankelijk van andere partijen en beschikbare financiële middelen.

Oldebroek Oost Gelre

Oktober 2020 Raadsvergadering

Besloten geen reactie in te dienen. De raad heeft besloten:

1 en 2. Dank voor het in kennis stellen van uw besluit. 8

27 oktober

Oude IJsselstreek

Raadsvergadering 29 oktober

Putten

Raadsbrief van 29 oktober

1. Geen inhoudelijke reactie te geven op het regionaal risicoprofiel; 2. Geen wensen en bedenkingen in te dienen op het regionaal beleidsplan. De gemeenteraad concludeert dat het Regionaal Beleidsplan inhoudelijk in lijn is met de vastgestelde Toekomstvisie en het Regionaal Risicoprofiel. 3. Complimenteren over het feit dat de Coronacrisis aandacht heeft gekregen in de uitwerking van het Regionaal Beleidsplan door het toevoegen van het incidenttype “uitbraak van een onbekend virus”. De afgelopen maanden is namelijk gebleken dat de uitbraak van een virus een enorme impact heeft op de samenleving en dat multidisciplinaire voorbereiding en aanpak van het virus noodzakelijk is. De raad heeft besloten: 1. Kennis te nemen van het concept regionaal risicoprofiel en concept beleidsplan VNOG 2021-2024; 2. Aan de afgevaardigde van het Algemeen Bestuur VNOG mee te geven in te stemmen met het concept regionaal risicoprofiel en concept beleidsplan VNOG 2021-2024; 3. Geen zienswijze in te dienen voor het concept regionaal risicoprofiel en concept beleidsplan VNOG 2021-2024. Risicoprofiel 1. De lokale risico’s zien niet opgenomen en dan ook niet van invloed op het regionaal risicoprofiel en daaruit voortvloeiende slagkracht. Hierdoor is volgens de gemeenteraad onduidelijk wat de functie van het regionaal profiel is als deze belangrijke gegevens niet zijn gebruikt.

Verwezen wordt naar andere veiligheidsregio’s waarbij een lokale-risico objecten zijn toegevoegd. Het lokaal schaalniveau kan in beeld gebracht worden met gebruik making van lokale risicobronnen en kwetsbaarheden. Beleidsplan incl. dekkingsplan 2. De keuze voor het basisscenario van incidentbestrijding is een vergaande keuze die in het beleidsplan aan de orde had moeten komen, maar nu is genomen n.a.v. de bestuurlijke tweedaagse in september 2019, zonder input vanuit de gemeenteraad. Deze keuze voor het basisscenario werkt door in het materieelspreidingsplan en het uiteindelijke dekkingsplan, zonder dat de gemeenteraden hier invloed op kunnen uitoefenen. Doordat de gemeenteraden niet in het voortraject op een dusdanige wijze zijn betrokken (i.c. de keuze voor het basisscenario), hebben zij geen concrete keuzes kunnen aangegeven met betrekking tot het kwaliteitsniveau en de reikwijdte van de brandweerzorg. Hetgeen een uitholling van de art. 14 en 15 opgenomen betrokkenheid c.q. invloed van de gemeenteraden betekent. In het eerder vastgesteld plan van aanpak dekkingsplan (AB 14 december 2017) was deze rol van de gemeenteraden nog wel opgenomen. De beschreven stappen zijn niet gevolgd. De gemeenteraad is van mening, dat zij alsnog haar invloed hierop zou moeten kunnen uitoefenen.

De gemeenteraad onderschrijft in dit kader de destijds door de postcommandant post Putten doorgegeven bezwaren in het reactieformulier op het materieelspreidingsplan. 3. Voor post Putten betekent het basisscenario een forse aderlating. Niet meer zelf verantwoordelijk zijn voor een middelbrandscenario is onbegrijpelijk. Zeker met 3 gezondheidszorggebouwen en 2 BRZO bedrijven in ons verzorgingsgebied. Wanneer bij een automatische brandmelding vanuit een zorggebouw er daadwerkelijk brand is en wordt opgeschaald naar middelalarm kan het zo maar 14 minuten duren voor een 2e TS uit Ermelo ter 9

3. Dank voor de complimenten, wij onderschrijven uw onderbouwing van het belang om dit incidenttype uit te werken.

1 en 2. Dank voor het in kennis stellen van uw besluit.

1. Het regionaal risicoprofiel is opgebouwd van onderaf door middel van lokale gegevens. Daarbij zijn onderliggende cijfers over type bebouwing de basis. Deze belangrijke gegevens zijn dus wel degelijk gebruikt. Momenteel loopt een pilot om een meer lokaal profiel op te leveren. Dit wordt na evaluatie verder uitgerold over de regio. 2. De toekomstvisie van de VNOG is tijdens een uitgebreid proces met betrokkenheid van de gemeenteraden tot stand gekomen. De gemeenteraden zijn meermaals in de gelegenheid geweest een toelichting te krijgen en daarbij vragen en opmerkingen in te brengen. Via de burgemeester kond de inbreng ingebracht worden in het algemeen bestuur. Het plan van aanpak is grotendeels gevolgd. Dit heeft echter wel wat vertraging opgelopen. In het plan van aanpak staan nog de GGO’s opgenomen, die inmiddels opgeheven zijn. De route is daarbij grotendeels in stand gebleven. De postcommandanten zijn betrokken in een uitgebreid traject met een onafhankelijke externe commissie. Daarnaast zijn zoals eerder gezegd presentaties gehouden, dit werd echter 2019 in plaats van 2018. Het verdere traject is conform planning verlopen. 3. In het AB van 15 januari 2020 is de toekomstvisie, incl. het materieelspreidingsplan vastgesteld. Wij begrijpen dat het verdwijnen van de tweede tankautospuit voor de posten waarbij dit speelt voelt als een forse aderlating.

In goed overleg met de betreffende posten is er een plan opgesteld voor de afschaling in de komende jaren. Overigens is de ontruiming van een dergelijke instelling formeel geen taak van de brandweer, maar van de instelling zelf. Uiteraard zullen wij bij een eventueel incident in een dergelijke instelling waar mogelijk hulp bieden, maar dat is niet meegenomen in het Basisscenario (conform de wettelijke taken). 4. Met de vaststelling van de toekomstvisie VNOG is gekozen voor een sobere en doelmatige organisatie van de brandweerzorg. M.b.t. cumulatieve risico’s is het uitgangspunt dat we één groot incident tegelijkertijd aankunnen. Dat is ook de landelijke lijn die in de veilig-

Voorst Winterswijk Zutphen

Oktober 2020 Mailbericht van 15 oktober Raadsvergadering 13 oktober

plaatse is. Er van uitgaan dat de 1e TS nog druk is met ontruiming (nachtelijke uren 1 BHV-er) kunnen we te maken krijgen met behoorlijk ontwikkelde brand, dit is naar ons idee niet acceptabel. 4. Het dekkingsplan houdt geen rekening met 'gelijktijdigheid’ van incidenten. De vraag is of de slagkracht voldoende is ingeval van het zich voordoen van meerdere incidenten tegelijk of in korte tijd na elkaar. En is dat ook het geval bij een zeer groot incident waarbij In een etmaal tien of meer TAS-'en ingezet worden. 5. Het verdwijnen van de 2e tankautospuit is van (onaanvaardbare) invloed op de slagkracht van de post Putten. Bij besluit van AB d.d. 3 september 2015 heeft de VNOG het document “van risico naar slagkracht”(een model voor risicogerelateerde operationele slagkracht) vastgesteld. Hierin werd de 2e tankautospuit voor Putten juist noodzakelijk geacht na een uitvoerige risico-inventarisatie op detailniveau. 6. Het onderhavige materieelspreidingsplan en dekkingsplan is niet op basis van voornoemde methodiek vastgesteld. En is een onverklaarbare koerswijziging ten opzicht van eerder genomen besluiten, waaronder het besluit AB 3 september 2015 tot vaststelling van het document “van risico naar slagkracht”. 7.

De aangenomen streeftijd van 15 minuten voor de opkomst van 2e tankautospuit in het dekkingsplan is niet te rijmen tot de lokale situatie met 3 gezondheidszorggebouwen en 2 BRZO bedrijven en met de in de Leidraad Repressieve Basisbrandweerzorg genoemde opkomsttijden voor dergelijke instellingen. Een tweede bemande tankautospuit is dan ook noodzakelijk voor Putten in dit kader. Besloten geen reactie in te dienen. 1. Op 5 november ligt het voorstel voor in de raad met het advies van het college om geen zienswijzen in te dienen op de documenten (hamerstuk). 1. De raad heeft besloten: In te stemmen met het concept beleidsplan VNOG 2021-2024 en het regionaal risicoprofiel 2021-2024 en geen wensen en bedenkingen in te brengen.

heidsregio’s wordt gevolgd. 5. Zie reactie op punt 3 en 4. 6. Kennis over materieel en spreiding ontwikkelt zich op basis van ervaring en nieuwe inzichten. Het materieelspreidingsplan is opgesteld op basis van de laatste inzichten. De rapporten van de externe commissie over het materieelspreidingsplan bieden nadere informatie en een perspectief over het risico gerelateerde slagkracht model uit 2015. Deze rapporten zijn reeds aan u ter beschikking gesteld. 7. Voor de opkomst van de 2e tankautospuit zijn geen wettelijke eisen vastgesteld. Om toch inzicht te geven in de slagkracht van de 2e t/m de 4e tankautospuit zijn zogenaamde streeftijden gehanteerd. Deze streeftijden zijn gebaseerd op de huidige inzichten qua opschaling voor de commandovoering en ervaringen vanuit andere regio’s. De externe commissie ondersteunt een stapsgewijze opschaling tot 4 Tankautospuiten.

1. Dank voor de procesinformatie. 1. Dank voor de reactie.

Crisispartners en aangrenzende regio’s (incl. Duitsland) Organisatie

Datum

Reactie crisispartners en aangrenzende regio’s (incl. Duitsland)

Reactie VNOG

Waterschap Rijn en IJssel Waterschap Vallei en Veluwe VR Gelderland-Midden

Mailbericht d.d. 5 oktober

Geen opmerkingen.

1. Dank voor de reactie.

Mailbericht d.d. 9 oktober

Geen opmerkingen. Het waterschap ziet uit naar een goede samenwerking om de beschreven risico’s die ons beiden raken verder uit te werken en te beoefenen 1. Goed leesbaar en helder document. Integraal en volledig plan met herkenbare thema’s. 2. Het risicodiagram is op bepaalde incidenttypen anders ingeschaald dan in Gelderland-Midden dit is te verklaren door het maatgevende scenario. Gelderland-Midden spreekt de wens uit hierover in de toekomst nader af te stemmen.

1. Dank voor de reactie.

Brief van 29 september

10

1. Dank voor de complimenten. 2. De VNOG gaat graag in op de uitnodiging om nader af te stemmen over toekomstige risico- en scenario uitwerking. Hiervoor is inmiddels ook een landelijk netwerk ingesteld waaraan de VNOG deelneemt. 3. De opmerkingen zijn gecheckt en geven op dit moment geen

3. Gelderland-Midden sluit zich aan bij de wens om de komende beleidsperiode nader samen te werken incl. de afstemming met Duitsland.

aanleiding tot wijziging in de tekst. 1/2. Dank voor de reactie. Goed om te lezen dat de plannen overeenkomen met het beeld van Gelderland-Zuid wat perspectief biedt voor toekomstige samenwerking op deze onderwerpen.

Vr Gelderland-Zuid

Mailbericht d.d. 7 september

Kreis Borken

Brief van 14 september

1. De beschreven ontwikkelingen, risico’s en de strategische pijlers zijn herkenbaar en sluiten aan bij de plannen van Gelderland-Zuid. 2. Bij de uitwerking van de ‘hoe en wie’-vraag komt tevens de samenwerking met partners en veiligheidsregio’s , zoals de buurregio’s, aan de orde. Door elkaar op te blijven zoeken kunnen we kennis uitwisselen en elkaar versterken 1. Op pagina 13 is onder punt “kernincidenten“ aangegeven dat de veiligheidsregio zich voorbereidt op een incident bij de kerncentrale Lingen door middel distributie van jodiumtabletten. Will dat zeggen, dat al nu de jodiumtabletten worden uitgedeeld aan de bevolking? of eerst indien een incident is gepasseerd? De Kreis Borken distribueert de tabletten in de gemeenten van Kreis Borken als een Incident is gepasseerd worden de tabletten aan de bevolking uitgegeven. 2. Verder geen opmerkingen en dank voor de informatie.

Kreis Kleve

Mail van 29 oktober

1. Geen opmerkingen. Dank voor de toezending en de gelegenheid een reactie te geven.

1. Vanwege de harmonisatie van de maatregel ‘jodiumprofylaxe’ met België en Duitsland zijn enkele jaren geleden in Nederland de zones rond kernenergiecentrales, waar de maatregel jodiumprofylaxe moet zijn voorbereid, groter geworden. 19 van de 22 VNOGgemeenten liggen (gedeeltelijk of geheel) binnen de 100 kilometerzone van de kernreactor in Lingen. De maatregel jodiumprofylaxe bestaat uit: a) predistributie van jodiumtabletten, dus voorafgaand aan een incident / preventief. Dit heeft in oktober 2017 in heel Nederland plaatsgevonden, aan de doelgroep personen 0-18 jaar. b) nooddistributie van jodiumtabletten, bij concrete dreiging van een incident. Hiervoor wordt nog een landelijke aanpak opgesteld. 1. Dank voor de reactie.

NB: de niet vermelde crisispartners en aangrenzende regio’s hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een reactie in te dienen. Dit betreft: Veiligheidsregio Twente, Veiligheidsregio IJsselland, Politiedistrict Noord en Oost Gelderland, GGD Noord en Oost Gelderland, RMC West en het Openbaar Ministerie.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9687367/1