CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

13.1 Achtergrondinformatie over Grondwater en Droogte - bijlage bij raadsbrief

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Raadsinformatiebrieven/schriftelijke beantwoording vragen artikel 37 (RvO)2.604 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Achtergrondinformatie over Grondwater en Droogte Bijlage bij raadsinformatiebrief nr. 1392396

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Klimaatverandering – laatste inzichten volgens het Klimaatsignaal ’21 3. Watersysteem Veluwe 4. Historische ontwikkeling van de grondwaterstanden op de Veluwe 5. Mogelijke grondwatermaatregelen bij ruimtelijke (stedelijke) ontwikkelingen - korte termijn 6. Mogelijke grondwatermaatregelen t.b.v. robuust (grond)watersysteem - lange termijn 7. Eerste stappen richting een toekomstbestendige Veluwe 8. Waternetwerk Veluwe / Case Putten – onderzoek naar waterbalans en handelingsperspectief

1. Inleiding De afgelopen jaren 2018-2019-2020 zijn erg droog geweest. Gelukkig is de droogte in 2021 veel minder geweest. Desondanks zijn er zorgen over de gevolgen van droogte, ook in Putten. Droogvallende beken, grote bomen die doodgaan; het lijkt de laatste jaren meer te gebeuren. Bewoners en leden van uw raad stellen hierover regelmatig vragen. Met onderstaande achtergrondinformatie schetsen we het bredere kader en geven we een nadere toelichting op welke wijze aan (mogelijke) oplossingen wordt gewerkt. 2. Klimaatverandering – laatste inzichten volgens het Klimaatsignaal ‘211 Ons klimaat verandert en dat is steeds vaker goed te merken. Het wordt warmer en natter, maar tegelijkertijd ook droger. Het weer lijkt ook extremer te worden: hevige regen in de zomer (met alle gevolgen van dien, zoals in Zuid-Limburg in de zomer van 2021), maar ook lange perioden met droogte en hitte, vooral in het voorjaar en in de zomer. Het KNMI bevestigt dit beeld in het rapport “Klimaatsignaal ‘21” (oktober 2021). De klimaatverandering in Nederland lijkt zich ook sneller te voltrekken. De urgentie wordt daarmee nog groter om meer en sneller maatregelen te nemen om de klimaatverandering tegen te gaan en beter voorbereid te zijn op de gevolgen. 3. Watersysteem Veluwe2 Het landschap van de Veluwe ontstond in de ijstijd. Het ijs duwde land opzij en vormde zo de stuwwal.

In de stuwwal vormen verticale ‘kleischotten’ een barrière voor de grondwaterstroming. Het grondwater stroomt vanuit de hoge delen van de Veluwe naar de omliggende, lagere delen. Midden op de Veluwe is de grondwaterstand erg diep, tot zeventig meter onder het maaiveld. Hierdoor hebben veranderingen in neerslag en verdamping slechts langzaam effect. Putten ligt voor een groot deel in de zogenaamde grondwaterfluctuatiezone. In deze overgangszone tussen het hoge en lage deel van de Veluwe, ligt de grondwaterstand in natte perioden tussen de 150 en 70 centimeter onder het maaiveld. Er zijn geen sloten aanwezig die het grondwater kunnen afvoeren. In deze zone kan incidenteel overlast optreden. In extreem droge periodes kan de grondwaterstand verder uitzakken waardoor droogteschade kan optreden. In de meer westelijke, lagere delen van Putten is sprake van een zone met een lager maaiveld en daardoor relatief hogere grondwaterstanden. Het grondwaterpeil ligt hier over het algemeen minder dan 70 centimeter onder het maaiveld. In deze zone zijn wel sloten aanwezig die het grondwater kunnen afvoeren, waardoor de grondwaterstand niet hoger komt. In de lage zone wordt dan ook vrijwel het jaar rond water afgevoerd. Bij droogte kan het kwelwater (grondwater dat door een ondergrondse stroom onder grote druk aan de oppervlakte komt) van de hoge zone ook worden vastgehouden in de sloten.

Droogte leidt hier (over het algemeen) dan ook minder snel tot problemen dan in de overgangszone.

1 Bron: https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/knmi-klimaatsignaal-21 2 Meer informatie: https://klimaatvalleienveluwe.nl/grondwater/

2 van 8

In de ondergrond van de stuwwal t.h.v. Putten zijn gestuwde lagen aanwezig die de stroming van grondwater beïnvloeden. Deze slecht doorlatende lagen zijn bepalend voor de grondwaterstroming in zowel horizontale als in verticale richting. Er is relatief weinig bekend over de exacte opbouw van de stuwwal en de eventuele aanwezigheid van kleischotten. Hierdoor zijn onzekerheden rond lokale grondwaterstroming groot. Kans op lokaal grote effecten is substantieel en elke ingreep in de (diepe) ondergrond vergt daarmee intensief vooronderzoek.

Afbeelding 1 – schematische weergave stuwwal Putten 4. Historische ontwikkeling van de grondwaterstanden op de Veluwe In de afgelopen anderhalf eeuw is de grondwaterstand wezenlijk veranderd. Stonden er in de (vroege) Middeleeuwen nog watermolens in Putten die gebruik maakten van het via de beken afstromende water, vanaf het eind van de 19e eeuw treedt er verregaande verdroging op. Hiervoor zijn een drietal oorzaken aan te wijzen: 1. Verandering begroeiing In de 19de eeuw was de Veluwe nog een heide- en stuifzandgebied. Dit is omgevormd tot een bosgebied met veel naaldhout. Bossen hebben een grotere verdamping dan heide en zand, waardoor er in de loop van de tijd minder regenwater de grond is ingetrokken. Naaldbomen zijn het hele jaar groen en verdampen daardoor meer water dan loofbomen. In loofbossen kan het regenwater gedurende de wintermaanden direct worden openomen. Toename in het aantal loofbossen zorgt daarom weer voor een hogere grondwaterstand. En sterke gelaagdheid van begroeiing zorgt daarentegen weer voor meer biomassa waar het regenwater op blijft zitten en weer zal verdampen. 2. Verandering waterbeheer In het verleden zijn sprengenbeken gegraven ten behoeve van diverse watermolens. Later is de Flevopolder drooggelegd en door de ruilverkaveling zijn de waterpeilen in heel veel gebieden verder verlaagd.

Al deze ingrepen hebben gezorgd voor een snellere afvoer van het diepe grondwater van de Veluwe waardoor de grondwaterstanden nu structureel lager zijn dan in het verleden.

3 van 8

3. Verandering van het klimaat Het klimaat verandert. In de metingen van het KNMI is terug te zien dat het neerslagpatroon veranderd is ten opzichte van honderd jaar geleden. De verdamping neemt toe doordat de temperatuur stijgt. Over honderd jaar zal het klimaat weer anders zijn dan nu. Voor het grondwatersysteem kijken we vooral naar de verandering in neerslag en in verdamping.

Afbeelding 2 – historische neerslag (blauw = winter, geel = zomer) KNMI-meetstation Heerde In bovenstaande figuur is te zien dat in de afgelopen 100 jaar de neerslag in de zomermaanden gemiddeld gelijk is gebleven en dat de neerslag in de winter gemiddeld is toegenomen. De trend dat er meer neerslag valt over het hele jaar zal waarschijnlijk doorzetten, en het grootste deel zal in de winter vallen. Het is echter nog onzeker welk effect de klimaatverandering uiteindelijk heeft op het Veluwse grondwatersysteem. Er wordt rekening gehouden met een stijging van de grondwaterstand van meer dan 1 meter op de Veluwe en een stijging van een halve meter in de overgangszone. Voorspellingen met grondwatermodellen leveren echter nog geen eenduidig beeld op. Als de winters inderdaad structureel natter worden, kan de grondwaterstand hoger worden. Uit de metingen van de afgelopen eeuw blijkt dat het gemiddeld al meer is gaan regenen in de winter. De grondwaterstand is echter niet gestegen, maar gedaald. Met de kennis van nu is het daarom verstandig om binnen de overgangszone rekening te houden met zowel een verhoging als verlaging van de grondwaterstanden, bovenop de langjarige variatie die de afgelopen eeuw ook zichtbaar is. Dit betekent dat er bij ruimtelijke (stedelijke) ontwikkelingen goed moet worden gekeken naar de lokale situatie.

Via een stappenplan – dat inmiddels beschikbaar is – kan worden bepaald welke maatregel(en) het meest passend zijn.

4 van 8

5. Mogelijke grondwatermaatregelen bij ruimtelijke (stedelijke) ontwikkelingen - korte termijn Uitgangspunt bij het bepalen van grondwater-regulerende maatregelen is, dat de maatregelen erop gericht zijn om: ➢

enerzijds wegen en gebouwen geen wateroverlast te laten ondervinden en

➢

anderzijds de bestaande grondwatersituatie zo min mogelijk te verstoren.

De kans op zowel wateroverlast als droogtestress wordt dan zoveel mogelijk beperkt. Het handelingsperspectief voor grondwater valt uiteen in vier soorten maatregelen: A. Niets doen Als de grondwaterstand diep genoeg en regenwater van nature snel kan infiltreren in de bodem zijn geen extra maatregelen nodig. B. Passief sturen Via een infiltratievoorziening kan het regenwater sneller infiltreren in de bodem. Dit kan van toepassing zijn op locaties waar de grondwaterstand diep zit maar infiltratie wordt beperkt door slecht doorlatende lagen. C. Ophogen Ophogen van het maaiveld voorkomt dat het grondwater te dicht bij het maaiveld komt en wateroverlast kan veroorzaken. De grondwaterstroming wordt niet beïnvloed waardoor de kans op droogte in de omgeving niet wordt vergroot of verkleind. D. Actief sturen Via een drainagesysteem kan het grondwater actief beïnvloed worden. Hierdoor kan voorkomen worden dat het grondwater te hoog komt in natte periode maar kan ook het regenwater sneller infiltreren in de bodem in de periode dat het grondwater lager staat. In onderstaande figuur worden de opties weergegeven in de wolkjes.

Afbeelding 3 – handelingsperspectief bij ruimtelijke (stedelijke) ontwikkelingen

5 van 8

6. Mogelijke grondwatermaatregelen t.b.v. robuust (grond)watersysteem - lange termijn Naast de korte termijnmaatregelen die grondwateroverlast of – onderlast (droogte) mogelijk kunnen voorkomen, is het ook van belang om te kijken naar de lange termijn. Hierbij wordt getracht het natuurlijk (grond)watersysteem te beïnvloeden. Er is een aantal ontwikkelingen mogelijk om te komen tot een robuust (grond)watersysteem op en rond de Veluwe. Hierdoor kunnen nadelige effecten door droogte of wateroverlast worden beperkt. Wanneer op grotere schaal en op langere termijn wordt gekeken, is er een aantal maatregelen mogelijk: ➢

Functie aanpassen aan de water-beschikbaarheid. Daarbij mogen gebruikers niet langer grond- en oppervlaktewater aanwenden voor beregening/industrie. Dat kan leiden tot eigen waterbuffers of aangepast landgebruik.

➢

Het aanpassen van ‘natuurlijke’ vegetatie. Door het veranderen van naaldbos naar loofbos of van bos naar heide, neemt over het hele jaar heen de verdamping af en wordt de grondwateraanvulling vergroot.

➢

Vasthouden van water d.m.v. watergangen rond de Veluwe. Door deze te verondiepen of peilen te verhogen.

➢

Grondwateronttrekkingen verminderen. In combinatie met het inzetten op waterbesparing.

➢

Oppompen van rivierwater en deze laten infiltreren op de hoge zone van de Veluwe. Binnen het onderzoekstraject t.b.v. de Aanvullende Strategische Voorraden drinkwater is deze variant onderzocht. Op langere termijn zou dit ook voor de drinkwatervoorziening een mogelijke oplossing kunnen zijn.

Bovenstaande maatregelen vergen niet alleen een lange adem, maar vragen ook om een brede en (boven)regionale samenwerking. Binnen het werkgebied van waterschap Vallei en Veluwe is daarom eind 2017 het Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie ondertekend. Daarin is door het waterschap, de provincies Utrecht en Gelderland en de (28) gemeenten afgesproken om kansen en kwetsbaarheden in beeld te brengen, opgaven te benoemen samen met bewoners en bedrijven en deze te vertalen naar concrete actie. Deze samenwerking heeft onder andere geresulteerd in een klimaatatlas (zie: https://klimaatvalleienveluwe.nl/atlas) en een Regionaal Adaptatieplan (RAP). Eén van de thema’s die in het RAP wordt benoemd is het samen werken aan een natuurlijk bodem- en watersysteem. N.B. De grondwateraanvulling kan ook toenemen met kleinschalige maatregelen die op korte termijn zijn in te zetten. Voorbeelden hiervan: ➢

het ontkoppelen van verhard oppervlak van de riolering en verwijderen van verharding,

➢

het aanleggen van waterbuffers en wadi’s,

➢

het verondiepen van watergangen of het verhogen van waterpeilen.

6 van 8

7. Eerste stappen richting een toekomstbestendige Veluwe Het Regionaal Adaptatieplan (RAP) benoemt het thema “natuurlijk bodem- en watersysteem” en beschrijft daarin een aantal projecten, waaronder het project “duurzaam grondwatersysteem”. Een natuurlijk bodem- en watersysteem moet er mede voor zorgen dat er ook in periodes van droogte voldoende (grond)water beschikbaar is. De wettelijke zorgplicht ten aanzien van grondwater ligt bij de provincies, waterschappen en gemeenten. Er is dus sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. Herstel van het natuurlijk bodem- en watersysteem is iets dat de gemeentegrenzen overschrijdt. Een leidende rol van provincie en waterschappen ligt daarom voor de hand. In juni 2020 verstuurden de terreinbeheerorganisaties op de Veluwe een brief met als titel ‘Stop de verdroging’ naar de drie waterschappen en de provincie, waarin de urgentie van de extreme droogte van drie aaneengesloten jaren werd benadrukt. De organisaties constateren dat het huidige bodem- en watersysteem uit balans is. Gebruiksfuncties kennen een grotere vraag dan dat er water beschikbaar is, zeker in droge jaren. Zonder ingrijpen is het niet ondenkbaar dat gebruiksfuncties in de toekomst meer water vragen, terwijl klimaatverandering zorgt voor een minder grote beschikbaarheid.

Om deze onbalans het hoofd te bieden, is er naast korte termijn natuurherstel (in de vorm van hydrologische herstelmaatregelen) ook een noodzaak om ruimtelijke keuzes te maken voor de toekomst op basis van een gedragen integrale visie. Eind 2020 heeft de provincie een “preverkenning Droogte Veluwe” laten uitvoeren in samenspraak met de waterschappen en de terreinbeheerorganisaties. Begin 2021 is de notitie “Stop de verdroging Veluwe” gepubliceerd met daarin een gezamenlijk beeld van en aanpak richting een toekomstbestendige Veluwe. Om tot het in de notitie geschetste toekomstbeeld te komen, worden drie aanbevelingen gedaan: 1. De basis in kaart brengen: het natuurlijk-, bodem- en watersysteem en de kennisleemten. 2. Sectorale opgaves en actoren in beeld brengen. 3. Een gebiedsgerichte aanpak op basis van een integrale visie en starten met pilotgebied. Uit de interne en gezamenlijke sessies blijkt dat de organisaties de urgentie van de droogteproblematiek voelen. Hierbij is aangegeven dat de provincie de meest geschikte partij is om de aanpak te regisseren. Tevens blijkt uit “cross-checking” met de Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS), dat de aanpak en structuur van het GMS een goede drager lijkt voor het implementeren van de aanbevelingen. Er is dus momentum en bereidheid bij de betrokken organisaties om samen dit probleem aan te pakken.

Tegelijkertijd is er in 2021 binnen de Manifestregio het Waternetwerk Veluwe ontstaan, een overlegplatform dat zowel ambtelijk als bestuurlijk specifiek kijkt naar de droogteproblematiek. Ook daar zoeken provincie, waterschap, Vitens en gemeenten naar oplossingen. Dit gebeurt via pilots: onder andere “de Case Putten”, waarbij de grondwatervraagstukken binnen de gemeente Putten nader worden onderzocht. Dit biedt ook mogelijkheden om (als pilot) tot een integrale, gebiedsgerichte aanpak te komen. Daarbij zal uiteraard ook verbinding worden gezocht met de GMS-aanpak.

7 van 8

8. Waternetwerk Veluwe / Case Putten – onderzoek naar waterbalans en handelingsperspectief Binnen het Waternetwerk Veluwe worden verdiepende gesprekken gevoerd aan de hand van een vijftal praktijkcases. Wat is er ten aanzien van droogte en grondwater allemaal aan de hand? Welke problemen en (mogelijke) oplossingsrichtingen zijn er? Welke keuzes vraagt dit en welke bestuurlijke dilemma’s brengt dit mogelijk met zich mee? In de Case Putten worden de volgende grondwater- en droogtevraagstukken betrokken:

➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Droogvallen van beken en (mogelijk) gerelateerde natuurschade Industriële grondwateronttrekkingen Incidentele grondwateroverlast relatief nabij gebieden met droogte Waterbeheer van nieuwe woonwijk Halvinkhuizen Mogelijk toekomstige uitbreiding drinkwaterwinning Vitens Natuurbeleid en maatregelen die nodig zijn om de natuurdoelen te halen (N2000) Droogteschade in de landbouw tijdens droge zomers Grondwaterverontreinigingen Inzet van gezuiverd effluent als bron voor droogte Campagne om drinkwater te besparen (bewustwording) Campagne om grondwaterbeschermingsgebied beter te beschermen

In de afgelopen periode is al onderzoek gedaan naar de invloed van de onttrekkingen door het Bosbad op het nabij gelegen bekencluster. Deze invloed blijkt beperkt, de grondwaterstand herstelt zich na korte tijd. Ook is er door het waterschap aanvullend onderzoek gedaan naar industriële onttrekkingen. Daarbij is gebleken dat niet alle onttrekkingen in beeld zijn. Dit vraagt nader onderzoek. Vragen die daarbij kunnen worden gesteld: ➢ Is er voldoende informatie over het grondwater? ➢ Is er een goede grondwaterbalans en voldoende beeld van de onzekerheden daarin. ➢ Hoe kunnen we meer zekerheid krijgen over de toekomst van het grondwaterpeil? ➢ Zijn de onttrekkingen (industrieel, agrarisch, particulier en legaal/illegaal) goed in beeld? ➢ Zitten de onttrekkingen wel op een logische plek? Kan bijvoorbeeld grondwateroverlast en droogte verminderen als de onttrekkingen geografisch worden verschoven? ➢ Moeten onttrekkingen in perioden van droogte worden beperkt of verboden? ➢ Wie heeft de regie op het grondwaterbeheer? ➢ Moet er meer regelgeving komen ten aanzien van de bescherming van het grondwater? In de loop van 2022 wordt de Case Putten als onderzoeksproject uitgevoerd. Het onderzoek heeft een tweeledig doel: 1. Meer inzicht in het lokale (grond)watersysteem en opstellen van een waterbalans. 2.

Meer inzicht in het mogelijke handelingsperspectief: welke maatregelen zijn mogelijk? De uitkomsten van het onderzoek zijn interessant voor alle betrokken partijen: provincie, waterschap, Vitens en gemeenten. Het biedt een basis voor beleidsmatige borging (Omgevingsvisie, Programma Water, etc.) en de resultaten zijn mogelijk te betrekken bij de integrale, gebiedsgerichte aanpak binnen de Gelderse Maatregelen Stikstof.

8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11261726/1