CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1 Participatieplan 2021

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Raadsinformatiebrieven3.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgerekend recreatief Participatieplan 2021

Inhoudsopgave 1.

Inleiding..................................................................................................................................3

2.

Resultaten 2020 en doelstellingen 2021 ................................................................................4

3.

Lokale activiteiten...................................................................................................................7

4.

Regionale activiteiten ...........................................................................................................11

2 van 12

1. Inleiding In dit uitvoeringsplan beschrijven we de doelstellingen voor re-integratie en handhaving in 2021. Het plan is de opvolger van het ‘Participatieplan 2020’. In het bijzonder beschrijven we de reintegratieactiviteiten die we willen inzetten, de doelstellingen voor 2021 en de kansen die wij zien om deze doelstellingen te realiseren. De beleidsdocumenten die dienen als onderleggers voor dit uitvoeringsplan zijn: -

Meerjarenplan Samenleving 2019 – 2022.

-

Re-integratieverordening Participatiewet Ioaw en Ioaz gemeente Putten 2017.

-

Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Putten – eerste wijziging.

-

Visie en doelstellingen statushouders gemeente Putten 2019-2023.

-

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers.

Zowel voor 2020 als voor 2021 geldt dat de corona-crisis een grote impact heeft op de dienstverlening die de gemeente uitvoert vanuit het Participatieplan. Denk hierbij aan een toenemende werkloosheid en baanverlies in specifieke sectoren. Maar ook de activiteiten voor werktoeleiding hebben te maken gehad met beperkingen door de corona-maatregelen. Ook in 2021 zal dit het geval zijn. Alle in dit plan beschreven activiteiten voeren we alleen uit wanneer dit binnen de geldende corona-maatregelen mogelijk is. Waar mogelijk proberen we een alternatieve wijze voor de uitvoering van activiteiten te vinden. Denk aan digitale ondersteuning of online trainingen.

3 van 12

2. Resultaten 2020 en doelstellingen 2021 2.1. Resultaten 2020 In het Participatieplan 2020 waren verschillende doelstellingen opgenomen. In onderstaande tabel zijn deze doelstellingen en de uiteindelijk behaalde resultaten weergegeven: Doelstelling

Resultaat1

Minimaal 35 personen stromen uit de uitkering als

In totaal zijn er 36 personen uitgestroomd uit de

gevolg van het verkrijgen van werk, starten van een

uitkering doordat zij werk verkregen (waaronder het

studie of als gevolg van handhaving.

starten van een eigen bedrijf), een studie startten of als gevolg van handhaving.

Los van de personen die uitstromen krijgen minimaal

Los van de personen die in 2020 zijn uitgestroomd,

15 personen parttime werk (geen uitstroom maar

hebben 15 personen een parttime baan gekregen.

uitkering wordt wel lager). Minimaal 25 personen die op trede 1 tot en met 3 van

34 personen die op trede 1 tot en met 3 van de

de participatieladder staan, stijgen een trede.

participatieladder staan, stegen in 2020 een trede.

De bijstandsuitkering is altijd een aanvulling op het loon dat iemand zelf verdient. Daarom wordt de uitkering lager als iemand die eerst niet werkte, parttime gaat werken (tweede doelstelling). De gemeente heeft dan dus minder kosten voor de uitkering. Daarnaast kan parttime werk een belangrijke opstap zijn naar een fulltime baan en daarmee volledige uitstroom uit de uitkering. De doelstellingen van 2020 zijn behaald. Dat is een positief resultaat, zeker in het licht van de uitdagingen die het corona-virus met zich meebracht. Verschillende ingezette trajecten en activiteiten hebben bijgedragen aan het behalen van dit resultaat. Deze zetten we daarom voort in 2021 (zie ook hoofdstuk 3). Wel steeg het aantal bijstandsuitkeringen in 2020 licht van 177 naar 185. Dit komt overeen met de landelijke trend. De corona-crisis heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. Bij economisch zware tijden zien we vaak dat de groep met een afstand tot de arbeidsmarkt extra hard getroffen wordt. Dit is ook de groep die vaak sneller in de bijstand terecht komt omdat zij niet in aanmerking komen voor andere vormen van ondersteuning.

2.2. Doelstellingen 2021 In de doelstellingen voor 2021 maken we een onderscheid tussen de doelstellingen voor de huidige doelgroep en doelstellingen voor de nieuwe instroom. Dat doen we omdat we verwachten dat de instroom dit jaar anders zal zijn dan andere jaren vanwege de corona crisis. De nieuwe groepen zullen bestaan uit flexwerkers, zzp-ers en jongeren. De verwachting is dat

1 Bij de resultaten is de uitstroom van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

niet meegerekend. 4 van 12

er een groep met werkfittere mensen zal instromen die dichter bij de arbeidsmarkt staan. Deze groep vraagt om een andere aanpak dan wat we de afgelopen tijd gewend waren. De mensen zijn werkfit, dit betekent dat er minder lange trajecten voor deze mensen nodig zijn maar wel een strakke sturing op solliciteren en flexibiliteit in de toeleiding naar ander werk dan ze gewend waren. Doelstellingen 2021 Voor 2021 hebben we de volgende concrete doelstellingen: 

Een daling van het totale uitkeringsbestand.

Volledige uitstroom van 36 uitkeringen uit het zittende bestand als gevolg van werk, studie of handhaving.

Volledige uitstroom van 12 uitkeringen uit de nieuwe instroom als gevolg van werk, studie of handhaving.

24 personen naar parttime werk toeleiden.

51 personen naar vrijwilligerswerk toeleiden.

In 2020 behaalden we weliswaar onze doelstellingen, maar zagen we toch een stijging van het uitkeringsbestand. Daarom zetten we in 2021 allereerst in op een daling van het totale bestand. Dat betekent automatisch dat de doelstelling van uitstroom kan wijzigen als dat nodig blijkt voor het realiseren van een daling van het bestand. Een daling van het bestand is zeker in deze periode een zeer ambitieuze doelstelling. Vooral omdat de impact van de corona-crisis op de bijstandspopulatie nog niet volledig is in te schatten. Toch hebben we voor deze doelstelling gekozen om een duidelijk doel na te streven. Uiteraard houden we ook als het gaat om uitstroom rekening met de individuele situaties van onze inwoners. Merk verder op dat we in 2021 uitgaan van een uitstroom van uitkeringen, waar we in 2020 hebben ingezet op een aantal personen. Uitkeringen worden verstrekt per huishouden en niet per persoon. Dat maakt de doelstelling op uitstroom voor 2021 (uitstroom van 36+12=48 uitkeringen) een stuk ambitieuzer dan de doelstelling die we in 2020 hadden (uitstroom van 35 personen)

5 van 12

Zicht op het bestand Bij het formuleren van doelstellingen is goed zicht op de doelgroep van groot belang. In onderstaande tabel hebben we inzichtelijk gemaakt hoe onze cliënten ervoor staan en wat hun perspectieven zijn. Dat geeft handvatten bij het bepalen van de juiste interventies voor de juiste personen.

1

Groep

Omschrijving

Aantal

Bemiddelbaar

Mensen die al dan niet met belemmering de kortste

31

afstand tot de arbeidsmarkt hebben en perspectief op uitstroom hebben. 2

Max haalbare

Mensen die werkzaam zijn met loonkostensubsidie,

bereikt in

via beschut werk of met jobcoaching.

58

doelgroepregister 3

4

5

Max haalbare

Mensen die naar vermogen parttime werk of

bereikt in werk /

vrijwilligerswerk hebben, waar bij urenuitbreiding

vrijwilligerswerk

door de belemmeringen niet mogelijk is.

Tijdelijk

Mensen die een tijdelijke ontheffing hebben, maar bij

onbemiddelbaar

wie volgend jaar beweging wordt verwacht.

kleiner dan 1 jaar

Bemiddelbaar naar parttimewerk of vrijwilligerswerk.

Tijdelijk

Mensen die een tijdelijke ontheffing hebben en bij wie

onbemiddelbaar

volgend jaar geen beweging wordt verwacht.

30

82

64

groter dan 1 jaar 6

Permanent

Mensen met een langere ontheffing, denk aan

onbemiddelbaar

volledig arbeidsongeschikt.

6 van 12

6

3. Lokale activiteiten De reguliere begeleiding van onze inwoners door de consulenten en de arbeidsmakelaar van de gemeente zetten we ook in 2021 voort. Deze begeleiding vormt de kern van onze activiteiten en kent een sterke lokale verankering. Bij deze begeleiding hoort onder meer: 

Direct contact met cliënten: begeleiden, motiveren, adviseren.

Contact met werkgevers over plaatsingen van cliënten.

Inzet van instrumenten zoals jobcoaching, loonkostensubsidie, werktrajecten, proefplaatsingen.

Aandacht voor rechtmatigheid en handhaving.

Ook de samenwerking met onze externe partners zetten we voort. Bijvoorbeeld met De Inclusief Groep, GGZ en Lions club Putten. Daarnaast zetten we specifieke activiteiten in. Sommige zijn we al in 2020 gestart en zetten we voort, andere activiteiten starten we in 2021 nieuw op. In onze begeleiding gaan we in beginsel uit van het uitgangspunt van de Participatiewet dat alle werk passend is.

3.1. Ondersteuning voor ondernemers Ondernemers die in de financiële problemen komen vanwege de Corona crisis, ondersteunen we bij het vinden van een nieuw werk of ondernemerschap. Deze begeleiding maakt onderdeel uit van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Ondersteuning is er bijvoorbeeld via oriëntatie op andere branches, omscholing of leerwerktrajecten. We gebruiken hierbij een combinatie van lokale en regionale inzet en instrumenten (zie ook hoofdstuk 4).

3.2. Uitgebreidere nazorg voor werkgevers In 2020 gaven we specifiek aandacht aan de contacten met werkgevers waar al cliënten geplaatst waren. De arbeidsmakelaar onderhield deze contacten Het is gebleken dat dit waardevolle contacten zijn. Daarom breiden we dit komend jaar uit. Nadat een persoon geplaatst is, verlenen we voor een periode van 3 tot 6 maanden nazorg aan de werkgever en werknemer. Met het doel om de werkplek te behouden en duurzaamheid te waarborgen. Consulenten signaleren bij de werknemer wat goed gaat en wat niet. De arbeidsmakelaar doet hetzelfde, maar dan bij de werkgever. Op moment dat het niet goed gaat, vindt er een viergesprek plaats om tot een oplossing te komen.

3.3. Brede benadering voor ondersteuning richting werk In 2020 sloten we hiermee aan op de pilot Brede Toegang. In 2021 wordt de Brede Toegang verder uitgerold en de reguliere manier van werken. Ook is het onderdeel schulddienstverlening toegevoegd aan de Brede Toegang. Dat zal in 2021 onze mogelijkheden voor het toepassen van de brede benadering bij de begeleiding naar werk vergroten.

7 van 12

3.4. Bewegen werkt In 2020 startten we met een pilot beweegtraject. Mensen die lang in de bijstand zaten kwamen onder leiding van coaches van Jong Putten letterlijk in beweging. De resultaten van de pilot waren positief. Deelnemers kwamen uit hun sociale isolement en kregen meer structuur in hun leven. Sommige deelnemers zijn uit het traject doorgestroomd naar reguliere sportverenigingen. Voor anderen vormde het traject een opstap naar vrijwilligerswerk of betaald werk. In 2021 willen we de pilot daarom omzetten in een vast project dat het hele jaar draait. We besteden voor 2021 speciaal aandacht aan de mogelijkheden om de groep uit te breiden en de monitoring van de cliënten.

3.5. Directe instroom in werktraject Wanneer inwoners in de bijstand terechtkomen is het belangrijk dat zij niet in langdurige inactiviteit terecht komen. Tegelijkertijd is het voor ons als gemeente belangrijk om snel zicht te krijgen op de capaciteiten en uitdagingen van een inwoner met betrekking tot het uitvoeren van betaald werk. Soms zijn een paar gesprekken daarvoor niet voldoende en is het nodig om de inwoner in de praktijk te kunnen beoordelen. Daarom starten we in 2021 met een pilot waarbij we inwoners snel na instroom in de bijstand, voor een aantal weken laten participeren in een werktraject bij de Inclusief Groep. Dat zorgt ervoor dat zij werkritme houden en tegelijkertijd kan de Inclusief Groep op de werkvloer de mogelijkheden van de inwoner goed in kaart brengen. De gemeente bepaalt vervolgens het vervolgtraject.

3.6. Groepsaanpak In 2020 startten we met het idee van een groepsgewijze aanpak. Onder meer vanwege de corona crisis is dit beperkt van de grond gekomen. Wel zien we nog steeds de meerwaarde van een dergelijke aanpak. Daarom hebben we het concept verder uitgewerkt. In 2021 geven we dit concreet vorm. We willen inzetten op sollicitatiepools. Dit doen we in een gezamenlijke ruimte met computers/laptops waar een groep van 6 mensen sollicitatie-activiteiten doet. Gezien de Coronamaatregelen hebben we een (digitaal) back-up plan wanneer bijeenkomsten op een fysieke plek niet mogelijk zijn. De sollicitatiepools zijn in principe alleen voor die inwoners die alleen nog vacatures hoeven te zoeken en verder niks meer nodig hebben. De sollicitatiepools worden twee keer per week gehouden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn de arbeidsmakelaar en een van de consulenten aanwezig.

3.7. Financieel inzicht geven Zowel voorafgaand als na uitstroom is financieel inzicht voor cliënten van groot belang: 

Voorafgaand: Sommige inwoners met een uitkering ervaren ‘het aan het werk gaan’ als een angst om de financiële zekerheid op te geven. De bijstand voelt als zekerheid, de inkomsten uit werk zijn nog onbekend.

Na uitstroom: Cliënten die uitstromen naar werk komen in een nieuwe financiële situatie terecht. Het inkomen stijgt, maar soms vervallen bepaalde toeslagen of tegemoetkomingen. Dat leidt soms tot (onverwachte) terugbetalingen en daarmee tot financiële problemen.

8 van 12

De onzekerheid en onduidelijkheid over financiën is onwenselijk. Daarom willen we in 2021 dat de mensen die aan het werk gaan, een exit gesprek hebben waarbij ze gewezen worden op de verplichtingen, veranderingen en eventuele toeslagen waar ze nu rekening mee moeten houden. Hiervoor willen we bij de statushouders de sleutelpersoon een rol geven. Daarnaast onderzoeken we of het bieden van een training (over de financiële gevolgen van uitstroom) van toegevoegde waarde is.

3.8. Doelgroep statushouders Ook in 2021 geven we extra aandacht aan de doelgroep statushouders. Deze groep is nog steeds een substantieel gedeelte van het bijstandsbestand. Concreet willen we onder meer inzetten op de nazorg voor deze groep na plaatsing. In de praktijk zien we nog vaak dat de statushouder die eenmaal aan het werk is, toch tegen een aantal hobbels aanloopt. Naast taal zijn het ook factoren zoals werknemersvaardigheden, kinderopvang, cultuurverschillen en andere randvoorwaarden die een duurzame plaatsing in de weg staan. Verder willen we voor de doelgroep statushouders in 2021 nog meer de verbinding leggen met de bestaande ondersteuning voor deze doelgroep. Denk hierbij aan taalmaatjes en vrijwilligers die de statushouders ondersteunen. Door deze begeleiding te intensiveren en de werktoeleiding hierop aan te sluiten verwachten we meer statushouders naar werk of vrijwilligerswerk toe te leiden.

3.9. Aandacht voor nieuwe instroom De verwachting is dat maart 2021 de Coronaregels nog niet helemaal versoepeld zijn en dat dit directe invloed heeft op de werkgelegenheid, b.v. in beroepen als in de horeca. Dit zal een toename betekenen van uitkeringsgerechtigden die wel direct bemiddelbaar zijn. Hierbij gaan we ervan uit dat er tot deze groep relatief veel jongeren behoren. Dit zijn vaak de mensen met baantjes in de horeca, korte contracten, korte WW-uitkeringen, flexwerkers. Van deze groep is het daarom gewenst te onderzoeken in welke sectoren zij in het aankomende halve jaar snel geplaats kunnen worden. De logistiek en online bedrijven, bouwmarkten, supermarktbranche zijn hierbij aantrekkende branches. We hebben dus vacatures nodig in deze branches. Hiervoor zal de arbeidsmakelaar zijn bestaande contacten moeten aanspreken, nieuwe contacten moeten leggen, regionale contacten aanspreken en projecten in beeld moeten hebben. De inzet op deze groep is hoog. Deze mensen moeten wekelijks gesproken worden en indien nodig 2 x per week. Ook is belangrijk dat de inwoner structuur blijft behouden. Dat kan via werkervaringstrajecten (in een nieuwe branche) of snelle plaatsing op vrijwilligerswerk. Ook maken we gebruik van de regionale projecten en middelen voor deze doelgroep (zie hoofdstuk 4).

9 van 12

3.10. Inzet op preventie Met inzet op preventie voorkomen we instroom in de bijstand. Dat doen we op twee manieren: Preventie en inzet van vroegtijdige re-integratie om te voorkomen dat nietuitkeringsgerechtigden en doelgroepers een uitkering aanvragen. Door niet-uitkeringsgerechtigden en mensen met een doelgroepverklaring al vroegtijdig in kaart te brengen en te ondersteunen voorkomen we dat zij zich melden voor een uitkering. Concreet doen we dit onder meer op de volgende manieren: 

Contracten van eerder door ons geplaatste cliënten monitoren en hen begeleiden bij doorplaatsing wanneer het contract niet verlengd wordt.

We begeleiden jongeren die van het praktijkonderwijs of speciaal onderwijs direct naar een betaalde baan. Vanaf het laatste schooljaar kijken we mee naar vacatures.

We zoeken de samenwerking met het UWV om doorstroom van ww naar bijstand zoveel mogelijk te voorkomen.

Samenwerking opzoeken met jeugdconsulenten bij dagbesteding indicaties die aflopen omdat de jongere 18 jaar wordt.

Preventie aan de poort Wanneer mensen een uitkering aanvragen kijken we eerst of deze mensen gebruik kunnen maken van voorliggende voorzieningen of dat zij toch zelfstandig nog werk kunnen verkrijgen.

3.11. Opzetten van een vrijwilligerspool In 2020 is het vanwege het corona-virus lastig geweest om cliënten waarvoor werk nog niet haalbaar is, te plaatsen op vrijwilligersplekken. Dit is wel wenselijk, omdat vrijwilligerswerk mensen helpt om ritme te houden, sociale contacten op te doen en nieuwe vaardigheden te leren. Dat verkleint de vervolgstap naar een betaalde baan. Ook is vrijwilligerswerk in zichzelf nuttig omdat het iets bijdraagt aan de samenleving. In 2021 willen we daarom inzetten op het werven van nieuwe vrijwilligersplekken. Hiervoor willen we onder meer een vrijwilligerspool opzetten van plaatsen waar cliënten voor een bepaalde periode vrijwilligerswerk kan doen en vervolgens kan rouleren.

10 van 12

4. Regionale activiteiten 4.1. Factor Werk Regionaal werken we in de arbeidsmarktregio samen binnen de netwerkorganisatie Factor Werk. Het bestuur bestaat uit afgevaardigden van gemeenten, UWV, werkgevers, werknemers en onderwijs. In het kader van het Rijksprogramma ‘Perspectief op Werk’ worden er ook in 2021 vanuit de regio verschillende projecten en instrumenten opgezet om meer mensen naar werk toe te leiden. Bijvoorbeeld de inzet van vouchers voor werkgevers om mensen aan te nemen die moeilijk plaatsbaar zijn maar waar zij geen reguliere subsidies voor ontvangen.

4.2. Aanvullend Sociaal Pakket Naast deze lopende regionale programma’s wordt in 2021 het ‘Aanvullend Sociaal Pakket’ van de rijksoverheid uitgerold. Minister Koolmees heeft eind 2020 de kenmerken van dit plan bekend gemaakt. In totaal wordt er ca. € 1.4 miljard vrijgemaakt voor dit plan. Het plan is bedoeld als ondersteuning van de arbeidsmarkt, die hard geraakt wordt door de corona-crisis. De regio’s hebben de opdracht om dit plan verder uit te rollen. Het Aanvullend Sociaal Pakket bestaat (naast aanpak armoede en schulden) uit de volgende onderdelen: Intensieve ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk Regionale mobiliteitsteams Deze teams zullen bestaan uit een samenwerking van werkgeversorganisaties, vakbonden, gemeenten en UWV. Het regionale mobiliteitsteam moet aanvullende dienstverlening gaan bieden aan vrijwel iedereen die denkt hulp nodig te hebben om werk te houden of werk te vinden. Aanbod moet een persoonlijk arrangement zijn, gericht op oriëntatie en werk bij een bedrijf of sector met vacatures. Tijdelijke impuls doelgroep banenafspraak Er komt budget beschikbaar om mensen uit de doelgroep banenafspraak aan het werk houden, zo snel mogelijk weer te bemiddelen naar werk of werkfit te houden via gemeente of het werkbedrijf. In iedere arbeidsmarktregio komt een deskundige medewerker beschikbaar die zowel werkgevers als werknemers ondersteuning kan bieden.

Scholing en ontwikkeling voor behoud van werk Ondersteuning voor bij- en omscholing Via onder meer de programma’s NL Werkt Door en NL Leert Door wordt ondersteuning en begeleiding geboden bij heroriëntatie op de arbeidsmarkt of bedrijfsactiviteiten en het financieren van bij- en omscholing. Dit gaat direct via het individu, via de werkgever of via de sector. Praktijkleren in het MBO Het gaat hier om zogeheten ‘derde leerweg’ trajecten, die leiden tot een praktijk-verklaring, een certificaat of een diploma. Er komen middelen vrij voor financiering van mbo-opleidingen van maximaal 9 maanden. Deze kortdurende scholing draagt bij aan de re-integratie van werkzoekenden en behoud van werk van werkenden.

11 van 12

Bestrijding jeugdwerkloosheid Er komen middelen vrij voor het ondersteunen van schoolverlaters van het mbo met een grote kans op werkloosheid voor nazorg, begeleiding en omscholing. Het gaat om zowel middelen voor jongeren die in 2020 zijn uitgestroomd als voor jongeren die in 2021 verwachten uit te stromen.

4.3. Verbinding lokale en regionale activiteiten Als gemeente Putten zorgen we dat onze lokale activiteiten goed zijn afgestemd op de regionale ontwikkelingen. Waar nodig kunnen we onze cliënten doorverwijzen om van regionale voorzieningen gebruik te maken. Wel zorgen we daarbij dat we onze eigen klanten goed in beeld houden. Lokale en regionale voorzieningen kunnen in sommige gevallen ook aansluitend op elkaar worden ingezet.

12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9869166/1