CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

1 – rapport actualisering verordening gemeente Putten

Commissie Samenleving 7 december 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Putten 20222.989 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actualisering Verordening Een actualisering van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Putten

Opdrachtgever Opgesteld door Kenmerk Datum

Maaike van Nijnanten, gemeente Putten Marieke Stevering-Rutten U20030 3 februari 2020

Postbus 2145 | 7302 EM Apeldoorn | T (055) 538 66 90 | info@pentarho.nl | www.pentarho.nl | KvK-nr. 08169718 | Btw-nr. NL8189.60.115.B01

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Aanpassingen

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

4 5 6 6 7 7 7 8 9

Artikel 7 Artikel 13 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 27 Artikel 31 Bijlage I Bijlage III Bijlage IV

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 2 van 10

1

Inleiding

De gemeente Putten is voornemens om de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs te actualiseren. In dit rapport worden de aanpassingen toegelicht. Per aanpassing wordt de reden voor het aanpassen vermeld. De aanleiding voor het actualiseren van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Putten, is het doorvoeren van wijzigingen in de modelverordening door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2017 en de verhoging van de normbedragen. Daarnaast stelt de gemeente zelf een aantal inhoudelijke wijzigingen voor. De volgende modeldocumenten van de VNG zijn gebruikt voor het aanpassen van de Verordening: Model Verordening voorziening huisvesting onderwijs – na update 2017; Bijlage IV – normbedragen voor vergoeding en indexering – update 2018; Normbedragen_onderwijshuisvesting_periode_2018-2019_inclusief_verhoging_40. In dit rapport zijn alle aanpassingen opgenomen. Deze wijzigingen zijn vastgesteld in het OOGO van 16 januari 2020, na eerder besproken te zijn in het LEA van 17 oktober 2019. In het OOGO zijn de schoolbesturen akkoord gegaan met de nieuwe Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. De gemeenteraad is bevoegd om de bestaande Verordening in te trekken en de nieuwe Verordening vast te stellen.

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 3 van 10

2

Aanpassingen

In dit hoofdstuk worden de wijzigingen artikelsgewijs toegelicht. De genoemde artikelen verwijzen naar de geactualiseerde concept Verordening die als bijlage bij dit document is gevoegd. 2.1

Artikel 7 In 2017 heeft de VNG een aantal wijzigingen doorgevoerd in de modelverordening. Hierbij gaat het onder andere om artikel 7, inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag. In de huidige Verordening van de gemeente Putten staat het volgende: 1. Een aanvraag vermeldt in ieder geval: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. de naam van de school en, als dit van toepassing is, het gebouw waarvoor de voorziening is bestemd; d. de voorziening die wordt aangevraagd; e. de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening, bestaande uit: 1°. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor basisonderwijs, als het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2° of 3, onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt onderschreven; 2°. als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage als bedoeld in bijlage 1 deel A, onder A2: 3°.

als de aanvraag betrekking heeft op herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een bouwkundige rapportage van een daartoe gecertificeerde, onafhankelijke constructeur/gecertificeerd bouwkundige, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden vastgesteld; 4°. als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de voorziening of, als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3, een kostenbegroting. De modelverordening wijkt op lid 1, sublid 2 en 3, af van de huidige Verordening van de gemeente Putten: 2°. als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage als bedoeld in bijlage I, deel A, onder A.2;

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 4 van 10

3°. als de aanvraag betrekking heeft op herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een bouwkundige rapportage van een daartoe gecertificeerde, onafhankelijke constructeur/gecertificeerd bouwkundige, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden vastgesteld; Het voorstel is om deze aanpassingen over te nemen. Het geeft een objectieve onderbouwing wanneer een school in aanmerking komt voor vervangende nieuwbouw. Dit is een verduidelijking van de eisen die in de huidige Verordening van de gemeente Putten staan. Aanvulling vanuit de LEA: vraag over artikel 7, lid 1, sublid 2 In dit sublid wordt verwezen naar een constructeur die een bouwkundige rapportage dient op te stellen naar aanleiding van constructiefout. Eén van de schoolbesturen vraagt zich af of dit niet een gecertificeerd bouwkundige dient te zijn. Antwoord PentaRho: Aangezien het gaat om een constructiefout, ligt een constructeur voor de hand. Mogelijkerwijs hangt het samen met andere problemen in het gebouw. Een gecertificeerd bouwkundige kan daar onderzoek naar doen. Het voorstel is daarom om te verwijzen naar een onafhankelijke constructeur/gecertificeerd bouwkundige. Dit voorstel is - daarmee de aanpassing van het artikel - is overgenomen door het OOGO. 2.2

Artikel 13 In de huidige Verordening staat in artikel 13, lid g, het volgende: (…) de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan. Het voorstel is om in artikel 13, lid g, van de Verordening een deel van de regel toe te voegen dat wel aan de orde komt in de modelverordening van de VNG, maar niet in de Verordening van de gemeente Putten: (…) tot [percentage] van het geraamde investeringsbedrag Hierbij gaat het om de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van een bouwplan. In de modelverordening van de VNG wordt aan dit bedrag een maximale hoogte gekoppeld in de vorm van een percentage van het geraamde investeringsbedrag. Het voorstel van de gemeente is om uit te gaan van maximaal 8%. Artikel 13, lid g, ziet er dan als volgt uit: (…) de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag tot 8% van het geraamde bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan. De voorstellen ten aanzien van artikel 13 zijn overgenomen door het OOGO.

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 5 van 10

2.3

Artikel 23 In de huidige Verordening staat in artikel 23, lid 2 en 3, het volgende: 2. Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt: a. Als eerste de leegstand benut in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het benutten van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt; b. Vervolgens de leegstand benut in het gebouw waarin een school van de dezelfde richting is gehuisvest en c. Vervolgens de leegstand benut in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan het medegebruik plaatsvindt. 3. Het college kan, indien de bij het medegebruik betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, individueel geval van de in het tweede lid opgenomen volgorde afwijken. In de modelverordening is geen volgordelijkheid opgenomen. In de modelverordening is de volgende tekst onder artikel 23 opgenomen: Artikel 23. Nalaten vorderen Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare huisvestingscapaciteit. De gemeente wil de volgordelijkheid laten vervallen.

In het OOGO is besloten de volgordelijkheid te laten vervallen. Wel is duidelijk uitgesproken dat bij verwijzing naar leegstand zowel schoolbesturen en gemeente er op gericht zijn er in overleg uit te komen, zonder gebruikmaking van dit artikel.

2.4

Artikel 24 In artikel 24 staat dat de gemeente Putten gebruik maakt van ‘overgaan tot medegebruik’, terwijl de VNG spreekt van ‘overgaan tot vorderen’. Het voorstel van de gemeente is om de terminologie van de VNG over te nemen zodat de Verordening aansluit bij de wet. Artikel 24 ziet er dan als volgt uit: 1. Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, overlegt het daarover met de betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld in artikel 10. 2. Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 17, overlegt het daarover zo spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen. 3. Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld of binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid, deelt het college het bevoegd gezag schriftelijk mede dat gevorderd wordt. 4. De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder geval: a. de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor gevorderd wordt; b. een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor gevorderd wordt of, als het betreft het bewegingsonderwijs, het aantal klokuren dat gevorderd wordt; c. het gebouw waarop de vordering betrekking heeft; d. het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte waarvoor gevorderd wordt; e. de periode waarvoor gevorderd wordt; f.

de ingangsdatum van het medegebruik.

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 6 van 10

Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO. 2.5

Artikel 27 In artikel 27 over het verzoek aan het college om toestemming te geven voor de verhuur van onderwijsruimte, staat in de huidige Verordening een zin die niet in de modelverordening voorkomt: (…) Het college geeft in dat geval de rechtstreekse relatie aan met de derving van extra inkomsten dan wel het maken van extra kosten vanwege de verhuur. Door recente jurisprudentie over dit onderwerp is het voorstel van de gemeente Putten om deze gedetailleerde uitwerking te laten vervallen en uit te gaan van de tekst in de modelverordening. De jurisprudentie geeft aan waar de voorwaarden van de gemeente aan moeten voldoen. Artikel 27, lid 3, ziet er dan als volgt uit: Het college kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO.

2.6

Artikel 31 In de huidige Verordening staat bij artikel 31 het volgende: Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van prijsstelling. Het voorstel van de gemeente is om deze tekst te vervangen door de volgende tekst: De gemeente Putten volgt de prijsbijstelling van de normbedragen zoals die jaarlijks door de VNG wordt gepubliceerd conform bijlage 4. Op die manier hoeft het college niet voor elke indexatie toestemming te geven, maar geeft het college één keer toestemming voor het feit dat de indexatie van de VNG wordt gevolgd. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO.

2.7

Bijlage I Criterium afstand tot passende huisvesting De gemeente Putten heeft in bijlage I verschillende keren het criterium ‘binnen 1.250 meter loopafstand’ toegevoegd, terwijl in de modelverordening geen specifieke afstand is opgenomen. Het voorstel van de gemeente is om dit aan te passen naar: (…) binnen 2000 meter veilige fiets- dan wel loopafstand. Deze afstand is passender bij de situatie in de gemeente Putten, gezien de afstanden tussen de scholen binnen de gemeente Putten. De artikelen A.1, lid d, A.2, lid e, A.3.1, lid d, A.4, lid d en A.5, lid c, zien er dan als volgt uit: (…) het onmogelijk is om door medegebruik binnen 2000 meter veilige fiets- dan wel loopafstand een passende huisvesting voor de school te realiseren.

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 7 van 10

Op verzoek van de schoolbesturen zijn de haakjes rondom ‘veilige’ verwijderd en de rest van de wijziging is door het OOGO goedgekeurd. Criterium noodzaak vervangende nieuwbouw In de huidige Verordening staat in artikel A.2, lid a: (…) onderhoud of aanpassen zal niet leiden tot de gewenste levensduurverlening. In lijn met de aanpassingen van de modelverordening stelt de gemeente voor om dit te vervangen door: (….) het schoolgebouw volgens de conditiemeting voldoet aan conditie 5. Deze aanpassing specificeert wanneer een school in aanmerking komt voor nieuwbouw. Artikel A.2, lid a, ziet er dan als volgt uit: (…) op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat het schoolgebouw volgende de conditiemeting voldoet aan conditie 5. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO. Recht op eerste inrichting In artikel A.7, lid 1, is het woord ‘eerder’ in de modelverordening toegevoegd. Het voorstel van de gemeente is om dit over te nemen, omdat het de termijn verduidelijkt. Het artikel ziet er dan als volgt uit: De noodzaak van de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair ontstaat wanneer een voorziening wordt toegekend die uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de school tot gevolg heeft en deze niet eerder voor 1 januari 2015 is bekostigd. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO. 2.8

Bijlage III Gewichtenregeling In artikel B.1.1 wordt verwezen naar de gewichtenregeling. Deze is recentelijk komen te vervallen en is daarom niet meer toe te passen. Het voorstel van de gemeente is daarom om lid 2 van artikel B.1.1 volledig te laten vervallen. In de modelverordening is in artikel C.4, lid 2, ‘aanpassen’ vervangen door ‘uitbreiden’. Het voorstel van de gemeente is om dit over te nemen. Het artikel ziet er dan als volgt uit: De omvang van de goedgekeurde voorziening uitbreiden van een lokaal bewegingsonderwijs van een school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke aanvullende vloeroppervlakte om te kunnen voldoen aan de minimumnormen, bedoeld in deel D, onder D.3. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO.

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 8 van 10

2.9

Bijlage IV Verhoging normbedragen De VNG heeft in de modelverordening de bedragen voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding verhoogd met 40% conform het VNG-besluit van 22 maart 2018. Deze bedragen zijn vervolgens geïndexeerd voor 2019. Het voorstel van de gemeente is om deze bedragen over te nemen. Dit betekent dat de bedragen in de artikelen A.3.2, A.3.3, lid 5, A.3.6, B.3.2, C.3.2, C.3.3, D.1.2, D.2, E.1, E.2 en E.3.3 worden aangepast. Voor de precieze bedragen verwijzen we naar de conceptverordening. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO. Toeslag verhuiskosten De VNG heeft een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd. In artikel A1, lid c, is ‘herstel van terrein en’ komen te vervallen. Het voorstel van de gemeente is om dit over te nemen. De tekst in het artikel ziet er dan als volgt uit: (….) toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw; Voor artikel A.3.7 is in de modelverordening een andere tekst opgenomen dan in de huidige Verordening van de gemeente Putten staat. In de huidige Verordening staat de volgende tekst: A.3.7 Toeslag voor herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende bouw school voor primair onderwijs 1.

Als de vervangende nieuwbouw voor een school voor basisonderwijs plaatsvindt op dezelfde plaats, moet het desbetreffende terrein, nadat de bouw is afgerond, worden hersteld en moeten de leerlingen verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie. De genormeerde vergoeding voor deze kosten is gebaseerd op een vast bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. 2. De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Permanente bouw per m2 bvo € 44,81 Tijdelijke bouw per m2 bvo € 30,75 Het voorstel van de gemeente is om de tekst uit de modelverordening over te nemen. Het artikel ziet er dan als volgt uit: A.3.7 Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende nieuwbouw school voor primair onderwijs 1. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw gebruik kan blijven maken van het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor één verhuizing. 2. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw tijdelijk op een andere locatie moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen. 3. De vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO.

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 9 van 10

Verhoging normbedragen Conform de wijzigingen in de modelverordening, stelt de gemeente voor om het volgende artikel toe te voegen aan de Verordening: F.1. Verhoging normbedragen De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen door burgemeester en wethouders verhoogd worden met een toeslag als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere lokale omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd. In het OOGO is uitgebreid gesproken over de hantering van normbedragen in de Verordening. In het OOGO is akkoord gegeven op deze systematiek, waarbij is aangegeven dat de gemeente vanuit de wettelijke zorgplicht altijd moet zorgen dat het schoolbestuur bij nieuwbouw als bouwheer een gebouw kan realiseren dat aan wet- en regelgeving voldoet. De toevoeging van het voorgaande artikel vraagt ook om tekstuele aanpassing van de titel van het huidige artikel F.2. De titel was ‘Vergoeding feitelijke kosten’ en ziet er dan uit zoals hieronder wordt aangegeven: F.2. Verhoging feitelijke kosten De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte en verhoogd met 8 procent voor de kosten van technische advisering, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b en c. Het voorstel van de gemeente is overgenomen door het OOGO.

ruimte om te zijn

U20030

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10873558/1