1. Jaarstukken VNOG 2020
Tekst van het document
Wat heeft het gekost? Primaire begroting 2020
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten
741.850
753.250
577.485
Totaal baten
0
0
0
Saldo voor bestemming
741.850
753.250
577.485
Mutaties reserves Directie Totaal lasten
0 0
0 0
0 0
Mutaties reserves Directie Totaal baten
0 0
0 0
0 0
Mutaties reserves
0
0
0
741.850
753.250
577.485
Product
Saldo na bestemming Saldo programma resultaat
Realisatie 2020
175.765
Een specificatie is opgenomen in de jaarrekening.
25
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Programma:
9. Algemene dekkingsmiddelen
Programmahouder:
dhr. H.J. van Schaik
Waar gaat het over? De algemene dekkingsmiddelen betreffen middelen die beschikbaar zijn ter dekking van de uitgaven op de andere programma’s. Dit programma kent niet een op zichzelf staand doel. Voor de VNOG bestaan de algemene dekkingsmiddelen voornamelijk uit de gemeentelijke bijdragen en uit de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) middelen vanuit het Rijk. In dit programma zijn de inkomsten verantwoord van de gemeentelijke bijdragen die zijn bepaald bij de vaststelling van de VNOG begroting 2020 en de rijksbijdrage met betrekking tot de BDUR. Wat heeft het gekost? Primaire begroting 2020
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten
1.341.556
1.595.892
412.497
Totaal baten
50.112.034
54.290.038
54.376.629
Saldo voor bestemming
48.770.478-
52.694.146-
53.964.132-
Mutaties reserves Alg. dekkingsmiddelen Totaal lasten
0 0
0 0
0 0
Mutaties reserves Alg. dekkingsmiddelen Totaal baten
313.000 313.000
313.000 313.000
313.000 313.000
Mutaties reserves
313.000-
313.000-
313.000-
49.083.478-
53.007.146-
54.277.132-
Product
Saldo na bestemming Saldo programma resultaat
Realisatie 2020
1.269.986
Een specificatie is opgenomen in de jaarrekening.
26
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Programma:
10. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht
Programmahouder:
dhr. H.J. van Schaik
Waar gaat het over? Het programma 10 betreft de drie kazernes in eigendom van de VNOG (Apeldoorn-Saba, Doetinchem, Harderwijk), verrekening kazernes Epe en de afwikkeling van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem. Dit programma wordt één op één met alleen de desbetreffende gemeenten verrekend. Wat hebben we bereikt? 1. Kazernes: Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. 2. Overgangsrecht: Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Wat hebben we ervoor gedaan? 1. Kazernes − De afdeling Brandweerondersteuning heeft ervoor gezorgd / heeft gecoördineerd dat het onderhoud en de facilitaire diensten plaats hebben gevonden. − Tevens is gezorgd voor een juiste verrekening van de kosten met de betreffende gemeenten. 2. Overgangsrecht − De VNOG heeft gezorgd voor een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht en voor verrekening van de kosten met de betreffende gemeenten. Wat heeft het gekost? Primaire begroting 2020
Begroting 2020 na wijziging
Totaal lasten
3.093.403
3.233.403
4.108.448
Totaal baten
3.093.403
3.233.403
4.108.448
Saldo voor bestemming
0
0
0
Saldo na bestemming
0
0
0
Product
Saldo programma resultaat
Realisatie 2020
0
Een specificatie is opgenomen in de jaarrekening.
27
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4. Paragrafen 4.1. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. In 2020 is het beleid over de risico’s, reserves en het weerstandsvermogen geactualiseerd, conform de aanbevelingen van de gemeentelijke commissie Van der Jagt / Van Arkel. Hierbij was het niet alleen nodig om het bestaande beleid te herzien, maar ook wilde het bestuur bij de bestemming van het vastgestelde resultaat 2019 voldoende zicht hebben op de benodigde reserves, voorzieningen en het vereiste weerstandsvermogen. Voor het verkrijgen van dit inzicht is de risico-inventarisatie verder gecompleteerd in 2020 en gepresenteerd bij de Kadernota 2022-2025, vastgesteld op 10 december 2020. Bij die gelegenheid zijn tevens herziene beleidsregels rond vermogen en risico’s vastgesteld en van toepassing verklaard vanaf de jaarstukken 2020. In deze paragraaf wordt het nieuwe beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat en wordt verder gebruik gemaakt van de in 2020 gecompleteerde risico-inventarisatie. Daarnaast komen de eerder in de begroting 2020 genoemde risico’s en overige ontwikkelingen aan de orde. Risicomanagement De vastgestelde hoofdlijnen van het beleid t.a.v.
het risicomanagement zijn: • het wettelijk kader voor risicobeheersing uit artikel 9 en 13 van het BBV betreffende de vereiste paragrafen in de begroting en rekening; • het treffen van beheersingsmaatregelen door de VNOG ter vermijding en vermindering van risico’s en het voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s binnen de bedrijfsvoering, die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren; • naast het dragen van verantwoordelijkheid voor risico’s door het MT en het treffen en uitvoeren van maatregelen; het managen ervan en het rapporteren erover in de P&C stukken; • het kwantificeren van de risico’s in een 5-tal kans percentages t.w.: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%; waarbij bij een kans van 90% dat het risico zich kan voordoen, wordt overwogen om de begroting daarop aan te passen; • het voor maximaal 3 jaar bepalen van de voor de maatregelen benodigde financiele middelen, zijnde de benodigde weerstandscapaciteit voor structurele risico’s, door vermenigvuldiging met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. Risico-inventarisatie Algemeen In de Programmabegroting 2021-2024 is in de risicoparagraaf een tussenstand opgenomen van de vanaf begin 2020 voor de VNOG opnieuw verzamelde en geduide risico’s.
De inventarisatie is gecompleteerd in de Kadernota 2022-2025, met de daarbij gemaakte aantekening dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij deze inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen zijn de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026), uitgangspunt geweest. De corona (COVID-19) uitbraak maakt meer in algemene bewoordingen onderdeel uit van de complete risico-inventarisatie. Gezien de impact van deze nog lopende pandemie wordt separaat stilgestaan bij dit risico.
28
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Met twee aangrenzende veiligheidsregio’s wordt contact onderhouden over zowel de aanpak als over de uitkomsten van de risico-inventarisatie. Verder zijn de uitkomsten van onze inventarisatie getoetst aan die van alle andere 24 veiligheidsregio’s. De onderkende risico’s van de VNOG komen in behoorlijke mate overeen met die van de andere regio’s, zowel naar thema, oorzaak, voorgenomen beheersingsmaatregelen, als kansen en bedragen. Corona De wereldwijde corona uitbraak vanaf eind februari 2020 heeft voor 2020 grote gevolgen gehad voor de VNOG en deze crisis duurt nog steeds voort. Een toelichting op hoofdlijnen staat in de Inleiding van deze jaarstukken; meer details zijn te vinden bij de toelichting op de programma’s (hoofdstuk 3) en in de zogenaamde ‘COVID-19 paragraaf’ (paragraaf 4.4.). In financieel opzicht brengt de coronacrisis zowel meer- als minderkosten met zich mee. Zo zijn er hogere kosten door inzet van extra mensen en middelen voor de crisisorganisatie. Hierbij gaat het zowel om ondersteuning bij de zorg aan mensen die ziek worden door het virus als ook het beperken van de verspreiding ervan. De minderkosten hebben te maken met het niet kunnen of anders moeten uitvoeren van een deel van de reguliere activiteiten, plannen en initiatieven van de VNOG.
Dit geldt ook voor bepaalde onderdelen van de implementatie van de op 15 januari 2020 vastgestelde Toekomstvisie (zie ook paragraaf 4.7. ‘Toekomstparagraaf’). Bij de Tweede Financiële Verkenning is aangeven dat over 2020 fors minder zal worden uitgegeven dan begroot. De mate waarin het saldo tussen de meer- en minderkosten als gevolg van corona zal bijdragen aan het saldo dat over 2020 minder wordt uitgegeven dan begroot, is mede afhankelijk van de vraag in hoeverre de meerkosten elders gedeclareerd kunnen worden (zie ook paragraaf 4.4.). Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van de COVID-19 maatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich nu niet kwantificeren. Inventarisatie In de vastgestelde begroting 2020 staan onderstaande risico’s en overige ontwikkelingen weergegeven. Risico’s begroting 2020 1. 2.
Arbeidshygiëne Vijf personele regelingen ongevallen
800 pm
Overige ontwikkelingen begroting 2020 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
Overige ontwikkelingen Demografische ontwikkeling en kortere doorlooptijd vrijwilligers / arbeidsverhoudingen Arbeidstijdenwet Synchronisatie regelingen vrijwilligers Landelijke Meldkamersamenwerking, LMS Voortzetting Regionaal Brandmeld Systeem Voortraject en toepassing demarcatie huisvesting Wet normalisering rechtspositie ambtenaren / Europese regelgeving Gevolgen Participatiewet Gevolgen evaluatie Wet veiligheidsregio’s Gevolgen Omgevingswet Wegvallen IOV-subsidiegelden Aanbestedingsrisico
29
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Toelichting Zoals aangegeven heeft in 2020 een complete risico-inventarisatie plaatsgevonden. Deze wordt in de overzichten verderop in deze paragraaf weergegeven. Twee van de uit de begroting 2020 genoemde risico’s en ontwikkelingen komen niet meer voor in de herziene inventarisatie. Het betreft: • het risico (1) ‘Arbeidshygiëne’ en • de ontwikkeling (11) ‘Wegvallen IOV-subsidiegelden’ Het risico ‘Arbeidshygiëne’ heeft meerdere jaren als risico in de begroting en jaarrekening gestaan. Zoals in de jaarrekening 2019 is aangegeven is er inmiddels een aantal maatregelen getroffen i.v.m. de arbeidshygiëne (de handreiking ‘Schoon werken bij Brand’). Daarnaast zijn de (te nemen) maatregelen onderdeel geworden van het RI&Eplan zoals dat is uitgewerkt voor de komende jaren. Daarmee kan deze post vervallen als risico. De ontwikkeling ‘Wegvallen IOV- subsidiegelden’ is als risico in 2020 onderkend en verwerkt in de begrotingen van de komende jaren. Daarnaast geldt voor een ander in de begroting 2020 genoemd risico en voor twee van de vermelde ontwikkelingen, dat deze onder een andere noemer terugkomen. Het betreft: • het risico (2) ‘Vijf personele regelingen ongevallen’, • de ontwikkeling (8) ‘Gevolgen Participatiewet’ en • de ontwikkeling (9) ‘Gevolgen evaluatie Wet veiligheidsregio’s’ Deze zijn in het overzicht 2020 opgenomen, respectievelijk begrepen onder de nummers: 16, 14 en 17.
In het hierna weergegeven overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2020’ wordt tussen haakjes verwezen naar het overeenkomende risico (r.) en de verwante ontwikkelingen (o) uit de begroting 2020. Onder de tabellen wordt een aantal risico’s die in 2020 zijn ontstaan, nog kort nader toegelicht. Risico’s jaarrekening 2020 (met berekende weerstandcapaciteit) Nr. *)
Risico's en oorzaken
1 (o.4)
Kosten voor multi-opschaling (CACO-functie) na schaalvergroting (regionale) meldkamers in 2022 i.c.m. landelijke beheersorganisatie (LMS). Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers. Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) repressieve inzet vrijwilligers brandbestrijding door gelijkschakeling van rechtspositionele aanspraken van beroepspersoneel en vrijwilligers i.v.m. landelijke veranderde wet-/regelgeving. Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding door verloop/uitstroom vrijwilligers (mede t.g.v. verlies lokale 'eigenheid')
2 (o.5) 3 (o.7)
4 (o.1&o.3 ) 5 (o.2) 6 7 8 9
Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). Gebrekkige marktwerking brandweermaterieel. Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten behorende bij (nog niet gerealiseerde) besparingen vervanging materieel (vorig punt). Uitval materieel repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen.
30
Weerstandscapaciteit (€) 603.000 187.500 259.200
218.400 15.000 105.000 135.000 135.000 105.000
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
10 (o.6)
Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). 11 Kosten (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel. Onzekerheid (termijn)toekomstige definitieve kantoorlocatie, na Europaweg. Aanpassingen kantoorfaciliteiten en (meer) thuiswerken (corona). 12 (o.6) Uitval faciliteiten op de posten, geen (gemeentelijke) middelen voor vervanging van facilitaire zaken en meubilair. 13 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 14 (o.8) Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 15 (o.12) Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 16 (r.2) Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 17 (o.9) Stijging reële bijdrage aan IFV door bijv. nieuwe taken. 18 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 19 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)).
72.000
360.000 105.000 105.000 450.000 105.000 10.000 60.000 18.000 108.000 10.000 3.166.100
*) tussen haakjes overeenkomend nr. risico (r.) en ontwikkeling (o.) begroting 2020 Risico’s jaarrekening 2020 (zonder berekende weerstandcapaciteit) Nr. *) Risico's en oorzaken 20 (o 10) Omgevingswet werkt anders uit dan verwacht, keuzes Risicobeheersing van de VNOG matchen niet met keuzes van de gemeenten. 21 Extra kosten VNOG bij opschaling meldkamerorganisatie. Bij de schaalvergroting van de meldkamers ontstaan frictiekosten waarvoor een reservering is gemaakt. Het risico is dat dit ontoereikend is. 22 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten. Egalisatiereserve materieel wordt vooralsnog toereikend geacht voor prijsstijgingen en hogere kapitaallasten bij vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten bij vervanging materieel. 23 Pandemie, het scenario pandemie zal n.a.v. COVID-19 worden herzien in het risicoprofiel. De consequenties voor de VNOG zijn nog niet te kwantificeren. *) tussen haakjes overeenkomend nr. risico (r.) en ontwikkeling (o.) begroting 2020
Toelichting De inventarisatie in 2020 is uitgevoerd over de volle breedte van de VNOG organisatie. Daarbij is gekeken en afgestemd waar er sprake zou kunnen zijn van mogelijke risico’s op verstoring van de beleidsdoelstellingen voor de verschillende organisatieonderdelen. Deze doelstellingen zijn daarbij weer een afgeleide van de vastgestelde bestuurlijke toekomstvisie. De in 2020 nieuw geïnventariseerde risico’s hebben in grote lijn te maken met de volgende onderwerpen: • het risico op hogere kosten en schaarste van (vervangend) brandweermaterieel in relatie met het gering aantal aanbieders van materieel; • het risico van het niet tijdig realiseren van personele – en materiële besparingen bij vertraging van realisatie van de Toekomstvisie; • de onzekerheid omtrent de toekomstige huisvesting van kantoorpersoneel; • het risico van (opnieuw) een hack van de ICT-systemen, mede ingegeven door de ervaringen daaromtrent in 2020 en • risico’s met financiële gevolgen als gevolg van (andere) externe oorzaken, zoals de rentestijging en (extra) kosten van een pandemie (zoals daarvan nu sprake is bij de huidige COVID-19). Bij de inventarisatie van de risico’s is ook gekeken naar mogelijk oorzaken ervan en de te nemen maatregelen voor het matigen, overdragen, vermijden of accepteren ervan.
De te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan komen verder aan de orde in de begroting 2022-2025 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages. In het kader van de jaarrekening 2020 volstaan we met de weergave van de hiervoor vermelde risico’s met de oorzaken en het daarbij berekende bedrag aan weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans 31
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan te (kunnen) berekenen (zie het overzicht ‘zonder berekende weerstandscapaciteit’). De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstands-capaciteit, komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt.
Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. • De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgave niet meegenomen omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. • De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. • De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s.
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2020
€
Saldo Algemene reserve
1.135.114
Saldo Bedrijfsvoeringsreserve *)
2.610.000
Beschikbaar weerstandsvermogen
3.745.114
* € 3.000.000 min 2 x € 195.000 beklemd wegens taakstelling Europaweg 2022-23 AB 10-12-2020 (Kadernota)
32
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2020
€
Beschikbare weerstandscapaciteit
3.745.114
Benodigde weerstandscapaciteit
3.166.100
Ratio
1,18
Toelichting De hoogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve eind 2020 is zodanig, dat de weerstandsratio zich bevindt binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG Begroting 2020
Rekening 2020
Netto schuldquote
102%
49%
Solvabiliteitsratio
3%
26%
0,20%
17%
Structurele exploitatieruimte
Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Categorie A= minste risico
B - gem. risico
C = meeste risico
Netto schuldquote
< 90%
90%-130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20%- 50%
< 20%
begr. > 0%
begr. = 0
begr.< 0%
Structurele exploitatieruimte
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2020. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente / aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Bij de begrote cijfers voor 2020 werd uitgegaan van een hogere schuldenlast en een lagere positie aan eigen middelen. Mede door het positieve exploitatieresultaat 2019 en het daarbij genomen besluit tot versterking van de reservepositie c.q. het weerstandsvermogen, valt de berekende netto schuldquote in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan 33
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2020) bedraagt 26% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht voor de begroting. De weergegeven ratio bij de jaarcijfers over 2020 is niet representatief m.n. door de COVID-19-pandemie. Door de uitzonderlijke situatie in dat jaar kon enerzijds een deel van de structurele middelen niet worden ingezet en waren er daarnaast juist middelen nodig ter dekking van de incidentele lasten.
34
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4.2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het brandweermaterieel en drie kazernes zijn in eigendom van de VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten van deze (overgenomen) kazernes is in de jaarrekening van de VNOG voor de kazernes Harderwijk en Doetinchem per kazerne een voorziening gevormd voor rekening van de betreffende gemeente; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne in Apeldoorn Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. Zoals bekend zijn de kazernes in eigendom van de VNOG een gevolg van een fiscale constructie met een looptijd van 10 jaar. In 2023, na de BTW-herzieningstermijn van 10 jaar, zullen de kazernes Harderwijk, Doetinchem en Apeldoorn Zuid (Saba) terug verkocht gaan worden aan de desbetreffende gemeenten. Dan wordt ook de binnen de VNOG opgebouwde onderhoudsvoorziening aan de betreffende gemeenten overgedragen. De kapitaalgoederen voor rekening van de VNOG zijn de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.
35
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4.3. Paragraaf Financiering Inleiding De Financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de Programmarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Op 10 december 2020 heeft het AB een nieuw treasurystatuut vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2021. De RUDDO (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) is voor de VNOG niet van toepassing. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude.
Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico. De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen. Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2020 Percentage Renterisiconorm
: € 60,4 miljoen : 20% : € 12,1 miljoen afgerond
De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 12,1 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De VNOG heeft in 2020 geen leningen aangetrokken. Dit was mogelijk doordat terughoudend is omgegaan met uitgaven en door de heroriëntatie op de voorgenomen investeringen waardoor in 2019 en in 2020 slechts in beperkte mate gebruik werd gemaakt van de beschikbaar gestelde kredieten. Daarnaast was er sprake van een forse toename van de reserves binnen de VNOG die als intern financieringsmiddel zijn aangewend. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 4,9 miljoen op de vaste schuld afgelost. In 2020 was geen sprake van ren-
36
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
teherziening van de aangetrokken geldleningen. De VNOG heeft in 2020 dus ruimschoots aan de renterisiconorm voldaan. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de jaarbegroting van de VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2020 van de VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2020 circa € 60,4 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 5 miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het "Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden. Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1.000 Vlottende Vlottende Schulden Middelen Saldo Gemiddeld januari 219 5.182 -4.963 februari 0 6.092 -6.092 maart 1.450 6.856 -5.406 kwartaal 1 -5.487 april 587 8.483 -7.895 mei 0 6.674 -6.674 juni 739 7.586 -6.848 kwartaal 2 -7.139 juli 193 9.882 -9.688 augustus 367 7.290 -6.922 september 2.059 9.583 -7.524 kwartaal 3 -8.045 oktober 905 8.987 -8.082 november 891 9.033 -8.142 december 895 7.265 -6.370 kwartaal 4 -7.531
over=+/onder=schrijding limiet
-€ 10.441
-10.441
-€ 12.093
-12.093
-€ 12.999
-12.999
-€ 12.485
-12.485
Kasgeldlimiet VNOG: € 4.953.895,1 afgerond € 4.953.900 Begroot aan het begin van het jaar 2020 € 60.413.355 conform artikel 2d van het uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden geldt voor een gemeenschappelijke regeling een percentage van 8,2%
Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2020 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. De VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor de VNOG is het drempelbedrag voor 2020 bepaald op € 453.100. De VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2020 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd.
37
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 453 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's (2) 207 189 220 142 Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 246 264 233 311 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 60.413 Het deel van het begrotingstotaal dat (4b) 60.413 kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de (4c) € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag 453 minimum van €250.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks (5a) schatkist aangehouden middelen 18.629 17.232 20.239 13.034 (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks (2) - (5a) / (5b) 207 189 220 142 schatkist aangehouden middelen
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de VNOG in 2020 de regels voor het schatkistbankieren volledig heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Voor de kapitaallasten van kazernes zijn in 2020 evenals voorgaande jaren de afgesproken projectpercentages doorbelast. Deze projectpercentages zijn gebaseerd op de ten behoeve van de financiering van de kazernes aangetrokken leningen. Aan de reguliere VNOG investeringen is conform begroting in 2020 0,8% rente toegerekend. Uitgezette externe gelden In het treasurystatuut staat dat er drie soorten kortlopende gelden ingezet kunnen worden. Het gaat om de volgende instrumenten: callgeld (daggeld), kasgeldleningen & deposito’s en rekening-courantovereenkomsten. De VNOG heeft een rekening-courant bij de BNG en drie rekeningen bij de ING. Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. De VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën.
38
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4.4. COVID-19 paragraaf Inleiding In 2020 zijn de veiligheidsregio’s geconfronteerd met extra kosten in verband met het bestrijden en beheersen van corona, dat geldt ook voor de VNOG. Op basis van de Wet veiligheidsregio’s hebben de veiligheidsregio’s extra taken en opdrachten van de minister gekregen. De meerkosten zijn door de veiligheidsregio’s declarabel bij het ministerie van VWS; toekenning declaratie hangt af van besluitvorming ministerie. Het ministerie heeft aangegeven dat zij bij haar besluitvorming het jaarresultaat van de veiligheidsregio zal meewegen; het is niet de bedoeling dat veiligheidsregio’s ‘verdienen’ aan COVID-19. In juli 2020 zijn de uitgangspunten voor deze meerkostenregeling door het ministerie bekend gemaakt en later verder uitgewerkt in een verantwoordingsinstructie, die samen met de beroepsorganisatie van de accountants is opgesteld. Werkwijze verantwoording De verantwoording van de meerkosten vindt plaats via de jaarstukken. Het ministerie heeft een verantwoordingsinstructie opgesteld waarin is toegelicht hoe de verantwoording in de jaarstukken verwerkt dient te worden en hoe de accountant de verantwoording beoordeeld. Op hoofdlijnen ziet dit er als volgt uit: − − − −
−
In het jaarrekening-gedeelte van de jaarstukken worden de meerkosten onder de programmaverantwoording bij het betreffende programma, waar de meerkosten zijn gemaakt, verwerkt. Waar van toepassing zijn de meerkosten ook toegelicht bij de afwijkingen in het kader van de begrotingsrechtmatigheid. In het jaarverslag-gedeelte van de jaarstukken wordt een COVID-19 paragraaf opgenomen. Hierin wordt alle relevante informatie over COVID-19 beschreven. Tevens wordt hier de tabel (format) voor de verantwoording opgenomen. De accountant geeft een controleverklaring af bij de jaarrekening, hiermee worden ook de meerkosten vastgesteld. Er wordt geen aparte verklaring voor de meerkosten afgegeven. Eventuele bijzonderheden met betrekking tot de meerkosten worden in het accountantsverslag en/of de controleverklaring vermeld. De definitieve jaarstukken van de veiligheidsregio worden inclusief de verantwoording van de meerkosten en de controleverklaring - na vaststelling door het bestuur van de veiligheidsregio - voor 1 september 2021 via de voorzitter van de veiligheidsregio aangeboden aan het ministerie van VWS.
Gemaakte kosten In 2020 heeft de VNOG als crisisorganisatie vanuit allerlei afdelingen inspanningen geleverd in de bestrijding van de coronacrisis. Deze inzet heeft kosten met zich mee gebracht. De portefeuillehouder en het bestuur zijn periodiek op de hoogte gebracht van de ontwikkeling van de gemaakte kosten. Hierbij is onderscheid gemaakt in kosten die (wellicht) declarabel zijn en kosten die de VNOG (net als iedere andere organisatie) voor haar rekening neemt. Hierna volgt het overzicht van de kosten over 2020.
39
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Werkelijk 2020 lasten Directie: Corona (COVID-19) spoeduitgaven Bedrijfsvoering Corona (COVID-19) spoeduitgaven Corona (COVID-19) PCR-test
baten
waarvan al gedeclareerd bij GGDnog
Zorgverze keraars
te declareren bij Toezicht en handhaving VWS
Kosten crisisorganisatie
3.802
3.802
252.865
243.712
1.769 -115.591
60.830
54.761
Brandweeronderst Corona (COVID-19) spoeduitgaven
301.390
Zorghotel Almen (COVID-19)
47.757
-41.337
41.337
Zorghotel Apeldoorn (COVID-19)
38.841
-36.889
36.889
Zorghotel Kwetsbare Doelgroepen Apeldoo (COVID-19)
18.210
-115.591 301.390 6.421 1.953 18.210
Zorghotel Gaanderen (COVID-19)
8.631
-8.631
Testlocaties Covid-19
82.204
-82.204
Toezicht en handhaving Covid-19 maatregelen
196.931
-196.931
Crisisbeheersing Corona (COVID-19) spoeduitgaven
116.371
116.371
Crisisbeheersing Juridische kosten Covid-19
525
525
Incidentbestr Corona (COVID-19) spoeduitgaven
20
MON Corona (COVID-19) spoeduitgaven TOTAAL
9.153
1.769
Gedeclareerde personeelslasten COVID-19
GHOR Corona (COVID-19) spoeduitgaven
Kosten 1,5 Gedeclareerde meter personeelssamenleving kosten (tlv VNOG)
8.631 82.204 196.931
20
29.331
29.331
27 1.098.676
27 -481.583
143.034
141.617
196.931
389.939
-115.591
342.745
Teststraten en vaccinatielocaties Personeel van de VNOG heeft werkzaamheden verricht voor deze locaties en de VNOG heeft ook kosten gemaakt. Deze zijn gedeclareerd bij de GGD-NOG en ontvangen. Zorghotels Bij de zorgverzekeraars (via de zorgaanbieders) zijn de gemaakte kosten voor de zorghotels in rekening gebracht. Vanuit één van de zorgaanbieders wordt het 4 e kwartaal 2021 genoemd als betaaldatum. Dit is een risico. Crisisorganisatie De kosten die voor de crisisorganisatie zijn gemaakt, kunnen declarabel zijn. Het gaat hierbij om kosten voor inhuur van personeel voor communicatie, Duits-Nederlandse samenwerking, juridisch adviseurs, personeel van gemeenten, huur meubilair crisisorganisatie, extra kosten techniek AB-vergaderingen. Toezicht en handhaving In december 2020 is in het AB besloten dat de VNOG voor de gemeenten toezicht en handhavingscapaciteit organiseert via externe bedrijven. Bij de besluitvorming in december door het AB is ervan uitgegaan (brief minister De Jonge 28-9-2020), dat deze kosten konden worden gedeclareerd bij het ministerie van VWS. Voornemen is deze kosten ook daadwerkelijk te declareren. Kosten eigen organisatie (incl. gedeclareerde pers. kosten) Dit zijn kosten die iedere organisatie heeft moeten maken in het kader van deze pandemie zoals desinfectiemiddelen, spatschermen, etc. Deze kosten zijn niet declarabel en draagt de VNOG zelf.
Tabel voor de verantwoording van de gemaakte kosten aan VWS Vanuit het ministerie van VWS is een tabel ontvangen, die gebruikt moet worden om kosten te declareren en ook moet worden opgenomen in de jaarstukken. In deze tabel moeten de meer- en minderkosten met elkaar worden verrekend. Hierna volgt de ingevulde tabel. Bij de meerkosten zijn de kosten voor de crisisorganisatie opgenomen en de kosten voor toezicht en handhaving. Bij de minderkosten dat deel van het overschot in de jaarrekening dat ongeveer kan worden toegerekend aan de COVID-19 pandemie. Doordat de VNOG veel meer minderkosten dan meerkosten heeft gemaakt, komt hier een negatief saldo uit. De VNOG is van mening dat de kosten voor toezicht en handhaving wel kunnen worden gedeclareerd, omdat het hier geen kosten van de eigen crisisorganisatie betreft, maar de 40
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
inhuur van derden voor handhaving en toezicht. In de jaarrekening is opgenomen dat deze kosten (€ 196.931) bij het ministerie worden gedeclareerd. Tabel verantwoording Kostensoort
Opgave kosten
Coronahotels/centra
€ 141.617
gedeclareerd via zorginstellingen bij zorgverzekeraars; nog niet ontvangen
-€ 141.617
Inkoop en distributie PBM
€0
Overige specifieke meerkosten Overige Meerkosten
€0
Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR
€ 29.331
Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding Risicobeheersing
€ 116.896
Bevolkingszorg Bedrijfsvoering
€ 243.712 *
Subtotaal
€ 389.939 **
Overige taken/activiteiten
€ 196.931 ***
Subtotaal
€ 586.870
Minder opbrengsten (verrekend met minder kosten) Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding
-€ 3.750.000
Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten Subtotaal Totale kosten 2020
€ -3.750.000 **** -3.163.129,81
*Inclusief kosten bestuur ** Kosten crisisorganisatie, wachtend op definitief besluit op al dan niet declareren door bestuur; niet als bate opgenomen *** Toezicht en handhaving, als gedeclareerd opgenomen in de jaarrekening. Hier tegenover staan niet directe minderkosten van de organisatie. **** 3,5 tot 4 mln
41
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4.5. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG begroting is vanaf 2016 het separate programma ‘7. Bedrijfsvoering’ opgenomen. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering. Werkkostenregeling Doordat de verhouding tussen de omvang van de totale loonsom en hoeveelheid personeel bij de VNOG scheef ligt door het grote aantal vrijwilligers, is over het algemeen een eindheffing vanwege de Werkkostenregeling (WKR) onvermijdelijk. Om vroegtijdig inzicht te krijgen op de ontwikkeling van de WKR, berekent de VNOG met ingang van 2017 ieder kwartaal de cumulatieve effecten van de WKR per afdeling. Op die manier kan worden bezien of er een eindheffing vanwege de WKR dreigt, of bijsturing mogelijk is en kunnen bijsturingsacties worden genomen. Deze maatregel heeft sinds 2017 effect. De eindheffing is de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Eindheffing Werkkostenregeling 2016
288.000
2017
61.000
2018
71.000
2019
36.000
2020
38.000
Eenmalige veranderkosten Toekomstvisie De eenmalige veranderkosten vanuit de Toekomstvisie betreffen onder andere de organisatieontwikkeling en informatievoorziening. Wat betreft de organisatieontwikkeling het volgende. De directeur heeft een bestuursopdracht gekregen om een toekomstbestendige organisatie te vormen die veiligheid en zorg biedt aan de burgers. De bestuursopdracht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is uitgewerkt in de reader voor de bestuurlijke tweedaagse van september 2019 en heeft geleid tot de Toekomstvisie, die vastgesteld is op 15 januari 2020. Het tweede deel omvat de inrichting, cultuur en aansturing van de organisatie (organisatieontwikkeling). Het dagelijks bestuur heeft voor dit tweede deel van de opdracht het besluit genomen tot aanpassing van de organisatie. Daarbij is besloten om de organisatie en medewerkers te ontwikkelen door middel van een organische veranderaanpak. Dit betekent een veranderaanpak waarbij - in nauwe samenwerking met de medewerkers en de OR - stapsgewijs veranderingen in de organisatie worden aangebracht; dit met rechtspositionele waarborgen. Hiervoor is een aangepast sociaal statuut vastgesteld op 13 februari 2020. De VNOG ziet dit proces als een reis, een expeditie, waarin we met elkaar onze organisatievisie vorm en inhoud geven. Samen werken we aan de koers en daar waar nodig sturen we onze koers bij.
Aan het einde van dit traject (in 2022) zijn bijvoorbeeld de knelpunten op het gebied van aansturing, eenheid en integraal denken in het managementteam verholpen. Daarbij leggen wij een fundament onder onze toekomst. Na de voorbereidingen is vanaf de zomer van 2020 de uitvoering van de organische veranderaanpak (met de naam ‘De Expeditie’) gestart. Daarbij werkt de VNOG aan de herinrichting van de organisatiestructuur en verkleining van het MT, waardoor meer verbinding ontstaat. Er wordt onderzocht welke functies en welke leidinggevenden de organisatie hierbij nodig heeft. Inmiddels zijn alle toekomstige leidinggevenden bekend. Met alle medewerkers worden talentgesprekken (ontwikkelgesprekken) en functieverkenningsgesprekken gevoerd, met als doel: een juiste match tussen medewerker en functie. De collega’s die in de nieuwe organisatie een leidinggevende rol krijgen, worden gesteund met 42
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
een leiderschaps-ontwikkeltraject. Zelfkennis (leidinggevenden krijgen een ontwikkelassessment en kennen hun Insights-profiel), reflectief vermogen en vaardigheidstraining helpen bij het versterken van de noodzakelijke vaardigheden. Bij al deze activiteiten worden externe trainers ingezet. Drie medewerkers zijn geaccrediteerd voor het opstellen en toelichten van Insights Discovery profielen en om teams te faciliteren bij hun ontwikkeling. Tenslotte is ook het project ‘werken aan duurzame inzetbaarheid’ gestart. Samen met de medezeggenschap is beleid vastgesteld. De VNOG gebruikt het ‘Huis van Werkvermogen’ als metafoor voor de duurzame inzetbaarheid. De inspanningen leiden tot bewustwording van de elementen die de langdurige inzetbaarheid bevorderen. Op de ‘begane grond’ van het Huis wordt gewerkt aan vitaliteit met als nulmeting een Health Check voor alle medewerkers. Op de ‘eerste verdieping’ is aandacht voor leren, (loopbaan)ontwikkeling en mobiliteit. Het werkvermogen wordt ook beïnvloed door o.a. de organisatie van het werk, het leiderschap en het werken volgens de kernwaarden. Hieraan wordt gewerkt op de ‘tweede en derde verdieping’ van het Huis van Werkvermogen. Een ander onderdeel van de eenmalige veranderkosten van de Toekomstvisie betreft de informatievoorziening.
Team Informatie heeft in 2020 aanvullende werkzaamheden verricht om ervoor te zorgen dat de digitale operationele informatiekaarten die met QGIS zijn gemaakt op Memex worden getoond. Het werk zat hem deels in infrastructuur: het inregelen van QGIS routes à Memex. En het andere deel betrof de gebruikersvriendelijke toonbaarheid van de informatie. Voor de veranderkosten is bij vaststelling van de Toekomstvisie incidenteel € 1.040.000 beschikbaar gesteld, waarvan € 840.000 + 2 x € 50.000 aanvulling uit het opleidingsbudget = € 940.000 voor ‘De Expeditie’. Mede door corona zal het traject van de Expeditie naar verwachting doorlopen tot de zomer van 2022. De in 2020 gemaakte veranderkosten staan in navolgende tabel:
Totaal beschikbaar budget éénmalige veranderkosten Toemomstvisie:
1.040.000
Leiderschapsprogramma: Ontwikkel- en loopbaanadvies Duurzaam inzetbaarheid
-150.413 -13.749 7.543
Personele kosten
-93.987
Projectleiding administratieve processen
-11.100
Informatievoorziening Totaal gerealiseerd in 2020 Restant budget
-40.000 -301.706 738.294
Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) In de periode van 2017 t/m 2018 is er een gedegen Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd, bestaande uit een ‘warme’ RI&E (voor de repressieve medewerkers), de ‘koude’ RI&E (voor alle 56 kazernes en werklocaties), een ‘natte’ RI&E (voor waterongevallen) en enige ‘specialistische’ RI&E’s. Verder heeft een werkbelevingsonderzoek plaatsgevonden voor het vaste kantoorpersoneel. In 2019 werd het RI&E rapport definitief. In 2019 is een Plan van Aanpak opgesteld, om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren. In de loop van 2019 heeft er een tussentijdse actualisatie van actiepunten plaatsgevonden. Daaruit bleek dat er van de 292 openstaande actiepunten uit de ‘warme’ RI&E er 57 in uitvoering waren en 91 actiepunten inmiddels waren afgerond. Begin 2020 stonden nog circa 150 actiepunten open. De coronacrisis heeft in 2020 gevolgen gehad voor de uitvoering hiervan. Bepaalde acties zijn getemporiseerd, andere konden worden meegenomen in lopende projecten. 43
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Zo zijn in 2020 diverse projecten opgestart zoals bijv. vervanging ademluchtapparatuur, blusvoertuigen, Logistiek 2.0, WTS-500, Materieel & Materiaal, telematica & innovatie, etc. Bij deze projecten is het Arbo-team in de werkgroepen betrokken en worden voor de diverse onderwerpen de actiepunten uit de RI&E bij de nieuwe ontwikkelingen geïntegreerd. Na het afronden van deze projecten zal dit een substantiële bijdrage leveren aan het afronden van de nu nog openstaande actiepunten in de RI&E. Verzekeringen Vanwege de coronacrisis hebben veel activiteiten een tijd lang stil gelegen. Als gevolg daarvan zijn er ook minder schades geweest dan voorgaande jaren wat tot uiting komt in de cijfers van de schadeafwikkeling. Hieronder zijn enkele cijfers hieromtrent over het jaar 2020 opgenomen. Het betreft het aantal dossiers dat in behandeling is genomen bij onze verzekeraars: − − − − − − − −
− −
Ongevallen: 6 dossiers, variërend in financiële omvang. Eigendommen: 2 dossiers boven de € 500. Er zijn 11 dossiers met gevallen onder de € 500. Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG Aansprakelijkheid richting derden: 4 dossiers Rechtsbijstand: geen dossiers Instrumenten: geen dossiers Werkmateriaal: 1 dossier Brandverzekering: 2 dossiers Wagenpark: Totaal 29 dossiers: o Schadeclaim tussen: € 0 – € 5.000: 25 o Schadeclaim tussen: € 5.000 – € 10.000: 2 o Schadeclaim tussen: € 10.000 – € 25.000: 2 o Schadeclaim: > € 25.000: 0 Wagenpark, specificatie: 0 dossier met letsel, 19 claims Casco, 11 claims WA, 3 (nog) geen claim: Totaal 29 schadedossiers. Uitkeringen dossiers ouder dan 2020: 3 dossiers aansprakelijkheid, 6 dossiers ongevallen, 5 dossiers eigendommen, diverse dossiers wagenpark (betalingen en ontvangsten)
Ransomeware aanval VNOG 12 september 2020 Op 12 september 2020 is de VNOG getroffen door gijzelsoftware. Door deze aanval zijn interne systemen geraakt en werden met name de kantoorprocessen ernstig verstoord. Missie-kritische processen zoals C2000, meldkamerprocessen en inzetprocessen voor de brandweer hebben continue gefunctioneerd. De veiligheid van personeel en burgers in de VNOG zijn dan ook niet in het geding geweest. Dat geldt ook voor de rol van de veiligheidsregio bij de bestrijding van het coronavirus. In nauwe samenwerking met zowel publieke als private partners is succesvol gewerkt aan spoedig herstel. In verband met de aanval zijn diverse incidentele en structurele kosten gemaakt zoals hierna in de tabel aangegeven. Kosten ransomeware aanval 2020 Inhuur diensten
2020 204.600
2021 0
2022 0
2023 0
2024 0
Inkoop producten
35.270
152.842
144.930
51.180
51.180
server/hardware
47.730
15.910
15.910
15.910
Back - up omgeving.
32.000
6.400
6.400
6.400
6.400
licentiekosten voor 5 jaar
28.870
28.870
28.870
28.870
28.870
inzet expert op achtergrong voor 12 maanden
44.242
93.750
13.000
0
0
0
0
370.442 144.930
51.180
51.180
35.270
Inkoop ondersteunende producten ( oa reis- en verblijfskosten)
Totaal
Inhuur van diensten en ondersteunende producten zijn incidentele kosten. Voor de kosten van server en back-up omgeving zijn kredieten voor 2020 aangevraagd. Afschrijving start in 2021. De licentiekosten en kosten van experts zijn verspreid over de desbetreffende jaren. Dekking van de kosten komt voor de jaren 2020 en 2021 uit de post Onvoorzien. De kosten vanaf 2022 e.v. zijn in de Kadernota 2022 meegenomen als autonome ontwikkeling. 44
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4.6. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de Veiligheidsregio een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Voor de VNOG is alleen de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland (MON)’ een verbonden partij. Meldkamer Oost Nederland (MON) Twee leden van het algemeen bestuur VNOG nemen deel in het algemeen bestuur van de MON. Tot 1 januari 2020 bestond de financiële bijdrage bestaat uit een voorschot dat tweemaal per jaar werd voldaan. De financiële middelen die beschikbaar worden gesteld zijn niet verhaalbaar in het geval de MON haar financiële verplichtingen niet nakomt. De VNOG zorgt samen met de Veiligheidsregio IJsselland, de districten NOG en IJsselland binnen de politie-eenheid Oost en de vergunninghouders ambulancezorg in de regio’s NOG en IJsselland voor de financiering van de MON. Relatie met doelstelling Volgens de Wet veiligheidsregio’s is het bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van een gemeenschappelijke meldkamer. Beleidsvoornemens / ontwikkelingen Het invoeren van de Landelijke Meldkamer Samenwerking met tien locaties in Nederland (waaronder Apeldoorn) zorgt voor een grote impact.
Voor de MON betekent dit dat het beheer en de bedrijfsvoering van de meldkamer per 1 januari 2020 is ondergebracht bij het verbijzonderde deel van de politieorganisatie LMS. Dit houdt ook in dat de Veiligheidsregio ingaande 1 januari 2020 hiervoor geen bijdrage meer aan de MON verschuldigd is. Over 2020 heeft de VNOG dus geen bijdrage aan de MON betaald. Het positief resultaat over 2019 groot € 411.141 is, in tegenstelling tot voorgaande jaren, niet terugbetaald aan de deelnemers maar is toegevoegd aan de algemene reserve van de MON. Dit om onverwachte kosten tussen 1 januari 2020 en het moment van opening van de nieuwe meldkamer Oost 5 (naar verwachting eind 2022) te kunnen dekken. Het bestuurlijk belang J.N. Rozendaal DB lid MON. A.J.M. Heerts DB lid MON. Het financieel belang Bijdrage 2020: € nihil Omvang Eigen- Vreemd vermogen MON Eigen vermogen: 1-1-2020: € 411.141 Vreemd vermogen: 1-1-2020: € 336.029
31-12-2020: € 411.141 31-12-2020: € 0
De omvang van het verwachte resultaat 2020 voor de MON bedraagt € 0. Wel bestuurlijk belang, maar geen financieel belang Het verdient de aanbeveling om in deze paragraaf ook die partijen te noemen waar de VNOG wel een bestuurlijk belang in heeft, maar geen financieel belang. Naar de letter zijn dit daardoor geen formele ‘verbonden partijen’. Voor de VNOG zijn dit het IFV en de BOGO, VBC en SAMIJ:
−
Het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het IFV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen 45
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
−
−
het algemeen bestuur van het IFV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het IFV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het IFV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. De stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten / directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt.
De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. De VNOG neemt deel aan het VBC (Veluws Bosbrandweer Comité) en SAMIJ (Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied).
46
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4.7. Toekomstparagraaf Op 15 januari 2020 heeft het algemeen bestuur een Toekomstvisie voor de VNOG vastgesteld met bijbehorende Opdrachten om deze visie te realiseren. In het voortraject van de totstandkoming van de Toekomstvisie zijn de raden nauw betrokken geweest. De Opdrachten moeten in de periode 2020–2026 worden uitgevoerd. De VNOG heeft hiervoor een planning gemaakt. De Toekomstvisie vormt de basis van elke komende begroting en de uit te voeren Opdrachten zijn vanaf 2021 integraal in de begroting verwerkt; de Opdrachten zijn daarin opgenomen bij de betreffende programma’s. De Toekomstvisie beoogt op hoofdlijnen het volgende te realiseren: − De VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan inwoners en bezoekers van de regio. − De VNOG is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. De VNOG speelt in op demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. De VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio.
− De VNOG richt zich op: ▪ Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) ▪ Zelfredzaam en risicobewust ▪ Vakbekwaam en deskundig ▪ Sterke informatiepositie ▪ Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) Dit zijn de Opgaven van de VNOG. De Opgaven komen als rode draad in de komende opgavegerichte begrotingen steeds weer terug. De doelstellingen op de programma’s in de programmabegroting zijn gerelateerd aan de Opgaven en in de begroting zijn ook indicatoren opgenomen, waarmee de prestaties op de Opgaven/doelstellingen lopende het jaar periodiek worden gemeten. − De VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten met goed getrainde vrijwilligers vanuit een versterkte informatiepositie. − Dit alles moet leiden tot een solide veiligheidsregio voor de lange termijn. Het regionaal beleidsplan 2021-2024 vormt het strategische beleidskader voor de VNOG en beschrijft de koers voor de komende vier jaar. Deze koers sluit één op één aan op de Toekomstvisie. Het beleidsplan is daarmee te zien als de verdere (detail) uitwerking van de Toekomstvisie. Het beleidsplan is op 10 december 2020 door het algemeen bestuur vastgesteld. Uit de Toekomstvisie volgen intensiveringen op bepaalde beleidsterreinen (bijv. beter geoefend personeel), maar er zijn ook structurele besparingen (bijv. ‘minder rubber en metaal’).
Aan het einde van de looptijd van de Toekomstvisie, in 2027, wordt er per saldo structureel ruim 5 ton bezuinigd ten opzichte van de gerepareerde begroting 2019. Daarnáást zijn begin 2020 aanvullende efficiencymogelijkheden gezocht en gevonden. De besparingen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2021-2024. De komende jaren kunnen externe autonome ontwikkelingen en nieuw beleid (bijvoorbeeld als gevolg van gewenste aanvullende dienstverlening vanuit de gemeenten, het Rijk of het VNOG bestuur) leiden tot kostenstijgingen, die een stijging van de gemeentelijke bijdragen tot gevolg kunnen hebben. Als dit soort ontwikkelingen zich voordoen, zullen die, als gebruikelijk, éérst in de Kadernota’s worden geschetst, zodat daar dan besluitvorming over kan plaatsvinden. Uitvoering Toekomstvisie-Opdrachten in 2020 Zoals aangegeven is het document Toekomstvisie-Opdrachten op 15 januari 2020 vastgesteld. De programmabegroting 2020 was al in juni 2019 opgemaakt en daarom staan 47
Jaarstukken 2020, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
de Toekomstvisie en de Opdrachten nog niet in de begroting 2020. Vanaf de begroting 2021 is dat wel het geval. De voortgang in 2020 op de Toekomstvisie-Opdrachten wordt hierna op hoofdlijnen beschreven. Het document Toekomstvisie-Opdrachten bestaat uit 58 punten. De punten 1 t/m 20 bevatten de Toekomstvisie, de punten 21 t/m 58 zijn de Opdrachten om deze Toekomstvisie te realiseren. De Opdrachten moeten in de periode 2020–2026 worden uitgevoerd. Inmiddels zijn 13 Opdrachten afgerond. Verder is een aantal Opdrachten die gepland waren om te starten in 2020, ook daadwerkelijk in gang gezet en de uitvoering hiervan loopt (9). Een aantal Opdrachten is gestart, maar heeft vertraging opgelopen, voornamelijk als gevolg van de coronacrisis (11), sommige opdrachten hebben een achterstand (2). Bijlage 2 geeft een gedetailleerd overzicht van de stand van alle Opdrachten. Voor een paar Opdrachten is een alternatieve oplossing gevonden om hun voortgang toch te borgen. Zo is de planning binnen de Opdracht voor versterking van de vakbekwaamheid omgedraaid. Trainingen in het kader hiervan konden vanwege corona niet plaatsvinden, maar de verbouwing van de vakbekwaamheidspleinen kon wel doorgaan. Dus is de verbouwing naar voren gehaald en volgen trainingen later. De Opdracht rondom het materieel loopt. Alle posten zijn geïnformeerd over de wijzigingen de komende jaren.