08. Raadsinformatiebrief voorlopige uitkomsten herijking 10 februari
Tekst van het document
Leden van de gemeenteraad van Putten
Behandelend ambtenaar
D. Kolder
Zaaknummer: 1259969
Doorkiesnummer
(0341) 230294
Documentnummer: 1259985
Afdeling
Dienstverlening Bedrijfsondersteuning Voorlopig effect herijking gemeentefonds 2023
Onderwerp
Geachte leden van de raad,
Verzonden: 17 februari 2021
Putten, 16 februari 2021
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft 3 februari 2021 mede namens de staatssecretaris van Financiën de adviesaanvraag voor het verdeelvoorstel herijking gemeentefonds ingediend bij de Raad voor het Openbaar bestuur (ROB). Zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur als de VNG brengen advies uit. Vervolgens is het aan het nieuwe kabinet om hier wat mee te gaan doen, waardoor het ingangsjaar van de herverdeling op zijn vroegst 2023 is. Inleiding Waar we in het voorjaar van 2020 nog de verwachting hadden dat we een nadeelgemeente zouden zijn (tussen de € 50 en € 100 per inwoner per jaar), komen we nu uit als voordeelgemeente. De herverdeeleffecten voor de gemeente Putten op basis van het nieuwe volume zijn als volgt: Voorlopig effect herijking Gemeentefonds gemeente Putten Aantal inwoners (2017): 24.428 € per inw. p/j
Effect in €
Sociaal domein (SD)
-/- € 73,-
-/- € 1.774.000
Klassiek domein (KD)
+ € 172,-
+ € 4.197.000
Overige eigen middelen en OZB
-/- € 78,-
-/- € 1.898.000
Totaal
+ € 22,-
+ € 525.000
* Cijfers zijn overgenomen van berekeningen BZK ** exclusief het effect van het aangepaste woonplaatsbeginsel Jeugd
Uitkomsten van de verdeling per grootteklasse De vergelijking van de nieuwe met de huidige verdeling geeft een ander beeld dan in het voorjaar van 2020, toen alleen de resultaten van het sociaal domein bekend waren. In de tabel hieronder is het integrale herverdeeleffect per grootteklasse ten opzichte van de huidige verdeling opgenomen. Het herverdeeleffect kan worden onderverdeeld in herverdeeleffecten voor het klassiek domein (KD), het sociaal domein (SD) en de herverdeeleffecten als gevolg van de verevening van algemene eigen middelen (AEM). Deze laatste is onderverdeeld naar het effect van de verevening van onroerendezaakbelasting (OZB) en de overige eigen middelen (OEM). Totaal herverdeeleffect per grootteklasse SD 0-20.000
-/- € 109,-
KD + € 190,-
OEM + OZB -/- € 73,-
Totaal + € 8,-
20-50.000
-/- € 87,-
+ € 166,-
-/- € 81,-
-/- € 1,-
50-100.000
-/- € 74,-
+ € 175,-
-/- € 94,-
+ € 8,-
100-250.000
-/- € 52,-
+ € 184,-
-/- € 103,-
+ € 29,-
> 250.000
+ € 10,-
+ € 45,-
-/- € 115,-
-/- € 61,-
*exclusief het effect van het aangepaste woonplaatsbeginsel Jeugd
Sociaal domein Het globale beeld voor het sociaal domein was in het voorjaar van 2020 reeds bekend: de nieuwe verdeling laat een verschuiving van kleine naar grote gemeenten zien. Het nieuwe model lost namelijk een scheefheid in het huidige model op waardoor grote gemeenten te weinig budget kregen. Uit het onderzoek blijkt dat grote gemeenten in het sociaal domein gemiddeld meer kosten maken dan kleine gemeenten. In het huidige model worden grote gemeenten daar onvoldoende voor gecompenseerd. Het nieuwe model sluit beter aan op de kosten van grote en kleine gemeenten, waardoor een herverdeeleffect ontstaat tussen gemeenten van verschillende grootteklassen -
de negatieve herverdeeleffecten hangen vaak samen met het cluster Wmo: gemeenten met een relatief groot negatief herverdeeleffect krijgen in de huidige verdeling relatief veel budget uit dit cluster. Naast een kleiner aandeel binnen dit cluster, speelt ook de kleinere omvang van dit cluster als geheel. Deze effecten tellen voor deze gemeenten bij elkaar op.
Klassiek domein Voor het klassiek domein geldt dat de herverdeeleffecten in belangrijke mate samenhangen met de afgenomen weging van de maatstaven bebouwingsdichtheid, het aantal woonruimten en de oppervlakte land.
2 van 4
Ingroeipad van € 15,- per inwoner per jaar Het voorstel voor de invoering van de nieuwe verdeling gaat samen met een voorstel voor een ingroeipad waarmee de herverdeeleffecten verspreid over een aantal jaren worden ingevoerd. Met de VNG is afgesproken een generiek ingroeipad te hanteren met een herverdeeleffect van maximaal € 15 per inwoner per jaar, voor zowel gemeenten die voordeel als gemeenten die nadeel hebben van de nieuwe verdeling. Dat is nu eerst gemaximeerd op de jaren 2023 t/m 2026, ofwel 4 x € 15 = € 60 per inwoner. Het ingroeipad heeft geen betrekking op het onderdeel beschermd wonen, dat heeft een eigen ingroeipad. Evenmin op de effecten van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. Op de uitkomsten die nu voorliggen betekent dat voor Putten in 2023 een negatieve suppletie van € 22,- -/- € 15,- = € 7,-. Vanaf 2024 is er dan geen sprake meer van suppletie. Voorlopig meerjarig effect herijking Gemeentefonds gemeente Putten Jaar
2023
2024
2025
2026
Totaal herverdeeleffect € 22,-
+ € 525.000
+ € 525.000
+ € 525.000
+ € 525.000
Suppletie ingroeipad -/- € 7,-
-/- € 171.000
-
-
-
Totaal
+ € 354.000
+ € 525.000
+ € 525.000
+ € 525.000
Woonplaatsbeginsel Jeugdwet Als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet vindt er een verschuiving van de (financiële) verantwoordelijkheden plaats tussen gemeenten. Het financieel effect van het gewijzigde woonplaatsbeginsel is via een simulatie in beeld gebracht, om het zodoende te kunnen isoleren van het effect van de herverdeling. Naast dit financiële effect van het woonplaatsbeginsel is sprake van een herverdeeleffect. Het effect van de herverdeling wordt veroorzaakt door de overstap van een historisch verdeelmodel voor voogdij/18+ naar een objectief verdeelmodel. Voorlopig effect woonplaatsbeginsel Jeugdwet Aantal inwoners (2017): 24.428 Woonplaatsbeginsel Jeugd
€ per inw. p/j
Effect in €
-/- € 4,-
-/- € 106.000
* Cijfers zijn overgenomen van berekeningen BZK
Het woonplaatsbeginsel wordt – in afstemming met BZK – budgettair buiten beschouwing laten omdat daar ook mutaties in lasten tegenover staan. Beschermd Wonen Als afzonderlijk onderdeel binnen de herijking is een nieuw objectief verdeelmodel ontwikkeld voor beschermd wonen, met bijbehorende overgangsregeling. Het betreft één van de financiële punten uit het advies van het Expertiseteam van de VNG waarmee Rijk en VNG in juli 2019 hebben ingestemd. Het voornemen is om het nieuwe objectieve verdeelmodel voor beschermd wonen vanaf 2023 geleidelijk in te voeren. Daarvoor is een overgangsregeling ontworpen die 10 jaar duurt. De overgangsregeling ondersteunt zowel de doordecentralisatie als de landelijke beweging die samenhangt met de inhoudelijke transformatie naar zoveel mogelijk lokale en ambulante ondersteuning en de af- en opbouw van voorzieningen. Het financiële effect dat hieruit
3 van 4
voortvloeit is niet meegenomen, omdat het om een afzonderlijke uitkering binnen het gemeentefonds gaat en het financieel effect mede het gevolg is van de doordecentralisatie van de taak van centrumgemeenten naar gemeenten. Vervolg Uiterlijk 1 maart 2021 geeft het ROB zijn advies uit aan de minister. Hierna zal het aan de VNG worden voorgelegd en zullen de uitkomsten nog op twee momenten worden geactualiseerd: 1. Voorafgaand aan de start van de consultatie van gemeenten Na ontvangst van het advies van de ROB zal ook de VNG worden geconsulteerd. Dat zal plaatsvinden op basis van geactualiseerde maatstafgegevens en een geactualiseerde omvang van de clusters waaruit de verdeling is opgebouwd. Dit leidt tot verschuiving in de herverdeeleffecten. 2. Bij de verwerking van de nieuwe verdeling in de circulaire van het gemeentefonds, nadat de besluitvorming over de herijking is afgerond. Na afronding van de besluitvorming door het volgend kabinet vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden vastgesteld. Uitvoering De uitkomsten zullen worden opgenomen in de Kadernota 2022 met een aanvulling in de risicoparagraaf dat het gaat om voorlopige uitkomsten.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Putten,
mr. F.E. Contant,
H. A. Lambooij,
secretaris
burgemeester
4 van 4