CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

06.1 Rapportage toekomstbestendig beleid Putten

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - raadsinformatiebrieven/Schriftelijke beantwoording vragen artikel 37 (RvO) 25 november 202112.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De beleidsvisies zijn bovendien in samenspraak met verschillende stakeholders tot stand gekomen. Een belangrijke factor die mede de effectiviteit van het beleid bepaalt, is de mate waarin het beleid vertaald is in concrete doelen waar de gemeente op stuurt en indicatoren waar de gemeente uit kan afleiden in hoeverre de doelen gerealiseerd worden. Dit aspect komt met name in het Meerjarenplan Samenleving van de gemeente adequaat tot uiting, waarin concrete doelen en subdoelen worden genoemd, inclusief leidende principes voor de uitvoering en kaders voor de (financiële) sturing. Concrete doelen en indicatoren vertalen zich, ten slotte, als het goed is in grip op resultaten. In het geval van Putten constateren we dat er genoeg grip is op de uitvoering van de beleidsplannen. Een concrete casus waar dit uit blijkt, is de situatie in 2018-2019, toen er in het sociaal domein een substantieel tekort ten opzichte van de begroting is geconstateerd. De gemeente Putten is erin geslaagd om grip te krijgen op het beroep op voorzieningen, waardoor de uitgaven in relatief korte tijd zijn gestabiliseerd. De gemeente heeft er in de desbetreffende jaren bovendien voor gezorgd dat twee onderdelen van de uitvoering die extern belegd waren weer in eigen beheer zijn genomen. Dit heeft de grip op de uitvoering verder versterkt.

Bij sommige onderdelen is de grip van Putten kleiner, omdat deze taken in regionaal verband worden uitgevoerd. Gelet op de schaalgrootte van Putten is dit min of meer onvermijdelijk. Om toch gebruik te maken van de sturingsruimte is het belangrijk dat Putten zorgt voor een goede afvaardiging en inhoudelijke inbreng in de regionale beleidsvorming en sturing.

65984 – Vertrouwelijk

24

5.3 Mate waarin er in het beleid van Putten sprake is van witte vlekken In de vorige paragraaf concludeerden we dat Putten in haar beleid in hoge mate geanticipeerd heeft op landelijke trends en ontwikkelingen. In het beleid dat geformuleerd is, hebben wij derhalve op onderwerpen waarop het beleid zich richt, geen grote hiaten geconstateerd. Wel zien we dat er qua uitwerking van het beleid op sommige terreinen nog sprake is van witte vlekken. En sommige nieuwe landelijke ontwikkelingen (zie par. 5.4) vergen uiteraard ook vertaling naar lokaal beleid van de gemeente Putten. Het is nuttig om bij de bovenstaande conclusie onderscheid te maken tussen strategisch beleid en uitvoeringsbeleid: strategisch beleid heeft betrekking op het formuleren van beleidsdoelen die inspelen op actuele ontwikkelingen; uitvoeringsbeleid heeft betrekking op de vertaling van het strategische beleid naar de praktijk. De constatering dat er bij de uitwerking van het beleid op sommige terreinen nog sprake is van witte vlekken heeft daarmee met name betrekking op het uitvoeringsbeleid en op nieuw landelijk beleid. We richten ons in deze paragraaf dan ook met name op deze aspecten.

Brede toegang Een belangrijke pijler van het uitvoeringsbeleid is de brede toegang. Dit uitvoeringsbeleid is grondig uitgewerkt en wordt momenteel in de praktijk ingevoerd. Met de brede toegang en de rol van de brede welzijnsorganisatie daarin, heeft de gemeente, ook in de samenwerking met de partners, een goede richting te pakken. De brede toegang maakt dat de drempel in de toegang laag is en de inwoner die hulp zoekt, gemakkelijk de weg kan vinden. De brede toegang biedt de mogelijkheid om ook de gewenste steviger verbinding met het voorveld te maken. Ook biedt de brede toegang een basis voor andere beleidsstappen, zoals preventie, vroegsignalering en substitutie van maatwerkvoorzieningen door algemene voorzieningen. Putten gaat maakt welbewust keuzes voor de manier en de mate van outreachend werken. Outreachend werken is enerzijds de manier om inwoners te bereiken die hulp of begeleiding nodig hebben, maar buiten beeld blijven. Anderzijds is het geen doel op zich en kan het beroep op begeleiding en zorg onnodig vergroten. Waar een verdere beweging nodig is naar outreachend werken neemt Putten dat ook mee in de nieuwe opdracht aan de brede welzijnsinstelling. Outreachend werken blijft volgens Putten nodig bij inwoners die zorg mijden en problematieken zich opstapelen, zoals bij schuldenproblematiek.

Substitutie van maatwerkvoorzieningen door algemene voorzieningen Wat de substitutie van maatwerk naar algemene voorzieningen betreft is er in het strategisch beleid al het nodige voorbereidende werk verricht, maar is de stap naar uitvoeringsbeleid nog niet gemaakt. Een belangrijke reden hiervoor is dat er over substitutie van maatwerkvoorzieningen door algemene voorzieningen nog geen bestuurlijk besluit is genomen. Afgaand op de substitutiebeweging die in andere gemeenten al is ingezet, bijvoorbeeld in de naburige gemeente Heerde, is ons oordeel dat het verstandig zou zijn als er bestuurlijk groen licht komt om dit beleidsspeerpunt verder uit te werken. Door een maatwerkvoorziening, bijvoorbeeld dagbesteding, geheel of gedeeltelijk om te vormen tot een algemene voorziening kan de voorziening namelijk laagdrempeliger worden 14, waardoor het preventieve effect van algemene voorzieningen groter is. Een voorbeeld van een gemeente die daarin geslaagd is, is de gemeente Wierden. Daarbij komt dat bij een algemene voorziening het vaste aantal uren per cliënt15 worden losgelaten, waardoor de aanbieder16 meer flexibiliteit heeft om bij de realisatie van cliëntdoelen voor de ene cliënt wat meer uren in te zetten en voor de andere cliënt wat minder. Per saldo kunnen er daardoor bij andere gemeenten die dit beleid voeren meer mensen geholpen worden. Een nadeel van

Veel mensen zijn immers beschroomd om naar het gemeentehuis te gaan maar minder beschroomd om aan een wijkactiviteit deel te nemen. 15 Dat op grond van uitspraken van de Centrale raad van beroep een vast onderdeel van beschikkingen en prijsstellingen van maatwerkvoorzieningen vormt. 16 Of welzijnsstichting of andere organisatie. 14

65984 – Vertrouwelijk

25

substitutie is dat er mogelijk een aanzuigende werking optreedt. Hierover zouden met de aanbieder(s) in kwestie afspraken moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld afspraken over lumpsumfinanciering.

Stapeling We hebben geconstateerd dat de aanpak van stapeling qua uitwerking in uitvoeringsbeleid nog verder ontwikkeld kan worden. We hebben in het kader van deze opdracht een innovatietafel georganiseerd en doen in paragraaf 5.4.1 paragraaf aanbevelingen hoe het beleid op dit punt versterkt kan worden.

Preventie Hetzelfde geldt voor preventie: ook dit onderwerp is al wel uitgewerkt in de bredere strategie van de gemeente17, evenals in afzonderlijke beleidsnota’s18, maar zou nog beter kunnen worden vertaald naar de praktijk. Ook over dit onderwerp hebben we een innovatietafel georganiseerd en doen we in paragraaf 5.4.1 gerichte aanbevelingen.

Doordecentralisatie beschermd wonen Daarnaast merken we op dat de praktische implicaties van de doordecentralisatie beschermd wonen niet te onderschatten zijn. De gemeente heeft weliswaar in verschillende beleidsstukken19 geanticipeerd op deze ontwikkeling. Via prestatieafspraken met de woningstichtingen op de Noord Veluwe zijn er concrete uitstroomdoelen afgesproken naar reguliere huisvesting van cliënten. De doordecentralisatie leidt, zoals benoemd in hoofdstuk 2, naar verwachting tot een groter beroep op begeleiding.

Laagdrempelige toegang Ten slotte concluderen we dat er mogelijk wat de laagdrempelige toegang van Putten betreft nog sprake is van witte vlekken. In hoofdstuk 2 constateerden we namelijk op grond van studies van het SCP en het CBS dat verschillende doelgroepen van de gemeente mogelijk de weg naar de gemeente niet weten of durven te vinden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om jongeren met een arbeidsbeperking die nog thuis wonen, jongeren met psychische problemen en jongeren en volwassenen met problematische schulden. Op grond van de beleidsstudies is het zeker dat dit vraagstuk in heel Nederland speelt; een belangrijke vervolgstap is om uit te zoeken in hoeverre hier in Putten sprake van is en hoe de gemeente dat probleem kan aanpakken. Dit punt kwam ook aan de orde in de verschillende gesprekken met de partners, zie ook Hoofdstuk 4.)

5.4 Aanbevelingen 5.4.1 Aanbevelingen m.b.t. de beleidsinhoud 1.

Stapeling

Een meer gerichte aanpak stapeling kan de effectiviteit van hulp verhogen en daarbij mogelijk ook kosten besparen. Wat Putten op dit punt onder meer al heeft gedaan en doet is integraliteit door vertalen in de beleidsregels en er voor zorgen dat budgetten flexibel ingezet kunnen worden. Voor een meer gerichte aanpak van stapeling moet is er meer nodig. Stappen die we daarbij aanbevelen: a.

(data) analyse van de top 25 huishoudens met de meeste stapeling.

b.

Welke partners zijn betrokken? Casus gesprekken met die partners, gericht op een op een meer gecoördineerde en mogelijk ook meer gedoseerde aanpak.

c.

Voorwaarden scheppen en geïdentificeerde knelpunten (uit analyse en partnergesprekken) oplossen. Bijv. standaardprocedures tussen kolommen los durven laten, zodat je problemen kunt oplossen die je binnen de

Zie bijvoorbeeld het Meerjarenplan Samenleving. Zie bijvoorbeeld de nota over Preventief Jeugdbeleid van de gemeente. 19 Waaronder de Puttense Woonvisie. 17 18

65984 – Vertrouwelijk

26

kolom niet kan oplossen. Dat betekent ook dat er een integraal budget moet zijn voor die huishoudens, zodat de financiën geen belemmering vormen. d.

Het voorveld meer betrekken en beter benutten bij preventie van zorg en bij voorkomen van stapeling. Daarbij is het van belang het gesprek met het voorveld breed te voeren (niet alleen met de ‘usual suspects’.

2.

Preventie

Preventie kan onmiskenbaar invloed hebben op het beroep op voorzieningen en bijdragen aan welzijn van inwoners. De gezamenlijke constatering van gemeente en van de bij dit onderzoek betrokken partners is dat de huidige inzet op preventie is nog te fragmentarisch is. Aandacht en inzet zijn nodig voor: bundeling van informatie, gezamenlijkheid in analyse van de lokale pijnpunten en verdere verbreding en versteviging van het draagvlak voor de ambities en de uitvoeringsvisie (gebaseerd op positieve gezondheid). Daartoe zijn door de gemeente al wel reeds acties in gang gezet. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de beschikbaarheid van middelen voor preventie. De huidige situatie is dat het, doordat beschikbare middelen doorgaans al voor het overgrote deel bestemd of geoormerkt zijn, in de praktijk lastig is middelen vrij te maken voor preventief gerichte initiatieven. De conclusie die gemeente en aanwezig partners gezamenlijk trokken bij de innovatietafel over preventie was dat Putten en partners, met preventie wel op de goede weg zijn. De Ingrediënten en voorwaarden zijn er. Vervolgens is het nu daarom zaak om van deels nog losstaande goede ingrediënten naar steviger verbinding en samenhang te komen. Door verbreden van het draagvlak, koppelen van informatie en steeds gezamenlijk identificeren van de maatschappelijke vraag.

Het is belang dat gemeente en partners gezamenlijk identificeren waar de pijn zit in de lokale samenleving en oog houden voor de mensen in de lokale samenleving, die ondanks de inspanningen van gemeente en partners en het streven om de drempel laag te houden, buiten beeld blijven, of de weg niet vinden.

3.

Gewenste en ongewenste effecten van budgettaire ingrepen

Uit de gesprekken met partners kwam naar voren dat er, als gevolg van de budgettaire ingrepen die de gemeente heeft gedaan, ook nadelige effecten waren voor groepen inwoners/cliënten kunnen optreden. Een voorbeeld dat daarbij werd genoemd was de dagbesteding. Het is belangrijk dat de gemeente ten aanzien van budgettaire ingrepen zowel voorafgaand aan als achteraf het gesprek met partners voert over (mogelijke) gewenste en ongewenste effecten. Zodat de gemeente ook de informatie en inzichten van de kant van de partners mee kan nemen als reparatie of bijsturing nodig is. Zie ook paragraaf 3.2.1 waar beschreven is wat Putten heeft in 2019 heeft gedaan om toen het tekort te reduceren

4.

Mensen die buiten de boot vallen (of dat zo ervaren)

Landelijk onderzoek heeft aangetoond dat een aanzienlijke groep mensen met problematische schulden of risico op het ontstaan daarvan, de weg naar schuldhulpverlening niet vindt (of wil vinden) en de drempel naar die schuldhulpverlening vaak als hoog ervaart (ondanks de inspanning van veel gemeenten. Putten zet in op een brede toegang, een lage drempel en vroegsignalering. Daarbij is het, zoals ook in de gesprekken met partners naar voren kwam, belangrijk informatie te bundelen over de mensen die mogelijk toch buiten de boot vallen of het gevoel hebben buiten de boot te vallen. Kijkend naar effectieve schuldhulpverlening is ook het samenspel met bewindvoerders van belang. Dat gebeurt al wel al wel op regionaal niveau. Mogelijk is er aanvullend ook op lokaal winst te behalen door overleg met de voor Putten belangrijkste bewindvoerders.

5.

Steeds weer uitgaan van de lokale maatschappelijke vragen

Gemeenten, partners en Participatieraad zitten op één lijn dat de lokale maatschappelijke vragen het vertrekpunt moeten vormen voor het richten van je dienstverlening en activiteiten. Het goed delen van de informatie (vanuit de verschillende rollen, invalshoeken en ingangen in de lokale samenwerking) is een actiepunt.

65984 – Vertrouwelijk

6.

27

Integraliteit van beleid

Putten heeft al de nodige stappen gezet om tot de benodigde integraliteit van beleid te komen, dus beleid over verschillende domeinen heen. Sport is daar een goed voorbeeld van: sport en bewegen worden verbonden aan de ambities in het sociaal domein. Putten heeft tevens stappen gemaakt om de beleidsregels in het sociaal domein integraler te maken. Ook is de schulddienstverlening meer in verbinding gebracht met de dienstverlening in andere domeinen, inclusief de inzet op vroegsignalering en in de brede toegang. Vervolgstappen rond integraliteit in de aanpak: •

Bij cultuur, in de samenhang tussen ruimtelijke en sociaal domein en rond zorg en veiligheid zijn, zoals de afdeling Samenleving ook zelf constateert, ten aanzien van integraliteit nog stappen te maken. Zodat cultuur kan, naar analogie van sport, steviger ingezet wordt in het sociaal domein.

•

Omgevingsvisie en connectie met Fysieke domein ligt bij wijk- en gebiedsgericht werken. De aansluiting is beleidsmatig nog mager en heeft ook in de uitvoering nog te weinig handen en voeten gekregen. Wel is in de afgelopen jaren een goede aanzet gegeven. Daar moet nu een vervolg aan gegeven worden richting sociaal domein. Omgevingswet en omgevingsvisie bieden daartoe aanknopingspunten. Evenals ervaringen en tips van de gemeente Alphen aan den Rijn. In het ‘Waardendocument Omgevingsvisie Putten’ zijn belangrijke trends, ontwikkelingen en uitdagingen opgenomen waarbij het sociale en fysieke domein worden verbonden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vormgeven van een gezonde leefomgeving die inwoners uitnodigt om te bewegen.

•

Voor de uitvoering van de participatiewet is de verbinding met het bedrijfsleven van groot belang. Deze verbinding kan versterkt worden als er binnen de gemeente een sterke link ontstaat tussen het sociaal domein en het domein van economie.

•

De ambulantisering van de zorg in het algemeen en de doordecentralisatie beschermd wonen in het bijzonder vragen om aanpassingen in het woonbeleid. Hierbij gaat het onder andere om prestatie-afspraken over concrete aantallen extra sociale huurwoningen voor kwetsbare groepen en om flankerend beleid, zoals een goede spreiding over wijken en buurten en om goede begeleiding van zowel nieuwe als bestaande wijkbewoners.

•

Op zich is er in Putten al wel samenhang in aanpak tussen de kolommen zorg veiligheid. Casusregie en procesregie staan ook op papier, maar moeten in de praktijk nog wel effectief gestalte krijgen. De afspraken over proces en casusregie, dienen nog concreter te worden. Hier zijn goede voorbeelden in het land te vinden, o.a. in West Friesland.

7.

Vertaling van landelijke ontwikkelingen naar lokaal beleid

Kijkend naar de landelijke ontwikkelingen, zoals beschreven in hoofdstuk 2 zien we de volgende aandachtspunten voor beleid en uitvoering: a.

Rekening houden met de in hoofdstuk 2 geschetste autonome groei op jeugd.

b.

Rekening houden met de in hoofdstuk 2 geschetste stijging van het bijstandsvolume als gevolg van Corona.

c.

Onderzoeken welke aanknopingspunten de ontwikkeling van E-health kan bieden voor (een deel van) de Puttense inwoners.

d.

De nieuwe Wet Inburgering (NWI) heeft raakvlakken met zowel het zorgdomein als het domein werk & inkomen. De kwaliteit voor inwoners is het beste geborgd als de uitvoering zo integraal mogelijk is. Algemene aanbevelingen die we mede op basis van overleg met Vluchtelingenwerk en UAF op gemeenteniveau doen in het licht van de landelijke ontwikkelingen: -

Kijk in de breedte van de groep statushouders (niet alleen de meest kansrijken) naar de mogelijkheden voor leerwerktrajecten. Er is namelijk vanuit verschillende sectoren een grote vraag.

-

Stuur op duurzaamheid van de plaatsing en monitor dat

65984 – Vertrouwelijk

-

28

Zoek op dit punt de samenwerking in je regio of zelfs bovenregionaal. Putten kan zelf geen maatwerk bieden

-

Overweeg het inzetten van een ‘dedicated klantmanager’, dat is landelijk een succesfactor

-

Praktische punten: Stel vooraf niet de eis voor een VCA, waar dat niet persé nodig is. bijv. voor een puinruimer of een verkeersregelaar, VCA is voor vele statushouders een grote drempel. En er zijn andere eenvoudiger manieren om veiligheid te borgen.

-

Onderken het belang van werken aan taal en aan digitale vaardigheden en het belang het verkrijgen van een geldig rijbewijs (veel leerwerktrajecten zijn bovenlokaal of bovenregionaal en moeilijk met OV te bereiken), zorg voor een reiskostenvergoeding.

-

Let er op dat de statushouder vaak niet bekend is bij WSP maar mogelijk wel voor LKS in aanmerking kan komen.

8.

Omgaan met de verschillende gemeentelijke rollen

In hoofdstuk 4 is geconstateerd dat het voor de gemeente een uitdaging is om in het samenspel met maatschappelijke partners en inwoners goed om te gaan met de verschillende rollen die de gemeente daarbij kan hebben: als regievoerder, als opdrachtgever, als partner, als facilitator. Op zich lijkt de gemeente Putten daar al redelijk goed in te slagen. Een aanbeveling uit de gesprekken met partners was de rollen van partner en facilitator verder te ontwikkelen. En daarbij meer aandacht te geven aan goede procescommunicatie. Een blijvend aandachtspunt is het betrekken en benutten van de inzet van de inwoners zelf en van hun netwerk. In het beleid van Putten krijgen burgerparticipatie en eigen kracht al wel de nodige aandacht. Het in de praktijk waarmaken van dat beleid, blijkt lastiger. De oproep wens vanuit de Participatieraad en gemeente in dit verband is de Participatieladder, zoals die in het collegeprogramma is gepresenteerd, ook systematischer in de praktijk toe te passen.

5.4.2 Aanbevelingen m.b.t. de financiën Zoals benoemd, heeft de gemeente relatief sterke grip verkregen op de financiën van het brede sociale domein. Ook heeft de gemeente in de afgelopen jaren verbeteringen doorgevoerd in de beleidscyclus, bijvoorbeeld door bij het opstellen van de begroting beter rekening te houden met de daadwerkelijke uitgaven. Tegelijkertijd zien we dat er nog verdere stappen mogelijk zijn. Zo hebben we in hoofdstuk 3 het advies gegeven om voor de komende jaren de prognose van de lasten te vergelijken met de (voorlopige) rijksmiddelen. Het is belangrijk om het college en de raad hierin mee te nemen, zodat in de komende periode een bewuste politieke afweging kan worden gemaakt aan welke beleidsdoelen welke middelen worden besteed. Daarnaast adviseren we om in de kwartaalrapportages en jaarrekeningen van de gemeente niet alleen te vergelijken met de begroting en realisaties van het voorgaande jaar, maar om de langjarige trend in beeld te brengen. Ook is, gelet op de constatering uit hoofdstuk 2 dat er bij diverse voorzieningen sprake is van een toenemende ondersteuningsbehoefte, het belang van het maken van goede prognoses groter geworden. Tot slot moet in de beleidscyclus helder en eenduidig zijn welke beleidsanalyses en beleidsstukken nodig zijn in het ambtelijk en politiek-bestuurlijke samenspel.

Verder hebben we geconcludeerd dat er financieel gezien de komende jaren naar verwachting ruimte is om middels politieke keuzes toekomstig beleid mede mogelijk te maken, ook als daar investeringen voor nodig zijn. Deze conclusie is relevant om te benoemen, omdat bij sommige van de eerder genoemde inhoudelijke aanbevelingen mogelijk investeringen nodig zijn, bijvoorbeeld om nadelige effecten van eerdere ingrepen te repareren of om de aanpak van preventie en stapeling mede mogelijk te maken.

29

65984 – Vertrouwelijk

Berenschot is een onafhankelijk organisatieadviesbureau met 350 medewerkers wereldwijd. Al 80 jaar verrassen wij onze opdrachtgevers in de publieke sector en het bedrijfsleven met slimme en nieuwe inzichten. We verwerven ze en maken ze toepasbaar. Dit door innovatie te koppelen aan creativiteit. Steeds opnieuw. Klanten kiezen voor Berenschot omdat onze adviezen hen op een voorsprong zetten. Ons bureau zit vol inspirerende en eigenwijze individuen die allen dezelfde passie delen: organiseren. Ingewikkelde vraagstukken omzetten in werkbare constructies. Door ons brede werkterrein en onze brede expertise kunnen opdrachtgevers ons inschakelen voor uiteenlopende opdrachten. En zijn we in staat om met multidisciplinaire teams alle aspecten van een vraagstuk aan te pakken.

Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl /berenschot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808204/1