CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Raadsinformatiebrief uitvoering participatiewet gemeente Putten

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Raadsinformatiebrieven1.648 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leden van de gemeenteraad van Putten

Behandelend ambtenaar

Stefan Fiddelaar

Zaaknummer: 1253251

Doorkiesnummer

(0341) 359629

Documentnummer: 1253657

Afdeling

Samenleving Beleid en Advies Raadsinformatiebrief betreft Raadsin-

Onderwerp

Verzonden: 11 februari 2021

formatiebrief menselijke maat participatiewet

Geachte leden van de raad,

Putten, 9 februari 2021

Kennisnemen Uitvoering Participatiewet in de gemeente Putten. Inleiding Afgelopen tijd is er veel aandacht geweest voor de uitvoering van de Participatiewet door gemeenten. Onder meer vanwege de casus uit de gemeente Wijdemeren, waarbij de gemeente € 7.000,- terugvorderde van een inwoner. Onder andere vanwege boodschappen die haar moeder voor haar had betaald. In de vergadering van de commissie Samenleving van 19 januari 2021 zijn er vragen gesteld over de uitvoering van de Participatiewet in de gemeente Putten. Wethouder Koops heeft toen aangegeven te kijken hoe u hierover geïnformeerd kon worden. Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de uitvoering van de Participatiewet in de gemeente Putten. Kernboodschappen De Participatiewet is het vangnet van het socialezekerheidsstelsel. De Participatiewet is zo opgesteld dat zij pas in beeld komt als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. Deze wet neemt daarom een heel bijzondere positie in binnen het

socialezekerheidsstelsel. De bijstand is alleen bedoeld voor de kosten van levensonderhoud en voor noodzakelijke kosten vanwege bijzondere omstandigheden. Gemeenten mogen geen inkomenspolitiek voeren. Dat is een rol die voorbehouden is aan de Rijksoverheid. De Rijksoverheid heeft in haar beleid de keuze gemaakt dat werkenden een hoger inkomen moeten hebben dan niet-werkenden. In dat licht kent de Participatiewet strakke kaders. Daarmee wordt voorkomen dat niet-werkenden met extra inkomsten bovenop de uitkering, meer gaan verdienen dan werkenden. Dan kan er een armoedeval ontstaan waarbij het niet lonend is voor een inwoner om vanuit een bijstandsuitkering aan het werk te gaan. Ook in Putten hebben we bij de evaluatie van ons minimabeleid door onderzoeksbureau Kwiz, het risico van de armoedeval gezien (zie ook raadsinformatiebrief van 6 november 2019 met nummer 1087594). Binnen de kaders van de wet proberen we zo veel mogelijk maatwerk toe te passen. Het Rijk bepaalt de kaders van de wetgeving, in dit geval de Participatiewet. Als gemeente zijn wij verplicht om de wet uit te voeren en de kaders aan te houden. De gemeente heeft vanuit de Rijksoverheid de bevoegdheid gekregen om in verordeningen en beleidsregels eigen beleid vast te stellen. Dat gemeentelijk beleid mag niet in strijd zijn met de landelijke kaders.

Binnen deze kaders proberen wij maatwerk toe te passen dat recht doet aan de individuele situaties van onze inwoners. Dat geldt overigens ook bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo. Om de grondwaarde van de Participatiewet, het garanderen van het bestaansminimum, goed uit te kunnen voeren is de mogelijkheid om individueel maatwerk te leveren vastgelegd in artikel 18, eerste lid Participatiewet: ‘Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.’ Deze bepaling geeft ook ons als gemeente een bepaalde ruimte om maatwerk toe te passen binnen de Participatiewet. Wel moet hierbij steeds (naast de vastgelegde kaders van de wet) het gelijkheidsbeginsel in het oog worden gehouden. In onze gemeentelijke uitvoering kijken we nadrukkelijk naar de individuele situatie van de inwoner. Dat betekent dat we vertrouwen stellen in de kennis en kunde van onze uitvoerende professionals. Zij staan dagelijks naast de inwoner en kunnen van daaruit goede afwegingen maken. Maatwerk staat dan ook centraal. Als inwoners inkomsten hebben, worden deze inkomsten aangevuld tot de geldende bijstandsnorm. De bijstandsuitkering geldt altijd als een aanvulling tot het sociaal minimum (de bijstandsnorm).

Als een inwoner bijvoorbeeld parttime gaat werken, maar met dat inkomen nog niet het sociaal minimum bereikt, krijgt hij een aanvullende bijstandsuitkering. Ook inkomen in natura wordt in principe afgetrokken van de uitkering. Bij inkomen in natura kunt u denken aan een beloning voor arbeid die deels in bijvoorbeeld goederen wordt uitgekeerd. Of een ex-partner die de vaste lasten van een woning nog betaalt, waardoor een inwoner minder kosten heeft.

2 van 5

Inwoners mogen volgens de wet soms extra inkomsten hebben, die deels worden vrijgelaten. Volgens de Participatiewet zijn er een aantal inkomsten die een inwoner mag hebben zonder dat dat invloed heeft op zijn uitkering. Of inkomsten die maar voor een deel invloed hebben (niet het hele bedrag geldt dan als inkomen). Het gaat hierbij om zaken als: -

Kostenvergoeding voor vrijwilligerswerk tot € 170,- per maand of € 1.700 per jaar.

-

Kinderbijslag.

-

Inkomsten uit arbeid als de vrijlating van deze inkomsten naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. De inkomsten worden vrijgelaten tot 25% met een maximum van € 220,- per maand.

Inwoners van Putten mogen tot een bepaalde hoogte giften ontvangen zonder dat dit invloed heeft op hun bijstandsuitkering. De Participatiewet biedt ruimte om hier invulling aan te geven. In artikel 31, lid 2 onder m, is opgenomen dat giften niet als inkomen worden gerekend voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. We kijken hierbij naar de individuele situatie. In de Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Putten hebben we hierover het volgende opgenomen: Giften zijn inkomsten als die het bestedingsniveau wezenlijk verhogen. Met deze definitie laten we ruimte voor een afweging op individueel niveau. In eerdere versies van beleidsregels hadden we hier een concreet bedrag aan gekoppeld, maar dit deed geen recht aan de individuele situaties. Om toch wat meer duiding aan bovenstaande definitie te geven: uit de jurisprudentie over dit onderwerp valt op te maken dat voor het begrip ‘een wezenlijke verhoging van het bestedingsniveau’ de hoogte van de bijstandsuitkering van één maand passend kan zijn (gehuwde: € 1.536,34, alleenstaande/alleenstaande ouder: € 1.075,44). Dat heeft dan betrekking op een jaarlijks bedrag aan giften. Maar nogmaals, we willen nadrukkelijk kijken naar de individuele situatie. Waarbij het strijdig is met het Rijks inkomensbeleid om giften altijd vrij te laten.

Altijd zal dit beoordeeld moeten worden. Bij de beoordeling van de gift is de gever in principe niet van belang. Maar, in de praktijk geldt dat giften vanuit voedselbanken, kerken, mantelzorgers, familie en buren, vaak niet leiden tot een ‘wezenlijke verhoging van het bestedingsniveau’. Voor wat betreft inkomen in natura is het zo dat we in de praktijk met name te maken hebben met de eerder genoemde voorbeelden van werkgevers of ex-partners. Andere (gekorte) giften in natura komen we in Putten zelden tot nooit tegen. Overigens kunnen we van onze eigen beleidsregels afwijken als blijkt dat de toepassing van deze beleidsregels een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor iemand anders die direct bij het besluit betrokken is. Dit is de zogenaamde hardheidsclausule.

3 van 5

Op grond van de participatiewet moet een inwoner alle informatie doorgeven die van invloed kan zijn op de hoogte van de uitkering. De participatiewet stelt (art. 17) dat een inwoner alles aan de gemeente moet meedelen waarvan hij redelijkerwijs kan aannemen dat dit van invloed zou kunnen zijn op de hoogte van zijn uitkering. Giften die geen invloed hebben op de hoogte van de uitkering, hoeven niet doorgegeven te worden. Er is dus geen specifiek drempelbedrag, maar de ‘drempel’ is het effect op de uitkering. Wij adviseren onze inwoners om bij enige twijfel altijd inkomsten of giften door te geven. Dat voorkomt dat zij later mogelijk toch geconfronteerd worden met terugvorderingen. Inwoners kunnen hierbij ook gebruik maken van de onafhankelijke inwonerondersteuner (OIO). Als gemeente zijn we hierin niet alleen reactief. We proberen juist zo veel mogelijk vooraf heldere informatie over deze zaken te verstrekken aan de inwoner. Ook bij heronderzoeken besteden we aandacht aan de verschillende rechten en plichten van de bijstand. Bij vragen nodigen we inwoners uit om ons hierover te benaderen. Als inwoners niet voldoen aan deze of andere verplichtingen in het kader van de participatiewet, kan of moet het college de uitkering verlagen (of terugvorderen) en/of boete opleggen. De boete kan alleen worden opgelegd bij het overtreden van de inlichtingenplicht.

Bij het bepalen van de hoogte van een boete of maatregel kijken we onder meer naar: -

Welke overtreding een inwoner precies heeft begaan.

-

In hoeverre de inwoner de overtreding te verwijten valt.

-

De middelen waarover de inwoner de beschikking heeft.

In de participatiewet, het boetebesluit sociale zekerheidswetten en de algemene wet bestuursrecht zijn de bepalingen over de boete en de maatregel uitgewerkt. De gemeente kan in bijzondere gevallen afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van artikel 18a, lid 7 van de participatiewet. Wij ontvangen signalen van het Inlichtingenbureau voor de uitvoering van de participatiewet. Voor zaken die van de bijstandsuitkering van belang kunnen zijn wordt informatie aan elkaar gekoppeld bij het informatieknooppunt Inlichtingenbureau. Bijvoorbeeld: nieuwe inkomsten, aanschaf van een voertuig of de start van een studie. Deze gegevens zijn afkomstig van bijvoorbeeld de gemeente, de belastingdienst, UWV, RDW. Deze gegevens worden doorgegeven aan de gemeente. Maandelijks leveren wij BSN nummers aan het inlichtingenbureau van cliënten met een uitkering. Op basis hiervan krijgen wij via een automatisch proces signalen binnen. Bij signalen waarbij wij we verwachten dat dit van invloed is op de uitkering, onderzoeken we dit verder. Vaak zijn de signalen echter niet relevant en soms hebben mensen de informatie ook zelf al doorgegeven

4 van 5

Als er sprake is van serieuze signalen (in incidentele gevallen) vragen we nadere informatie op bij de inwoner. Op basis hiervan wordt een besluit genomen. Door via het Inlichtingenbureau tijdig te acteren, valt het benadelingsbedrag en daarmee de vordering en/of boete lager uit omdat we de inwoner tijdig kunnen aanspreken op de situatie. Signalen of controleonderzoeken die daar aanleiding toe geven worden overgedragen aan de Sociale Recherche. Soms leidt dit tot een strafrechtelijk onderzoek. De landelijke Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude bepaalt wanneer strafrechtelijk onderzoek door de SR aangewezen is. We krijgen ook regelmatig anonieme meldingen die soms aanleiding geven onderzoek te starten. Dit komt vaak voor wanneer sprake is van samenwoning.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Putten,

mr. F.E. Contant,

H. A. Lambooij,

secretaris

burgemeester

5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9869152/1