CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

01.1 Adviesrapport gebiedsgerichte aanpak stikstof Noord-Veluwe

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Raadsinformatiebrieven5.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies Gebiedsgerichte aanpak stikstof Noord-Veluwe

rapportage

Inhoudsopgave 1.

Jullie vraag

3

2.

Bevindingen

6

3.

Ons advies

11

4.

Slotakkoord

15

5.

Bijlagen

16

Auteurs: Gerard van Santen, Coen Bernoster Versie: 3.0 Datum: 31-3-2021 Status: Definitief

2

1. Jullie vraag 1.1. Aanleiding De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de (te) grote hoeveelheid neerslag van stikstof leidt tot grote schade aan natuurgebieden. Dit geldt ook voor Nederlands grootste natuurgebied: de Veluwe in Gelderland. Om aan Europees afgesproken grenswaarden te voldoen, zal de hoeveelheid neerslag van stikstof op de Veluwe de komende jaren moeten halveren. Naast het Rijk werkt ook de Provincie Gelderland - samen met stakeholders binnen regio’s - aan aanvullende maatregelen die gericht zijn op het versterken van de natuur en het verminderen van de stikstofdepositie. Daarvoor is de aanpak Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) opgesteld. In de vervolgfase zet de provincie in op de creatie van uitvoeringsallianties voor de Veluwe, Achterhoek en Rijntakken. Deze allianties moeten voor de realisatie van de gestelde ambities zorgen. Vanuit een geografisch standpunt wordt de regio Noord-Veluwe omringd door drie grote Natura2000 gebieden (Veluwe, Randmeren, IJsseltakken). Met name de flora en fauna op de Veluwe is gevoelig voor de neerslag van stikstof. Naast het beschermen van dit unieke stukje natuur wil de regio Noord-Veluwe ruimte blijven bieden voor ontwikkeling op de thema’s werken, wonen en recreëren. Dat maakt het vinden van toekomstbestendige oplossingen een complexe uitdaging.

at ra

De zeven Noord-Veluwse gemeenten1 vinden het belangrijk om verder te kijken dan sectorale maatregelen of alleen de stikstofproblematiek. Er komen namelijk allerlei transities op de regio af; van woningbouwopgaves tot regionale energiestrategie en van verduurzaming van de landbouw tot veerkrachtig maken van landgoederen. Het gebied moet centraal komen te staan. De uitdaging is de juiste ontwikkeling op de juiste plek te krijgen.

1.2. Leeswijzer In dit adviesrapport leest u achtereenvolgens de vraagstelling voorafgaand aan het advies (1.3) en de aanpak die is gevolgd om tot resultaat te komen (1.4). In hoofdstuk 2 zijn de bevindingen opgenomen van de verkennende gesprekken met gemeenten, de gebiedstafels en verdere onderlinge afstemming. Hoofdstuk 3 bevat ons advies, op basis van de opgehaalde resultaten, over hoe een gebiedsgerichte aanpak stikstof het beste kan worden ingericht. Het laatste hoofdstuk (4) bevat een slotakkoord met een paar aanbevelingen voor de volgende stap. Al het relevante kaartmateriaal dat tijdens de aanpak is verzameld en opgesteld, is opgenomen in de bijlagen.

1 Gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Hattem.

3

1.3. Vraagstelling De Noord-Veluwse gemeenten willen graag inzetten op een gezamenlijke, gebiedsgerichte aanpak stikstof. Ze hebben Over Morgen gevraagd hierin te adviseren en ons de volgende vraag gesteld: “K Ov M regio Noord-Veluwe ondersteunen bij het opstellen en (coördineren van het) uitvoeren van de ch p f?”. De uitvraag naar een gebiedsgerichte aanpak stikstof Noord-Veluwe bestond uit drie fases: • • •

Voorbereiding (fase 1): het verkennen van en adviseren over hoe een gebiedsgerichte aanpak stikstof van de grond kan komen. Uitwerking (fase 2): het inrichten en verankeren van de gebiedsgerichte aanpak voor een succesvolle uitvoering. Uitvoering (fase 3): het uitvoeren van de gebiedsgerichte aanpak.

Dit adviesrapport richt zich op de uitwerking van de voorbereidingsfase (fase 1) met aanbevelingen voor de verdere uitwerking (fase 2 en 3) van een gebiedsgerichte aanpak stikstof Noord-Veluwe. De uitgevoerde werkzaamheden hadden als doel ervoor te zorgen dat helder is hoe, met welke partners en met welke inzet van wie de gebiedsgerichte aanpak stikstof voor de Noord-Veluwe opgesteld wordt. Daarmee verzekert de regio Noord-Veluwe zich van een lokale, gedragen en onderbouwde aanpak die kan aanhaken op de ontwikkelingen binnen de Provincie Gelderland en van een eigen gebiedsgerichte agenda waar zij als regio mee aan de slag kan!

ONZE VISIE OP STIKSTOFMAATREGELEN Er zijn meerdere type maatregelen te treffen. Aan de ene kant maatregelen die direct bijdragen aan het oplossen van de stikstofproblematiek. Die zitten (op regionaal niveau) veelal in het domein van de agrarische sector. Dat betekent vaak grote en moeilijke ingrepen. Aan de andere kant, kijkend naar de (toekomstige) samenwerking, bewustwording, gedragsverandering zijn ook andere maatregelen nodig, die indirect inspelen op de stikstofproblematiek. Die dragen dan misschien kwantitatief niet zoveel bij, maar zijn wel belangrijk voor draagvlak en gezamenlijk eigenaarschap van de aanpak. Want deze problematiek gaat ook over gedragsverandering voor de samenleving als geheel. Het is niet terecht en eerlijk wanneer de agrariër daarin alleen moet bewegen. Daarnaast leent de aanpak van de stikstofproblematiek zich voor programmatisch werken. Een losse verzameling projecten mist wat ons betreft kracht, samenhang en robuustheid. Wij vinden het belangrijk om dwarsverbanden te leggen, logica en focus aan te brengen en met elkaar voor een gedragen en onderbouwd afwegingskader te zorgen. Met de regio Noord-Veluwe willen wij gezamenlijke speerpunten kiezen en bewaken; uiteraard in samenwerking met de provincie Gelderland en de Rijksoverheid.

1.4. Aanpak Om de doelstelling te bereiken is de afgelopen maanden (oktober 2020 t/m maart 2021) onderstaande aanpak doorlopen.

4

Afstemming provincie Gelderland Aanvullend op deze stappen is gedurende het proces een aantal keer afstemming geweest met de provincie (programmamanager Simone Balhuizen en gedeputeerde Peter Drenth) over de aanpak, voorlopige resultaten en te varen koers.

2. Bevindingen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de belangrijkste bevindingen uit de gespreksrondes met de gemeenten, provincie en gebiedspartners. Allereerst is, op basis van de gegevens uit het Gelders Datahuis Stikstof van de provincie, de stikstofproblematiek voor de regio Noord-Veluwe in kaart gebracht. Deze kaarten zijn te vinden in de bijlagen en tonen de kritische depositiewaarden, maar ook de emissies uitgesplitst per sector. Ten tweede zijn verkennende gesprekken met de gemeenten gevoerd waarin een beeld gevormd is over welke aandachtspunten en ontwikkelingen er allemaal spelen in het buitengebied: waar liggen kansen om stikstofruimte te winnen en waar is vraag naar stikstofruimte om te kunnen ontwikkelen? De uitkomsten van deze gesprekken zijn gestructureerd per omgevingsthema tot thema-kaarten (zie 2.1). Deze zijn opgenomen in de bijlagen. De thema-kaarten geven een indruk van alle ontwikkelingen die (mogelijk) de komende jaren plaatsvinden in de regio Noord-Veluwe. De kaarten bouwen op en leiden uiteindelijk tot een totaaloverzicht. In de volgende paragraaf worden de uitgewerkte omgevingsthema’s toegelicht. Het betreft hier een inventarisatie op hoofdlijnen om overzicht en inzicht te creëren in de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen.

Alle thema-kaarten samen hebben geleid tot een overkoepelende gebiedsfoto die bruikbaar is als stip op de horizon voor de verdere uitwerking van een programma gebiedsgerichte aanpak stikstof Noord-Veluwe. Op deze overkoepelende gebiedsfoto staan mogelijke proeftuinen (zie 2.2) waarbinnen verdere uitvoering met projecten plaats kan gaan vinden. Deze gebiedsfoto en proeftuinen beogen geen harde zonering of regels op te leggen maar bieden een hoog-over perspectief (streefbeeld) waarlangs het gebied zich verder zou kunnen ontwikkelen. Het heeft daarmee dus ook niet de status van een ruimtelijke visie of omgevingsbeleid. Aan de gebiedsfoto met mogelijke proeftuinen zijn ook een tweetal organisatorische programmalijnen gekoppeld (zie 2.3) Als laatste zijn deze voorlopige resultaten in twee gebiedstafels met partijen uit het gebied besproken en gevalideerd (zie 2.4). De gespreksverslagen hiervan zijn opgenomen in de bijlagen.

2.1. Thema-kaarten De thema-kaarten geven de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen weer voor de verschillende thema’s in de regio oord-Veluwe. Ze lopen uiteen van concrete plannen tot eerste ideeën. De thema-kaarten doen geen uitspraak over of en hoe uitvoering plaatsvindt. De thema-kaarten zijn opgenomen in de bijlagen. Wonen Op de thema-kaart Wonen zijn de belangrijkste woningbouwprojecten die momenteel lopen, of op korte termijn van start gaan, opgenomen. Het gaat dan om projecten van enige omvang (ca. 10 – 200 woningen). Uit de verkennende gesprekken is gebleken dat het realiseren van één of enkele nieuwbouwwoningen in het buitengebied van de Noord-Veluwe geen noemenswaardige problemen met zich meebrengt met het oog op de stikstofproblematiek. Daarnaast toont de kaart op welke plekken voor de middellange termijn mogelijkerwijs projecten in ontwikkeling komen en/of waar voor de lange termijn de visie/het idee is woningbouwontwikkelingen mogelijk te maken. Ook zijn enkele ontwikkelgebieden opgenomen waar meerdere woningbouwprojecten nabij elkaar (gaan) spelen. Agrarisch Vanwege de bijzondere rol, belang en impact van de agrarische sector in de stikstofproblematiek, is hier een aparte thema-kaart van gemaakt naast ‘bedrijven’ in meer algemene zin.

Voor de gehele oord-Veluwe geldt allereerst dat het beter inzichtelijk krijgen van stikstofruimte in huidige vergunningen als belangrijk

aandachtspunt wordt genoemd. Ook het stoppen van de nertsenhouderij is een ontwikkeling die voor de gehele regio impact heeft. Op de thema-kaart zijn plekken en/of gebieden aangewezen waar door (mogelijk) stoppende agrarische bedrijven, verplaatsing of extensivering potentiële stikstofwinst zou kunnen worden behaald. Tegelijkertijd is ook geïnventariseerd waar in de regio juist ruimte is of zou moeten komen voor versterking van agrarische bedrijfsvoering door behoud en ontwikkelkansen. Bedrijven et als voor het thema ‘agrarisch’ is ook voor bedrijven geconcl deerd dat beter inzicht in de stikstofr imte in huidige vergunningen noodzakelijk is. Verder is volgens eenzelfde opzet als bij ‘agrarisch’ op de kaart inzichtelijk gemaakt waar potentiële stikstofwinst ligt door (mogelijk) stoppende bedrijven of verplaatsing. Ook is op de thema-kaart weergegeven waar juist ruimte is of zou moeten zijn voor versterking door behoud en ontwikkelkansen. Natuur Voor het omgevingsthema ‘nat r’ is de insteek gekozen om vooral te identificeren waar plekken of gebieden liggen die mogelijk kansen bieden voor natuurinclusieve ontwikkelingen, met name in de landbouw. Daarnaast is ook hier weer gekeken naar waar juist ruimte is of zou moeten zijn voor versterking door het creëren van buffers en natuurontwikkeling in kader van Gelders Natuur Netwerk.

Als belangrijke pijlers voor de verbinding van de Veluwe met het buitengebied zijn de Hierdense en Hattemse Poort op kaart gezet. Recreatie De Veluwe is één van de belangrijkste recreatiegebieden in Nederland. Daarom ook voor dit omgevingsthema een aparte thema-kaart. Er is enerzijds gekeken naar de ontwikkeling waarbij recreatie wordt omgevormd naar permanente bewoning, anderzijds wederom naar plekken waar ruimte is of zou moeten zijn voor versterking door ontwikkeling van nieuwe recreatie. Een algemeen geldend aandachtspunt voor de hele regio is de zorg over de recreatieve zonering van de Veluwe. Blijft er nog voldoende ruimte en perspectief voor recreatie? Overig aast de behandelde omgevingsthema’s is een aparte thema-kaart gemaakt waarop ook een tweetal overige aandachtspunten zijn benoemd. Allereerst de aanwezigheid van landgoederen. Binnen de Regionale Energie Strategie Noord-Veluwe (RES) is gebleken dat er mogelijk kansen liggen om binnen (enkele) landgoederen te werken aan het combineren van functies. In de verkennende gesprekken is geconcludeerd dat het goed is hierbij ook de stikstofproblematiek aan te haken. Ten tweede zijn er vanuit de Noord-Veluwe ook allerlei relaties en dwarsverbanden te leggen met aangrenzende regio’s zoals Foodvalley, Zwolle en de Randmerenkust.

Ontwikkelingen in het kader van de energietransitie hebben in de gesprekken ook de revue gepasseerd, maar er is voor gekozen het primaat bij de RES te laten en onderling afstemming op te blijven zoeken. Daarom staan deze ontwikkelingen niet op de thema-kaarten.

2.2. Gebiedsfoto met proeftuinen Vanuit de opbouw van de thema-kaarten is een gebiedsfoto gemaakt. De hoofdlijnen zijn neergezet waardoor er een streefbeeld ontstaat voor het vervolg van de gebiedsgerichte aanpak stikstof Noord-Veluwe. Van de Veluwe richting Veluwemeer tekenen zich verschillende zones af. Elke zone kent een richtinggevend ontwikkelperspectief. Dat wil niet zeggen dat hier niets anders mogelijk is, maar hiermee ontstaat wel een stip op de horizon die de regio kan gebruiken om focus te leggen in het vervolg. Samen met de gebiedspartners kan de regio Noord-Veluwe in de verschillende zones experimenten en projecten starten die passen bij het richtinggevend ontwikkelperspectief van die zone. We noemen dit ‘het starten van proeftuinen’ naar analogie

7

van GMS. De proeftuinen vormen samen met een organisatorische aanpak (zie 2.3) de basis voor een programma gebiedsgerichte aanpak stikstof Noord-Veluwe. De gebiedsfoto geeft richting en is niet bedoeld als een vaste gebiedsindeling. In de verdere uitwerking van het programma en het vervolg van de gebiedsgerichte aanpak kan deze gebiedsfoto bijgesteld en verfijnd worden. Proeftuin 1: natuur toevoegen/buffers creëren Aan en in de randen van de Veluwe kan de regio projecten starten met als doel natuur toe te voegen om de natuur te versterken in het kader van het Gelders Natuur Netwerk. Tegelijkertijd kan de regio zich richten op het creëren van buffers tussen de stikstofgevoelige natuur en het woon-werkgebied van de Noord-Veluwe waarin ontwikkelingen mogelijk blijven. Aandachtspunt is echter wel dat dit niet gaat leiden tot uitbreiding van stikstofgevoelige natuur waardoor de problematiek verplaatst of wordt vergroot. Proeftuin 2: bufferzone landgoederen/natuurinclusieve landbouw De gebiedsgerichte aanpak stikstof kan zich verbinden met het initiatief van de energieke landgoederen uit de RES. Met name in de zone om de Veluwerand heen willen landgoederen werken aan natuurinclusieve landbouw. Op die manier blijft landbouw in een ander jasje mogelijk, wordt een extra bufferzone gecreëerd en wordt er gewerkt aan nieuwe impulsen voor de landgoederen.

Op de gebiedsfoto zijn buiten deze zone ook een aantal andere landgoederen aangeduid die in de verkennende gesprekken zijn geïnventariseerd. Uitdaging is om in de uitwerking van initiatieven tegelijkertijd juist ook het gebied tussen de landgoederen hierbij te betrekken zodat samenhang ontstaat. Eén van de belangrijkste aandachtspunten is de (economische) levensvatbaar en toekomstbestendigheid van een natuurinclusieve bedrijfsvoering voor de landbouw. Proeftuin 3: versterkingsgebieden landbouw De landbouw is als grondgebonden sector onlosmakelijk verbonden met de historie, landschapsinrichting, sociale samenhang en economische bedrijvigheid van de Noord-Veluwe. Naast natuurinclusieve landbouw in proeftuin 2 moet ook ruimte zijn voor initiatieven met andere vormen van bedrijfsvoering en ruimte wanneer agrarische bedrijven willen verplaatsen naar een locatie waardoor de depositie die zij veroorzaken afneemt. In deze proeftuin staat ontwikkelperspectief voor agrariërs centraal. Vormen van grondmobiliteit zouden kunnen helpen om tot optimalere gebiedsinrichting te komen. Behoefte aan dergelijke initiatieven blijkt aanwezig. Verduurzaming van de bedrijfsvoering is onderdeel van het ontwikkelperspectief. Aandachtspunt is dat het bieden van ontwikkelperspectief en verduurzaming van de sector impact heeft op de beschikbare ruimte die andere functies kunnen innemen.

Dat vraagt om duidelijke en robuuste keuzes. Proeftuin 4: plas-dras/weidevogels/landbouw Deze proeftuin aan met name de Randmeerkust biedt ruimte voor initiatieven die plas-dras maatregelen met weidevogelbeheer en agrarische bedrijfsvoering combineren. Aandachtspunt is dat een succesvolle combinatie van weidevogelbeheer en agrarisch gebruik vraagt om goede onderlinge afstemming (o.a. mestbeleid, weidegang). Dit gebeurt momenteel al in bijv. Polder Oosterwold. Een ander aandachtspunt is dat weidevogelbeheer zich vaak moeilijk laat combineren met andere functies met grote ruimtelijke impact, bijv. duurzame energieopwekking. Proeftuin 5: ontwikkelperspectief recreatie Verspreid over de Noord-Veluwe liggen kansen voor het bieden van ontwikkelruimte voor nieuwe of aangepaste vormen van recreatie om ook de recreatieve waarde van het gebied (o.a. Randmeerkust en Veluwe) te behouden en benutten. Daarbij liggen op gebieds- en projectniveau kansen om te combineren met natuur, landgoederen, agrarische bedrijfsvoering. Aandachtspunt is om samenhang en een overkoepelende visie te bewaken. De gebiedsfoto met bovengenoemde proeftuinen is op de volgende pagina weergeven en tevens opgenomen in de bijlage als onderdeel van de thema-kaarten.

8

mpact verstedelijkingsopgave regio Zwolle

at

r toevoegen b ffers cre ren

fferzone landgoederen nat rincl sievelandbo w

Versterkingsgebieden landbo w otentieel concentratiegebied woningbo w

las dras weidevogels landbo w

ntwikkelperspectief recreatie amenwerking andere regio s rondom agrarische enclave

2.3. Programmalijnen Naast de vijf inhoudelijke programmalijnen (zgn. proeftuinen) die in de vorige paragraaf zijn beschreven, is uit de verkennende gesprekken geconcludeerd dat een succesvolle gebiedsgerichte aanpak stikstof NoordVeluwe ook vraagt om twee organisatorische programmalijnen. Een verdere uitwerking van deze programmalijnen maakt deel uit van ons advies en wordt gegeven in het volgende hoofdstuk. Het betreft: • •

Basis op orde brengen Het goed in beeld krijgen van de 0-situatie qua huidige vergunningen en stikstofruimte. Loketfunctie en erfcoaches Een plek bieden waar vragen kunnen worden belegd en van waar gebouwd wordt aan inzicht en een relatie met en tussen alle betrokkenen.

2.4. Gebiedstafels Op 19 en 21 januari 2021 zijn online gebiedstafels gehouden met belangrijke partners uit het gebied. Vanuit het bedrijfsleven (VNO-NCW, MKB Nederland, bedrijvenpark H2O), de agrarische sector (diverse LTO afdelingen), enkele landgoederen, natuurorganisaties en de Regionale Energie Strategie is gesproken over de problematiek, kansen en uitdagingen en de toegevoegde waarde van een gebiedsgerichte aanpak. De deelnemers aan de gebiedstafels zijn (online) rond de kaart gaan zitten en hebben geïnventariseerd waar kansen en knelpunten liggen. De gebiedsfoto en programmalijnen zijn ook gedeeld om te valideren met gebiedspartners en dit adviesrapport te verrijken.

3. Ons advies De bevindingen van hoofdstuk 2 vormen een mooie basis voor het vervolg. De provincie Gelderland is enthousiast over de gekozen aanpak in Noord-Veluwe. In een bestuurlijk overleg met de provincie op 14 januari 2021 is afgesproken dat de proeftuinen en de gebiedsfoto als streefbeeld het vertrekpunt zijn voor verdere samenwerking binnen GMS tussen provincie en regio Noord-Veluwe. De deelnemers aan de gebiedstafels hebben de bevindingen en een concept adviesrapportage besproken. Het volmondig instemmen met de rapportage is een brug te ver. Daarvoor zijn er, vooral bij de agrariërs, nog te veel zorgen. Het hele stikstofdossier (landelijk en provinciaal) ademt te veel uit dat het gaat om landbouw terugdringen. De indruk wordt gewekt dat stikstofwinst wordt gehaald uit landbouw en daarmee kunnen overige sectoren ontwikkelen. Te weinig aandacht en perspectief wordt geboden voor de ontwikkeling van de landbouw zelf en de duurzame toekomst die zij nodig hebben. Het eenzijdig aankopen door de provincie van kalverbedrijven en twee bedrijven rond Elburg zijn volgens agrarische vertegenwoordigers signalen die duidelijk maken hoe tegen de landbouw in Noord-Veluwe wordt aangekeken. Dit neemt niet weg dat ook de landbouw aanknopingspunten ziet in de gebiedsgerichte aanpak Noord-Veluwe vanuit deze fase.

De benadering van proeftuinen om vorm te geven aan kansen, nieuwe ontwikkelingen en innovatie wordt gezien als belangrijk en perspectiefvol. De andere deelnemers (MKB, natuurorganisaties, landgoederen) zien dit ook en zien de uitkomsten van fase 1 als een kans om door te pakken. Ook de wethouders van de gemeenten zelf zien met deze resultaten mogelijkheden voor de gezamenlijke uitvoering. Naast de inhoudelijke uitkomsten van de gebiedsfoto en de programmalijnen is ook de overtuiging gegroeid dat onderling samenwerken op dit dossier loont. Het is volgens de gemeentelijke bestuurders ook nodig zodat de regio zelf sturing kan blijven geven aan de toekomst van de Noord-Veluwe. De gemeenten, provincie en deelnemers aan de gebiedstafels zien allemaal de urgentie om voortvarend met het stikstofvraagstuk aan de slag te gaan. De gemeenten om ontwikkelingen in het gebied mogelijk te (blijven) maken. De provincie om stikstofwinst te boeken (o.a. door het aankopen van bedrijven). De deelnemers aan de gebiedstafels om perspectief te krijgen voor te maken keuzes op bedrijfsniveau (innoveren, huidige koers bijstellen of beëindigen) en voor de ontwikkeling van het gebied (toekomst voor ontwikkeling landbouw, bedrijfsleven en landgoederen). De stip op de horizon die als resultaat van deze eerste fase is gezet helpt daarbij.

Niet zozeer als scheidslijn over wat wel en wat niet mag, maar wel als richting voor de verdere stappen naar de ontwikkeling van het gebied. Vanuit de stip op de horizon die in fase 1 is neergezet adviseren wij twee kanten op te gaan bewegen. Enerzijds een stap terug waarin vooral het inventariseren van de huidige situatie centraal staat om de basis op orde te krijgen. Anderzijds een stap vooruit om tot uitwerking en concretisering van de proeftuinen te komen.

11

BASIS OP ORDE Herhaaldelijk is de afgelopen maanden naar voren gebracht dat de 0-situatie niet goed in beeld is. Bedrijven zonder (actuele) vergunning vervuilen het huidige beeld van de 0-situatie voor de emissie van bestaande bedrijven. Dit kunnen landbouw maar zeker ook andere bedrijven zijn. Ook is er sprake van ongebruikte ruimte (wel vergunning maar bijv. geen of minder dieren op het bedrijf). Dit is een gevoelig punt omdat het gaat om vergunde rechten in relatie tot ruimte die soms slechts tijdelijk niet gebruikt wordt. Ons advies is het gesprek hierover aan te gaan met ondernemers en te bespreken hoe zij zelf naar de ontwikkeling van hun bedrijf kijken. Is de wens voor continuïteit of doorontwikkeling aanwezig dan kan de vergunde situatie zo blijven. Is er sprake van afbouw van het bedrijf dan kan na instemming van de ondernemer de vergunning worden aangepast, waarna de vrijkomende stikstofruimte op een andere manier kan worden benut. Ruimte die vergund is en structureel niet gebruikt wordt kan ook oplossing bieden voor agrarische bedrijven die willen ontwikkelen in de regio. Goede registratie en, waar wenselijk, het legaliseren van de individuele bedrijfssituatie vraagt een inspanning van een aantal ‘dossiervreters’ die in samenwerking met de individuele gemeenten, provincie, RUD, gebiedspartners etc. de basis op orde brengen.

Ook in de Kop van de Veluwe (economie) wordt gesproken over vergunningen van bedrijven en bedrijfsbezoeken. Hierin is samenwerking wenselijk om te voorkomen dat bedrijven twee keer benaderd worden.

Op basis van de resultaten tot nu toe is ons advies om verder te gaan met de gebiedsgerichte aanpak stikstof in de Noord-Veluwe. De gemeenten spreken in hun oorspronkelijk plan over drie fasen. Fase 1 is met deze rapportage afgerond en ons advies is verdere stappen te nemen met fase 2 en fase 3. In fase 2 staat centraal de verdere uitwerking en het kwartier maken voor een uitvoeringsprogramma en de organisatie ervan. In fase 3 kan de uitvoering daarvan dan ter hand genomen worden. Hieronder gaan we in op de belangrijkste punten van beiden fasen. Tenslotte geven we ook een advies over de wijze van samenwerken en de overlegstructuur. Fase 2: Uitwerken, concretiseren en kwartier maken Als vervolg op fase 1 adviseren wij om tot een uitwerking te komen van inhoud, organisatie en financiële middelen. Daarmee legt de regio Noord-Veluwe een stevig fundament voor de toekomstige uitvoering. Elementen die in deze fase 2 aan bod moeten komen: • • •

Verdere afstemming met de provincie Gelderland over de aanpak en financiering van de gebiedsgerichte aanpak stikstof. Het uitwerken en concretiseren van de proeftuinen: samen met provincie en gebiedspartners aan de slag gaan met kansrijke ontwikkelingen. De wijze waarop de organisatie en samenwerking in het gebied versterkt kan worden. Denk hierbij aan de basis op orde brengen, onderlinge samenwerking tussen de gemeenten voor (complexe) vragen, naar buiten gaan met erfcoaches voor boeren, bedrijven en buitenlui en de samenwerking met de provincie en andere gebiedspartners in de door de provincie voorgestelde ‘Vel we-alliantie’.

Om fase 2 te bewerkstelligen is het wenselijk om een projectleider/kwartiermaker aan te stellen om deze uitwerking ter hand te nemen. Voor deze persoon zal budget beschikbaar gesteld moeten worden vanuit de gemeenten uit de Noord-Veluwe (en bij voorkeur met cofinanciering vanuit de provincie Gelderland).

12

CONCRETISEREN PROEFTUINEN In de Noord-Veluwe zijn er meerdere kansen en ontwikkelingen die vanuit een gebiedsgerichte aanpak stikstof concreet opgepakt kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn: •

De samenwerking die gestart is tussen de landgoederen. De gesprekken over samenwerking en verbeteren van het verdienmodel voor landgoederen te verbreden van duurzame energie naar samenwerking voor ontwikkeling landbouw, landschap en recreatie op landgoederen.

•

Het bevorderen van de grondmobiliteit in het gebied. Met kavelruil bedrijven met toekomstperspectief meer kansen geven voor grondpositie. Behoefte aan mobiliteit is aanwezig. Hierin kunnen andere maatschappelijke belangen meegenomen worden (juiste ontwikkeling op juiste plek)

•

(Agrarische) ondernemers die stappen willen zetten in hun bedrijfsontwikkeling faciliteren met coaching en meedenken over de (on)mogelijkheden in kader van stikstof en ruimtelijk beleid

•

De extra financiële middelen die vanuit het Rijk richting provincie komen voor natuurversterking inzetten om bestaande natuur robuuster te maken. De kansen die deze middelen geven vragen een nadere uitwerking met landgoederen, terreinbeherende organisaties en landbouw gericht op natuurbeheer vanuit agrarisch gebruik met passende vergoedingen.

•

Gebiedsontwikkeling die ontstaat als gevolg van de aankoop van bedrijven door de provincie. De herbestemming van bedrijven die aangekocht worden vanuit de aankoopregeling kalverhouderij en de aankoop van twee bedrijven bij Elburg vraagt om uitwerking op de locatie zelf en/of als motor voor een groter gebiedsproces.

Fase 3: Uitvoering Nadat in fase 2 de verdere uitwerking en concretisering heeft plaats gevonden kan in fase 3 worden doorgepakt met de uitvoering. De precieze uitwerking hiervan zal vooral vanuit de resultaten en voortgang van fase 2 worden ingekleurd. Belangrijke onderdelen van fase 3 zijn: •

• • •

•

•

13

Regisseren: de samenwerking, samenhang en integraliteit bewaken en uitbouwen. Zorgdragen voor de verbinding met de belangrijkste stakeholders in het gebied, de provincie Gelderland en de individuele gemeenten in de Regio Noord-Veluwe. Basis op orde brengen: de 0-situatie goed in beeld brengen en voorzien van goed databeheer (zie ook kadertekst ‘basis op orde’). Loketfunctie voor (complexe) vragen: individuele vergunnings- en ontwikkelvragen en nieuwe gebiedsontwikkelingen begeleiden vanuit het principe ‘juiste ontwikkeling op de juiste plaats’. Naar buiten gaan met erfcoaches voor boeren, bedrijven en buitenlui: ondersteunen van (agrarische) bedrijven die, zoekende naar een juiste toekomstinvulling voor hun bedrijf en/of bedrijfslocatie, het lastig vinden keuzes te maken door alle ontwikkelingen op gebied van beleid en regels. Een erfcoach die als vertrouwenspersoon en sparringpartner meedenkt blijkt hiervoor een goede hulp te zijn. Uitvoeren van proeftuinen en actualiseren van gebiedsprogramma: proeftuinen uit fase 2 verder uitvoeren (zie ook kadertekst ‘concretisering proeft inen’) en nieuwe projecten hieraan toevoegen in een gebiedsprogramma voor overzicht en samenhang van de gebiedsgerichte aanpak. Actie ondernemen om nieuwe projecten te ontwikkelen waar dit wenselijk is. Financiering zal op projectniveau plaatsvinden.

Gemeenten zullen op projectniveau een besluit nemen over een eventuele financiële bijdrage aan het project. Communiceren: over de ontwikkelingen, leerervaringen en resultaten van de gebiedsgerichte aanpak richting de diverse doelgroepen.

Wijze van samenwerken en overlegstructuur Voor het verdere vervolg (fase 2 en fase 3) is ons advies gebruik te maken van de samenwerking en overlegstructuur die tot stand is gebracht in fase 1. In de afgelopen maanden is er een samenwerking in het gebied ontstaan in de vorm van gebiedstafels en overleg met deelnemers van deze tafels met een aantal van de wethouders. Het gesprek en de betrokkenheid van de gebiedspartners is essentieel voor het vervolg. Het ingezette overleg met gebiedspartners en een vertegenwoordiging van de wethouders is daarvoor een goed middel en kan met regelmaat terugkeren. De samenstelling van de gebiedspartners zal nog uitgebreid moeten worden met recreatie en niet-agrarisch bedrijfsleven. Waar nodig kunnen uitgebreidere gebiedsraadplegingen plaatsvinden met gebiedstafels. Voor de gemeenten is het wenselijk de gebiedsgerichte aanpak stikstof een vast agendapunt te laten zijn op het portefeuillehouders overleg Ruimte en Wonen van de Noord-Veluwe. Belangrijk om daarvoor ook de gemeenten Harderwijk en Hattem mee te nemen in het vergaderschema hiervan. Het ambtelijk overleg heeft de afgelopen periode vooral een informatief karakter gehad. Voorstel is om gericht één of meerdere werkgroepen in te stellen die in fase 2 onder leiding van de kwartiermaker/projectleider met de uitwerking concreet aan de slag gaan.

Het overleg met de provincie kan gecontinueerd worden in de structuur die binnen het GMS daarvoor reeds functioneert. Belangrijk is om met regelmaat de provincie uit te nodigen bij het portefeuillehouders overleg van de regio Noord-Veluwe. Ook is samenwerking en afstemming gewenst met de uitvoeringsalliantie Veluwe die vanuit het GMS wordt opgericht. Deze uitvoeringsalliantie moet nog worden opgezet.

REGIONALE TASKFORCE VS. UITVOERINGSALLIANTIE VELUWE De provincie zet vanuit GMS in op de creatie van uitvoeringsallianties voor de Veluwe, Achterhoek en Rijntakken. Deze allianties moeten voor de daadwerkelijke uitvoering ‘in het veld’ gaan zorgen. Wij adviseren de regio Noord-Veluwe de regionale taskforce aan te bieden aan de provincie Gelderland als wenkend perspectief voor hoe zo’n een itvoeringsalliantie er it kan zien. Met daaraan verbonden het aanbod om dit samen voor het Noord-Veluws grondgebied al op te tuigen. Om dit te laten slagen is het nodig dat de provincie de regio positie geeft als volwaardig en gelijkwaardig gesprekspartner met bijbehorende financiële ondersteuning voor het opzetten van de taskforce.

14

4. Slotakkoord In hoofdstuk 2 hebben we onze bevindingen beschreven en in hoofdstuk 3 een uitgewerkt advies meegegeven voor de volgende fasen. Als slot van dit adviesrapport geven we de regio graag nog een aantal overpeinzingen mee:

15

•

‘G p , f v p z ’. De gemeenten hebben een eerste stap gezet door een vraag te stellen (zie 1.3) en gezamenlijk met het gebied op zoek te gaan naar een antwoord hierop. Nog niet alle antwoorden zijn te geven en daarom zijn ook niet alle vragen in dit advies beantwoord. De regionale band en samenwerking is goed en toe aan de volgende stap. Daarmee wordt de samenwerking levend, actief en een verdere aanpak succesvol. Ook de samenwerking met de provincie is nog niet concreet genoeg. Zeker ten aanzien van het financiële kader was de verwachting dat hier concretere afspraken zouden liggen. Ondanks dat, denken wij dat het belangrijk is om juist uit te gaan van de eigen kracht van de regio Noord-Veluwe en alvast de volgende stap te zetten in de gezamenlijke aanpak.

•

‘ ag dd dach aa d slag, maa k l x b l z da j k bl jv b w ’. In de afgelopen periode hebben we in kort tijdsbestek veel informatie en inzicht opgehaald over de ontwikkelingen in de Noord-Veluwe. De conclusie is dat er in de relatieve smalle strook tussen de Veluwe en de Randmeren veel gebeurt en op stapel staat. De resultaten van het huidig traject zijn gebaseerd op de kennis van al deze ontwikkelingen en worden mede daarom door de gemeenten zelf en de mensen uit het gebied herkend en gezien als waardevolle bouwstenen voor het vervolg. Ons advies is om deze werkwijze door te zetten: slagvaardig, gebaseerd op feiten, en tegelijkertijd inspelen op ontwikkelingen die voorbijkomen. Want één ding is zeker, van alle ontwikkelingen die we nu in kaart hebben gebracht zal van de meesten de uitkomst en realisatie anders zijn dan we nu denken. Dit vraagt lenigheid in het vervolg van de gebiedsgerichte aanpak.

•

‘Z g dm b l c aal’. Om tot oplossingen te komen voor de vele opgaven en ambities in het relatief smalle gebied van wonen en werken in de Noord-Veluwe vraagt puzzelen. Grond en grondmobiliteit is daarbij essentieel. Enerzijds om de juiste ontwikkeling op de juiste plek mogelijk te maken. Anderzijds om bedrijven ruimte en perspectief te geven voor het ontwikkelen van hun bedrijf op plaatsen waar het kan. Zeker vanuit de landbouw is de behoefte aan grondmobiliteit en kavelruil sterk aanwezig. De aankoop van bedrijven kan gebruikt worden om stikstofruimte te winnen maar tevens om met de grond gebiedsprocessen te starten. De ervaring leert dat met ‘r ilgrond’ op voorhand gebiedsprocessen en doelrealisatie een veel grotere kans van slagen heeft.

•

‘ lj b d bl k h d ’. Ons advies is nu vanuit het stikstofvraagstuk ontstaan, maar leent zich ook voor het aanhaken en gezamenlijk uitvoeren van andere, gemeentegrens overstijgende opgaven in het buitengebied (bijv. RES, klimaatadaptatie). Feitelijk hebben we een gebiedsfoto als streefbeeld ontwikkeld voor het buitengebied van de Regio Noord Veluwe. Ons advies is om met deze brede blik te blijven kijken. De toekomst van de Noord-Veluwe is niet gelijk aan de uitkomst van de opstelsom van de losse opgaven. Het gebied zelf staat centraal. Het draait om de juiste ontwikkeling op de juiste plek voor een toekomstbestendige Noord-Veluwe.

5. Bijlagen

16

•

Kaart Noord-Veluwe t.o.v. Natura2000

•

Kaarten Kritische Depositie Waarde stikstof en emissies per sector

•

Thema-kaarten en gebiedsfoto

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10354974/1