Z Koersdocument Herijking Werkom
Tekst van het document
2021/30859
Koersdocument Herijking Werkom
2021/30859
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Het vraagstuk van de strategische herijking Werkom
4
2.1 Gevolgen voor de doelgroepen 2.2 Autonome ontwikkelingen binnen Werkom 2.3 Gevolgen voor de bedrijfsvoering van Werkom 2.4 Het vraagstuk samengevat
5 6 6 7
3. Inhoudelijk kader
8
3.1 Terugkijken: ervaringen met de Participatiewet 3.2 Vooruitkijken:de arbeidsmarkt en sociale zekerheid in ontwikkeling 3.3 Maatschappelijke Visie en de strategische opgave Kansenongelijkheid tegengaan 3.4 Wat belanghebbenden zeggen
4 Een vernieuwde koers voor Werkom
8 9 11 12
13
4.1 Visie: Werkom als sociaal ontwikkelbedrijf 4.2 Uitgangspunten 4.3 Vervolg
13 14 17
5 Financiële gevolgen
18
5.1 Financiële gevolgen voor Werkom 5.2 Financiële gevolgen voor Zaanstad
18 19
Leeswijzer In dit document gaan we allereerst in op het vraagstuk over de strategische herijking Werkom. We brengen in beeld wat de aanleiding is en de impact op de organisatie. Daarna beschrijven we inhoudelijke ontwikkelingen: wat is er geleerd over de uitvoering van de Participatiewet? Welke ontwikkelingen zien we op de arbeidsmarkt en wat betekent dat voor toekomstig beleid? Hoe verhoudt de herijking zich tot de Maatschappelijke Visie en hoe draagt dit bij aan de strategi sche opgave om kansenongelijkheid tegen te gaan? Dit deel wordt afgesloten met een samenvatting van de input die bij stakeholders is opgehaald. Op basis daarvan is een toekomstkoers voor Werkom uitgewerkt. Het stuk sluit af met de financiële gevolgen van deze koers. Om een beeld te schetsen van de mensen die gebruik maken van Werkom, staan op verschillende plaatsen in het document casus beschrijvingen. Naar verwachting wordt dit stuk in het eerste kwartaal van 2022 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad van Zaanstad.
2
2021/30859
1. Inleiding In een ideale maatschappij zijn mensen voor een beperkte periode werkloos en ontwikkelen zij in die periode weer perspectief op een volgende baan. De meeste mensen doorlopen dit proces vrijwel zelfstandig en succesvol. Voor inwoners die vallen onder de Participatiewet is dit minder vanzelfsprekend. toekomst mensen te kunnen ondersteunen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. In dit document is de nieuwe koers uitgewerkt. Als gevolg daarvan moeten de taken en het type organisatie dat Werkom in de toekomst moet zijn, opnieuw worden vastgesteld.
Zij kunnen geen aanspraak maken op een andere uitkering en hebben vaak te maken met belemmeringen om te gaan werken. Daardoor hebben zij een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld door weinig of verouderde scholing, meerjarige werkloosheid, een arbeidsbeperking of problemen in de persoonlijke sfeer. Tegelijk verwachten we van alle inwoners dat zij meedoen in de samenleving. Het hebben van werk speelt daarin een belangrijke rol. De meeste mensen willen ook graag werken en zelf in hun inkomen voorzien. Maar voor een deel van de inwoners gaat dat niet vanzelf en is daar extra inzet en begeleiding nodig.
De waarde van werk Werk speelt een belangrijke rol in het leven van de meeste mensen en is belangrijk voor de maatschappij als geheel. Werk heeft economische waarde en creëert bestaans zekerheid voor veel werkenden. Maar werk heeft ook een grote maatschappelijke waarde, het draagt bij aan een gevoel van eigenwaarde en sociale contacten. Werkenden hebben ook minder gezondheidsproblemen dan nietwerkenden. In Zaanstad willen we kansengelijkheid bevorderen en dat iedereen kan meedoen naar vermogen. Is betaald werk (nog) te hoog gegrepen, dan vinden we andere manieren waarop inwoners zich betekenisvol kunnen inzetten. Deze ambitie is ook richtinggevend in het traject over de herijking van Werkom: re-integratie moet gericht zijn op duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en kansengelijkheid onder inwoners vergroten.
Een toekomstbestendig leerwerkbedrijf Werkom is opgericht om inwoners met een kwetsbare arbeidsmarktpositie en werkgevers dichter bij elkaar te brengen. In 2015 zijn er wetswijzigingen doorgevoerd die leiden tot een aantal autonome ontwikkelingen en die hebben invloed op de bedrijfsvoering van Werkom. Bij de presentatie van de begroting voor 2021 van Werkom werd geconstateerd dat het niet meer mogelijk is een meerjarig sluitende begroting op te leveren. Er is een nieuw inhoude lijk en financieel kader nodig voor Werkom om ook in de 3
2021/30859
2. Het vraagstuk van de strategische herijking Werkom In 2015 is een aantal wetswijzigingen doorgevoerd in de sociale zekerheid. Deze veranderingen passen in een tendens waarbij de hoogte van uitkering wordt versoberd en er steeds meer nadruk is komen te liggen op werk en activering. Gelijktijdig met deze wetswijzigingen zijn er forse bezuinigingen doorgevoerd op de re-integratiemiddelen. Sinds 2011 wordt op de vergoeding van de Wet Sociale Werkvoorziening (hierna: WSW of SW) bezuinigd. 3. De Participatiewet heeft de Wet Werk en Bijstand (WWB) vervangen De Participatiewet is bedoeld voor mensen die kunnen werken, maar tijdelijk niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien én die geen recht hebben op een andere uitkering. Sinds 2017 is beschut werk onderdeel geworden van deze wet.
De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. De toegang tot de WSW is afgesloten Deze wet was bedoeld voor mensen die door een fysieke, psychische of verstandelijke beperking niet aan het werk konden bij een reguliere baan. SW-bedrijven bieden een beschermde omgeving waar het werk wordt aangepast aan de mogelijkheden van deze mensen. Gemeenten ontvan gen middelen om de loon- en andere bijkomende kosten voor hen te betalen. De vergoeding per werknemer is dusdanig teruggebracht dat deze lager is dan de loon- en additionele kosten.
Binnen de Participatiewet is grofweg een aantal groepen mensen te onderscheiden: • ‘Klassieke’ bijstandsgerechtigden: mensen die ook onder de WWB vielen, waaronder ook statushouders. • (Jong)volwassenen met een arbeidsbeperking (indicatie banenafspraak). Voor 2015 konden zij aanspraak maken op de WSW of Wajong. • Niet-uitkeringsgerechtigden die zonder ondersteuning geen werk kunnen vinden.
2. De toegang tot de Wajong is sterk verscherpt De Wajong wordt uitgevoerd door het UWV en is alleen nog toegankelijk voor jongvolwassenen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Tot 2015 kwamen ook jongvolwassenen met een arbeidsbeperking, die niet volledig arbeidsongeschikt waren, in aanmerking voor deze uitkering. Die groep valt nu onder de Participatiewet. 4
2021/30859
Anja is aan de slag als webshopmedewerker Re-integratie kandidaat vanuit Participatiewet Anja (53 jaar) uit Assendelft is gestopt met werken toen haar dochter 1 jaar oud was. Dat was een bewuste keus: ze wilde graag thuis zijn voor de opvoeding van haar twee kinderen. In deze periode had Anja ook de mantelzorg over haar moeder en kreeg zij een fietsongeluk waarvan zij lang moest herstellen. Inmiddels hebben haar zoon en dochter de volwassen leeftijd bereikt en wil ze graag weer aan het werk. Ze heeft vroeger in een gordijnenatelier gewerkt, maar heeft verder niet heel veel werkervaring. Door haar gehoorbeperking (Anja is doof) is het nog eens extra lastig voor haar om na zo’n lange tijd een geschikte baan te vinden.
een zorgvuldige, betrouwbare medewerker en fijne collega. Ze krijgt een contract bij Werkom en doet ervaring op bij de afdelingen Verpakkingen en Elektromontage. Bij deze baan is haar beperking juist een kwaliteit Na een jaar geeft Anja aan dat ze klaar is voor een volgende stap: een baan buiten Werkom. Haar jobcoach ziet ook dat zij meer in haar mars heeft. Een van de adviseurs werk heeft pas een kennismakingsgesprek gehad bij Kampeer- en buitensportwinkel De Vrijbuiter in Zaandam. De contact persoon heeft positieve ervaringen met kandidaten vanuit de banenafspraak. En - in tegenstelling tot veel werkgevers - ziet zij ook geen beren op de weg als het gaat om Anja’s doofheid. En zo gaat Anja, na even twijfelen want het is een spannende stap en een grote verandering met wisselende werktijden, op gesprek. Het klikt en ze krijgt een jaarcon tract als webshopmedewerker. Ze heeft het erg naar haar zin. En het mooie is: haar gehoorbeperking blijkt voor dit werk juist een kwaliteit. Haar zicht is bovengemiddeld scherp ontwikkeld en daardoor weet ze snel haar weg te vinden in de winkel om de orders te verzamelen.
Zelfvertrouwen Zo kwam Anja vorig jaar vanuit de participatiewet binnen bij Werkom, waar ze aan de slag ging bij Werk in Zicht. Een fijne omgeving waar ze in het werkritme kan komen en bouwt aan haar zelfvertrouwen. Haar doofheid vormt, mede dankzij behulpzame collega’s en geduldige begelei ding geen belemmering in het werk. Anja ontpopt zich als
De beoogde transformatie bij de invoering van de Partici patiewet houdt in dat veel meer mensen met een arbeids beperking worden begeleid naar een passende baan bij een reguliere werkgever. Dat veronderstelt dat de arbeids markt inclusiever moet worden. De overheid faciliteert die inclusieve arbeidsmarkt met voorzieningen zoals loon kostensubsidie, jobcoaching, beschut werk en werkplekaanpassingen, maar verwacht van werkgevers dat zij vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemerschap deze mensen aannemen.
ting gaan ontwikkelen. De figuur laat zien dat het aantal mensen dat onder de Participatiewet valt naar verwachting de komende jaren blijft stijgen. De groep mensen met een arbeidsbeperking groeit (geel en rood) en de WSW ver dwijnt op termijn (oranje). De begeleidingsbehoefte van deze groep is groot en vaak ook langdurig. Het aantal mensen met een beschut werk indicatie groeit (grijs), maar dat aantal zal lager uitkomen dan het aantal mensen in de oude WSW. Op basis van de pensioengerechtigde leeftijden van SW-medewerkers, stromen de laatste mensen met een SW-indicatie uit in 2036. Dat gaat sneller dan de landelijke ontwikkeling.
De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de voormalige WSW en de Participatiewet, Werkom speelt hierin een belangrijke rol. Zij voert de WSW uit en begeleidt mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt die vallen onder de Participatiewet. Een overbrugbare afstand is gedefinieerd als mensen die binnen twee jaar moeten kunnen uitstromen naar werk naar vermogen. Mensen die voor 2015 recht hadden op een WSW-indicatie of Wajong-uitkering hebben deze rechten behouden.
600 550 500 450 400 350
Door deze wetswijzigingen is de samenstelling van in woners die vallen onder de Participatiewet veranderd. Deze groep mensen is diverser geworden en re-integratie is complexer. In Figuur 1 zien we hoe verschillende doel groepen die vallen onder de Participatiewet naar verwach
vml wajong
nw regulier
Wsw
WWB
2055
2050
2045
2040
2035
2030
2025
2.1 Gevolgen voor de doelgroepen
2020
2015
300
nw beschut
Figuur 1 : Verwachte ontwikkeling van inwoners van Zaanstad in de Pwet en WSW 5
2021/30859
2.2 Autonome ontwikkelingen binnen Werkom
Autonome ontwikkeling WSW en BW
De wetwijzigingen leiden tot drie autonome ontwikkelin gen die invloed hebben op de uitvoering van deze wetten en de organisatie Werkom: • Een daling van het aantal WSW-medewerkers; • De stijging van het aantal mensen dat beschut werkt; • Langdurige begeleiding voor mensen die werken en een arbeidsbeperking hebben.
500 450 400 350 300 250 200 150
Het uitgangspunt is dat van de oude WSW doelgroep nu tweederde werk moet vinden bij een reguliere werkgever. Eenderde krijgt een beschut werk indicatie. Deze indicatie is bedoeld voor mensen met beperkt arbeidsvermogen en een hogere begeleidingsbehoefte dan redelijkerwijs van reguliere werkgevers kan worden verwacht.
100 50
Totaal
In de praktijk zien we dat bijna alle mensen met een beschut werk indicatie werken binnen Werkom. In het recent gepubli ceerde regeerakkoord 2021 ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ is aangekondigd dat het aantal beschut werk plekken wordt uitgebreid. We hopen dat binnenkort duidelijk wordt wat dit betekent voor de financiering vanuit het Rijk en dus voor Werkom en Zaanstad.
2035
2035
2034
2032
2033
2031
2029
WSW
2030
2027
2028
2026
2025
2024
2022
2023
0
BW
Figuur 2 : De verwachte ontwikkeling van de mensen die werken met een SW of beschut werk indicatie
2.3 Gevolgen voor de bedrijfs voering van Werkom
De daling van het aantal mensen dat bij Werkom werkt met een SW-indicatie en de stijging van het aantal mensen dat werkt met een beschut werk indicatie is in figuur 2 in beeld gebracht voor gemeente Purmerend en Zaanstad samen. We zien dat het aantal mensen met een SWindicatie met ongeveer met 5% per jaar afneemt. Het aantal mensen dat werkt met een beschut werk indicatie stijgt na een wat trage start snel, maar die groei vlakt daarna af. De totaallijn laat zien dat het aantal mensen dat zal werken met een indicatie in de toekomst zal dalen. De derde autonome ontwikkeling is de groei van het aantal mensen dat langdurig ondersteuning nodig heeft op de werkplek na de re-integratie. Mensen met een arbeidsbeperking hebben recht op jobcoaching. Zij kunnen werken, maar zijn niet in staat om 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen. De jobcoach begeleidt zowel de inwoner als de werkgever. De ervaring leert dat job coaching essentieel is voor een duurzame plaatsing. Deze begeleiding duurt maximaal drie jaar nadat de inwoner is gaan werken. Deze groep groeit. In 2021 gaat het over circa 50 mensen. Dat aantal neemt tot en met 2025 jaarlijks met 50 toe en stabiliseert naar verwachting op circa 200 mensen. Zie figuur 2.
De SW-medewerkers hebben een dienstverband bij Werkom en werken in een van de werkleerbedrijven, bij: Post en Print, Groen en Schoon of Industrie en Diensten. Werkom ontvangt een uitkering voor de werkelijk gemaak te loonkosten van SW-medewerkers. Doordat de salarissen worden vergoed konden organisatiekosten zoals inkoop, begeleiding en overhead worden gefinancierd uit de op brengsten van het werk van SW-medewerkers. Nu het aantal SW-medewerkers een aantal jaar is gedaald, heeft dat invloed op de bedrijfsvoering van Werkom. De organisatie kan daardoor minder opdrachten uitvoeren en ontvangt daardoor minder inkomsten. Het betekent ook dat Werkom de organisatie van het werkleerbedrijf moet gaan aanpassen aan het kleiner aantal mensen dat bij het werkleerbedrijf aan het werk zal zijn. Als eigenaren van Werkom zijn we verantwoordelijk voor het dekken van alle kosten die niet door andere inkomsten worden kunnen worden betaald.
6
2021/30859
2.4 Het vraagstuk samengevat
Aanleiding samengevat
Deze ontwikkelingen hebben geleid tot de strategische herijking van Werkom. Hierin staan twee vragen centraal: • Hoe ondersteunen we zoveel mogelijk inwoners zo duurzaam mogelijk naar de reguliere arbeidsmarkt? • Hoe houden we de voorziening Werkom - op langere termijn - betaalbaar?
•
• •
•
• •
7
Wetswijzigingen leiden tot autonome ontwikkelingen die nadelig zijn voor de bedrijfsvoering van Werkom; Het is moeilijker om inkomsten te genereren voor Werkom door de daling van de WSW; De nieuwe doelgroepen vragen om intensievere begeleiding en kunnen de daling van de productie niet opvangen; De stijging van beschut werk en de begeleiding van nieuwe doelgroepen leidt tot hogere kosten; De Rijksoverheid heeft fors bezuinigd op het re-integratiebudget en de bijdrage WSW; De gevolgen voor de begroting van Werkom kunnen niet binnen de bedrijfsvoering worden opgelost.
2021/30859
3. Inhoudelijk kader Het vraagstuk over de herijking Werkom is benaderd vanuit de inhoud: hoe kunnen we ook in de toekomst zoveel mogelijk mensen ondersteunen naar werk? In dit hoofdstuk schetsen we de relevante ontwikkelingen 3.1 Terugkijken: ervaringen met de Participatiewet
marktpositie. Het is de bedoeling dat de Participatiewet fungeert als een vangnet wanneer mensen tijdelijk geen werk hebben, maar in de praktijk blijkt dat een groot deel van de mensen langer dan drie jaar afhankelijk is van deze uitkering. De uitkering fungeert in de praktijk niet altijd als tijdelijk vangnet. Het rapport van het SCP biedt ook inzicht in de complexiteit en diversiteit van de uitvoering van de wet, dat kan verklaren waarom de wet een ander effect heeft dan is beoogd. Zoals bij iedere wet zijn er aannames gedaan over de betrokkenen: mensen, werkgevers en de gemeente als uitvoeringsorganisatie. Zowel onderzoek als de lokale praktijk laat zien dat veel van die aannames geen recht doen aan de diversiteit, complexiteit en het gebrek aan maakbaarheid van de opgave.
Vijf jaar na de invoering van de Participatiewet is het rapport over de eindevaluatie gepubliceerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). De wet stelt ten doel om meer mensen naar betaald werk te begeleiden. Het onderzoek toont aan dat er voor de meeste groepen binnen de Participatiewet amper betere kansen zijn ontstaan. Jongvolwassenen met een arbeidsbeperking zijn een uit zondering, onder deze groep is 9% meer aan het werk. Zij werken ook vaker duurzaam: langer dan een jaar. Maar zij hebben geen inkomensvoordeel van arbeidsdeelname: het loon weegt niet op tegen de uitkering en zij werken vaak in deeltijd met een tijdelijk contract. Onder de ‘klassieke’ bijstandsgerechtigden zijn de kansen voor regulier werk slechts toegenomen met 1%. De mensen die met een WSW-indicatie op de wachtlijst stonden voor een werkplek hebben sinds de invoering van de Participatiewet 16% minder kans op werk. Zij kwamen vaker terecht in banen bij reguliere werkgevers, maar dit zijn vaker tijdelijke banen. Aaneengesloten tijdelijke banen ondermijnen vaak het gevoel van bestaanszekerheid. Dit kan leiden tot (chronische) stress, wat vervolgens de arbeids productiviteit negatief beïnvloedt en daarmee de arbeids
Bovendien is de praktijk van re-integratie continue onder hevig aan een veranderende context. De inwoners die afhankelijk zijn van een uitkering op grond van de Partici patiewet behoren meestal tot de mensen die het meest kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Een mismatch tussen de vereisten aan banen en de beschikbare mensen speelt hierin een grote rol. De uitvoeringspraktijk moet continue meebewegen met de economische ontwikkelingen terwijl ze ook vooruitkijken om trajecten en instrumenten te organiseren die (waarschijnlijk) kansen bieden aan mensen in de overzienbare toekomst. 8
2021/30859 De gemeente kan de dynamiek op de arbeidsmarkt niet veranderen, maar kan wel erkennen dat het voor inwoners kan leiden tot bestaansonzekerheid. De belangrijkste ‘knoppen’ liggen bij het Rijk: zoals activerend arbeids marktbeleid waardoor mensen meer mogelijkheden krijgen voor arbeidsmobiliteit gedurende het werkende leven. Andere ‘knoppen’ voor het vergroten van bestaanszeker heid zijn het aanpassen van de hoogte van het wettelijk minimumloon en het herzien van het toeslagenstelsel.
Wat de gemeente wél kan doen is bewust keuzes maken in het beleid over de doelstellingen en lokaal actief arbeidsmarktbeleid voeren. Inzetten op arbeidsmobiliteit en het versterken van het professioneel handelen ten einde effectief maatwerk in te zetten. De werknemers- en werk geversdienstverlening moeten nauw op elkaar worden aangesloten om de kans op een match te vergroten.
Iman gaat een toekomst in de zorg tegemoet Re-integratie kandidaat vanuit Participatiewet Iman (42 jaar) komt uit Syrië en woont nu ongeveer 7 jaar met haar man en 3 kinderen in Zaanstad. Ze heeft in haar geboorteland de middelbare school afgerond en na haar huwelijk onder andere als verkoopster in de drogisterijzaak van haar man en als kapster gewerkt. Iman is een intelligente en gedreven vrouw; iets wat door haar bescheiden en timide houding niet direct op valt. Haar man voert meestal het woord en zij praat – met zachte stem – alleen als haar iets gevraagd wordt.
Vanaf dat moment gaat het heel snel. Iman geeft aan dat ze graag bij McDonalds zou willen werken. En aangezien daar al contacten liggen vanuit Werkom is dat snel gere geld. Ze krijgt een contract voor een half jaar en het bevalt van beide kanten zo goed dat het tot twee keer toe wordt verlengd. Iman groeit zienderogen, wordt zelfverzekerder en assertiever. Haar Nederlands was al redelijk maar ze beheerst de taal steeds beter. Iman zou graag langer bij McDonalds blijven maar helaas zit een vast contract er niet in.
Iman slaagt op B1-niveau voor haar inburgering. Tijdens dat traject doet zij vrijwilligerswerk als klassen-assistent bij Vluchtelingenwerk en als zorgmedewerker bij Evean. Via Werkom worden zij en haar man begeleid vanuit de partici patiewet. De focus van haar jobcoach ligt, zoals vaak bij statushouders-gezinnen, in eerste instantie op de man zodat de vrouw thuis is voor de kinderen. Het vinden van een baan voor de echtgenoot van Iman blijkt echter niet eenvoudig omdat hij te kampen heeft met fysieke klachten. In een een-op-een-gesprek met Iman polst de jobcoach: zou jij willen gaan werken?. Iman geeft aan dat ze dat zeker wil. Sterker nog: het maakt haar niet zo veel uit wat voor baan. Ze wil alles aanpakken, als ze maar ergens kan beginnen.
Achteraf maar goed ook, want er loopt op dat moment een nieuw traject bij Werkom: een zorgopleiding op MBOniveau, met baangarantie. Geknipt voor Iman, denkt haar jobcoach. Ook Iman twijfelt geen moment en grijpt, ambi tieus en leergierig als ze is, de kans met beide handen aan. Inmiddels heeft ze het eerste jaar van de opleiding achter de rug en loopt ze stage. Een knappe prestatie: studeren, stage lopen en thuis nog een gezin en huishouden draai ende houden. Ja het is best druk, beaamt Iman. Maar ze is enthousiast. Na twee jaar is die timide vrouw met die zachte stem veranderd in een zelfverzekerde, trotse vrouw die van zich laat horen. En met haar kwaliteiten vast en zeker een mooie loopbaan in de zorg tegemoet gaat.
3.2 Vooruitkijken: de arbeidsmarkt en sociale zekerheid in ontwikkeling
Flexibilisering De flexibilisering van werk is de afgelopen tien jaar in Nederland verdubbeld. Circa 36% van de werkenden heeft geen vast contract door de toename van flexibele contractvormen en de opkomst van ZZP’ers. Dit heeft invloed op de duurzaamheid van de relatie tussen een werkgever en een werknemer en daarmee veelal ook de bereidheid onder werkgevers om te investeren in de duur zame inzetbaarheid van deze mensen. Voor sommigen is hun arbeidspositie een vrije keuze, maar een flink deel van de mensen met een flexibele werkvorm zou liever meer zekerheid hebben. De flexibilisering leidt tot grote ver schillen tussen inwoners met een vast of flexibel contract. De onzekere positie van flexwerkers heeft nadelige effec
De uitvoering van de Participatiewet gaat over mensen dichterbij de arbeidsmarkt brengen en de arbeidsmarkt dichterbij mensen brengen. De werkgelegenheid op de arbeidsmarkt wordt in belangrijke mate bepaald door economische omwikkelingen. Bovendien verandert de arbeidsmarkt steeds sneller. We zien de volgende ontwikkelingen:
9
2021/30859 Vergrijzing Het aandeel oudere werkenden onder de beroepsbevolking stijgt en vanaf 2021 daalt de omvang van de beroeps bevolking. Dit heeft invloed op sectoren waar veel oudere medewerkers werken, zoals het onderwijs. Ook kan het leiden tot (nog) meer krapte op de arbeidsmarkt en uit eindelijk stagnatie van economische groei. Het betekent ook dat iedereen nodig is op de arbeidsmarkt.
ten op andere levensgebieden. In het regeerakkoord 2021 is genoemd dat de regering werk zal maken van het ver kleinen van de verschillen tussen vaste en flex contracten. Technologisering De technologisering heeft invloed op het soortwerk en de hoeveelheid werk die er is voor mensen. De verwachting is dat machines en robots door kunstmatige intelligentie in toenemende mate niet alleen fysieke arbeid gaan over nemen, maar ook mentale taken.
Mismatch Er is een mismatch tussen de beschikbare mensen en de vereisten zoals diploma, ervaring en vaardigheden die worden gevraagd bij een baan. Mensen bemiddelen op basis van vaardigheden kan bijdragen een ander beeld over wie geschikt is voor een bepaalde baan.
Intensivering De intensivering van werk gaat over de aard en de snelheid van het werk. Van de werkenden geeft 38% aan altijd te snel te moeten werken, voornamelijk in de publieke sector. Dit kan mensen die niet mee kunnen in dit tempo buiten de arbeidsmarkt drukken en het bemoeilijkt de re-integratie wanneer mensen tijdelijk zijn uitgevallen. Een gevoel van autonomie kan uitval op het werk voorkomen, maar juist in publieke functies wordt dat weinig ervaren.
Adviezen over vernieuwd arbeidsmarktbeleid De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt leiden tot de op roep aan het Rijk om het socialezekerheidsstelsel te ver nieuwen. Vernieuwd beleid moet beter voorkomen dat mensen werkloos worden en een afstand tot de arbeids markt ontwikkelen. Mensen moeten tijdiger gebruik kunnen maken van voorzieningen waardoor zij wendbaar worden op de veranderende arbeidsmarkt. In het regeer akkoord 2021 stelt de regering voor om hier werk van te maken en te investeren in het hervormen van de arbeids markt en re-integratie.
• Rem flexibilisering van de arbeidsmarkt af en stimuleer een duurzame relatie tussen werkgever en werknemer. Binnen de duurzame werkrelatie kan meer flexibiliteit worden gezocht in inzet en passende functies. • Vergroot de duidelijkheid: breng het aantal contract vormen terug en verklein de verschillen in risico’s en fiscale regels tussen de diverse contractvormen. • Zet in op een skills based arbeidsmarkt: bemiddelen en matchen op basis van interesses en vaardigheden in plaats van ervaring en diploma’s. • Vergroot de bestaanszekerheid voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt: bijvoorbeeld door het verhogen van het minimumloon en vereenvoudiging van het toeslagenstelsel. • Geef vorm aan het recht op basisbanen door basisbanen te creëren voor mensen die wel kunnen werken, maar geen kans maken op een reguliere baan. Dit moeten banen zijn die nut hebben voor de samenleving, passen bij de persoon en dienen als sluit stuk van de sociale zekerheid. Er is onenigheid of deze banen wel of niet moeten leiden tot een baan op de reguliere arbeidsmarkt. • Er is een pleidooi (o.a. Cedris, FNV, CDA & SP) voor het oprichten van sociaal ontwikkelbedrijven.
Deze bedrijven zouden mensen met een arbeidsbeperking en mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de faciliteiten moeten bieden om te re-integreren, waaronder begeleiding, training, scholing, detachering, werken in een beschutte omgeving en bemiddeling naar regulier werk.
De aanbevelingen samengevat: • Zet in op het vergroten van de wendbaarheid en weerbaarheid van werkenden en werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld door meer mogelijk heden te creëren voor scholing. Mensen moeten zich in toenemende mate bewust zijn van hun potentiële kwetsbaarheid en daar proactief naar gaan handelen. Er moet ondersteuning zijn om mensen te begeleiden bij het maken van keuzes en het faciliteren van een traject. • Het behoud van het wederkerigheidsprincipe: het ontvangen van een uitkering is niet vrijblijvend, daar mag de samenleving van de ontvanger voor verwachten dat mensen zich inzetten om weer financieel zelfred zaam te worden. • Creëer betere voorwaarden voor een inclusieve arbeidsmarkt: mogelijkheden voor het combineren van werk en zorg of werk en scholing.
10
2021/30859
3.3 Maatschappelijke Visie en de strategische opgave Kansen ongelijkheid tegengaan
Preventie en differentiëren Andere leidende principes uit de Maatschappelijke Visie zijn preventie en differentiëren. Preventie betekent voor het werken aan de participatieopgave dat we inzetten op duurzame begeleiding naar werk. Daarnaast willen we voorkomen dat mensen langere periode niet mee kunnen doen in de lokale samenleving. Differentiëren betekent dat we de ondersteuning inzetten voor mensen die dat het hardst nodig hebben, bijvoorbeeld jongvolwassenen en inwoners van Zaandam Oost. Voor jongvolwassenen willen we voorkomen dat zij een lange afstand tot de arbeidsmarkt ontwikkelen. Het is bekend dat inwoners van Poelenburg en Peldersveld veel vaker een uitkering ontvangen dan inwoners in andere wijken. Het is de ambitie om dit over een periode van in totaal twintig jaar te veranderen: werk moet het nieuwe normaal worden voor mensen die kunnen werken.
De gemeente Zaanstad stelt in de Maatschappelijke Visie de centrale ambitie dat Zaanstad zich moet ontwikkelen naar een evenwichtige en rechtvaardige stad. Dat betekent dat we de kansenongelijkheid die we nu signaleren in de Zaanse samenleving moeten tegengaan. Deze kansen ongelijkheid is goed zichtbaar op de arbeidsmarkt. Passend werk In de Maatschappelijke Visie wordt aangegeven dat we ‘inkomenszekerheid blijven bieden, als vangnet maar ook als springplank. De vorm die we kiezen, moet onze inwo ners in staat stellen een menswaardig bestaan te leiden en hun kinderen te laten opgroeien zonder armoede. Waarbij mensen worden aangemoedigd zelf een zinvolle bijdrage te leveren en hun kansen op passend werk te vergroten;’1 Dit passend werk stelt sommigen in staat om zich te ontwik kelen en hiermee toch de stap te zetten naar de reguliere arbeidsmarkt, maar zorgt vooral voor rust en stabiliteit voor de groep waarvoor deze stap is uitgesloten. Zo kun nen zij ook hun kinderen beter ondersteunen in hun schoolcarrière en door hun werkervaring fungeren als rolmodel.
1
Zie Maatschappelijke Visie pagina 19
11
2021/30859
3.4 Wat belanghebbenden zeggen Tijdens het proces van de herijking hebben wij met verschillende betrokkenenn gesproken. Deze input is hieronder samengevat.
Rode draad betrokkenen: Werkom als verbinder tussen kandidaat en werkgever
Behoefte
Continuiteit Steeds een andere werkgever vergroot de kans op terugval
Persoonlijke jobhunter Iemand die mij, met mijn bijzonderheden, ‘binnen’ krijgt bij de werkgever
Kandidaat Opleiding Passend bij mij en de arbeidsmarkt
Behoefte
Professional
Behoefte
Werkgever
Passende vacatures vinden
Werkervaring om te proberen, leren en ervaren
Werkom als verbinder tussen werkzoekende en werkgever
Diverser werkaanbod Werkom die aansluit bij arbeidsmarkt
Aansluiten bij kansen arbeidsmarkt
Ontwikkeling van de kandidaat centraal
Zorg van actie op de werkvloer
Jobcoaching gericht op persoon én omgeving
Ontzorging en begeleiding op de werkvloer
Langdurige betrokkenheid Werkom
12
Aanbod gerichte bemiddeling
Snuffelstage om negatieve ervaringen van de werknemer te verhelpen
2021/30859
4 Een vernieuwde koers voor Werkom In dit hoofdstuk schetsen we de vernieuwde koers voor Werkom. Deze koers komt voor uit de maatschappelijke opgave, praktijkervaringen en wetenschappelijke inzichten. Dit leidt tot bijsturing van de primaire focus van de organisatie. 4.1 Visie: Werkom als sociaal ontwikkelbedrijf
Vernieuwing Er is een vernieuwing nodig van de organisatie om de omslag te maken van een groot intern leerwerkbedrijf met re-integratieactiviteiten naar een organisatie die naar buiten is gericht en inwoners ondersteunt bij hun arbeids mobiliteit en werkgevers stimuleert om inclusief te onder nemen. Daarvoor is het nodig om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die de Participatiewet biedt. Deze vernieuwing moet ertoe leiden dat Werkom beter in staat is om mensen duurzaam te begeleiden naar kansrijk werk.
Werkom is er voor mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en die het potentieel hebben om te gaan werken. Mensen hebben baat bij passend, duurzaam werk en de arbeidsmarkt heeft alle mensen nodig om de grote transities van deze tijd vorm te geven. Door de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt vinden mensen en werkgevers elkaar niet altijd vanzelf. Hier ligt de meer waarde van Werkom om bruggen te bouwen: om mensen dichterbij de arbeidsmarkt te brengen en de arbeidsmarkt dichterbij mensen. Om de wederzijdse toenadering tussen mens en arbeidsmarkt te faciliteren, herijken we de uit gangspunten van de organisatie en het instrumentarium. Aan de zijde van inwoners vergroten we de focus op vak vaardigheden, training en kwalitatief goede begeleiding. Aan de zijde van arbeidsmarkt breiden we de samen werking met werkgevers uit die het laagdrempeliger maken om mensen een kans te geven door ontwikkelbanen en detachering.
Intensivering re-integratie Dit betekent dat we de autonome ontwikkelingen volgen en inzetten op een intensivering van de re-integratie activiteiten en een inclusieve arbeidsmarkt. De arbeids plaatsen die SW-medewerkers achterlaten als zij uit stromen worden niet ingevuld door banen waar de gemeente garant voor staat. Dat betekent dat het intern leerwerkbedrijf kleiner wordt en moet worden aangepast 13
2021/30859
Patrick weet waar zijn hart ligt en kon dit ontdekken SW-kandidaat Patrick (25 jaar) is een vertrouwd gezicht bij Werkom. Hij werkt inmiddels al meer dan vijf jaar bij Werkom Groen, waar hij de fijne kneepjes van het vak heeft geleerd. Hij is nog steeds in dienst en was er klaar voor om bij een extern bedrijf aan de slag te gaan. Samen met zijn jobcoach is hij op zoek gegaan naar een bedrijf dat bij hem past. Nu is Patrick iemand die heel goed weet wat hij wil. Dus hij zoekt zelf de bedrijven uit, waarna zijn jobcoach het eerste contact legt.
toen de knoop doorgehakt en is opnieuw gaan solliciteren. Terug het groen in! Het groen is helemaal zijn ding! Hij is sinds een tijdje weer aan de slag als onkruidbrander, nu bij aannemingsbedrijf Jos Scholman in Amsterdam Nieuw-West. Voor Patrick is onkruidbranden inmiddels gesneden koek en hij is als een vis in het water. Vol trots bestuurt hij zijn onkruidbrander, die hij helemaal heeft gepersonaliseerd met gordijntjes. En ze zijn bij Scholman ook blij met Patrick, want hij heeft een detacheringsover eenkomst van een jaar gekregen. Leuke bijkomstigheid: Amsterdam is lekker dichtbij als hij bij zijn vriendin in Haarlem logeert.
Detachering Zijn eerste detacheringsklus was als onkruidbrander bij Arco. Daarna maakte hij een uitstapje naar een heel andere tak van sport: koerierswerk bij HPE. Helaas was er door de coronacrisis niet voldoende werk als koerier. Patrick heeft
We verwachten van Werkom een toenemende inzet op leerwerktrajecten in kanssectoren, georganiseerd in samenwerking met werkgevers. In deze trajecten gaan het ontwikkelen van werknemersvaardigheden hand in hand met het ontwikkelen van vakvaardigheden waar de arbeidsmarkt om vraagt. Dat kan bijvoorbeeld door de inzet van praktijkleren. Praktijkleren is een nieuwe vorm van onderwijs voor mensen met verouderde kwalificaties en voor wie het niet mogelijk is om een startkwalificatie te behalen. Zij kunnen in de praktijk leren en laten zien welke werkprocessen en vaardigheden zij beheersen. Zo wordt het ook voor mensen zonder volledig diploma mogelijk om aan te tonen wat zij kunnen. Werkom is gestart met het aanbieden van praktijkleren bij het intern leerwerkbedrijf om zo de verbinding tussen de interne organisatie en de arbeidsmarkt te vergroten.
aan de nieuwe doelgroepen. Tegelijkertijd blijkt uit de praktijk dat niet iedereen die kan werken ook werk vindt en soms is de stap van een uitkering naar een reguliere baan te groot. Daarom zetten we een door Werkom ingezette p ilot ontwikkelbanen voort en creëren we mogelijkheden voor detachering om die stap te verkleinen. Voor de inwoners die wel kunnen werken, maar recht hebben op een be schutte werkplek, blijft Werkom dat faciliteren. Werkom wordt in toenemende mate dé organisatie waar mensen worden ondersteund om te gaan werken en werkgevers worden geholpen aan personeel.
4.2 Uitgangspunten Voor de doorontwikkeling van Werkom hebben we de volgende uitgangspunten gedefinieerd: • Inzet op arbeidsmobiliteit en duurzame inzetbaarheid • Doen wat werkt en innoveer waar nodig • Experimenteer met dienstverbanden en detachering • Beschut werk voor wie daar recht op heeft • Vergroot ondernemerschap • Versterk samenwerkingen
Leerwerktrajecten Wat is het Voor sommige mensen is de stap naar regulier werk te groot. Het Leerwerktraject is bedoelt voor de ontwikkeling van vakvaardigheden en werknemers vaardigheden.
Inzet op arbeidsmobiliteit en duurzame inzetbaarheid In een arbeidsmarkt die verandert en een samenleving waarin werk van grote waarde is voor het leven van mensen is het essentieel dat mensen zich kunnen (blijven) ontwikkelen en kansen krijgen om weer aan het werk te gaan en te blijven. We willen dat mensen niet alleen uit stromen uit de uitkering, maar ook dat zij vaardigheden opdoen waarmee zij werk kunnen behouden en opnieuw werk kunnen vinden. Werkom voorziet in de ondersteuning voor mensen die dit nodig hebben.
Om deze ontwikkeling van mensen te faciliteren is het wenselijk om de maximale duur van de werkervarings plaats te verlengen. De huidige duur van een werk ervaringsplaats is maximaal twee keer drie maanden. In de praktijk levert dat soms knelpunten op, bijvoorbeeld doordat een traject niet in één keer leidt tot de gewenste uitkomst of er meer tijd nodig is omdat nog niet alles is
14
2021/30859 verwacht dat zij de bedrijfsmatige risico’s zoveel mogelijk beperkt. Dat kan door dit kostendekkend te organiseren en dienstverbanden aan te bieden voor de duur en omvang van de werkzaamheden.
geleerd wat nodig is. Daarom verlengen we de maximale duur van de werkervaringsplaats naar maximaal vier keer drie maanden. De afweging voor een verlenging is altijd maatwerk, maar het moet noodzakelijk zijn om de stap te zetten naar betaald werk. Het mag alleen worden ingezet als er geen beter alternatief is en het goed onderbouwd kan worden. Daar horen doelen bij waarbij heel gericht wordt ingezet op het aanleren van specifieke vaardigheden of andere vormen van scholing.
Ontwikkelbanen Wat is het Voor sommige mensen is de stap naar werken bij een reguliere werkgever groot. Uit onderzoek blijkt dat werken naast persoonlijke, financiële meerwaarde, ook maatschappelijke meerwaarde heeft.
Doen wat werkt en innoveer waar nodig Begeleiding naar en bij werk is mensenwerk. Uit onderzoek, maar ook de praktijk, blijkt dat de kwaliteit van begeleiding cruciaal is voor succesvolle re-integratie. In de begeleiding is ruimte voor maatwerk om op het juiste moment de juiste re-integratie instrumenten in te zetten. Alleen begeleiding is niet genoeg, maar alleen instrumenten ook niet. We verwachten dat Werkom de ondersteuning zo inricht dat het aansluit bij recente inzichten uit onderzoek en bij de diverse doelgroepen. De verwachting is dat dit de effectiviteit van de begeleiding kan vergroten. Tegelijkertijd is er Innovatie nodig om mee te bewegen bij de ontwikke lingen op de arbeidsmarkt.
In een ontwikkelbaan krijg iemand een dienst verband, gebaseerd op het wettelijk minimumloon. Het werk kan zijn bij Werkom bij een van de werkbedrijven. Of gedetacheerd bij een regulier werkgever. Een voorbeeld daarvan is het project dat nu loopt bij PostNL. Deze banen worden niet door het Rijk gefinancierd. De kosten verbonden aan deze ontwikkelbanen zijn relatief hoog, maar de maatschappelijke baten zijn naar verwachting hoger.
Hoewel het uiteindelijke doel voor mensen hetzelfde is: werk naar vermogen, is het belangrijk de bejegening en het traject af te stemmen op de verschillende mensen. Om kwaliteit en eenduidigheid te borgen binnen de hele participatieketen heeft Werkom samen met de andere ketenpartners afspraken gemaakt over de bejegening van inwoners. Dat gaat over aansluiten bij doelgroepen, zoals jongvolwassenen of statushouders. Maar dat gaat ook over aansluiten bij mensen op het gebied van vaardigheden, interesses en motivatie. De begeleiding is een edele kunst van balanceren tussen meeleven, het aanspreken van motivatie en vasthoudendheid. Daarbij is ‘controle op de naleving’ op de achtergrond aanwezig, want er zijn ook verantwoordelijkheden en verplichtingen verbonden aan het ontvangen van een uitkering. ‘Controle op de naleving’ kan worden ingezet als prikkel om de doelmatigheid van een traject te versterken. Uit onderzoek en de praktijk blijkt dat die ‘controle op de naleving’ dan een stimule rende rol kan spelen.
De Pilot In 2021 is een pilot gestart om te onderzoeken of werken bij Werkom dezelfde maatschappelijke meerwaarde heeft als uit de onderzoeken blijkt. In de pilot is ruimte voor 25 kandidaten om gedurende maximaal 2 jaar gebruik te maken van een ontwikkelbaan.
Werkom is in 2021 gestart met de pilot ontwikkelbanen. Dat houdt in dat de organisatie enkele tientallen dienst verbanden aangeboden aan mensen uit de Participatiewet. Uit de eerste ervaringen met deze dienstverbanden blijkt dat het mensen goed doet om weer werk te hebben. Het geeft mensen stabiliteit, dagritme, contacten en plezier. De pilot is nog niet lang genoeg ingezet om te kunnen constateren of een tijdelijk dienstverband bij Werkom mensen betere kansen geeft om door te stromen naar een reguliere baan. Daarom zetten we deze pilot nog twee jaar voort en gaan in die periode kwantitatief en kwalitatief in beeld brengen wat de resultaten zijn voor de inwoners.
Experimenteer met dienstverbanden en detachering Voor sommige mensen is de stap van een uitkering naar werk te groot om in één keer te maken. Daarnaast geven werkgevers aan dat zij willen worden ontlast op de werk geversrisico’s wanneer mensen deze stap maken. We verruimen de mogelijkheden om de overgang van uitkering naar werk te verkleinen voor wie dat nodig heeft door tijdelijke detachering en (een beperkt aantal) ontwikkel banen bij Werkom mogelijk te maken. Detachering wordt al ingezet voor mensen met een SW-dienstverband en kan voor een bepaalde periode ook worden ingezet om mensen vanuit de Participatiewet een steun in de rug te geven om te gaan werken. Daarbij wordt van Werkom
Een voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen Werkom en PostNL. Mensen werken bij PostNL, terwijl zij gedeta cheerd zijn via Werkom. Zij krijgen een contract en tegelij kertijd is er ruimte voor ontwikkeling om door te stromen naar een reguliere werkgever. De samenwerking waarbij er meer mogelijkheden ontstaan om te gaan werken passen binnen de visie voor Werkom en er is daarom ruimte voor
15
2021/30859
Richard is een echte doorzetter en heeft talent SW kandidaat Richard (37 jaar) werkt al sinds 2014 bij Werkom. Richard is een enthousiaste en leergierige collega. Hij begon bij de Business Post, waar hij van alles heeft gedaan. Maar na een paar jaar wilde hij wel wat anders. Een tijdelijke werkervaringsplaats bij een klusjesbedrijf smaakte naar meer en hij vroeg zich af: zou loodgieter of elektricien iets voor mij zijn?
Vastberaden om te slagen, met hulp van zijn begeleider Dan kwam er een prachtige kans: via IW Workforce, de allround ketenpartner van de technische installatie branche, krijgt hij de mogelijkheid om verder te kijken dan Werkom. Daar zit echter wel een keiharde eis aan: hij moet in bezit zijn van een VCA-(veiligheid)certificaat. Een pittige kluif voor Richard, die veel moeite heeft met de theorie bij de opleidingen. Maar hij is vastberaden om dit papiertje in de wacht te slepen. Met hulp van zijn begelei der, die alle saaie theoretische teksten ‘vertaalt’ in foto vorm en concrete praktijkvoorbeelden en proefexamens met hem doorneemt, bereidt hij zich voor op het examen.
Opleiding en verder leren Hoewel hij nauwelijks ervaring had, kon Richard aan de slag bij de afdeling Elektromontage van Werkom. Daar volgde hij onder andere een opleiding solderen en behaalt ver schillende certificaten, zoals het certificaat Assistent Installatie- en Constructietechniek. Richard heeft talent voor de techniek en plezier in zijn werk. Hij wil graag verder leren in het vak.
Detacheringsplek als installateur Hij slaagt met vlag en wimpel; een prestatie van formaat! Zijn inzet wordt beloond met een detacheringsplek bij Totaalinstallateur Inco in Alkmaar waar hij nu al weer enige tijd met veel plezier werkt.
nog twee van dergelijke projecten. De voorwaarde is dat het kostenneutraal voor Werkom wordt georganiseerd en werknemers betaald worden op basis van het wettelijk minimumloon, CAO Aan de Slag of de cao die van toe passing is voor de werkgever.
ten kunnen daaraan een bijdrage leveren door samenwer kingen te stimuleren via inkoop en SROI afspraken. Een voorbeeld is opdrachtverlening aan Werkom of samen werking tussen Werkom en andere opdrachtnemers van de gemeente. Tegelijkertijd verwachten we ook dat Werkom op andere manieren inkomsten genereert en aansluiting zoekt in de markt. Bijvoorbeeld door de diensten in te zetten voor meer mensen en organisaties.
Beschut werk voor wie daar recht op heeft Beschut werk is bedoeld voor mensen die een dermate grote begeleidingsbehoefte hebben dat dit niet van reguliere werkgevers kan worden verwacht. Voor de stabiliteit in het dagelijks leven en bestaanszekerheid van deze mensen is het van belang dat zij aanspraak kunnen blijven maken op een beschutte werkplek. Zij hebben meestal een beschutte werkplek binnen de leerwerk bedrijven van Werkom. Sommige mensen kunnen zich verder ontwikkelen, maar we verwachten dat de meeste van hen niet uitstromen naar werk bij een reguliere werkgever. Voor die groep is het belangrijk dat er werk wordt georganiseerd dat bij hen past. In dat kader is het interessant te onderzoeken of samenwerkingen met andere leerwerkbedrijven de diversiteit van werksoorten kan vergroten.
Versterk samenwerkingen Om de mobiliteit van inwoners op de arbeidsmarkt te versterken is het essentieel om de samenwerking met werkgevers, onderwijspartijen en maatschappelijke part ners verder te versterken. Het hoort bij de taken van Werkom om in gesprek te gaan en te blijven over de ontwikkelingen in branches en wat dat betekent voor de werkgelegenheid. De werkgeversdienstverlening is, vanuit een wettelijke verplichting, regionaal georganiseerd in samenwerking met het UWV en andere gemeenten in de regio Zaanstreek- Waterland. Werkom speelt een grote rol in de doorontwikkeling van deze netwerksamenwerking. Samenwerking met branches die mogelijkheden bieden voor mensen die laag zijn opgeleid hebben daarbij de prioriteit, omdat mensen in de Participatiewet relatief vaak lager zijn opgeleid. Werkgevers spelen een essentiële rol in het komen tot een inclusieve arbeidsmarkt. Zij zijn in toenemende mate bereid om mensen met een arbeids beperking een kans te geven. Het is belangrijk kansen te creëren en te verzilveren voor mensen die deze begeleiding hard nodig hebben. Werkom kan samen met deze werkge vers en onderwijsaanbieders trajecten creëren waardoor
Vergroot ondernemerschap Een veranderende organisatie heeft nieuwe ideeën en samenwerkingen nodig om toekomstbestendig te opereren. Dit moet de aansluiting van wat mensen binnen het leerwerkbedrijf leren beter laten aansluiten op de arbeidsmarkt buiten Werkom. We verwachten van Werkom dat zij samenwerkingen aangaan met relevante partijen en daarmee ook nieuwe inkomsten te genereren. De gemeen
16
2021/30859
Samenvattend
mensen op de middellange termijn kunnen gaan en blijven werken. Het doel is te zoeken naar win-win situaties: werk voor mensen en personeel voor werkgevers.
Koers: Doorontwikkeling van Werkom als sociaal ontwikkelbedrijf
Werkom speelt ook een belangrijke rol in het veld van maatschappelijke organisaties. Juist doordat vrij veel mensen in de Participatiewet te maken hebben met bij komende problemen in de persoonlijke levenssfeer is het nodig te werken vanuit een integraal perspectief. Daarbij is de ambitie dat werken aan persoonlijke levenssfeer hand in hand gaat met werken aan beter kansen op de arbeids markt.
Doel: Meer arbeidsmobiliteit door meer samenwerking met werkgevers en partners • •
4.3 Vervolg
• •
Vooruitlopend op deze koersontwikkeling heeft Werkom al een aantal veelbelovende initiatieven ontwikkeld in deze richting. Zoals praktijkleren, het versterken van de werk geversdienstverlening, de vernieuwing van Wortels & Co en ICT vanaf morgen. Wanneer de raden een besluit hebben genomen over de voorgestelde koerswijziging, volgt een bestuursopdracht voor Werkom om een implementatie plan te maken.
• • • •
•
17
Volgen van de autonome ontwikkelingen en inzet op arbeidsmobiliteit; WSW-uitstroom wordt niet opgevangen met ontwikkelbanen; Behoud van beschutte werkplekken; Minder mogelijkheden voor werk binnen wat leidt tot krimp werkleerbedrijven; Begeleidingsruimte 1300 - 1600 kandidaten voor Purmerend en Zaanstad samen; Meer inzet op langdurige begeleiding; Meer externe werkleerplekken door innovatie; Maximale duur van de werkervaringsplaats verlengen van zes maanden naar twaalf maanden; Voortzetting van de pilot ontwikkelbanen om een gedegen beeld te krijgen van de baten.
2021/30859
5 Financiële gevolgen 5.1 Financiële gevolgen voor Werkom Voor het berekenen van de financiële gevolgen van de voorgestelde scenario’s heeft Werkom de begroting van de organisatie vertaald naar een ‘dynamisch model’. Daarmee zijn alle scenario’s met de bijbehorende uitgangspunten verwerkt en is inzicht verkregen in de financiële gevolgen voor Werkom. Ontwikkeling van de kosten De loonkosten voor SW-medewerkers dalen sterk omdat deze mensen uitstromen. Het aantal interne werkplekken neemt af en dus ook het personeel dat nodig is voor hun begeleiding. Werkom schat in dat deze benodigde daling van de begeleiding kan worden ingevuld door natuurlijk verloop. Daarom zijn er geen frictiekosten opgenomen. De bedrijfskosten nemen maar beperkt af, omdat de meeste van deze kosten zoals huur en energieverbruik, op de termijn van de meerjarenbegroting beperkt kunnen veranderen.
De berekening waarin alle aspecten van de voorgestelde koers zijn verwerkt is weergegeven in tabel 1. Hierin is onder andere het verwachte effect van de Regeling ver vroegde uittreding (RVU) voor SW-medewerkers verwerkt en de voortzetting van de pilot ontwikkelbanen. De even tuele gevolgen van het regeerakkoord 2021, zoals de stij ging van het aantal beschut werk plekken, zijn in deze begroting nog niet meegenomen. Ontwikkeling van de opbrengst De netto toegevoegde waarde (dit is de omzet uit opdrach ten minus de directe kosten, hierna: NTW) neemt in 2022 toe ten opzichte van 2021. Dat komt door de bijdrage van de ontwikkelbanen aan de omzet. Vanaf 2023 daalt de NTW jaarlijks. Die daling ontstaat voornamelijk door de verwachte jaarlijkse uitstroom van SW-medewerkers. Dit zien we ook in het budget loonkosten WSW. De afspraak is dat de gemeente de werkelijke kosten voor de loonkosten van SW-medewerkers vergoedt, dus dat budget daalt mee met deze ontwikkeling. Het participatiebudget dat we verstrekken voor de re-integratieactiviteiten blijft gelijk, conform de meerjarenbegrotingen van de gemeenten.
Deze ontwikkelingen leiden tot een oplopend tekort in de begroting van Werkom, waarvoor extra middelen van de gemeenten nodig zijn. Ook na 2026 loopt het tekort verder op, dat komt doordat het aantal SW-medewerkers bij Werkom blijft dalen. Daardoor dalen de inkomsten, terwijl de organisatiekosten niet in gelijke mate kunnen worden afgebouwd. Dit vraagstuk is onderdeel van de advies opdracht aan Berenschot, die op de volgende pagina wordt benoemd.
18
2021/30859 (Bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal NTW
9.835
10.340
9.205
8.435
8.147
8.157
Budget loonkosten WSW
14.535
13.009
12.398
11.902
11.426
11.083
PW budget
8.122
8.122
8.122
8.122
8.122
8.122
Totaal opbrengsten
32.492
31.471
29.725
28.459
27.695
27.362
Totaal loonkosten
28.669
27.854
26.775
26.288
25.854
25.530
Totaal begel. Kosten
350.
311
311
311
311
311.
Totaal bedrijfskosten
4.493
4.361
4.436
4.443
4.442
4.457
Resultaat
-1.020
-1.055
-1.797
-2.583
-2.912
-2.936
Figuur 3: De financiële doorrekening van de koers die in dit document wordt voorgesteld
5.2 Financiële gevolgen voor Zaanstad
De diverse richtingen waarin oplossingen kunnen worden gevonden zijn: A. Van het Rijk over de verwachte extra te ontvangen middelen voor de uitvoering van de Participatiewet. B. Vanuit het gevraagde advies van Berenschot om in kaart te brengen op welke vernieuwende manieren Werkom gefinancierd kan worden, in het licht van scenario 3+. C. Van Werkom over welke bezuinigingen mogelijk blijken ten opzichte van de ramingen waar het dekkingsvraagstuk bij deze besluitvorming op wordt aangesloten en/of indien optie a) en b) onvoldoende bijdragen. D. Van Werkom over welke aanvullende manieren om de organisatie te financieren mogelijk blijken, zoals gebruik maken van fondsen, samenwerking en activiteiten inzetten voor meer doelgroepen.
Bovenstaande doorrekening laat een structureel tekort zien. Op basis van de bijdrageverordening participatie bedrijf Zaanstad Purmerend komt 2/3 van het tekort voor rekening van Zaanstad en voor 1/3 deel voor rekening van Purmerend. In tabel 2 staat het tekort, verdeeld naar beide gemeenten. Bureau Berenschot doet in opdracht van de gemeenten onderzoek naar een realistische en toekomstbestendige manier van financiering van Werkom. Bij de behandeling van de gemeentebegroting 2023 - 2026 zal hiervoor een voorstel worden ingediend.
(Bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
Resultaat
-1.055
-1.797
-2.583
-2.912
-2.936
bijdrage Werkom door onttrekking algemene reserve
1.055
300
aandeel Zaanstad
998
1.722
1.941
1.957
aandeel Purmerend
499
861
971
979
Figuur 4: Doorrekening bijdrage gemeente Zaanstad aan voorgestelde koers
19
2021/30859
gemeente Zaanstad Stadhuisplein 100, 1506 MZ Zaandam Postbus 2000, 1500 GA Zaandam T 14 075 www.zaanstad.nl