CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

Windtunnelonderzoek-woon-zorgcomplex-heel-europa

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 – 2022’11.569 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

.... .... .... .... .... ....

• akoestiek • bouwfysica • brandveiligheid

.... .... .... .... .... ....

• installatietechniek

nelissen

nelissen ingenieursbureau b.v.

RAPPORTAGE WINDTUNNELONDERZOEK GENUAHAVEN TE PURMEREND

8 april 2009 2911.012.ur.iwi/kko

architect

VMX Architects Stadionplein 22 1076 CM Amsterdam Tel. (020) 676 12 11 Fax (020) 679 24 55

adviseur

Nelissen ingenieursbureau b.v. Postbus 1289 5602 BG Eindhoven Tel. (040) 248 46 56 Fax (040) 248 08 10 e-mail: nelissen@nelissenbv.nl

gezien

.

verificatie

.

.... .... ....

....

....

Postbus 1289 T (040) 248 46 56 ING Bank 67.36.38.839 www.nelissenbv.nl

5602 BG Eindhoven F (040) 248 08 10 Postbank 28 87 384 E nelissen@nelissenbv.nl

Furkapas 4 K.v.K. 17137297

��������������

9001 IT ITE AL KW 2000

ISO

Bouwcompagnie Postbus 85 1620 AB Hoorn Tel. (0229) 75 11 75 Fax (0229) 75 11 71

...

opdrachtgever

��������������������

nelissen ingenieursbureau b.v.

INHOUDSOPGAVE

1.

inleiding

4

2. 2.1. 2.2. 2.3.

normstelling inleiding windhinder windgevaar

5 5 5 6

3. 3.1. 3.2. 3.3.

uitgangspunten inleiding meetpunten en activiteitengebieden meetconfiguraties

7 7 7 8

4.

resultaten

9

5. 5.1. 5.2. 5.2.1. 5.2.2. 5.2.3. 5.2.4. 5.2.5. 5.3. 5.3.1. 5.3.2. 5.4. 5.4.1. 5.4.2. 5.5.

analyse windhinder inleiding basisconfiguratie omgeving van het gebouw (meetpunten 1-16) begane grond: binnenterrein (meetpunten 17-22) onderdoorgang verdieping 1 (meetpunten 23-25) verdieping 2 (meetpunten 26-32) galerijen en balkons (meetpunten 33-48) invloed van het trapezium gebouw (configuraties 2 en 7) omgeving van het gebouw (meetpunten 1-16) verdieping 2 (meetpunten 26-32) invloed van aanpassingen aan en rondom het gebouw doorgangen afsluiten en schermen plaatsen invloed van bomen invloed van een voorstedelijk profiel

11 11 11 11 12 12 12 13 15 15 15 16 16 17 17

6. 6.1. 6.2. 6.2.1. 6.2.2. 6.2.3. 6.2.4. 6.2.5.

analyse windgevaar inleiding analyse windgevaar per groep meetpunten omgeving van het gebouw (meetpunten 1-16) begane grond: binnenterrein (meetpunten 17-22) onderdoorgang verdieping 1 (meetpunten 23-25) verdieping 2 (meetpunten 26-32) galerijen en balkons (meetpunten 33-48)

18 18 18 19 19 19 19 19

2911.012.ur.iwi

2.

nelissen ingenieursbureau b.v.

7. 7.1. 7.1.1. 7.1.2. 7.1.3. 7.1.4. 7.1.5. 7.2.

conclusie en aanbevelingen conclusie windtunnelmetingen omgeving van het gebouw binnenterrein doorgangen verdieping 2 balkons/galerijen aanbevelingen

20 20 20 20 20 21 21 21

bijlage 1a. positionering meetpunten bijlage 1b. technisch inlegvel bijlage 2a. meetconfiguratie 1: basisconfiguratie bijlage 2b. meetconfiguratie 2 bijlage 2c. meetconfiguratie 3 bijlage 2d. meetconfiguratie 4 bijlage 2e. meetconfiguratie 5 bijlage 2f.

meetconfiguratie 6

bijlage 2g. meetconfiguratie 7 bijlage 2h. meetconfiguratie 8 bijlage 3a. resultaten windtunnelmetingen – windhinder per activiteitenklasse bijlage 3b. resultaten windtunnelmetingen – windhinder – alle activiteitenklassen bijlage 4.

beoordeling windhinder - basisconfiguratie

bijlage 5.

uitgebreide resultaten windtunnelmetingen – windgevaar

copyright: niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of gepubliceerd zonder schriftelijke toestemming van nelissen ingenieursbureau b.v.

2911.012.ur.iwi

3.

nelissen ingenieursbureau b.v.

1.

INLEIDING

Voor het nieuwbouw project Genuahaven te Purmerend is in opdracht van Bouwcampagnie door ‘ Nelissen ingenieursbureau b.v. een windtunnelonderzoek uitgevoerd. Het windtunnelonderzoek is uitgevoerd in het meetlaboratorium van het onderzoeksinstituut German-Dutch Wind Tunnels te Marknesse, op basis van het ontwerp van VMX Architects te Amsterdam. Het ontwerp omvat een carrévormig laagbouwgedeelte van 3 bouwlagen met een binnenterrein en een woontoren. De begane grond bestaat uit woningen en een gedeelte voor buurtvoorzieningen. De woningen en het utiliteitsgedeelte zijn toegankelijk vanaf de straatzijde. Het binnenterrein is toegankelijk door een tweetal toegangen aan de noordwest- en noordoostzijde van het complex. ste

De 1 verdieping bestaat uit woningen en woongroepen die in eenzelfde carrévorm om het binnenterrein zijn gesitueerd. De woningen zijn bereikbaar vanuit een galerij aan het binnenterrein. Aan de zuidoostzijde van het complex is op deze verdieping een buitengedeelte onder de toren aanwezig met parkeerplaatsen, waardoor een onderdoorgang in het gebouw ontstaat. de

De 2 verdieping betreft een parkeerdak in de buitenlucht, dat rondom verdiepingshoog is afgeschermd. De toren met woningen is bovenop de laagbouw geplaatst. De toren bestaat uit 13 woonlagen. De woningen zijn intern bereikbaar via een lift. Daarnaast is er een mogelijkheid de woningen te bereiken via een trappenhuis en galerijen rond de toren. Doel van het windtunnelonderzoek is om inzichtelijk te maken hoe het windklimaat is op verschillende punten nabij en rondom het gebouw. Daarnaast wordt ook de invloed van een eventueel toekomstige woontoren, een circa 70 m hoge trapeziumvormige toren, in de directe omgeving van het project meegenomen in het onderzoek. In deze rapportage zijn de uitgangspunten, resultaten, conclusies en aanbevelingen van het windtunnelonderzoek weergegeven. Uitgangspunten bij deze rapportage zijn: voorlopig ontwerp, tekeningnummer 0707 ontvangen d.d. 4 februari 2009 van VMX Architects te Amsterdam stedenbouwkundige situatie d.d. augustus 2008 zoals ontvangen van VMX Architects te Amsterdam d.d. 4 september 2008 opname van de situatie d.d. 3 maart 2009 NEN 8100 “Windhinder en windgevaar in de bebouwde omgeving” d.d. februari 2006

2911.012.ur.iwi

4.

nelissen ingenieursbureau b.v.

2.

NORMSTELLING

2.1.

inleiding

De norm NEN 8100 “Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving” wordt ingezet om het windklimaat op een bepaalde positie te kunnen kwalificeren. In deze norm is de bepalingsmethode opgenomen om het windklimaat op een punt te kwalificeren, conform de normering. Onderscheid wordt daarbij gemaakt tussen windhinder en windgevaar. Onderstaand is de kwalificering nader beschreven. Voor de interpretatie van de resultaten uit de windtunnelmetingen wordt verder gebruik gemaakt van deze bepalingsmethode.

2.2.

windhinder

De eisen voor de beoordeling van het windklimaat voor windhinder zijn gebaseerd op de kans dat een bepaalde windsnelheid overschreden wordt, ook wel drempelsnelheid genoemd. De drempelsnelheid voor windhinder (vDR;H) is vastgesteld op een uurgemiddelde windsnelheid van 5,0 m/s. Op basis van de windtunnelmetingen in combinatie met de plaatselijk geldende windstatistiek, wordt de kans bepaald hoe vaak deze drempelsnelheid overschreden wordt. Op basis van de vastgestelde overschrijdingskans is er een vijftal kwaliteitsklassen A t/m E gedefinieerd. Omdat het per activiteit kan verschillen of een bepaalde overschrijdingskans acceptabel is, wordt conform de NEN 8100 onderscheid gemaakt in een drietal activiteiten, namelijk: doorlopen; met name een verkeersgebied waar mensen met normale snelheid lopen slenteren; een gebied waar mensen langzaam doorheen lopen bijvoorbeeld winkelgebieden, parken, enzovoort langdurig zitten; gebieden waar men langdurig op een vaste plaats verblijft, zoals bankjes, bushaltes, enzovoort

2911.012.ur.iwi

5.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Ten aanzien van de beoordeling van de plaatselijke windhinder wordt conform de NEN 8100 de volgende kwalificering aangehouden: tabel 2.1.

eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windhinder

overschrijdingskans P(vwind > 5 m/s) in procenten van het aantal uren per jaar < 2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 > 20

kwaliteitsklasse

A B C D E

activiteiten

doorlopen

slenteren

langdurig zitten

goed goed goed matig slecht

goed goed matig slecht slecht

goed matig slecht slecht slecht

In dit rapport zullen de kwalificaties goed, matig en slecht aangehouden worden bij de beoordeling van resultaten. Benadrukt wordt hier dat het in deze gevallen gaat om de kwalificering conform de NEN 8100.

2.3.

windgevaar

Voor de beoordeling of het windklimaat plaatselijk windgevaar oplevert wordt geen onderscheid gemaakt in verschillende activiteitgebieden. Wel wordt er wederom een drempelsnelheid gesteld. De drempelsnelheid voor windgevaar (vDR;G) is vastgesteld op een uurgemiddelde windsnelheid van 15,0 m/s. Op basis van de windtunnelmetingen in combinatie met de plaatselijk geldende windstatistiek wordt wederom de kans bepaald dat deze drempelsnelheid overschreden wordt. Ten aanzien van de beoordeling van het plaatselijke windgevaar wordt conform de NEN 8100 de volgende kwalificering aangehouden: tabel 2.2.

eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windgevaar

overschrijdingskans P(vwind > 15 m/s) in procenten van het aantal uren per jaar

kwaliteitsklasse

≤ 0,05 0,05 < P < 0,30 ≥ 0,30

geen risico beperkt risico gevaarlijk

Ook voor windgevaar geldt dat wanneer gesproken wordt over beperkt risico of gevaarlijke situatie, dit het windklimaat voor windgevaar betreft conform de NEN 8100.

2911.012.ur.iwi

6.

nelissen ingenieursbureau b.v.

3.

UITGANGSPUNTEN

3.1.

inleiding

Om de overschrijdingskans voor zowel windgevaar als windhinder vast te kunnen stellen is voor het plan een windtunnelonderzoek uitgevoerd. Voor dit windtunnelonderzoek zijn de bestaande situatie, het nieuw te bouwen gebouw en de overige beoogde nieuwbouw in maquettevorm (schaal 1:250) vervaardigd. De totale doorsnede van de maquette bedraagt 2,40m wat in werkelijkheid overeenkomt met een gebied met een diameter van 600m. In de maquette zijn meetpunten opgenomen om het plaatselijke windklimaat te meten. De windtunnelmetingen zijn uitgevoerd in het onderzoeksinstituut German-Dutch Wind Tunnels te Marknesse. Bij de windtunnelmeting is ook de ruwheid van het terrein beschouwd. De ruwheidlengte beïnvloedt de mate van afremming van windsnelheden. Omdat er in de windtunnel maar met één ruwheidprofiel gemeten kan worden, is er uitgegaan van het worstcase scenario, namelijk het kustprofiel. Echter, voor circa driekwart van het gebied voldoet een voorstedelijk profiel. Het betreft de windrichtingen noordwest over noord naar zuid. Met dit profiel gelden lagere windsnelheden ter plaatse van de maquette, waardoor de beoordeling van het windklimaat gunstiger is. Hier is bij de conclusie rekening mee gehouden.

3.2.

meetpunten en activiteitengebieden

Om het windklimaat op en rondom het nieuw te bouwen gebouw te bepalen zijn er in de maquette 48 meetpunten opgenomen. Bij de positionering van de meetpunten is getracht zo goed mogelijk het windklimaat rondom het gebouw inzichtelijk te maken. Specifiek zijn er enkele meetpunten aangebracht om het windklimaat dichtbij en om de gebouwen (inclusief binnenterrein en balkons) inzichtelijk te maken. De positie van de meetpunten is weergegeven in bijlage 1a. De volgende onderverdeling is hierbij gemaakt: omgeving van het gebouw begane grond: entrees en binnenterrein ste onderdoorgang 1 verdieping de 2 verdieping: parkeerdek e e e e e balkons en galerijen: 5 /6 , 10 en 15 /16 verdieping Op basis van de opname ter plaatse en overleg met de architect is per meetpunt de activiteit bepaald. In tabel 3.1. is aangegeven binnen welk activiteitengebied elk meetpunt beschouwd wordt. Bijlage 1b bevat een overzicht van de overige uitgangspunten omtrent het model, de meetopstelling en de data verwerking (technisch inlegvel).

2911.012.ur.iwi

7.

nelissen ingenieursbureau b.v.

tabel 3.1.

activiteitenklasse per meetpunt

meetpunt nr.1 t/m 16 nr. 17 nr. 18 t/m 21 nr. 22 nr. 23 t/m 25 nr. 26 t/m 32 nr. 33 t/m 39 nr. 40 en 41 nr. 42 t/m 48

3.3.

omschrijving begane grond, gebied rondom gebouw begane grond, entree binnenterrein begane grond, binnenterrein begane grond, entree binnenterrein e onderdoorgang 1 verdieping verdieping 2, parkeerdek galerij/balkon verd. 5 (34 en 35 op verd. 6) galerij/balkon verd. 9 (41 op verd. 10) galerij/balkon verd. 15 (43 en 44 op verd. 16)

activiteitenklasse doorlopen doorlopen zitten doorlopen doorlopen doorlopen zitten zitten zitten

I I III I I I III III III

meetconfiguraties

In totaal zijn er acht verschillende configuraties in de windtunnel gemeten. Uitgangspunt voor elke meting is de basisconfiguratie, configuratie 1. In de daaropvolgende meetconfiguraties is de invloed van verschillende veranderingen aan het plan onderzocht en zijn combinaties van maatregelen vergeleken. De verschillende configuraties zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

7. 8.

basisconfiguratie: Het ontwerp van VMX Architects te Amsterdam. Het ontwerp bestaat uit het carrévormige laagbouwgedeelte met binnenterrein en de woontoren basisconfiguratie inclusief eventueel toekomstig te bouwen trapeziumvormige toren ste basisconfiguratie waarbij de doorgang onder de toren op de 1 verdieping tweezijdig is afgesloten basisconfiguratie waarbij de doorgangen naar het binnenterrein afgesloten zijn basisconfiguratie waarbij schermen (hoogte: 2,5m) geplaatst worden ter plaatse van de toede gangen naar het parkeerdek op de 2 verdieping zoals configuratie 5 met toevoeging van schermen loodrecht op de gevel over de gehele diepte van de balkons/galerijen op verdieping 15 (bij meetpunten 46 t/m 48) en bomen op maaiveld niveau (noordoost zijde) configuratie 6 met toevoeging van het eventueel toekomstig te bouwen trapeziumvormig gebouw zoals configuratie 7, echter: trapeziumvormig gebouw verwijderd; aantal bomen gehalveerd; schermen op het parkeerdek verwijderd

Ter visualisatie zijn tekeningen en een aantal foto’s van de verschillende configuraties in bijlage 2. (2a t/m 2h) toegevoegd.

2911.012.ur.iwi

8.

nelissen ingenieursbureau b.v.

4.

RESULTATEN

Op de vastgelegde meetpunten is in de windtunnel de uurgemiddelde windsnelheid op verblijfsniveau (ca. 1,75m) gemeten. Vervolgens is voor elk meetpunt, en voor elk van de 12 gemeten windrichtingen de windsnelheidscoëfficiënt cv bepaald. Deze coëfficiënt is een verhouding van de windsnelheid op het verblijfsniveau en de snelheid op 60m hoogte boven de meetlocatie. Daarna is met behulp van deze coëfficiënt per windrichting bepaald bij welke snelheid op 60m de kritische snelheid voor windhinder (>5m/s) en windgevaar (>15 m/s) wordt overschreden. In de laatste stap wordt aan de hand van de windstatistiek voor de specifieke locatie van de Genuahaven te Purmerend per windrichting bepaald wat de kans is dat deze kritische snelheid wordt overschreden. De windstatistiek houdt rekening met het jaarlijks gemiddeld aantal uren waarop wind uit een bepaalde richting komt. Hierdoor heeft de westenwind (die vaak voorkomt) een groot aandeel in de berekening van de overschrijdingskans. De totale overschrijdingskans is de som van alle overschrijdingskansen per windrichting. Deze som wordt getoetst aan de NEN 8100. In tabel 4.1. zijn de windhinder percentages, en de activiteitenklasse per meetpunt, voor de basisconfiguratie gegeven. Het gaat hierbij om de cumulatieve percentages van alle windrichtingen. Bijlage 3a.

geeft een overzicht van de resultaten met betrekking tot windhinder, gebaseerd op de overschrijdingspercentages. Deze is afhankelijk van de activiteitsklasse. Voor de volledigheid is ook per meetpunt het resultaat voor windhinder voor alle activiteitsklassen gegeven in bijlage 3b. Bijlage 4. bevat de beoordeling van de verschillende meetpunten, weergegeven in diverse plattegronden. En bijlage 5. tot slot geeft een overzicht van de resultaten voor windgevaar.

2911.012.ur.iwi

9.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Cumulatieve windhinder percentages basisconfiguratie. Vkrit. = 5,0 m/s. beoordeling

meetpunt en locatie

I I I I I I I I I I I I I I I I I III III III III I

0,9 9,1 7,2 3,8 6,5 5,7 11,2 1,3 15,4 14,9 7,8 17,2 2,2 13,6 0,9 9,5 0,05 3,8 7,7 0,6 9,6 15,5

goed goed goed goed goed goed matig goed matig matig goed matig goed matig goed goed goed matig slecht goed slecht matig

onderdoorgang

10

e

e

e

5 /6 verdieping

e

e

e

entree

hinder (%)

15 /16 verdieping

binnenterrein

entree

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22

activiteitenklasse

2 verdieping rondom parkeerdek

omgeving gebouw

meetpunt en locatie

balkons en galerijen

tabel 4.1.

2911.012.ur.iwi

activiteitenklasse

hinder (%)

beoordeling

23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44

I I I I I I I I I I III III III III III III III III III III III III

24,3 30,7 24,0 3,7 9,9 25,1 12,4 10,6 5,1 3,5 18,7 22,1 2,5 1,4 26,1 34,0 52,8 18,2 3,5 17,5 33,6 1,4

slecht slecht slecht goed matig slecht matig matig goed goed slecht slecht matig goed slecht slecht slecht slecht matig slecht slecht goed

45 46 47 48

III III III III

2,6 27,8 16,0 32,1

matig slecht slecht slecht

10.

nelissen ingenieursbureau b.v.

5.

ANALYSE WINDHINDER

5.1.

inleiding

Dit hoofdstuk behandelt windhinder. De eisen voor de beoordeling van het windklimaat voor windhinder zijn gebaseerd op de kans dat de drempelsnelheid voor windhinder (vDR;H = 5,0 m/s) wordt overschreden. Op basis van de windtunnelmetingen en de plaatselijk geldende windstatistiek, is voor alle configuraties bepaald wat de overschrijdingskans ter plaatse van een meetpunt is. In bijlage 3. is middels kleuren per meetpunt aangegeven of een punt conform de NEN 8100 goed, dan wel slecht of matig presteert met betrekking tot het wind comfort. Bij de bepaling van het comfort is rekening gehouden met de activiteitenklasse die aan het meetpunt toegekend is. Immers, een bepaalde windsnelheid kan bij een laag activiteitenniveau (zoals bijvoorbeeld ‘zitten’) als hinderlijk worden ervaren, terwijl voor een hogere activiteitsklasse (bijvoorbeeld ‘doorlopen’) het windklimaat bij dezelfde windsnelheden toch als goed beoordeeld kan worden. Om inzichtelijk te maken waar in het ontwerp en de directe omgeving zich problemen met betrekking tot wind voor kunnen doen, is in bijlage 5. een overzicht gegeven waarbij met kleuren in de plattegronden is aangegeven hoe een punt presteert; goed, matig of slecht. Dit is gedaan voor alle meetconfiguraties. Uit de resultaten blijkt dat op een aantal meetpunten een oncomfortabel windklimaat ontstaat.

In de volgende paragrafen worden de resultaten per groep meetpunten, op basis van positie in het ontwerp, geanalyseerd. Eerst wordt de basisconfiguratie behandeld. Vervolgens wordt nagegaan wat de meest opvallende verbeteringen en verslechteringen per configuratie zijn.

5.2.

basisconfiguratie

De analyse van de basisconfiguratie is het uitgangspunt voor de beoordeling van het windklimaat rondom de Genuahaven. 5.2.1. omgeving van het gebouw (meetpunten 1-16) Het windklimaat in de directe omgeving van het gebouw is grotendeels als goed te kwalificeren. Een gemiddelde waarde van 7,9% windhinder valt voor de toegekende activiteit ‘doorlopen’ binnen de waardering goed. Op de meetpunten 7, 9, 10, 12 en 14 liggen de verkregen percentages wel wat hoger, maar van een slecht windklimaat is hier geen sprake.

2911.012.ur.iwi

11.

nelissen ingenieursbureau b.v.

5.2.2. begane grond: binnenterrein (meetpunten 17-22) De activiteitenklassen die aan de meetpunten in het binnenterrein zijn toegekend zijn zitten (meetpunten 18-21) en doorlopen (meetpunten 17 en 22). Via de entrees (meetpunten 17 en 22) kan het binnenterrein bereikt worden. In de basisconfiguratie levert dit voor meetpunt 17 geen probleem op. Punt 22 aan de noordoost zijde daarentegen resulteert in een matig klimaat. Op het binnenterrein zelf varieert het windklimaat van goed tot matig, en plaatselijk slecht. Opvallend is dat meetpunt 18 op het binnenterrein een iets gunstiger windklimaat ondervindt dan de meetpunten 19 en 21. Na bestudering van de windsnelheidscoëfficiënten blijkt dat op punt 18 weliswaar een hogere snelheid wordt gemeten, maar dat dit wordt veroorzaakt door wind uit een minder vaak voorkomende windrichting, namelijk oostenwind. Hierdoor wordt een lager windhinder percentage verkregen en wordt het windklimaat op dit punt als matig beoordeeld (in plaats van slecht). Onder de luifel (meetpunt 20) is het windklimaat goed. 5.2.3. onderdoorgang verdieping 1 (meetpunten 23-25) Het windtunnelonderzoek van de basisconfiguratie toont aan dat de onderdoorgang op verdieping 1 een kritiek punt in het ontwerp is. Zelfs voor de hoogste activiteitenklasse, klasse I doorlopen, is de beoordeling van het klimaat slecht.

De windhinder percentages van de meetpunten in de onderdoorgang variëren van ca. 26% tot 33%. Geconstateerd wordt dat wind uit het oosten en zuidoosten de hoogste windsnelheidscoëfficiënten voor punt 24 oplevert. Voor meetpunt 25 is dat wind uit het oosten en noordoosten. Deze resultaten zijn te verwachten, gezien de ligging van deze punten. De verwachting is dat wanneer wordt voorkomen dat wind uit deze richting een dergelijke grote invloed op de onderdoorgang (punten 23-25) kan ste uitoefenen, het windklimaat in de onderdoorgang op de 1 verdieping aanzienlijk verbeterd wordt. 5.2.4. verdieping 2 (meetpunten 26-32) de Het windklimaat op de 2 verdieping (Figuur 1.) is in de basisconfiguratie erg divers. Direct achter de afscherming (meetpunt 26) is de kans op windhinder klein omdat de frequente westenwind weinig invloed op dit punt heeft. Meetpunt 28 is met zijn ligging in de noordoost hoek van het gebouw erg ontvankelijk voor de westenwind, en heeft hierdoor veel kans op windhinder. Dit geldt ook voor de meetpunten 29 en 30, maar omdat deze punten meer beschut liggen onder een luifel is hier minder kans op hinder tengevolge van westenwind. De maximale windsnelheidscoëfficiënt ter plaatse van meetpunt 29 is zelfs hoger dan de maximale coëfficiënt voor punt 28. Bij punt 29 is de wind uit het noordwesten echter bepalend, en niet de vaker voorkomende westenwind.

Dientengevolge kan het zo zijn dat na toetsing van de meetresultaten aan NEN 8100 punt 29 als matig, en punt 28 als slecht windklimaat wordt beoordeeld.

2911.012.ur.iwi

12.

nelissen ingenieursbureau b.v.

figuur 1.

5.2.5.

de

meetpunten 26-32 op de 2

verdieping

galerijen en balkons (meetpunten 33-48)

Uit het overzicht met de windhinder percentages blijkt dat het windklimaat alleen rondom de meetpunten 35, 36, 44 en 45 met de oriëntatie noordoost - zuidoost (zie figuur 2.) als goed (of bijna goed) wordt beoordeeld. De beoordeling van meetpunt 41 is met 3,5% windhinder matig. Naar aanleiding hiervan kan geconcludeerd worden dat op balkons met een oriëntatie tussen noordoost en zuidoost over het algemeen geen windhinder ondervonden zal worden, mits voldoende afstand van de hoeken wordt aangehouden. Dit is geïllustreerd in figuur 2.

2911.012.ur.iwi

13.

nelissen ingenieursbureau b.v.

e

e

figuur 2. plattegronden van de woontoren. Van links naar rechts: 5 /6 verdieping, e e e e 9 /10 verdieping, 15 /16 verdieping. Op de met groen en oranje aangegeven meetpunten is er beperkte kans op windhinder. Op alle overige balkons daarentegen wordt het windklimaat als slecht beoordeeld voor de activiteit zitten. De meetpunten 39 en 48 geven de meest extreme uitkomsten, waarbij punt 39 maarliefst 52,8% kans op windhinder heeft. Een verklaring hiervoor kan zijn dat beide meetpunten praktisch op de hoek van de toren gelegen zijn, waar zeer grote windversnellingen optreden. Punt 39 ondervindt niet alleen veel hinder van de veel voorkomende westenwind, maar ook tengevolge van wind uit de richtingen noord en zuid. Dit blijkt ook uit bestudering van de windsnelheidscoëfficiënten die voor bijna alle bovengenoemde windrichtingen extreem hoog bleken. Opvallend is het verschil in windhinder percentage van de meetpunten 39 en 48. De punten hebben e e dezelfde oriëntatie, waarbij meetpunt 39 op de 5 verdieping gesitueerd is, en punt 48 op de 15 verdieping. De verwachting is dat er op de hogere verdiepingen ook hogere windsnelheden worden gemeten. Echter, dit blijkt niet uit de windtunnelmetingen. De windsnelheidscoëfficiënten van de twee meetpunten zijn: e

cv [-] meetpunt 39 (6 verdieping) bij zuidwesten wind = 2,37 e cv [-] meetpunt 48 (16 verdieping) bij zuidwesten wind = 1,31

2911.012.ur.iwi

14.

nelissen ingenieursbureau b.v.

De gelijkenissen tussen deze twee meetpunten in acht nemend, is het opvallend dat de cv waarde voor beide punten zo sterk verschilt. Uit de foto’s van de meetconfiguratie blijkt dat de positie van punt 39 in de maquette ongunstig is. De sensor staat enigszins scheef (richting de hoek van het gebouw) en vanwege de schaal van de maquette kan deze kleine afwijking in het model een grote afwijking op ware schaal betekenen. Algemeen kan gesteld worden dat er maatregelen noodzakelijk zijn om het comfort voor de activiteit zitten ter plaatse van de balkons te verhogen. In verband met de vluchtroutes worden de balkons in sommige gevallen als galerij beschouwd. Met de bijbehorende activiteitenklasse I ‘doorlopen’ voldoen de meetpunten 34, 37, 38, 39, 43, 46 en 48 niet. De beoordeling volgens de NEN 8100 is slecht.

5.3.

invloed van het trapezium gebouw (configuraties 2 en 7)

Om de invloed van het eventueel toekomstig te bouwen trapeziumvormig gebouw op de omgeving van de Genuahaven te bepalen, is gedurende twee meetconfiguraties het gebouw in het model meegenomen. Het betrof configuraties 2 en 7. In deze paragraaf zullen alleen de punten behandeld worden die veranderd zijn ten opzichte van de basisconfiguratie. 5.3.1. omgeving van het gebouw (meetpunten 1-16) Toevoeging van het trapezium gebouw heeft invloed op de omgeving van de Genuahaven. Hoewel op sommige punten iets lagere windsnelheden werden gemeten omdat ze in de luwte van het gebouw komen te liggen, wordt er op meetpunt 10 een beduidend hoger windhinder percentage verkregen, namelijk 29,8% waardoor het windklimaat er als slecht wordt gekwalificeerd. Na bestudering van de meetresultaten blijkt dat de windsnelheidscoëfficiënt niet extreem hoog is en dat wind komend vanuit de richtingen noordwest over noord naar noordoost bepalend zijn. Omdat bovengenoemde windrichting op deze locatie relatief vaak voorkomt is het aandeel in windhinder percentage dan ook groot. De windsnelheid neemt toe daar waar de doorgang tussen de twee torens (die van de Genuahaven en de trapezium toren) vernauwt. Ook meetpunt 11, gelegen ten noordoosten van het trapezium gebouw verslechtert, zij het in mindere mate dan meetpunt 10. 5.3.2.

verdieping 2 (meetpunten 26-32) e Het windklimaat op de 2 verdieping van het gebouw verbetert op alle punten door de toevoeging van het trapezium gebouw, uitgezonderd de punten 31 en 32 die gelijk blijven. Het windklimaat op punt 27 wordt door deze verbetering beoordeeld als goed. De verdeling van de windsnelheidscoëfficiënten is nagenoeg gelijk als in de basisconfiguratie, echter de waarden zijn iets lager.

2911.012.ur.iwi

15.

nelissen ingenieursbureau b.v.

5.4.

invloed van aanpassingen aan en rondom het gebouw

In de meetconfiguraties 3 t/m 5 is de invloed van verschillende veranderingen aan het plan onderzocht ten opzichte van de basisconfiguratie, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van afschermingen die de doorgang onder de toren, naar het binnenterrein, of naar het parkeerdek afsluiten. Omdat op een aantal kritische punten in het ontwerp de gemeten waarden sterk afwijken van de te verwachten waarden, is tijdens de metingen op basis van de eerste resultaten besloten nog een drietal andere configuraties door te meten (configuratie 6-8). Bij deze configuraties is o.a. de invloed van bomen in de omgeving meegerekend en zijn combinaties van maatregelen vergeleken. 5.4.1. doorgangen afsluiten en schermen plaatsen Uit de meting van de basisconfiguratie blijkt dat ter plaatse van open doorgangen (bijvoorbeeld naar ste het binnenterrein of op de 1 verdieping onder de toren) de kans op windhinder groot is. Door deze onderdoorgangen dicht te zetten wordt het windklimaat op deze plaatsen in het ontwerp sterk verbeterd. Door de doorgangen naar het binnenterrein af te sluiten (meetconfiguratie 4) is de kans op windhinder ter plaatse van de entree (punt 22) minimaal. Echter, het afsluiten van het binnenterrein heeft geen invloed op het windklimaat op het binnenterrein zelf.

Om het comfort op het binnenterrein te verhogen dienen dus andere maatregelen getroffen te worden, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van bomen/beplanting. de

Ook geldt dat het tweezijdig afsluiten van de doorgang op de 2 verdieping (meetconfiguratie 3) de kans op windhinder ter plaatse van de doorgang (meetpunten 23, 24 en 25) minimaliseert. Bij meetconfiguratie 5 zijn schermen met een hoogte van 2,5m op het parkeerdek geplaatst. De verwachting dat deze aanpassing het windklimaat ter plaatse van de schermen (bij meetpunten 29 en 31) doet verbeteren is bevestigd. Voor meetpunt 29 betekent de aanpassing een verbetering van een matig naar een goed windklimaat. Ook punt 31 verbetert enigszins, maar dit punt was volgens de beoordelingsklassen van de NEN 8100 al goed. Ook de situatie op de balkons kan erg verbeterd worden door het plaatsen van schermen. Dit is gemee ten door op de balkons op de 15 verdieping, rondom de meetpunten 46, 47 en 48 extra schermen te plaatsen (meetconfiguratie 6). Uit de metingen blijkt dat op de hoekpunten (punten 46 en 48) de kans op windhinder gehalveerd wordt. Nog altijd geldt er een windhinder klasse E, wat overeenkomt met de beoordeling als slecht windklimaat voor de activiteit zitten die aan de punten is toegekend. De kans op windhinder midden tussen twee schermen (meetpunt 47) is afgenomen met een factor 10 en het punt is nu als goed te classificeren. Er is hier nu een comfortabele situatie voor de activiteit zitten gecreeerd.

2911.012.ur.iwi

16.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Er kan zodoende geconcludeerd worden dat het windklimaat direct tussen de schermen op de balkons comfortabel genoeg is voor de toegekende activiteit ‘zitten’. Op de hoeken is nog altijd kans op windhinder. Echter, met toevoeging van de schermen worden deze plekken voor de hoogste activiteitenklasse ‘doorlopen’ als matig beoordeeld. 5.4.2. invloed van bomen Bij de berekening van de basisconfiguratie is uitgegaan van een situatie zonder bomen. Echter, in het plan zijn diverse zones met bomen en bosjes aanwezig. Om de invloed hiervan te bepalen zijn diverse metingen uitgevoerd waarbij bomen in de maquette zijn geplaatst. Dit betreft de metingen 6 t/m 8. De resultaten tonen aan dat de aanwezigheid van bomen de kans op windhinder beperkt. In de directe omgeving van de Genuahaven wordt het windklimaat op alle gemeten posities als goed beoordeeld, en rondom meetpunt 10 en 11 een als matig.

5.5.

invloed van een voorstedelijk profiel

Omdat bij de metingen is uitgegaan van een worstcase scenario, namelijk het kustprofiel, zijn sommige gemeten windhinder percentages hoger dan zij in werkelijkheid zijn. Uitgaande van het feit dat op circa driekwart van het plan een voorstedelijk profiel van toepassing is krijgen sommige meetpunten hierdoor een betere beoordeling. Echter, bij punten die erg ontvankelijk zijn voor de maatgevende westenwind blijft de beoordeling van het windklimaat veelal slecht. Een voorbeeld hiervan is meetpunt 28 op het parkeerdek. Op dit punt is de beoordeling van het gemeten windklimaat slecht (27,46% kans op windhinder). In het geval alleen de windrichtingen west – zuidwest een kustprofiel hebben, en voor de overige windrichtingen met een voorstedelijk profiel gemeten wordt, zou er sprake geweest zijn 23,1% kans op windhinder. Hiermee krijgt het windklimaat op het punt nog altijd de beoordeling slecht.

2911.012.ur.iwi

17.

nelissen ingenieursbureau b.v.

6.

ANALYSE WINDGEVAAR

6.1.

inleiding

Dit hoofdstuk behandelt windgevaar. De eisen voor de beoordeling van het windklimaat voor windgevaar zijn gebaseerd op de kans dat de drempelsnelheid voor windhinder (vDR;G = 15,0 m/s) wordt overschreden. Op basis van de windtunnelmetingen en de plaatselijk geldende windstatistiek, is voor alle configuraties bepaald wat de overschrijdingskans ter plaatse van een meetpunt is. In bijlage 4. is middels kleuren per meetpunt aangegeven of een punt conform de NEN 8100 weinig kans op windgevaar heeft, beperkt risico met betrekking tot windgevaar heeft, of als gevaarlijk wordt beoordeeld. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke punten in het ontwerp er kans op windgevaar is.

6.2.

analyse windgevaar per groep meetpunten

Per groep meetpunten wordt nagegaan waar zich gevaarlijke situaties voor kunnen doen. Volgens de NEN 8100 geldt de klasse gevaarlijk als de overschrijdingskans ≥ 0,30% is. Tabel 6.2. geeft aan dat de kans percentages voor de verschillende meetpunten waar volgens het toetsingsmodel gevaar optreedt sterk verschillen. tabel 6.2.

resultaten windgevaar percentages voor kritieke meetpunten per configuratie

meetpunt omgeving e

2 verdieping

balkons

2911.012.ur.iwi

1 10 23 24 28 34 37 38 39 43 46 48

2

0,49

0,82 0,52

0,68

3

configuratie 4 5

0,43

0,48

0,48

0,79

0,82

0,74

2,31 12,85 3,81

2,64 12,12 3,16

2,24 11,84 3,33

1,83 11,94 3,09

0,71 11,03 2,86

2,83

2,62

2,56

2,24

2,26

6

7

8

0,67

0,78

0,64 0,40 0,32 1,04

1,11 11,18 2,73

1,63 0,55 3,36 0,45 0,51

18.

1,92 2,90 0,71 0,37

nelissen ingenieursbureau b.v.

6.2.1. omgeving van het gebouw (meetpunten 1-16) In de directe omgeving van het ontwerp is er volgens de basisconfiguratie meting alleen ten noorden/noordoosten van het gebouw (meetpunt 10) kans op windgevaar. De kans op overschrijding van de windgevaar drempel is 0,49%, wat neerkomt jaarlijks gemiddeld 43 uur kans op windgevaar. In deze meting is echter geen rekening gehouden met de aanwezigheid van bomen in de omgeving. In de metingen waarin dit wel is gedaan (meetconfiguratie 6-8) is de kans op windgevaar lager en geldt er een beperkt risico. 6.2.2. begane grond: binnenterrein (meetpunten 17-22) Op het binnenterrein is de kans op gevaarlijke situaties tengevolge van wind zeer klein. 6.2.3. onderdoorgang verdieping 1 (meetpunten 23-25) ste Uit het windtunnelonderzoek blijkt dat de onderdoorgang op de 1 verdieping geen problemen oplevert met betrekking tot windgevaar. 6.2.4. verdieping 2 (meetpunten 26-32) de Zoals tijdens de windhinder analyse van het gebouw al bleek is het windklimaat op de 2 verdieping de erg divers. Ook de resultaten voor windgevaar op 2 verdieping lopen erg uiteen. Meetpunt 28 blijkt in de basisconfiguratie een windgevaarlijke positie te hebben. Het windhinder percentage (met vkrit. ≥ 15 m/s) is 0,82%, wat neerkomt op jaarlijks gemiddeld 72 uur kans op windgevaar. 6.2.5.

galerijen en balkons (meetpunten 33-48) Er heerst er een ongunstig windklimaat met betrekking tot windgevaar op de galerijen en balkons van de Genuahaven. Met name op de hoekpunten (punt 39, 43, 48) is de kans op windgevaar hoog. Op e de 6 verdieping ter plaatse de westhoek van de toren is jaarlijks gemiddeld 12,85% van de tijd kans op windgevaarlijke situaties. Uit de metingen blijkt dat het plaatsen van schermen op de balkons (meetconfiguratie 6 ter plaatse van de meetpunten 46-48) de kans op windgevaar minimaliseert.

2911.012.ur.iwi

19.

nelissen ingenieursbureau b.v.

7.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

7.1.

conclusie windtunnelmetingen

Het ontwerp van VMX Architects te Amsterdam voor de Genuahaven te Purmerend is in de windtunnel getoetst. Hierbij is beoordeeld hoe het windklimaat in de nieuwe situatie nabij en rondom het nieuw te bouwen woon- en zorgcomplex is. Een belangrijke bevinding naar aanleiding van dit onderzoek is dat er in de basisconfiguratie conform de NEN 8100 zowel windhinder als windgevaar is geconstateerd. Er wordt dan ook geadviseerd om maatregelen te nemen om het windklimaat ter plaatse van het gebouw verbeteren. Omdat bij de metingen slechts met één type voorland met bijbehorende ruwheidlengte kan worden gemeten, is uitgegaan van een worstcase scenario: het kustprofiel. Hierdoor is het gemeten windhinder percentage voor circa driekwart van de windrichtingen hoger dan te verwachten is. 7.1.1. omgeving van het gebouw In de directe omgeving van de Genuahaven is de kans op windhinder klein. Een uitgangspunt is wel dat de geplande bomen in het plan aanwezig zijn. Metingen waarbij de invloed van de bomen op het plaatselijk windklimaat niet wordt meegenomen, laten ongunstigere resultaten zien, waarbij de comforteisen overschreden worden. Met betrekking tot windgevaar is er in de directe omgeving, met uitzondering van één punt (meetpunt 10), geen risico. Ook voor windgevaar geldt dat bomen een positief effect op het windklimaat hebben.

De metingen tonen aan dat wanneer de bomen die in de stedenbouwkundige situatie zijn ingetekend aanwezig zijn, er voor dat punt slechts een zeer beperkt risico voor windgevaar is. 7.1.2. binnenterrein Op het binnenterrein heerst een gevarieerd windklimaat. Plaatselijk wordt het windklimaat - activiteitsklasse afhankelijk – als slecht beoordeeld, maar er worden ook matige, en goede windklimaten gemeten. Omdat geen van de genomen maatregelen invloed heeft gehad op het binnenterrein laten de verschillende meetconfiguraties nauwelijks wijzigingen zien ter plaatse van het terrein. Echter, in parallel met overige metingen, is het te verwachten dat het plaatsen van bomen en bosjes rondom de zitplaatsen op het binnenterrein het comfort vergroot. De kans op gevaarlijke situaties op het binnenterrein is verwaarloosbaar. 7.1.3. doorgangen De metingen laten het effect zien van het afsluiten van de doorgangen naar het binnenterrein. De kans op windhinder die bij één van de entrees naar het binnenterrein groot is (meetpunt 22), wordt verkleind door de doorgang af te sluiten. Wanneer de doorgangen niet worden afgesloten geldt er een beperkt risico met betrekking tot windgevaar. Indien de doorgang wel wordt afgesloten is de kans op windgevaar te verwaarlozen.

2911.012.ur.iwi

20.

nelissen ingenieursbureau b.v.

7.1.4. verdieping 2 de Op het parkeerdek op de 2 verdieping is het windklimaat erg divers. Het klimaat op meetpunt 28 wordt in alle configuraties beoordeeld als slecht. Als in beschouwing wordt genomen dat voor driekwart van de windrichtingen een voorstedelijk profiel geldt – een realistisch uitgangspunt voor dit meetpunt gezien de ligging – verbetert het windklimaat ter plaatse van meetpunt 28 weliswaar, maar de beoordeling blijft slecht. 7.1.5. balkons/galerijen Op de balkons is het klimaat alleen tussen de schermen als goed te kwalificeren, zelfs voor de activie e teit zitten op de 15 /16 verdieping. Op de hoekpunten van de toren van het gebouw daarentegen is het windklimaat op de balkons/galerijen als slecht gekwalificeerd voor de toegekende activiteit. Er is daarnaast ook een aanzienlijke kans op windgevaar op deze hoekpunten. Het windtunnelonderzoek laat zien dat het plaatsen van schermen op de balkons het comfort verhoogd (van matig/slecht tot goed/matig) en tevens de kans op gevaarlijke windsituaties minimaliseert.

7.2.

aanbevelingen

Uitgaande van het uitgevoerde windtunnelonderzoek zijn tenslotte samenvattend een aantal aanbevelingen te geven. Uitgangpunt hierbij is dat de bomen die in het plan aanwezig zijn (aan de oostzijde van het plan, grenzend aan het Noord-Hollands kanaal) behouden blijven. De aanbevelingen zijn om: -

-

ste

de onderdoorgang onder de toren op de 1 verdieping tweezijdig af te schermen ter verbetering van het windklimaat ter plaatse ten minste de doorgang ten noordoosten van het binnenterrein af te schermen (ter plaatse van meetpunt 22) bomen of bosjes op het binnenterrein plaatsen e op de balkons/galerijen op de hoger gelegen verdiepingen (ca. vanaf de 5 verdieping) verdiepingshoge borstweringen/balustrades aan te brengen zodat het klimaat voor de activiteit zitten er als goed is te kwalificeren op de balkons/galerijen schermen loodrecht op de gevel te plaatsen over de gehele balkondiepte. (Hierin kunnen eventueel deuren aangebracht worden om looproutes te realiseren).

2911.012.ur.iwi

21.

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 1a.

2911.012.ur.iwi

positionering meetpunten

22.

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 1b.

2911.012.ur.iwi

technisch inlegvel

23.

P.O. Box 175 8300 AD Emmeloord The Netherlands Phone +31 527 248555 Fax +31 527 248582 E-mail info@dnw.aero Website http://www.dnw.aero

Bank (The Netherlands) ABN Amro Bank number 42.77.84.859 VAT-ID NL 0038.05.864 B 01. Visitors Voorsterweg 31, 8316 PR

Marknesse

Technisch Inlegvel Windtunnelonderzoek: Test 8653 Algemeen

Projectgegevens

Projectnaam en -plaats

Project te Purmerend

Opdrachtgever

Nelissen; Thijs van Duijnhoven c.s.

Projectteam DNW

Tunnel operators: Project engineer: Project manager:

Meetdatum

3 maart 2009

Model

Algemene gegevens van het model

Schaal

1:250

Blokkeringgraad

verwaarloosbaar

Omvang gemodelleerd gebied

straal van 300 meter

A. Brinkhuis & C. Boons T. Schubert E. Willemsen

Kerngebied Omgeving Gemodelleerd groen Onderzochte configuraties

9

Meetopstelling

Informatie over de meetopstelling

Gesimuleerde grenslaag • kalibratiedatum

december 1998; checks in 2008

Meelpunten en meethoogte

48; standaard

Onderzochte windrichtingen

12; stapgrootte 30°

kalibratie tunnelregeling  datum  instantie

 februari 2007 (kalibratie Rosemounts transducers)  NLR  Checks in 2008

kalibratie snelheidssensoren  datum  instantie

  januari 2008  DNW

Data verwerking

T.b.v. berekening overschrijdingsfrequenties

 

 X124740 Y502173

X en Y coördinaat versie windstatistiek

2006

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2a.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 1: basisconfiguratie

24.

Configuratie 1: basisconfiguratie

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2b.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 2

25.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Configuratie 2: basisconfiguratie inclusief eventueel toekomstig te bouwen trapeziumvormige toren

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2c.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 3

26.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Configuratie 3: basisconfiguratie, waarbij doorgang onder de toren op de 1 afgesloten

ste

verdieping tweezijdig is

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2d.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 4

27.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Configuratie 4: basisconfiguratie, waarbij de doorgangen naar het binnenterrein afgesloten zijn

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2e.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 5

28.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Configuratie 5: basisconfiguratie, waarbij er schermen (hoogte 2,5m) geplaatst worden ter plaatse van de de toegangen naar het parkeerdek op de 2 verdieping

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2f.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 6

29.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Configuratie 6: zoals configuratie 5, echter met toevoeging van schermen loodrecht op de balkons op verdieping 15 (bij meetpunten 46 t/m 48) en bomen op maaiveld niveau (noordoost zijde)

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2g.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 7

30.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Configuratie 7: zoals configuratie 6, echter, met toevoeging van het toekomstig te bouwen trapeziumvormig gebouw

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 2h.

2911.012.ur.iwi

meetconfiguratie 8

31.

nelissen ingenieursbureau b.v.

Configuratie 8: zoals configuratie 7, echter: - trapeziumvormig gebouw verwijderd; - aantal bomen gehalveerd; - schermen op parkeerdek verwijderd;

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 3a.

2911.012.ur.iwi

resultaten windtunnelmetingen – windhinder per activiteitenklasse

32.

H5 [%] H5 [%] laag hoog Klasse 0 2,5 A 2,5 5 B 5 10 C 10 20 D 20 100 E

streef 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 3 3 3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

I goed goed goed matig slecht

activiteit II III goed goed goed matig matig slecht slecht slecht slecht slecht

configuratie 1 - basis configuratie 2 configuratie 3 configuratie 4 configuratie 5 configuratie 6 configuratie 7 configuratie 8 meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III 1 0,92 1 0,92 1 1,19 1 0,85 1 1,11 1 1,03 1 0,59 1 1,06 2 9,13 2 8,88 2 8,03 2 8,13 2 7,63 2 8,77 2 7,97 2 8,07 3 7,2 3 6,55 3 6,55 3 8,45 3 7,26 3 7,16 3 6,78 3 6,13 4 3,81 4 2,5 4 3,99 4 4,24 4 4,18 4 2,21 4 2,17 4 2,67 5 6,53 5 6,45 5 6,36 5 6,39 5 5,93 5 6,41 5 5,72 5 6,1 6 5,65 6 4,66 6 4,31 6 4,43 6 5,59 6 5,04 6 3,94 6 4,9 7 11,19 7 8,71 7 10,69 7 9,75 7 8,66 7 9,07 7 6,65 7 9,55 8 1,29 8 2,55 8 1,4 8 1,28 8 1,18 8 0,81 8 2,61 8 0,44 9 15,39 9 12,35 9 14,61 9 15,11 9 14,1 9 9,17 9 9,06 9 8,23 10 14,91 10 29,82 10 14,06 10 14,88 10 14,37 10 14,25 10 24,28 10 15,98 11 7,82 11 13,26 11 7,56 11 7,46 11 7,57 11 5,84 11 13,3 11 6,34 12 17,18 12 13,12 12 15,57 12 16,52 12 15,09 12 11,2 12 9,7 12 11,07 13 2,17 13 1,16 13 2,01 13 5,04 13 2,33 13 2,05 13 1,21 13 1,92 14 13,64 14 13,87 14 13,14 14 13,46 14 13,42 14 11,76 14 12,13 14 11,2 15 0,88 15 1,22 15 0,7 15 0,51 15 0,5 15 0,76 15 1,44 15 0,69 16 9,47 16 7,9 16 9,1 16 9,2 16 8,62 16 9,87 16

8,64 16 8,89 17 0,05 17 . 17 0,04 17 . 17 0,18 17 0,08 17 . 17 0,08 18 3,83 18 2,7 18 4,06 18 3,94 18 4,13 18 3,74 18 2,98 18 4,14 19 7,72 19 8,26 19 8,12 19 7,76 19 7,06 19 7,4 19 8,88 19 8,38 20 0,57 20 0,75 20 1,38 20 0,51 20 0,57 20 0,48 20 0,84 20 0,71 21 9,58 21 10,29 21 10,44 21 9,3 21 8,8 21 8,64 21 12,1 21 11,07 22 15,53 22 14,25 22 14,07 22 . 22 15,23 22 14,67 22 15,3 22 16,71 23 27,12 23 24,33 23 . 23 26,52 23 26,01 23 23,92 23 26,24 23 28,33 24 32,59 24 30,72 24 0,03 24 31,81 24 32,89 24 27,08 24 27,34 24 27,58 25 26,76 25 24,03 25 . 25 26,51 25 26,17 25 22,55 25 19,15 25 21,07 26 5,96 26 3,67 26 7,27 26 6,3 26 7,18 26 6,7 26 4,08 26 5,74 27 13,28 27 9,93 27 13,49 27 13,45 27 12,3 27 11,49 27 8,93 27 13,19 28 27,47 28 25,09 28 26,78 28 27,03 28 29,9 28 28,71 28 24,37 28 25,83 29 16,5 29 12,43 29 14,86 29 17,64 29 1,9 29 1,8 29 1,38 29 3,66 30 13,46 30 10,59 30 11,87 30 12,6 30 13,21 30 11,81 30 8,2 30 9,26 31 5,07 31 5,12 31 4,78 31 4,99 31 1,04 31 0,85 31 3,37 31 4,24 32 3,78 32 3,51 32 3,67 32 3,83 32 1,26 32 0,97 32 2,4 32 2,43 33 18,73 33 16,66 33 18,61 33 18,59 33 18,47 33 17,7 33 , 33 , 34 22,14 34 18,02 34 21,19 34 21,67 34 20,26 34 18,87 34 , 34 , 35 2,53 35 2,12 35 2,89 35 2,98 35 2,78 35 2,13 35 , 35 , 36 1,37 36 1,38 36 1,57 36 1,42 36 1,25 36 1,34 36 , 36 , 37 26,05 37 23,4 37 26,18 37 26,67 37 26,67 37 25,76 37 , 37 , 38 33,97 38 38,37 38 37,92 38 31,3

38 25,51 38 27,83 38 , 38 , 39 52,75 39 52,74 39 52,71 39 53,51 39 53,29 39 52,79 39 , 39 , 40 18,21 40 17,51 40 18,11 40 17,99 40 17,91 40 16,71 40 , 40 , 41 3,45 41 3,17 41 3,77 41 3,86 41 3,63 41 3,39 41 , 41 , 42 17,46 42 15,47 42 16,34 42 16,3 42 15,76 42 11,85 42 , 42 , 43 33,56 43 29,17 43 33,8 43 33,17 43 32,88 43 31,08 43 , 43 , 44 1,43 44 . 44 1,53 44 1,66 44 1,68 44 1,21 44 , 44 , 45 2,55 45 2,41 45 2,56 45 2,49 45 2,58 45 1,35 45 , 45 , 46 27,76 46 23,31 46 27,7 46 28,42 46 27,85 46 17,3 46 , 46 , 47 15,98 47 15,87 47 15,32 47 15,13 47 14,44 47 1,64 47 , 47 , 48 32,09 48 31,85 48 31,7 48 32,19 48 31,79 48 16,98 48 , 48 ,

Bij de configuraties 7 en 8 zijn de balkons/galerijen buiten beschouwing gelaten

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 3b.

2911.012.ur.iwi

resultaten windtunnelmetingen – windhinder – alle activiteitenklassen

33.

H5 [%] H5 [%] laag hoog Klasse 0 2,5 A 2,5 5 B 5 10 C 10 20 D 20 100 E

streef 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 3 3 3 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

I goed goed goed matig slecht

activiteit II III goed goed goed matig matig slecht slecht slecht slecht slecht

Configuratie 1 -basis Configuratie 2 Configuratie 3 Configuratie 4 Configuratie 5 Configuratie 6 Configuratie 7 Configuratie 8 meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse meet- Activiteitenklasse punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III punt I II III 1 0,92 0,92 0,92 1 0,92 0,92 0,92 1 1,19 1,19 1,19 1 0,85 0,85 0,85 1 1,11 1,11 1,11 1 1,03 1,03 1,03 1 0,59 0,59 0,59 1 1,06 1,06 1,06 2 9,13 9,13 9,13 2 8,88 8,88 8,88 2 8,03 8,03 8,03 2 8,13 8,13 8,13 2 7,63 7,63 7,63 2 8,77 8,77 8,77 2 7,97 7,97 7,97 2 8,07 8,07 8,07 3 7,2 7,2 7,2 3 6,55 6,55 6,55 3 6,55 6,55 6,55 3 8,45 8,45 8,45 3 7,26 7,26 7,26 3 7,16 7,16 7,16 3 6,78 6,78 6,78 3 6,13 6,13 6,13 4 3,81 3,81 3,81 4 2,5 2,5 2,5 4 3,99 3,99 3,99 4 4,24 4,24 4,24 4 4,18 4,18 4,18 4 2,21 2,21 2,21 4 2,17 2,17 2,17 4 2,67 2,67 2,67 5 6,53 6,53 6,53 5 6,45 6,45 6,45 5 6,36 6,36 6,36 5 6,39 6,39 6,39 5 5,93 5,93 5,93 5 6,41 6,41 6,41 5 5,72 5,72 5,72 5 6,1 6,1 6,1 6 5,65 5,65 5,65 6 4,66 4,66 4,66 6 4,31 4,31 4,31 6 4,43 4,43 4,43 6 5,59 5,59 5,59 6 5,04 5,04 5,04 6 3,94 3,94 3,94 6 4,9 4,9 4,9 7 11,19 11,19 11,19 7 8,71 8,71 8,71 7 10,69 10,69 10,69 7 9,75 9,75 9,75 7 8,66 8,66 8,66 7 9,07 9,07 9,07 7 6,65 6,65 6,65 7 9,55 9,55 9,55 8 1,29 1,29

1,29 8 2,55 2,55 2,55 8 1,4 1,4 1,4 8 1,28 1,28 1,28 8 1,18 1,18 1,18 8 0,81 0,81 0,81 8 2,61 2,61 2,61 8 0,44 0,44 0,44 9 15,39 15,39 15,39 9 12,35 12,35 12,35 9 14,61 14,61 14,61 9 15,11 15,11 15,11 9 14,1 14,1 14,1 9 9,17 9,17 9,17 9 9,06 9,06 9,06 9 8,23 8,23 8,23 10 14,91 14,91 14,91 10 29,82 29,82 29,82 10 14,06 14,06 14,06 10 14,88 14,88 14,88 10 14,37 14,37 14,37 10 14,25 14,25 14,25 10 24,28 24,28 24,28 10 15,98 15,98 15,98 11 7,82 7,82 7,82 11 13,26 13,26 13,26 11 7,56 7,56 7,56 11 7,46 7,46 7,46 11 7,57 7,57 7,57 11 5,84 5,84 5,84 11 13,3 13,3 13,3 11 6,34 6,34 6,34 12 17,18 17,18 17,18 12 13,12 13,12 13,12 12 15,57 15,57 15,57 12 16,52 16,52 16,52 12 15,09 15,09 15,09 12 11,2 11,2 11,2 12 9,7 9,7 9,7 12 11,07 11,07 11,07 13 2,17 2,17 2,17 13 1,16 1,16 1,16 13 2,01 2,01 2,01 13 5,04 5,04 5,04 13 2,33 2,33 2,33 13 2,05 2,05 2,05 13 1,21 1,21 1,21 13 1,92 1,92 1,92 14 13,64 13,64 13,64 14 13,87 13,87 13,87 14 13,14 13,14 13,14 14 13,46 13,46 13,46 14 13,42 13,42 13,42 14 11,76 11,76 11,76 14 12,13 12,13 12,13 14 11,2 11,2 11,2 15 0,88 0,88 0,88 15 1,22 1,22 1,22 15 0,7 0,7 0,7 15 0,51 0,51 0,51 15 0,5 0,5 0,5 15 0,76 0,76 0,76 15 1,44 1,44 1,44 15 0,69 0,69 0,69 16 9,47 9,47 9,47 16 7,9 7,9 7,9 16 9,1 9,1 9,1 16 9,2 9,2 9,2 16 8,62 8,62 8,62 16 9,87 9,87 9,87 16 8,64 8,64 8,64 16 8,89 8,89 8,89 17 0,05 0,05 0,05 17 . . . 17 0,04 0,04 0,04 17 . . .

17 0,18 0,18 0,18 17 0,08 0,08 0,08 17 . . . 17 0,08 0,08 0,08 18 3,83 3,83 3,83 18 2,7 2,7 2,7 18 4,06 4,06 4,06 18 3,94 3,94 3,94 18 4,13 4,13 4,13 18 3,74 3,74 3,74 18 2,98 2,98 2,98 18 4,14 4,14 4,14 19 7,72 7,72 7,72 19 8,26 8,26 8,26 19 8,12 8,12 8,12 19 7,76 7,76 7,76 19 7,06 7,06 7,06 19 7,4 7,4 7,4 19 8,88 8,88 8,88 19 8,38 8,38 8,38 20 0,57 0,57 0,57 20 0,75 0,75 0,75 20 1,38 1,38 1,38 20 0,51 0,51 0,51 20 0,57 0,57 0,57 20 0,48 0,48 0,48 20 0,84 0,84 0,84 20 0,71 0,71 0,71 21 9,58 9,58 9,58 21 10,29 10,29 10,29 21 10,44 10,44 10,44 21 9,3 9,3 9,3 21 8,8 8,8 8,8 21 8,64 8,64 8,64 21 12,1 12,1 12,1 21 11,07 11,07 11,07 22 15,53 15,53 15,53 22 14,25 14,25 14,25 22 14,07 14,07 14,07 22 . . . 22 15,23 15,23 15,23 22 14,67 14,67 14,67 22 15,3 15,3 15,3 22 16,71 16,71 16,71 23 27,12 27,12 27,12 23 24,33 24,33 24,33 23 . . . 23 26,52 26,52 26,52 23 26,01 26,01 26,01 23 23,92 23,92 23,92 23 26,24 26,24 26,24 23 28,33 28,33 28,33 24 32,59 32,59 32,59 24 30,72 30,72 30,72 24 0,03 0,03 0,03 24 31,81 31,81 31,81 24 32,89 32,89 32,89 24 27,08 27,08 27,08 24 27,34 27,34 27,34 24 27,58 27,58 27,58 25 26,76 26,76 26,76 25 24,03 24,03 24,03 25 . . .

25 26,51 26,51 26,51 25 26,17 26,17 26,17 25 22,55 22,55 22,55 25 19,15 19,15 19,15 25 21,07 21,07 21,07 26 5,96 5,96 5,96 26 3,67 3,67 3,67 26 7,27 7,27 7,27 26 6,3 6,3 6,3 26 7,18 7,18 7,18 26 6,7 6,7 6,7 26 4,08 4,08 4,08 26 5,74 5,74 5,74 27 13,28 13,28 13,28 27 9,93 9,93 9,93 27 13,49 13,49 13,49 27 13,45 13,45 13,45 27 12,3 12,3 12,3 27 11,49 11,49 11,49 27 8,93 8,93 8,93 27 13,19 13,19 13,19 28 27,47 27,47 27,47 28 25,09 25,09 25,09 28 26,78 26,78 26,78 28 27,03 27,03 27,03 28 29,9 29,9 29,9 28 28,71 28,71 28,71 28 24,37 24,37 24,37 28 25,83 25,83 25,83 29 16,5 16,5 16,5 29 12,43 12,43 12,43 29 14,86 14,86 14,86 29 17,64 17,64 17,64 29 1,9 1,9 1,9 29 1,8 1,8 1,8 29 1,38 1,38 1,38 29 3,66 3,66 3,66 30 13,46 13,46 13,46 30 10,59 10,59 10,59 30 11,87 11,87 11,87 30 12,6 12,6 12,6 30 13,21 13,21 13,21 30 11,81 11,81 11,81 30 8,2 8,2 8,2 30 9,26 9,26 9,26 31 5,07 5,07 5,07 31 5,12 5,12 5,12 31 4,78 4,78 4,78 31 4,99 4,99 4,99 31 1,04 1,04 1,04 31 0,85 0,85 0,85 31 3,37 3,37 3,37 31 4,24 4,24 4,24 32 3,78 3,78 3,78 32 3,51 3,51 3,51 32 3,67 3,67 3,67 32 3,83 3,83 3,83 32 1,26 1,26 1,26 32 0,97 0,97 0,97 32 2,4 2,4 2,4 32 2,43 2,43 2,43 33 18,73 18,73 18,73 33 16,66 16,66 16,66 33 18,61 18,61 18,61 33 18,59 18,59 18,59 33 18,47 18,47 18,47 33 17,7 17,7 17,7 33 1,96 1,96 1,96 33 3,8 3,8 3,8 34 22,14 22,14 22,14 34 18,02 18,02 18,02 34 21,19 21,19 21,19 34 21,67 21,67 21,67 34

20,26 20,26 20,26 34 18,87 18,87 18,87 34 16,78 16,78 16,78 34 18,72 18,72 18,72 35 2,53 2,53 2,53 35 2,12 2,12 2,12 35 2,89 2,89 2,89 35 2,98 2,98 2,98 35 2,78 2,78 2,78 35 2,13 2,13 2,13 35 8,28 8,28 8,28 35 8,38 8,38 8,38 36 1,37 1,37 1,37 36 1,38 1,38 1,38 36 1,57 1,57 1,57 36 1,42 1,42 1,42 36 1,25 1,25 1,25 36 1,34 1,34 1,34 36 6,46 6,46 6,46 36 6,63 6,63 6,63 37 26,05 26,05 26,05 37 23,4 23,4 23,4 37 26,18 26,18 26,18 37 26,67 26,67 26,67 37 26,67 26,67 26,67 37 25,76 25,76 25,76 37 26,14 26,14 26,14 37 29,41 29,41 29,41 38 33,97 33,97 33,97 38 38,37 38,37 38,37 38 37,92 37,92 37,92 38 31,3 31,3 31,3 38 25,51 25,51 25,51 38 27,83 27,83 27,83 38 27,58 27,58 27,58 38 16,65 16,65 16,65 39 52,75 52,75 52,75 39 52,74 52,74 52,74 39 52,71 52,71 52,71 39 53,51 53,51 53,51 39 53,29 53,29 53,29 39 52,79 52,79 52,79 39 33,23 33,23 33,23 39 30,22 30,22 30,22 40 18,21 18,21 18,21 40 17,51 17,51 17,51 40 18,11 18,11 18,11 40 17,99 17,99 17,99 40 17,91 17,91 17,91 40 16,71 16,71 16,71 40 4,81 4,81 4,81 40 5,13 5,13 5,13 41 3,45 3,45 3,45 41 3,17 3,17 3,17 41 3,77 3,77 3,77 41 3,86 3,86 3,86 41 3,63 3,63 3,63 41 3,39 3,39 3,39 41 16,01 16,01 16,01 41 16,21 16,21 16,21 42 17,46 17,46 17,46 42 15,47 15,47 15,47 42 16,34 16,34 16,34 42 16,3 16,3 16,3 42 15,76 15,76 15,76 42 11,85 11,85 11,85 42 0,38 0,38 0,38 42 1,13 1,13 1,13 43 33,56 33,56 33,56 43 29,17 29,17 29,17 43 33,8 33,8 33,8

43 33,17 33,17 33,17 43 32,88 32,88 32,88 43 31,08 31,08 31,08 43 26,52 26,52 26,52 43 30,52 30,52 30,52 44 1,43 1,43 1,43 44 . . . 44 1,53 1,53 1,53 44 1,66 1,66 1,66 44 1,68 1,68 1,68 44 1,21 1,21 1,21 44 8,75 8,75 8,75 44 8,99 8,99 8,99 45 2,55 2,55 2,55 45 2,41 2,41 2,41 45 2,56 2,56 2,56 45 2,49 2,49 2,49 45 2,58 2,58 2,58 45 1,35 1,35 1,35 45 6,99 6,99 6,99 45 6,73 6,73 6,73 46 27,76 27,76 27,76 46 23,31 23,31 23,31 46 27,7 27,7 27,7 46 28,42 28,42 28,42 46 27,85 27,85 27,85 46 17,3 17,3 17,3 46 16,17 16,17 16,17 46 17,91 17,91 17,91 47 15,98 15,98 15,98 47 15,87 15,87 15,87 47 15,32 15,32 15,32 47 15,13 15,13 15,13 47 14,44 14,44 14,44 47 1,64 1,64 1,64 47 0,29 0,29 0,29 47 0,25 0,25 0,25 48 32,09 32,09 32,09 48 31,85 31,85 31,85 48 31,7 31,7 31,7 48 32,19 32,19 32,19 48 31,79 31,79 31,79 48 16,98 16,98 16,98 48 6,49 6,49 6,49 48 5,65 5,65 5,65

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 4.

2911.012.ur.iwi

beoordeling windhinder - basisconfiguratie

34.

nelissen ingenieursbureau b.v.

bijlage 5.

2911.012.ur.iwi

uitgebreide resultaten windtunnelmetingen – windgevaar

35.

H15 [%] laag hoog gevaar 0 0,05 geen risico 0,05 0,30 beperkt 0,30 100 gevaarlijk

Configuratie 1 Configuratie 2 Configuratie 3 Configuratie 4 Configuratie 5 Configuratie 6 Configuratie 7 Configuratie 8 meet- % meet- % meet- % meet- % meet- % meet- % meet- % meet- % punt gevaar punt gevaar punt gevaar punt gevaar punt gevaar punt gevaar punt gevaar punt gevaar 1. 1. 1. 1. 1. 1. 1. 1. 2. 2. 2. 2. 2. 2. 2. 2. 3. 3. 3. 3. 3. 3. 3. 3. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 4. 5. 5. 5. 5. 5. 5. 5. 5. 6. 6. 6. 6. 6. 6. 6. 6. 7. 7. 7. 7. 7. 7. 7. 7. 8. 8. 8. 8. 8. 8. 8. 8. 9. 9. 9. 9. 9. 9. 9. 9. 10 0,49 10 0,23 10 0,43 10 0,48 10 0,43 10 0,07 10 0,15 10 0,64 11 . 11 0,14 11 . 11 . 11 . 11 . 11 0,11 11 . 12 . 12 0,01 12 . 12 . 12 . 12 . 12 . 12 . 13 . 13 . 13 . 13 . 13 . 13 . 13 . 13 . 14 . 14 . 14 . 14 . 14 . 14 . 14 . 14 . 15 . 15 . 15 . 15 . 15 . 15 . 15 . 15 . 16 . 16 . 16 . 16 . 16 . 16 . 16 . 16 . 17 . 17 . 17 . 17 . 17 . 17 . 17 . 17 . 18 . 18 . 18 . 18 . 18 . 18 . 18 . 18 . 19 . 19 . 19 . 19 . 19 . 19 . 19 . 19 . 20 . 20 . 20 . 20 . 20 . 20 . 20 . 20 . 21 . 21 0,01 21 . 21 . 21 . 21 . 21 0,01 21 . 22 0,03 22 0,03 22 0,02 22 . 22 0,04 22 0,02 22 0,04 22 0,06 23 0,12 23 0,12 23 . 23 0,09 23 0,1 23 0,09 23 0,28 23 0,4 24 0,24 24 0,16 24 . 24 0,22 24 0,22 24 0,13 24 0,18 24 0,32 25 0,1 25 0,1 25 . 25 0,08 25 0,1 25 0,08 25 0,11 25 0,09 26 . 26 . 26 . 26 . 26 . 26 . 26 . 26 . 27 . 27 . 27 . 27 . 27 . 27 . 27 . 27 .

28 0,82 28 0,68 28 0,79 28 0,82 28 0,74 28 0,67 28 0,78 28 1,04 29 0,17 29 0,17 29 0,07 29 0,13 29 . 29 . 29 . 29 . 30 0,02 30 0,02 30 0,02 30 0,02 30 0,02 30 . 30 . 30 . 31 . 31 . 31 . 31 . 31 . 31 . 31 . 31 . 32 . 32 . 32 . 32 . 32 . 32 . 32 . 32 . 33 0,06 33 0,04 33 0,06 33 0,06 33 0,06 33 0,03 33 . 33 . 34 0,52 34 0,3 34 0,26 34 0,27 34 0,11 34 0,14 34 0,07 34 0,12 35 . 35 . 35 . 35 . 35 . 35 . 35 . 35 . 36 . 36 . 36 . 36 . 36 . 36 . 36 . 36 . 37 0,27 37 0,22 37 0,26 37 0,29 37 0,27 37 0,21 37 1,63 37 1,92 38 2,31 38 2,64 38 2,24 38 1,83 38 0,71 38 1,11 38 0,55 38 0,06 39 12,85 39 12,12 39 11,84 39 11,94 39 11,03 39 11,18 39 3,36 39 2,9 40 0,21 40 0,07 40 0,15 40 0,1 40 0,12 40 0,07 40 . 40 . 41 . 41 . 41 . 41 . 41 . 41 . 41 . 41 . 42 . 42 . 42 . 42 . 42 . 42 . 42 . 42 . 43 3,81 43 3,16 43 3,33 43 3,09 43 2,86 43 2,73 43 0,45 43 0,71 44 . 44 . 44 . 44 . 44 . 44 . 44 . 44 . 45 . 45 . 45 . 45 . 45 . 45 . 45 . 45 . 46 0,25 46 0,19 46 0,24 46 0,27 46 0,26 46 0,01 46 0,51 46 0,37 47 0,04 47 0,03 47 0,05 47 0,05 47 0,05 47 . 47 . 47 . 48 2,83 48 2,62 48 2,56 48 2,24 48 2,26 48 . 48 . 48 .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12416627/1