U bijlage-3-bestemmingsplan-bijlage-5-bij-de-toelichting-berekening-stikstofdepositie
Tekst van het document
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Stikstofberekening
G&G-advies AE2022-095
in het kader van de Wet natuurbescherming
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Lisdoddestraat 40 te Purmerend Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming
W. Peters
2023
Opdrachtgever DNS Planvorming B.V.
G&G-advies AE2022-095
Datum Versie
3 maart 2023 V1
23 oktober 2023 V2
Gecontroleerd door: D. Overduin
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1
2
4
5
Werkwijze en werkzaamheden ............................................................................... 4
Methode 2.1
3
4 6
Berekening en uitgangspunten................................................................................ 6
Aanlegfase
7
3.1
Verkeersaantrekking ................................................................................................ 7
3.2
Inzet mobiele werktuigen ........................................................................................ 7
3.3
Berekening Aanlegfase ............................................................................................ 8
Gebruikfase
9
4.1
Verkeersaantrekking ................................................................................................ 9
4.2
Berekening Gebruikfase .......................................................................................... 9
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
10
5.1
Soortbescherming.................................................................................................. 10
5.2
Natura 2000 ........................................................................................................... 10
5.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 10
5.4
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) .................................................................. 11
5.5
Overige relevante wetgeving................................................................................. 11
5.6
Conclusie soort-, gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ................ 13
6
Conclusie effectbeoordeling stikstof
14
7
Literatuur
15
8
Bijlagen
16
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
4
1
Inleiding Er bestaan plannen aan de Lisdoddestraat 40 te Purmerend een terrein te herontwikkelen. Het is hiervoor nodig een berekening uit te voeren om de gegenereerde stikstofuitstoot/depositie van dit project te bepalen. De te realiseren bebouwing wordt zonder gasaansluiting aangelegd, maar er is wel sprake van extra verkeer en de inzet van mobiele werktuigen door de herinrichting. Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden nitriet (NO2) en/of nitraat (NO3). Tevens komt soms ammoniak (NH3) vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. Nederland heeft zich door ondertekening van de Europese Habitatrichtlijn verplicht bepaalde vegetaties te beschermen binnen het gebiedennetwerk van de Natura 2000-gebieden. Deze vegetaties zijn in een aantal gevallen gevoelig voor bodemverrijking en/of verzuring en de neerslag van de gebonden stikstofmoleculen kunnen een bedreiging zijn voor het voortbestaan van deze vegetaties, zeker als de kritische (=maximale) depositiewaarde (KDW) op deze vegetaties reeds is bereikt.
1.1
Werkwijze en werkzaamheden In het plangebied zullen 38 woningen worden gerealiseerd. De bebouwing zal bestaan uit acht bouwlagen. Voorafgaand aan de bouw zal de huidige bebouwing worden gesloopt, zal het puin worden afgevoerd en zal het bouwterrein verder bouwrijp worden gemaakt door dit te ontdoen van vegetatie, het te vlakken en het benodigde graafwerk uit te voeren voor kabels, leidingen en fundamenten. Tijdens het werk zullen prefab betondelen, kozijnen en wanden worden ingehesen, een betonvloer worden gestort en zullen heipalen worden geslagen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
5
Concepttekening van de te realiseren bebouwing.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
6
2
Methode Om depositie van het project te berekenen wordt de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (AERIUS 2022) gebruikt. Vanwege een uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 kan niet meer gebruik gemaakt worden van automatische vergunningverlening op grond van de voorheen geldende drempelwaardes. Aangetoond moet worden dat geen significant negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden. In de berekening wordt de projectbijdrage door Aerius Calculator op concrete rekenpunten exact berekend, waarbij ook habitattypen, vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden. De depositie op de meest nabijgelegen ‘stikstofgevoelige habitattypen’ (zoals gedefinieerd in Aerius) wordt doorgerekend om te onderzoeken of deze hoger is dan 0,00. Als de projectbijdrage hoger is dan een berekende 0,00 mol/ha/jaar zijn mogelijk gevolgen te verwachten. Het rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar betekent een maximale stikstofdepositie op het meest dichtbij gelegen stikstofgevoelige habitattype in Natura 2000gebieden die lager is dan 0,005 mol/ha/jaar. Dit komt omdat Aerius vanaf 0,005 mol/ha/jaar de depositie naar boven afrondt tot een projectbijdrage van 0,01 mol/ha/jaar.
2.1
Berekening en uitgangspunten Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden, de aanlegfase (sloop en bouw) en de gebruikfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase inclusief aantrekking verkeer e.d.). Aanleg en gebruik komen niet naast elkaar voor. In deze rapportage worden zowel aanleg- als gebruiksfase berekend, deze zijn bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Van de aanlegfase is alleen een omschrijving gegeven van de werkzaamheden, tijdelijke effecten van stikstofdepositie zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuur. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het betreft diverse aangewezen (en in rekentool Aerius aangegeven) habitattypen in Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder en Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske. Hierbij moet worden gerealiseerd dat dichterbij gelegen gebieden, zoals IJsselmeer & Markermeer en Polder Zeevang Vogelrichtlijn gebieden zijn en geen stikstofgevoelige habitattypen bevatten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
3
7
Aanlegfase De stikstofemissies tijdens de aanlegfase zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft verkeersaantrekkende werking en het gebruik van mobiele werktuigen op de bouwplaats. De aanlegfase zal ongeveer een jaar in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is, is gedeeltelijk gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames.
3.1
Verkeersaantrekking De verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen en personen (bouwvakkers). Het verkeer is gemodelleerd tot de eerste aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de Gorslaan. Buiten deze wegen wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld, omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De verkeersaantrekkende werking bestaat uit: Transport personeel: acht ritten met licht verkeer per dag, gedurende een jaar wordt gemodelleerd als 16 ritten per dag omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend. Aanvoer bouwmaterieel en bouwmaterialen: twee ritten met zwaar verkeer per dag, gedurende een jaar, wordt gemodelleerd als vier ritten per dag omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend. Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8% en 0,02 verkeersbewegingen zwaar verkeer per woning per dag.
3.2
Inzet mobiele werktuigen De belangrijkste werkzaamheden waarbij stikstof vrij komt, betreffen sloopwerk en afvoer van puin, vlakken van de vrijgekomen gronden, graven van sleuven voor bijvoorbeeld kabels en leidingen, heien, hijswerk t.a.v. prefab constructiedelen, productie/aanvoer van beton op locatie t.b.v. vloeren en fundering. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren genomen die zijn vermeld in Tabel 1. Er wordt (indien beschikbaar) uitgegaan van de inzet van materieel van stageklasse IV of nieuwer. De mobiele emissiebronnen zijn in Aerius apart ingevoerd, niet te kiezen bronnen zijn binnen Aerius ingegeven als ‘anders’ met factoren zoals aangegeven in Tabel 1.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
8
De materiële inzet is zo accuraat mogelijk ingeschat door de initiatiefnemer. Er is echter een extra bron met vermogen van 100 kw (vergelijkbaar met een grote graafmachine) opgenomen voor onvoorziene werkzaamheden en voor divers overig klein materieel gedurende 5 dagen continu.
3.3
Berekening Aanlegfase De uitkomst van de berekeningen (rekenscherm) is opgenomen in Bijlage 1. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat op alle natuurgebieden de projectbijdrage van de aanlegfase van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd. De totale bijdrage van de aanlegfase betreft 132,2 kg NOx/jaar, 5,4 kg NH3/jaar.
Stagejaar
Stageklasse
Vermogen (kw)
Gem. belasting %
Dieselverbr uik TNO
Verbruik AdBlue (%/Diesel Draaitijd (l)) totaal aantal uren Totaal Diesel (l)
AdBlue liters
Geschatte materiaalinzet en geproduceerde stikstof in de aanlegfase op basis van directe invoer van bouwjaar in Aerius of met stageklasse in het Emissiemodel Mobiele Machines (EMMA) (HULSKOTTE & VERBEEK 2009).
Graafmachine (sloop)
2015
IV
100
35
10,08
0,06
50
540
32
Dumper (afvoer)
2015
IV
75
35
8,17
0,06
20
163
10
Graafmachine (vlakken)
2015
IV
100
35
10,08
0,06
30
324
19
Heistelling
2015
IV
500
35
48,24
0,06
150
7236
434
Betonstorter
2014
IV
200
35
19,62
0,06
250
4905
294
Dumper (aanvoer)
2015
IV
75
35
8,17
0,06
50
409
25
Merlow/Verreiker
2015
IV
70
35
8,17
0,06
160
1307
78
Laadschop
2015
IV
100
35
10,08
0,06
160
1613
97
Heftruck
2015
IV
65
35
6,26
0,06
240
1502
90
Mobiele kraan
2015
IV
125
35
11,99
0,06
160
1918
115
Hijskraan
2015
IV
100
35
10,08
0,06
160
1613
97
Divers/onvoorzien
2015
IV
100
100
10,08
0,06
80
806
48
TOTAAL
Van der Goes en Groot
22336
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
4
9
Gebruikfase Er wordt bij de berekening met betrekking tot gebruik uitgegaan van 38 appartementen. De bebouwing wordt gasloos en zonder andere stookinstallaties aangelegd, zodat hier van emissie geen sprake is en alleen de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking wordt berekend.
4.1
Verkeersaantrekking Bij de bepaling van het aantal verkeersbewegingen per woning per dag is bij het project uitgegaan van ‘Huur, appartement, middel/goedkoop (incl. sociale huur’) ligging ‘weinig stedelijk’, ‘schil centrum’ en ‘maximale verkeersgeneratie’. Dit resulteert in: 38 * 4,5 = 171 vervoersbewegingen per dag (CROW, 2018). Het betreft zowel heen- als terugreizend verkeer. Gezien het gebruik van de woningen wordt dit verkeer in de ‘lichte verkeerscategorie’ gemodelleerd. Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8% en 0,02 verkeersbewegingen zwaar verkeer per dag. Het verkeer is gemodelleerd tot het eerste knooppunt/aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de Gorslaan. Deze modellering is in lijn met een algemeen criterium voor verkeer aantrekkende werking van wegverkeer. De gevolgen voor het milieu van dit verkeer kunnen niet meer aan het nieuwe project worden toegerekend wanneer geacht kan worden dat dit verkeer is opgenomen in het “heersende verkeersbeeld”, omdat het verkeer zich in snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De totale bijdrage van het verkeer is hierdoor 7,1 kg NOx/jaar en 0,2 kg NH3/jaar.
4.2
Berekening Gebruikfase De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in Bijlage 2. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat op alle natuurgebieden de projectbijdrage van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd. De totale bijdrage van de gebruikfase betreft 7,1 kg NOx/jaar en 0,2 kg NH3/jaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
10
5
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke stikstofeffecten de plannen kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent zowel soortbescherming, als gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 3.3). Wanneer er geen vergunningplicht is voor stikstof, kan er nog wel een vergunningplicht zijn voor overige effecten zoals trillingen, grondwateronttrekkingen, geluid, versnippering of licht. Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.
5.1
Soortbescherming In het plangebied is mogelijk sprake van soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij (tijdelijke) werkzaamheden in de aanlegfase of in de gebruikfase bestaat de kans dat deze soorten of hun (essentiële) leefomgeving verstoord of vernietigd worden. Geadviseerd wordt een vooronderzoek uit te laten voeren waarin de potentie hiervan wordt onderzocht, een zogeheten (ecologische) quickscan.
5.2
Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 3,3 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Polder Zeevang’ (zie Figuur 1). Gezien de grote afstand, afscherming en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.
5.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 1). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
11
netwerk. De bescherming van gebieden als NNN-gebied is een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de gebieden. ‘Externe werking’ op deze gebieden hoeft niet getoetst te worden. Wel dient te worden bekeken of een project valt onder ‘een goede ruimtelijke ordening’. De vraag is daarbij of de locatie wel de beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan het nabijgelegen NNN-gebied niet in betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke invloed verwacht op NNN-gebieden.
5.4
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming in Noord-Holland voor gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes, Bufferzones, Aardkundige Monumenten en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het gebied is niet begrensd als een Bijzonder Provinciaal Landschap en ligt ook niet in de directe omgeving hiervan (zie Figuur 1). Er is geen negatief effect mogelijk op het BPL, een nadere toetsing is niet nodig. De bescherming van gebieden als Bijzonder Provinciaal Landschap is over het algemeen een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de gebieden. ‘Externe werking’ op deze gebieden hoeft niet getoetst te worden. Wel dient te worden bekeken of een plan valt onder ‘een goede ruimtelijke ordening’. De vraag is daarbij of de locatie wel de beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan de kernkwaliteiten van het nabijgelegen BPL niet in betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke invloed verwacht op het BPL.
5.5
Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving van toepassing die van invloed kan zijn op de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
12
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, BPL, natuurverbindingen en het NNN.
Natura 2000-gebied Polder Zeevang
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
5.6
13
Conclusie soort-, gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving In het plangebied is mogelijk sprake van soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij (tijdelijke) werkzaamheden in de aanlegfase of in de gebruikfase bestaat de kans dat deze soorten of hun leefomgeving verstoord of vernietigd worden. Geadviseerd wordt een vooronderzoek uit te laten voeren waarin de potentie hiervan wordt onderzocht, een zogeheten (ecologische) quickscan. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
14
6
Conclusie effectbeoordeling stikstof De maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Gezien de werkzaamheden betreft de hoogste bijdrage van het project waarschijnlijk de tijdelijke inzet en het tijdelijke effect van mobiele werktuigen. Deze tijdelijke effecten zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuurlijke fluctuaties binnen het natuurgebied of eventueel herstelbeheer, dan effecten van permanente activiteiten. De AERIUS-berekening ten tijde van het toetsingsmoment is bepalend. Het toetsingsmoment in AERIUS voor een bedrijfswijziging is het moment van realisatie van de bedrijfswijziging. Effecten van een latere wijziging in AERIUS hebben hier geen effect op. Voor bedrijven is het van belang om de AERIUS-berekening te bewaren.
Er is mogelijk sprake van soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Geadviseerd wordt een vooronderzoek uit te laten voeren waarin de potentie hiervan wordt onderzocht, een zogeheten (ecologische) quickscan. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
7
15
Literatuur AERIUS CALCULATOR, 2022. https://calculator.aerius.nl/calculator/ AERIUS, 2018. Emissiewaarden_aerius_def_versie_5_juli_2018. https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018 BIJ12, 2022. Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021, Versie 3. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/01/ Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator-2021.pdf BIJ12, 2022. Handboek: Werken met Aerius Calculator 2021 V1. https://www.aerius.nl/files/media/handleiding/calculator_2021 /syllabus_werken_met_aerius_calculator.pdf BIJ12, 2021. Handreiking Voortoets Stikstof. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2021/03/BIJ12Handreiking-Voortoets-Stikstof-%E2%80%93-Februari-2021.pdf, COMPENDIUM VOOR DE LEEFOMGEVING. Vermestende depositie, 19902016. https://www.clo.nl/indicatoren/nl018916-vermestendedepositie CROW, 2018. Toekomstigbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen .CROW, Ede KADASTER, 2022. Basisregistratie adressen & gebouwen. https://bagviewer.kadaster.nl RAAD VAN STATE, 2021. Zaaknummer 201907146/1/R2. Intern salderen niet vergunnningplichtig. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL: RVS:2021:71 RIJKSOVERHEID, 2019. Beleidsregels stikstofaanpak 10 december 2019: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/12/04 RIJKSOVERHEID, 2021.
Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html SIPMA, J., M.D.A. RIETBEEK, 2016. Ontwikkeling energiekengetallen utiliteitsgebouwen. ECN-E--15-068, ECN, Putten. VAN DOBBEN, H.F., R. BOBBINK, D. BAL EN A. VAN HINSBERG, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra rapport 2397, Alterra, Wageningen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
16
8
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Berekening aanlegfase Berekening gebruiksfase Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Bijlage 1 Berekening aanlegfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Bijlage 2 Berekening gebruiksfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Bijlage 3 Huidige natuurwetgeving Bijlage 3.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 3.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 3.2 Soortbescherming Bijlage 3.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 3.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10. Bijlage 3.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 3.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 3.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 3.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode.
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 3.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna. in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna.
in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in categorie 5. *Andere beschermingsstatus in provincies Limburg en/of Overijssel. **Geldt alleen in provincies Limburg en/of Overijssel De Grutto en Ringmus behoren bij categorie 5 in Overijssel, maar horen bij categorie 4 in Limburg. zie ook kader op voorgaande pagina.
Blauwe reiger* Boerenzwaluw* Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil* Brilduiker Draaihals* Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto*/** Hop Huiszwaluw* IJsvogel* Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger
Koolmees Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht** Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf* Ringmus*/** Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk* Tureluur** Veldleeuwerik** Wulp** Zeearend* Zomertortel** Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht*
Bijlage 3.2.5 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld.
Bijlage 3.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 3.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan uit een project en ook voor zogenaamde ‘andere handelingen’ in of rond een Natura 2000-gebied, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen. Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets.
Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.
Bijlage 3.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 3.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet: Ecologische Hoofdstructuur EHS Via de Wet Ruimtelijke Ordening wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) planologisch beschermd. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden. Dit algemene Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de zogenaamde ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan wel worden gekregen indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de provinciale verordening moet dit ‘nee tenzij’-regime zo worden vastgelegd dat hieraan in alle bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen wordt voldaan. Bijlage 3.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘Bijzonder Provinciale Landschappen’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn. Bijlage 3.4.3 Houtopstanden Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing
Houtopstanden groter dan 10 are of bomenrijen bestaand uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom, zijn beschermd. Men dient vergunning of ontheffing te verkrijgen indien dergelijke houtopstanden moeten worden gekapt of gerooid. In sommige gevallen is een herplantplicht aan de orde.
Bijlage 3.5 Procedure
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.1 Geen ontheffing nodig
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.2 Geen ontheffing nodig
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.3
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.3 Geen ontheffing mogelijk
Ontheffing onder voorwaarden mogelijk
Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 2 te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Lisdoddestraat 40 te Purmerend
Bijlage 3.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: Een activiteitenplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven. Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een activiteitenplan en inventarisatie bijgevoegd te worden.
De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft voor het ‘natuur’ onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging of het stilleggen van werkzaamheden
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-095
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl