CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

T-bijlagen-bij-de-toelichting-bijlage-11-akoestisch-onderzoek

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 – 2022’3.022 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Colofon Opdrachtnemer

M+P raadgevende ingenieurs BV

Opdrachtgever

DNS Planvorming Klaprozenweg 75c 1033 NN AMSTERDAM

Opdrachtnummer

-

Titel

Akoestisch onderzoek Wagenweggebied Purmerend

Rapportnummer

M+P.DNSP.20.02.1

Revisie

4

Datum

17 juni 2021

Aantal pagina‘s

77

Auteurs

Contactpersoon

M+P

| aalsmeer@mp.nl

Visserstraat 50 | 1431 GJ Aalsmeer Wolfskamerweg 47 | 5262 ES Vught www.mp.nl | onderdeel van de Müller-BBM groep | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

Copyright

2

© M+P raadgevende ingenieurs BV | Niets van deze rapportage mag worden gebruikt voor andere doeleinden dan is overeengekomen tussen de opdrachtgever en M+P (DNR 2011 Artikel 46).

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

Inhoud 1

Inleiding

4

2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3

Situatie en uitgangspunten Situatie Uitgangspunten Gegevens weg- en railverkeer Gegevens bedrijvigheid en parkeergarage Pop & Cultuurpodium P3

5 5 6 6 7 9

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Wettelijk kader Wet geluidhinder, wegverkeer Wet geluidhinder, railverkeer Activiteitenbesluit, bedrijvigheid Gemeentelijk geluidsbeleid

10 10 10 11 11

4 4.1 4.2

Berekeningen weg- en railverkeer Bepalingsmethode Rekenresultaten

12 12 12

5 5.1 5.2 5.3

Berekeningen bedrijvigheid Uitgangspunten Bepalingsmethode Rekenresultaten

15 15 15 16

6

Effect omliggende woningen

17

7 7.1 7.2 7.3 7.4

Conclusies en aanbevelingen Weg- en railverkeerslawaai Activiteiten Effect geluidsbelasting op de omgeving Conclusie

20 20 20 22 22

8

Literatuur

23

bijlage A

Figuren

24

bijlage B

Rekenresultaten

32

bijlage C

Uitvoer rekenmodel

38

bijlage D

Rekenresultaten, vergelijking oude- en nieuwe situatie

75

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

3

1

Inleiding In opdracht van BPB Ontwikkeling BV werkt DNS Planvorming aan de herontwikkeling voor de planlocatie Wagenweggebied te Purmerend. Het betreft de Burgmeester D. Kooimanweg 4 t/m 14. Het betreft de realisatie van circa 489 woningen met ruimte voor commercie in de plint. Op de locatie zijn nu enkele bedrijven gevestigd. Om dit plan mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging nodig. Onderzocht is de geluidsbelasting van de gezoneerde wegen in de omgeving, namelijk de Burgmeester D. Kooimanweg en de Purmersteenweg / Waterlandlaan. De Wagenweg is een 30 km/u weg. Daarnaast is de geluidsbelasting van de doorgaande spoorlijn Purmerend – Hoorn onderzocht. De geluidsbelastingen zijn berekend met standaard rekenmethode II van het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012 [2] met behulp van het programma Geomilieu v2020.2. De berekende geluidsbelastingen zijn getoetst aan de eisen uit de Wet geluidhinder [1]. Daarbij dienen in het kader van goede ruimtelijke ordening ook de activiteiten in de omgeving beschouwd te worden. Zo wordt de locatie aan de noordzijde begrensd door een parkeerterrein van het winkelcentrum Miro (met onder andere de Albert Heijn XL) en aan de westzijde van de Burgemeester D. Kooimanweg is een Lidl vestiging aanwezig. Aan de zuidoever van de Where zijn het theater De Verbeelding en het poppodium P3 gevestigd.

De geluidsbelastingen zijn berekend conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 [5] eveneens met behulp van het programma Geomilieu v2020.2. Voor het onderzoek is onder andere gebruik gemaakt van verkeersgegevens van Goudappel Coffeng/gemeente Purmerend en een planverbeelding van Just Architects uit mei 2021.

4

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

2

Situatie en uitgangspunten

2.1

Situatie De ontwikkellocatie is gelegen in de bebouwde kom van Purmerend. De locatie bevindt zich net ten oosten van het centrum van Purmerend, langs het spoor en aan de noordkant van de Where. In figuur 1 is de locatie van het Wagenweggebied in Purmerend opgenomen.

figuur 1

Wagenweggebied in Purmerend In figuur 2 is het plan met bouwvolumes opgenomen met daarin de beoogde functies.

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

5

figuur 2

Planlocatie Wagenweg met bouwvolumes

2.2

Uitgangspunten Voor het opstellen van het rekenmodel is gebruik gemaakt van de hoogbouweffectrapportage van Just Architects uit mei 2021 en het aangeleverde sketch-up model.

2.2.1

Gegevens weg- en railverkeer De gebruikte verkeersgegevens zijn afkomstig van de gemeente Purmerend. Het betreft het model 28-04-2020 beleidsrijk 2030. Opgegeven zijn de werkdag verkeersintensiteiten voor het peiljaar 2030 en het aandeel vrachtverkeer per wegvak. De uitdraai van het rekenmodel is opgenomen in figuur 12. Omdat de verkeersgegevens geen verdelingen over het etmaal bevatten is uitgegaan van een standaardverdeling over de dag-, avond- en nachtperiode. Voor de verhouding middelzwaar/zwaar vrachtverkeer is 85/15% aangehouden. De prognoses zijn omgerekend van een werkdaggemiddelde naar een weekdaggemiddelde met een factor 0,9. Vervolgens zijn de intensiteiten met 1,5% autonome groei opgehoogde om tot het peiljaar 2031 te komen. In het verkeersmodel is een werkdagintensiteit van 6.500 mvt opgenomen ten gevolge van ontsluiting van het te ontwikkelen gebied. Gedeeltelijk is hier ook de verkeersaantrekkende werking van het winkelcentrum Miro in opgenomen. De feitelijk ontsluiting van het winkelcentrum ligt meer naar het noorden. Deze intensiteit verminderd met de verkeersgeneratie ten gevolgen van dit plan is opgeteld bij het wegvak Burg. D. Kooijmanweg tussen de kruising Wagenweg en de aansluiting Miro. Het betreft dan circa 3.000 mvt per werkdag (2030).

6

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

3

Wettelijk kader

3.1

Wet geluidhinder, wegverkeer De regelgeving voor wegverkeerslawaai, met uitzondering de aanleg en wijziging van Rijkswegen, is vastgelegd in de Wet geluidhinder [1]. In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg. In stedelijk gebied is de zonebreedte als volgt: a. 1°. 2°.

in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 meter; voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 meter.

Voor onderstaande wegen is een uitzondering gemaakt. Deze wegen hebben geen geluidzone. Het betreft dan een weg: a. b.

die gelegen is binnen een als woonerf aangeduid gebied, of waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.

Binnen de geluidszone dient de geluidsbelasting te worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Lden [dB]. Dit is een dosismaat voor het gewogen gemiddelde geluidsniveau per etmaal. De voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai bedraagt Lden = 48 dB. De maximale ontheffingswaarde voor binnenstedelijk gelegen woningen bedraagt Lden = 63 dB. Toetsing aan de voorkeursgrenswaarde vindt plaats per weg. Alvorens de berekende geluidsbelasting wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde mag, conform artikel art. 110g Wgh [1], een correctie worden toegepast. De hoogte van deze aftrek is aangegeven in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [2]. De aftrek is afhankelijk van de ter plaatse als representatief te beschouwen snelheid van de lichte motorvoertuigen. Voor rijsnelheden v < 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.

3.2

Wet geluidhinder, railverkeer De regelgeving voor railverkeerslawaai is vastgelegd in de Wet geluidhinder [1] en het Besluit geluidhinder [3]. Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart, wordt in art. 1.4a Bgh de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk de hoogte van het geluidproductieplafond. Binnen de geluidszone dient de geluidsbelasting van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen te worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond en bedraagt ter plaatse 600 m. De voorkeursgrenswaarde bedraagt voor woningen in nieuwe situaties Lden = 55 dB. Indien de grenswaarde wordt overschreden kan in veel gevallen door Burgemeester en Wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het verlenen van een hogere grenswaarde moet nader gemotiveerd worden. De maximale grenswaarde die wettelijk voor spoorweglawaai kan worden verleend bedraagt bij nieuwe woningen Lden = 68 dB.

10

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

4

Berekeningen weg- en railverkeer

4.1

Bepalingsmethode De geluidsbelastingsberekeningen zijn, per weg uitgevoerd volgens standaard rekenmethode II van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 [2]. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu v2020.2. Bij de berekeningen voor weg- en railverkeer is uitgegaan van gegevens inzake: ▪ de verkeersintensiteiten, voor wegverkeer onderverdeeld naar lichte, middelzware en zware motorvoertuigen, voor railverkeer naar voertuigcategorie; ▪ de rijsnelheden en de remsnelheden; ▪ het type wegdek of het type bovenbouw; ▪ de weg-/spoor hoogte en het weg-/spoorprofiel. Voorts is rekening gehouden met: ▪ de afstand tussen de weg/het spoor en de nieuw te bouwen woning; ▪ de aanwezigheid van groenstroken in verband met bodemdemping; ▪ reflecties afkomstig van tegenoverliggende bebouwing; ▪ afscherming vanwege tussenliggende bebouwing, schermen of wallen. Er is gerekend met een standaard bodemfactor van B = 0, dit is een akoestisch hard bodemgebied. Zachte bodemgebieden zijn apart gemodelleerd. De geluidsbelastingen worden berekend op de op tekeningen aangeleverde verkaveling ter plaatse van de geluidsgevoelige bestemmingen. Een grafische weergave van de rekenmodellen en de detailligging van de gebruikte waarneempunten is terug te vinden in figuur 6, figuur 7 en figuur 10 van Bijlage A.

4.2

Rekenresultaten Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de Burgemeester D. Kooimanweg en de het doorgaande spoor de voorkeursgrenswaarde overschrijden. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Vanwege de Purmersteenweg is geen sprake van een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde. In tabel VI zijn per blok de maximaal berekende geluidsbelasting voor de Burgemeester D. Kooimanweg en het doorgaande spoor opgenomen, inclusief de hoogte en de zijde waarop deze optreden. Alleen geluidsbelastingen die de voorkeursgrenswaarde overschrijden zijn opgenomen, locaties waar dit niet het geval is zijn uit de tabel gelaten. De bloknummers zijn weergegeven in figuur 2.

12

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

Op geen enkele gevel is sprake van een verhoogde geluidsbelasting vanwege zowel weg- als railverkeer. Het realiseren van geluidsluwe zijde / buitenruimte lijkt (eventueel na het treffen van maatregelen) voor dit plan haalbaar. Op die manier kan een goede ruimtelijke kwaliteit behaald worden.

14

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

Ter bepaling van het langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau is de volgende formule toegepast: (3)

L Aeqi ,LT = Li − Cb − Cm − Cg , waarin LAeqi, = Cb = Cm = Cg =

langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau; tijdsduurcorrectie per deelbron in verband met het gedeeltelijk in bedrijf zijn tijdens de beoordelingsperiode; meteo-correctieterm in verband met meteogemiddelde geluidsoverdracht; gevelcorrectieterm welke het immissieniveau corrigeert voor reflecties tegen achterliggende gevels;

Dit geluidsniveau wordt eventueel gecorrigeerd voor het geluidskarakter (tonaal-, impulsachtig of muziekgeluid) middels: (4)

LAri ,LT = LAeqi ,LT + K x , waarin: LAri,LT = Kx =

langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau; toeslagen voor geluidskarakter.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt uiteindelijk bepaald uit de energetische sommatie van de bijdragen van de verschillende geluidsbronnen volgens de volgende formule: (5)

LAr ,LT = 10  log LAr,LT =

(10

LAri ,LT 10

) , waarin:

langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van het meest actuele zonemodel, dat ons is aangeleverd door de zonebeheerder (gemeente Haarlemmermeer). In figuur 8 t/m figuur 10 van Bijlage A zijn de rekenmodellen voor de parkeergarages, de Albert Heijn en de Lidl grafisch weergegeven.

5.3

Rekenresultaten De geluidsbelasting vanwege het parkeren en gebruik van winkelwagens bij het Winkelcentrum Miro en bij de Lidl overschrijden Letm 50 dB(A). Voor de Miro bedraagt de geluidsbelasting maximaal Letm = 64 dB(A), vanwege de Lidl en de parkeergarages onder de locatie bedraagt de geluidsbelasting maximaal Letm = 59 dB(A). Vanwege de parkeergarages onder de locatie bedraagt de maximale geluidsbelasting Letm = 60 dB(A). De geluidspieken vanwege parkeren Miro bedraagt maximaal LA,max = 77 dB(A), vanwege parkeren en bij de Lidl is dat maximaal 63 dB(A). Zowel het equivalente niveau als de geluidspieken zijn hoger dan hetgeen algemeen acceptabel wordt geacht. Dit betekent dat in het kader van een goede ruimtelijk ordening moet worden gekeken naar mogelijke maatregelen. In dit geval zijn maatregelen bij de bron vrijwel niet mogelijk en ligt het voor de hand de maatregelen te zoeken in geluidwerende maatregen de positie van de buitenruimten voor met name de appartementen die grenzen aan de noordgevel. Een volledig overzicht van de rekenresultaten is opgenomen in Bijlage B.

16

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

6

Effect omliggende woningen Berekend is de geluidsbelasting op de omliggende woningen voor en na realisatie van de nieuwbouw. Voor de woningen die grenzen aan de Burg. D. Kooijmanweg is dat het wegverkeerslawaai en voor de woningen ten oosten van het plan is dat het railverkeerslawaai. Hierbij zijn de berekeningen uitgevoerd uitgaande van de huidige situatie en toekomstige situatie. Uitgangspunt voor het wegverkeer zijn de verkeersintensiteiten vanwege het doorgaande verkeer zoals opgenomen in tabel I waarvan het rekenmodel is weergegeven in figuur 6. Voor het railverkeer is het rekenmodel aangehouden zoals weergegeven in figuur 7. In onderstaande figuren is de situatie met rekenpunten en bestaande bebouwing weergegeven.

figuur 3

rekenmodel wegverkeer bestaande situatie

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

17

7

Conclusies en aanbevelingen

7.1

Weg- en railverkeerslawaai De nieuw te bouwen woningen aan de Burg. D. Kooimanweg ondervinden een verhoogde geluidsbelasting. Dit is enerzijds het gevolg van gezoneerde wegen en spoorwegen en anderzijds het gevolg van parkeren en winkelwagens rondom de nieuwbouw. Aan de westzijde van het plan zijn de verhoogde geluidsbelastingen het gevolg van wegverkeer over de Burg. D. Kooimanweg. Deze bedraagt maximaal Lden = 61 dB. Aan de oostzijde van het plan wordt de grenswaarde voor railverkeerslawaai overschreden. Deze bedraagt maximaal Lden = 59 dB. Voor het weg- en railverkeerslawaai dienen formeel hogere waarden worden vastgesteld.

7.2

Activiteiten Vanwege activiteiten in de omgeving is tevens sprake van een verhoogde geluidsbelasting. Dit is met name het gevolg van parkeren en het rijden met winkelwagens. Aan de noordzijde bedraagt de geluidsbelasting maximaal Letm = 64 dB(A) en aan de westzijde Letm =58 dB(A). De geluidsbelasting vanwege parkeren in de parkeerlagen onder de locatie bedraagt maximaal Letm = 60 dB(A) Om de geluidssituatie inzichtelijk te maken is de cumulatieve geluidsbelasting berekend van zowel het verkeerslawaai als de activiteiten. Deze Lcum heeft geen wettelijke status aangezien het niet om gezoneerde industrie gaat maar dient uitsluitend om de geluidsbelasting te kunnen beoordelen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De gecumuleerde geluidsbelasting is opgenomen in tabel IX van Bijlage B. In onderstaande figuur 5 is ingekleurd wat de situatie per gevel is. De rode gevels ondervinden een cumulatieve geluidsbelasting van 63 dB of meer, de gele gevels een geluidsbelasting hoger dan de grenswaarde maar lager dan 63 dB en de groene gevels zijn geluidsluw (gelijk of lager dan de grenswaarde).

20

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

figuur 5

geluidsituatie bij de verschillende gevels Om de woningen optimaal in te passen in de omgeving wordt het volgende opgemerkt: ▪ Voor de rood ingekleurde gevels geldt dat de geluidsituatie ongunstig is. Bij deze woningen wordt aanbevolen om aandacht te besteden aan de indeling van de woningen, de mogelijkheid voor gebruik van een (collectieve) geluidluwe buitenruimte, als ook de wettelijk benodigde geluidwering. ▪ Voor de geel ingekleurde gevels geldt dat de situatie matig is. Er is sprake van overschrijding van de geluidsbelasting maar niet zodanig dat er voorzieningen moeten worden getroffen voor de indeling van de woningen. Wel dienen mogelijk maatregelen worden getroffen voor de geluidwering van de gevels. ▪ Voor de groen ingekleurde gevels geldt dat er sprake is van een geluidsluwe gevel. Situering van slaapkamers en buitenruimten komen bij voorkeur aan deze gevels.

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

21

Overigens moet worden opgemerkt dat de geluidsbelasting van de noordgevel voornamelijk plaatsvindt tijdens de dagperiode en gedeeltelijk in de avondperiode, maar niet in de nachtperiode. Het situeren van slaapkamers is minder kritisch aan deze gevels. Daarbij is het een pré dat er een geluidsluwe collectieve binnentuin wordt gerealiseerd. Deze kan gezien worden als collectieve buitenruimte en dient ter compensatie van de woningen die zijn gesitueerd aan de geluidsbelaste zijden.

7.3

Effect geluidsbelasting op de omgeving Vanwege de bouwvolumes is er een toename van geluid ten gevolge van reflecties. Dit geldt zowel voor het wegverkeerslawaai als voor het railverkeerslawaai. De toename bedraagt maximaal 0,5 dB vanwege wegverkeer en 0,2 dB vanwege railverkeer. In de wet- en regelgeving wordt de methodiek aangehouden, dat pas maatregelen getroffen worden, indien de geluidsbelasting vanwege weg- of railverkeer met meer dan 1 dB toeneemt.. In dit geval is dus geen sprake van een onacceptabele toename.

7.4

Conclusie Voor de verhoogde geluidsbelasting vanwege weg- en railverkeer is ontheffing mogelijk. Vanwege de detailhandel in de directe omgeving en vanwege verkeer van- en naar het plan is ook een relevante geluidsbelasting te verwachten. Door de vorm van de bebouwing wordt een geluidluwe binnentuin gecreëerd. Verder kan rekening worden gehouden met de indeling van de woning door bijvoorbeeld een slaapkamer aan de geluidsluwe zijde te plannen. Voor de gevels waar sprake is van een verhoogde geluidsbelasting zijn mogelijk maatregelen nodig om aan het Bouwbesluit 2012 te voldoen.

22

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

8

Literatuur

[1]

Wet geluidhinder, Staatsblad 99 van 16 februari 1979 inclusief wijzigingen tot en met de Staatsblad 131 van 3 april 2017;

[2]

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, nr. IENM/BSK-2012/37333, Staatscourant 11810 van 12 juni 2012 inclusief wijzigingen tot en met Staatscourant 63433 van 5 november 2018;

[3]

Besluit geluidhinder, Staatsblad 532 van 20 oktober 2006 inclusief wijzigingen tot en met Staatsblad 31 van 16 februari 2018;

[4]

Activiteitenbesluit milieubeheer (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer), Staatsblad 415 van 19 oktober 2007 inclusief wijzigingen tot en met Staatsblad 505 van 4 december 2020;

[5]

Handleiding meten en rekenen industrielawaai (inclusief errata lijst), 1999;

[6]

Toekomstbestendig parkeren, Van parkeercijfers naar parkeernormen, CROW publicatie 381, ISBN: 978 90 6628 666 5. december 2018;

[7]

Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, VNG, Sdu Uitgevers. ISBN 9789012130813,1 juni 2009

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

23

figuur 6

Rekenmodel wegverkeer

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

25

figuur 7

26

Rekenmodel railverkeer

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

figuur 8

Rekenmodel AH en Lidl

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

27

figuur 9

28

Rekenmodel parkeergarage plan

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

figuur 10

Details waarneempunten

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

29

figuur 11

30

3D weergave rekenmodel

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

figuur 12

uitdraai verkeersmodel prognose 2030

M+P.DNSP.20.02.1 | 17 juni 2021

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12341951/1