CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport-rekenkamer-Purmerend-onderzoek-zon-op-dak-en-energiebesparing-8-november-2023

Informatiebijeenkomst 16 november 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Presentatie door de rekenkamercommissie13.637 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afschaffen saldering en nieuwe energiecontracten Op dit moment lijkt de voorgenomen afschaffing van de salderingsregeling nog geen effect te hebben op de bereidwilligheid van mensen om te investeren in zonnepanelen. Vanaf 1 januari 2025 krijgen inwoners die zonnepanelen op hun particuliere dak hebben gelegd niet meer evenveel geld terug voor de stroom die ze aan het net terugleveren als het tarief dat ze zelf betalen. In 2025 wordt dat 64% en in de jaren daarna wordt dit afgebouwd. Voor de terugverdientijd van zonnepanelen is die afschaffing nu dus ook al van belang, omdat de business case minder goed wordt door een langere terugverdientijd. Hoe lang de terugverdientijd gaat zijn, hangt af van het energiecontract, maar zal naar verwachting stijgen van 4 jaar (nu, bron: consumentenbond) naar 7 jaar (ambitie minister). Maar ook wanneer die terugverdientijd langer wordt, of minder gunstige energiecontracten gangbaar worden (zoals het contract van Vandebron, met een maandelijkse extra bijdrage van klanten met zonnepanelen), zal die terugverdientijd waarschijnlijk ruim onder de 10 jaar blijven, op een levensduur van 20 tot 25 jaar. Bovendien bieden zonnepanelen dan de mogelijkheid om veel geld te besparen door op zonnige momenten “gratis” stroom te gebruiken, door wasmachines, drogers en elektrische auto’s op die momenten aan te zetten c.q. op te laten laden.

Overig Naast zon en wind zijn er veel andere technieken waarmee energie kan worden opgewekt of tijdelijk kan worden opgeslagen. Vanwege de gekozen afbakening van dit onderzoek is ervoor gekozen hier in dit rapport niet verder op in te gaan.

30

31

H4 Risico’s & kansen In voorgaande hoofdstukken is in kaart gebracht welke doelen de gemeente zichzelf heeft gesteld voor energiebesparing en de realisatie van zon op dak. Hierbij is vanuit verschillende perspectieven gekeken naar de relevante ontwikkelingen, zowel in Purmerend als vanuit het Rijk en de provincie. In dit hoofdstuk worden een aantal risico’s en kansen benoemd vanuit het perspectief van de opdracht van de rekenkamer, doelmatigheid en doeltreffendheid. Dit hoofdstuk geeft antwoord op de onderzoeksvragen 5 t/m 7: 5. Welke (omgevings)factoren zijn belangrijk (geweest) bij het realiseren van deze doelstellingen? 6. Welke risico’s voor de effectiviteit en doelmatigheid zijn er bij de verschillende maatregelen? 7. Welke lessen zijn er afgelopen jaren geleerd?

4.1 Doelmatigheidsrisico wijkgerichte aanpak isolatie Een belangrijk onderdeel van de uitvoering van de duurzaamheidsagenda is de wijkgerichte isolatieaanpak van particuliere woningen. In de evaluatie hiervan is ook door de gemeente zelf aangegeven dat dit relatief veel moeite en geld kost in verhouding tot de behaalde resultaten. De aanpak die in de afgelopen jaren is gekozen wijkt niet veel af van wat andere gemeenten doen, mede ook doordat de uitvoering voor een groot deel door het Duurzaam Bouwloket wordt gedaan. Deze organisatie doet dit voor tientallen gemeenten in Noord-Holland en heeft hier veel ervaring mee. De financiering voor deze aanpak komt en kwam voor een groot deel vanuit het Rijk. Vanuit de ambitie om lagere inkomens te helpen om energiearmoede te voorkomen, ligt de focus op het snel isoleren van slecht geïsoleerde woningen. Het isoleren van woningen is een ingewikkeld proces, omdat je afhankelijk bent van de bereidwilligheid van bewoners om in hun eigen huis maatregelen te gaan nemen. Bij particuliere woningen is dat ook nog lastiger dan bij woningcorporaties, die immers zelf eigenaar zijn van de woning en efficiëntere isolatieprogramma’s voor grotere aantallen woningen tegelijk kunnen plannen. In de aanpak zoals die tot nu toe is gepresenteerd, wordt nog niet gesproken over het effect van de Wet Natuurbescherming op isolatiemaatregelen.

Vanuit het Rijk wordt geadviseerd een gebiedsgericht Soorten Management Plan op te stellen voor wijken waar deze aanpak plaats gaat vinden, zodat onderbouwd kan worden dat de isolatiewerkzaamheden geen nadelige effecten hebben op bijvoorbeeld huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Ook dit werkt kosten- en

32

drempelverhogend. Verschillende gemeenten en provincies hebben inmiddels ideeën ontwikkeld om hier mee om te gaan8. In Purmerend is op 11 augustus 2023 door de wethouder een memo aan de raad verstuurd met de Purmerendse aanpak hiervoor, die in lijn is met het advies vanuit het rijk. De praktische consequentie voor woningeigenaren die gaan isoleren is dat zij een gecertificeerd bedrijf in de arm moeten nemen en dat natuurvriendelijk isoleren kostenverhogend kan werken. Wanneer er bijvoorbeeld een vleermuisnest in de spouwmuur zit, moeten er speciale uitgangen (exclusion flaps) worden geïnstalleerd zodat de dieren wel naar buiten kunnen, maar niet meer naar binnen. Dit moet een aantal dagen voor de isolatiewerkzaamheden gedaan worden. Wanneer er geen dieren gevonden worden, kan er gelijk geïsoleerd worden. Naast bovengenoemde aspecten, zorgen ook de tekorten op de arbeidsmarkt voor een verhoogd risico dat de middelen die vanuit het Rijk beschikbaar komen moeilijk doelmatig besteed kunnen worden.

4.2 Netcongestie op elektriciteitsnet De netinfrastructuur voor elektriciteit zit op veel plekken aan de maximum capaciteit. Voor Purmerend geldt dit risico vooral voor nieuwe afnemers van elektriciteit (vooral grote afnemers), maar in toenemende mate zal dit risico volgens de netbeheerder ook gaan gelden voor het leveren van elektriciteit aan het net. Hierbij is energie uit zon de minst optimale van alle energiebronnen, omdat er jaarlijks relatief veel hoge pieken zijn in vergelijking met energie uit wind. Een vraag die hierbij aan de orde kan komen is of het nodig is om het elektriciteitsnet zo te ontwerpen dat het extreme pieken die een paar keer per jaar voorkomen wel moet willen afvoeren, of dat je die overtollige stroom op dat moment niet gebruikt. Het is niet doelmatig om het net uit te breiden voor een paar dagen per jaar waarop er heel veel elektriciteit is en er onvoldoende afnemers zijn. Mogelijk dat energieopslag met accu’s hier wel een rol in kan gaan spelen, maar ook dat is kostbaar en zal niet altijd doelmatig zijn. Op dit moment is het nog mogelijk om grootschalig zonnepanelen bij te plaatsen in Purmerend. In de Beemster is het eerdere project in 2018 en 2019 voor zon op agrarische daken niet heel succesvol geweest. Dit is mede te wijten aan ongunstige omstandigheden (lage melkprijs, stikstofcrisis).

Mogelijk dat op een later moment een dergelijke aanpak succesvoller kan zijn, wanneer de omstandigheden gunstiger zijn. Hierbij zou dan ook gebruik gemaakt kunnen worden van geleerde lessen vanuit andere delen van Nederland. De grote toename in consumptie van elektriciteit door elektrische auto’s, elektrische verwarming / warmtepompen en elektrificering van de industrie zorgt ook voor planningsonzekerheid. Het is voor een nieuwe woonwijk nu minder makkelijk dan vroeger om in te schatten hoeveel elektriciteit aan en afgevoerd gaat worden. Het hangt af van hoeveel elektrische auto’s en zonnepanelen op daken er komen en wat voor apparaten mensen in huis gaan gebruiken. Deze informatie is eigenlijk wel nodig om een goed ontwerp van het net te maken.

8

Provincie Utrecht: Natuurvriendelijk isoleren

33

Het energienet moet ingepast worden in de openbare ruimte, waar vaak al meerdere ruimteclaims liggen. Er zal in Purmerend grofweg 50 parkeerplaatsen aan ruimte opgeofferd moeten worden voor nieuwe transformatorhuisjes. Voor grotere onderstations, zoals het middenspanning station aan de Schaepmanstraat in Purmerend, is de ruimtebehoefte flink groter (100 x 50 meter), maar zijn er veel minder van nodig. Dit station wordt volgens de planning van Liander in 2026 omgebouwd en verzwaard. In Beemster is een probleem dat ruimte voor nieuwe elektriciteitsverbindingen vaak door particulier land moet. Op de dijken is vanwege de bomen geen ruimte om een kabel te trekken, waardoor kabels in de weilanden gelegd moeten worden, wat meestal particuliere grond is. Hiervoor moeten dan weer aparte afspraken per boer gemaakt worden om dit mogelijk te maken. Naast deze praktische uitdagingen hebben ook de uitvoerders die de netten daadwerkelijk bouwen, te maken met personeelstekorten. In de RES (Regionale Energie Strategie) monitor van begin 2023 wordt daarom gewaarschuwd dat veel gebieden komende tien jaar nog te maken zullen hebben met beperkingen in aan- en afvoer van elektriciteit. Nu is het zo dat netcongestie vooral leidt tot problemen bij nieuwe aansluitingen. Netbeheerders waarschuwen dat komende jaren ook stroomuitval of het minder vaak stroom terug kunnen leveren aan het net zal voorkomen.

4.3 Kans: nog ruimte voor extra zonnepanelen In de afgelopen jaren is de hoeveel opgewekte zonne-energie in Purmerend sterk toegenomen. Maar er zijn nog veel plekken waar dit uitgebreid kan worden. Veel daken zijn nog ongebruikt; doordat er nu veel bedrijven zijn die hier ervaring mee hebben en inmiddels veel mensen door hebben dat op deze manier bespaard kan worden op de energierekening, is hier ruimte voor groei. Een potentiële grote groep daken die nog beter benut kan worden zijn de daken van gebouwen die eigendom zijn van VVE’s en van bedrijven. Hier zijn nog veel daken onbenut en kan extra stimulans vanuit de gemeente mogelijk nuttig zijn. Een beperking bij sommige daken is de constructieve draagkracht. Vooral grote hallen zijn vrij licht geconstrueerd en kunnen geen groot extra gewicht aan. Dit geldt meestal niet bij VVE’s. Bij een toekomstig project voor zon op agrarische daken kunnen de geleerde lessen uit het eerdere project meegenomen worden. De kans op succes is groter bij een hogere melkprijs, zekerheid van continuïteit boerenbedrijven en een goede samenwerking tussen agrariërs en gemeente op andere dossiers. Wanneer het contact goed is voor andere zaken (zoals advisering bij aanvraag vergunningen) wordt het eenvoudiger om ondernemers te betrekken bij zaken zoals verduurzaming. De strook langs de A7 biedt veel potentie voor opwek van zonne-energie.

Rijkswaterstaat is bij meerdere snelwegen aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Een aantal geschikte wegen zijn inmiddels ook al voorzien van stroken zonnepanelen. Een voorbeeld is de geluidswal van de snelweg A9 bij Amstelveen:

34

4.4 Energieleningen een zeer doelmatig instrument Een positieve observatie in dit onderzoek is dat de energieleningen heel goed werken: tegen relatief lage kosten (minder dan € 10.000 per jaar) worden inmiddels jaarlijks 300 kleinere projecten gerealiseerd. Veel investeringen in verduurzaming verdienen zich zo inmiddels terug. Ook voor mensen met weinig geld is het zo mogelijk hiervan te profiteren én om mee te werken om de duurzaamheidsdoelen te behalen. Geschatte kosten gemeente:

Geschatte Verhouding kosten en geïnvesteerde bedrag in resultaat: verduurzaming Subsidies € 230.000 € 920.000 4x Wijkproject € 200.000 < € 200.000 <1 Lening € 5.000 € 4.000.000 ± 90 x Figuur 7: Geschatte bedragen en effecten gemeentelijke kosten en investeringen in verduurzaming Doordat de lening uiteindelijk in verreweg de meeste gevallen helemaal wordt terugbetaald, blijven alleen de rentekosten als nadeel voor de gemeente. In de afgelopen jaren lag de rente erg laag, dit kan komende jaren minder gunstig worden. Maar ook wanneer de gemeente hier meer kosten zou maken, lijkt dit het meest effectief bestede geld voor verduurzaming. Wijkgerichte projecten blijken duur te zijn, vanwege de moeite die het kost om informatieavonden te organiseren en bewoners te informeren. Daardoor kunnen de totale kosten soms hoger zijn dan de investering in verduurzaming zelf.

35

4.5 Mogelijkheden voor (micro)windturbines in landelijk gebied In de Regionale Energie Strategie heeft Purmerend alleen een zoekgebied voor zon langs de A7 aangewezen. Hier is nu nog geen zicht op concrete projecten, in afwachting van de resultaten van de zonnepanelen bij de afslagen van de A7 rond Hoorn en Wognum. Bij het vaststellen van de RES is een motie aangenomen voor de potentie van kleine (lager dan 15 meter) windturbines in landelijk gebied. De provincie Noord-Holland heeft recent in de omgevingsverordening voor dit type windturbines – onder een aantal voorwaarden - een uitzondering gemaakt voor het landelijk gebied. Deze uitzondering geldt niet voor het UNESCO werelderfgoed Beemster, daar zijn nu dan ook geen kleinere windturbines toegestaan. Tot eind 2023 is het mogelijk om vanuit gemeenten extra zoekgebieden aan te leveren bij de RES projectorganisatie. Deze kunnen dan verwerkt worden in een update van de RES plannen. Het voordeel van het combineren van energie uit wind en zon is dat het aanbod aan energie gelijkmatiger wordt en het elektriciteitsnet zo beter benut kan worden.

4.6 Particuliere huurwoningen en VVE’s Voor particuliere huurwoningen en woningen vallend onder Verenigingen van Eigenaren kan een andere aanpak zinvol zijn dan bij particuliere koopwoningen. Bij beide typen woningen kunnen de bewoners minder eenvoudig zelf beslissingen nemen over verduurzaming, omdat er altijd pas na overleg met een VVE-vergadering of een verhuurder tot besluiten overgegaan kan worden. Particuliere huurwoningen In Purmerend zijn 9% van de woningen particuliere huurwoningen. Hiervan zijn 2% sociale huur, 5% middeldure huur en 2% dure huurwoningen (Woningmonitor MRA 2021). Bij particuliere huurwoningen heeft de eigenaar niet altijd een direct financieel belang bij het renoveren van de woning voor energiebesparende maatregelen. Gericht gemeentelijk beleid hier op lijkt te ontbreken. Het meest wenselijk is dat een huurder en verhuurder in goed overleg tot een akkoord komen, waarbij de verhuurder doorgaans de renovatie betaald en de huurder akkoord gaat met een redelijke huurverhoging. Lukt dit niet, dan kan een rechter een verhuurder dit eventueel verplichten. Gebrekkige isolatie is op zichzelf geen onderhoudsgebrek aan de woning, maar een verhuurder is wel verplicht om onderbouwd een verzoek tot renovatie af te wijzen.

Woningen vallend onder VVE’s In Verenigingen van Eigenaren vindt een groot deel van het beheer en onderhoud van de woning plaats via besluitvorming in een ALV (Algemene Leden Vergadering) van de woningeigenaren. Een bestuur en een MJOP (Meer Jaren Onderhouds Plan) is verplicht. In de praktijk is de ervaring (van geinterviewde deskundigen) dat bij VVE’s de besluitvorming langzamer kan gaan, omdat er eerst overeenstemming moet worden bereikt met alle woningeigenaren (of een meerderheid). Daarvoor moet dan een voorstel voorbereid worden voor een ALV, die eenmaal per jaar plaatsvindt.

4.7 Energie-armoede De hoge inflatie in de afgelopen jaren en recent ook de sterk fluctuerende prijs van energie zorgen voor hogere kosten en onzekerheid bij huishoudens. Deze wordt vooral problematisch voor mensen

36

met een laag inkomen. Uit de TELOS analyse (zie bijlage B) komt naar voren dat in Purmerend het economisch kapitaal in de afgelopen jaren is afgenomen. Hierbij kijkt TELOS naar inkomen, vermogen en aantallen arme huishoudens, maar ook naar economische, maatschappelijke en politieke participatie. TNO heeft in een recent onderzoek naar energiearmoede in Nederland onderzocht welke maatregelen het meest effectief zijn. Volgens TNO is de energie-armoede in Purmerend toegenomen van 2,6% in 2020 naar 3,8% in 2022 (https://energiearmoede.tno.nl/) Energiearmoede komt volgens TNO vaker voor bij bewoners met bepaalde kenmerken. Studies suggereren dat deze kenmerken onder andere zijn: het hebben van een laag inkomen, lager opgeleid zijn, vrouw zijn, een beperking of ziekte hebben, en het hebben van een migratieachtergrond. Energiearmoede zie je vaak bij huishoudens in slecht geïsoleerde huizen met een lage energiekwaliteit en in sociale huurwoningen (TNO, Energy Poverty: A Science and Policy State of Play, 2023). Advies om met gericht beleid in te zetten op deze groepen is deels verwerkt in het landelijke Nationaal Isolatie Programma, waarbij gemeenten landelijke subsidie kunnen krijgen met een gemeentelijke aanpak om de slechtst geïsoleerde woningen te bereiken. De gemeente Purmerend is hier mee aan de slag gegaan.

Naast energie-armoede kan ook het tegenovergestelde een probleem zijn: wanneer mensen niet geraakt worden door hogere energiekosten, kan daar ook geen prikkel van uitgaan om minder energie te gebruiken. Of dat mensen met weinig geld en een beter geïsoleerd huis er toch voor kiezen evenveel geld uit te geven aan energie, i.v.m. comfort, waardoor er netto geen sprake is van energiebesparing door betere isolatie. Door dit type gedragseffecten kan het ingewikkeld zijn om effectieve tegenmaatregelen voor toekomstig beleid te ontwikkelen.

37

H5 Beantwoording onderzoeksvragen In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen die aan het begin van dit onderzoek zijn gesteld, beantwoord. Hierbij zullen eerst de deelvragen worden beantwoord en daarna de hoofdvraag. De politiek relevante observaties uit deze beantwoording worden opgenomen in de conclusies. Deze worden aan het begin in dit rapport gepresenteerd. De eerste drie deelvragen worden samengevoegd beantwoord. In welke mate is het beleid voor het stimuleren van de opwek van zonne-energie op daken en energiebesparing effectief geweest? Deelvragen: 1. Wat waren de beleidsdoelen voor de opwek van zonne-energie op daken? 2. Wat waren de beleidsdoelen voor energiebesparing? 3. Op welke manier is uitvoering gegeven aan deze doelen? De doelen uit de verschillende vastgestelde beleidsdocumenten en die betrekking hebben op dit onderzoek zijn: Doel 1. Aanbieden van financiële prikkels voor verduurzaming, zoals de duurzaamheidsleningen en duurzaamheidssubsidies

Uitgevoerd? Ja

Toelichting Duurzaamheidsleningen en duurzaamheidssubsidies worden actief aangeboden.

2. Wijkgerichte aanpak: Wheermolen-Oost en Hazepolder

Ja

Deze aanpak is afgerond.

3. Algemene ondersteuning via Duurzaam Bouwloket, website gemeente en aanbieden energiecoaches.

Ja

4. Losse projecten, zoals zon op agrarische daken en energiescans bij bedrijven, pilot zonnepanelen in dakpannen

Ja

Via verschillende kanalen kunnen inwoners contact opnemen met de gemeente om geholpen te worden bij vragen over verduurzaming. Deze projecten zijn afgerond, met wisselend succes. Het project in Beemster kwam achteraf gezien op een ongunstige tijd (lage melkprijs en stikstofcrisis). De pilot voor zonnepanelen in dakpannen lijkt geen duurzame oplossing

38

te bieden. Er zijn projecten met energiescans voor bedrijven geweest, maar hier is maar een klein deel van de bedrijven mee bereikt. Verduurzaming is een onderdeel van het Meer Jaren Onderhouds Plan van de gemeente. Verduurzaming is uitgewerkt in de Nota Duurzaam Vastgoedbeheer van 18 april 2023. Ongeveer 50 panden hebben nu een Alabel, 16 panden nog niet. Deze samenwerking vindt plaats

5. Verduurzaming gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed

Ja

6. Samenwerking in Regionale Energie Strategie

Ja

7. Jaarlijks 2% energiereductie, CO2 reductie van 30% tov 1990 en 14% duurzame energie

Het doel van jaarlijks 2% energiereductie lijkt op basis van de landelijk beschikbare informatie uit het CBS landelijk ruim behaald, maar op gemeentelijk niveau ontbreken goede cijfers. Het lijkt aannemelijk dat 2% energiereductie behaald is, ook wanneer Purmerend fors minder goed zou scoren dan de landelijke, gemiddelde cijfers . Purmerend heeft in de afgelopen jaren voortgang geboekt met CO2 reductie, maar het is onzeker of dit doel is behaald vanwege het ontbreken van gemeente-specifieke cijfers. Landelijk gezien is de reductie van 30% t.o.v. 1990 in 2022 behaald, niet in 2020. Het doel van 14% duurzame energie opwek is zeer waarschijnlijk behaald. Landelijk gezien ligt het percentage duurzame energieopwek nu al hoger dan 14%. Doordat Purmerend als gemeente een relatief groot warmtenet heeft (waarvan de brandstof volgens EU definitie als duurzaam gezien wordt), is het waarschijnlijk dat Purmerend hier al langer hoger in scoort dan het landelijk gemiddelde. Alleen het warmtenet draagt al bij aan ruim 7% van de 14% aan aandeel duurzame energie.

39

Deelvraag: 4. In hoeverre zijn de ontwikkelingen op beide gebieden succesvol geweest? Energiebesparing In de afgelopen jaren is hier op verschillende manieren aan gewerkt. Er zijn energiescans bij agrarische ondernemers in de Beemster en bedrijven in Baanstee-Noord aangeboden. Via een wijkgerichte aanpak zijn in twee wijken projecten uitgevoerd om bewoners te informeren over de mogelijkheden van isolatie en energiebesparing. Daarnaast worden voor alle inwoners subsidies, leningen en informatie hierover aangeboden via de website. Mensen kunnen met een adviesvraag bellen met de gemeente om hierover meer persoonlijk advies te krijgen. De met de raad afgesproken doelen, maatregelen en projecten zoals o.a. afgesproken in de duurzaamheidsagenda, lijken grotendeels bereikt, voor zover de cijfers op gemeentelijk niveau beschikbaar zijn. In die zin zijn de resultaten dus positief. Tegelijkertijd is de gemeentelijke organisatie zich ook bewust dat er nog veel te verbeteren valt en wordt ook kritisch gekeken naar de verhouding tussen geleverde inspanning en geïnvesteerd geld enerzijds en het resultaat anderzijds. Met name bij de wijkgerichte projecten leek die verhouding niet goed te zijn. Het is in die zin verstandig om te kijken of de nieuwe, landelijke gelden voor wijkgerichte aanpak op een effectievere manier besteed kunnen gaan worden.

Zon op dak In Purmerend wordt, net als in de rest van Nederland, veel geïnvesteerd in de plaatsing van zonnepanelen op daken. De stijging lag in 2022 zelfs 10% hoger dan het landelijk gemiddelde. Een groot deel van deze investeringen worden gefinancierd met duurzaamheidsleningen vanuit de gemeente. Deze leningen kosten de gemeente zelf bijna geen geld (het wordt terugbetaald), en de uitvoering lijkt efficiënt te verlopen. Door de toename aan commerciële kleine bedrijven die zonnepanelen kunnen installeren, is er ook voldoende capaciteit om deze investeringen te realiseren. Voor wat betreft zonnepanelen op de agrarische daken is een groot project in 2018 en 2019 niet zo succesvol verlopen, waarschijnlijk door de lage melkprijs en de onzekerheid in de sector door de stikstofproblematiek. Op andere grote daken lijkt nog meer mogelijk te zijn in het stimuleren van de aanleg van meer zonnepanelen. Voor wat betreft (maatschappelijk) vastgoed zijn er in de afgelopen jaren succesvolle projecten geweest met de coöperatie Zon op Purmerend, maar nu lijkt de “pijplijn” van nieuwe, geschikte daken te stokken. Een risico bij meer zon op dak is dat het aanbod van elektriciteit bij deze techniek het meest instabiel is: er zijn hoge pieken en dalen in de opbrengst.

Dat is een nadeel waar deels tegenmaatregelen tegen zijn, zoals uitbreiding van het net, tijdelijke opslag van energie, omzetting in waterstof, het aanpassen van de vraag en het combineren van wind en zon voor een meer gelijkmatig aanbod aan elektriciteit. Op vrijwel al deze tegenmaatregelen lijkt nu weinig mogelijk te zijn. Dit is een risico voor de uitbreiding van zon op dak op de langere termijn.

Onderstaande drie vragen worden gezamenlijk beantwoordt: 5. Welke (omgevings)factoren zijn belangrijk (geweest) bij het realiseren van deze doelstellingen? 6. Welke risico’s voor de effectiviteit en doelmatigheid zijn er bij de verschillende maatregelen?

40

7. Welke lessen zijn er afgelopen jaren geleerd? De belangrijkste succesfactoren waren: - Inbrengen juiste deskundigheid en financiële middelen vanuit gemeente en Duurzaam Bouwloket - Toenemende deskundigheid in de markt (installatiebranche) - Hogere energieprijzen - Beschikbaarheid landelijke / provinciale subsidies De belangrijkste faalfactoren waren: - Economische onzekerheid / continuïteitsrisico bij (agrarische) bedrijven - Ervaren complexiteit aanvraag subsidies / leningen door particulieren - Minder goede aansluiting maatregelen energiebesparing bij “natuurlijke momenten” voor groot onderhoud - Gebrek aan vakmensen - Isolatieprojecten worden als “lastig” gezien. Bij particuliere verhuur en VVE’s gaat besluitvorming soms lastiger dan bij particuliere koopwoningen. De effectiviteit en doelmatigheid van verschillende initiatieven verschilt per doelgroep en per instrument. Een belangrijk risico dat geldt voor verschillende initiatieven is dat de ambitie om toe te groeien naar een nieuw energiesysteem nu gebeurt via projecten die allemaal een andere timing en dynamiek kennen, maar elkaar wel beïnvloeden. Een voorbeeld is de beschikbaarheid van voldoende netcapaciteit. Dit hangt af van de snelheid waarmee een uitgebreid nieuw energiesysteem gebouwd kan worden.

Voor elektriciteit betekent de forse toename in vraag en aanbod een complexe ontwerpuitdaging, die ook afhankelijk is van onzekerheden in de bouw van nieuwe woningen en het soort elektrische apparaten dat mensen gaan gebruiken. Aan de andere kant wordt hier bij de toekenning van subsidies en het ontwikkelen van nieuwe wijken niet altijd goed rekening mee gehouden. Het maakt heel veel uit of een nieuwe wijk voorzien gaat worden van een warmtenet of dat woningen met elektrische warmtepompen verwarmd gaan worden. De uitdaging voor de gemeente Purmerend is om op alle risico’s slimme tegenmaatregelen te bedenken en die te verwerken in een toekomstige duurzaamheidsagenda en in de uitvoering. Voor een deel van de risico’s (zoals het tekort aan vakmensen) kan het lastig zijn en zal er geen goede maatregel denkbaar zijn. Maar voor andere tegenmaatregelen die nu nog niet goed mogelijk zijn (zoals bijvoorbeeld een meer stabiele opwek van duurzame energie door ook de ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie te vergroten) zou dit op sommige plekken wellicht wel mogelijk zijn.

41

Bijlage A: financiële overzichten In de duurzaamheidsagenda’s van 2019 en 2020 wordt op detailniveau inzichtelijk gemaakt wat de kosten zijn voor de verschillende duurzaamheidsprojecten: Duurzaamheidsagenda 2019

42

Duurzaamheidsagenda 2020

43

Bijlage B: Analyse TELOS In het raadsvoorstel bij de agenda duurzaamheid staat benoemd dat voor de monitoring ook gekeken wordt naar de landelijke monitor duurzame gemeenten van de Universiteit van Tilburg. Hierin worden alle gemeenten in Nederland langs een meetlat gelegd. Deze score maakte dus onderdeel uit van het gemeentelijk beleid, maar er is geen concrete doelstelling aan gekoppeld qua score of ranking. Voor meer achtergrond bij de opbouw van de scores kan gekeken worden op de website van TELOS. Totaal

Sociaal cultureel Economisch kapitaal kapitaal Score Rank Score Rank Score Rank 2017 46 353 41 359 45 246 2018 48 272 43 346 48 114 2019 50 214 47 310 50 116 2020 50 248 43 330 54 104 2021 50 264 47 309 55 119 2022 47 300 46 293 48 277 Figuur 9: Telos benchmark duurzame gemeenten Purmerend

Totaal

Sociaal cultureel Economisch kapitaal kapitaal Score Rank Score Rank Score Rank 2019 48 295 56 54 45 295 2020 46 339 51 175 43 346 2021 47 340 52 181 44 339 9 Figuur 10: Telos benchmark duurzame gemeenten Beemster

Ecologisch kapitaal Score 50 51 52 52 49 47

Rank 331 172 133 184 277 251

Ecologisch kapitaal Score 42 45 45

Rank 341 325 332

In 2022 zijn de scores voor Purmerend en Beemster samengevoegd. De meeste factoren laten geen duidelijke trend zien, behalve mogelijk de daling in het economisch kapitaal in Purmerend. Voor economisch kapitaal kijkt Telos naar indicatoren zoals maatschappelijke en politieke participatie, werkloosheid, eigen vermogen van huishoudens en aantallen arme huishoudens. In de analyse van Telos wordt de coronacrisis en energiecrisis als oorzaak benoemd van de daling van economisch kapitaal in veel gemeenten. Doordat sociaal-economisch zwakkere huishoudens vaker in woningen wonen die minder goed zijn geïsoleerd, is de impact van hogere energieprijzen daar groter. Dit is één van de redenen waarom de isolatieaanpak van het Rijk (het Nationaal Isolatie Programma) gericht is op de slechtst geïsoleerde woningen.

9 De rapporten van TELOS kunnen tot 2019 van de website gedownload worden. De cijfers van Purmerend

vanaf 2017 waren overgenomen in de duurzaamheidsagenda. In 2022 heeft TELOS de cijfers voor Purmerend en Beemster samengevoegd vanwege de bestuurlijke fusie.

44

Bijlage C: Verklarende woordenlijst ALV: Algemene Leden Vergadering CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek CO2: Koolstofdioxide LTO: Land- en Tuinbouw Organisatie MJOP: Meer Jaren Onderhouds Plan MRA: Metropoolregio Amsterdam (samenwerkingsorganisatie) MW: MegaWatt (1 miljoen Watt, eenheid voor elektrisch vermogen) OER-programma: Programma voor Opwek Energie op Rijksgronden RES: Regionale Energie Strategie SDE: Stimulering Duurzame Energieproductie (inmiddels SDE++) SvN: Stimuleringsfonds Volkshuisvesting SVP: StadsVerwarming Purmerend TNO: Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (publiekrechtelijke organisatie) TWu: Tera Watt Uur (hoeveelheid elektrische energie. Nederland verbruikt jaarlijks ruim 120 TWu) VVE: Vereniging van Eigenaren

45

Bezoekadres

Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend Postadres

46

Postbus 15 1440 AA Purmerend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13479518/1