Q Bijlage 13 Aanmeldnotitie vormvrije m e r -beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling, bestemmingsplan “Kwadijkerpark 2021” Gemeente Purmerend
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling, bestemmingsplan “Kwadijkerpark 2021” Gemeente Purmerend
Rapportnummer:
P02846_2 mer
Datum:
14 december 2020
Opdrachtgever:
AM
Projectteam BRO:
PZ, AD
Trefwoorden:
-
Bron foto kaft:
BRO, Abstract 4
Beknopte inhoud:
-
BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer
2 2 2 3 3
2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect
4 4 4 6 7
3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
9
Inhoudsopgave
1
1.
INLEIDING
1.1 Inleiding In het noorden van Purmerend ligt het Kwadijkerpark, een terrein dat in de jaren '80 van de vorige eeuw in de polder ten noorden van de stad is ontwikkeld als instellingsterrein. Verspreid over het park staan losstaande woon/zorg-gebouwen van de Prinsenstichting in het groen. Na ruim 30 jaar wordt het verouderde terrein herontwikkeld, waarbij een ontwikkeling wordt beoogd van een omschakeling van het huidige inrichtingsterrein naar een nieuw woongebied met maatschappelijke voorzieningen in een parkachtige omgeving. De gebouwen van de Prinsenstichting worden herontwikkeld aan de randen van het park. Deze gebouwen vallen buiten het plangebied. De initiatiefnemer is voornemens op de locatie Kwadijkerpark 340 woningen (grondgebonden woningen en appartementen) te realiseren met bijbehorende wegen, parkeerplaatsen, groen- en watervoorzieningen.
1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt de realisatie van een nieuw woongebied van maximaal 340 woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van woningen valt onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2).
In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van maximaal 340 woningen ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in pro-
Hoofdstuk 1
2
cedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.
1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden ; b. de kenmerken van de activiteit ; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
Hoofdstuk 1
3
2.
EFFECTEN OP HET MILIEU
2.1 Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project
Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Waarschijnlijkheid van het effect
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
2.2 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 16,3 hectare. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van maximaal 340 woningen (grondgebonden woningen en appartementen) met bijbehorende wegen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en watervoorzieningen.
Cumulatie met andere pro-
Herontwikkeling Prinsenstichting in Kwadijkerpark: fase 1 (vernieuwing van reeds be-
jecten
staand vastgoed zoals met name kantoorbebouwing van de zorgstichting), fase 2 (ge-
Hoofdstuk 1
4
Kenmerken van het project Criteria
Toets bouw A) en fase 3 (gebouw B1 en B2). Fase 1 is reeds gerealiseerd. Voor fase 2 en 3 is reeds een bestemmingsplan procedure doorlopen. De beperkte omvang en het feit dat het voornamelijk vernieuwbouw betreft, leidt niet tot extra effecten op basis van cumulatie.
Gebruik van natuurlijke hulp-
Doordat er woningbouw wordt mogelijk gemaakt zullen er permanente natuurlijke bronnen
bronnen
worden gebruikt.
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats binnen het stedelijk gebied van Purmerend. Tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de aanleg zijn maximaal 340 woningen aanwezig in het plangebied. De woningen veroorzaken geen verontreiniging en hinder buiten de reguliere effecten van woningen.
Akoestiek wegverkeer: Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden vanwege de N244, maar de maximale ontheffingswaarde niet. Er dienen maatregelen getroffen te worden: een tuinmuur bij drie grondgebonden woningen aan de noordzijde van het plan en afsluitbare balkons/loggia's voor de twee noordelijke appartementenblokken. Voor de te treffen maatregelen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan. Er worden hogere waarden aangevraagd. Na het verlenen van een hogere waarde vormt het aspect geluid geen belemmering.
Bedrijven en milieuzonering: De omliggende bedrijven vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Omgekeerd wordt er geen milieubelastende inrichting in het plangebied mogelijk gemaakt. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering.
Geur: Het plangebied bevindt zich niet binnen een geur- en/of stankcirkel, waardoor het aspect geur/stank geen belemmeringen oplevert.
Luchtkwaliteit: Met onderhavig plan worden maximaal 340 woningen mogelijk gemaakt. De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van het plan draagt mogelijk in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarom is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt.
Externe Veiligheid: Uit de risicokaart blijkt dat het plan niet is gelegen binnen invloedsgebieden van risicovolle activiteiten. Voor het plan is een beperkte verantwoording van het groepsrisico voorgesteld. Externe veiligheid vormt geen belemmering.
Ecologie: Uit het aanvullend fauna onderzoek blijkt dat er paarterritoria van vleermuizen aangetroffen zijn. Het verstoren of vernietigen van verblijfplaatsen is niet toegestaan. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor drie paarterritoria is noodzakelijk om de geplande werkzaamheden uit te voeren. Voor de sloop van enkele gebouwen is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze procedure
Hoofdstuk 1
5
Kenmerken van het project Criteria
Toets loopt momenteel en voor vaststelling van het bestemmingsplan zal dit gereed zijn zodat er vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen zijn.
Stikstof: Uit de uitgevoerde Aerius-berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
Water: Uit de watertoets blijkt op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren is. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
Bodem: In het verkennend bodemonderzoek uit 2007 zijn er geen bodemverontreinigingen aangetoond die een milieuhygiënische belemmeringen vormen. Uit het huidige vooronderzoek blijkt dat het gebruik van de locatie sindsdien niet wezenlijk veranderd is. Er is dan ook geen aanleiding om dit wel van de bodemkwaliteit te veronderstellen. Er wordt derhalve niet verwacht dat de huidige bodemkwaliteit een milieuhygiënische belemmering vormt. Risico van ongevallen
Er is met de realisatie van de nieuwe woningen geen sprake van een nieuwe risicobron.
2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
Het Kwadijkerpark is een park met zwierige paden, waardevolle bomen en waterpartijen. Verspreid over het park staan losstaande woon/zorg-gebouwen van de Prinsenstichting in het groen.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het N.v.t. regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:
gevoelige gebieden (wetlands,
Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Neder-
kustgebieden, berg- en bosgebie-
land (NNN), een Vogel- of Habitatrichtlijngebied en overig beschermd na-
den, reservaten en natuurparken,
tuurgebied (Natura 2000). Er is geen sprake van externe werking op een Na-
Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)
tura 2000-gebied zoals blijkt uit het de paragraaf stikstofdepositie in de toelichting van het bestemmingsplan. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 6,8 km. Verder ligt het plangebied en haar directe omgeving ligt niet binnen wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken.
Hoofdstuk 1
6
Plaats van het project Criteria
Toets
gebieden waarin bij communautaire
Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communau-
wetgeving vastgestelde normen in-
taire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden
zake milieukwaliteit reeds worden
overschreden.
overschreden
Gebieden met een hoge bevolkings-
Het plangebied ligt niet in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
Archeologie: het archeologisch belang is door middel van een archeologisch
dichtheid
Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
onderzoek betrokken in het plan. Hieruit blijkt dat de archeologische verwachting voor alle perioden bijgesteld wordt naar laag en er geen belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging. Cultuurhistorie: uit de paragraaf cultuurhistorie in de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de in / rond het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument.
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.
Watergebied van internationale beteke- Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale nis
betekenis.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van
(voormalige EHS)
negatieve effecten op het NNN.
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties.
waterwingebieden, Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbescher-
en grondwaterbeschermingsgebieden
mingsgebied.
Beschermd monument
In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.
Belvedere-gebied
Het plangebied betreft geen Bélvèdere gebied.
2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische Het plangebied bestaat uit een park met verspreid over het park losstaande zone en grootte van de getroffen bevol- woon/zorg-gebouwen. Op de locatie worden maximaal 340 woningen gerealiseerd. king)
De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt.
Grensoverschrijdende karakter van het Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. effect Waarschijnlijkheid van het effect
Hoofdstuk 1
Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.
7
Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid Er is sprake van de bouw van woningen. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al van het effect
verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting. Tijdens de aanlegfase zijn enige effecten merkbaar zoals bouwverkeer en -geluid. Deze effecten zijn tijdelijk.
Hoofdstuk 1
8
3.
VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Kwadijkerpark 2021’ te Purmerend geen milieueffectrapportage wordt vereist.
Hoofdstuk 1
9
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl
Hoofdstuk 1
1