CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

P240264 AO BV KM VM Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend geanonimiseerd

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente PurmerendBij agendapunt: Definitief ontwerp Leeghwaterpark4.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Broedvogels, Vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Broedvogels, vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Adres Telefoonnummer E-Mail Website

Harmenkaag 11 1741 LA Schagen 0224 75 12 75 natuur@smitgroenadvies.nl www.smitgroenadvies.nl

Opdrachtgever

Gemeente Purmerend

Contactpersoon

Cynthia van Leeuwen

Postadres

Purmersteenweg 42

Adres

1441 DM Purmerend

Document

P240264

Status

Definitief

Versie

1

Datum

10 oktober 2024

Geldigheidsduur

Auteur Gecontroleerd door

Lohman

3 jaar G. R. Luiken J.D. Eshuis

Disclaimer * Natuur is onvoorspelbaar. Het is mogelijk dat ondanks de zorgvuldige voorbereiding en onderzoek toch beschermde soorten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden. In dat geval heeft de uitvoerder een zorgplicht en is verantwoordelijk voor de verdere gang van zaken. In de Wet is namelijk vastgelegd dat de wettelijke zorgplicht voor de aanwezige natuur gedurende het gehele plan-, uitvoerings- en beheertraject de verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever.

Pagina 2 van 21

1 Inleiding .................................................................................................................... 4 1.1

Doel van het onderzoek................................................................................................................................................... 4

1.2

Plangebied ................................................................................................................................................................................5

1.1

Resultaten van de quickscan........................................................................................................................................5

1.2

Leeswijzer.................................................................................................................................................................................. 6

2 Methode ....................................................................................................................7 2.1

Onderzoeksmethodiek boombewonende broedvogels ...........................................................................7

2.2

Onderzoeksmethodiek vleermuis.............................................................................................................................7

2.3

Onderzoeksmethodiek marterachtigen.............................................................................................................12

3 Resultaten en effecten ......................................................................................14 3.1

Boombewonende broedvogels ............................................................................................................................... 14

3.2

Vleermuis..................................................................................................................................................................................15

3.3

Marterachtigen.....................................................................................................................................................................15

4 Conclusie ................................................................................................................ 17 5 Literatuur ................................................................................................................ 18 Bijlage.......................................................................................................................... 19 Bijlage I | Wettelijk kader .....................................................................................................................................................................19 Bijlage II | Uitwerking habitatanalyse.........................................................................................................................................20

Pagina 3 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Gemeente Purmerend is voornemens werkzaamheden uit te voeren aan het stadspark Leeghwaterpark te Purmerend. Een ontwerp voor de nieuwe inrichting van het park wordt opgesteld door Buro Mien Ruys. De werkzaamheden bestaan uit het opwaarderen van het park, waaronder: Opruimingswerkzaamheden: o Verwijderen gras, bomen, bosplantsoen. Ruigte/riet en heesters; o Verwijderen paden, kunstwerken en beschoeiingen; o Opnemen meubilair, verlichting en overige objecten. Grondwerkzaamheden: o Ontgraven natuurvriendelijke oevers en nieuw water; o Verwerken grond in lage terreindelen in het park (gesloten grondbalans); o Grondbewerkingen. Verhardingen: o Aanbrengen nieuwe padenstructuur; o Aanbrengen bruggen en overige kunstwerken; o Aanbrengen grasbetontegels en halfverhardingen. Groenvoorzieningen: o Aanbrengen nieuwe bosvakken, bomen, heesters, gazon en kruiden; o Aanbrengen helofyten en waterplanten. Meubilair: o Aanbrengen terreinmeubilair; o Aanbrengen verlichting; o Aanbrengen overige objecten en elementen. Uit de ecologische quickscan, uitgevoerd door Smit Groenadvies in januari 2024, is gebleken dat in het plangebied potentieel vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn van zwaar beschermde soorten, zoals broedvogels, vleermuizen en kleine marterachtigen. Op voorhand zijn negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de bovengenoemde soorten niet uit te sluiten.

Hiermee kan ook niet worden uitgesloten dat een overtreding op de Omgevingswet begaan wordt. Aanvullend soortenonderzoek dient aan te tonen of uit te sluiten dat het plangebied essentiële gebruiksfuncties bevat voor broedvogels, vleermuizen en kleine marterachtigen en of de werkzaamheden hiermee vergunningsplichtig zijn. Het aanvullend onderzoek naar broedvogels is uitgevoerd van februari t/m juni, het aanvullend onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd van mei t/m september (2024). De inspectie van boomholtes is uitgevoerd in juli. Onderzoek naar het voorkomen van kleine marterachtigen is uitgevoerd van (juli t/m augustus 2024).

1.1

Doel van het onderzoek

In opdracht van de gemeente Purmerend is door Smit Groenadvies aanvullend onderzoek uitgevoerd. Het doel van het aanvullend onderzoek is: Vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van broedvogels, vleermuizen en kleine marterachtigen; Vaststellen of uitsluiten van vaste rust- en verblijfplaatsen van broedvogels, vleermuizen en kleine marterachtigen; Vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van essentiële gebruiksfuncties voor broedvogels, vleermuizen en kleine marterachtigen; Bepalen of de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en hun leefgebied hebben; Toetsing van de resultaten aan de Omgevingswet.

Pagina 4 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

1.2

Plangebied

Het plangebied bestaat uit het Leeghwaterpark te Purmerend (Figuur 1). Het Leeghwaterpark is een stadspark van ongeveer 250.000 vierkante meter. Het park beschikt over veel groenelementen in de vorm van bomen, grasvelden, struikgewassen en oeverbegroeiing. In het park is ook een zwembad, kinderboerderij en speeltuin te vinden. Door het park zijn veel watergangen en vijvers te vinden. In de omgeving van het plangebied is voornamelijk bebouwing te vinden in de vorm van woonhuizen. Ten zuidoosten van het plangebied ligt het Purmerbos. Ten westen van het plangebied ligt het centrum van Purmerend. Figuur 1 | Locatie plangebied te Purmerend.

Situering van het plangebied Legenda Plangebied

1.1

Resultaten van de quickscan

Uit de ecologische quickscan is gebleken dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor boombewonende vogelsoorten, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, zoals kleine marterachtigen. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten biedt het plangebied meerdere foerageer-, broed- en verblijfplaatsen. Het gaat hier om diverse boomsoorten, struiksoorten en vaste planten. Ook zijn meerdere nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten, waaronder van eksters, waargenomen tijdens het veldbezoek (Figuur 3). Voor gebouwbewonende vleermuissoorten biedt het plangebied gebouwen met open stootvoegen en houtwerk als rust- en verblijfplaats. Voor boombewonende vleermuissoorten biedt het plangebied bomen met holtes. Verder biedt het plangebied potentieel foerageergebied voor vleermuizen en zijn er potentiële vliegroutes aanwezig in de vorm van laagvormige bomen structuren, bomenrijen, bosvlakken, bosschages en een hoger liggende dijk met watergangen (Figuur 2). Voor grondgebonden zoogdieren biedt het plangebied potentiële foerageer-, rust- en verblijfplaatsen. Denk hier aan dicht struweel en bomen die zorgen voor schuilgelegenheid en ruimte om te jagen. Voor boommarters biedt het plangebied potentiële verblijfplaatsen in de vorm van bomen met oude spechtholtes. Tijdens het veldbezoek zijn sporen van grondgebonden zoogdieren gevonden in de vorm van molshopen.

Pagina 5 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Figuur 2 | Potentiële foerageer- en vliegroute voor vleermuizen.

1.2

Figuur 3 | Waargenomen nest tijdens het veldbezoek van de quickscan.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de methodiek van het aanvullend onderzoek omschreven. In hoofdstuk 3 staan de resultaten van het onderzoek en de effecten van de voorgenomen werkzaamheden per diersoort beschreven. In hoofdstuk 4 staan de conclusie en de eventuele vervolgstappen omschreven.

Pagina 6 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

In dit hoofdstuk wordt de methodiek van het onderzoek omschreven. Voor iedere soort is een andere onderzoeksmethode gebruikt, welke hier per soortgroep wordt behandeld. Verder wordt een overzicht gegeven van de volgende zaken tijdens het onderzoek: de datum en tijd waarop de veldbezoeken plaatsvonden, de weersomstandigheden tijdens deze bezoeken en door welke onderzoekers het veldwerk is uitgevoerd.

2.1

Onderzoeksmethodiek boombewonende broedvogels

Voor het onderzoek naar de aanwezigheid van boombewonende broedvogels binnen het plangebied zijn vier broedvogelinventarisaties uitgevoerd. Hierbij is het plangebied drie keer in de ochtend bezocht en één keer in de nacht. Tijdens het veldbezoek is het plangebied gecontroleerd op aanwezigheid van vogelsoorten, hierbij zijn alle aanwezige soorten geïnventariseerd. Vogels die over het plangebied heen vlogen en geen binding toonden met het plangebied zijn niet meegenomen in de waarnemingen. Naast het inventariseren van vogelsoorten zijn nesten geobserveerd om activiteit te vast te stellen of uit te sluiten. De weersomstandigheden en tijdstippen van de veldbezoeken staan in tabel 1 weergegeven. Tabel 1 | Focussoorten voor het aanvullend

Datum

Uitgevoerd door

16-02-2024

T. Tijsen T. Raven

Veldbezoek

= 07:54 uur

Weersomstandigheden 9°C, 80% bewolking, droog, windrichting en windkracht: ZW 2 Bft

Start: 07:45 uur Eind: 10:00 uur 18-03-2024

M. Blaas T. F. Melgers

= 06:47 uur

7°C, 70% bewolking, droog, windrichting en windkracht: ZW 2 Bft

Start: 07:00 uur Eind: 09:15 uur 15-05-2024

E. Swart T. Mengelder

= 21:31 uur

18°C, 100% bewolking, droog, windrichting en windkracht: NW 2 Bft

Start: 21.30 uur Eind: 00.00 uur 12-06-2024

G. R. Luiken T. F. Melgers

= 05:17 uur

10°C, 80% bewolking, droog, windrichting en windkracht: NW 2 Bft

Start: 05:30 uur Eind: 08:00 uur

2.2

Onderzoeksmethodiek vleermuis

Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd volgens het landelijk gestandaardiseerde inventarisatieprotocol, te weten het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk groene Bureaus, 2021). Het onderzoek is op wetenschappelijke wijze uitgevoerd zodat het bij eventuele vervolgstappen als juridische basis kan dienen. Tijdens de quickscan is gekeken naar vleermuissoorten die in het plangebied kunnen voorkomen. Hiervoor zijn verspreidingsgegevens en de voorkeurshabitat bestudeerd. Daarnaast is in het plangebied zelf gekeken naar de potentiële verblijfplaatsen en andere essentiële functies, zoals foerageergebied en vliegroutes, en voor welke soorten deze functies geschikt zijn. Op basis van deze gegevens is het aanvullend onderzoek zowel gericht op gebouwbewonende soorten, zoals de

Pagina 7 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis, en boombewonende soorten, zoals de rosse vleermuis. Daarnaast is het aanvullend onderzoek ook gericht op gebouw- en boombewonende soorten, zoals de gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis. Het is niet uitgesloten dat ook andere vleermuissoorten voorkomen in het plangebied, denkend aan minder algemene soorten, zoals de kleine dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis. Andere vleermuissoorten die waargenomen zijn, zijn uiteraard ook opgenomen in dit rapport. Tijdens het aanvullend onderzoek is bestudeerd of het plangebied verblijfplaatsen van vleermuizen bevat en/of essentiële functies als vliegroutes en foerageergebied aanwezig zijn. Hiervoor is gelet op in- en uitvliegende, aantikkende en baltsende vleermuizen. Voor het detecteren van vleermuizen is gebruik gemaakt van batdetectors (modellen: Petterson D240x, Batlogger M2, Anabat Scout), welke het ultrasoon geluid van vleermuizen detecteren. Ook zijn Op basis van gedragsobservaties en geluidsfragmenten kan worden bepaald welke functies in het plangebied vervult en of het plangebied een essentieel onderdeel is van het leefgebied van de vleermuizen. Voor de verschillende vleermuissoorten, die tijdens dit aanvullend onderzoek onderzocht worden, gelden verschillende voorwaarden. Deze voorwaarden worden in tabel 1 per soort weergeven.

Tabel 2 | Focussoorten voor het aanvullend onderzoek, met per soort de voorwaarden waaraan het onderzoek moet voldoen.

Soort

Zomer- en Kraamverblijven

Paarverblijven

Gewone dwergvleermuis

15 mei 15 juli 2 x 2 uur (1 x ochtend). Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 15 mei 15 juli 2 x 2 uur (1 x ochtend). Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 15 mei 15 juli

15 augustus 1 oktober 2 x 2 uur Ronde van 2 uur vanaf 1 uur na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 15 augustus 1 oktober 2 x 2 uur (1 x rond middernacht) Ronde van 2 uur vanaf 1 uur na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 1 augustus 15 oktober

Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang 15 mei 15 juli 2 x 2 uur Ronde van 2 uur vanaf 15 min na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend 1 uur voor zonsopkomst 15 mei 15 juli 2 x 2 uur (1 x ochtend). Ronde van 2 uur vanaf 30 min na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend 1 uur voor zonsopkomst 15 mei 15 juli 2 x 2 uur Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend 30 min voor zonsopkomst

Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang 15 augustus 15 september 2 x 3 uur Ronde van 3 uur vanaf zonsondergang of ronde van 3 uur eindigend op zonsopkomst 15 augustus 1 oktober 2 x 2 uur Ronde van 2 uur vanaf zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend op zonsopkomst 1 augustus 15 september 2 x 2 uur (1x avond) Ronde van 2 uur vanaf 1 uur na zonsondergang of ronde van 2 uur eindigend 1 uur voor zonsopkomst

Ruige dwergvleermuis

Laatvlieger

Meervleermuis

Gewone grootoorvleermuis

Rosse vleermuis

Conform het protocol voldoet het onderzoek aan de volgende eisen: Het onderzoek is uitgevoerd door een ecologisch deskundige; Het onderzoek bestaat uit minimaal zeven onderzoeksrondes tussen 15 mei en 17 september o In de kraamperiode (15 mei t/m 15 juli) zijn drie onderzoeksrondes uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten dat zomer- en/of kraamverblijfplaatsen in de gebouwen van het plangebied aanwezig zijn. Deze rondes duren in de avond minimaal twee uur vanaf zonsondergang en in de ochtend drie uur voor zonsopkomst. o In de najaarsperiode (1 augustus t/m 17 september) zijn twee onderzoeksrondes uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten of paarverblijfplaatsen in de gebouwen aanwezig zijn. Deze rondes zijn in de avond en duren minimaal drie uur vanaf zonsondergang.

Pagina 8 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Onderzoek naar vliegroutes en foerageergebied kan in de gehele periode tussen 15 april en 15 oktober plaatsvinden (voor meervleermuis geldt: 1 april 15 aug); Er zitten minimaal 20 dagen tussen de veldbezoeken; De onderzoeken zijn uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden; o Zomer- en kraamverblijven: >12°C, <5Bft, hoogstens motregen o Paarverblijven: >12°C, <5Bft, hoogstens motregen Tijdens de onderzoeken zijn opnames gemaakt van de sonar- en baltsroepen van de vleermuizen, deze opnames zijn gedetermineerd op soortniveau met behulp van het programma Batexplorer van Batlogger. Bezoekrondes en/of bezoektijden kunnen tussentijds worden aangepast afhankelijk van de bevindingen tijdens het veldwerk. Bijvoorbeeld als vleermuizen na zonsopkomst nog actief zijn, wordt het veldonderzoek voortgezet totdat alle vleermuizen zijn ingevlogen. De weersomstandigheden en tijdstippen van de veldbezoeken staan in tabel 2 weergegeven. Tabel 3 | Veldonderzoek naar vleermuizen.

Datum

Uitgevoerd door

16-05-2024

T. Tijsen J. Larooi

Veldbezoek = 21:32 uur

Functie

Deel van plangebied

Weersomstandigheden

Zomer- en Kraamverblijf

Zwembad

18°C, 100% bewolking, droog, windrichting en windkracht: W 2 Bft

Zomer- en Kraamverblijf

Zwembad

12°C, 50% bewolking, droog, windrichting en windkracht: W 2 Bft

Geheel

13°C, 100% bewolking, droog, windrichting en windkracht: W 2 Bft

Zwembad

18°C, 50% bewolking, droog, windrichting en windkracht: W 3 Bft

Vliegroute

Geheel

20°C, 10% bewolking, windrichting en windkracht: W 2 Bft

Paarverblijf

Zwembad

22°C, 50% bewolkt, droog, windrichting en windkracht: ZW 2 Bft

Paarverblijf

Zwembad

16°C, 100% bewolkt, droog, windrichting en windkracht: NO 3 Bft

Start: 21.15 uur Eind: 23.30 uur 06-06-2024

T. Tijsen D. Braam

= 05.18 uur Start: 02.15 uur Eind: 05.20 uur

30-05-2024

01-07-2024

T. Tijsen M. Smits M. van Dijk J. D. Eshuis D. Mastenbroek S. Kenter T. de Ridder F. Goeavaars D. Braam T. Tijsen S. Rutte

= 21:52 uur

Vliegroute

Start: 21.30 uur Eind: 00.00 uur

= 22:08 uur

Zomer- en Kraamverblijf

Start: 21:55 uur Eind: 00:15 uur 05-08-2024

15-08-2024

J. Larooi M. van Dijk I. Buth W. Koning P. Dorsman G. R. Luiken F. Goevaers G. Drenth J. D. Eshuis S. Koning T. Tijsen

= 21:22 uur Start: 21:30 uur Eind: 00:00 uur

= 21:06 uur Start: 21:00 uur Eind: 00:00 uur

17-09-2024

T. Tijsen

= 19:47 uur Start: 19:45 Eind: 23:00

Pagina 9 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

2.2.1 Verdeling startposities vleermuisonderzoek Om het plangebied zoveel mogelijk, maar minimaal 75% te overzien, zijn de onderzoekers verdeeld over het gebied (Figuren 5 t/m 7). Tijdens de kraamperiode is dit van belang om alle uitvliegers in de najaar tijdens de onderzoeken naar de paarverblijfplaatsen is het aantal onderzoekers lager. Tijdens deze onderzoeken is gelet op baltsterritoria, hierdoor is er meer door het plangebied gelopen tijdens de onderzoeken. Figuur 4 | Startposities van de onderzoekers tijdens de onderzoeken naar de zomer- en kraamverblijven.

Pagina 10 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Figuur 5 | Startpositie van de onderzoeker tijdens de onderzoeken naar de paarverblijven.

Figuur 6 | Startposities van de onderzoekers tijdens de onderzoeken naar de vliegroutes.

Pagina 11 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

2.2.2 Boombewonende vleermuizen Juli Om de aanwezigheid van boombewonende vleermuizen aan te tonen of uit te sluiten is op 12 juli 2024 een boomholte inspectie uitgevoerd door S. Rutte en T. Mengelder. Hierbij zijn met behulp van een hoogwerker en een ladder de boomholtes binnen het plangebied gecontroleerd op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. De weersomstandigheden en tijdstippen van de veldbezoeken staan in tabel 2 weergegeven Tabel 4 | Overzicht van

Datum

Uitgevoerd door

Tijdstip

Weersomstandigheden

12-07-2024

S. Rutte T. Mengelder

8:30

15°C, bewolking 100%, regen, windrichting en windkracht NW 2 bft

2.3

15:30 uur

Onderzoeksmethodiek marterachtigen

2024) gebruikt. Hierdoor wordt het onderzoek op een wetenschappelijke manier uitgevoerd zodat het bij eventuele vervolgstappen als juridische basis kan dienen. Conform het protocol voldoet het onderzoek aan de volgende eisen: Het onderzoek is uitgevoerd door een ecologisch deskundige; Het onderzoek is uitgevoerd tussen juni en begin november; Het onderzoek is uitgevoerd met cameravallen (struikrovers); De duur van het onderzoek is acht weken; Per 0,25 hectare geschikt leefgebied één meetpunt; Elk meetpunt dient elk te onderzoeken soort te dekken; Verplaatsing na vier weken is mogelijk om meer meetpunten in het plangebied te creëren. Tabel 5 | Overzicht van de uitgevoerde controles bij de wildcamera's.

Datum

Uitgevoerd door

Tijdstip

01-07-2024

T. Raven M.I.B. Wortel T. Raven M.I.B. Wortel

13.30

16.00 uur

09.00

10.00 uur

29-08-2024

Bijzonderheden het plangebied. Wildcamera s ophalen.

2.3.1 Locaties meetpunten Het noordelijke deel van het park is het meest geschikt als leefgebied voor de kleine marterachtigen. Het zuidelijke deel van het park wordt veel gebruikt als recreatie. Hierdoor vindt hier te veel verstoring plaats. Gezien elk meetpunt voor elke soort een geschikte methode dient te hebben, zijn alleen losse 8 worden de locaties van de meetpunten weergeven.

Pagina 12 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Figuur 8 | Locaties van de wildcamera's. Oranje stippen geven de locaties van de Struikrovers® aan en blauwe stippen geven de locaties van de losse wildcamera's aan. Het gele vlak geeft het meest geschikte leefgebied aan voor kleine marterachtigen.

Pagina 13 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Tijdens het aanvullend onderzoek is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten en naar de functie van het gebied voor deze soorten. In dit hoofdstuk zijn de resultaten en effecten per onderzochte soortgroep beschreven. Figuur 9 geeft locaties van de waarnemingen weer. Figuur 9 | Waarnemingen van soorten binnen het plangebied.

Waarnemingen in het plangebied Legenda Plangebied Foerageergebied voor broedvogels en vleermuizen

3.1

Boombewonende broedvogels

Tijdens het veldonderzoek zijn binnen het plangebied verschillende vogelsoorten waargenomen, namelijk: De kauw, zwarte kraai, wilde eend, halsbandparkiet, houtduif, nijlgans, kokmeeuw, ekster, merel, fuut, meerkoet, waterhoen, gaai, roodborst, winterkoning, koolmees, pimpelmees, boomkruiper, ransuil en blauwe reiger. Van deze soorten hebben de zwarte kraai, ekster, koolmees, pimpelmees, boomkruiper, ransuil en blauwe reiger jaarrond beschermde nesten. In de volgende paragrafen worden aanwezige nesten en foerageergebieden beschreven. 3.1.1 Nesten Binnen het plangebied zijn nesten aangetroffen, welke afkomstig zijn van kraaiachtigen, zoals de ekster en zwarte kraai. Gedurende de veldbezoeken zijn geen waarnemingen gedaan van nestactiviteit, hierdoor kan de aanwezigheid van actieve nesten worden uitgesloten. Van overige broedvogels zijn geen nesten aangetroffen. Hierdoor kan de aanwezigheid van nesten van boombewonende broedvogels worden uitgesloten.

Pagina 14 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

3.1.2 Foerageergebieden Gedurende de veldbezoeken zijn meerdere waarnemingen gedaan van foeragerende broedvogels binnen het plangebied. De bomen, struikgewassen en grasvelden bieden geschikt foerageergebied voor verschillende vogelsoorten. Gezien de omvang en de afwezigheid van alternatieve foerageergebieden van dezelfde schaal in de omgeving, wordt het Leeghwaterpark als essentieel foerageergebied beschouwd. 3.1.3 Effecten De aanwezigheid van boombewonende broedvogels is vastgesteld. De aanwezigheid van actieve nesten kan wel worden uitgesloten. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op vogels. Door de ingrepen wordt meer variatie in beplantingen en boomstructuren aangebracht, Er worden beperkt bomen gekapt en alleen die al een matige kwaliteit hebben. Waardevolle bomen worden binnen het ontwerp gespaard. In het ontwerp komt veel habitat terug voor vogels en door extra bloemrijke vegetaties en opwaardering bosplantsoenvakken zal het habitat sterk verbeteren.

3.2

Vleermuis

Tijdens het veldonderzoek zijn de volgende vleermuissoorten waargenomen binnen het plangebied en in de directe omgeving: Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Laatvlieger (Eptesicus serotinus) In de volgende paragrafen worden aanwezige verblijfplaatsen (type en locatie), foerageergebieden en vliegroutes beschreven. In figuur 9 staat het overzicht van alle waarnemingen. 3.2.1 Verblijfplaatsen Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. 3.2.2 Foerageergebieden Gedurende de veldbezoeken is door het gehele Leeghwaterpark op meerdere plekken foerageergedrag waargenomen. Hierdoor zijn er niet enkele locaties aan te wijzen als foerageergebied, maar wordt het gehele Leeghwaterpark als één groot foerageergebied gezien. Gezien de omvang van het plangebied en de afwezigheid van alternatieve foerageergebieden van dezelfde schaal in de omgeving, wordt het Leeghwaterpark als essentieel foerageergebied beschouwd. 3.2.3 Vliegroutes Binnen het plangebied zijn geen vliegroutes waargenomen. Er zijn weliswaar vleermuizen waargenomen die langs lijnvormige elementen voorbij kwamen gevlogen, maar deze vertoonden ook veel foerageergedrag. Binnen het plangebied kan de aanwezigheid van vliegroutes worden uitgesloten. 3.2.4 Effecten De aanwezigheid van vleermuizen is vastgesteld. De voorgenomen werkzaamheden hebben een negatief effect op de vleermuis.

Er worden bomen gekapt en met name de bomenrij langs de Purmerenderweg is ingrijpend. Op het totale bomenbestand is de kap minimaal en voor elke gekapte boom vindt herplant plaats. Ook de toevoeging van bloemrijke vegetaties, natuurvriendelijke oevers en gelaagdheid in het bosplantsoen verbeterd het foerageergebied van de vleermuizen. Tijdens de uitvoering moet gefaseerd gewerkt worden om hinder voor de vleermuizen te beperken en te zorgen dat grote delen van het park beschikbaar blijven om te foerageren. Na de herinrichting is de draagkracht van het park als foerageergebied aanzienlijk hoger.

3.3

Marterachtigen

Het aanvullende onderzoek naar marterachtigen bestaat uit twee onderdelen. Eerst wordt de habitatanalyse behandeld en daarna de veldinventarisatie. 3.3.1 Habitatanalyse Bij de uitwerking van de habitatanalyse is gekeken naar de omgeving van het plangebied en wat voor onderdeel het plangebied uitmaakt van het gehele functionele leefgebied van de kleine marterachtigen. In bijlage II : voedsel, verbinding en verblijfplaats, wordt het aandeel besproken en de invloed van de voorgenomen werkzaamheden binnen het plangebied.

Pagina 15 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Voedsel In de omgeving van het plangebied zijn veel gebieden aanwezig welke functioneel zijn als leef- en foerageergebied voor kleine marterachtigen. Vooral ten noordoosten en ten oosten van het plangebied liggen veel leef- en foerageergebieden. Ten oosten van het plangebied ligt de golfbaan Burggolf, hier zijn tijdens een onderzoek in 2023 meerdere wezels waargenomen. Ten zuidoosten ligt het Purmerbos. In dit bos zijn tijdens hetzelfde onderzoek meerdere wezels en hermelijnen waargenomen. Door middel van landschapselementen en tussenliggende leefgebieden staat het plangebied met deze gebieden in verbinding. Binnen het plangebied bevinden zich twee stukken met functioneel leef- en foerageergebied. In het noordelijke en zuidelijk deel is veel verstoring aanwezig door bezoekers met loslopende honden. Hierdoor is het gehele park minder geschikt als leefgebied en jachtgebied voor kleine marterachtigen. Verbinding Rondom het plangebied liggen enkele lijnvormige landschapselementen welke als verbindingsstructuren kunnen dienen, zoals oevers van watergangen. In bijlage II zijn vooral de meest opvallende verbindingsstructuren aangegeven. Deze structuren verbinden verschillende leef- en foerageergebieden met elkaar. Door het plangebied loopt één verbindingsstructuur. Deze bestaat uit bomenrijen die door het park lopen.

Verblijfplaats De verblijfplaatsen van kleine marterachtigen zijn doorgaans moeilijk waar te nemen. Deze zitten vaak onder vegetatie waardoor ze niet zichtbaar zijn. Hierdoor geldt dat zowel bij de verbindingsstructuren als de leef- en foerageergebieden verblijfplaatsen worden meegerekend. In de omgeving is veel functioneel leefgebied aanwezig. In deze leefgebieden zijn verblijfplaatsen van de soorten aanwezig. Binnen het plangebied bevinden zich twee stukken met functioneel leef- en foerageergebied. Omdat verblijfplaatsen niet visueel zijn waar te nemen, wordt er vanuit gegaan dat deze gebieden beiden verblijfplaatsen bevatten voor kleine marterachtigen. 3.3.2 Veldinventarisatie Tijdens de veldinventarisatie zijn geen marterachtigen waargenomen binnen het plangebied, de : Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Egel (Erinaceus europaeus) Hond Huiskat Huisspitsmuis (Crocidura russula) De bosmuis, egel en huisspitsmuis zijn beschermd onder de Omgevingswet. In Noord-Holland zijn deze soorten vrijgesteld van vergunningsplicht. 3.3.3 Effecten De aanwezigheid van kleine marterachtigen is uitgesloten. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op deze soortgroep. De voorgenomen werkzaamheden hebben wel een negatief effect op bovengenoemde soorten, omdat geschikt leefgebied verloren gaat en soorten door de werkzaamheden mogelijk verstoord worden.

Door middel van de zorgplicht (bijlage I) dient met deze soorten rekening gehouden te worden. Na de herinrichting zal in het noordelijke deel van het park meer geschikt leefgebied aanwezig zijn. Ook het beperken van loslopende honden zal een gunstig effect hebben.

Pagina 16 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Tijdens het onderzoek is de aanwezigheid van boombewonende broedvogels en vleermuizen vastgesteld. Een overzichtskaart van alle waarnemingen is te vinden in figuur 8. Door de herinrichting zal de functie van het park (met name het noordelijke deel) sterk verbeteren voor aanwezige en toekomstige soorten. Door toevoeging van meer (bloemrijk) beplantingen en vegetaties zal de biodiversiteit toenemen. Ook de aanleg van natuurvriendelijke oevers draagt hier sterk aan bij. Tijdens de werkzaamheden moet wel rekening gehouden worden met aanwezige natuurwaarden. Het is dan ook noodzakelijk om gefaseerd te werken om delen van het park te behouden voor aanwezige soorten en te zorgen voor voldoende uitwijkmogelijkheden. Daarnaast is het nodig om een ecologisch werkprotocol op te stellen voor de herinrichting van het park als basis voor de uitvoering. Voordat de werkzaamheden van start kunnen gaan, dient er een goedgekeurd ecologsich werkprotocol te zijn, waarop een aannemer zijn werkzaamheden kan afstemmen en invulling kan geven aan de zorgplicht. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden geldt de zorgplicht te allen tijde (bijlage 1).

Pagina 17 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Besluit activiteiten leefomgeving (2024). Geraadpleegd https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/2024-01-01/#Hoofdstuk11

op

07-10-2024,

van

BIJ12. (2024). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2017). Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2024). Kennisdocument kleine marterachtigen. Utrecht: BIJ12 BIJ12. (2017). Kennisdocument Rosse vleermuis. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2024). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. Utrecht: BIJ12. Luchtenberg, G. (2024). Ecologische quickscan opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend. Schagen: Smit Groenadvies. Netwerk Groene Bureaus. (2021). Vleermuisprotocol 2021. Geraadpleegd op 07-10-2024, van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol NGB (Netwerk Groene Bureaus). (2023). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie november 2023). Geraadpleegd op 07-10-2024, van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/ protocollen-vis-amfibie-reptiel-vogel Zoogdiervereniging (z.d.). Laatvlieger. Geraadpleegd https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/laatvlieger

op

07-10-2024,

van

Zoogdiervereniging (z.d.). Meervleermuis. Geraadpleegd https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/meervleermuis

op

07-10-2024,

van

Pagina 18 van 21

P240264

Aanvullend onderzoek vleermuizen en kleine marterachtigen Opwaardering Leeghwaterpark te Purmerend

Bijlage I | Wettelijk kader

De Omgevingswet werkt volgens het 'nee, tenzij' principe ten aanzien van beschermde soorten (waaronder alle van nature in het wild levende soorten vallen): schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Specifieke zorgplicht De wet bevat een specifieke zorgplicht voor een ieder die een flora- en fauna-activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbelangen. Die zorgplicht vereist: Kennis verzamelen (aanwezige soorten); Effecten analyseren (vogels, nesten, eieren, gebiedsfuncties); Uitsluiten nadelige gevolgen; Preventieve maatregelen om deze gevolgen te voorkomen; Stoppen van de activiteit of herstellen van de schade als die niet kan worden voorkomen. De specifieke zorgplicht en de verboden zijn bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaafbaar. Vergunningsplicht Sommige dieren en planten zijn internationaal strikt beschermd in de Europese Unie. Het gaat om beschermde dieren en planten die staan in de Habitatrichtlijn. Ze kunnen ook staan in het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn. Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bonn en Bern (artikel 11.46, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving.

Schadelijk handelen De bedoelde diersoorten zijn in het wilde levende soorten van: de Vogelrichtlijn; bijlage IVa bij de Habitatrichtlijn; bijlage II bij het Verdrag van Bern; bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Schadelijke handelingen bij die dieren zijn de volgende handelingen in hun natuurlijke verspreidingsgebied: Opzettelijk doden of opzettelijk vangen; Opzettelijk hun eieren vernielen of rapen in de natuur; frequentie van de verstoring. Verder is het effect van de verstoring op de staat van instandhouding van de soort van belang; Hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen.

De bedoelde plantensoorten zijn soorten in het wild van: Bijlage IVb bij de Habitatrichtlijn Bijlage I bij het Verdrag van Bern. Schadelijke handelingen bij die planten zijn het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van groeiplaatsen in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Onder 'opzettelijk' valt ook 'voorwaardelijke opzet'. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant. Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten. Uitzonderingen op deze verboden (door het verlenen van een omgevingsvergunning of een vrijstelling) zijn onder strikte voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of wetenschappelijk onderzoek. De wet regelt ook de jacht, schadebestrijding, populatiebeheer, handel, exoten, en verboden en toegestane vangstmiddelen en -methoden. Als schade niet te voorkomen is, moet de initiatiefnemer een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteiten aanvragen.

Pagina 19 van 21

Bijlage II | Uitwerking habitatanalyse

Habitatanalyse

Pagina 20 van 21

Harmenkaag 11 1741 LA Schagen 0224 751 275 natuur@smitgroenadvies.nl www.smitgroenadvies.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15124466/1