CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

P bijlage 3 1 5-toelichting-bijlage-5-ecologisch-onderzoek

Gemeenteraad 30 november 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Meeuwstraat 2 – 2023’3.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCHE QUICKSCAN 10/11/2022 | PROJECTNUMMER: 22-357 Ten behoeve van de herontwikkeling Meeuwstraat 2 in Purmerend Opdrachtgever: Vastgoedmaatschappij Het Groene Land Contactpersoon: Dhr. R. Hetsen Adres: Maelsonstraat 26 Hoorn Uitgevoerd door: Vonk Ecologie Contactpersoon: Dhr. D. Vonk

De Hout 42A 1607 HD Hem

Tel

: 06 228 418 78

info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl

1 Inleiding

4

1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden

4

1.2 Projectlocatie

4

2 Werkwijze

5

2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek

5

2.2 Locatiebezoek

5

2.3 Uitwerking

5

3 Wettelijk kader

6

3.1 Wet Natuurbescherming

6

3.2 Zorgplicht

6

3.3 Bescherming van soorten

6

3.4 Bescherming van gebieden 3.4.1 Natura2000 3.4.2 Natuur Netwerk Nederland

7 7 8

3.5 Bescherming van houtopstanden

8

4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving 4.1 Locatie omschrijving

9 9 10

4.3 Flora

10

4.4 Fauna 4.4.1 Vogels 4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen 4.4.3 Zoogdieren 4.4.3.1 Vleermuizen 4.4.3.2 Grondgebonden zoogdieren

12 12 13 13 13 15 15

4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) 5 Toetsing soortbescherming

16 17 17

5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten

17 17

5.2.2 Alle broedende vogels met nesten

17 17

5.4.1 Vleermuizen 5.4.2 Grondgebonden zoogdieren 6 Toetsing gebiedsbescherming

17 17 17 19 19 19 19

7 Conclusie/Tips

20 20

7.2.1 Huismus / Gierzwaluw 7.2.2 Vleermuizen 7.2.3 Algemeen

20 20 21 21 21

1 1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden Aan de Meeuwstraat 2 staat een gebouw dat tot voor kort in gebruik was als apotheek. De apotheek is verhuisd en inmiddels staat het gebouw leeg. Men is voornemens het bestaande gebouw te slopen en op deze locatie een appartementengebouw van vier bouwlagen bestaande uit 11 appartementen te realiseren. Een onderdeel van het vergunningtraject is een Quickscan Flora en Fauna. Het doel van de quickscan is in dit geval om te bepalen of de beoogde plannen invloed hebben op eventueel beschermde soorten en/of soortgroepen en of de beoogde plannen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden in de omgeving.

1.2 Projectlocatie

Afb 1: Projectlocatie, ligging in de omgeving

Afb 2: Meeuwstraat 2 te Purmerend

2 2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een locatiebezoek/veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Er zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie opgevraagd. Door het raadplegen van actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en aan de hand van verspreidingsatlassen is nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie.

2.2 Locatiebezoek De heer D. Vonk van Vonk Ecologie is 31 oktober 2022 op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.

2.3 Uitwerking Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing. De ecologische quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie/onderzoek beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

3 3.1 Wet Natuurbescherming Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op: het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen).

Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

3.2 Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Artikel 1.11. Zorgplicht

1.

Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

2.

De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Tabel 1: Zorgplicht Overtreding van de die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aangegeven.

3.3 Bescherming van soorten Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10). Onderstaande tabel toont de verbodsbepalingen in meer detail.

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime Nationaal

Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 2: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer

3.4 Bescherming van gebieden Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland.

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).

Het is krachtens de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven

worden door de desbetreffende provincie.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: bestaande natuurgebieden, waaronder de Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

3.5 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel V) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.

De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelsgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand. Tevens kan ontheffing verleend worden van herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.

4 4.1 Locatie omschrijving Het te slopen gebouw is gelegen tegen een flatgebouw en telt 1 bouwlaag. Het gebouw is opgetrokken uit baksteen metselwerk (spouwmuur) en heeft een platdak. De dakranden zijn afgewerkt met boeidelen. Rondom het bouwwerk is deels verharding aanwezig. Aan enkele zijden is bosschage aanwezig. Aan één zijde grenst het bouwwerk aan de flat. Onderstaand een impressie:

Afb 3: Overzichtsfoto

Afb 4: Deel grenzend aan de flat

4.2 In de omgeving voorkomende beschermde soorten Voor een gebouw in deze bouwstijl en voor een dergelijke locatie is het niet nodig om de gebruikelijke Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) te raadplegen omdat al aan te geven is voor welke (beschermde) soorten/soortgroepen dit bouwwerk geschikt is. Dat zijn: Algemene broedvogels Diverse vleermuissoorten Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren

4.3 Flora Alle beplanting rondom het gebouw betreft aangeplante beplanting of verjonging daarvan. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen.

Afb 5: Bosschage achter het gebouw

Afb 6: Bosschage naast het gebouw

4.4 Fauna De bosschage rondom het gebouw kan gebruikt worden door diverse vogels om in te nestelen, foerageren of te schuilen. Tijdens het locatiebezoek zijn geen nesten aangetroffen. Ook is er geen nestinderend gedrag waargenomen. Het dak van het gebouw kan gebruikt worden door vogels (denk bijvoorbeeld aan Houtduif of Turks Tortel) om op te nestelen. Aansluitingen tussen dak en gevel zijn dicht. Er zijn geen mogelijkheden voor vogels om in- of uit te vliegen.

Afb 7: In bosschages kan genesteld, gefoerageerd of geschuild worden door vogels

Afb 8: Gevelaansluitingen dicht

Door het ontbreken van watergangen en/of andere waterpartijen op het perceel, zijn deze soortgroepen niet van toepassing.

Aansluitingen tussen dak en gevel zijn dicht. Er zijn geen mogelijkheden voor vleermuizen om in- of uit te vliegen. Open stootvoegen zijn dichtgezet met stootvoegroosters (bijenbekjes). Hierdoor is het niet mogelijk voor vleermuizen om de spouwen te gebruiken als verblijfsplaats. De gevel van de aangrenzende flat heeft geen open stootvoegen en dakranden sluiten strak aan op de gevel. Bomen in de bosschages hebben geen holen of scheuren welke gebruikt kunnen worden door vleermuizen. Ook maken de bosschages geen onderdeel uit van aaneengesloten lijnvormige landschapselementen waarlangs vleermuizen navigeren.

Afb 9: Aansluitingen dicht

Afb 10: Structureel zijn bijenbekjes toegepast

Afb 11: Geen open stootvoegen in de gevel van de aangrenzende flat

Afb 12: Dakrand aangrenzende flat sluit strak aan op het gevelmetselwerk Zie verder ook foto s in paragraaf 4.4.1

Op het perceel kunnen algemeen voorkomende grondgebonden soorten voorkomen. Denk hierbij aan mol, egel, diverse muizensoorten, rat, konijn, haas etc.

4.5 Natura2000 De projectlocatie ligt circa 1500m vanaf het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied, Polder Zeevang. Het Ilper en Jisperveld ligt ook nabij, op circa 3 km afstand. In Afbeelding 13 is de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura2000 gebieden weergegeven.

Afb 13: Afstand tot Natura2000 gebieden

4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) Gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) liggen ruim buiten Purmerend. Zie onderstaande afbeelding.

Afb 14: Ligging perceel ten opzichte van gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland (groen)

5 5.1 Vaatplanten Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Gezien het aangelegde karakter van het perceel, zijn er ook geen beschermde soorten in de toekomst te verwachten.

5.2 Vogels Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). Het bouwwerk en de bosschage rondom is ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermd nest.

In de begroeiing en op het platte dak kunnen vogels gaan nestelen, foerageren of rusten/schuilen. Om verstoring te voorkomen is de beste periode voor werkzaamheden in het groen buiten de broedperiode van vogels welke globaal ligt tussen maart en juli. Voorafgaand aan werkzaamheden dient ten alle tijden een check uitgevoerd te worden naar eventuele broedgevallen. Bij een aangetroffen broedgeval dient gewacht te worden totdat het nest verlaten is. Een vrije zone rondom het nest aanhouden van 10m.

5.3 Amfibieën, vissen en reptielen Deze soortgroepen zijn niet van toepassing.

5.4 Zoogdieren De bebouwing en bosschage is door het ontbreken van in- en uitvliegopeningen ongeschikt voor vleermuizen.

Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten (alleen algemeen voorkomende soorten waarvoor een vrijstelling geldt). Hiermee dient, in het kader van de Algemene Zorgplicht, tijdens werkzaamheden rekening gehouden te worden door rustig en vanuit één richting te werken zodat de dieren de kans hebben om te vluchten.

6 6.1 Algemeen In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Beschermde gebieden die hieronder vallen zijn: Bijzonder Provinciaal Landschap Natura2000 gebieden Natuurnetwerk Nederland Natuurbeheerplan 2022 Voorbeelden van significante aantasting: Wegnemen van een deel van het gebied Verstoring door licht, geluid Extra bemesting Verdroging van het gebied Waterpeil daling of stijging (door de werkzaamheden In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

6.2 Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied ligt op circa 1500m afstand. (zie hoofdstuk 4). Gezien de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten niet te verwachten. Ter verificatie is seperaat een stikstofdepositieondezoek uitgevoerd.

6.3 Natuur Netwerk Nederland Het dichtstbijzijnde gebied vallend onder het Natuur Netwerk Nederland ligt op ruime afstand. (zie hoofdstuk 4). Gezien de aard van de werkzaamheden en het feit dat het perceel binnen de bebouwde kom ligt zijn negatieve effecten niet te verwachten.

7 7.1 Conclusie Met betrekking tot de ecologie is er rekening houdend met de punten genoemd in de toetsing in hoofdstuk 5 en 6 geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten en/of gebieden in de omgeving te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.

7.2 Tips Om je steentje bij te dragen aan de natuur en biodiversiteit kunnen bij de nieuwbouw diverse maatregelen getroffen worden ten gunste van bepaalde soorten. Ook wel Natuurinclusief bouwen genoemd.

Maatregelen ten gunste van de Huismus / Gierzwaluw: Bij gebruik van een pannendak: laat een eventueel vogelschroot achterwege of monteer deze op de 2 e of 3e panlat zodat Huismussen vanuit de goot onder de pannen kunnen komen. Bij gebruik pannendak: gebruik nestpannen. Geen hellende daken?: metsel mussenkasten of gierzwaluwkasten in de gevel. Zorg voor een gevarieerde beplanting in de tuin (kruiden, struiken en bomen). Met voldoende schuilmogelijkheden voor de Huismus. Weinig ruimte? Gebruik bijvoorbeeld kant en klare schuttingdelen met klimop

Afb 15: Vogelschroot op tweede panlat

Afb 16: Schuttingdelen met klimop

Afb 17: Gierzwaluwkasten ingemetseld (worden ook gebruikt door Huismussen)

Voor de vleermuizen is het mogelijk om op nader te bepalen locaties vleermuiskasten op te hangen of uitgebreide vleermuisverblijfplaatsen in te metselen in de gevel.

Afb 18: Vleermuiskast

Zorg bij de inrichting van het terrein voor een gevarieerde aanleg door onder andere te variëren met kruiden, struiken en boompjes. Probeer zoveel mogelijk gebiedseigen soorten te gebruiken. Om de aantrekkingskracht op insecten en daardoor ook vogels te vergroten.

7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase Bovenstaande maatregelen zijn indicatief. Graag adviseert Vonk Ecologie meer in detail als men verder wil met Natuurinclusief bouwen. Tevens toezicht tijdens de bouw voor een correcte uitvoering van de maatregelen behoort tot de mogelijkheden.

De Hout 42A 1607 HD Hem

Tel

: 06 228 418 78

info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13474681/1