O Bijlage 3b-VII Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
PROJECT 12869 VERKENNEND BODEM- EN VERHARDINGSONDERZOEK EN NADER ASBESTONDERZOEK WAGENWEG 10 TE PURMEREND
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 12869
Titel
Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek en nader asbestonderzoek Wagenweg 10 te Purmerend
Projectleider
Dhr. ing. R.A.F. Groot
Adviseur
Mevr. M. Hogenes, MSc
Datum rapport
5 december 2019 – concept 9 december 2019 – definitief
Opdrachtgever
Bot Bouw Postbus 15 1700 AA Heerhugowaard
Contactpersoon
dhr. M. Hollander
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 12869
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaand onderzoek 2.5 Toekomstige situatie 2.6 Hypothese en onderzoeksopzet
2 2 2 2 3 4 5
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
7 7 8 8 9
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater 4.3 Analyses fundatie
10 10 12 12
5
ASBESTANALYSES 5.1 Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek 5.2 Analyseresultaten nader asbestonderzoek
14 14 15
6
PFAS-ONDERZOEK
16
7
ANALYSES ASFALT 7.1 Opbouw asfalt en indicatief PAK 7.2 Analyses asfalt
18 18 18
8
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
19
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskaders & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 12869
INLEIDING EN DOEL Door Bot Bouw is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend en nader asbestonderzoek op het perceel Wagenweg 10 te Purmerend. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw). Men is voornemens om een appartementencomplex te bouwen, waarbij onder het zuidelijk deel een kelder gerealiseerd zal worden. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming van appartementencomplex. Tevens is inzicht gewenst in de hergebruiksmogelijkheden zijn van de verhardingen (indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit) en wat de infiltratiewaarde is van het zand ter plaatse van de toekomstige binnenplaats van het appartementencomplex. Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707+C1 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).
Het verkennend asbestonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN5707 (Bodem Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Het nader asbestonderzoek volgt de NEN 5897 strategie voor nader onderzoek terreinen. Dit protocol is van toepassing op puinlagen vanaf 50% bodemvreemde bijmenging. Het asfaltonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de CROW 210 (Omgaan met vrijkomend asfalt, juli 2015).
2
2
Project 12869
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Purmerend, sectie D en nrs. 4660, 4816, 7755 (ged.), 4416 (ged.), 5221, 6859 (ged.) en 7733 (ged.) en heeft een oppervlakte van ca. 8.000 m2. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Huidige situatie Momenteel is het noordelijk terreindeel (perceelnrs. 4816, 7755 en 4416) braakliggend, sterk begroeid en onverhard. Het zuidelijk terrein (perceelnr. 4660) is nog gedeeltelijk bebouwd (autobedrijf), waarbij de verharding uit puin-, asfalt-, klinker- en tegelverharding bestaat. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat in het pand sinds 1976 autobedrijf P. Jorritsma gevestigd is geweest. Inpandig is een vloeistofdichte betonvloer aanwezig. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2.3
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - omgevingsdienst IJmond (website) - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl - terreininspectie (plaatsgevonden ten tijde van het veldwerk 31 oktober 2019) - voorgaand onderzoek Uit voorgaand onderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie van oorsprong een agrarische bestemming heeft. In verband met de aanleg van een industriegebied is het terrein in 1976 circa 1 meter opgehoogd met een zand- en puinlaag. De milieuhygiënische kwaliteit van deze ophooglaag is destijds niet vastgesteld. Sinds 1976 is een gedeelte van de onderzoekslocatie in eigendom van autobedrijf P. Jorritsma (perceelnrs. 4660 en 5221). De werkzaamheden in 2003 betroffen reparatiewerkzaamheden aan personenauto’s en de stalling van tweedehands auto’s. Op het perceel van autobedrijf P. Jorritsma hebben in het verleden bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Aan de westzijde van de bebouwing was een afleverinstallatie voor benzine aanwezig geweest, bestaande uit twee ondergrondse opslagtanks en een tweetal afleverzuilen. Aan de noordzijde van de garage waren twee ondergrondse olietanks gelegen. De ondergrondse tanks zijn op 22 en 26 oktober 1992 onder toezicht van de gemeente verwijderd door de firma Kaspers uit Amsterdam.
Hierbij is op basis van de veldwaarnemingen circa 5 m3 met brandstofcomponenten verontreinigde grond verwijderd.
3
Project 12869
Op basis van oud kaartmateriaal is op de westelijke grens van perceelnr. 7733 in het verleden een sloot aanwezig geweest. Zeer waarschijnlijk is deze sloot gedempt ten tijde van het ontwikkelen van het gebied tot industriegebied in 1976. Op basis van voorgaand onderzoek (Wareco, 2014) is de sloot vermoedelijk met gebiedseigen grond gedempt. Op de locatie is een puinverharding aanwezig. Uit voorgaand onderzoek (Oranjewoud, 2003) blijkt dat deze gezien de aanwezigheid van asbest niet voor hergebruik in aanmerking komt. Dit is destijds echter gebaseerd op onderzoek met handboringen in plaats van inspectiegaten of -sleuven. Zover bekend zijn is er niet structureel afval gestort of verbrand. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Bij www.bodemloket.nl is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend. Op basis van de bodemkwaliteitskaart (Antea, kenmerk 264910, d.d. september 2014) kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie is gelegen in een uitgesloten gebied. Verondersteld wordt dat de bodemkwaliteit heterogeen is. 2.4
Voorgaand onderzoek In het verleden zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. In verband met verschillende grondeigenaren zijn de onderzoeken in de periode 1998-2014 versnipperd uitgevoerd. De bekende onderzoeksrapporten worden per ‘terreindeel’ besproken. “Terreindeel Jorritsma” (perceelnrs. 4660 en 5221) In 1998 is door Landview op de onderzoekslocatie een bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnr. 98002). In het grondwater ter plaatse van een voormalige ondergrondse opslagtank, aan de voorzijde van het pand, is een sterke verontreiniging met minerale olie geconstateerd (peilbuis 15). Tevens is een matig verhoogd gehalte aan xylenen en zijn licht verhoogde gehalten aan andere vluchtige aromaten gemeten. Voorts zijn in de boven- en ondergrond plaatselijk licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie aangetoond. In 2003 is op het terrein van autobedrijf P. Jorritsma door Oranjewoud een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Bodemonderzoek Wagenweg 1-F-G te Purmerend, Oranjewoud, documentnr. 19982-131835, d.d. februari 2003). Nabij de voormalige ondergrondse opslagtank is in de grond ter plaatse van boring 125 (0,6-0,8 m-mv) een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Nabij de olie/water-scheider is in het grondwater een sterke verontreiniging met minerale olie geconstateerd (peilbuis 119).
Tevens is in de grond in het bodemtraject 0,6-0,85 m-mv een matig verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Met betrekking tot de op de locatie aanwezige puinverharding is vastgesteld dat deze gezien de aanwezigheid van asbest niet voor hergebruik in aanmerking komt. Dit is destijds echter gebaseerd op onderzoek met handboringen in plaats van inspectiegaten of -sleuven.
4
Project 12869
Naar aanleiding van de aangetoonde sterke verhogingen aan minerale olie in grond en grondwater ter plaatse van de voormalige ondergrondse opslagtank (boring 125) en de olie/water-scheider (peilbuis 119) is in 2005 een nader bodemonderzoek uitgevoerd (Nader bodemonderzoek Wagenweg 10F-G te Purmerend, Verhoeve Milieu, projectnr. 530016, d.d. 30 mei 2005). Doel van het nader onderzoek is het bepalen van de omvang van de aangetroffen verontreinigingen in grond en grondwater. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt aangenomen dat de omvang van de verontreiniging met minerale olie nabij de olie/waterscheider in de grond en het grondwater zich beperkt tot de directe omgeving van peilbuis 119 en 300. De kern van de verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de voormalige ondergrondse opslagtank bevindt zich ter plaatse van boring 125, peilbuis 15 en peilbuis 400. De verontreiniging breidt zich in de grond en het freatisch grondwater uit in de richting van en voorbij peilbuis 404. Tevens wordt aangenomen dat de omvang van de sterke verontreiniging zich beperkt tot de omgeving van boring 125, peilbuis 15 en peilbuis 400. Verwacht wordt dat ter plaatse van beide locaties sprake is van een puntverontreiniging.
Gezien de geringe omvang kan worden gesteld dat het criterium voor een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet Bodembescherming niet wordt overschreden. Met het onderzoek is tevens de aanwezigheid van asbest onderzocht in de bodem onder en naast de puinverharding, in verband met het resultaten van het onderzoek van Oranjewoud (2003). De aanwezigheid van asbest beperkt zich tot de puinverharding. “Terreindeel Wooncompagnie noordzijde” In 2014 is door Wareco een bodemonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie (Bodemonderzoek Wagenweg te Purmerend, Wareco, kenmerk BD04A RAP20140326, d.d. 28 maart 2014). De grond en het grondwater zijn hooguit licht verontreinigd. De slootdemping is eveneens onderzocht (boringen 16 t/m 20). Hierin is veel huishoudelijk afval aangetroffen. Op een deel van het terrein (RE-2) is in de toplaag hechtgebonden asbesthoudend materiaal aangetroffen. Het asbestgehalte in grond is vastgesteld op maximaal 34 mg/kg ds gewogen en in de puinlaag op 45 mg/kg ds gewogen. Geconcludeerd wordt dat de aangetroffen verontreinigingen geen aanleiding geven tot nader onderzoek of sanerende maatregelen.
“Terreindeel Wooncompagnie oostzijde” Ten oosten van de onderzoekslocatie heeft in 2008 een sanering plaatsgevonden van verontreinigd dakgrind en een daarmee samenhangende verontreiniging met metalen en PAK in de toplaag (Evaluatierapport Bodemsanering Wagenweg 8 te Purmerend, Grondslag, project 12265, d.d. 30 juni 2008). Het wandmonster van de ontgravingsput binnen onderhavige onderzoekslocatie bevatte een licht verhoogd gehalte aan PAK. Lokaal is een asbestdemping in een voormalige sloot aangetroffen. Deze voormalige sloot grenst niet aan de huidige onderzoekslocatie. 2.5
Toekomstige situatie De locatie wordt ontwikkeld voor woningbouw. De bestemming wordt ‘wonen’.
5
2.6
Project 12869
Hypothese en onderzoeksopzet Chemische bodemkwaliteit Tijdens voorgaand onderzoek (Verhoeve Milieu, 2005) zijn ter plaatse van de voormalige ondergrondse opslagtanks voor benzine en de olie/water-scheider verhogingen aan minerale olie en vluchtige aromaten in grond en grondwater aangetoond en afgeperkt. Deze deellocaties worden beschouwd als verdacht voor deze parameters. Op de overige delen van de onderzoekslocatie wordt voorafgaand aan het bodemonderzoek hooguit lichte verhogingen verwacht. In eerste instantie worden de peilbuizen 400 en 404 nabij de voormalige ondergrondse benzinetank en de peilbuizen 300 t/m 302 nabij de olie/water-scheider herplaatst, waarbij zowel grond als grondwater worden geanalyseerd op minerale olie en aromaten om de verontreiniging te verifiëren/actualiseren. Op de overige, onverdachte, terreindelen volgt de opzet de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. De boringen ter plaatse van de toekomstige kelder worden verricht tot 0,5 m-ontgravingsdiepte (ca. 4,5 m-mv). Asbestonderzoek Ter plaatse van de puinverharding op het terreindeel Jorritsma (circa 1.000 m2) wordt een nader asbestonderzoek uitgevoerd conform NEN5897 in verband met resultaten uit voorgaand onderzoek (Oranjewoud, 2003). Er worden 5 sleuven met een kraan gegraven tot de onverdachte (niet puinhoudende) ondergrond.
Van de sleuven wordt een mengmonster (>25 kg) samengesteld van de gezeefde puinfractie <2 cm. Van de onverdachte ondergrond wordt een mengmonster (>10 kg) samengesteld. Op de overige delen van de onderzoekslocatie wordt voorafgaand aan het bodemonderzoek geen verontreiniging met asbest in de bodem verwacht en wordt geen asbestonderzoek uitgevoerd. Asfaltonderzoek Het onderzoek volgt CROW publicatie 210 - Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt. Het aantal te boren asfaltkernen is afhankelijk van de oppervlakte. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Voor dit onderzoek zijn drie asfaltboringen nodig ten behoeve van het asfaltonderzoek. Oppervlakte
Aantal boringen
< 100 m2 < 500 m2 > 500 m2 per risicovol vak
1 stuk 2 stuks 1 boring per 500 m2 extra 1 boring extra
Van elke kern wordt de opbouw beschreven door een geaccrediteerd laboratorium. Met behulp van een PAK-marker en UV-licht wordt beoordeeld of er PAK-houdende lagen aanwezig zijn. De detectiegrens van de PAK-marker ligt op 250 mg/kg, terwijl de grens voor warm hergebruik op 75 mg/kg ligt. Dit wil dus zeggen dat de PAK-marker hierover geen volledig uitsluitsel biedt.
6
Project 12869
Indien er met de PAK-marker geen verdachte lagen worden aangetroffen, worden er aanvullende GCMS-analyses uitgevoerd, ter beoordeling of het gehalte PAK kleiner is dan 75 mg/kg. Het benodigde aantal analyses is afhankelijk van het tonnage, laagdikte en laagopbouw. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Voor dit onderzoek wordt vooralsnog uitgegaan van twee stuks. Indien de kernen met de PAKmarker worden beoordeeld als PAK-houdend, kunnen de GCMS-analyses achterwege blijven. Tonnage
Aantal GCMS analyses
0-25 (gehele werk) 0-200 200-1000 1000-2000 elke 2000 ton meer
PAK marker voldoet 1 analyse 2 analyse 3 analyse 1 analyse extra
Nb: Per mengmonster maximaal 3 asfaltkernen, per asfaltkern maximaal 3 lagen of 20 cm
Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodem- en asbestonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.
Project 12869
7
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting
Datum
Persoon
Geldend protocol
31 oktober 2019 1 november 2019
dhr. J. Schipper
2001
31 oktober 2019 1 november 2019
dhr. J. Schipper
2001
31 oktober 2019
dhr. J. Schipper
2018
13 november 2019
dhr. J. Schipper
2018
Grondwatermonstername Peilbuizen 300, 302, 400, 404, 05 en 08 8 november 2019
dhr. D. Windt
2002
K-waardebepalingen K-03 en K-04
dhr. D. Windt
-
Actualisatie vml. ondergrondse benzinetank en olie/water-scheider Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen 300 t/m 303 en 400 en 404 Onverdacht terreindeel Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen 01 t/m 18 Puinverharding – asbestonderzoek (1.000 m2) Maaiveldinspectie en inspectiesleuven asbest Sl01 t/m Sl05 Verkennend asbestonderzoek Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest G01 t/m G08
8 november 2109
In totaal zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie 24 boringen verricht (nrs. 01 t/m 18, 300 t/m 303 en 400 en 404). De boringen 300 t/m 303 zijn verricht nabij de olie/water-scheider en de boringen 400 en 404 zijn verricht bij de voormalige ondergrondse opslagtanks voor benzine conform het onderzoek van Verhoeve Milieu (2005). Deze boringen zijn allemaal voorzien van een peilbuis. De boringen 06, 16 en 18 zijn verricht ter plaatse van de toekomstige kelder. De overige boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. De boringen 05 en 08 zijn voorzien van een peilbuis. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. De boringen 01 t/m 04, 07, 11 en 17 zijn doorgezet tot een diepte van 1,0 à 1,5 m-mv. De boringen 05 en 08 zijn doorgezet tot een diepte van respectievelijk 2,3 en 2,2 m-mv in verband met het plaatsen van een peilbuis. De boringen verricht ter plaatse van de toekomstige kelder (06 ,16 en 18) zijn uitgevoerd tot een diepte 4,5 m-mv. De boringen 09 en 12 zijn op een diepte van respectievelijk 0,25 en 0,40 m-mv gestaakt op een handmatig ondoordringbare laag. Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn met behulp van een mobiele kraan vijf korte proefsleuven pad gegraven (SL01 t/m SL05).
De proefsleuven zijn tot 0,5 m aan de onderzijde van de verdachte laag gegraven, tot maximaal 0,9 m-mv. De sleuven hebben een breedte van 0,3 meter en een lengte van 2 meter. In verband met het aantreffen van menggranulaat op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie (perceelnr. 7733), is aanvullend een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, waarbij de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)" van de
8
Project 12869
NEN 5707 wordt gevolgd. Ter plaatse zijn acht inspectiegaten gegraven (G01 t/m G08). De uitkomende bodem is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. De gaten voor het asbestonderzoek zijn 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven. Tevens zijn drie boringen verricht tot 1,0 m-mv (ter plaatse van G05 t/m G07). De ligging van de boringen, de peilbuizen, de inspectiegaten en -sleuven is weergegeven in bijlage I. 3.2
Resultaten
3.2.1 Grond Bodemopbouw Vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,6 à 2,7 m-mv bestaat de bodem uit zand. Over het algemeen is hieronder achtereenvolgens klei en veen aangetroffen. Plaatselijk ontbreekt de kleilaag. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. De verhardingslaag heeft een dikte van 0,3 à 0,4 meter en bestaat uit metselpuin. Plaatselijk is aan het maaiveld een volledige slakkenlaag aangetroffen met een dikte van 0,05 à 0,15 meter. NB: Opgemerkt wordt dat voor dit milieuhygiënisch onderzoek de profielbeschrijvingen gebaseerd zijn op zintuiglijke beoordeling en ‘puntwaarnemingen’ betreffen. In een geroerde bodem kan het profiel soms sterk verschillen in het horizontale en verticale vlak. De profielbeschrijving heeft plaatsgevonden conform de NEN-EN-ISO 14688. Dit kan in sommige situaties een andere classificatie opleveren dan volgens de standaard RAW-bepalingen. Er gelden bijvoorbeeld verschillende definities voor o.a. zand en klei. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het opstellen van bestekken en andere voorbereiding van civieltechnische werkzaamheden. Geadviseerd wordt om zo nodig aanvullend onderzoek te doen conform de standaard RAW-bepalingen, bijvoorbeeld door middel van aanvullende zeefproeven.
Zintuiglijke waarnemingen Ter plaatse van boring 404 is in de bodemlaag 0,55-1,00 m-mv een matige olie-waterreactie en brandstofgeur waargenomen. Ter plaatse van de overige boringen zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een brandstofverontreiniging. In de bovengrond is ter plaatse van boringen 11, 12, 14, 15 en 302 een zwakke tot sterke bijmenging met beton, metselpuin, baksteen, menggranulaat en/of metselpuin aangetroffen. In de ondergrond is geen bodemvreemde bijmenging aangetroffen. Ter plaatse van alle inspectiegaten is in de bovengrond een zwakke tot matige bijmenging met beton, menggranulaat, baksteen, en/of metselpuin aangetroffen. In inspectiesleuven SL01 en SL02 zijn in de bovengrond in beide sleuven twee stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op het maaiveld en in de uitgegraven en/of opgeboorde grond van de overige inspectiesleuven- en gaten en boringen is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Project 12869
9
3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.2: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis
filterstelling (m-mv)
grondwaterstand pH (m-mv)
EC (mS/cm)
Troebelheid (NTU)
Actualisatie vml. ondergrondse benzinetank en olie/water-scheider 300
1,2-2,2
0,60
7,84
1,12
-
302
1,1-2,1
0,60
7,38
0,88
-
400
1,3-2,3
0,60
7,22
1,05
-
404
1,2-2,2
0,60
7,37
2,48
-
Onverdacht terreindeel 05
1,3-2,3
0,65
7,87
0,80
-
08
1,3-2,3
0,01
7,09
1,26
-
Project 12869
10
4
CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in bijlage VI.
4.1
Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyse-parameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Indicatieve toetsing BBK
‘voorlopige’ veiligheidsklasse (vhk)*
Actualisatie vml. ondergrondse benzinetank en olie/water-scheider MM10 (zand)
300 (0,70 - 0,90) 301 (0,70 - 0,90) 302 (0,50 - 0,70)
geen olie-waterreactie geen olie-waterreactie geen olie-waterreactie, beton++, aardewerk+
Olie en aromaten
Minerale olie
-
-
MM11 (klei)
303 (0,70 - 0,90)
geen olie-waterreactie
Olie en aromaten
-
-
-
MM12 (zand)
400 (0,50 - 0,70)
geen olie-waterreactie
Olie en aromaten
-
-
-
MM13 (zand)
404 (0,55 - 0,75)
olie-waterreactie++, brandstofgeur++
Olie en aromaten
Minerale olie
-
-
MM14 (veen)
404 (1,00 - 1,50)
geen olie-waterreactie
Olie en aromaten
Minerale olie#
-
-
beton++, baksteen+ menggranulaat++ menggranulaat+++ beton++, metselpuin+
NEN-g
PAK, PCB
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
Onverdacht terreindeel MM01 (zand)
11 (0,10 - 0,50) 12 (0,10 - 0,40) 13 (0,10 - 0,40) 15 (0,00 - 0,50)
MM02 (zand)
01 (0,10 - 0,60) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,10 - 0,60) 10 (0,05 - 0,25) 10 (0,25 - 0,50) 14 (0,10 - 0,50)
NEN-g
PAK
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
MM03 (zand)
03 (0,22 - 0,72) 04 (0,05 - 0,50) 05 (0,05 - 0,55) 17 (0,27 - 0,55)
NEN-g
-
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
MM04 (klei)
01 (0,65 - 1,00) 04 (0,80 - 1,20) 07 (0,80 - 1,10) 08 (0,80 - 1,20) 17 (0,70 - 1,00)
NEN-g
Hg, Pb
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
MM05 (veen)
02 (1,00 - 1,20) 03 (1,20 - 1,50) 05 (1,10 - 1,60) 08 (1,50 - 2,00) 17 (1,00 - 1,20)
NEN-g
Minerale olie#
-
-
Klasse Industrie
Geen
Toekomstig kelder MM06 (zand)
06 (0,30 - 0,80) 16 (0,60 - 1,10) 16 (1,80 - 2,30) 18 (0,55 - 0,70)
NEN-g
PAK
-
-
Klasse Industrie
Geen
MM07 (klei)
06 (0,80 - 1,20) 18 (0,70 - 1,00)
NEN-g
Hg, Pb
-
-
Altijd toepasbaar
Geen
MM08 (klei)
06 (2,80 - 3,30) 06 (3,80 - 4,30) 06 (4,30 - 4,50) 16 (3,20 - 3,70) 16 (4,20 - 4,50) 18 (2,70 - 3,20) 18 (3,70 - 4,20) 18 (4,20 - 4,50)
NEN-g
Co
Ni
-
Altijd toepasbaar
Geen
Project 12869
11
Ref
Boringen met diepte (m-mv)
MM09 (veen)
06 (1,20 - 1,50) 06 (2,00 - 2,30) 18 (1,00 - 1,50) 18 (1,50 - 2,00)
ref waarneming Ba@ vhk* minerale olie#
Waarnemingen
Analyse-parameters
NEN-g
Overschrijding >AW
>T
>I
Minerale olie#
-
-
Indicatieve toetsing BBK
‘voorlopige’ veiligheidsklasse (vhk)*
Niet toepasbaar (olie)
Geen
: referentie op analysecertificaat : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920) : voor de definitieve veiligheidsklasse is het oordeel van een veiligheidskundige noodzakelijk : het gehalte wordt veroorzaakt door humuszuren (natuurlijke herkomst)
Actualisatie vml. ondergrondse benzinetank en olie/water-scheider Ten behoeve van de actualisatie van de verontreinigingen met minerale olie en aromaten ter plaatse van de voormalige ondergrondse benzinetank en de olie/water-scheider zijn (meng)monsters van de bodemlaag rond de grondwaterstand geanalyseerd op minerale olie en aromaten. Ondergrondse benzinetank In de bodemlaag met een matige olie-waterreactie en matige brandstofgeur uit boring 404 (MM13) is een lichte verhoging aan minerale olie aangetoond. Op basis van het oliechromatogram lijkt er sprake van diesel of gasolie. Ter verticale afperking is de onderliggende zintuiglijk schone veenlaag geanalyseerd (MM14). In dit monster is eveneens een lichte verhoging aan minerale olie aangetoond. Op basis van het oliechromatogram kan deze verhoging worden toegeschreven aan humuszuren (natuurlijke herkomst). In het zintuiglijk schone zandmonster van boring 400 (MM12) is geen verhoging van de geanalyseerde parameters aangetoond. Olie/water-scheider In het zintuiglijk schone mengmonster van het zand van boringen 300 t/m 302 (MM10) is een lichte verhoging aan minerale olie aangetoond. Op basis van het oliechromatogram lijkt er sprake van PAK-verbindingen. In het zintuiglijk schone monster van de klei van boring 303 (MM11) is geen verhoging aangetoond van de geanalyseerde parameters.
Onverdacht terreindeel Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket, waarbij zeven mengmonsters aanvullend zijn geanalyseerd op PFAS. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. In het mengmonster van de zintuiglijk schone kleilaag ter plaatse van de toekomstige kelder (MM08) is een matige verhoging aan nikkel aangetoond, evenals een lichte verhoging aan koper. De matige verhoging aan nikkel is niet uitgesplitst omdat de bodemlaag indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit voldoet aan klasse Altijd Toepasbaar. Daarnaast is er geen bronlocatie bekend voor een verontreiniging met nikkel. In de puinhoudende bovengrond (MM01) zijn lichte verhogingen aan PAK en PCB aangetoond.
Project 12869
12
Voorts zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond aan kwik, lood, PAK, PCB en/of minerale olie ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectielimiet. De verhoging aan minerale olie in de mengmonsters MM05 en MM09 wordt vermoedelijk veroorzaakt door humuszuren (natuurlijke herkomst). Dit valt af te leiden uit het oliechromatogram. 4.2
Analyses grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.2. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
-
Actualisatie vml. ondergrondse benzinetank en olie/water-scheider 300
1,2-2,2
Olie en aromaten
-
-
302
1,1-2,1
Olie en aromaten
naftaleen
-
-
400
1,3-2,3
Olie en aromaten
Minerale olie, naftaleen
-
-
404
1,2-2,2
Olie en aromaten
Minerale olie, naftaleen
-
-
Onverdacht terreindeel 05
1,3-2,3
NEN-gw
-
-
-
08
1,3-2,3
NEN-gw
Ba, Mo
-
-
Actualisatie vml. ondergrondse benzinetank en olie/water-scheider Ten behoeve van de actualisatie van de verontreinigingen met minerale olie en aromaten ter plaatse van de voormalige ondergrondse benzinetank en de olie-water-scheider is het grondwater afkomstig uit peilbuizen 300, 302, 400 en 404 is geanalyseerd op minerale olie en aromaten. In het grondwater afkomstige van peilbuizen 302, 400 en 404 zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond. In het grondwater afkomstige van peilbuis 300 zijn geen verhogingen aangetoond van de geanalyseerde parameters ten opzichte van de streefwaarde en/of detectielimiet. Onverdacht terreindeel Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 08 zijn hooguit lichte verhogingen gemeten. De verhoging aan barium is hoogstwaarschijnlijk van natuurlijke herkomst. De herkomst van de lichte verhoging aan molybdeen is onbekend. 4.3
Analyses fundatie Een gedeelte van de onderzoekslocatie is verhard met een puinverharding, welke bestaat uit metselpuin. Plaatselijk is ook een slakkenlaag aanwezig. Het metselpuin is geanalyseerd op olie, PAK en PCB, aangevuld met asbest. De slakkenlaag is geanalyseerd op olie, PAK en PCB en uitloging.
Project 12869
13
De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.3 Resultaten fundatieonderzoek Mengmonster (boringen)
Soort fundering
FUND01 (SL01/SL04/SL05)
Slakken
FUND02 (SL01/SL02/SL03/SL04/SL05)
Metselpuin
Analysepakket
Kritische parameter
Toetsing BBK (indicatief)
olie, PAK, PCB + uitloging (15 metalen, 4 anionen)
-
NV bouwstof
olie, PAK, PCB, asbest
PAK
Bouwstof elders niet toepasbaar
Het mengmonster FUND01 (slakken) voldoet indicatief zowel aan de samenstellings- als emissie-eisen voor een NV bouwstof. Het monster FUND02 (metselpuin) is op basis van PAK als bouwstof elders niet toepasbaar. Tijdens de bemonstering is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in de opgeboorde fundatie. In het menggranulaat is analytisch eveneens geen asbest aangetoond. De slakken zijn niet op asbest geanalyseerd, aangezien deze van oorsprong niet verdacht zijn op het voorkomen van asbest.
Project 12869
14
5
ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage VI.
5.1
Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is in de inspectiegaten eveneens geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is een aantal mengmonsters samengesteld: ASB02: gat G01/G02/G03 ASB03: gat G04/G05/G06/G07/G08
mengmonster met bodemvreemde bijmenging mengmonster met bodemvreemde bijmenging
De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek – bepaling indicatief gehalte in mg/kg ds Ref
ASB02
ASB03
Ref (h) / (nh) #
Inspectiegat (monster m-mv)
Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde serpentijn
amfibool
G01 (0,0-0,5)
-
-
G02 (0,1-0,5)
-
-
G03 (0,0-0,5)
-
-
G04 (0,0-0,5)
-
-
G05 (0,0-0,5)
-
-
G06 (0,0-0,5)
-
-
G07 (0,0-0,5)
-
-
G08 (0,0-0,5)
-
-
Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde
Totaalgehalte, gewogen#
serpentijn
amfibool
(afgerond)
3,9 (h)
0
3,9 (h)
0
0
0
referentie op analysecertificaat niet aangetroffen hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool
In geen van de asbestinspectiegaten is asbesthoudend materiaal aangetroffen. In de fijne fractie is enkel in mengmonster ASB02 asbest aangetoond. In het andere geanalyseerde mengmonster is geen asbest aangetoond in de fijne fractie. De toetswaarde voor nader onderzoek wordt in geen van de mengmonsters overschreden.
Project 12869
15
5.2
Analyseresultaten nader asbestonderzoek Grove fractie Tijdens de visuele inspectie van het opgegraven puin is in de sleuven SL01 en SL02 asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. In de overige sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De asbestverdachte materialen zijn per sleuf/verdachte laag verzameld en geanalyseerd op asbest. Fijne fractie Voor het onderzoek van de fijne fractie is per RE minimaal één mengmonster van de grond samengesteld: ASB01: SL01/SL02/SL03/SL04/SL05
verdachte bovengrond met AVM
Het mengmonsters is geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.2. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabellen voor de bepaling van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage III. In tabel 5.2 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte voor de betreffende RE. Tabel 5.2: bepaling gemiddelde asbestgehalte per ruimtelijke eenheid in mg/kg.ds Ruimtelijke eenheid_ref
Sleuven (diepte m-mv)
RE 1, verdachte bovengrond_ASB01
ref (h) / (nh) #
Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde
serpentijn
amfibool
SL01 (0,15-0,30)
37,01 (h)
0
SL02 (0,00-0,35)
25,93 (h)
0
SL03 (0,00-0,30)
-
-
SL04 (0,05-0,40)
-
-
SL05 (0,05-0,35)
-
-
Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde
Totaalgehalte, gewogen#
serpentijn
amfibool
(afgerond)
0,4 (h)
0,1 (h)
38 (h)
referentie op analysecertificaat niet aangetroffen hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = (serpentijn + 10 x amfibool) + correctiefactor percentage fijne fractie
Volgens de toetsingsregels uit de NEN 5707 kan worden geconcludeerd dat de verontreiniging met asbest > 2 cm binnen RE 1 heterogeen verdeeld is. Dit heeft als gevolg dat voor het bepalen van het asbestgehalte voor RE 1 (totaalgehalte) gerekend dient te worden met de hoogst gemeten waarde asbest > 2 cm, in dit geval proefsleuf SL01. Het asbestgehalte (gewogen) van RE 1 (bovengrond van de sleuven SL01 t/m SL05) overschrijdt de interventiewaarde niet.
Project 12869
16
6
PFAS-ONDERZOEK In verband met mogelijke afvoer van grond zijn een aantal mengmonsters aanvullend geanalyseerd op PFAS. Toetsingskader Mede op basis van het Tijdelijk handelingskader PFAS is de grond aanvullend onderzocht op PFAS-verbindingen. Op basis van het THK vindt er geen bodemcorrectie plaats bij een gehalte organisch stof tot 10%. Bij lokale beleidsnormen kan ook bij een lager gehalte organisch stof een bodemtypecorrectie zijn voorgeschreven. De analyseresultaten moeten worden getoetst aan de eisen uit de beleidsnormen van de gemeente/regio waar de grond wordt toegepast. Als er geen lokaal beleid ten aanzien van PFAS-houdende grond is opgesteld, zijn de normen uit het THK van toepassing. Lokale beleidsnormen gaan dus vóór de normen uit het THK. In het THK zijn onder andere onderstaande eisen voor hergebruik opgenomen. Voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar het THK. Tabel 6.1: PFAS-normen voor grond uit het THK (in µg/kg ds) Op de landbodem boven grondwaterniveau Bodemkwaliteitsklasse
Norm
Bodemfunctieklasse
Wonen of Industrie
Wonen of Industrie
PFOA = 7 PFAS = 3
Landbouw/Natuur
Wonen of Industrie
PFOS = 0,9 PFAS = 0,8
Landbouw/natuur, Wonen of Industrie
Landbouw/Natuur
PFOS = 0,9 PFAS = 0,8
Grootschalige toepassing
PFOA = 7 PFAS = 3
Grond toepassen in grondwaterbeschermingsgebied
PFAS = 0,1*
Op landbodem onder grondwaterniveau Grond toepassen, met inbegrip van grootschalige toepassing
PFOS = 0,9 PFAS = 0,8
In oppervlaktewater Grond toepassen
PFAS = 0,1*
PFOS = som PFOS (lineair+vertakt) en PFOA = som PFOA (lineair+vertakt) PFAS = alle overige PFAS-verbindingen, inclusief GenX * bij norm = 0,1 moeten PFOS vertakt en lineair apart getoetst worden. Som-PFOS is hier nvt. Idem voor PFOA.
In verband met de mogelijke afvoer van grond zijn de mengmonsters MM01, MM02, MM03, MM06 t/m MM09 geanalyseerd op PFAS (zie paragraaf 4.1 voor de samenstelling van deze mengmonsters). In MM01 (zand toplaag) zijn PFAS-gehalten gemeten groter dan de bepalingsgrens, maar kleiner dan de norm van 0,8 en 0,9 µg/kg ds.
17
Project 12869
In MM09 (veen toekomstige kelder) zijn PFAS-gehalten gerapporteerd van <0,2 µg/kg ds. De voorgeschreven bepalingsgrens van 0,1 µg/kg ds is gehaald in verband met het lage percentage droge stof van het mengmonster. In de overige mengmonsters zijn geen verhogingen gemeten ten opzichte van de bepalingsgrens, waardoor er geen belemmering geldt voor hergebruik elders (ten aanzien van PFAS). NB: Opgemerkt wordt dat voor een definitief oordeel omtrent hergebruik een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit nodig is waarbij onder andere op PFAS wordt onderzocht, tenzij met verkennend onderzoek voor alle PFAS-verbindingen <bepalingsgrens is gemeten.
Project 12869
18
7
ANALYSES ASFALT Een gedeelte van de onderzoekslocatie is verhard met asfalt. Voor het onderzoek naar de kwaliteit van het asfalt zijn drie boringen in het asfalt verricht. Onder het asfalt is geen fundatiemateriaal aangetroffen. De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door het RvA-geaccrediteerd laboratorium Eurofins Omegam. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage VI.
7.1
Opbouw asfalt en indicatief PAK In onderstaande tabel is de dikte van het asfalt weergegeven plus de resultaten van het indicatief PAK-onderzoek. De laagopbouw per asfaltkern is opgenomen in de bijlage IV. Tabel 7.1 Opbouw asfalt Ref (kern)
Dikte asfalt (mm)
Indicatief PAK
Opmerking
ASF01 02
190
Nee
90-130: Losliggende laag (boven)
ASF02 302
230
Nee
ASF03 03
210
Nee
In geen van de kernen is een PAK-houdende laag aangetoond (> 250 mg/kg ds). 7.2
Analyses asfalt De onverdachte lagen in geselecteerde kernen zijn aanvullend onderzocht op het PAK-gehalte middels GCMS-onderzoek. De resultaten zijn opgenomen in onderstaande tabel. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV. Tabel 7.2 PAK-analyses Monster
Kern
Laag (mm)
PAK-gehalte (mg/kg.ds)
Herbruikbaar
MM ASF 01
02 302 03
0-90 0-100 0-112
18
Ja
MM ASF 02
02 302 03
90-190 100-230 112-210
18
Ja
Het onderzochte asfalt is geschikt voor warm hergebruik. Dit onderzoek is voldoende voor het aanbieden van het materiaal van maximaal 1.000 ton schoon asfalt aan een verwerker voor hergebruik.
19
8
Project 12869
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Wagenweg 10 te Purmerend is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem en puinverharding onderzocht door middel van respectievelijk een verkennend en een nader asbestonderzoek. Chemische kwaliteit De gestelde hypothese dat ter plaatse van de voormalige ondergrondse opslagtanks voor benzine en de olie/water-scheider verhogingen aan minerale olie en vluchtige aromaten in grond en grondwater kunnen worden verwacht, is bevestigd. In zowel grond als grondwater zijn lichte verhogingen aan de geanalyseerde parameters aangetoond. De lichte verhogingen die zijn gemeten in de grond zijn grotendeels van natuurlijke herkomst. Alleen bij boring 404 lijkt er sprake van een lichte verontreiniging met diesel- of gasolie in de bodemlaag van 0,55 tot 1,0 m-mv. Dit is de enige boring waar visueel brandstof is waargenomen. Indien in de visueel met brandstof verontreinigde grond wordt gegraven, dient deze grond te worden ontgraven op aanwijzing van een milieukundig begeleider en af te worden gevoerd naar een erkende reiniger. De omvang wordt geschat op enkele kuubs, waardoor een saneringsmelding en de BRL 6000 en 7000 niet van toepassing zijn.
De gestelde hypothese dat ter plaatse van de overige delen van de onderzoekslocatie hooguit lichte verhogingen worden verwacht, is niet bevestigd. In alle mengmonsters zijn lichte verhogingen aangetoond. In de diepere kleilaag ter plaatse van de toekomstige kelder is tevens een matige verhoging aan nikkel gemeten. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Aanbevolen wordt om op de vrijkomende grond uit de kelder (en eventueel elders) AP04 partijkeuringen uit te voeren. Op basis van huidig onderzoek is de vrijkomende grond uit de kelder deels geschikt als klasse Industrie (zand, 0,3-2,3 m-mv), deels klasse AW (klei, 0,7-1,2 en 2,8-4,5 m-mv) en deels niet geschikt voor hergebruik (veen, 1,0-2,0 m-mv). Dit laatste wordt veroorzaakt door een iets verhoogd oliegehalte, maar deze is van natuurlijke herkomst. De kans is aanwezig dat met de partijkeuring een iets lager oliegehalte wordt gemeten dat wel voldoet. Asbestonderzoek De gestelde hypothese dat geen verontreiniging met asbest in de bodem wordt verwacht ter plaatse van het oostelijk deel van de onderzoekslocatie (perceelnr. 7733), is niet bevestigd. In de bovengrond van de gaten G01 t/m G03 is asbest aangetoond in de grondfractie < 2 cm.
Voor de bodem is een indicatief asbestgehalte bepaald van 3,9 mg/kg ds. De toetswaarde voor nader onderzoek wordt niet overschreden. Er is formeel geen sprake van een asbestverontreiniging. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. In de puinverharding is eveneens asbest aangetroffen, maar ook hier in een gehalte lager dan de interventiewaarde. Er is geen sprake van een asbestverontreiniging en/of een saneringsnoodzaak.
20
Project 12869
PFAS-onderzoek De grond is aanvullend onderzocht op PFAS. In het monster MM01 (zand bovengrond terrein) zijn PFAS-gehalten gemeten groter dan de bepalingsgrens, maar kleiner dan de hergebruiksnorm van 0,8 en 0,9 µg/kg ds. In de overige mengmonsters zijn geen verhogingen gemeten ten opzichte van de bepalingsgrens, waardoor er geen belemmering geldt voor hergebruik elders (ten aanzien van PFAS). Bij het uitvoeren van de AP04 partijkeuringen op de grond uit de toekomstige kelder is ons inziens geen nieuw onderzoek op PFAS benodigd, aangezien er ter plaatse van de kelder geen verhogingen aan PFAS zijn gemeten. In mengmonster MM09 (veen) is wel sprake van een verhoogde bepalingsgrens (<0,2 µg/kg ds), maar omdat in de bovenliggende bodemlagen geen PFAS is aangetoond en de veenlaag zelf ruimschoots onder de grondwaterstand ligt, is ook voor het veen ons inziens geen nieuw onderzoek op PFAS benodigd. Asfalt en fundatie Het onderzochte asfalt is geschikt voor warm hergebruik. Dit onderzoek is voldoende voor het aanbieden van het materiaal van maximaal 1.000 ton schoon asfalt aan een verwerker voor hergebruik. De slakken (mengmonster sleuven SL01/SL04/SL05) voldoen indicatief zowel aan de samenstellings- als emissie-eisen voor een NV bouwstof. Het metselpuin (mengmonster sleuven SL01 t/m SL05) is indicatief niet geschikt voor hergebruik elders in verband met een te hoog PAK-gehalte.
Hergebruik op eigen terrein is wel mogelijk, mits het materiaal niet tussentijds wordt bewerkt. Algemeen De onderzoeksresultaten vormen ons inziens geen belemmeringen voor de beoogde woonbestemming en afgifte van een omgevingsvergunning. De afgifte van de omgevingsvergunning blijft echter een beleidsmatige afweging van de gemeente zelf. Voorlopige veiligheidsklasse Graafwerkzaamheden ter plaatse kunnen conform de CROW400 uitgevoerd worden zonder aanvullende maatregelen.
BIJLAGE I
4728 4659
4416
cai
G08
G07
G06
G05
G04
G03
G02
G01
11 08
4418
Lambertus Huisengastr aat
07
G08
Overzichtskaart
12 braakliggend
155-171
7514 4417 09
7443
7442 7441
G07
74407439
28
4816
7455
SL04
N 24
7733
7095
raat isst upu
23
14
7097
12
14
Legenda traa
t
7099
7503
8
ano oys
10
G
- boorpunt - boorpunt met peilbuis
19
- boorpunt tbv infiltratieproef - inspectiegat - sleuf
17
Chr is L
- 10
BOORPUNTENKAART
7098
G04
06
21
7505
17
10F
25
7096
asfalt
vml. olie/water-afscheider
vml. tanks en afleverzuil
27
7429
7502
16
303
301
7094
01
02
29
7093
18
Too
4660
klinkers 404
31
7504
nD
G05
asfalt
K-04
7092
20
SL01
33
7091
22
03
300
7456
SL02
SL03
302
35
7090
G06 13
K-03
SL05
400
7089
26
puinverharding
7100
G03
7523
15
- onderzoekslocatie - perceelsgrens
6
6859
7438 7491
weg
12P
gras
Wa gen
12 -
7513
30
10
04
18
gras 16
7101
7522
rb
7470
11
tegels
5221
7103
2A
G01
05
cai
2
9
7104
7105
15
20m
Opdrachtgever:
Schaal : 1:500
Formaat : A3
16 Bot Bouw
Project : Wagenweg 10, 14 Purmerend 12
Initialen : BV
Naam : 12869tek2019.dwg Datum : 2-12-2019
10
7110
34
7111 30
7112 28
Kamerik 8
7113
0348-402103 3
26
5294
10
5
7109
15 32 -
5
Project nummer: 12869 7
71067435
cai
0
7102
4
G02
13
24
1
Heerhugowaard 072-5729457
Steenwijk 0521-521924
6 P:\10000-19999\12800-12899\12869\2019\4 kaartmateriaal\12869tek2019.dwg
BIJLAGE II
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Boring: 0
01
Boring: 0 10
1 2
asfalt Volledig asfalt Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
50
65
Boring:
100
1
22
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs Klei, zwak humeus, bruin
3 100
4
100
120
5
150
150
Klei, matig humeus, grijsbruin
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige
5
150
Veen, bruin
06 0
0 1 50
30
groenstrook Zand, matig fijn, matig humeus, matig kleiïg, bruin Zand, matig fijn, zwak siltig
2 80
90 110
Klei, zwak humeus, grijsbruin
100
4 150
160
Veen, bruin
6 200
Klei, zwak humeus, grijs
3 120
Veen, donkerbruin
5 150
Klei, zwak humeus, grijsbruin
150
tegel
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
120
Veen, bruin
50
4
80
4
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
2
100
tegel
50
Boring: 0 5
3
0 5
2 50
05
0
Veen, bruin
90
4
Boring:
120
04
0
3 3
asfalt Volledig asfalt
60
100
asfalt Volledig asfalt
18
2
Boring:
2
50
1
50
03 0
0
0
0
Klei, zwak humeus, grijsbruin
4 100
02
150
Veen, donkerbruin Veen, bruin
5 200
7
6
230
250
7
300
8
350
9
400
10
450
Projectnaam: Wagenweg 10, Purmerend
11
230
Klei, sterk siltig, lichtgrijs
450
Project: 12869 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring:
07
Boring: 0
0 1 50
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, bruingrijs
3 4
0 10
0 2 50
60
100
08
80
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
110
Klei, zwak humeus, bruin
60
3
80
4
100
120
5
150
150
Zand, matig fijn, zwak humeus, matig kleiïg, bruin Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs Klei, zwak humeus, bruin Veen, donkerbruin Veen, bruin
6 200
gras Zand, matig fijn, zwak humeus, bruinbeige
7 230
Boring:
09
Boring: 0
0
1
25 26
gras Zand, matig fijn, zwak humeus, bruin 4x gestuit op puin
Boring: 2
50
3 100
100
25
gras Zand, matig fijn, matig humeus, bruin
3
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs
Boring: 0 10
50
2
0 5
50
11
0
10
0
gras Zand, matig fijn, zwak humeus, bruin Zand, matig fijn, zwak siltig, matig betonhoudend, sporen baksteen, zwak grindhoudend, beige
0
12 1 2
0 10
gras Zand, matig fijn, zwak humeus, bruin
40 41
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig menggranulaat houdend Gestuit
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
4 140
Projectnaam: Wagenweg 10, Purmerend
Project: 12869 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring: 0
13 1 2
50
3
Boring:
Boring: 0 10
gras
40
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk menggranulaat houdend
70
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige
0
gras Zand, matig fijn, zwak humeus, matig betonhoudend, matig grindhoudend, zwak metselpuinhoudend, bruin
0
2
Boring:
1 50
50
0 10
1
50
15
0
14 gras Zand, matig fijn, matig humeus, bruin
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, beige
0 10
gras Zand, matig fijn, matig humeus
16
0 2
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige
50 3 100 4 150 5 200
6
250
7
300
8
350
9
400
10
180
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs
270
Klei, sterk siltig, grijs
11
450
450
Boring:
17
Boring: 0
0
27
50
1
55
2
70
3 100
4
100 120
18
beton Volledig beton
0
0 11
Zand, matig fijn, geen olie-water reactie, beige
50
55
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs
100
Loze ruimte 2 3
Klei, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruin Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin
70
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijs
100
Klei, matig siltig, grijs Veen, donkerbruin
4 150
150
Veen, bruin
5 200
6
250
7
300
8
350
9
400
10 11
450
Projectnaam: Wagenweg 10, Purmerend
beton
220
Klei, sterk siltig, grijs
450
Project: 12869 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring:
300
Boring: 0 5
0 1 50
40
2
70
3 8 100
4
100 120
5
150
150 6
Boring: 1
7
3
6
5 190
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig betonhoudend, sporen aardewerk, matig grindhoudend, geen olie-water reactie
50
6
Klei, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs
210
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs
0 6
klinker
50
Zand, matig fijn, geen olie-water reactie, beige
3 8 4 5
80 100 130
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs Klei, zwak humeus, grijsbruin
303 0 27 40
2 3
60
110
5 150
150
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, beige Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs Klei, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruin
Veen, geen olie-water reactie, bruin
7
220
404 0 6
0 2
55
50 3
7 100
100 4
150
150
200
7
beton Volledig beton
Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin 6
6
klinker Zand, matig fijn, geen olie-water reactie, beige Zand, matig fijn, zwak siltig, matige olie-water reactie, matige brandstofgeur, grijs Veen, zwak kleiïg, geen olie-water reactie, bruin Veen, geen olie-water reactie, bruin
5 200
Klei, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin
220
4 8
Veen, donkerbruin Veen, bruin
6
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs
Veen, geen olie-water reactie, bruin
8
Boring:
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, sporen plastic, geen olie-water reactie, beige
Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin
100
400
0
150
7
0
150
100
klinker
120
150
asfalt Volledig asfalt
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie
4
Boring:
5
Klei, zwak humeus, grijsbruin
100
150
200
100
Boring: 23
70
4 9
302
2
3
220
100
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijs
2 50
200
0
50
0 5
Veen, geen olie-water reactie, roodbruin
7
0
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak kleiïg, geen olie-water reactie, grijs
301
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige
Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin
200
50
klinker
220
230
Projectnaam: Wagenweg 10, Purmerend
Project: 12869 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring:
G01
Boring: 0 10
0 Ff
50
50
gras Zand, matig fijn, matig humeus, zwak betonhoudend, sporen grind, bruin, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 10% grof Zand, matig fijn, zwak humeus, matig menggranulaat houdend, bruinbeige
Boring:
Ff 50
50 Ff1
100
100
Ff 50
gras Zand, matig fijn, matig humeus, sporen beton, zwak grindhoudend, bruin, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 4% grof
0 20
Ff 50
50
Boring:
0 Ff
50
50 Ff1 100
100
gras Zand, matig fijn, matig humeus, sporen beton, bruin, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 4% grof
G06 0 10
0 Ff 50
Zand, matig fijn, zwak menggranulaat houdend, beige Zand, matig fijn, sporen schelpen, beige
gras Zand, matig fijn, matig humeus, sporen grind, sporen beton, bruin, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 2% grof Zand, matig fijn, sporen beton, beige
G05 0 10
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, sporen beton, bruinbeige
G04
0
Zand, matig fijn, beige
Boring:
gras Zand, matig fijn, matig humeus, sporen beton, bruin, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 6% grof
Zand, matig fijn, beige
Boring: 0 10
50
0 10
0
G03
0
G02
100
35 50
100
gras Zand, matig fijn, matig humeus, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 15% grof Zand, matig fijn, zwak siltig, matig menggranulaat houdend, beige, Cement sterk Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen menggranulaat Zand, matig fijn, beige
Projectnaam: Wagenweg 10, Purmerend
Project: 12869 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring:
G07
Boring: 0 10
0 Ff
50
50 Ff1
100
100
gras Zand, matig fijn, matig humeus, bruin, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 15% grof
G08 0 10
0 Ff
50 51
50
Zand, matig fijn, zwak humeus, matig betonhoudend, zwak grindhoudend, beigebruin
gras Zand, matig fijn, matig humeus, bruin, 30x30x50 geïnspecteerd geen avm 20% Zand, matig fijn, sterk menggranulaat houdend, sporen metselpuin, bruinbeige Gestuit
Zand, matig fijn, beige
Boring:
SL01
Boring: 0
0
15 Nen 30 Ff Ff1 Gf Nen1
50
3
Ff2 80
braak Volledig slakken
0
Sporen asbestverdacht materiaal, uiterst metselpuinhoudend, 90 l geïnspecteerd 2 st avm 39% grof
50
SL02 Ff Ff1 Gf Nen
braak Sporen asbest, uiterst metselpuinhoudend, 210 l geïnspecteerd 2 st avm 40% grof
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige
0 35
Ff2 85
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige
Boring:
SL03
0 Ff Ff1 Nen 50
Boring: 0
1
30
braak Volledig metselpuin, 180 l geïnspecteerd geen avm 42% grof Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige
Ff2 80
0
SL04 0
braak Volledig slakken
40
Volledig metselpuin, 210 l geïnspecteerd geen avm 55% grof
5 Nen Ff Ff1 Nen1
50 1
Ff2 90
Projectnaam: Wagenweg 10, Purmerend
Zand, matig fijn, zwak siltig, beige
Project: 12869 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Boring: 0
50
SL05 0
5 Nen Ff Ff1 Nen1 35
1
Ff2 85
braak Volledig slakken Volledig metselpuin, 180 l geïnspecteerd geen avm 40% grof Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbeige
Projectnaam: Wagenweg 10, Purmerend
Project: 12869 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
BIJLAGE III
Project
12869-Wagenweg 10 Purmerend
Certificaten
962326
Toetsing
T.1 - Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem BoToVa 3.0.0
Toetsversie Monsterreferentie
6139642
Monsteromschrijving
MM01 11 (10-50) 12 (10-40) 13 (10-40) 15 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
Toetsdatum: 2 december 2019 14:20
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.8
10
Lutum
% (m/m ds)
1.0
25
%
89.9
89.9
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
31
120
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
5.9
12
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
15
24
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
7
20
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
33
78
-
140
200
720
perfluorbutaanzuur (PFBA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorpentaanzuur (PFPeA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorhexaanzuur (PFHxA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorheptaanzuur (PFHpA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluoroctaanzuur (PFOA) line
µg/kg ds
0.1
0.5
@
perfluornonaanzuur (PFNA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordecaanzuur (PFDeA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorundecaanzuur (PFUnD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordodecaanzuur (PFDoD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluortridecaanzuur (PFTrDA
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluortetradecaanzuur (PFTe
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorbutaansulfonzuur (PFB
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorhexaansulfonzuur (PF
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorheptaansulfonzuur(PF
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluoroctaansulfonzuur (PFO
µg/kg ds
0.3
1.5
@
perfluordecaansulfonzuur (PFD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.21
0.21
anthraceen
mg/kg ds
0.07
0.07
fluoranteen
mg/kg ds
0.63
0.63
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.33
0.33
chryseen
mg/kg ds
0.24
0.24
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.25
0.25
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.34
0.34
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.26
0.26
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.32
0.32
mg/kg ds
2.7
2.7
WO
1.5
6.8
40
Perfluorcarbonzuren
Perfluorsulfonzuren
Perfluorverbindingen - overig perfluoroctaansulfonamide (PF
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Pagina 1 van 16
Pagina 2 van 16 Polychloorbifenylen PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 138
mg/kg ds
0.002
0.010
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 180
mg/kg ds
0.001
0.0050
mg/kg ds
0.006
0.032
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 6139642:
Pagina 2 van 16
WO
Altijd toepasbaar
0.02
0.04
0.5
Pagina 3 van 16 Monsterreferentie
6139643
Monsteromschrijving
MM02 01 (10-60) 07 (0-50) 08 (10-60) 10 (5-25) 10 (25-50) 14 (10-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.2
10
Lutum
% (m/m ds)
1.0
25
%
83.8
83.8
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
28
110
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
3.1
11
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
5.2
11
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.05
0.07
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
15
24
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
9
26
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
29
69
-
140
200
720
perfluorbutaanzuur (PFBA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorpentaanzuur (PFPeA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorhexaanzuur (PFHxA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorheptaanzuur (PFHpA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluoroctaanzuur (PFOA) line
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluornonaanzuur (PFNA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordecaanzuur (PFDeA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorundecaanzuur (PFUnD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordodecaanzuur (PFDoD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluortridecaanzuur (PFTrDA
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluortetradecaanzuur (PFTe
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorbutaansulfonzuur (PFB
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorhexaansulfonzuur (PF
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorheptaansulfonzuur(PF
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluoroctaansulfonzuur (PFO
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordecaansulfonzuur (PFD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.16
0.16
anthraceen
mg/kg ds
0.06
0.06
fluoranteen
mg/kg ds
0.52
0.52
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.24
0.24
chryseen
mg/kg ds
0.19
0.19
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.17
0.17
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.26
0.26
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.16
0.16
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.22
0.22
mg/kg ds
2
2.0
WO
1.5
6.8
40
Perfluorcarbonzuren
Perfluorsulfonzuren
Perfluorverbindingen - overig perfluoroctaansulfonamide (PF
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Pagina 3 van 16
Pagina 4 van 16 Polychloorbifenylen PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
mg/kg ds
0.005
< 0.024
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 6139643:
Pagina 4 van 16
-
Altijd toepasbaar
0.02
0.04
0.5
Pagina 5 van 16 Monsterreferentie
6139644
Monsteromschrijving
MM03 03 (22-72) 04 (5-50) 05 (5-55) 17 (27-55)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
0.4
10
Lutum
% (m/m ds)
1.0
25
%
87.2
87.2
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
5
15
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 33
-
140
200
720
perfluorbutaanzuur (PFBA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorpentaanzuur (PFPeA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorhexaanzuur (PFHxA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorheptaanzuur (PFHpA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluoroctaanzuur (PFOA) line
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluornonaanzuur (PFNA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordecaanzuur (PFDeA)
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorundecaanzuur (PFUnD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordodecaanzuur (PFDoD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluortridecaanzuur (PFTrDA
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluortetradecaanzuur (PFTe
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorbutaansulfonzuur (PFB
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorhexaansulfonzuur (PF
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluorheptaansulfonzuur(PF
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluoroctaansulfonzuur (PFO
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
perfluordecaansulfonzuur (PFD
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
µg/kg ds
< 0.1
0.35
@
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds