CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

N-bijlagen-bij-de-toelichting-bijlage-5-verkennend-bodemonderzoek-burg -d -Kooimanweg-10C & 14

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Burgemeester D. Kooimanweg 4 t/m 14 – 2022’5.048 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Bodemonderzoek Burgemeester D Kooijmanweg 10c&14 te Purmerend

projectnummer 0420388.00 definitief revisie 00 22 februari 2018

Auteurs

Opdrachtgever Stern Facilitair B.V. Postbus 94949 1090 GX Amsterdam

datum vrijgave 22 februari 2018

beschrijving revisie 00 definitief

goedkeuring

vrijgave

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Veldwerk

4

2.1 2.2

Verrichte veldwerkzaamheden Resultaten veldwerk

4 4

3

Laboratoriumonderzoek

8

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Toetsingskader Analyseresultaten grond Analyseresultaten asbest Analyseresultaten grondwater

8 9 9 12 13

4

Conclusies

15

Bijlagen Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek Bijlage 2 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 3 Veldwerkfoto's Bijlage 4 Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming Bijlage 5 Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming Bijlage 6 Normen grond Wet bodembescherming Bijlage 7 Normen grondwater Wet bodembescherming Bijlage 8 Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit Bijlage 9 Normen Besluit bodemkwaliteit Bijlage 10 Analysecertificaten grond Bijlage 11 Analysecertificaten grondwater Bijlage 12 Analysecertificaten asbest Bijlage 13 Berekening totaal gewogen asbestgehalte Bijlage 14 Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000

Tekening 420388-S1

Situatie met boringen en bestaande peilbuis

Rapport Bodemonderzoek Burgemeester D Kooijmanweg 10c&14 te Purmerend projectnummer 0420388 00 22 februari 2018 revisie 00 Stern Facilitair B.V.

1

Inleiding In opdracht van Stern Facilitair B.V. is door Antea Group in de periode december 2017 – februari 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Burgemeester D Kooijmanstraat te Purmerend. Aanleiding De aanleiding tot het onderzoek is de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van Stern Facilitair B.V. op de desbetreffende locatie. Situatie De onderzoekslocatie betreft het terrein aan de Burgemeester D Kooijmanstraat 10c & 14 te Purmerend. Kadastraal is de locatie bekend onder de gemeente Purmerend, sectie D, perceelnummers 2969, 4800, 5679. Het terrein heeft in totaal een oppervlakte van circa 6.000m2. Bekende gegevens Voorafgaand aan het veldwerk is een vooronderzoek uitgevoerd met als doel het vaststellen van verdachte locaties op de onderzoekslocatie. Hiertoe is informatie bij de opdrachtgever en via digitale bronnen opgevraagd en bestudeerd. Uit voorgaande onderzoeken is gebleken dat op de locatie meerdere bodembedreigende activiteiten zijn uitgevoerd in onderstaande tabel worden de verdachte activiteiten samengevat. Periode 1957

Eigenaar

1973

Joh. De Vries

Terreinbestemming Verbouw en verzamelplaats aardappelen Nieuwbouw loods Nieuwe kapconstructie Frietfabriek/opslag en sorteerderij van aardappelen en patat Opslag en verkoop motorbrandstoffen Zelfbediening wasserij Verbouw van loods-garage Opslag en aflevering LPG en autogarage Opslag LPG

1974 1992-2002 2002

Joh. De Vries Joh. De Vries

Opslag LPG Garage Garage met tankstation

1963 1965 1966

L.P. Boots

1966

Caltex petroleum

1967 1969 1971

2005 2018

Verdachte deellocatie

o.g. HBO tank

o.g. benzine tank 3x afgewerkte olie

Olietank 6 x 200l vaten in bak Opslag 8m3 LPG o.g. benzine tank 4x o.g. afgewerkte olie 2x wasplaats olie afscheider 2x

Garage met tankstation Garage met tankstation

Het pand op het terrein aan de Burgemeester Kooimanweg 10c is in het verleden in gebruik geweest als kantoor. Door de eigenaar van het terrein is aangegeven dat hier recentelijk voor zover bekend geen verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden (Skoda dealer).

Blad 1 van 15

Rapport Bodemonderzoek Burgemeester D Kooijmanweg 10c&14 te Purmerend projectnummer 0420388 00 22 februari 2018 revisie 00 Stern Facilitair B.V.

Ter plaatse van de burgemeester Kooimanweg 14 is aan de voorzijde een tankstation gelegen. De tanks bevinden zich ten zuiden van het pand. Het tankstation en de brandstoftanks maken geen onderdeel uit van het uitgevoerde onderzoek. Door de eigenaar is aangegeven dat ten zuiden van het pand aan de Burgemeester Kooimanweg 14 een oliespoor en een afvalcontainer aanwezig zijs geweest. Ter plaatse heeft een calamiteit met de leiding plaatsgevonden (overstroming). Ook inpandig zijn enkele aanvullende boringen verricht ter plaatse van verdachte deellocaties. In het verleden zijn meerdere bodemonderzoeken op de locatie uitgevoerd. In juni 1989 is op het achterterrein van nummer 14 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 13336). Tijdens dit onderzoek zijn nabij de LPG-tank matige teer- en oliegeuren waargenomen. De grond ter plaatse was sterk verontreinigd met PAK en minerale olie. Het grondwater was licht tot matig verontreinigd met PAK en minerale olie en aromaten. In maart 1999 is door Marees en Kistemaker op een gedeelte van het perceel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 997314). Uit dit onderzoek bleken de grond en het grondwater niet noemenswaardig verontreinigd. Het pompstation aan de voorzijde van het pand is in oktober 1999 opnieuw ingericht.

Het oude station is geamoveerd, de bodem is gesaneerd (Geofox, maar 2000, projectnummer P2810/LUK/hr) en het nieuwe pompstation is conform de geldende richtlijnen aangelegd. In maart 2001 is door Marees en Kistemaker op delen van het perceel milieukundig onderzoek uitgevoerd (rapport met kenmerk 217483). Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat de onderzoekslocatie plaatselijk is verontreinigd. In de grond zijn matig tot sterk verhoogde gehalten aan koper, lood, zink, PAK en minerale olie aangetoond. Het grondwater bevat plaatselijk matig verhoogde concentraties aan minerale olie. De gemeten gehalten vormden formeel aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Gezien het gebruik van het terrein werden door Marees en Kistemaker de humane en ecologische risico’s van de aangetoonde verontreiniging nihil geacht en werden de sanerende maatregelen of andere vervolgacties bij ongewijzigd gebruik van het terrein niet noodzakelijke bevonden. In december 2001 is aanvullend door Oranjewoud eveneens een nulsituatie onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de verdachte deellocaties (rapport met kenmerk 112273H). Aanleiding voor het uitgevoerde onderzoek was de voorgenomen huur van het terrein. Hierbij is geconstateerd dat het terrein integraal is opgehoogd met puin, slakken, sintels en gruis.

Analytisch is een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie aangetoond in het grondwater ter plaatse van de wasplaats. Aan de noordoostzijde van het perceel is het grondwater sterk verontreinigd met minerale olie en naftaleen. In de bodem ter plaatse is een matig verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Ter plaatse van de Burgemeester Kooijmanweg 10c is in 2004 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Marees en Kistenmaker, rapport met kenmerk 247828). Bij het onderzoek zijn 9 boringen op het terrein verricht. Bij het onderzoek zijn in het grondwater licht verhoogde gehalten aan chroom en xylenen gemeten. In de grond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten. In februari 2005 is door Oranjewoud een oriënterend onderzoek uitgevoerd ter plaatse van nummer 14. Tijdens het onderzoek is in de verhardingslaag bestaande uit slakken, sintels, kolen en gruis een sterke olie- waterreactie waargenomen. Daarnaast zijn passief verschillende geuren waargenomen (olie, teer, stortplaats). De visuele beoordeling van het bodemvreemde materiaal

Blad 2 van 15

Rapport Bodemonderzoek Burgemeester D Kooijmanweg 10c&14 te Purmerend projectnummer 0420388 00 22 februari 2018 revisie 00 Stern Facilitair B.V.

gaf tevens aanleiding om een mengmonster te analyseren op de aanwezigheid van asbest. Analytisch is hier een gehalte van 95 mg/kg d.s. aangetroffen. Hiermee is de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) net niet overschreden. Verder blijkt dat in de grond een matig verhoogd gehalte aan PAK en minerale olie is gemeten. Het grondwater ten westen van de LPG-tank bevat sterk verhoogde gehalten aan naftaleen en minerale olie. Ten zuiden van de tank zijn in het grondwater matig verhoogde gehalten aan naftaleen aangetoond. De omvang van de verontreinigingen zijn niet bepaald. Onderzoeksstrategie en doelstelling Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd met de Nederlandse Norm Bodem (NEN 5740/A1; 2016) en de NEN 5707+C1: 'Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond' als richtlijn. Bij de uitvoering van het eindsituatie bodemonderzoek is dezelfde opzet gehanteerd als tijdens het verkennend bodemonderzoek uit 2001 en 2005. Voor meer informatie met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De doelstelling van het onderzoek is het vaststellen van de actuele kwaliteit van de bodem en na te gaan in hoeverre deze kwaliteit een mogelijke belemmering vormt voor de voorgenomen grondtransactie.

In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 3 van 15

Rapport Bodemonderzoek Burgemeester D Kooijmanweg 10c&14 te Purmerend projectnummer 0420388 00 22 februari 2018 revisie 00 Stern Facilitair B.V.

Uit de tabel blijkt dat in het grondwater uit de peilbuizen 102 en 303 sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en naftaleen zijn gemeten. Ter plaatse zijn bij de eerder uitgevoerde onderzoeken eveneens sterke verontreinigingen aangetoond. In de overige onderzochte grondwatermonster zijn niet, licht tot plaatselijk een matig verhoogde gehalten aan minerale olie, een enkel zwaar metaal en/of vluchtige aromaten gemeten. De gemeten gehalten wijken niet significant af van de eerder aangetroffen verontreinigingen.

Blad 14 van 15

Rapport Bodemonderzoek Burgemeester D Kooijmanweg 10c&14 te Purmerend projectnummer 0420388 00 22 februari 2018 revisie 00 Stern Facilitair B.V.

4

Conclusies Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de grond en in het grondwater van de onderzoekslocatie licht tot sterk verhoogde gehalten aan met name minerale olie en/of PAK zijn gemeten. Op een deel van het onderzoeksterrein is een bodemvreemde (ophoog)laag van slakken, gruis en/of puin aanwezig. Deze laag is indicatief getoetst sterk verontreinigd met diverse componenten en indicatief niet toepasbaar. Deze laag bevat eveneens asbest. Grond In de grond en de bodemvreemde laag zijn in het algemeen licht tot plaatselijk sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en/of PAK gemeten. Daarnaast zijn verontreinigingen met PCB, zware metalen en/of vluchtige aromaten aangetoond. Asbest In het onderzoek uit 2005 is gebleken dat in de verhardingslaag een asbestgehalte van 95 mg/kg d.s. is gemeten. Het resultaat is gemeten in een indicatief mengmonster. In onderhavig onderzoek is eveneens indicatief naar asbest onderzocht. Hieruit blijkt dat in de verhardingslaag asbest is aangetroffen. Grondwater In het onderzoek uit 2001 en 2005 is gebleken dat ter plaatse van de LPG- tank licht tot sterk verhoogde concentraties aan minerale olie en aromaten zijn gemeten. Ook in onderhavig onderzoek worden op die plek licht tot sterk verhoogde concentraties aan dezelfde stoffen gemeten.

De resultaten van het eindsituatie bodemonderzoek wijken niet noemenswaardig af van de resultaten van de nulsituatie onderzoeken uit 2001. Onduidelijk is de herkomst van het matig verhoogde gehalte aan minerale olie in de ondergrond ter plaatse van het pand op nummer 10c. Op deze plek is voor zover bekend in het verleden ook geen boring verricht. Het grondwater ter plaatse is niet noemenswaardig verontreinigd. Onbekend is derhalve of deze verontreiniging al aanwezig was. Gezien de ophooggeschiedenis van de Burgmeester Kooimanweg 14 en de diverse bedrijfsactiviteiten op en om het terrein is het voorkomen van een verontreiniging met minerale olie niet vreemd. Vanwege het gebruik als Skoda dealer is ook een relatie met de recente activiteiten niet evident. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de bedrijfsactiviteiten sinds 2007 de kwaliteit van de bodem niet verder negatief hebben beïnvloed. Mogelijk dient er bij herinrichtingswerkzaamheden grond of andere materialen van de locatie te worden afgevoerd. Het onderhavige onderzoek is niet geschikt om een uitspraak te doen over de hergebruiksmogelijkheden van deze grond of andere materialen buiten de locatie. Hiervoor dient een onderzoek te worden uitgevoerd zoals omschreven in het Besluit bodemkwaliteit.

Hergebruik van de vrijkomende grond (zonder bijmengingen) op het onderzoeksterrein is wel mogelijk zonder verder bodemonderzoek uit te voeren. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Almere, februari 2018

Blad 15 van 15

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Burgemeester D Kooijmanstraat 10c & 14 te Purmerend projectnummer 420388 6 februari 2018, revisie 00 Stern Groep N.V.

Kwaliteitsaspecten van het onderzoek, de toegepaste methoden en strategieën en betrouwbaarheid/garanties Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKBproces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Antea Group is volgens dit SIKB-procescertificaat gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie.

Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Burgemeester D Kooijmanstraat 10c & 14 te Purmerend projectnummer 420388 6 februari 2018, revisie 00 Stern Groep N.V.

Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740+A1: 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek' (april 2016). Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren. Specifiek onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem dient te zijn uitgevoerd volgens de NEN 5707+C1: 'Bodem Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond' (augustus 2016).

Toelichting op het uitgevoerde onderzoek Verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd met als richtlijn de NEN 5740+A1. Op basis van de quickscan is voor het onderzoeksgebied de strategie voor een onverdachte lijnvormige locatie (ONV-L) gekozen. Voor hele kleine graafbewegingen is deze strategie vanwege de beperkte lengte van het tracé niet van toepassing. De onderzoeksstrategie is voor deze situaties gebaseerd op de strategie 'verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)'. Omdat het onderzoek is uitgevoerd ter voorbereiding van dezelfde werkzaamheden als bij lijnvormige locaties, zijn de criteria voor boordiepte en plaatsing van een peilbuis conform de strategie voor lijnvormige locaties aangehouden. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn boringen verricht. De opgeboorde grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is de grond onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op: o zware metalen (barium, cadmium, kobalt, molybdeen, koper, kwik, lood, nikkel en zink); o polychloorbifenylen (PCB's; som 7); o minerale olie (GC; inclusief voorbehandeling); o polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-totaal, 10 stuks volgens VROM); o percentages lutum, organische- en droge stof.

De selectie van de grond(meng)monsters is gebaseerd op monsterdiepte, bodemtype en veldwaarnemingen.

Bepaling veiligheidsklassen De uit te voeren werkzaamheden in verontreinigde grond dienen te worden uitgevoerd met in acht name van de risicoklassen, vastgesteld aan de hand van de CROW-publicatie 132 en zijn nader ingevuld via branchepublicaties. Vooral hetgeen in branchepublicaties is aangegeven wordt door de Arbeidsinspectie beschouwd als 'de stand der techniek' en dient derhalve zorgvuldig te worden nagekomen. In de genoemde regels wordt het handvat gegeven op basis waarvan een verdeling kan worden gemaakt tussen werken met een hoog en werken met een laag risico. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt tussen toxiciteitsrisico's (T-klassen en basisklasse) en brand- c.q. explosierisico's (F-klassen). Er zijn naast de basisklasse drie T-klassen en twee F-klassen gedefinieerd. De risicoklassen zijn enerzijds gebaseerd op de schadelijke vermogens van de verontreinigende componenten (LD50, carcinogeniteit en grenswaarde) en voor de F-klassen op het vlampunt van de componenten. Anderzijds zijn deze risicoklassen gebaseerd op de kans dat stoffen zich in hoge mate in de werkomgeving openbaren. Conform de CROW-publicatie 132 zijn op basis van de analyseresultaten de veiligheidsklassen vastgesteld. Indien een overschrijding van de interventiewaarde is aangetoond, is de bijbehorende T- en F-klasse bepaald.

Indien geen gemeten gehalten aan onderzochte parameters de betreffende interventiewaarden overschrijden, worden de veiligheidsklassen bepaald aan de hand van de classificatie van de bodem conform het Besluit bodemkwaliteit. Indien de grond

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Burgemeester D Kooijmanstraat 10c & 14 te Purmerend projectnummer 420388 6 februari 2018, revisie 00 Stern Groep N.V.

voldoet aan de Achtergrondwaarde of de klasse Wonen uit dit besluit, dan is het treffen van veiligheidsmaatregelen in relatie tot verontreinigde grond niet noodzakelijk. Indien de grond voldoet aan de klasse Industrie dan wel geclassificeerd wordt als Niet toepasbaar (en het gehalte is kleiner dan de interventiewaarde), dan is de basisklasse van toepassing. De indeling voor toxische en brandbare stoffen kan echter maar beperkt recht doen aan de uiteenlopende niveaus van risico's. De indeling is zo opgesteld dat met redelijke zekerheid kan worden gesteld dat de beoordeling aan de veilige kant ligt, waardoor de (wettelijke) grenswaarden voor inademing niet overschreden worden en geen voor de gezondheid risicovolle situaties zullen optreden. De veiligheidsklasse die in dit onderzoek is vastgesteld, betreft de voorlopige veiligheidsklasse. Bij het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklasse zijn aannamen gedaan met betrekking tot de omstandigheden tijdens de uitvoer van de werkzaamheden. Deze zijn hieronder toegelicht. Aanname geen open vuur Onder open vuur wordt een situatie verstaan waarbij vuur, een vlam of een vonk aanwezig is of kan ontstaan. Bij de bepaling van de veiligheidsklasse F is in dit onderzoek uitgegaan van een situatie zonder open vuur.

Dit resulteert in een maximale voorlopige veiligheidsklasse van 1F indien de omgevingstemperatuur tijdens het werk hoger is dan het vlampunt van de betreffende stof. Indien de omgevingstemperatuur tijdens het werk lager is dan het vlampunt van de betreffende stof is er geen brand c.q. explosierisico. Aanname omgevingstemperatuur De omgevingstemperatuur (temperatuur van de buitenlucht) tijdens de uitvoer van de werkzaamheden is van belang bij het bepalen van de kans op brand c.q. explosie en de daarbij behorende veiligheidsklasse F. Bij de bepaling van de veiligheidsklasse F is in dit onderzoek uitgegaan van een omgevingstemperatuur van 18 °C. Dit komt overeen met de gemiddelde dagtemperatuur in juli (bron: KMNI). Deze aanname leidt ertoe dat gecombineerd met de aanname van geen open vuur, stoffen met een vlampunt van maximaal 18 graden (bijvoorbeeld 1,2-dichloorethaan, vlampunt 13 °C) tot voorlopige veiligheidsklasse 1F kunnen leiden en stoffen met een hoger vlampunt (bijvoorbeeld ethylbenzeen en xylenen, vlampunt 21 °C) tot geen veiligheidsklasse leiden. In het kader van artikel 5 van het Bouwprocesbesluit-Arbeidsomstandighedenwet c.q. het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 2.23 t/m 2.39), dient door de opdrachtgever een veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan) te worden uitgewerkt.

Het doel van het V&G-plan is het informeren van alle betrokken personen en instanties over de mogelijke risico's voor veiligheid en gezondheid als gevolg van de uitvoering van het werk. Daarnaast worden betrokken personen en instanties geïnformeerd over de te nemen maatregelen ten behoeve van de veiligheid en gezondheid. De maatregelen die dienen te worden genomen zijn beschreven in de CROW-publicatie 132 en worden bepaald door de hoogst gevonden T- en F-klasse. Wanneer het werk een geraamde duur van meer dan 30 mensdagen beslaat en er meer dan 20 werknemers op de locatie tegelijk werkzaam zijn, of indien de geraamde duur van het werk meer dan 500 mandagen beslaat, dan dient eveneens via een kennisgeving aan de Arbeidsinspectie het voornemen tot het tot stand brengen van het werk te worden gemeld. De aannemer dient voorafgaand aan de uitvoering van de sanering een V&G-plan (uitvoeringsfase) c.q. een saneringsdraaiboek te overleggen. Eén en ander dient in overleg met de Arbeidsinspectie en haar gecertificeerde Arbodienst te geschieden. De reeds vastgestelde (voorlopige) veiligheidsklassen (risicoklassen) conform de CROW-publicatie 132 vormen een vast onderdeel van het V&G-plan. Daarnaast dient ook aandacht te worden

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Burgemeester D Kooijmanstraat 10c & 14 te Purmerend projectnummer 420388 6 februari 2018, revisie 00 Stern Groep N.V.

besteed aan overige risico's en voorschriften. De rapportage ten aanzien van de veiligheids- en gezondheidsaspecten worden vastgelegd in het V&G-dossier.

Toelichting op de toetsingskaders Toetsingskader achtergrond-, streef- en interventiewaarden Hieronder wordt uitgebreider op de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarden en hun betekenis ingegaan. Bij de toetsing wordt een uitspraak gedaan op parameterniveau én op monsterniveau. Met betrekking tot het bepalen van de achtergrondwaarden kan in sommige gevallen de overallconclusie op monsterniveau afwijken ten opzichte van de conclusie op parameterniveau als gevolg van de toetsregel die in artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit staat. In dit artikel wordt beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging.

De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant en dier heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd. In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m³ grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m³ bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde zich voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het al dan niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW (of S) ) / (I - AW (of S) ). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt.

Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding tot het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Met een nader bodemonderzoek kunnen de ernst en de spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een geval van ernstige bodemverontreiniging kan zich ook voordoen zonder dat de interventiewaarden worden overschreden. Als een verontreiniging zich zodanig in een ander milieucompartiment (bijv. het grondwater) of objecten (bijv. consumptiegewassen) verspreidt dat daar schadelijke effecten kunnen optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ook als het bij puntbronnen van verontreinigingen (bijv. op grond van berekeningen) waarschijnlijk is dat zonder maatregelen op korte termijn (binnen maximaal enkele maanden) een verontreiniging van eerder genoemde 25 of 100 m³ bodemvolume kan optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Burgemeester D Kooijmanstraat 10c & 14 te Purmerend projectnummer 420388 6 februari 2018, revisie 00 Stern Groep N.V.

Bij de toetsing worden de gemeten gehalten in grondmonsters aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organisch stof en lutum gevalideerd omgerekend middels BOTOVA naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Indien de gehalten of concentraties in grond- en grondwatermonsters lager zijn dan de gerapporteerde rapportagegrens worden deze gevalideerd herberekend middels BOTOVA tot een gestandaardiseerde meetwaarde (gerapporteerde rapportagegrens maal 0,7). Deze gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) worden vergeleken met de normwaarden. Barium In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 is aangegeven dat de norm voor barium tijdelijk is ingetrokken. Gebleken is namelijk dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (voor standaardbodem). Analyses op barium dienen wel nog te worden uitgevoerd, maar de resultaten hoeven dus niet meer getoetst te worden, tenzij een duidelijke antropogene bron aanwezig is. Het gemeten gehalte aan barium is conform de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, niet getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

Dit in verband met het voor deze parameter ontbreken van een aanwijsbare antropogene bron. Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit De gemeten gehalten in een partij grond worden getoetst aan de maximale waarden en rekenregels uit het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit, specifiek de regels die gelden voor het volgens het generieke kader toepassen op landbodem. De mate van overschrijden van de bovengenoemde maximale waarden bepaalt tot welke klasse een toe te passen partij grond of de ontvangende landbodem behoort. Deze classificatie is echter alleen mogelijk indien de monsterneming en het laboratoriumonderzoek zijn uitgevoerd door bij regeling van Onze Ministers bepaalde methoden alsmede door een persoon of instelling die daarvoor beschikt over een erkenning. De op basis van de bovenstaande maximale waarden in te delen klassen zijn: Achtergrondwaarde De landbodem dan wel een toe te passen partij grond wordt geclassificeerd als 'altijd toepasbaar' (oftewel schoon), wanneer de gemeten gehalten de achtergrondwaarden niet overschrijden. In artikel 4.2.2 van de Regeling is beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan.

Kwaliteitsklasse 'wonen' De kwaliteit van een partij grond die op landbodem wordt toegepast, wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'wonen', wanneer de gemeten gehalten de bovengenoemde achtergrondwaarden overschrijden maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'wonen' (zie artikel 4.4.1 van de Regeling). De kwaliteit van de ontvangende landbodem wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'wonen', wanneer de gemeten gehalten de bovengenoemde achtergrondwaarden overschrijden maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'wonen'. In artikel 4.10.2 van de Regeling is beschreven wat onder het overschrijden van de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'wonen' wordt verstaan. Kwaliteitsklasse 'industrie' De kwaliteit van de ontvangende landbodem alsmede van een partij grond die op landbodem wordt toegepast, wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'industrie' wanneer de gemeten gehalten de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'wonen' overschrijden, maar lager zijn

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Burgemeester D Kooijmanstraat 10c & 14 te Purmerend projectnummer 420388 6 februari 2018, revisie 00 Stern Groep N.V.

dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'industrie' (zie artikel 4.4.1 en 4.10.2 van de Regeling). Niet toepasbare grond Wanneer de gemeten gehalten in een partij grond de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'industrie' overschrijden (en wordt geclassificeerd als 'niet toepasbaar > industrie' of 'niet toepasbaar > interventiewaarde'), dan komt deze grond niet in aanmerking voor hergebruik volgens het generieke toetsingskader of verwerking in een grootschalige bodemtoepassing. In dat geval dient te worden nagegaan of mogelijk wordt voldaan aan de voorwaarden voor het gebiedsspecifieke toetsingskader (art. 44 t/m 53 van het Besluit).

14 december 2017

Verslag locatie: onderzoek Burg. D Kooimanweg 14 Purmerend. (voormalige garage). Inventarisatie locatie: Op aangeven van de eigenaar van pand nummer 14,12 en 12a is er een verzoek gedaan om de rest van de locatie te inventariseren. Hij wil dat de verdachte locaties onderzocht worden. Buiten het bestaande onderzoeksplan om. Op de betreffende locatie zijn diverse plekken aangetroffen die mogelijk verontreinigd kunnen zijn zowel in het gebouw als buiten het gebouw. 1.Binnen het onderzoeksgebied aan de achter kant zuidzijde licht een obas leiding deze functioneert niet meer. Men heeft geprobeerd deze te ontstoppen met 150 bar, waarschijnlijk is deze gebroken en heeft de afgelopen jaren niet meer gewerkt. Bij de leiding stond een container met een olievat. Op het water licht een oliefilm. Zie foto

. 2.Aan de zuidzijde midden liggen 5 diesel en benzine tanks, waarvan 2 nog in gebruik zijn en 3 niet meer, hieromheen staan peilbuizen. Zie foto.

In het pand zijn diverse plekken waar men met olie heeft gewerkt. 3.Achterzijde Oost: Olie werkplaats verversen olie en diversen. Op deze plek staan 3 oliebuffers voor het verversen van auto’s met olie. Op de vloer liggen tegels en een obasleiding. In het verleden is hier een peilbuis geplaatst, deze zit er nog. Zie foto

4. Achterzijde Oost: Garage diverse afvoergoten voor Obas, op de grond liggen stelcon platen met hierop een gestorte betonvloer. In deze vloer zitten diverse scheuren ter hoogte van de naden van de stelcon platen. Zie foto.

5. Voorzijde Noord: Showroom afgewerkt met stelcon platen hierop zijn osbplaten bevestigd, hier zijn geen onregelmatigheden aangetroffen. Zie foto

6. Achterzijde oost/zuid: heir is bij een handwasplaats/oliedrum, olie gemorst betonvloer volledig. Zie foto.

7.Achterzijde oost/zuid: Hier staan 3 drumvaten met olie onder zit een lekbak voor olie. Zie foto.

8.Voorzijde zuid: geen bijzonderheden is altijd showroom geweest. Zie foto.

Naast het pand staat nog een pand en de eigenaar heeft gevraagd of deze ook onderzocht kan worden. Voormalig skoda garage.

Adres eigenaar: Beheermaatschappij Joh. De Vries

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12341937/1