L-bijlagen-bij-de-toelichting-bijlage-3-archeologisch-onderzoek
Tekst van het document
Purmerend, Burg. D. Kooimanweg 4-14 (Gemeente Purmerend, NH) Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2020-03/18
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)..........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................3 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06).....................................................................................5 • 2.1 Bronnen................................................................................................................. 5 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)...........................................................................5 • 2.3 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).......................................................................7 • 2.4 Archeologie (KNA 4.1: LS04)..................................................................................11 • 2.5 Gemeentelijk beleid...............................................................................................14 3. Conclusies en advies (KNA 4.1: LS05, LS06)......................................................................15 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Appendix: I Archeologische periodes II Ontwerpplannen
Samenvatting In opdracht van DNS Planvorming BV is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Burgemeester D. Kooimanweg te Purmerend. Het voornemen is om de bestaande bebouwing in het plangebied te slopen en vervolgens een appartementengebouw te bouwen. Het plangebied ligt een gebied met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 in het gemeentelijk bestemmingsplan Overwhere-Zuid uit 2012. Voor werkzaamheden in gebieden met deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 500m2 en dieper dan 50 centimeter beneden maaiveld. Voor de geplande sloop en nieuwbouw zullen beide criteria worden overschreden (oppervlakte circa 1,5 hectare en uitgraven van fundamenten dieper dan 50 centimeter). De geplande bodemverstorende graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor mogelijk aanwezige archeologische resten in het plangebied. Het doel van dit archeologisch bureauonderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld van het gebied.
Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het pleistocene landschap in het begin van het Holoceen is weggeërodeerd waardoor het plangebied tot het neolithicum in een getijdengebied lag. Door de vorming van strandwallen verplaatste de kustlijn naar het westen. De zee kon minder invloed uitoefenen op het gebied achter de strandwallen en duinen, waardoor een groot veengebied, bestaande uit het Hollandveen Laagpakket, kon ontstaan. Pas in de middeleeuwen begon de mens dit veen te ontginnen waardoor meer leefruimte en landbouwgrond vrij kwam. De veenontginningen creëerden echter weer nieuwe problemen met het water, waardoor grote binnenmeren, zoals de Beemster en de Purmer, ontstonden. Deze binnenmeren werden in 17e eeuw weer drooggemaakt. Het plangebied ligt buiten de middeleeuwse stadskern. Op historische kaarten zijn geen aanwijzingen voor bebouwing te zien tot de jaren zestig van de 20 e eeuw. Het is waarschijnlijk dat door de bouw de bodem al sterk is vergraven. Een archeologisch booronderzoek, circa 150 meter ten noordwesten van het plangebied, toonde aan dat daar de bodem tot maximaal 120 centimeter onder het maaiveld sterk was vergraven. Op basis van de bovenstaande resultaten is de verwachting voor archeologische resten in het plangebied voor alle archeologische perioden laag. Selectie-advies door KNA-archeoloog J.S. Van der Heul MA.
Uit het bureauonderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor bewoning uit de middeleeuwen tot nieuwe tijd. De kans op oudere archeologische waarden is verwaarloosbaar. Op historische kaarten is geen bebouwing te zien. De huidige bebouwing in de jaren zestig aangelegd. De kans is groot dat de bodem bij deze werkzaamheden al in sterke mate is aangetast. De verwachting voor intacte archeologische resten wordt daarom als laag ingeschat. Geadviseerd wordt om geen nader archeologisch vervolgonderzoek te doen voor het plangebied aan de Burgemeester D. Kooimanweg 4-14 en het plangebied vrij te geven voor de geplande sloopwerkzaamheden en nieuwbouw. Dit betreft een advies. Het definitieve besluit hierover ligt bij de bevoegde overheid, de gemeente Purmerend. In alle gevallen geldt echter dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Purmerend.
Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: administratieve gegevens Provincie
Noord-Holland
Gemeente
Purmerend
Plaats
Purmerend
Toponiem
Burg. D. Kooimanweg 4-14
Kaartblad
19G
Centrumcoördinaat plangebied
125.846 / 502.408
Kadastraal perceelnummer
D 2555, 2969, 4800, 4801, 5679, 5866, 5867, 6176 en 6177
Oppervlakte van het onderzoeksgebied
ca. 1,5 ha
NAP-hoogte maaiveld
ca. -1 meter NAP
Bestemmingsplannen
Bestemmingsplan Overwhere-Zuid 2012: Waarde archeologie 1
Huidig grondgebruik
bedrijfspanden en parkeerplaatsen
Soort onderzoek
bureauonderzoek
Opdrachtgever
DNS Planvorming BV
Uitvoerder
De Steekproef BV
Bevoegde overheid
Gemeente Purmerend
Steekproef projectcode
2020-03/18
Onderzoeksmeldingsnummer
4796257100
Datum veldwerk
nvt
Maximale diepte onderzoek
nvt
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / Provinciaal depot Noord-Holland
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van DNS Planvorming BV is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Burgemeester D. Kooimanweg te Purmerend, gemeente Purmerend, provincie Noord-Holland (zie Figuur 1). Het voornemen is om de bestaande bebouwing in het plangebied te slopen en vervolgens een appartementengebouw te bouwen (zie Figuur 2 en Appendix II). De locatie van de nieuwbouw komt voor een groot deel overeen met de locaties van de te slopen bebouwing. Het plangebied ligt een gebied met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 in het gemeentelijk bestemmingsplan Overwhere-Zuid uit 2012. Voor werkzaamheden in gebieden met deze dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 500m 2 en dieper dan 50 centimeter beneden maaiveld. Voor de geplande sloop en nieuwbouw zullen beide criteria worden overschreden (oppervlakte circa 1,5 hectare en uitgraven van fundamenten dieper dan 50 centimeter). De geplande bodemverstorende graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor mogelijk aanwezige archeologische waarden in het plangebied. Het doel van dit archeologisch bureauonderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden.
Aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld van het gebied.
1
2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Een andere bron is Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), een dienst van de overheid met opendatasets van actuele geo-informatie. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Het plangebied ligt in het kustgebied van Nederland. Hierdoor is de zee een grote factor geweest in de vorming van het landschap. Het oorspronkelijke toendra-achtige landschap waarin de eerste mensen gedurende het Pleistoceen 1 doorheen trokken is in de beginperiode van het Holoceen grotendeels geërodeerd door de zee. Door een globale temperatuurstijging in deze periode smolten grote delen van de ijskappen met het gevolg dat de zeespiegel snel steeg. Hierdoor lag de kustlijn van Nederland omstreeks het einde van het mesolithicum (5500 vC) kilometers verder landinwaarts (zie Figuur 4).
Omstreeks deze periode brak er een periode aan van een minder snel stijgende zeespiegel. In het getijdegebied langs de kust ontstonden door opslibbing van sediment strandwallen en duinen. Deze strandwallen en duinen zouden in de daaropvolgende periode een goede bescherming bieden tegen de zee. Achter de nieuwe kustlijn, enkele kilometers ten oosten van de huidige kustlijn, ontstond een brak milieu (zie Figuur 4, 2750 vC). In dit natte zoetwater landschap trad op grote schaal veenvorming op. Dit veen, bestaande uit Hollandveen Laagpakket, maakte het gebied grotendeels ontoegankelijk en onaantrekkelijk voor menselijke bewoning. Pas in de middeleeuwen werd het veen ontgonnen en werd het gebied in toenemende mate bewoonbaar gemaakt. Echter door deze grootschalige veenwinning daalde het landschap, hierdoor steeg de invloed van de zee weer (zie Figuur 4, 1500 nC). Duidelijk geïllustreerd door de huidige hoogte van het landschap van circa -1 meter beneden NAP. Door de aanvoer van water vanuit de Zuiderzee en overstromingen werden grote delen van het veen weggeslagen. Grote binnenmeren, zoals de Beemster, Purmer en de Wormer, ontstonden hierdoor in de omgeving van Purmerend. Om zich weer te beschermen tegen het water werden er dijken aangelegd.
In eerste instantie werden de dijken lokaal aangelegd, om grotere delen van het land te beschermen ontstond in de loop van de tijd een aaneengesloten geheel van dijken, ook wel een dijkring genoemd. Rond de 13e eeuw waren in de omgeving van Purmerend zulke dijkringen al aanwezig. In het begin van de 17e eeuw werden de binnenmeren drooggemaakt en geschikt gemaakt voor de landbouw (zie paragraaf 2.3 en Figuur 6).
1 Voor dateringen zie Appendix I 5
Figuur 4: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: Uitsnede van de paleogeografische reconstructiekaarten. Omstreeks 3850 vC lag het plangebied in een getijdengebied. Dit slibde in de daaropvolgende periode dicht. Door de veenwinning in de middeleeuwen verlaagde het land en ontstonden er grote binnenmeren. Bron: Vos en De Vries 2013.
6
2.3 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Het plangebied ligt buiten de middeleeuwse kern van Purmerend. De eerste vermeldingen van Purmerend dateren uit de 14e eeuw. De kaart van Jacob van Deventer, opgetekend omstreeks 1560, is nog een goede representatie van de oorspronkelijke middeleeuwse situatie. In de directe omgeving van de locatie van het plangebied, ten noorden van De Where, is in deze periode geen bebouwing te herkennen. Grote delen van het omliggende land zijn al ingepolderd, herkenbaar aan de lichtgroene delen. Ten noordwesten van Purmerend is het binnenmeer van de Beemster nog duidelijk zichtbaar (zie Figuur 5). In de 17e eeuw werden de binnenmeren in Noord-Holland drooggemaakt. Eerst werd in 1612 de Beemster ingepolderd en vervolgens de Purmer (in 1622) en de Wormer (in 1626). De kaart van Johannes Dou uit 1680 van het Waterland toont de ingepolderde binnenmeren rondom Purmerend. Het plangebied ligt in de Overweerse Polder en grenst aan een kavelsloot met de naam Nieuwe Gouw (zie Figuur 6). De Nieuwe Gouw blijft nog tot in de 20e eeuw in gebruik als kavelsloot. Tot de jaren zestig van de 20e eeuw bleef de bewoning en bebouwing min of meer gelijk aan de middeleeuwse situatie. Vanaf 1960 maakt Purmerend echter een grote groei mee. Ten noorden van De Where vindt een grote uitbreiding van de stad plaats.
In het plangebied verschijnt de huidige bebouwing en de kavelsloot wordt gedempt en in gebruik genomen als een weg. Deze nieuwe weg, de Burgemeester D. Kooimanweg, volgt het oude tracé van de kavelsloot. Eind 19e eeuw wordt gestart met de aanleg van een spoorlijn tussen Purmerend en Hoorn. Deze spoorlijn grenst aan de oostzijde van het plangebied. Op de historischtopografische kaart uit 1905 is de spoorlijn en het station (ten zuiden van De Where) klaar (zie Figuur 7).
7
Figuur 5: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: Uitsnede van de kaart van Purmerend van Jacob van Deventer uit omstreeks 1560. Het plangebied (met rood aangegeven) is bij benadering weergegeven in het ingepolderde gebied ten oosten van de stadskern van Purmerend. De rivier De Where en de dijk liggen aan de zuidzijde van het plangebied.
8
Figuur 7: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: Uitsnede van historisch-topografische kaarten uit 188, 1905, 1950 en 1962. De kavelsloot (Nieuwe Gouw) vormt de westelijke grens van het plangebied. Deze sloot verandert in de jaren zestig tot de Burg. D. Kooimanweg. In dezelfde periode raakt het plangebied bebouwd. Bron: Topotijdreis.
10
2.4 Archeologie (KNA 4.1: LS04) De archeologische waarden die in ARCHIS gemeld zijn en binnen een afstand van een halve kilometer van het plangebied liggen zijn in Tabel 2 en Figuur 8 weergegeven. Ten westen van het plangebied ligt het Archeologische Monumentenkaart terrein van de middeleeuwse stadskern van Purmerend (14655). Vanaf de jaren zestig van de 20 e eeuw maakte de stad een grote groei mee en begon het omliggende land bebouwd te raken. De meeste archeologische onderzoeken zijn in de nabijheid van de oude stadskern gedaan. Zo zijn bij een archeologische begeleiding van werkzaamheden bij het oude kerkhof aan de Plantsoengracht resten aangetroffen van een 17 e eeuwse begraafplaats en resten van de vestingwerken van de stad (2177080100). Verspreid door de stad zijn voor het ingraven van ondergrondse containers ook archeologische begeleidingen gedaan door de Archeologische Werkgroep Purmerend (AWP). De meest oostelijke locaties (locatie 6 en 7) staan nog in Figuur 8 (2279765100). Bij een drietal onderzoeken in de omgeving van de stadskern (2401993100, 4592306100 en 4597515100) werd verder vanwege een lage archeologische verwachting geen vervolgonderzoek geadviseerd. Bij één bureauonderzoek langs de Purmersteenweg werd geadviseerd om een booronderzoek uit te voeren vanwege mogelijk aanwezige oude bebouwing (4002633100).
Een bureauonderzoek aan de Nieuwstraat Kerhofpoort is wel aangemeld in ARCHIS maar (nog) niet afgemeld. Bij een groot bureauonderzoek voor de Boezemkade Polder Zeevang (hier langs De Where) werd verkennend booronderzoek geadviseerd vanwege de hoge verwachting voor resten vanaf de middeleeuwen (4571910100). Een bureauonderzoek voor een plangebied langs De Where werd vrijgegeven. Er waren hier geen aanwijzingen voor mogelijk aanwezige archeologische resten (2415560100). Voor de werkzaamheden bij de Stationsweg werd het terrein ook vrijgegeven omdat de mogelijke archeologische resten niet werden bedreigd vanwege een dik ophogingspakket (4721947100). Vlak ten noorden van het plangebied, op circa 150 meter afstand, is langs de Dopsloot, in een onbebouwde zone, een booronderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek werden geen archeologische indicatoren aangetroffen en het veenpakket was tot op het strandzand geërodeerd. De top van de bodem was tot maximaal een diepte van 120 centimeter vergraven (4598496100). In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen vondstmeldingen bekend.
11
Tabel 2: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: archeologische waarden rondom het plangebied. Voor de ligging zie Figuur 8. Voor dateringen zie Appendix I. Zaaknr.
Omschrijving
Datering
Terrein van hoge archeologische waarde, De historische stadskern van Purmerend.
Late middeleeuwen – nieuwe tijd
AMK-terrein 14655
Onderzoeksmeldingen 2177080100
Archeologische begeleiding oude kerkhof aan de Plantsoengracht. Resten uit de 17e eeuw: begraafplaats en vestingwerken. Claeys 2009.
2279765100
Archeologische begeleiding ingraven van ondergrondse containers door de Archeologische Werkgroep Purmerend (AWP). Uit de dichtstbijzijnde locaties 6 en 7 zijn resten uit de nieuwe tijd aangetroffen. AWP-verslag 2010-01-OCB
2401993100
Bureauonderzoek Plantsoengracht. Lage archeologische verwachting, geen vervolgadvies. Pape 2013.
2415560100
Bureauonderzoek Ontwikkeling De Where. Geen aanwijzingen voor archeologie, geen vervolgadvies. De Roest 2014.
4002633100
Bureauonderzoek Purmersteenweg. Sporen van bebouwing mogelijk aanwezig in westelijk deel. Verkennend booronderzoek geadviseerd. Brattinga 2016.
4028870100
Bureauonderzoek Nieuwstraat Kerkhofpoort. NMF erfgoedadvies, aangemeld op 12-1-2017, niet afgemeld.
4571910100
Bureauonderzoek Boezemkade Polder Zeevang. Hoge verwachting voor resten van de middeleeuwen. Verkennend booronderzoek geadviseerd. Van der Veen en Kroes 2018.
4592306100
Bureauonderzoek De Looiers. Kans op aantreffen resten zeer klein, geen vervolgadvies. Boon 2018.
4597515100
Booronderzoek Wagenweg 9. Ophogingslaag met lage archeologische waarde en natuurlijke veen- en kleilagen. Geen vervolgadvies. Vaars 2018
4598496100
Bureau- en booronderzoek Dopsloot. Geen archeologische indicatoren en bodem sterk vergraven. Geen vervolgonderzoek. Exaltus 2018.
4721947100
Bureauonderzoek Stationsweg. Archeologische resten worden niet bedreigd, geen vervolgonderzoek. Peeters en Leuvering 2019.
12
Figuur 8: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: Archeologische kaart van de omgeving van het plangebied. De gele terreinen zijn in het verleden archeologisch onderzocht. Het paarse terrein staat op de archeologische monumentenkaart (AMK) en betreft de historische stadskern van Purmerend. Het plangebied is het rode vlak. Bron: ARCHIS 3.
13
2.5 Gemeentelijk beleid Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart (zie Figuur 9) ligt het plangebied grotendeels in een zone met een middelhoge archeologische verwachting (Beleidsnota archeologie in Purmerend, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling). Deze zones komen overeen met de veenontginningsassen vanaf de middeleeuwen. Voor deze zones is door de gemeente vastgesteld dat bij ingrepen groter dan 500 m 2 en/of dieper dan 50 centimeter beneden maaiveld, archeologisch onderzoek verplicht is. De noordoostelijke hoek van het plangebied heeft een lage verwachting. Hieraan zijn geen voorwaarden opgesteld door de gemeente.
Figuur 9: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: uitsnedes van de gemeentelijke Beleidsadvieskaart. Het plangebied ligt, met uitzondering van de noordoosthoek, in een gebied met een middelhoge verwachting. Bron: Beleidsnota archeologie in Purmerend.
14
3. Conclusies en advies (KNA 4.1: LS05, LS06) Het pleistocene landschap is in het begin van het Holoceen weggeërodeerd waardoor het plangebied tot het neolithicum in een getijdengebied lag. Door de vorming van strandwallen verplaatste de kustlijn naar het westen. De zee kon minder invloed uitoefenen op het gebied achter de strandwallen en duinen, waardoor een groot veengebied, bestaande uit het Hollandveen Laagpakket, kon ontstaan. Pas in de middeleeuwen begon de mens dit veen te ontginnen waardoor meer leefruimte en landbouwgrond vrij kwam. De veenontginningen creëerden echter weer nieuwe problemen met het water, waardoor grote binnenmeren, zoals de Beemster en de Purmer, ontstonden. Deze binnenmeren werden in 17 e eeuw weer drooggemaakt. Het plangebied ligt buiten de middeleeuwse stadskern. Op historische kaarten zijn geen aanwijzingen voor bebouwing te zien tot de jaren zestig van de 20 e eeuw. Het is waarschijnlijk dat door deze bouw de bodem al sterk is vergraven. Een archeologisch booronderzoek, circa 150 meter ten noordwesten van het plangebied, toonde aan dat daar de bodem tot maximaal 120 centimeter onder het maaiveld sterk was vergraven. Op basis van de bovenstaande resultaten is de verwachting voor archeologische resten in het plangebied voor alle archeologische perioden laag. Tabel 3: Purmerend, Burg. D. Kooimanweg: specificatie archeologische verwachting. datering:
middeleeuwen - nieuwe tijd
complextype:
Boerderijen, akkers
omvang:
Onbekend
diepteligging:
Onder het maaiveld
gaafheid en conservering:
Waarschijnlijk aangetast door bebouwing in de 20 e eeuw
locatie:
Onbekend
uiterlijke kenmerken:
Aardewerk, metaal, glas, bot, hout, bouwmateriaal.
mogelijke verstoringen:
20e eeuwse bebouwing.
Selectie-advies door KNA-archeoloog J.S. Van der Heul MA. Uit het bureauonderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor bewoning uit de middeleeuwen tot nieuwe tijd. De kans op oudere archeologische waarden is verwaarloosbaar. Op historische kaarten is geen bebouwing te zien. De huidige bebouwing in de jaren zestig aangelegd. De kans is groot dat de bodem bij deze werkzaamheden al in sterke mate is aangetast. De verwachting voor intacte archeologische resten wordt daarom als laag ingeschat. Geadviseerd wordt om geen nader archeologisch vervolgonderzoek te doen voor het plangebied aan de Burgemeester D. Kooimanweg 4-14 en het plangebied vrij te geven voor de geplande sloopwerkzaamheden en nieuwbouw. Dit betreft een advies. Het definitieve besluit hierover ligt bij de bevoegde overheid, de gemeente Purmerend. In alle gevallen geldt echter dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Purmerend.
15
Gebruikte bronnen AWP-Verslag-Waarneming 2010-01-OCB (Purmerend), Locatie 6 Achterdijk. Archeologische Werkgroep Purmerend. AWP-Verslag-Waarneming 2010-01-OCB (Purmerend), Locatie 7 Plantsoengracht. Archeologische Werkgroep Purmerend. Beleidsnota archeologie in Purmerend 2008, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. Boon, H. 2018. Archeologisch onderzoek De Looiers te Purmerend. Sweco Archeologische Rapporten 2149. Sweco, Groningen. Brattinga, J.J. 2016. Archeologisch bureauonderzoek Purmerend-Purmersteenweg, gemeente Purmerend. Hollandia reeks 583. Hollandia archeologen, Zaandijk. Centraal Archeologisch Archief (CAA) en Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) [Archis3]. Claeys, J. 2009. Het oude kerkhof aan de Plantsoengracht in Purmerend Een Archeologische Begeleiding. ADC-Rapport 1403. ADC, Amersfoort. Exaltus, R. 2018. Purmerend, Dopsloot Gemeente Purmerend (NH.) Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Steekproefrapport 2018-04/09. De Steekproef, Zuidhorn. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 www.SIKB.nl. Centraal College van Deskundigen Archeologie, 2018. Pape, H.G. 2013. Purmerend, Plantsoengracht tussen 6 en 8 Gemeente Purmerend (Noord-Holland) Archeologisch bureauonderzoek. Transect-rapport 245. Transect, Utrecht. Peeters, D. en J.H.F. Leuvering. 2019.
Plangebied Stationsweg te Purmerend, gemeente Purmerend; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-Rapport 4067. RAAP, Weesp. Publieke Dienstverlening op de Kaart. www.pdok.nl Roest, van der, J. 2014. Archeologisch onderzoek ontwikkeling De Where te Purmerend, gemeente Purmerend – bureauonderzoek. Grontmij Archeologische Rapporten 1377. Grontmij, Houten. Topotijdreis. www.topotijdreis.nl Vaars, J.P.L. 2018. Verkennend booronderzoek aan de Wagenweg 9 te Purmerend. Argo rapport 160. Archeologenbureau Argo, Zaandam. Veen, van der S. en R.A.C. Kroes. 2018. Plangebied Boezemkade Polder Zeevang in De Polder Zeevang, gemeente Edam-Volendam en Purmerend; archeologisch vooronderzoek: een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. RAAP-Notitie 6135. RAAP, Weesp Vos, P. & S. de Vries. 2013. Paleogeografische Kaarten van Nederland, tweede generatie (versie 2.0). Op 11 april 2014 gedownload van www.archeologieinnederland.nl. Deltares,Utrecht
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Luchtfoto en werkzaamheden plangebied 3 Streetview foto plangebied 4 Paleogeografische reconstructies 5 Uitsnede kaart Purmerend van Jacob van Deventer 6 Uitsnede kaart van regio Waterland van Johannes Dou 7 Historische-topografische kaarten 1878, 1905, 1950 en 1962 8 Archeologische waardenkaart 9 Uitsnede gemeentelijke beleidsadvieskaart
Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Archeologische waarden rondom het plangebied 3 Specificatie archeologische verwachting
Appendix I: Archeologische periodes
paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.