L Bijlage 08 Aanvullend flora onderzoek
Tekst van het document
OKTOBER 2020
AANVULLEND FAUNA ONDERZOEK KWADIJKERPARK, PURMEREND
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
1
COLOFON Opdrachtgever Contactpersoon
AM
Datum Status Projectnummer
oktober 2020 Definitief 2020-037
Auteur Controle
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
2
PLANGEBIED EN VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN
5
3
METHODE
7
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
TENGERE VELDMUUR HUISMUS VLEERMUIZEN RUGSTREEPPAD KLEINE MARTERACHTIGEN
7 7 8 9 10
4
RESULTATEN
11
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
TENGERE VELDMUUR HUISMUS VLEERMUIZEN KERKUIL RUGSTREEPPAD KLEINE MARTERACHTIGEN
11 11 11 12 12 12
5
CONCLUSIE EN ADVIES
13
5.1 5.2
CONCLUSIE PER GEBOUW CONCLUSIE BOMEN
14 15 17
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
In 2020 heeft Buiting Advies in opdracht van AM aanvullend onderzoek uitgevoerd op het Kwadijkerpark naar de functie van het gebied voor de beschermde huismus (Wet natuurbescherming 3.1), tengere veldmuur, kleine marterachtigen (Wet natuurbescherming 3.10), rugstreeppad en vleermuizen (Wet natuurbescherming 3.5). In deze rapportage worden de methodiek en resultaten van dit aanvullende onderzoek toegelicht. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven over de te nemen vervolgstappen. AANLEIDING Uit de quickscan van Buiting Advies (oktober, 2019) is gebleken dat het plangebied in potentie geschikt is als groeiplaats, nestplaats, voortplantingsplaats- of rustplaats van bovengenoemde beschermde soorten. Om die reden is aanvullend onderzoek naar deze soorten geadviseerd.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
4
2
PLANGEBIED EN VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN
PLANGEBIED Het plangebied bestaat uit een park gelegen in het noorden van Purmerend (zie afbeelding 1). Het park wordt omringd door bebouwing, landbouwgebied en een autoweg. AM is voornemens het plangebied opnieuw in te richten. Hierbij worden diverse gebouwen gesloopt en bomen gekapt.
Afbeelding 1: de ligging van het plangebied (rood).
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
5
Het park bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, ruigte, struweel, bomen en open water (zie afbeelding 2). Ten zuidwesten van het park zijn sportvelden gelegen. De gebouwen zijn in 1978 gebouwd en deels geïsoleerd.
Afbeelding 2: Het plangebied (rood) en de noordelijke laan (blauw).
VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN AM is voornemens 8 gebouwen in het plangebied te slopen Het gaat om de gebouwen: “Hogerweijde,’Werthheijde’, ‘Oockershoek’ (3 gebouwen), ‘dienstengebouw’, ‘Technische dienst,’ ’Activiteitencentrum Molenwerf’ en de boerderij. Daarnaast worden (minder vitale) bomen gekapt in de noordelijke laan (blauw in afbeelding 2). Na de sloop van de gebouwen is men voornemens om 340 woningen te bouwen.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
6
3
METHODE
Het plangebied is in 2020 onderzocht op het gebruik door vleermuizen, kleine marterachtigen, rugstreeppad en het voorkomen van tengere veldmuur. Voor elke soort(groep) is een specifieke op de soortn afgestemde onderzoeksmethode gebruikt om dit vast te kunnen stellen. Deze worden hieronder beschreven.
3.1
TENGERE VELDMUUR
Tengere veldmuur heeft als groeiplaats akkers, steile kalkhellingen, oude muren, graslanden en open, droge, stenige plekken. Er is gericht gezocht naar geschikte groeiplaatsen in het plangebied en gecontroleerd op aanwezigheid van tengere veldmuur. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden volgens onderstaand schema (tabel 1). TABEL 1: VELDBEZOEKEN TENGERE VELDMUUR RONDE DATUM TIJDSTIP 1 16-04-2020 08:30-11:30 2 23-07-2020 09:00-12:30
ONDERZOEKER JW JW
Ook tijdens de overige veldbezoeken zijn eventuele waarnemingen van tengere veldmuur bijgehouden.
3.2
HUISMUS
Huismussen worden in het plangebied niet direct verwacht in gebouwen. Aangezien het een groot plangebied betreft is zekerheidshalve toch aanvullend onderzoek naar deze algemene soort uitgevoerd. Voor huismussen is het onderzoek uitgevoerd conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017). Deze stelt dat aangenomen kan worden dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond. En dat de onderzoeken plaats dienen te vinden bij: • Goede weersomstandigheden; • Geluidsluwe momenten; • Geschikt moment van de dag (meeste activiteit is tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst of voor zonsondergang); • Met een tussenperiode van ten minste 10 dagen. TABEL 2: VELDBEZOEKEN HUISMUS Ronde Datum 1 16-04-2020 2 26-05-2020
08:30-10:30 09:00-11:00
Onderzoeker JW JW
Tijdens alle veldbezoeken zijn de waargenomen huismussen en het gedrag van de vogels genoteerd. De resultaten worden in het volgende hoofdstuk behandeld.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
7
3.3
VLEERMUIZEN
Vleermuizen gebruiken gebouwen en bomen als vaste voortplantings- en rustplaats. Vleermuizen hebben verschillende soorten voortplantingsplaatsen en rustplaatsen. De gebouwen en de bomen binnen het plangebied kunnen één of meerdere functies vervullen. Om de functie van het plangebied voor vleermuizen vast te stellen is, in samenspraak met Omgevingsdienst Noord-Holland (11-3-2020), afgeweken van de voorgeschreven onderzoeksmethodiek uit het Vleermuisprotocol 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017). Wel is de methode als leidraad gebruikt voor het bepalen van de bezoekmomenten en tijdstippen. VOORBEREIDEND WINTERONDERZOEK Op 31 oktober 2019 zijn bomen onderzocht op de aanwezigheid van holtes welke geschikt zouden kunnen zijn als vleermuisverblijfplaats. ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN In de kraamperiode (15 mei - 15 juli) is het plangebied: • 7 keer bezocht in de avond/nacht te bezoeken met 5 onderzoekers (1 gebouw per onderzoeker en 1 onderzoekers in bomenrij). • Zwermactiviteit bij kraamverblijven gebeurt gedurende de hele nacht. Hierdoor kan één onderzoeker een groter deel van het plangebied overzien door ronden te lopen en daarbij te letten op zwermende vleermuizen. Derhalve is het plangebied 4 keer ‘s nachts/ ‘s ochtends bezocht (1 onderzoeker per 2 gebouwen en 1 onderzoeker in bomenrij).
• Doordat er meerdere onderzoekers per avond ter plaatse zijn kunnen vliegroutes beter in kaart gebracht worden. Het onderzoek legt dan ook de nadruk op het onderzoeken van kraamverblijfplaatsen, belangrijke vliegroutes en foerageergebieden. (MASSA)WINTER- EN PAARVERBLIJFPLAATSEN Voor onderzoek naar massawinter- en paarverblijfplaatsen is het plangebied twee keer bezocht; één maal door 2 onderzoekers en eenmaal door vijf onderzoekers in de periode 15 augustus - 10 september. De onderzoeken liepen vanaf het moment van schemer door tot in de nacht (02.00u) zodat ook eventuele massawinterverblijven konden worden aangetoond.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
8
TABEL 1: VELDBEZOEKEN VLEERMUISONDERZOEK Ronde Datum Tijdvak* Onderzoeker** 1 20-05Avond TA, EP, EL, RT, SW 2020 2 26-05Avond EN, RdJ. BE, JW, 2020 EL+ logger 3 27-05Ochtend EN, RdJ. BE, JW, 2020 EL+ logger 4 03-06Avond EN, TL, EL, RT, SW 2020 5 04-06Ochtend EN, TL, EL, RT, SW 2020 6 11-06Avond EN, RdJ, TL, RT, SW 2020 +logger 7 30-06Ochtend EN, RdJ, BE, JW, EL 2020 8 08-07Avond EN, RdJ, TL, BE, JW, 2020 EL., RT 9 14-07Ochtend TA, TL, EL, RT, JB 2020 10 26-08Nacht AB, RT 2020 11 08-09Nacht EL, RT, BvS, AB, FS 2020
Weersomstandigheden 19-16 °C, droog, 2 bft
Functie Zomer-/kraamverblijf
16-15 °C, droog, 2 bft
Zomer-/kraamverblijf
15-13 °C, droog, 2 bft
Zomer-/kraamverblijf
18-16 °C, droog, 2 bft
Zomer-/kraamverblijf
16-17 °C, droog, 2 bft
Zomer-/kraamverblijf
18-17 °C, droog, 2 bft
Zomer-/kraamverblijf
16°C, droog, 3 bft
Zomer-/kraamverblijf
17°C, droog, 2 bft
Zomer-/kraamverblijf
15-14°C, droog, 2bft
Zomer-/kraamverblijf
17-16°C, droog, 3bft
Paar/(massa)winterverblijf Paar/(massa)winterverblijf
18°C, droog, 2bft
* avond = zonsondergang tot 2,5u na zonsondergang, nacht = van 0.00u tot 2.00u, ochtend = 3u voor zonsopkomst tot zonsopkomst **TA= T. Asbreuk, EP= E. Prins, EL= E. Loonen, RT= R. Thijssen. SW= S. Wiersma, EN= E. Nijhuis. JW= J. Willems, RdJ= R. de Jong, BE= B Eijkelenkamp, JB= J. Buiting, AB= A. Buiting, BvS= B. van Schaffelaar, FS= F. Schumacher
Hierbij zijn de waargenomen vleermuizen en het gedrag dat kan wijzen op de aanwezigheid van een voortplantingsplaats of rustplaats genoteerd. GEBRUIKTE APPARATUUR Tijdens alle vleermuisonderzoeken hadden de onderzoekers de beschikking over een batdetector met timeexpansie en opname mogelijkheid. De gebruikte typen betreffen: Elekon Batlogger M, Pettersson M500 of de Pettersson D240X. Daarnaast beschikte elke onderzoeker over een goede zaklamp om indien nodig het gedrag van vleermuizen te kunnen vaststellen. Daarna zijn de opnames nogmaals geanalyseerd.
3.4
RUGSTREEPPAD
Het aantonen van de aanwezigheid van rugstreeppad kan volgens het Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12, 2017) aangetoond worden door het waarnemen van kooractiviteit, de aanwezigheid van exemplaren of het aantonen van eisnoeren of larven.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
9
Afbeelding 3: geschikte inventarisatieperioden rugstreeppad (BIJ12, 2017)
Veldbezoeken in het kader van vleermuisonderzoek vallen in de periode waarin de meeste kooractiviteit van de rugstreeppadden plaatsvindt (half april-juni). Ook bij de overige veldbezoeken is gezocht naar eisnoeren of de aanwezigheid van dieren op kansrijke plekken.
3.5
KLEINE MARTERACHTIGEN
Kleine marterachtigen zijn geïnventariseerd volgens de Handreiking wezel, hermelijn en bunzing. Deze geeft als leidraad: • 4 wildcamera’s per hectare, bij projecten over een groot oppervlak alleen de meest kansrijke landschapselementen onderzoeken; • 4 weken de camera op dezezelfde locatie; • Het onderzoek vindt plaats in de meest actieve periode (mei-augustus). De kansrijke landschapselementen bestaan uit ruige oeverranden die in het noorden van het plangebied liggen en zijn samen ongeveer 1 hectare. Hier zijn in de periode tussen 16 april en 7 oktober twee camera’s op verschillende plaatsen in het plangebied geplaatst. Hierbij is gebruik gemaakt van een gangbare wildcamera en de Struikrover® welke speciaal ontwikkeld is voor het detecteren van marters. TABEL 4: CAMERAONDERZOEK KLEINE MARTERACHTIGEN DATUM DATUM AANTAL HABITAT VAN TOT WEKEN 16-4-2020 23-7-2020 14 Dichte rietvegetatie met wilgenopslag 16-4-2020 23-7-2020 14 Open rietvegetatie met wilgen, langs het water 23-7-2020 7-10-2020 11 Struweel met ondergroei van brandnetel en zeggesoorten 23-7-2020 7-10-2020 11 Struweel met ondergroei van brandnetel en braam
TYPE Struikrover Wildcamera Struikrover Wildcamera
Ook tijdens de overige veldbezoeken zijn eventuele waarnemingen en sporen van kleine marterachtigen bijgehouden. Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
10
4
RESULTATEN
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.
4.1
TENGERE VELDMUUR
De waarnemingen van tengere veldmuur in de omgeving beperken zich tot 1 locatie in een woonwijk in Purmerend. Tijdens de veldbezoeken is de soort in het plangebied niet aangetroffen.
4.2
HUISMUS
Er zijn binnen het plangebied geen huismussen waargenomen.
4.3
VLEERMUIZEN
ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN Op 30 juni is tijdens een ochtendonderzoek een verblijfplaats van ongeveer tien gewone dwergvleermuizen aangetroffen in de nieuwbouwwoning (Cornwallhof 7-11) naast het te slopen activiteitencentrum ‘Molenwerf’ (afbeelding 5). Omdat gedurende de nacht/ochtendbezoeken geen zwermgedrag is waargenomen kan worden gesteld dat dit een zomerverblijfplaats betreft. Bij een kraamverblijf is gedurende de nacht namelijk zwermactiviteit waar te nemen omdat vrouwtjes terug komen om hun jongen te zogen.
Afbeelding 3: aangetroffen zomerverblijfplaats (rood)
PAAR- EN (MASSA)WINTERVERBLIJFPLAATS
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
11
Tijdens de najaarsonderzoeken zijn vier paarterritoria van gewone dwergvleermuis vastgesteld in de omgeving van de gebouwen in het plangebied. Het gaat om de gebouwen ‘Technische dienst’, ‘Dienstengebouw,’ ‘Werthweijde’ en Cornwallhof 7-11. Deze laatste locatie blijft bij werkzaamheden gehandhaafd. Omdat gewone dwergvleermuizen baltsen in vlucht kan een exacte locatie van de paarverblijfplaatsen in de meeste gevallen niet vastgesteld worden. Desondanks moet uitgegaan worden van de aanwezigheid van vier paarverblijfplaatsen in genoemde gebouwen. FOERAGEERGEBIED Verspreid over het plangebied zijn verschillende gewone en ruige dwergvleermuizen foeragerend waargenomen. Foerageerplaatsen en vliegroutes vormen essentieel onderdeel van de leefomgeving wanneer geen alternatieven aanwezig zijn. Met de voorgenomen werkzaamheden blijft veel groen behouden waardoor het oppervlak aan foerageergebied niet significant afneemt. Door de huidige verlichting te vervangen door vleermuisvriendelijke verlichting kan de kwaliteit van het foerageergebied zelfs toenemen (zie ook Natuurinclusief bouwen Kwaderdijkpark, Buiting Advies 2020). VLIEGROUTES Aan de noordzijde van het water gelegen in het noorden van het gebied is een vliegroute vastgesteld. Hier zijn Myotis spec., gewone- en ruige dwergvleermuizen op route waargenomen. Deze vliegroute wordt bij de werkzaamheden niet aangetast.
Een ontheffing hiervoor is dan ook niet noodzakelijk.
4.4
KERKUIL
Op 6 april is door 3 onderzoekers een kerkuil waargenomen. De eerste waarneming op deze avond was in de bomenrij in het noorden van het plangebied. De kerkuil kwam vanuit het noorden van het plangebied en verplaatste zich richting zuidwest naar buiten het plangebied. Er zijn verschillende broedgevallen van kerkuil bekend in het buitengebied van Purmerend (NDFF). Hoewel er voor de kerkuil geen geschikte rust- of verblijfplaatsen in het plangebied zijn, is er naar aanleiding van deze waarneming op 7 oktober 2020 zekerheidshalve sporenonderzoek uitgevoerd bij de kinderboerderij. Er zijn hierbij geen sporen aangetroffen welke kunnen wijzen op een vaste rust- of verblijfplaats van kerkuil.
4.5
RUGSTREEPPAD
Tijdens het onderzoek zijn geen ei-snoeren en/of kooractiviteit vastgesteld, ook zijn geen rugstreeppadden waargenomen. De planlocatie is marginaal geschikt. Voortplantingswateren bestaan uit kleine ondiepe, vegetatieloze watertjes, welke vaak tijdelijk zijn. Vanwege het droge voorjaar ontbreken geschikte voortplantingswateren in het plangebied.
4.6
KLEINE MARTERACHTIGEN
De geplaatste camera’s tonen beelden van bosmuis, vos en bruine rat. Er zijn geen marters vastgelegd. Negatieve effecten op kleine marters als gevolg van de voorgenomen ingrepen zijn dan ook niet te verwachten.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
12
5
CONCLUSIE EN ADVIES
TENGERE VELDMUUR Tengere veldmuur is niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Er is geen ontheffing Wet Natuurbescherming nodig. HUISMUS Huismussen zijn niet aangetroffen, er is daarom geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. VLEERMUIZEN Zomerverblijfplaatsen
Er is één zomerverblijfplaatsen vastgesteld in Cornwallhof 7-11. Hoewel deze zomerverblijfplaats niet in een te slopen gebouw gesitueerd is moet er bij de werkzaamheden rekening gehouden worden met de aanwezigheid van dit verblijven. Het verstoren van verblijfplaatsen is niet toegestaan. Wanneer de sloop van het activiteitencentrum buiten de kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis plaatsvindt is er geen sprake van verstoring en een ontheffing niet noodzakelijk.
Afbeelding 6: Kwetsbare periode van gewone dwergvleermuis (bron: BIJ12) Kraamverblijfplaatsen
Er zijn geen kraamverblijfplaatsen vastgesteld. Paarverblijfplaatsen
Er zijn vier paarterritoria aangetroffen tijdens het onderzoek. Met de voorgenomenwerkzaamheden verdwijnen drie hiervan mogelijk. Eén paarverblijfplaats bevindt zich in Cornwallhof 7-11 onder de nokpan. Het verstoren of vernietigen van verblijfplaatsen is niet toegestaan. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor drie paarterritoria is noodzakelijk om de geplande werkzaamheden uit te voeren. (Massa)Winterverblijfplaatsen
Er zijn geen (massa)winterverblijfplaatsen vastgesteld. Vliegroutes en foerageerplekken
Verspreid over het plangebied zijn foeragerende gewone en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Groenstructuren worden grotendeels gespaard en ook zijn er alternatieve foerageerplekken in de directe omgeving aanwezig. Er is een vliegroute vastgesteld aan de noordzijde van het water ten noorden van het plangebied. Deze wordt bij de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
13
Afbeelding 7: Aangetroffen paarterritoria (stippellijn en ster roze) zomerverblijfplaatsen (ster rood) en vliegroutes (pijl) van gewone dwergvleermuis.
RUGSTREEPPAD Tijdens het onderzoek zijn geen rugstreeppadden, ei-snoeren en of kooractiviteit waargenomen. De werkzaamheden leiden niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing is daarom niet nodig. KLEINE MARTERACHTIGEN Tijdens het onderzoek zijn geen kleine marterachtigen vastgelegd op camera. Ook zijn er geen kleine marters of sporen daarvan aangetroffen binnen het plangebied.
5.1
CONCLUSIE PER GEBOUW
Onderstaand tabel geeft aan waar werkzaamheden plaats kunnen vinden zonder ontheffing en voor welke gebouwen een ontheffing noodzakelijk is.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
14
TABEL 2: CONCLUSIE PER GEBOUW Gebouw Ontheffing nodig? Technische dienst Ja Molenwerf Nee, mits Dienstengebouw Oockeshoek 1-4 Oockeshoek 5-8 Oockeshoek 9-12 Werthweijde Hogerweijde Boerderij
Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee
Functie Paarverblijf gewone dwergvleermuis Buiten kwetsbare periode voor zomerverblijfplaatsen wordt gewerkt Paarverblijf gewone dwergvleermuis Paarverblijf gewone dwergvleermuis -
nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 B
Broedseizoen Geadviseerd wordt de sloop van de gebouwen buiten het broedseizoen (indicatief van maart tot augustus) uit te voeren. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd.
5.2
CONCLUSIE BOMEN
Broedseizoen Er zijn tijdens het onderzoek geen verblijfplaatsen in bomen aangetroffen. Een ontheffing Wet natuurbescherming is dan ook niet nodig. Wel wordt aangeraden om maatregelen aan bomen of ander groen niet uit te voeren in het broedseizoen (indicatief van maart tot augustus). Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
15
LITERATUUR Buiting Advies. September 2019. QuickScan flora & fauna Kwadijkerpark Purmerend. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging. 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. (Versie maart 2017). Bij12. Kennisdocument Rugstreeppad Versie 1.0. 2017 Bij12. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Versie 1.0. 2017 Bij12. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Versie 1.0. 2017 Bij12. Kennisdocument Watervleermuis Versie 1.0. 2017 Bij12. Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Versie 1.0. 2017 FLORON. Verspreidingsatlas Vaatplanten. Tengere veldmuur 2020 https://www.verspreidingsatlas.nl/0829 Provincie Noord-Holland. Handreiking Wezel, Hermelijn en Bunzing beschermd in Noord-Holland.
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
16
Aanvullend onderzoek Kwadijkerpark Purmerend
Buiting Advies BV
17