CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

l.-bestemmingsplan-a-jacobslaan-7-2024-toelichting-bijlagen

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Aletta Jacobslaan 720.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

•

Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige soorten vleermuizen?

•

Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

•

Welke vervolgstappen zijn nodig om overtreding van de Wet natuurbescherming (zoveel mogelijk) te voorkomen

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

4

Plangebied en ingreep 2.1 Plangebied Het plangebied betreft een oud schoolgebouw aan de Aletta Jacobslaan 7 te Purmerend in de gelijknamige gemeente, provincie Noord-Holland. De begrenzing van het plangebied is op de titelpagina met rood aangegeven. In het plangebied is een binnenplaats aanwezig die niet toegankelijk is zonder toegang tot het gebouw. Om die reden wordt dit, met betrekking tot de onderzoeksinspanning als separaat deelgebied behandeld, zie Figuur 1.

Figuur 1: Plangebied (in rood) met deelgebieden aangeven door de cijfers 1 en 2.

2.2 Ingreep De geplande werkzaamheden in het plangebied bestaan uit de realisatie van 32 zorgwoningen en 18 sociale woningen. De bestaande bebouwing zal hiervoor worden gesloopt. De nieuwbouw zal in hoogte variëren tussen één en vier bouwlagen. Een deel van het schoolplein wordt omgezet in 53 parkeerplaatsen. In het plangebied staan veel verschillende soorten bomen die deels gekapt en deels gespaard zullen worden. De overige begroeiing zal ook deels worden gerooid. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van gebouwen met benodigd hak-, breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, en het vergraven van de bodem of de oevers om het terrein bouwrijp te maken.

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

5

Werkwijze 3.1 Onderzoeksinspanning In het voorjaar, de zomer en het najaar van jaar 2023 is het plangebied aan de Aletta Jacobslaan geïnventariseerd op de aanwezigheid van vleermuizen. In Tabel 1 zijn de gegevens van de veldbezoeken weergegeven. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. In de volgende paragrafen van dit hoofdstuk staat een toelichting op de toegepaste onderzoeksmethoden. Tabel 1. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. V= Vliegroute, F=Foerageergebied, K= Kraamverblijfplaats, Z= Zomerverblijfplaats, P=Paarverblijfplaats Datum

Tijd

Onderzochte functies

Medewerker

Weerstomstandigheden

18-05-2023

21:30 – 23:30

V, F, K, Z

Droog, 3 bft, 11°C

09-06-2023

22:00 - 00:15

V, F, K, Z

Droog, 3 bft, 22°C

10 -06-2023

02:45 - 05:15

V, F, K, Z

Droog, 3 bft, 19°C

15-08-2023

21:00 - 00:00

V, F, P

Droog, 1 bft, 14°C

06-09-2023

22:30 - 02:30

V, F, P

Droog, 1 bft, 19°C

26-09-2023

21:00 - 0:00

V, F, P

Droog, 1 bft, 18°C

3.2 Methode vleermuisonderzoek Tijdens de veldbezoeken zijn vleermuizen met zicht- en geluidwaarnemingen geïnventariseerd. Hierbij is een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Pettersson D240x) gebruikt om de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar te maken voor mensen. Met de karakteristieken van de frequentie, klank en ritme van het geluid worden verschillende vleermuizensoorten in het veld herken d. Wanneer in het veld niet met zekerheid de vleermuissoort kon worden bepaald is een geluidsopname gemaakt met een extern opnameapparaat. De geluidsopnames zijn achteraf met het computerprogramma Batsound geanalyseerd, waarbij voor determinatie gebruik is gemaakt van Barataud (2015). Voor sociale geluiden van vleermuizen is gebruik gemaakt van Middleton, 2014 en Pfalzer, 2002. In combinatie met de visuele waarnemingen van het gedrag is de determinatie van de soort en de functie van het gebied bepaald. De inventarisaties zijn postend en lopend uitgevoerd, waarbij het plangebied en het omliggende gebied meerdere keren zijn doorkruist. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. Om de functies van het plangebied voor vleermuizen te onderzoeken zijn meerdere veldbezoeken uitgevoerd in verschillende periodes.

In het kraamseizoen (mei tot juli) zijn de bezoeken direct vanaf zonsondergang tot twee uur na zonsondergang of vanaf twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst uitgevoerd. In het paarseizoen (augustus tot oktober) zijn de bezoeken tussen een uur na zonsondergang en een uur voor zonsopkomst uitgevoerd. In deze periode is minimaal twee uur geïnventariseerd. Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

6

3.3 Volledigheid inventarisatie De vleermuisinventarisatie is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2023 zoals vastgesteld door de Gegevensautoriteit Natuur. Inventarisaties zijn een steekproef gebaseerd op momentopnames, waardoor het niet is uit te sluiten dat soorten en functies die niet waargenomen zijn op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methoden en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

7

Resultaten 4.1 Algemeen beeld Gedurende het onderzoek zijn in en in de nabijheid van het plangebied de volgende soorten aangetroffen: •

gewone dwergvleermuis,

•

ruige dwergvleermuis,

•

laatvlieger.

In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Ook was er maar weinig andere gebouwgebonden activiteit aanwezig. In de volgende paragrafen staan de waarnemingen beschreven per soort en functie. De waarnemingskaarten zijn opgenomen in Bijlage 1.

4.2 Gewone dwergvleermuis & ruige dwergvleermuis Foerageergebied Gedurende de veldbezoeken zijn naar schatting zes dwergvleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis) waargenomen in het westen van het plangebied. In dit gebied staan veel bomen en direct vanaf zonsondergang was er veel foerageeractiviteit. Na een piek in het uur na zonsondergang nam de activiteit af maar gedurende de avond en nacht bleven foeragerende dieren aanwezig. Ook in het oosten van het plangebied werd veel foerageeractiviteit waargenomen, opnieuw van naar schatting zes dwergvleermuizen. De bomen langs de Aletta Jacobslaan en de sloot en de begroeiing rondom het gebouw vormen foerageergebied. Er werden ook een aantal dwergvleermuizen boven het dak van het gebouw foeragerend aangetroffen. Ten slotte werden ook foeragerende dwergvleermuizen waargenomen ten zuiden van het gebouw bij de bomen en de begroeiing. Vliegroutes Er werden geen overvliegende dwergvleermuizen vastgesteld en er waren geen indicaties dat het foerageergebed onderdeel uitmaakte van vleermuizen op route. De aanwezige lijnvormige elementen fungeren niet als vliegroute. Essentiële vliegroutes zijn dan ook niet aanwezig in het plangebied. Zomerverblijfplaats In de zomermaanden zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen.

Kraamverblijfplaats Er is geen kraamverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis in het plangebied gevonden tijdens de inventarisaties. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen. Paarverblijfplaats Tijdens de paarperiode (augustus–september) zijn geen roepende mannetjes gewone en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Er zijn dan ook geen paarverblijfplaatsen of territoria aangetroffen.

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

8

4.3 Laatvlieger Foerageergebied Er werd één laatvlieger foeragerend waargenomen, dit dier was op route en toonde geen binding met het plangebied. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor laatvlieger is. Vliegroute De aanwezige lijnvormige elementen fungeren niet als vliegroute. Essentiële vliegroutes voor laatvlieger zijn dan ook niet aanwezig in het plangebied. Zomer- en kraamverblijfplaats In de zomermaanden zijn geen verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen. Paarverblijfplaats Tijdens de paarperiode (augustus–september) zijn geen laatvliegers waargenomen.

4.4 Samenvatting resultaten Tabel 2 geeft een overzicht van de aangetroffen vleermuissoorten en functies. In hoofdstuk 5 is voor deze functies het effect van de ingreep beschreven. Vervolgens is beoordeeld of effecten een overtreding zijn van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Tabel 2 Samenvatting van de waargenomen vleermuissoorten en functies. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Getallen met # duiden op een mogelijk massawinterverblijf, getallen met een * duiden op een essentiële vliegroute of foerageergebied Soort

gewone dwergvleermuis ruige dwergvleermuis laatvlieger

Verblijfplaats functie

Andere functie *

Zomer

Kraam

Paar

Winter#

Vliegroute

Foerageergebied

-

-

-

-

-

2-6*

-

-

-

2-6*

-

-

-

-

-

-

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

9

Effectbepaling en toetsing 5.1 Effectbepaling van de ingreep Gewone en ruige dwergvleermuis Het plangebied wordt als foerageergebied gebruikt door gewone en ruige dwergvleermuizen. Vanwege het vroege tijdstip van foerageren en de verblijfsduur van foeragerende dieren, fungeert het plangebied als essentieel foerageergebied. De sloop van de bebouwing en de werkzaamheden voor het bouwrijp maken hebben daarom een indirect effect op de functionaliteit van verblijfplaatsen. Gedurende het onderzoek zijn geen vliegroutes waargenomen. Essentiële vliegroutes worden daarom niet in het plangebied verwacht. Er zijn geen zomer-, kraam- en/of paarverblijfplaatsen waargenomen.

5.2 Toetsing aan de Wet natuurbescherming Door de ingreep verdwijnt foerageergebied voor gewone en ruige dwergvleermuis. Het vernietigen van zulke plekken heeft indirect effect op de verblijfplaatsen van vleermuizen leidt tot een overtreding van Artikel 3.5 (doden, verstoren, verblijfplaatsen vernielen) van de Wet natuurbescherming, zoals weergeven in Tabel 3. Tabel 3 Resultaten van de toetsing per soort en functie (Indien van toepassing aangegeven met X of met toelichting). Soort

Ingreep/

Art. 3.1 lid 1

Art. 3.1 lid 4

Art. 3.1 lid 2

activiteit

Art. 3.5 lid 1

Art. 3.5 lid2

Art. 3.5 lid 4

(doden)

(verstoren)

(beschadigen/ vernielen verblijfplaats)

Gewone

Kap van bomen,

Indirect

dwergvleermuis

verwijdering van

effect

Indirect effect

Indirect effect (een verblijfplaats wordt

begroeiing

minder geschikt als gevolg van aantasting van nabij gelegen foerageergebied)

Ruige

Kap van bomen,

Indirect

dwergvleermuis

verwijdering van

effect

begroeiing

Indirect effect

Indirect effect (een verblijfplaats wordt minder geschikt als gevolg van aantasting van nabij gelegen foerageergebied)

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

10

Conclusies en vervolgstappen 6.1 Conclusies Algemeen •

Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit het Kennisdocumenten Gewone Dwergvleermuis en het Vleermuisprotocol 2023, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd.

•

Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

Resultaten •

Het plangebied fungeert als essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis.

•

Het plangebied fungeert als essentieel foerageergebied voor de ruige dwergvleermuis.

•

In het kraamseizoen zijn geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen waargenomen.

•

In het plangebied zijn geen paarverblijfplaatsen aanwezig.

•

Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van winterverblijfplaatsen voor grotere aantallen dieren.

•

Er is geen sprake van een vliegroute.

Effecten •

(Indirecte) effecten op verblijfplaatsen als gevolg van het wegnemen van het foerageergebied.

Toetsing •

Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden lid 1, 2 en 4 van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden.

6.2 Vervolgstappen •

Voordat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, dient een mitigatieplan te worden opgesteld. In dit plan staat beschreven op welke manier de negatieve effecten worden verzacht dan wel worden voorkomen.

•

Wanneer uit dit mitigatieplan blijkt dat foerageergebied niet behouden kan blijven, moet er een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. In dat geval dient het mitigatieplan ook als onderbouwing bij de ontheffingsaanvraag. Bij de ontheffingsaanvraag is er een wettelijk belang nodig én dient de staat van instandhouding niet te verslechteren door de ingreep.

•

Na het verkrijgen van de ontheffing moet vaak een ecologisch werkprotocol worden opgesteld.

•

De werkzaamheden zijn tevens een kans om natuurinclusief te werken. Hiermee kunnen vaak op relatief eenvoudige manier extra maatregelen genomen worden die bijdragen aan behoud en herstel biodiversiteit. Dit kan vaak goed in combinatie met de wettelijke maatregelen die nodig zijn voor de mitigatie.

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

11

Bronnen 7.1 Literatuur •

Barataut, M., 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze. Muséum national d’Histoire naturelle, Paris [Inventaires et biodiversité series].

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur.

•

Middleton, N., A. Froud & K. French. (2014) Social Calls of the Bats of Britain and Ireland. Pelagic Publishing, Exeter.

•

Pfalzer, G., 2002. Inter- und intraspezifische Variabilität der Soziallaute. Fachbereich Biologie der Universität Kaiserslautern.

•

Sachteleben, J. & O. von Helversen, 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat. In: Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.

•

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021, maart 2021. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol].

7.2 Websites •

wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01

•

www.bij12.nl

•

www.telmee.nl

•

www.verspreidingsatlas.nl/

•

www.vleermuis.net

•

www.waarneming.nl

•

www.zoogdiervereniging.nl

Onderzoek vleermuizen Aletta Jacobslaan, Purmerend

RA23038-01

12

Bijlage 1.

Kaart waarnemingen vleermuizen

Bijlage 4 Notitie stikstofdepositie

Notitie DNS Planvorming BV DNS Planvorming B.V.

Van: Datum:

30 november 2023

Betreft:

Berekening stikstofdepositie Aletta Jacobslaan 7 Purmerend

1.

Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01

Inleiding

Aan de Aletta Jacobslaan in de wijk Overwhere Zuid bevindt zich de voormalige basisschool M.L.Kingschool. Stichting Wooncompagnie en Stichting Odion hebben het initiatief genomen om op deze plek een woon-zorggebouw te realiseren met 32 zorgwoningen en dagbesteding voor cliënten van Odion. Daarnaast heeft Wooncompagnie het voornemen om een appartementengebouw te realiseren met 18 sociale huurwoningen. Om de stikstofdepositie van het project te berekenen is de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (Aerius 2023 v3) gebruikt.

2.

Uitgangspunten

Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fasen te onderscheiden; de gebruiksfase en de aanlegfase. De situatie met de hoogste projectbijdrage is bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is 'Wormer en Jisperveld & Kalverpolder' op circa 4 kilometer afstand van het plangebied.

3.

Gebruiksfase

Er worden maximaal 50 appartementen gerealiseerd. Uitgangspunt is dat de appartementen worden gerealiseerd zonder gasaansluiting of andere stookinstallaties, zodat van emissie uit het gebouw geen sprake is. Alleen de verkeersaantrekkende werking is relevant. Voor etagewoningen in de categorie huur - midden/goedkoop (inclusief sociale huur) wordt in de CROW-publicatie 381 'Kencijfers Verkeersgeneratie en Parkeren' uitgegaan van gemiddeld 3,6 verkeersbewegingen per woning per dag. Dit leidt tot een verkeersgeneratie van 180 motorvoertuigen per dag als gevolg van de sociale huurwoningen. De berekening is uitgevoerd voor het jaar 2025, wanneer de woningen naar verwachting in gebruik kunnen worden genomen. De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in bijlage 1. Uit de berekeningen blijkt dat op alle rekenpunten de projectbijdrage van de gebruiksfase van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.

4.

Aanlegfase

De stikstofemissies tijdens de aanlegfase bestaat uit bouwverkeer en het gebruik van mobiele werktuigen voor de sloop, bouw en herinrichting van de locatie. De aanlegfase zal maximaal een jaar in beslag nemen. De berekening is uitgevoerd voor het jaar 2024 waarin de werkzaamheden naar verwachting zullen starten. Worst-case uitgangspunt is dat alle werkzaamheden in dit jaar plaatsvinden. Voor het verkeer ten behoeve van het bouwplan is (worst-case) uitgegaan van 5 busjes (licht verkeer) en 1 vrachtwagen (zwaar verkeer) per werkdag van en naar het plangebied. Bij 230 werkbare dagen per jaar kom dit voor de bouwperiode neer op 2.300 verkeersbewegingen licht verkeer en 460 verkeersbewegingen zwaar verkeer. Het verkeer is als lijnbron gemodelleerd vanaf het plangebied tot aan de aansluiting met de A7. Pagina 1

Notitie Om de stikstofuitstoot en -depositie gedurende de aanlegfase te berekenen zijn een aantal uitgangspunten genomen. In de berekening is uitgegaan van materieel in Stageklasse IV (bouwjaar 2014 - 2018). Per type voertuig zijn het vermogen en de draaiuren ingeschat. Aan de hand hiervan is de uitstoot bepaald. De emissies van de mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als vlakbron.

Graafmachine Dumper Heistelling Betonpomp Mobiele kraan Laden en lossen zwaar verkeer

Stage IV (75-560kW) (bj 2014-2018) Stage IV (75-560kW) (bj 2014-2018) Stage IV (75-560kW) (bj 2014-2018) Stage IV (75-560kW) (bj 2014-2018) Stage IV (75-560kW) (bj 2014-2018) Zware utiliteitsvoertuigen (>6L cilinderinhoud) op diesel

160 80 80 80 160 120

1.920 1.000 1.800 696 3.600

Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01

Adblue verbruik (liger/jaar)

Brandstofverbruik (ligerjaar)

Draaiuren

Stagejkasse

Tabel 1: Geschatte materieelinzet en geproduceerde stikstof in de aanlegfase

DNS Planvorming B.V.

134 70 126 48 252

De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in bijlage 2. Uit de berekeningen blijkt dat op alle rekenpunten de projectbijdrage van de aanlegfase van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.

5.

Conclusie

De maximale projectbijdrage als gevolg van de sloop, bouw en het gebruik van de woningen is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie leidt niet tot significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Het aanvragen van een vergunning Wet natuurbescherming voor stikstofdepositie is niet nodig. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de voorgaande situatie ook sprake was van stikstofuitstoot als gevolg van de gasgestookte verwarming van het bestaande gebouw en verkeersbewegingen van en naar de school. Deze uitstoot komt met het project te vervallen. Ook zonder de verrekening van deze bestaande stikstofuitstoot (interne saldering) is geen sprake van een toename van stikstofdepositie.

Pagina 2

Bijlage 1

Aeriusberekening gebruiksfase

DNS Planvorming BV

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

DNS Planvorming BV Aletta Jacobslaan 7, 1442AG Purmerend A. Jacobslaan Bouw maximaal 50 woningen op locatie voormalige basisschool

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rb2XwjZVxveq 30 november 2023, 16:54 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rb2XwjZVxveq (30 november 2023)

2025 -

1,2 kg/j

32,5 kg/j

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

Rb2XwjZVxveq (30 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

1,2 kg/j

32,5 kg/j

3/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14427394/1