K Randvoorwaarden ontwikkeling Kom A7 ikv ontheffingsaanvraag
Tekst van het document
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
G&G-rapport 2021-49
Randvoorwaarden ontwikkeling Kom A7 in het kader van ontheffingsaanvraag
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend Mitigatie en compensatie in het kader van herontwikkeling Kom A7
2021
Opdrachtgever Gemeente Purmerend
G&G-rapport 2021-49
Datum Versie
19 augustus 2021 V2
Gecontroleerd door:
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
3
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................... 5
1.2
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
Het plangebied en de plannen 2.1
7
Deelgebieden ........................................................................................................... 8 2.1.1 Deelgebied 1.............................................................................................................. 8 2.1.2 Deelgebied 2.............................................................................................................. 8 2.1.3 Deelgebied 3.............................................................................................................. 9 2.1.4 Deelgebied 4............................................................................................................ 10
2.2
Plannen en ontwikkeling ....................................................................................... 11 2.2.1 Beheer ..................................................................................................................... 13
3
Soorten, effecten en maatregelen
14
3.1
Flora ....................................................................................................................... 14
3.2
Vissen ..................................................................................................................... 15
3.3
Amfibieën (Rugstreeppad)..................................................................................... 15
3.4
Niet jaarrond beschermde soorten vogels ............................................................ 15
3.5
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten .................................................. 16 3.5.1 Gebiedsvereisten..................................................................................................... 16 3.5.2 Bedreigingen en storingsbronnen ........................................................................... 17 3.5.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ....................................................... 18
3.6
Grondgebonden kleine zoogdieren (muizen) ........................................................ 21
3.7
Marterachtigen ...................................................................................................... 21 3.7.1 Gebiedsvereisten..................................................................................................... 22 3.7.2 Bedreigingen en storingsbronnen ........................................................................... 22 3.7.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ....................................................... 24
3.8
Vleermuizen ........................................................................................................... 27 3.8.1 Gebiedsvereisten..................................................................................................... 27 3.8.2 Bedreigingen en storingsbronnen ........................................................................... 28 3.8.3 Mitigerende en compenserende maatregelen ....................................................... 29
3.9
Overige fauna ........................................................................................................ 29
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
4
4
Ontheffing verbodsbepalingen Wnb
30
5
Literatuur
32
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding en doel De gemeente Purmerend is samen met hotelketen Van der Valk bezig met de herontwikkeling van de Kom A7 aan de buitenrand van de stad. Voor de ontwikkeling is een bestemmingswijziging noodzakelijk. Purmerend ligt in de provincie Noord-Holland. De precieze plannen betreffen de ontwikkeling van een hotel en ontwikkeling van het naastgelegen bos tot een attractief recreatiegebied. Uit ecologisch veldonderzoek tussen 2015 en 2021 is gebleken dat in de Kom A7 onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten zoogdieren en vogels (ook met jaarrond beschermde nesten) voorkomen. Het betreft de Boommarter, diverse soorten roofvogels, uilen en vleermuizen. Zie verder hoofdstuk 3 voor nadere informatie met betrekking tot aangetroffen soorten. Omdat gevolgen van de plannen op de aangetroffen verblijfplaatsen en leefgebieden van de soorten niet zijn uit te sluiten, de soorten (niet provinciaal vrijgestelde) beschermde soorten zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) en deze worden genoemd in de Vogel- en Habitatrichtlijn in bijlage IV, is het noodzakelijk ontheffing van de Wnb aan te vragen. Ontheffingen zullen alleen worden afgegeven als er zekerheid bestaat dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ‘gunstige staat van instandhouding (gsvi) van deze soorten in het gebied door de voorgenomen plannen.
Met andere woorden, de soorten moeten kunnen blijven voorkomen in de toekomst en er mag geen sprake zijn van belangrijke achteruitgang of verminderde reproductie. Dit betekent in praktijk dat maatregelen in de uitvoerfase en de gebruik fase nodig kunnen zijn om negatieve effecten op te heffen of te verminderen. Gemeente Purmerend heeft Van der Goes en Groot gevraagd aan te geven welke maatregelen/planuitvoer nodig zijn om te voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de gsvi van de diverse soorten. Deze maatregelen zouden vervolgens beschreven en uitgewerkt moeten worden in een ‘activiteitenplan’ dat als toelichting kan dienen bij een in te dienen ontheffingsaanvraag. Onderliggend document beschrijft mogelijke maatregelen en geeft informatie over het kansrijk indienen van de ontheffingsaanvraag. Het plan is gebaseerd op een effectstudie en beschikbare relevante literatuur die vooral is verschenen op grond van periodieke inventarisatierondes die zijn uitgevoerd in het gebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
6
1.2
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de plannen en het plangebied beschreven en worden deelgebieden aangegeven. In hoofdstuk 3 worden per onderzochte soortgroep in het verleden de resultaten besproken van de verschillende jaren en wordt, als beschermde gebruiksfuncties zijn vastgesteld, aangegeven wat de gebiedsvereisten zijn voor die gebruiksfunctie, wordt aangegeven hoe die gebruiksfunctie kan worden bedreigd en wat voor maatregel genomen kunnen worden om die te behouden of zelfs te versterken. In hoofdstuk 4 wordt samenvattend aangegeven welke verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden kunnen worden en hoe dergelijke overtredingen voorkomen kunnen worden of wanneer ontheffing nodig is. Na dit hoofdstuk volgt een lijst met geraadpleegde en relevante literatuur.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
2
7
Het plangebied en de plannen In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het Beusebos/Kom A7 (hierna: Kom A7) gebied bestaat uit vier delen. Voor beschrijving van de gebiedsdelen, zie §2.1. De Kom A7 is een gebied van ± 17 hectare aan de rand van de stad en de A7. Het plangebied is aan de oostzijde geheel omgeven door de drukke A7 en de dichte stedelijke bebouwing van Purmerend. Aan de westzijde ligt het open, voornamelijk agrarisch gebruikte, polderland van de Wijdewormer en het Wormer- en Jisperveld. Het voormalige zanddepot voor de aanleg van de snelweg is gaandeweg begroeid geraakt met diverse bosschages en struwelen. Er is geen gericht beheer als recreatie- of natuurgebied en het terrein is daardoor zeer sterk verruigd. De aanwezige brede bermen langs de A7 en de lokale wegen worden regelmatig gemaaid. Vanwege vandalisme en illegaal crossen met motoren is in de loop van 2018 het gebied geheel afgesloten voor publiek middels een hek.
Kom A7 (rode omgrenzing) met de verschillende beschreven deelgebieden. Deelgebied 5 met daar omheen een blauwe cirkel betreft ruwweg de plek met de beoogde ontwikkeling van een hotel op het terrein.
2
5
1 3 4
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
8
2.1
Deelgebieden
2.1.1
Deelgebied 1 Deelgebied 1 betreft het meest natuurlijke, meest rustige en meest natte deel van de Kom A7. Het gebied ligt zuidwestelijk van de Laan der Continenten en wordt niet doorsneden door enige infrastructuur. Het gebied is zeer slecht doordringbaar vanwege natte ondergrond en dichte ondergroei. Het gebied is vrijwel geheel bebost met vooral Schietwilgen, Gewone essen. eiken en esdoorns. In de ondergroei staan veel jonge bomen en veel vlieren. De kruidlaag is zeer voeldselminnend met veel Grote brandnetel, Kleefkruid, Look zonder Look, etc. Langs de randen van het bos groeit veel Reuzenberenklauw.
Dicht begroeid en ondoordringbaar bos in deelgebied 1.
2.1.2
Deelgebied 2 Deelgebied 2 is het grootste in het gebied en het deelgebied waar de hotelontwikkeling is gepland. Ook dit gebied is zwaar bebost, vergelijkbaar met deelgebied 1 maar dit deelgebied is droger en wel doorsneden door een aantal bredere en smallere paden. In deelgebied 2 ligt in het zuiden een grote plas die altijd waterhoudend is. De plas is niet beschoeid en heeft glooiende waterboden en oeverranden. De plas wordt omgeven door een brede oeverzone met Riet en hoge oeverplanten zoals lisdodde, Harig wilgenroosje,
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
9
Gele lis en Kattenstaart. De plas is deels beschaduwd en er is veel bladval hetgeen de waterkwaliteit matig maakt. Deelgebied 1 is sinds 2018 afgesloten waarmee het zeer rustig is geworden hetgeen ongetwijfeld een gunstige invloed heeft gehad op de natuurlijke ontwikkeling.
Plas in deelgebied 2.
2.1.3
Deelgebied 3 Deelgebied 3 betreft de tussen drukke infrastructuur gelegen snelwegplasjes rond de afslag. Rond de plasjes ligt een dichte en ruige begroeiing met vochtig bos, ruigtes en hoog, ruig grasland dat nabij de wegen periodiek wordt gemaaid als bermvegetatie. Ondanks het ruige karakter van de vegetatie liggen de floristisch meest waardevolle delen van de kom A7 in het noordelijk deel van deelgebied 3. Op meer zandige delen groeit hier een meer open, bloemrijke vegetatie en ook de Rietorchis is hier aanwezig. Het spreekt voor zich dat deelgebied 3 zeer sterk geïsoleerd en versnipperd ligt en uitwisseling met andere deelgebieden moeilijk is en veel verkeersslachtoffers zal kosten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
10
Aangereden Boommarter langs de afrit van de A7 tussen deelgebied 2 en 3 in 2018.
2.1.4
Deelgebied 4 Het meest zuidelijk gelegen deelgebied betreft een agrarisch gebruikt graslandengebied dat in particulier bezit is en daarmee eigenlijk buiten de begrenzing van de Kom A7 moet worden geplaatst. Ecologisch is dit deel van het gebied echter sterk verbonden met deelgebied 1 en de soorten van dit bosdeel zal veel gebruik maken van de zomen en niet zeer intensief gebruikte graslanden binnen dit deelgebied.
Deelgebied 4 met op de achtergrond deelgebied 1.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
2.2
11
Plannen en ontwikkeling Het Beusebos/Kom A7 is grotendeels eigendom van de gemeente Purmerend en maakt planologisch gezien deel uit van het bestaand stedelijk gebied. Deelgebied 4 en de afritten van de snelweg zijn niet in bezit van de gemeente. Bij de onderstaande beschrijving wordt uitgegaan van het schetsontwerp Beusebos/Kom A7 Purmerend uit januari 2020. De actuele stand van zaken op grond van dit ontwerp is dat de gemeenteraad heeft besloten om circa 2,3 hectare van het gebied uit te geven voor de bouw van een hotel. De overige ruim 14 hectare wordt ingericht als natuur-, recreatie- en wandelbos met een educatief karakter. Het grootste deel van het groen blijft daardoor behouden en kan gebruikt worden door zowel bezoekers van het hotel als inwoners van Purmerend en buurgemeenten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
12
De uit te geven kavel voor hotelontwikkeling met parkeerterrein (deelgebied 5) ligt in het meest dicht beboste deel van de Kom A7 met dicht essenbos. Het hotel zal worden met een hoge toren die 70 meter hoog zal kunnen worden. Rond het hotel maar ook in andere delen van de Kom A7 wordt de padenstructuur uitgebreid met smalle bospaden. Ook in deelgebied 1 wordt rondom een pad voorzien. De plas in deelgebied 2 wordt ontsloten met vlonderpaden, een terras en vissteiger en komt direct naast het hotel te liggen. Her en der worden in deelgebied 2 educatiepunten, kleinschalige speelplaatsen en een rustpunt aangelegd. De Laan der Continenten wordt voorzien van faunapassages waardoor deelgebied 1 en 2 meer verbonden kunne worden en calamiteiten worden verminderd. Een belangrijke ontwikkeling die met zekerheid binnen een aantal jaar wordt verwezenlijkt maar die niet wordt aangestuurd door de gemeente, is de herinrichting van de afrittenstructuur van de A7 ter hoogte van de Kom A7. De huidige afrit zal daarbij verdwijnen. Deze ontwikkeling wordt. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de uitvoer van deze herinrichting.
Toekomstige afrittenstructuur van de afrit ter hoogte van de Kom A7, uit te voeren door Rijkswaterstaat.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
2.2.1
13
Beheer Er wordt een natuurlijk bosbeheer voorgestaan zonder actief beheer. Dood hout kan blijven liggen en staan zolang geen veiligheidsrisico ontstaat. Gewone essen aangetast met de essentaksterfte kunnen blijven staan. In de boszoom wordt een geleidelijke overgang van grasland en ruigte naar bos gestimuleerd. De plas wordt verder voorzien van glooiende oevers en hier worden ook diepere delen voorzien voor de winteroverleving van vissen en amfibieën.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
14
3
Soorten, effecten en maatregelen Tussen 2015 en 2021 zijn periodiek ecologische onderzoeken uitgevoerd naar te verwachten beschermde soorten die zijn aangegeven in een ecologische quickscan (GROOT & DE BEER, 2015). De onderzoeken zijn regelmatig herhaald om ontwikkelingen in het gebied te kunnen volgen. In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de uitgevoerde onderzoeken.
Uitgevoerde ecologische onderzoeken naar verwachte beschermde soorten en soortgroepen. *= Alleen deelgebied 5 **= Ringslang
Flora Vissen Amfibieën (Rugstreeppad) Niet jaarrond beschermde broedvogels Jaarrond beschermde broedvogels Grondgebonden kleine zoogdieren (muizen) Marterachtigen Vleermuizen Overige fauna
2015/2016 X X X X X X X -
2017 X X X -
2018 X X X X X X X**
2020
2021
X
X*
X X
Hieronder wordt per soortgroep aangegeven of verblijfplaatsen of (essentiële) functionele gebruiksfuncties van beschermde soorten zijn aangetroffen. Er wordt bekeken wat de aangetroffen beschermde soorten nodig hebben en welk biotoop belangrijk is om populaties te behouden. De bedreigingen (stromingsbronnen) voor de soorten in het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden geanalyseerd en mogelijke maatregelen om de storing op te heffen of te minimaliseren, worden aangegeven.
3.1
Flora De aangetroffen Rietorchis in 2015/2016 was in dat jaar nog beschermd onder de toenmalige Flora- en faunawet. Na 2017 is de bescherming weggevallen. Er zijn buiten deze soort geen andere beschermde soorten planten gevonden en deze worden in het voedselrijke ruige gebied ook niet verwacht. Er is geen ontheffing nodig voor flora.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
3.2
15
Vissen In het plangebied werd in 2016 op één locatie Bittervoorn gevangen. Deze soort was strikt beschermd onder de FF-wet (Tabel 3). Op aantal plekken werd toen tevens de Kleine modderkruiper gevangen. Deze soort was onder de FF-wet zwaar beschermd (Tabel 2). De twee aangetroffen beschermde soorten (onder de toenmalige Flora- en faunawet) zijn na 2017 niet meer landelijk beschermd (behalve in bepaalde Natura 2000-gebieden). Het betreft Kleine modderkruiper en de Bittervoorn. Er zijn buiten deze soorten geen andere beschermde soorten vissen te verwachten. Er is geen ontheffing nodig voor vissen.
3.3
Amfibieën (Rugstreeppad) In 2016 en 2018 werden geen beschermde Rugstreeppadden gehoord of gezien. Van andere beschermde, niet vrijgestelde soorten amfibieën worden geen wilde populaties verwacht in het gebied. Er is geen ontheffing nodig voor Rugstreeppad of andere soorten amfibieën.
3.4
Niet jaarrond beschermde soorten vogels Er werden in 2016 en 2018 respectievelijk 39 en 34 soorten vogels aangetroffen in het gebied waarvan in 2016 vijf ‘categorie 5’ soorten, te weten pimpel- en koolmees, Boomkruiper, Grote bonte specht en Zwarte kraai. Gezien het rond de hotelontwikkeling aanwezige omliggende biotoop met bossen en oude bomen, is er geen ecologische zwaarwegende reden om deze soorten te beschouwen als soorten met een jaarrond beschermd nest. Het is wel belangrijk dat binnen de hotelontwikkeling activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaatsvinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Dit geldt voor de categorie 5 soorten maar ook voor de andere aangetroffen soorten. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt!
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
16
3.5
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten In alle onderzoeksjaren in de Kom A7 is aandacht geweest voor in bomen broedende roofvogels. De enige constante bij de inventarisaties is de Havik die alle jaren gebroed heeft op hetzelfde nest in deelgebied 1. Ook de Buizerd is alle jaren aanwezig geweest, meestal alleen jagend of rustend, soms ook territoriaal roepend. Alleen in 2020 werd een (succesvol) broedgeval geconstateerd in deelgebied 2. Het nest dat toen gebruikt werd was in 2021 weer verlaten en beschadigd (VAN DER MEER, 2021). In 2017, 2018 en 2020 werden in het gebied Ransuilen waargenomen, meest in deelgebied 2. Meestal waren de vogels foeragerend in de wegbermen of rustend aanwezig. Er is nooit een territoriale vogel vastgesteld en er is nooit een nestvondst gedaan of een waarneming van piepende jongen verricht. In 2018 werd eenmalig een broedende Sperwer vastgesteld in deelgebied 2.
3.5.1
Gebiedsvereisten Nestplaatsen, verblijfsmogelijkheden De vogels hebben bomen met liefst bestaande nesten nodig om te broeden. Oude nesten van bijvoorbeeld kraaien worden uitgebouwd en kunnen meerdere jaren achter elkaar worden gebruik, zoals door de Havik in deelgebied 1. Zeker de Sperwer maar ook de Buizerd zijn zelf ook in staat grote delen van een nest of een geheel nest te bouwen, de Sperwer kan ook een kleiner duivennest of een gaaiennest gebruiken om uit te bouwen. De nesten moeten in rustige bosvakken liggen met minimaal 50-100 meter rustig bos er omheen. Hierbij moet worden bedacht dat de soorten veelal elkaar ook niet dulden en zeker een Havik actief broedende roofvogels en uilen rond zijn nestplaats zal verjagen (of prederen!). Rust De aangetroffen roofvogels zijn alle relatief schuw en hebben rustige terreindelen nodig om te broeden en te rusten. De Buizerd rust aan de randen van bossen en combineert het rusten soms met jagen in lage terreindelen. De andere soorten rusten dieper in bosvakken. Foerageermogelijkheden Al de aangetroffen soorten hebben bij het foerageren een redelijk grote actieradius van enkele kilometers (Ransuil, Sperwer) tot wellicht afstanden tot 10 kilometer (Havik). De Kom A7 biedt vooral voor de Ransuil en ook de Buizerd foerageergebied waarbij de overgangen tussen de lagere terreindelen zoals wegbermen of zomen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
17
(muizen) in combinatie met hogere bosranden (uitvalmogelijkheden, luwte) de voorkeur hebben.
3.5.2
Bedreigingen en storingsbronnen Door de plannen kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Vaak zal het lastig zijn om de storingsbronnen en bedreigingen puur te scheiden omdat ze in wisselwerking of gezamenlijk optreden en elkaar kunnen versterken. Deze mogelijke effecten kunnen zowel optreden bij de aanleg en als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. Areaalverlies Direct areaalverlies treedt vooral op door het kappen van een rustig en dicht bosvak voor de hotelontwikkeling. De schade betreft vooral het wegnemen van een potentieel broedgebied voor de roofvogels hoewel dit bosdeel relatief dicht bij het haviknest is gelegen dat aanwezig is in deelgebied 1. Dit bosvak was in 2020 in gebruik als broedplaats voor Buizerd maar werd in 2021 niet meer zodanig gebruikt. Indirect areaalverlies treedt op door (optische) verstoring en geluid van bijvoorbeeld wandelaars en honden of werkmensen bij de aanleg van het hotel. Hierbij kunnen nestplaatsen, rustgebied en foerageergebied (boszomen) worden verstoord. Dit indirecte areaalverlies hangt nauw samen met de versnippering door (nieuwe) paden en infrastructuur. Ook bebossing van open terreindelen (bijvoorbeeld als compensatie voor bomenkap) kan leiden tot areaalverlies omdat de combinatie tussen open en lage terreindelen (op termijn) verdwijnt.
Zoals eerder aangegeven gebruiken de roofvogels deze overgangsgebieden als foerageergebied en rustgebied (Buizerd). Een ander aspect hierbij is dat als bermen of lage terreindelen nabij wegen worden (her)bebost, de vogels dichter bij wegen kunnen gaan rusten en foerageren en mogelijk worden aangereden. Versnippering Versnippering treedt vooral op door aanleg van recreatieve paden, vooral als deze door bospercelen heen lopen. Het belangrijkste negatieve effect dat versnippering teweeg brengt voor roofvogels is dat mogelijke nestplaatsen (dichte bosvakken) te onrustig worden en daarmee ongeschikt. De toenemende verkeersintensiteit die te verwachten is vanwege nieuwe hotelgasten leidt tot zwaardere versnippering en mogelijk calamiteiten. Vooral de Laan der Continenten is hierbij belangrijk. De huidige wegeninfrastructuur rond de Kom A7 leidt overigens ook tot versnippering en mogelijk calamiteiten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
18
Optische verstoring en geluid Optische verstoring betreft de aanwezigheid van mensen maar ook vooral honden en soms andere objecten die niet in een natuurlijke omgeving te verwachten zijn. Roofvogels zijn erg gevoelig voor optische verstoring omdat ze veelal op hetzelfde moment (dag) actief zijn als de storingsbron en roofvogels relatief schuwe vogels zijn. Optische verstoring wordt door de plannen vooral mogelijk door uitbreiding en (opnieuw) openen van de recreatieve infrastructuur. Zeker als vanaf de paden bosvakken te betreden zijn (door honden bijvoorbeeld) is sprake van een extra uitstralend effect. Ook extra padenstructuur langs de randen van het gebied leiden tot verstoring omdat hier de overgangen tussen bermen en lage terreindelen liggen die gebruikt kunnen worden door foeragerende en rustende roofvogels. Deze storing is minder ingrijpend dan verstoring van nestplekken in bosvakken en de impact zal in praktijk sterk samenhangen met de intensiteit van het gebruik van deze paden. Licht Door de hotelontwikkeling en aanleg van een parkeerterrein daarnaast zal lichthinder plaatselijk kunnen toenemen. De dagactieve roofvogels zullen hiervoor niet gevoelig zijn en ook Ransuil zal geen grote hinder ondervinden omdat aanwezige dichte bosvak geen erg geschikt foerageergebied is en de soort nu ook al in zeer verlichte snelwegbermen goed blijkt te kunnen jagen.
Verlichting van recreatieve infrastructuur wordt niet voorzien en zou zeer ongunstig zijn omdat dit nachtelijke activiteit in het gebied zou faciliteren.
3.5.3
Mitigerende en compenserende maatregelen Binnen de inrichtingsplannen maar ook binnen het toekomstige beheer kan rekening gehouden worden met aanwezig vestigingsgebied en rust/foerageergebied van roofvogels door een aantal maatregelen en keuzes. In het algemeen geldt dat verstorende (aanleg)werkzaamheden waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden niet in broedtijd moeten plaatsvinden.
3.5.3.1
Vestigingsgebied/verblijfsmogelijkheden Belangrijkste uitgangspunt om vestiging van roofvogels/uilen in het gebied te blijven mogelijk maken is door af te zien van het kappen van bomen met grote nesten en het creëren (bestendigen) van rustige grotere bospercelen in deelgebied 1,2 en 3. In het kaartje onder worden de zoekgebieden aangegeven waar de recreatieve ontwikkeling achterweg moet blijven of wel moet worden geminimaliseerd. Deze gebieden zullen dan geschikt zijn of blijven voor vestigende roofvogels.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
19
Potentiele grote en/of rustige bosvakken waar bij uitvoer van de plannen roofvogels kunnnen (blijven) vestigen als adequate maatregelen worden genomen.
De noordkant van deelgebied 2 en 3 is daarbij het meest geschikt omdat dit boscomplex het meest veraf gelegen is van deelgebied 1 met de reeds gevestigde Havik. Bij het aanleggen van recreatieve infrastructuur geldt: hoe minder, hoe beter. Als er paden door potentiele vestigingsgebieden voor roofvogels worden opengemaakt of aangelegd, kan het negatieve effect sterk worden verminderd door takkenrillen van te kappen bomen aan te leggen langs de paden om op die wijze het betreden van de naastgelegen bosgebieden te voorkomen. 3.5.3.2
Foerageergebieden Met name de bosranden met aangrenzende bermen ofwel andere overgangssituaties tussen hoge en dichte begroeiing en lage (gemaaide) delen zijn interessant als foerageergebieden voor de Buizerd en Ransuil. De randen met goede bezonning lijken daarbij geprefereerd te worden boven de noordelijke bosranden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
20
Dergelijke overgangssituaties worden verkleind/bedreigd door bosaanplant (bijvoorbeeld ter compensatie), verbossing en aanleg van recreatieve paden langs de randen van het gebied. Vanwege de grote actieradius van de roofvogels en de mogelijkheden om uit te wijken, zullen zeker niet alle bosranden behouden hoeven worden. De bosranden aan de zuid(oost)kant van deelgebied 1 en 2 alsmede de bosranden in deelgebied 3 en de bosrand aan de zuidwestkant van deelgebied 1 zouden voldoende geschikt foerageergebied leveren. Op lage delen zou hier moet worden afgezien van bosaanplant en moeten open stukken open gehouden worden. Het bermmaaibeheer in deelgebied 3 zou zelfs geïntensiveerd zou kunnen worden. Het is aan te bevelen bij het beheer te streven naar een wat zachte boszoom waarbij richting de bosrand enige struweelvorming of hogere kruidlaag wordt toegestaan en het maaibeleid extensiever wordt. Het bebossen van het meest zuidwestelijke deel in deelgebied 4 zou juist zeer gunstig kunnen uitpakken omdat hiermee extra foerageer en rustgebied wordt gecreëerd in een reeds rustig deel van het terrein en deze bosstrook als verbinding kan dienen met grootschalige groengebieden aan de westkant van Purmerend (zie verder onder §3.7).
Zone in het zuidwesten van de Kom A7 waar bosontwikkeling zeer gunstig kan zijn voor roofvogels en zoogdieren.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
21
Er moet langs deze bosranden dus geen verdere verruiming van (drukke) recreatieve paden worden gepland en deelgebied 1 zou vanwege de huidige rust zelfs volledig ontzien moeten worden. 3.5.3.3
Rust Als de maatregelen in de vorige twee paragrafen worden opgenomen in ontwerp en beheer, zullen tevens voldoende rustplekken aanwezig blijven voor roofvogels en uilen.
3.6
Grondgebonden kleine zoogdieren (muizen) Er is tweemaal valonderzoek gedaan om beschermde kleine zoogdieren (muizen) te vangen. Er zijn geen aanwijzingen verkregen dat dergelijke soorten in de Kom A7 verblijven of hier gebruik van maken. Schade voor dergelijke soorten wordt derhalve niet voorzien en ontheffing is niet nodig.
3.7
Marterachtigen In 2017, 2018 en 2020 is gericht onderzoek gedaan naar marterachtigen met (camera)vallen. Er werden in 2017 eenmaal wezelsporen aan de noordrand van deelgebied 1 gevonden en in alle inventarisatiejaren bleken (in toenemende aantallen en verspreiding) Boommarters aanwezig in het gebied. De eerste Boommarter melding in het gebied betreft een dood dier aan de zuidoostkant van de rotonde in augustus 2016 (NDFF 20112021). In maart 2017 wordt opnieuw een dood dier gevonden bij de rotonde (NDFF 2011-2021) en wordt een actieve Boommarter, gevestigd in een holle boom in deelgebied 1 vastgelegd.
Boommarter in een verblijfboom in het noordelijk deel van deelgebied 2.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
22
In 2018 wordt in eind april een dode Boommarter langs de A7 afrit gevonden en blijken de Boommarters reeds in zowel deelgebied 1 als 2 gevestigd. In 2020 zijn nog steeds in zowel deelgebied 1 als 2 Boommarters actief met toenemend aantal waarnemingen op de cameravallen en maximaal mogelijk 3 bij elkaar. In het noordelijk deel van deelgebied 2 wordt een verblijfboom gevonden met een rustende Boommarter. De kom A7 is de enige plek rond Purmerend waar waarnemingen van Boommarter bekend zijn. In de toekomst is vestiging aan de westrand van de stad en in het Purmerbos zeker te verwachten. De ontwikkeling van de populatie in de Kom A7 kan daarbij zelfs helpen.
3.7.1
Gebiedsvereisten Verblijfsmogelijkheden De Boommarters hebben allereerst rustige en ongestoorde bosvakken nodig van enige omvang waarbij het belangrijk is dat vestigingsmogelijkheden aanwezig zijn in de vorm van boomholtes of uitgerotte oude spechtengaten. Ook grote nesten van Kraaien kunnen als vestigingsplek dienst doen. Gezien de staat van de bossen en de aanwezige snelgroeiende boomsoorten die snel degraderen en vanwege hun zachte hout snel inrotten, is het gehele bosgebied van de Kom A7 potentieel geschikt. De aanwezigheid van een grote hoeveelheid holtes, gevonden in een uitgevoerd holte-onderzoek in 2018, ondersteunt deze beoordeling. Rust Boommarters zijn schuw en teruggetrokken en hebben rustige terreindelen nodig om overdag te rusten als ze niet actief zijn. De soort gaat in de nacht jagen en bezoekt daarbij dichte bosdelen maar ook de bosranden, ruigtes, omliggend grasland en bermen/oevers. Ze moeten hierbij uiteraard met rust gelaten worden en nachtelijke activiteit van mensen en katten/honden is daarbij ongunstig. Foerageermogelijkheden Het gehele gebied en ook omliggende gebiedsdelen zijn geschikt als foerageergebied en de Boommarter kan tot een kilometer rond zijn verblijfplek voedsel zoeken waarbij de mannetjes mobieler zijn dan de vrouwtjes.
De aanwezigheid van een goede muizenstand is belangrijk, aanwezigheid van natuurlijk bostype met ondergroei en dood hout maar ook de aanwezigheid van kruidenrijke bermen en lage terreindelen stimuleert de aantallen muizen.
3.7.2
Bedreigingen en storingsbronnen Net als bij de roofvogels is het lastig om de storingsbronnen en bedreigingen puur te scheiden omdat ze in wisselwerking of gezamenlijk optreden en elkaar kunnen versterken. Deze mogelijke
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
23
effecten kunnen zowel optreden bij de aanleg en als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. Areaalverlies Direct areaalverlies treedt op door het kappen van een rustig en dicht bosvak voor de hotelontwikkeling waar in 2020 een groot aantal foto’s zijn genomen van Boommarters. De schade betreft vooral het wegnemen van een potentieel foerageergebied en mogelijk vestigingsgebied voor de dieren. Indirect areaalverlies treedt op door (optische) verstoring en geluid van overdag rustende Boommarters door wandelaars en (vooral) honden of werkmensen bij de aanleg van het hotel. Hierbij kunnen vestigingsplaatsen en rustgebied worden verstoord. Dit indirecte areaalverlies hangt nauw samen met de versnippering door (nieuwe) paden en infrastructuur. Versnippering Versnippering treedt vooral op door aanleg van recreatieve paden, vooral als deze door dichte en hoge bospercelen heen lopen. Het belangrijkste negatieve effect dat versnippering teweeg brengt voor Boommarter is dat mogelijke verblijfplekken (dichte bosvakken) te onrustig worden en daarmee ongeschikt. Uit de waarnemingen in het verleden blijkt reeds dat de Boommarter zeer gevoelig is voor verkeer en dat de Kom A7 hierbij een extra gevaarlijk gebied is van wege bestaande versnippering door drukke wegen. Vooral de afritten van de A7 en de Laan der Continenten zijn hierbij belangrijk.
De snelwegeilanden in deelgebied 3 zijn kennelijk voor de Boommarters aantrekkelijk waardoor de afritten gevaarlijk zijn. Ook voor de Boommarter geldt dat het dichtbij drukke wegen aanplanten van bomen met ondergroei voor de soort extra gevaar kan opleveren omdat de dieren dan vanuit de dekking direct de weg kunnen oprennen en kunnen worden gedood. Optische verstoring en geluid Optische verstoring betreft de aanwezigheid van mensen maar ook vooral honden, katten en soms andere objecten die niet in een natuurlijke omgeving te verwachten zijn. De Boommarter is gevoelig voor optische verstoring maar omdat de activiteitspiek van de dieren in de nacht niet samenvalt met het moment dat mensen en honden actief zijn, is alleen belangrijke verstoring mogelijk van de dagrustplekken en wordt geen belangrijk effect tijdens foerageren of andere activiteiten verwacht. Optische verstoring wordt door de plannen vooral mogelijk door uitbreiding en (opnieuw) openen van de recreatieve infrastructuur. Zeker als vanaf de paden bosvakken te betreden zijn (door honden bijvoorbeeld) is sprake van een extra uitstralend effect.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
24
Licht Door de hotelontwikkeling en aanleg van een parkeerterrein daarnaast zal lichthinder plaatselijk kunnen toenemen. Het wordt niet verwacht dat Boommarter hier zeer gevoelig voor is. Verlichting van recreatieve infrastructuur wordt niet voorzien en zou zeer ongunstig zijn omdat dit nachtelijke activiteit in het gebied zou faciliteren.
3.7.3
Mitigerende en compenserende maatregelen Binnen de inrichtingsplannen maar ook binnen het toekomstige beheer kan rekening gehouden worden met aanwezig vestigingsgebied en rust/foerageergebied van Boommarter door een aantal maatregelen en keuzes. In het algemeen geldt dat verstorende (aanleg)werkzaamheden waarbij gevestigde dieren verstoord of jonge dieren gedood/verwond kunnen worden, buiten de gevoelige (voortplantings)periode (grofweg maart-augustus) plaatsvinden.
3.7.3.1
Vestigingsgebied/verblijfsmogelijkheden Belangrijkste uitgangspunt om vestiging van Boommarter in het gebied te blijven mogelijk maken is door af te zien van het kappen van bomen met holtes/grote nesten en het creëren (bestendigen) van rustige grotere bospercelen in deelgebied 1 en 2. Het betreft in grote lijnen dezelfde gebieden en maatregelen als die voor de roofvogels (zie §3.5.3.1) met uitzondering van deelgebied 3 waar vanwege gevaar door verkeer, het gebruik zoveel mogelijk ontmoedigd zou moeten worden. Om het aanbod aan holtes te diversifiëren en uit te breiden wordt aanbevolen een aantal boommarterkasten te plaatsen in de beoogde vestigingsgebieden. Voorgesteld wordt om 4 (verschillende) kasten aan te brengen in de geschikte bossen en eventueel te monitoren of deze worden gebruikt door de marters. Bij het aanleggen van recreatieve infrastructuur geldt ook voor de Boommarter: hoe minder, hoe beter. Voor de Boommarter geldt in tegenstelling tot roofvogels echter wel dat paden langs het gebied minder schadelijk zijn dan degene die bospercelen doorsnijden.
Als er paden door potentiele vestigingsgebieden voor Boommarter worden opengemaakt of aangelegd, kan het negatieve effect ook voor deze soort sterk worden verminderd door takkenrillen van te kappen bomen aan te leggen langs de paden om op die wijze het betreden van de naastgelegen bosgebieden (met name door honden) te voorkomen.
3.7.3.2
Foerageergebieden De impact op foerageergebied voor Boommarter betreft vrijwel alleen het verlies aan foerageergebied door direct areaalverlies. Op
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
25
andere terreindelen valt foerageeractiviteit van de marters niet samen met activiteit van mensen en honden. Door bosaanplant kan foerageergebied voor Boommarter worden vergroot maar dergelijk bos wordt pas interessant als het een sterk natuurlijke uitstraling krijgt en ook ondergroei wordt toegestaan. Natuurlijke ontwikkeling nabij wegen is lastig omdat omvallende bomen of afwaaiende dode takken niet gewenst zijn. Het aanleggen van ondergroei nabij wegen maakt bosgebied gevaarlijk omdat de Boommarters meteen de weg op kunnen rennen. Bosaanplant nabij wegen wordt om deze redenen niet aanbevolen, temeer omdat lage open bermen, zeker als enige struweelvorming aan de bosrand wordt toegestaan en een zachtere overgang ontstaat, een geschikt foerageergebied zijn voor de marters met minder kans op calamiteiten. Om foerageergebied te compenseren dat verloren gaat door direct areaalverlies is het belangrijker in te zetten op verbinding en ontsnippering. 3.7.3.3
Verbinding en ontsnippering In de vorige paragraaf is aangegeven dat het aanplanten van bomen langs wegen niet wordt aanbevolen. Het bebossen van het meest
Dekking in het zuidwesten van het plangebied kan het grote groengebied westelijk van Purmerend ontsluiten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
26
zuidwestelijke deel in deelgebied 4 zou echter juist zeer gunstig kunnen uitpakken omdat hiermee extra foerageer en rustgebied wordt gecreëerd in een reeds rustig deel van het terrein maar vooral omdat deze bosstrook als verbinding kan dienen met grootschalige groengebieden aan de westkant van Purmerend. Het is hierbij aan te bevelen dat onder het viaduct een stobbenwal wordt aangelegd en dat dekking biedend struweel in bermen kan worden aangeplant. De zone westelijk van Purmerend met moerassen en moerasbossen is zeer geschikt leefgebied voor Boommarter en de zone langs Purmerend zou door aanwas van dieren gebruikt kunnen worden om uiteindelijk ook andere gebied rond Purmerend te koloniseren, zoals het Purmerbos. Andere belangrijke ontsnippering kan worden bereikt door de weg tussen deelgebied 1 en 2 (Laan der Continenten) beter en veiliger passeerbaar te maken. Hiervoor zou op een aantal plekken (2 of 3) paren verkeersdrempels kunnen worden aangelegd zodat daartussen verkeer slechts sterk afgeremd langsrijdt. Met een snelheidsbegrenzing tot 30 km/uur tussen twee drempels zou een veilige oversteekplek worden gerealiseerd. Het beste is ter plaatse ook een brede faunapassage (tunnel) aan te bieden voor andere dieren dan Boommarters. Ook Boommarter zou hier overigens na gewenning gebruik van kunnen maken!
Passage Laan der Continenten met geleidend struweel (groen) en drempels (rood).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
27
De oversteekplekken tussen de drempels zou geleid moeten worden door aanplant van dekking biedend struweel vanuit het bos richting het oversteekpunt, aan beide kanten van de weg. Boommarters prefereren sterk het oversteken op plekken met zoveel mogelijk dekking. 3.7.3.4
Rust Als de maatregelen in de vorige twee paragrafen worden opgenomen in ontwerp en beheer, zullen tevens voldoende (dag)rustplekken aanwezig blijven voor de Boommarter
3.8
Vleermuizen In alle jaren van onderzoek m.u.v. 2021, is aandacht besteed aan vleermuizen. Er werden in totaal zes soorten vleermuizen waargenomen, te weten Gewone- en Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Laatvlieger, Watervleermuis en Baardvleermuis. De Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis en Baardvleermuis hebben verbleven in het gebied, de overige soorten zijn incidenteel waargenomen (Rosse vleermuis en Laatvlieger) of gebruiken het gebied als vliegroute, baltsplek of foerageergebied (Gewone dwergvleermuis). Het aangetroffen verblijf in 2017 van de Baardvleermuis in deelgebied 1 dat vrijwel zeker ook in 2018 aanwezig was, mag uniek genoemd worden omdat dit een (provinciaal en regionaal) zeldzame soort betreft. Ook de vondst van een kleine kolonie watervleermuizen in een spleet van het snelwegviaduct A7 in 2018 mag opmerkelijk worden genoemd. Van de watervleermuis is bekend dat deze de waterplas in deelgebied 2 als foerageergebied gebruikt. De Ruige dwergvleermuis is verblijvend gevonden in 2018 en 2020 in het noorden van deelgebied 2 maar is ook elders baltsend waargenomen, vooral langs de noordkant van het bos langs de Oude provinciale weg.
3.8.1
Gebiedsvereisten Verblijfsmogelijkheden Alleen boom bewonende vleermuizen kunnen verblijven in de Kom A7. Het betreft van de waargenomen soorten de Watervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en de Baardvleermuis. Een belangrijke voorwaarde voor verblijf van vleermuizen in het gebied is de aanwezigheid van natuurlijk bostype met holtes of spleten in de bomen die leiden naar droge verblijfsruimtes in de bomen. Bij een boomholte-inspectie in 2018 is gebleken dat overal in
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
28
de Kom A7 holtes voorkomen in de bomen en dat potentieel verblijf overal mogelijk is. Foerageermogelijkheden Het gehele gebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen en overal in het gebied zijn ook foeragerende vleermuizen waargenomen. Als geheel is de Kom A7 een ‘essentieel’ foerageergebied voor veel vleermuizen uit de bebouwing van Purmerend (vooral Gewone dwergvleermuis en mogelijk Ruige dwergvleermuis). De belangrijkste foerageermogelijkheden betreffen overgangen tussen hogere en lagere begroeiing en de waterpartij in deelgebied 2. De erg dichte bosvakken zijn minder geschikt omdat tussen de bomen minder insectenconcentraties ontstaan en door de vele obstakels, deze moeilijker zijn te bemachtigen voor vleermuizen. Vliegroutes Begroeide randen van het gebied kunnen dienst doen als vliegroute. vooral de noordrand van de begroeiing van het gebied langs de Oude Provinciale weg, doet dienst als vliegroute van dwergvleermuizen. Duisternis Een aantal vleermuizen zijn gevoelig voor licht. Voor wat betreft de aangetroffen soorten zouden vooral Watervleermuis, Baardvleermuis verstoord kunnen worden door fel licht.
3.8.2
Bedreigingen en storingsbronnen Areaalverlies Direct areaalverlies treedt op door het kappen van bosvak voor de hotelontwikkeling. Dit dichte bosvak is suboptimaal geschikt als foerageergebied en vleermuizen trekken aan de noordrand van het bos langs de Oude Provinciale weg. In het bewuste bosvak zijn nooit verblijfplaatsen van vleermuizen gevonden. Het open maken van paden is niet ongunstig voor vleermuizen zolang geen bomen met verblijfplaatsen holtes) worden gekapt omdat optische verstoring en versnippering geen rol speelt voor de vliegende en nacht actieve dieren. Licht Door de hotelontwikkeling en aanleg van een parkeerterrein daarnaast zal lichthinder plaatselijk kunnen toenemen. Baardvleermuis en Watervleermuis kunnen plaatselijk terreindelen mijden maar kunnen uitwijken en de impact van licht is beperkt vanwege de afscherming van het vele bos in het gebied. Verlichting van recreatieve infrastructuur wordt niet voorzien en zou ongunstig zijn omdat grotere terreindelen ongeschikter worden als foerageergebied voor gevoelige soorten en trekroutes mogelijk worden ‘geblokkeerd’.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
3.8.2.1
29
Foerageergebieden De impact op foerageergebied voor vleermuizen betreft vrijwel alleen het beperkte verlies aan foerageergebied door direct areaalverlies bij de hotelontwikkeling.
3.8.3
Mitigerende en compenserende maatregelen Het is belangrijk bij het realiseren van het hotel dat een strook bos tussen de Oude Provinciale weg en het hotel blijft bestaan zodat vliegroutes intact blijven. In het algemeen geldt dat bij het kappen van grote houtopstanden stroken begroeiing blijven staan zodat luwtewerking en overgang tussen hoge begroeiing en lage begroeiing behouden blijft. De impact zal dan minimaal zijn of zelfs positief uitpakken door de toename van open terrein in afwisseling met hogere begroeiing bij het hotel. Aanbevolen wordt de verlichting van het parkeerterrein van het hotel te voorzien van sensorverlichting zodat deze ’s nachts uitgeschakeld is behalve als iemand nog actief is. Lichtvervuiling in het natuurgebied wordt hiermee beperkt. Tevens kan een lampkleur worden ingezet die ‘vleermuis-vriendelijk’ is.
3.9
Overige fauna Er is eenmaal in 2018 onderzoek gedaan naar Ringslang omdat gemeld werd dat deze zou voorkomen in de groengebieden westelijk van Purmerend. Er is ook een populatie van deze soort aanwezig in het Wormer- en Jisperveld. Er zijn tijdens de inventarisatie geen aanwijzingen verkregen dat Ringslang in de Kom A7 verblijft of hier gebruik van maakt. Schade voor Ringslang wordt derhalve niet voorzien en ontheffing is niet nodig. Andere beschermde fauna wordt niet verwacht.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
30
4
Ontheffing verbodsbepalingen Wnb Op grond van de precieze uitwerking van de plannen rond de Kom A7 wordt minder of meer schade toegebracht aan natuurlijke waarden binnen de kom A7. Afhankelijk van de exacte plannen, werkuitvoer en planning kunnen verschillende verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Voor een overtreding van verbodsbepalingen is ontheffing vereist, deze zal alleen afgegeven worden bij een geldig wettelijk belang dat wordt genoemd als ontheffingsgrond in de Wnb. Gezien de uitgevoerde inventarisaties in verschillende jaren zijn de mogelijk te overtreden verbodsbepalingen: 1.Vernietigen, beschadigen of wezenlijk verstoren van actieve nesten van vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. 2.Vernietigen, beschadigen of wezenlijk verstoren van nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten, Havik en mogelijk Sperwer, Buizerd, Ransuil. 3.Aantasten van essentieel leefgebied benodigd voor verblijven binnen of buiten de Kom A7 van genoemde roofvogels. 4.Vernietigen, beschadigen van verblijfplaatsen van marterachtigen, Boommarter. 5.Aantasten van essentieel leefgebied benodigd voor verblijven van Boommarter. 6.Vernietiging van verblijfplaatsen van vleermuizen, Ruige dwergvleermuis, Baardvleermuis. 7.Vernietiging van essentieel foerageergebied van vleermuizen, Ruige dwergvleermuis, Baardvleermuis, Gewone dwergvleermuis.
Hieronder een korte beschrijving of en hoe overtreding van een genoemde verbodsbepaling en daarmee ontheffingsplicht, is te voorkomen. Nota bene, het betreft een ecologische inschatting, het bevoegd gezag (de OD NHN) beslist ten alle tijden over ontheffingsplicht en inhoud van de plan-inhoud en maatregelen! ad1.) Voer gevoelige werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg maart- half augustus) uit, scan voor aanvang van werk (buiten het broedseizoen) of onverhoopt broedende vogels aanwezig zijn. Maak voorafgaand aan het broedseizoen potentieel broedgebied ongeschikt. ad2.) Voer gevoelige werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg maart- half augustus) uit, scan voor aanvang van werk (buiten het broedseizoen) of onverhoopt broedende vogels aanwezig zijn. Maak voorafgaand aan het broedseizoen potentieel broedgebied ongeschikt.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
31
ad3.) Voer maatregelen uit die worden genoemd in §3.5.3. Minimaal zal deelgebied 1 grotendeels ongeschonden moeten blijven en zal een groot bosvak in deelgebied 2 moeten worden aangewezen als rustgebied en potentieel vestigingsgebied. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, is ontheffing niet noodzakelijk. ad 4) Kap buiten de hotelontwikkeling geen bomen met holtes of grote nesten. Scan voorafgaand aan kap van bomen (met holtes/nesten) voor de hotelontwikkeling of boommarters verblijvend aanwezig zijn. ad 5) Voer maatregelen uit die worden genoemd in §3.7.3. Minimaal zal deelgebied 1 grotendeels ongeschonden moeten blijven en zal een groot bosvak in deelgebied 2 moeten worden aangewezen als rustgebied en potentieel vestigingsgebied. Ontsnippering en verbinding zal ter compensatie/mitigatie nodig zijn. Ondanks deze mitigatie en maatregelen verandert leefgebied van de marters sterk en wordt aanbevolen de plannen en voorgenomen werkuitvoer voor te leggen aan bevoegd gezag in een ontheffingsaanvraag. Het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling is een geldige ontheffingsgrond genoemd in de Wnb. De Boommarter heeft regionaal en landelijk een gunstige staat van instandhouding. ad 6) Kap buiten de hotelontwikkeling geen bomen met holtes of spleten. Kap geen bekende verblijfbomen.
Scan voorafgaand aan kap van bomen (met holtes/spleten) voor de hotelontwikkeling of vleermuizen verblijvend aanwezig zijn (geweest). ad 7) Beperk bomenkap. Zorg dat geen totaalkap plaatsvindt maar dat altijd begroeiingsstroken aanwezig blijven die luwte en overgang van hoge begroeiing en lage begroeiing bieden. Demp niet de plas in deelgebied 2. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, is ontheffing niet noodzakelijk.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Herontwikkeling Kom A7 te Purmerend
32
5
Literatuur BEER, R. DE & J. GROOT, 2015. Kom A7 te Purmerend, Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet. G&G-advies, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, V. RONDE & M. VAN STRAATEN, 2016. Inventarisatie Kom A7 te Purmerend in 2016, Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de Flora- en faunawet. G&G-rapport 201632, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER. R. DE, 2017. Kom A7 en de Wnb, Memo inventarisatie Kom A7 in het kader van de Wet Natuurbescherming. G&Gadvies, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, M. VAN STRAATEN & F.N.M. VAN DER KNAAP, 2017. Inventarisatie Kom A7 te Purmerend in 2017. Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport 2017-66, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, M. VAN STRAATEN & M. VAN STRAATEN & F.N.M. VAN DER KNAAP, 2018. Inventarisatie Kom A7 te Purmerend in 2018. Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport 2018-36, Van der Goes en Groot, Alkmaar. VAN DER MEER, T., 2021. Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend. Inventarisatie Buizerd in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport 2021-40, Van der Goes en Groot, Alkmaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-49
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl