CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

K Bijlage 07 Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Kwadijkerpark4.163 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oktober 2019

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA KWADIJKERPARK PURMEREND

COLOFON Opdrachtgever Datum Status Projectnummer

Oktober 2019 Definitief 19108

Auteur Controle

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

2

INHOUD 1 INLEIDING

4

2 LOCATIE EN VOORGENOMEN ONTWIKKELING

5

3 NATUURWETGEVING EN NATUURBELEID

7

3.1 SOORTBESCHERMING 3.2 NATURA 2000 3.3 NATUURNETWERK NEDERLAND

7 8 8

4 ONDERZOEKSMETHODIEK

9

5 RESULTATEN

10

5.1 BESCHERMDE FLORA EN FAUNA 5.1.1 FLORA 5.1.2 VOGELS 5.1.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 5.1.4 VLEERMUIZEN 5.1.5 REPTIELEN EN AMFIBIEËN 5.1.6 VISSEN 5.1.7 ONGEWERVELDEN 5.2 NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)

10 10 10 11 12 13 14 14 14

6 CONCLUSIE

17

BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN ARTIKEL 3.5 BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN ARTIKEL 3.10

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

3

1 INLEIDING AANLEIDING In oktober 2019 heeft Buiting Advies in opdracht van SmitsRinsma een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het Kwadijkerpark te Purmerend. Het plangebied wordt vrijwel geheel heringericht. Middels een quickscan flora en fauna wordt vastgesteld of er vanuit de Wet natuurbescherming mogelijke beperkingen zijn met betrekking tot maatregelen voor de herinrichting, waaronder het slopen van bebouwing en het kappen van bomen. Tevens wordt middels de quickscan onderzocht of er een negatief effect op het functioneren van het Natuurnetwerk (onderdeel NNN, voormalig EHS) of Natura 2000-gebieden in de omgeving zou kunnen op treden. De onderzoeksmethode en resultaten zijn in deze rapportage opgenomen. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport beschrijven wij de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Vervolgens volgt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de onderzoeksmethode en in hoofdstuk 5 volgen de resultaten. Het rapport sluit af met de conclusie.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

4

2 LOCATIE EN VOORGENOMEN ONTWIKKELING PLANGEBIED Het plangebied bestaat uit een park gelegen in het noorden van Purmerend (zie afbeelding 1). Het park wordt omringd door bebouwing, landbouwgebied en een autoweg.

Afbeelding 1: de ligging van het plangebied (rood).

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

5

Het park bestaat uit bebouwing, verharding, gazon, ruigte, struweel, bomen en open water ( zie afbeelding 2). Ten zuidwesten van het park zijn sportvelden gelegen.

Afbeelding 2: Het plangebied (rood)

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

6

3 NATUURWETGEVING EN NATUURBELEID Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna, de natuurgebieden en het bosoppervlak geregeld.

3.1 SOORTBESCHERMING ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

7

ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen in bijlage 1.

3.2 NATURA 2000 Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen m.b.t. de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).

3.3 NATUURNETWERK NEDERLAND Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen het NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. De algemene grenzen zijn in 1995 globaal aangegeven door de Rijksoverheid, in het Structuurschema Groene Ruimte en zijn nader begrensd weergegeven in de Nota Ruimte uit 2004. De precieze begrenzing wordt uiteindelijk bepaald door de provincies.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

8

4 ONDERZOEKSMETHODIEK De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestond uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in bestaande literatuur en andere beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over de aanwezigheid van via de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen het plangebied en in de omgeving daarvan. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna, dit is de meest complete databank van Nederland met verspreidingsinformatie over soorten. Ook wordt gekeken of de ontwikkelingen binnen het plangebied invloed hebben op de Natura 2000-gebieden in de omgeving en worden eventuele effecten op het Natuurnetwerk getoetst. VELDBEZOEK Op 2 oktober is het plangebied bezocht. Doel van dit bezoek was een beeld krijgen van de locatie, zodat bepaald kan worden voor welke beschermde soorten het gebied mogelijk geschikt leefgebied vormt. Tevens is gelet op mogelijke aanwezige beschermde voortplantings- en rustplaatsen van soorten of sporen die wijzen op gebruik van de te kappen bomen door beschermde soorten. ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek, is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming.

Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving als met verstoringseffecten die worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Waar nodig zijn aanbevelingen gedaan met het oog op de uitvoeringswijze of - tijd van de werkzaamheden.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

9

5 RESULTATEN 5.1 BESCHERMDE FLORA EN FAUNA Onderstaand wordt per soortgroep aangegeven of beschermde soorten of voortplantings- en rustplaatsen in het plangebied voor (kunnen) komen. De resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van bronnenonderzoek en de veldinventarisatie. Ook wordt, indien aan de orde, aangegeven welk effect de voorgenomen ontwikkelingen op deze soorten kunnen hebben en of de ontwikkelingen en bijbehorende maatregelen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Bij onze toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt in de verschillende categorieën van bescherming.

5.1.1 FLORA Uit de bureaustudie is de beschermde tengere veldmuur (Wet natuurbescherming 3.10) naar voren gekomen in de omgeving van het plangebied. Tengere veldmuur heeft als groeiplaats akkers, steile kalkhellingen, oude muren, graslanden en open, droge, stenige plekken. Tijdens het veldbezoek zijn open stenige plekken aangetroffen die overeen komen met de standplaats waar de soort is aangetroffen in de omgeving. Aanvullend onderzoek moet aantonen of de tengere veldmuur in het plangebied voor komt.

5.1.2 VOGELS Uit de bureaustudie blijkt dat de vink en de roodborst voorkomen in het plangebied. Het is zéér aannemelijk dat er meer soorten voorkomen. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor meer soorten. De kans is groot dat binnen het broedseizoen vogels in het plangebied en omgeving broeden. Gedurende het veldbezoek zijn onder andere ekster, gaai, zwarte kraai, winterkoning, houtduif en waterhoen aangetroffen. Deze soorten kunnen mogelijk binnen het plangebied broeden. Naast deze soorten worden in het broedseizoen ook andere (algemene) broedvogels verwacht in het plangebied. Van alle vogels zijn de nesten beschermd indien deze op dat moment in gebruik zijn. Het wordt dan ook aangeraden werkzaamheden die mogelijke verstorend zijn, ruim buiten het indicatieve broedseizoen (15 maart-15 juli) uit te voeren. Ook buiten deze periode zijn eventueel broedende vogels beschermd. Van een aantal soorten is de nestplaats jaarrond beschermd, dus ook als er op dat moment niet wordt gebroed. Uit de bureaustudie blijkt dat de in gebouwen broedende soorten huismus en gierzwaluw in de omgeving voorkomen. Ook komen de in bomen broedende buizerd, havik en mogelijk andere aan bomen gebonden jaarrond beschermde broedvogels in de omgeving van het plangebied voor. De bureau studie geeft ook aan dat de jaarrond beschermde oehoe in de omgeving van het plangebied voorkomt.

Dit is betreft echter een oehoe die in 2015 is ontsnapt én gevangen. De oehoe komt dus niet (meer) voor in het plangebied en omgeving. GIERZWALUW EN HUISMUS Uit de bureaustudie blijkt dat de in gebouwen broedende gierzwaluw en huismus in de wijde omgeving van het plangebied voorkomen. De voortplantings- en rustplaatsen van deze twee soorten zijn jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Huismussen broeden met name onder dakpannen, tijdens het veldbezoek is gebleken dat de gebouwen geen dakpannen hebben. Ook maakt het bosrijke karakter de locatie minder geschikt voor huismussen. De gebouwen zijn qua hoogte niet geschikt voor gierzwaluwen. Broedende huismussen en gierzwaluwen worden niet verwacht in het plangebied. Het plangebied is geen essentieel leefgebied voor de huismus. Gierzwaluwen foerageren tientallen kilometers van hun verblijfplaats, hierdoor worden geen effecten van de voorgenomen ingrepen op het functioneren van nestplaatsen van gierzwaluwen uit de omgeving verwacht.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

10

Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep worden niet verwacht op de beschermde huismus en gierzwaluw of het functioneren van hun voortplantings- of rustplaatsen. BUIZERD EN HAVIK Uit de bureaustudie blijkt dat de in bomen broedende buizerd, havik en mogelijk ook andere soorten met een jaarrond beschermde nest- of rustplaats in de omgeving van het plangebied voorkomen. In het plangebied zijn geen nesten aangetroffen die geschikt zijn als nestplaats voor deze soorten. Deze soorten broeden regelmatig op oude nesten van zwarte kraaien en eksters. Door het blad aan de bomen gedurende de quickscan kunnen de nesten gemist zijn. Derhalve wordt geadviseerd voor een eventuele bomenkap, de bomen nogmaals te inspecteren op eventueel aanwezige nesten van jaarrond beschermde vogels. De inspectie kan het beste in de winter worden uitgevoerd, in deze periode zijn de bomen kaal en is het zicht op eventuele nesten optimaal.

5.1.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Vrijwel alle zoogdieren zijn beschermd via de Wet natuurbescherming, ook de algemene soorten. Elke provincie kent echter een algehele vrijstellingsregeling voor een aantal door haar geselecteerde soorten (zie bijlage 2). Vrijgestelde soorten zijn vaak algemeen en de kans dat deze voor komen in het plangebied is zeer groot. Het betreft o.a. muizensoorten, spitsmuizensoorten, egel, konijn en haas. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. Uit de bureaustudie volgt dat de beschermde hermelijn en de noordse woelmuis in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Hiervoor geldt geen vrijstelling. Onderstaand wordt nader op deze soorten ingegaan. HERMELIJN Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde hermelijn(Wet natuurbescherming 3.10) in de omgeving van het plangebied is waargenomen, deze kleine marterachtige verblijft vaak in oude holen van konijnen, mollen of andere zoogdieren maar ook objecten als takkenhopen, balen hooi, stapels stenen, schuurtjes en andere objecten waarin zij zich schuil kan houden. Begroeiingen met voldoende dekking als rommelhoekjes achter boerderijen, houtwallen, hagen, rietkragen, ruige slootkanten etc. worden gebruikt om te jagen op muizen, (woel)ratten en andere kleine zoogdieren, en vogels. Tijdens het veldbezoek is geschikt habitat voor deze soort aangetroffen.

Het is mogelijk dat deze soorten voorkomen in het plangebied. Aanvullend onderzoek zal dit moeten aantonen. NOORDSE WOELMUIS De bureaustudie geeft aan dat de beschermde noordse woelmuis (Wet natuurbescherming 3.10) in de omgeving van het plangebied voorkomt. De noordse woelmuis kan in verschillende biotopen leven. Voldoende voedsel en bedekking zijn belangrijk voor de soort. Een geschikt habitat heeft variatie in vegetatie, verschillende soorten zeggen, overgangszones tussen land en water met riet. Daarnaast is het belangrijk dat er in nattere gebieden ook drogere delen aanwezig zijn. De soort vermijdt begroeiingen die zijn overgroeid door struiken en bomen. Tijdens het veldbezoek is de soort niet aangetroffen. Tevens is er geen geschikt habitat in het plangebied aanwezig. Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep worden hierom ook niet verwacht op de beschermde noordse woelmuis.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

11

5.1.4 VLEERMUIZEN Alle vleermuizen zijn beschermd (Wet natuurbescherming 3.5). Uit de bureaustudie blijkt dat diverse gebouwbewonende vleermuizen als de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis in de omgeving van het plangebied voorkomen. Ook komen overwegend boombewonende soorten als rosse vleermuis, watervleermuis, ruige dwergvleermuis en mogelijk andere soorten in de omgeving voor. Verblijfplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd. Het voorkomen van gebouwbewonende vleermuizen in de aanwezige gebouwen kan op basis van de quick scan niet worden uitgesloten. Vleermuizen verblijven voornamelijk tussen spouwmuren, onder dakpannen en onder betimmeringen. Afbeelding 3 laat zien dat op verschillende locaties invliegopeningen zijn voor vleermuizen om achter de betimmeringen van de gebouwen te komen. Daarnaast zijn open stootvoegen aangetroffen die leiden naar spouwmuren. Spouwmuren zijn mogelijk geschikt als voortplantings- en/of rustplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Negatieve effecten door de voorgenomen ingreep op gebouwbewonende vleermuizen is niet op voorhand uit te sluiten. Aanvullend onderzoek dient aan te tonen of vleermuizen gebruik maken van de bebouwing binnen het plangebied.

Afbeelding 3: Geschikte invliegopeningen voor vleermuizen

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

12

Een effect van de voorgenomen werkzaamheden op boombewonende vleermuizen is tevens niet uit te sluiten. In het plangebied zijn bomen met holtes aangetroffen (Afbeelding 5). Door de bladeren kunnen er ook holtes gemist zijn. Derhalve wordt geadviseerd voor een eventuele bomenkap, de bomen nogmaals te inspecteren op eventueel aanwezige holtes, spleten en scheuren. Daarnaast zal aanvullend onderzoek moeten aantonen of deze holtes worden gebruikt door vleermuizen.

Afbeelding 5: Geschikte holte voor boom bewonende vleermuizen.

Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, maar in de omgeving van het plangebied is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. Het plangebied vormt derhalve geen essentieel onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen. Het plangebied staat in een boomrijke wijk en er zijn dan ook veel mogelijke vliegroutes aanwezig, binnen het plangebied is derhalve geen sprake van een essentiële vliegroute.

5.1.5 REPTIELEN EN AMFIBIEËN Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied enkele algemene vrijgestelde soorten als gewone pad, bastaardkikker, bruine kikker en kleine watersalamander voor komen. Deze kunnen in het plangebied voorkomen. Voor deze soorten geldt de algehele zorgplicht. In de omgeving van het plangebied komt de beschermde rugstreeppad (Wet natuurbescherming 3.5) voor. In totaal zijn er in de NDFF meerdere opgaven van de rugstreeppad binnen enkele kilometers van het plangebied. RUGSTREEPPPAD Rugstreeppadden hebben een voorkeur voor pioniershabitat met open grond en (zeer) ondiepe wateren om zich voor te planten. Een bandenspoor kan al voldoende zijn als voortplantingsplaats. De ontwikkelingstijd van ei-afzet tot padden is extra kort, hierdoor hebben de larven voordat de plas opdroogt, het water reeds verlaten, terwijl predatoren (vissen) zich niet kunnen vestigen in dit water. Een paar flinke plassen na een heftige regenbui in het voorjaar of de zomer bieden voor de rugstreeppad dan ook al snel een geschikt voortplantingswater. Gezien de enorme mobiliteit van de rugstreeppad kan het plangebied binnen één avond worden gekoloniseerd. Het plangebied zelf is op dit moment matig geschikt als zomerhabitat. De landbiotoop van rugstreeppadden bestaat onder andere uit open terrein zonder begroeiing of een pioniersbegroeiing.

Dit is momenteel beperkt binnen het plangebied aanwezig.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

13

In verband met het feit dat het plangebied niet onderzocht lijkt en rugstreeppad wel is aangetroffen in de omgeving van het plangebied, adviseren wij het plangebied nader te onderzoeken op aanwezigheid van rugstreeppadden. Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden, bestaat er een reële kans dat er dan juist geschikt habitat wordt gecreëerd voor de rugstreeppad. Daarom wordt geadviseerd om kolonisatie door de soort te voorkomen. Overige beschermde amfibieën en reptielen, waarvoor geen vrijstelling geldt (Wet natuurbescherming 3.5 en 3.10) worden niet verwacht op basis van de bekende verspreiding en de (a)biotische omstandigheden binnen het plangebied.

5.1.6 VISSEN Binnen het plangebied en de directe omgeving is open water aanwezig. Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde soorten in het plangebied of in de omgeving voorkomen. Effecten op beschermde vissoorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) worden niet verwacht.

5.1.7 ONGEWERVELDEN Uit de bureaustudie blijkt komen geen beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers etc.) naar voren. Beschermde soorten komen veelal voor in specifieke habitats en hebben specifieke waardplanten (vlinders). Op basis van abiotische factoren wordt dit niet verwacht.

5.2 NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) Het plangebied ligt op ongeveer 700 m van het Natura 2000-gebied ‘Polder Zeevang’, 6 km van het ‘Wormeren Jisperveld & Kalverpolder’, 7 km van het ‘Markermeer & IJmeer’ en 7 km van het ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’ (afbeelding 6). Overige Natura 2000-gebieden liggen op groter afstand. Mogelijk leiden de voorgenomen werkzaamheden tot een verhoogde stikstofuitstoot op de Natura-2000 gebieden ‘Polder Zeevang’, ‘Wormer en Jisperveld & Kalverpolder’, ‘Markermeer & IJmeer’ en ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzandervel & Twiske. Veel binnen Natura 2000-beschermde habitattypen zijn gevoelig voor een verhoogde stikstof uitstoot. Middels een Aeriuscalculatie dient te worden bepaald of sprake is van een (significante) aantasting van de binnen Natura 2000 gestelde doelen. Gezien de aard van de ingrepen en het feit dat de voorgenomen ingrepen buiten Natura 2000 plaatsvinden, worden geen overige negatieve effecten op de binnen Natura 2000 gestelde doelen verwacht.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

14

Afbeelding 6: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Polder Zeevang’, ‘Wormeren Jisperveld & Kalverpolder, ‘Markermeer & IJmeer’ en Ilperveld, ‘Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’ (groen).

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

15

5.3 NATUURNETWERK NEDERLAND Het plangebied ligt op ongeveer 250 m meter van het natuurnetwerk (afbeelding 7). Door de voorgenomen werkzaamheden worden geen effecten op het Natuurnetwerk verwacht. Een verdere toetsing is niet noodzakelijk.

Afbeelding 7: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natuurnetwerk (groen).

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

16

6 CONCLUSIE Planten De voorgenomen werkzaamheden kunnen ongunstige effecten hebben op de aanwezigheid van de beschermde tengere veldmuur (Wet natuurbescherming 3.10). Aanvullend onderzoek dient aan te tonen of deze soort aanwezig is binnen het plangebied. Vogels In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd of vernield. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (15 maart-15 juli) uit te voeren. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen jaarrond beschermde nesten worden verstoord. Er wordt geadviseerd om voorafgaand aan eventuele bomenkap, de bomen nogmaals te controleren op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is geschikt voor de beschermde bunzing en hermelijn (Wet natuurbescherming 3.10). De voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten hebben op deze soorten. Aanvullend onderzoek dient de aan- of afwezigheid van deze soorten aan te tonen. Vleermuizen Door de voorgenomen werkzaamheden worden mogelijk geschikte voortplantings- en/of rustplaatsen van vleermuizen aangetast. Het uitvoeren van aanvullend is noodzakelijk om vast te stellen of er daadwerkelijk vleermuizen worden aangetroffen. Reptielen en amfibieën In het plangebied is matig geschikt habitat aangetroffen voor de beschermde rugstreeppad (Wet natuurbescherming 3.10).

Aanvullend onderzoek moet de aanwezigheid van deze soort aantonen. Daarnaast luidt het advies om kolonisatie van het plangebied tijdens de werkzaamheden te voorkomen. Op overige beschermde flora en fauna worden geen effecten verwacht. Wel wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen. NATUURNETWERK EN NATURA 2000 Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van het Natuurnetwerk Nederland is niet noodzakelijk (zie paragraaf 5.2 en 5.3). Negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden is niet uit te sluiten. Gezien de recente onduidelijkheden zijn negatieve effecten niet uit te sluiten.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

17

BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE SOORTEN geel schorpioenmos juchtleerkever tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel moerasparelmoervlinder rivierrombout oeveraas sierlijke witsnuitlibel mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart walrus gladde slang dikkopschildpad muurhagedis kemp's zeeschildpad zandhagedis lederschildpad steur soepschildpad hamster bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis boomkikker bechsteins vleermuis geelbuikvuurpad bosvleermuis heikikker brandts vleermuis kamsalamander franjestaart knoflookpad gewone grootoorvleermuis rugstreeppad grijze grootoorvleermuis vroedmeesterpad grote hoefijzerneus apollovlinder grote rosse vleermuis boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus pimpernelblauwtje laatvlieger tijmblauwtje meervleermuis zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis

Quickscan Flora en fauna

ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orca tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis poelkikker houting bataafse stroommossel platte schijfhoren bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf gewone dwergvleermuis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn

Buiting Advies BV

18

BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel

Quickscan Flora en fauna

gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis steenmarter veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond

Buiting Advies BV

19

BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje bruinrode wespenorchis rozenkransje dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk gevlekt zonneroosje stofzaad glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander groot spiegelklokje veenbloembies grote bosaardbei vliegenorchis grote leeuwenklauw vroege ereprijs honingorchis wilde averuit kalkboterbloem wilde ridderspoor kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

20

VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE NOORD-HOLLAND Van een aantal onder artikel 3.10 beschermde soorten, heeft de provincie Noord-Holland vrijstellingen verleend. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: Bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en bastaard kikker. Aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat.

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

21

Quickscan Flora en fauna

Buiting Advies BV

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10667173/1