CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

J Inventarisatie Buizerd ikv de natuurwetgeving

Gemeenteraad 23 september 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Hotel ontwikkeling Kom A7, procedure tot vaststelling bestemmingsplan5.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

G&G-rapport 2021-40

Inventarisatie Buizerd in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend Inventarisatie Buizerd in het kader van de natuurwetgeving

2021

Opdrachtgever Gemeente Purmerend

G&G-rapport 2021-40

Datum Versie

6 juli 2021 V1

Gecontroleerd door:

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

3

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 4

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 5

1.3

Ligging van het onderzoeksgebied .......................................................................... 5

1.4

Werkzaamheden...................................................................................................... 5

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

Methode 2.1

7

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten .................................................... 7 2.1.1 Uitvoering .................................................................................................................. 8

3

Resultaten broedvogels 3.1

9

Onderzoeksrondes ................................................................................................... 9 3.1.1 Ronde 1...................................................................................................................... 9 3.1.2 Ronde 2...................................................................................................................... 9 3.1.3 Ronde 3...................................................................................................................... 9

3.2

4

Conclusie onderzoeksrondes ................................................................................. 11

Effectbeoordeling en maatregelen

12

4.1

Buizerd ................................................................................................................... 12

4.2

Overige broedvogels .............................................................................................. 12

5

Conclusies

13

6

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

14

7

Bijlagen

15

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

4

1

Inleiding 1.1

Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen het gebied ‘Kom A7’ nabij Purmerend her in te richten. De ontwikkeling betreft het realiseren van een hotelcomplex van de firma Van der Valk met bijbehorend parkeerterrein. In de jaren 2015-2020 heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot verschillende inventarisaties uitgevoerd in het plangebied (zie DE BEER & GROOT, 2015; DE BEER ET AL., 2016; DE BEER ET AL., 2017; DE BEER ET AL., 2018; HARTOG & VAN DER KNAAP, 2020). Tijdens het onderzoek naar roofvogels met jaarrond beschermde nesten in 2020 werd een bezet nest van Buizerd aangetroffen (HARTOG & VAN DER KNAAP, 2020). Dit buizerdnest (gestipt coördinaat RD 124.039 502.299) is aanwezig binnen de contour van de geplande hotelontwikkeling (zie Figuur 2). Omdat een buizerdnest en de functionele leefomgeving van de nestelende Buizerds jaarrond zijn beschermd, is gericht onderzoek nodig om te kijken of de Buizerds in 2021 weer gebruik maken van het nest. Daarom heeft Gemeente Purmerend opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar de Buizerd. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-mei 2021. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.

Ligging van het onderzoeksgebied (rood omlijnd) met het buizerdnest (blauwe ster).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

1.2

5

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de aanwezigheid en verspreiding van Buizerd (en eventueel andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten) binnen het onderzoeksgebied.

1.3

Ligging van het onderzoeksgebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied betreft een bosschage binnen de “kom” van de A7. Dit gebied is gaandeweg begroeid geraakt met diverse bosschages en struwelen. Er is geen gericht beheer als recreatie- of natuurgebied en het terrein is daardoor zeer verruigd. De aanwezige brede bermen langs de A7 en de lokale wegen worden regelmatig gemaaid. Vanwege vandalisme en illegaal crossen met motoren is in de loop van 2018 het gebied geheel afgesloten voor publiek middels een hek. Het plangebied is aan de oostzijde geheel omgeven door de drukke A7 en de dichte stedelijke bebouwing van Purmerend. Aan de westzijde ligt het open, voornamelijk agrarisch gebruikte, polderland van de Wijdewormer en het Wormer- en Jisperveld. Het onderzoeksgebied is in 2021 gericht op de directe omgeving van het aangetroffen buizerdnest uit 2020. Dit onderdeel van het plangebied ligt ten noordoosten van de Laan der Continenten (zie Figuur 1).

1.4

Werkzaamheden Op een deel van de Kom A7 wordt hotelontwikkeling gepland waarbij het noodzakelijk zal zijn bestaande begroeiing (deels) te kappen en/of te rooien. Voor de ontwikkeling is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk, zie Figuur 2 voor de contour waar de hotelontwikkeling is voorzien. Het zwarte vierkant binnen het plangebied wordt bebouwd, het omliggende gebied wordt ingericht als parkeerterrein of anderszins. Ecologisch gevoelige werkzaamheden bestaan uit kappen en rooien van bomen en struiken, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, optische verstoring of licht-verstoring optreden van (beschermde) soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

6

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode beschreven volgens welke de verschillende soortgroepen zijn geïnventariseerd en welke factoren de onderzoeksresultaten kunnen hebben beïnvloed. In hoofdstuk 3 worden de resultaten besproken van de onderzochte soort. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de belangrijkste conclusies uit de resultaten genoemd. Tevens worden op grond van het geldende beschermingskader aanbevelingen gedaan hoe om te gaan met de gevonden resultaten. Na de conclusies in hoofdstuk 5 volgt een lijst met aanbevolen en geraadpleegde literatuur. In Bijlage 1 wordt het wettelijke kader beschreven waarbinnen flora en fauna in Nederland zijn beschermd.

Schets van de geplande ontwikkeling in het onderzoeksgebied met de globale positie van het buizerdnest uit 2020 (gele ster).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

2

7

Methode 2.1

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Voorafgaand aan het veldwerk zijn de waarnemingen uit eerdere jaren verzameld en werd de database van de NDFF geraadpleegd om eventueel extra waarnemingen van relevante soorten roofvogels te bekijken. Tijdens het veldwerk zijn de locaties van oude waarnemingen meegenomen en gecontroleerd op het voorkomen van de desbetreffende soorten. Deze oude locaties zijn beschikbaar gemaakt in een veldtablet. De veldtablet wordt daarnaast gebruikt om waarnemingen in het veld op locatie en digitaal in te voeren. Tijdens het onderzoek is verder gebruik gemaakt van verrekijker en camera met zoomlens. Het onderzoek vindt plaats, tenzij hieronder anders aangegeven, volgens landelijk erkende soortprotocollen en soortenstandaards of landelijk geadviseerde inventarisatiemethoden. Deze protocollen schrijven het aantal bezoeken en de periodes van onderzoek voor. Dit onderzoek is specifiek gericht op de Buizerd, vanwege de aanwezigheid van een nest van deze soort in 2020. De Buizerd kan gevestigd zijn in de bestaande nesten in bomen zoals die aanwezig zijn in het plangebied. Uiteraard is tijdens de inventarisatie ook gelet op eventueel andere aanwezige jaarrond beschermde broedvogels zoals Buizerd, Boomvalk, Havik, Sperwer en Ransuil. De genoemde soorten zijn allen eerder waargenomen in het plangebied (NDFF 2011-2021; HARTOG & VAN DER KNAAP, 2020).

In totaal zijn in de periode april tot eind mei drie ochtendbezoeken uitgevoerd (zie Tabel 1). Het weer beïnvloedt de activiteit van vogels. Bij harde wind, neerslag, lage en ook hoge temperaturen zijn vogels minder actief. Geprobeerd is dergelijke omstandigheden tijdens de veldbezoeken zoveel mogelijk te vermijden. Tijdens de bezoeken waren de weersomstandigheden gunstig. Deze staan samen met de bezoekdatums in Tabel 1.

Bezoekdatums en weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken van de broedvogelinventarisatie in Kom A7 in 2021

Bezoek Datum

Tijd

Weersomstandigheden (Bewolking/Wind/Temperatuur)

1

14 april

10:15-11:15

7/8, N3, 8°C

2

10 mei

08:45-10:25

8/8, ZW2, 16°C

3

30 mei

10:50-12:00

1/8, NO2, 15°C

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

8

2.1.1

Uitvoering Er zijn drie bezoeken uitgevoerd in de periode van april tot eind mei. Tussen de verschillende bezoekrondes overdag lagen minimaal tien dagen. De inventarisaties zijn tijdens goede weersomstandigheden uitgevoerd. Het eerder gevonden buizerdnest is gecontroleerd tijdens het onderzoek. Er is onder andere gelet op uit nesten stekende staarten van vogels, aanwezigheid van kraaiachtigen en wegvliegende of roepende roofvogels. Ook is gezocht naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken zoals braakballen, vers loof op de nesten, plukresten of krijtstrepen. Tijdens het onderzoek is zowel vanaf de openbare weg ten noordwesten van het nest (Oude Provincialeweg) als in de omgeving van het nest gepost om eventueel overvliegende Buizerds (of andere soorten roofvogels) waar te nemen. Zo is in de directe omgeving van het plangebied ook gekeken naar aanwezige roofvogels.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

3

9

Resultaten 3.1

Onderzoeksrondes

3.1.1

Ronde 1 Tijdens de eerste ronde zijn geen roofvogels waargenomen. Ook zijn geen sporen aangetroffen die wezen op aanwezigheid van roofvogels bij het nest.

3.1.2

Ronde 2 Tijdens de tweede ronde werd een Buizerd waargenomen die laag door het bos vloog (zie Figuur 3). Vermoedelijk was deze hier aan het jagen of rusten en werd van zijn post verjaagd door de onderzoeker. De vogel werd niet meer teruggevonden in de directe omgeving van het plangebied. Er wordt daarom niet verwacht dat deze Buizerd gevestigd is in het plangebied. Waarschijnlijk betreft de waargenomen vogel een jonge vogel, een zwervend individu of een individu dat elders een nest heeft. Bij het nest zijn wederom geen sporen waargenomen die duiden op aanwezigheid van roofvogels of uilen.

3.1.3

Ronde 3 Tijdens de derde ronde zijn geen Buizerds of andere roofvogels gezien of gehoord en wederom zijn er geen sporen gevonden. Bij het observeren van de nestboom leek het nest deels ingestort te zijn aan de zuidkant (zie foto op volgende pagina). Mogelijk is het nest tijdens de harde wind in mei beschadigd.

Waarneming van Buizerd tijdens ronde 2 van het onderzoek (gele stip).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

10

Het nest gezien vanaf de wegzijde tijdens ronde 1.

Het nest gezien van onder de boom tijdens ronde 3, aan de zuidkant van het nest lijkt een deel van het nest te zijn ingestort (aangegeven met rode pijl).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

3.2

11

Conclusie onderzoeksrondes Er werden geen aanwijzingen verkregen dat Buizerds dit jaar zijn gevestigd op het bekende nest uit 2020. De Buizerd werd éénmaal jagend waargenomen binnen het plangebied. Omdat tijdens de drie rondes geen vogels met binding aan het nest werden gezien kan worden uitgesloten dat het nest dit jaar in gebruik is geweest door roofvogels. Tevens leek tijdens de derde ronde een deel van het nest te zijn ingestort. Omdat de onderzochte roofvogelsoorten ontbreken in het plangebied en de omgeving daarvan, is er geen aparte verspreidingskaart gemaakt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

12

4

Effectbeoordeling en maatregelen De aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten nabij en binnen het plangebied kan van invloed zijn op de verdere procedure. De effecten die kunnen optreden bij de geplande werkzaamheden worden beschreven. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.

4.1

Buizerd De Buizerd was in 2021 niet broedend aanwezig in het plangebied. Er zijn ook geen andere roofvogels waargenomen bij de bestaande nesten in het plangebied. De Buizerd is éénmaal jagend waargenomen. In 2020 werd geconcludeerd dat het foerageergebied en leefgebied van de Buizerd door de voorgenomen ontwikkeling niet in betekenende mate wordt aangetast (HARTOG & VAN DER KNAAP, 2020). Buizerds hebben een grote actieradius en jagen bij voorkeur op de randen van open en dichter begroeid terrein. Er blijft rondom het plangebied naar verwachting genoeg dekking om te rusten. Omdat nesten van de soort ontbreken, kunnen geen negatieve gevolgen worden voorzien door de plannen voor deze soort alsmede voor andere jaarrond beschermde roofvogels.

4.2

Overige broedvogels In het plangebied zijn geen vogelsoorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen broedend aanwezig. Er zijn in het direct omliggend groen tijdens het broedseizoen wel vele andere soorten bos- en struweelvogels gevestigd. Dergelijke vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden tijdens de ingrepen. Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden daarom buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

5

13

Conclusies ♣ In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. ♣ In het plangebied kunnen wél broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. ♣ Voor overige aanwezige soorten geldt onverminderd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

14

6

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BEER, R. DE & J. GROOT, 2015. Kom A7 te Purmerend, Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet. G&G-advies, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, V. RONDE & M. VAN STRAATEN, 2016. Inventarisatie Kom A7 te Purmerend in 2016, Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de Flora- en faunawet. G&G-rapport 2016-32, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER. R. DE, 2017. Kom A7 en de Wnb, Memo inventarisatie Kom A7 in het kader van de Wet Natuurbescherming. G&G-advies, Van der Goes en Groot, Alkmaar. BEER, R. DE, M. VAN STRAATEN & F.N.M. VAN DER KNAAP, 2017. Inventarisatie Kom A7 te Purmerend in 2017. Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de natuurwetgeving. G&Grapport 2017-66, Van der Goes en Groot, Alkmaar. HARTOG, L. & VAN DER KNAAP, F.N.M., 2020. Kom A7 Purmerend 2020. Inventarisatie beschermde fauna in het kader van de natuurwetgeving. G&G-rapport 2020-084, Van der Goes en Groot, Alkmaar. SIERDSEMA, HENK, 1995. Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen. SOVON-onderzoeksrapport 1995/04. Staatsbosbeheerrapport 1995-1. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

7

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

15

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 2.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZH

ZL

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ + + +

+ + + +

+ + + +

+

+

+

+

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + +3 + +4 + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

+ + + +

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bijlage 1.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet. Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 1.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. ♣ in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ♣ ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. ♣ in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.

♣ ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 1.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘jaarrond beschermde broedvogels’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Categorie Toelichting codes 4 Vogelsoorten waarvan de nesten in 4 principe jaarrond zijn beschermd met 2 beschermingscategorie: 3 1 = soorten die ook buiten het 4 broedseizoen het nest gebruiken als vaste 2 rust- of verblijfplaats, 3 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen 3 op dezelfde plaats broeden en die daarin 3 zeer honkvast zijn of afhankelijk van 4 bebouwing of biotoop, 2 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats 3 broeden en die daarin zeer honkvast zijn of 4 afhankelijk van bebouwing, 1 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in 4 staat zijn een nest te maken. 4

De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan, betrokken! Voor jaarrond beschermde soorten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.

Categorie 5-soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook jaarrond beschermde soorten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’. Bijlage 1.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld en er moet een belang zijn voor het project vergelijkbaar met genoemde belangen uit de VRL, HRL of de ‘andere soorten’.

Bijlage 1.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 1.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000gebied uit te voeren, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen.

Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Het bevoegd gezag geeft een vergunning af als de verslechtering of verstoring in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen aanvaardbaar is. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000- gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.

Bijlage 1.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 1.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Ingrepen in gebieden die horen bij het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) worden in principe niet toegestaan, tenzij bijvoorbeeld uitgesloten is dat de ingreep een negatief effect heeft op het netwerk of de ingreep een groot maatschappelijk belang dient. Getoetst wordt of een ingreep van invloed is op ‘wezenlijke kenmerken en waarden’, het NNN kent geen toetsing op ‘externe werking’. Als een ingreep wordt toegestaan, moeten eventuele nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen en de resterende schade moet worden gecompenseerd. Uitgangspunt bij het toestaan van ingrepen is dat netto sprake moet zijn van een versterking van het netwerk. Bijlage 1.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘weidevogelleefgebieden’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn.

Bijlage 1.5 Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

Zie Bijlage 1.2.1

Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing

Geen ontheffing nodig

Zie Bijlage 1.2.2 Geen ontheffing nodig

Zie Bijlage 1.2.3

Zie Bijlage 1.2.3 Geen ontheffing mogelijk

Ontheffing onder voorwaarden mogelijk

kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 4 te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen. Bijlage 1.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Inventarisatie Buizerd Kom A7 te Purmerend

ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: ♣ Een projectplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven. ♣ Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een projectplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft als onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd.

Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes of het stilleggen van werkzaamheden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-40

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10474628/1