J -bestemmingsplan-wormerweg-27-nota-van-zienswijzen
Tekst van het document
Bijlage 5 bij raadsbesluit d.d. 29 juni 2023, registratienummer 1583913
Nota van zienswijzen inzake bestemmingsplan ‘Wormerweg 27, Westbeemster’ Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend heeft op 22 november 2022 besloten om de formele procedure te starten voor het ontwerpbestemmingsplan ‘Wormerweg 27, Westbeemster’. Meer informatie over het project is te vinden in de toelichting van het bestemmingsplan. Het ontwerp heeft, vergezeld van de daarop betrekking hebbende relevante stukken, van 5 december 2022 tot en met 16 januari 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de gelegenheid gehad schriftelijk of mondeling zienswijzen naar voren te brengen. Hiervan is kennisgeving gedaan in de rubriek ‘officiële mededelingen’ in het Purmerends Nieuwsblad van 1 december 2022 en in het Gemeenteblad van dezelfde datum. Deze kennisgeving heeft ook elektronisch op de gemeentelijke website gestaan. Aan de wettelijke kennisgevings- en terinzageleggingsvereisten is voldaan. Ontvangen zienswijzen Er is één zienswijze ontvangen. Deze is afkomstig van een advocatenbureau dat optreedt namens een viertal omwonenden. De persoonsgegevens van de indieners staan vermeld in bijlage A bij deze Nota van zienswijzen. In verband met de privacybescherming wordt deze bijlage niet op internet geplaatst en is deze alleen in papieren vorm in te zien op het stadhuis.
Van twee van de omwonenden, eveneens vermeld in bijlage A, is later een aanvulling op de zienswijze ontvangen. Deze aanvullingen bevatten geen nieuwe argumenten maar een nadere motivatie van de gezamenlijk ingediende zienswijze. Daarom wordt deze aanvullingen niet als een aparte zienswijze beschouwd. Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend en is hiermee ontvankelijk. Inhoudelijk De zienswijze wordt hieronder in verkorte vorm weergegeven en van commentaar voorzien. De argumenten zijn integraal in de overwegingen betrokken. 1. Omwonenden zijn tegen de uitbreiding van het bedrijf omdat het bedrijf in de huidige situatie al geluidhinder, lichthinder en stankoverlast veroorzaakt en dit met een uitbreiding alleen maar meer zal worden. Daarnaast wordt planschade ten opzichte van een Rijksmonumentaal pand (de woning van een van de indieners) verwacht en een verdere aantasting van het landschap. Reactie gemeente De bedrijfsprocessen van het bedrijf zullen een zekere mate van hinder voortbrengen, maar het is de vraag of deze boven de normen die hiervoor gelden uitgaan. Voor geur geldt op grond van de Wet geurhinder een veehouderij geldt een vaste afstand die moet worden gehouden tussen een emissiepunt en de dichtstbijzijnde gevel van derden van 50 m.
De woningen van indieners liggen allemaal op een grotere afstand, de dichtstbijzijnde woning, Wormerweg 26, ligt op circa 157 meter. De uitbreiding zorgt er niet voor dat in de toekomstige situatie wel een richtafstand wordt overschreden. De uitbreiding komt aan de westkant te liggen, meer in de richting van het perceel Volgerweg 1. Maar ook in de toekomstige situatie wordt hier een afstand van circa 160 meter tot de woning aangehouden. Er blijft dus voldaan worden aan de normen die hier door de wetgever aan zijn gesteld. Of er sprake zal zijn van planschade is iets wat door een onafhankelijke adviseur onderzocht zal moeten worden. Een aanvraag daartoe kan pas gedaan worden zodra het 1
Bijlage 5 bij raadsbesluit d.d. 29 juni 2023, registratienummer 1583913 bestemmingsplan onherroepelijk is. Op de vermeende aantasting van het landschap wordt onder punt 3 nader ingegaan. Aanpassing van het bestemmingsplan Geen aanpassingen. 2. Op 3 juli 2017 is een omgevingsvergunning verleend waarmee de huidige bedrijfsomvang is vergund. Deze vergunning is verleend op basis van regelgeving, waaronder de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), die later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in strijd met Europees recht is verklaard. Er loopt nu een traject om te beoordelen of deze PAS-melding gelegaliseerd kan worden en of de vergunning in stand kan blijven. Indiener stelt dat in algemene zin de verwachting is dat het bedrijf in omvang teruggebracht zal moeten worden omdat er geen vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming zal zijn. Van nog verdere uitbreiding kan daarom geen sprake zijn. Reactie gemeente Navraag bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord leert dat een dergelijk traject niet loopt. Het is ons niet bekend waar de indiener van de zienswijze dit op baseert. Er is geen sprake van een uitbreiding qua dieren, daarmee is ook geen aanpassing van de natuurvergunning nodig. Het bedrijf heeft alle vergunningen op orde. Er wordt in de huidige, vergunde situatie voldaan aan alle geldende wet- en regelgeving.
Aanpassing van het bestemmingsplan Geen aanpassingen. 3. De uitbreiding maakt inbreuk op de openheid van de Beemster en op het uitgangspunt een vierkant erf met centraal in het midden een stolpboerderij te realiseren en is daarmee strijdig met de werelderfgoedstatus. Door een eerdere uitbreiding is laatstgenoemd uitgangspunt al ondergraven, verdere aantasting moet worden voorkomen. Reactie gemeente Als bijlage bij het ontwerp-bestemmingsplan is een erfinrichtingsplan gevoegd waarin aangetoond wordt dat de uitbreiding past in de structuur van de Beemster. De gemeente heeft dit plan beoordeeld en akkoord bevonden. Het bebouwd oppervlak op dit perceel neemt door de uitbreiding toe, maar in het geval van een agrarisch bedrijf kan de gemeente hiermee akkoord gaan. De agrarische sector is van groot belang voor de Beemster, ook om het Beemster landschap open te houden. Om dit agrarische karakter te behouden moeten agrarische bedrijven in staat worden gesteld om hun bedrijfsvoering optimaal uit te oefenen. In de Structuurvisie Beemstermaat uit 2012 is opgemerkt dat, in tegenstelling tot veel andere agrarische gebieden in Nederland, De Beemster nog kansen biedt voor schaalvergroting en dat rekening gehouden wordt met continuering en groei van de agrarische bedrijvigheid. Hierin is uitbreiding van een bouwvlak tot maximaal 2 hectare voorzien.
In het onderhavige geval wordt deze maat niet gehaald. Aanpassing van het bestemmingsplan Geen aanpassingen. 4. Er is geen onderzoek gedaan naar de behoefte aan de uitbreiding. Indiener stelt dat aanvrager meerdere landbouwbedrijven op verschillende locaties exploiteert. De vraag moet worden gesteld waarom voor de locatie Wormerweg 27 is gekozen en niet voor een andere locatie én of de in 2017 vergunde uitbreidingsruimte is aangewend. Ook moet onderzocht worden of de uitbreiding niet op een andere plaats op het huidige bouwperceel gerealiseerd kan worden, bijvoorbeeld aan de voorzijde tussen de stolp en de grote ligboxenstallen. 2
Bijlage 5 bij raadsbesluit d.d. 29 juni 2023, registratienummer 1583913
Reactie gemeente Wat de meest ideale locatie voor nieuwe bedrijfsgebouwen is, is primair aan de initiatiefnemer om te bepalen. In dit geval is de initiatiefnemer erop uitgekomen dat de gekozen locatie, aan de Wormerweg 27, de voorkeur verdient boven eventuele andere locaties. De gemeente toetst dan of realisatie van het bouwplan op de gekozen locatie past binnen een goede ruimtelijke ordening. In dit geval heeft de gemeente geoordeeld dat dit het geval is. Het is dan niet aan de gemeente om aan te sturen op heroverweging van de locatie. Desgevraagd heeft initiatiefnemer ons laten weten dat ervoor is gekozen om de kuilopslagen en opslagloods aan de Wormerweg 27 te situeren. Dit is omdat de voeropslagen en de machinebewerkingen ook bij dit bedrijf horen en op deze locatie gebeuren. Hierdoor hoeven er geen verkeersbewegingen van andere locaties meer gedaan te worden en komen de machines en de voeropslag op de juiste plaats dicht bij het bedrijf aan de Wormerweg 27. Daarnaast heeft het bedrijf de Agrarische Beoordelingscommissie onderzoek laten doen naar de noodzaak voor een werktuigenberging en voeropslagen. Uit een advies van deze commissie blijkt dat deze wenselijkheid er is. Dit advies is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Het gemeentebestuur ziet daarnaast niet in hoe de uitbreiding op een andere plaats binnen het bestaande bouwvlak gesitueerd zou kunnen worden.
Binnen dit bouwvlak ontbreekt de ruimte voor een uitbreiding van een dergelijke omvang. Aanpassing van het bestemmingsplan Geen aanpassingen. 5.
Verzocht wordt de anterieure overeenkomst die met initiatiefnemer is gesloten op te sturen, aangezien de inhoud hiervan relevant kan zijn in relatie met de bestemmingsplanregels.
Reactie gemeente De anterieure overeenkomst (AO) behoort niet tot de op het ontwerp van het bestemmingsplan betrekking hebbende stukken. Het is daarom niet verplicht om de overeenkomst ter inzage te leggen. Een AO betreft een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer die het onderhandelingsresultaat over financiële aangelegenheden (kostenverhaal) tussen beide partijen bevat. Om deze reden wordt een AO niet openbaar gemaakt. In de AO’s die de gemeente Purmerend met initiatiefnemers sluit, staan alleen afspraken over wederzijdse verplichtingen die de gemeente en initiatiefnemer naar elkaar toe hebben. Dit zijn zaken als het verhaal van de kosten die de gemeente moet maken ten behoeve van het project, de aansprakelijkheid bij schade aan gemeente-eigendommen en eventueel het betalen van een bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen. De gemeente verplicht zich daarbij tot het leveren van een inspanning om de procedure te voeren. Zaken als die de indiener noemt, betreffende de inrichting van het terrein en het vervallen van de buitenopslag, zijn zaken die via opname in een AO niet gewaarborgd kunnen worden aangezien deze niet kunnen worden afgedwongen door derden. Daarom kiest de gemeente er ook nooit voor om dergelijke zaken in een AO te regelen. Aanpassing van het bestemmingsplan Geen aanpassingen. 6.
Indiener verzoekt om inrichtingseisen te stellen, op publiekrechtelijke basis (via een exploitatieplan) dan wel op privaatrechtelijke basis (via een contract). Dit gaat om: a. het realiseren van het inrichtingsplan; b. een verbod op opslag van ruwvoer buiten de aanwezige sleufsilo’s en/of bebouwing; c. een verbod tot het gebruik van de te bouwen opslagloods als veestalling. Reactie gemeente 3
Bijlage 5 bij raadsbesluit d.d. 29 juni 2023, registratienummer 1583913 Het gemeentebestuur meent dat het goed is om aan het verzoek genoemd onder a. tegemoet te komen. De regels van het ontwerpplan bevatten inderdaad geen garantie dat de beplanting langs de randen van het erf zoals die is ingetekend in het erfinrichtingsplan daadwerkelijk aangeplant én behouden zal blijven. Het gemeentebestuur kiest ervoor om deze waarborgen op publiekrechtelijke basis te grondvesten. Een middel met een privaatrechtelijke basis zoals een contract is daar niet geschikt voor (zie de reactie op punt 5). Aan de regels van het bestemmingsplan wordt een regel toegevoegd met een zogenaamd ‘voorwaardelijke verplichting’. Deze regel houdt de verplichting in om het erfinrichtingsplan binnen anderhalf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te realiseren en in stand te houden. Indien hier niet aan wordt voldaan, geldt dit als strijdig gebruik met het bestemmingsplan en kan hier handhavend tegen worden opgetreden. Initiatiefnemer heeft laten weten dit een aanvaardbare voorwaarde te vinden en hieraan te voldoen.
De voorwaardelijke verplichting komt te luiden: “Het gebruik van de gronden en bebouwing conform de bestemming is uitsluitend toegestaan indien binnen anderhalf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het inrichtingsplan zoals dat is opgenomen als bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan is gerealiseerd en de beplanting in stand wordt gehouden.” Het erfinrichtingsplan is daarbij als bijlage bij de regels opgenomen. Voor wat betreft het verzoek genoemd onder b, het vastleggen dat het ruwvoer niet meer buiten de sleufsilo’s en/of bebouwing opgeslagen wordt: initiatiefnemer heeft desgevraagd laten weten dat de huidige kuilopslag langs de Volgerweg nodig blijft voor een beperkte voervoorraad en bedrijfsvoering. Deze zal in omvang aanzienlijk kleiner worden als de nieuwe sleufsilo’s zijn gerealiseerd. Om die reden wordt een dergelijke bepaling niet opgenomen. Voor wat betreft het verzoek onder c, het vastleggen dat de nieuw te bouwen opslagloods niet als veestal gebruikt kan gaan worden: hieraan wordt niet tegemoet gekomen. Initiatiefnemer geeft in zijn aanvraag onderbouwd aan dat hij dit gebouw als opslagloods wil gebruiken voor machines en werktuigen. Het gemeentebestuur gaat hier dan ook vanuit en niet van een opzet waarin de loods in de toekomst anders gebruikt wordt dan voor de functie waarvoor deze is aangevraagd.
Bovendien is het niet zo dat als een nieuw gebouw geplaatst wordt, het aantal dieren dat het bedrijf kan houden zomaar kan toenemen. Dit aantal is vastgelegd in de milieuvergunning die aan het bedrijf is verstrekt. De vergunning zal dan gewijzigd moeten worden. Ten slotte kan een gebouw dat gebouwd is als opslagloods niet zomaar in gebruik worden genomen als veestalling. Een veestal vergt een bepaalde constructie en voorzieningen die niet zonder vergunning aangebracht kunnen worden. Om die reden wordt een dergelijke bepaling niet opgenomen. Aanpassing van het bestemmingsplan Aan artikel 9 (Algemene gebruiksregels) wordt een lid (8.5) toegevoegd, luidende: 8.5 Voorwaardelijke verplichting Het gebruik van de gronden en bebouwing conform de bestemming ‘Agrarisch’ is uitsluitend toegestaan indien binnen anderhalf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het erfinrichtingsplan zoals dat is opgenomen als bijlage 1 bij deze regels, is uitgevoerd en de beplanting in stand wordt gehouden. Overeenkomstig deze regel is het erfinrichtingsplan als bijlage bij de regels opgenomen. 7. In het ontwerp van het bestemmingsplan is alleen onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie in de aanlegfase. Ook de stikstofdepositie in de exploitatiefase had onderzocht moeten worden. Reactie gemeente 4
Bijlage 5 bij raadsbesluit d.d. 29 juni 2023, registratienummer 1583913 Dit is correct. Bovendien is op 26 januari 2023 is een nieuwe versie van AERIUS Calculator gepubliceerd. De berekeningen dienen in de nieuwe versie van Aerius ingevoerd te worden. Het stikstofdepositieonderzoek is aangevuld met een berekening waarin de gebruiks- en aanlegfase zijn betrokken, uitgevoerd op grond van de laatste versie van de AERIUS calculator. Hieruit blijk dat in beide fasen geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden zijn te verwachten. Daarmee is het project in het kader van de Wet natuurbescherming vergunningsvrij. Het volledige stikstofdepositieonderzoek, inclusief de AERIUS berekeningen is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Aanpassing van het bestemmingsplan De toelichting is aangepast op het geactualiseerde stikstofdepositieonderzoek, welke als bijlage bij de toelichting is gevoegd. Conclusie Gelet op het vorenstaande is en blijft het gemeentebestuur van mening dat de geplande ontwikkeling ruimtelijk en planologisch inpasbaar is. De zienswijze leidt tot het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de regels en het actualiseren van de Aerius-berekening, waarbij ook de gebruiksfase is meegenomen.
5