G-bijlagen-bij-toelichting-bestemmingsplan-Riekstraat-Gaffelstraat-2022
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Riekstraat - Gaffelstraat 2022 Vastgesteld
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
4
Bijlage 1
Bomen Effect Analyse (BEA)
5
Bijlage 2
Bezonningsstudie
32
Bijlage 3
Bodemonderzoek
39
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
148
Bijlage 5
FloraFaunacheck
1574
Bijlage 6
Stikstofdepositie
1579
Bijlage 7
Berekening parkeerbehoefte
1594
Bijlage 8
Parkeeronderzoek
1596
Bijlage 9 3.0
Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw
Bijlage 10 Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland
1685 1721
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
4
Bijlage 1 Bomen Effect Analyse (BEA)
Boom Effect Analyse ten behoeve van Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
In opdracht van Gemeente Purmerend
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
In opdracht van: Naam Contactpersoon Postadres Postcode + plaats Projectstatus
: Gemeente Purmerend : : Postbus 15 : 1440 AA Purmerend : Voorlopig ontwerp (VO)
Datum rapport Onderzoeker Opgesteld door Gecontroleerd door Opnamedatum BEA Status Versie
: 1 juli 2021 : : : : 28 juni 2021 : Definitief : 1.0
Smit Groenadvies BV Adres Telefoonnummer E-mail Internet
: Zijperweg 5 1742 NE Schagen : : : www.smitgroenadvies.nl
2 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Inhoud 1
INLEIDING
4
2
CONCLUSIE
6
3
ADVIES
6
4
DE WERKZAAMHEDEN
8
4.1 4.2
De geplande werkzaamheden Bronbemaling
8 9
DE TOEGEPASTE ONDERZOEKSMETHODE
10
5.1 5.2 5.3 5.4
10 11 11 12
5
6
7
Inventarisatie en conditiebepaling van de boom Visuele controle op gebreken Beoordeling van de groeiplaats boven- en ondergronds Toekomstverwachting
ONDERZOEKSRESULTATEN
13
6.1 6.2
13 17
Inventarisatie van de bomen en Boomveiligheidscontrole Groeiplaatsonderzoek
ANALYSE
17
BIJLAGE 1 BOORPROFIELEN – PROFIELKUILEN
18
BIJLAGE 2 FOTO’S
20
BIJLAGE 3 WERKEN BIJ DE BOOM
25
3 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
1
Inleiding
Gemeente Purmerend heeft het plan opgevat om tussen de Riekstraat en Gaffelstraat het bestaande waterlichaam te verlengen en deze te laten aansluiten door middel van een duiker op de het water aan de Waterschapssingel. Ook zal het huidige gebouw op de Riekstraat gesloopt worden en zal er hier nieuwbouw plaatsvinden. In de afbeelding 1 is de huidige situatie weergegeven. In afbeelding 2 is de nieuwe situatie te zien zoals deze is voorgesteld door de gemeente.
Afbeelding 1; de huidige situatie inclusief boomnummer bij welke bomen er onderzoek worden gedaan
4 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Afbeelding 2; de nieuwe situatie zoals voorgesteld door de gemeente.
Er wordt op deze locatie bij 10 bomen onderzoek gedaan naar wat de invloed is van de werkzaamheden op de bomen. De gemeente had hier voor 8 bomen gepland maar in overleg is deze uitgebreid met 2 bomen. Deze staan ten noordoosten van boom 3. In afbeelding 1 zijn deze 10 weergegeven. Bij deze boom effect analyse hoort de volgende onderzoeksvraag: Kunnen de huidige bomen in hun huidige verschijningsvorm en op dezelfde standplaats duurzaam behouden blijven?
5 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
2
Conclusie
Het verlengen van het waterlichaam aangegeven zoals in afbeelding 2 kan niet worden uitgevoerd als de bomen in hun huidige verschijningsvorm behouden moeten blijven. De wortelschade zal tussen de 20 en 40% liggen en deze schade is niet te compenseren voor de bomen. Er is een afweging nodig of de werkzaamheden op een andere manier kunnen worden uitgevoerd. Ter hoogte van boom 6, 7 en 8 komt het waterlichaam te dicht op de bomen waardoor er teveel wortelschade zal ontstaan. Hierdoor zal de conditie van deze bomen dusdanig achteruitgaan waardoor deze niet meer duurzaam te behouden zullen zijn. Ook zal voornamelijk bij boom 6 de stabiliteit een probleem vormen en kan deze niet voldoende gegarandeerd worden. In hoofdstuk 3 wordt hier dieper op ingegaan en wordt ook een alternatief beschreven. Bij de andere bomen kunnen de werkzaamheden zoals in afbeelding 2 aangegeven plaatsvinden en worden uitgevoerd. Te allen tijde is Handboek Bomen 2018 leidend en kan in overleg er van afgeweken worden.
3
Advies
Boom 1 en 2; In de nieuwe situatie zal er een gedeelte van het waterlichaam worden gedempt. Hierdoor zal er meer wortelbare ruimte ontstaan voor deze 2 bomen. Het huidige maaiveld zal qua hoogte worden gehandhaafd. De werkzaamheden hebben hier geen invloed op de huidige verschijningsvorm en conditie van de bomen en kunnen worden uitgevoerd. Boom 3, 4 en 5; Het nieuwe waterlichaam heeft vooral invloed op boomnummer 5. De nieuw te graven waterlichaam is op voldoende afstand van de boom. Hier zullen enkele opname wortels worden beschadigd/verwijderd, dit zal geen invloed hebben op de huidige verschijningsvormen conditie van de boom. De werkzaamheden kunnen hier zoals aangegeven in afbeelding 2 plaatsvinden. Boom 6, 7 en 8; Het nieuwe waterlichaam komt te dicht op deze 3 bomen. Er ontstaat teveel wortelschade bij zowel de opnamewortels en stabiliteitswortels. Het advies is om het waterlichaam ter hoogte van deze bomen te verleggen naar het oosten van de voorgenomen locatie zoals aangegeven in afbeelding 2. In afbeelding 3 is de geadviseerde locatie aangeven. Dit komt overeen met een parallelle verplaatsing van 3 meter. Boom 9 en 10; Ter hoogte van boom 9 sluit het waterlichaam aan op het fietspad. Vanaf hier zal er een duiker worden aangebracht zodat deze aansluit op het waterlichaam langs de Waterschapssingel.
Het advies is om deze duiker aan te brengen in een hoek van 45 graden ten opzichte van het fietspad en is aangegeven in afbeelding 3. Door de duiker op deze manier aan te leggen is er geen invloed op de conditie en huidige verschijningsvorm van boom 9 en 10. De graafwerkzaamheden moeten minimaal 2,5 meter uit de stam van de boom worden uitgevoerd. Bij alle bestaande bomen in het werkgebied dient er een stam- kroonbescherming toegepast te worden. Voor de kroonbescherming dient men de kroondiameters aan te houden zoals aangeven in hoofdstuk 6. Ten tijde van de graafwerkzaamheden mogen de kroonbeschermingen verplaatst worden zodat men kan werken in de kroonprojectie. Dit dient wel in overleg met een European Tree Technician te gebeuren. Er dient gewerkt te worden volgens Handboek Bomen 2018, werken rondom bomen. In bijlage 3 is dit aangegeven. Vooraf aan de werkzaamheden dient er bij de bomen 1 t/m 10 onderhoudssnoei te worden uitgevoerd. Hierdoor zal er meer ruimte ontstaan voor graafwerkzaamheden en dus minder kans op beschadiging van de kroon. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen en onderzoeken is het mogelijk dat er wortels beschadigd raken. De wortels dienen of afgeknipt te worden of afgezaagd, haaks op de wortel. Wortels dikker dan 5cm doorsnede dienen in overleg met een European Tree Technician te worden afgezaagd.
6 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Afbeelding 3; met oranje aangegeven hoe het waterlichaam ter hoogte van boom 4, 5 en 6 moeten worden aangelegd en in geel de aan te leggen duiker.
7 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
4
De werkzaamheden
4.1
De geplande werkzaamheden
Het gebouw aan de Riekstraat 21 wordt gesloopt en er komt een nieuw appartementencomplex voor in de plaats. Er word een nieuw waterlichaam gegraven en deze wordt aangesloten op het waterlichaam bij de Waterschapssingel door middel van een duiker. Het waterniveau in de huidige waterlichamen is bij allebei 4,3 meter onder NAP. Het maaiveld ter hoogte van de bomen 6, 7 en 8 ligt op 3,1 meter onder NAP. Het waterniveau ligt dus 1,2 meter onder het huidige maaiveld. Deze hoogte zal worden opgevangen door een te graven talud. Ter hoogte van Gaffelstraat 28 wordt een brug over het water geplaatst. Deze heeft geen invloed op de onderzochte bomen. Ten tijde van de opmaak van dit rapport is het niet bekend of er voor de nieuwbouw bronbemaling zal worden toegepast. Dit is wel meegenomen in de rapportage. De toekomstverwachting van de bomen kan ernstig verstoord worden door de bouwwerkzaamheden die uitgevoerd gaan worden. Hieronder vindt u een opsomming wat de gevolgen kunnen zijn.
Schade bovengronds Door de inzet van zwaar materieel en het werken in korte nabijheid van de bomen, is er een verhoogde kans op stam- en/of kroonbeschadiging. Schade ondergronds Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ontstaat er wortelverlies als gevolg van de graafwerkzaamheden. Tevens bestaat er een groot risico op bodemverdichting van de groeiplaats door inzet van zwaar materieel. Daarnaast kan er indirect wortelschade/sterfte ontstaan door een verstoorde diffusie van bodemgassen met de buitenlucht als gevolg van opslag van materiaal en materieel. Onder het begrip wortelschade wordt de schade aan de opnamewortels verstaan. Deze wortels zorgen voor de opname van voedingsstoffen en vocht. Het wordt weergeven in procenten ten opzichte van de totale hoeveelheid opnamewortels. Onder het begrip stabiliteitswortelschade wordt de schade aan de wortels verstaan die zorgen voor de stabiliteit van de boom. Het wordt weergeven in procenten ten opzichte van de totale hoeveelheid stabiliteitswortels. Voor het percentage schade aan de beworteling zijn onderstaande richtlijnen opgesteld: • Tot 10% verlies is acceptabel bij een goede groeiontwikkeling; • Bij 10-20% wortelschade is compensatie gewenst; • Bij 20-40% wortelverlies is individuele afweging noodzakelijk; • Bij meer dan 40% wortelverlies van de stabiliteitswortels (>5cm diameter) is er sprake van acute instabiliteit.
In de regel heeft een boom 3 jaar nodig om het wortelverlies te compenseren als de doorwortelbare ruimte hiervoor toereikend zijn.
8 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
4.2
Bronbemaling
Ten tijde van de bouwkuip zal er ook bronbemaling plaatsvinden. Veranderingen in de grondwaterstand of bronbemaling zijn binnen de kwetsbare boomzone zonder toestemming (Goedgekeurd Werkplan) niet toegestaan. Het (tijdelijk) verhogen van de grondwaterstand (GWS) met meer dan 10% of het (tijdelijk) verlagen van de GWS met meer dan 20% van de bestaande bewortelingsdiepte kan schade aan de wortels en daarmee aan de bomen veroorzaken. Zie afbeelding 4. Een verhoging van de GWS in het groeiseizoen kan leiden tot acute wortelsterfte vanwege zuurstofgebrek. Dit zal leiden tot afsterving van de bomen. Een daling van de GWS in het groeiseizoen is vooral bedreigend wanneer deze langere tijd aanhoudt. De mate van verandering, de tijdsduur van de verandering en de periode is van invloed. In droge periodes zal een verlaging van de GWS sneller fatale gevolgen hebben. Tevens hebben veranderingen in de GWS buiten het groeiseizoen (november t/m februari) doorgaans minder invloed op de bomen.
Afbeelding 4; leidraad voor grondwaterfluctuaties
9 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
5
De toegepaste onderzoeksmethode
Er zijn verschillende stappen ondernomen voor deze Boom Effect Analyse: • Inventarisatie en conditiebepaling van de bomen. • Visuele controle op symptomen van verzwakking. • Toekomstverwachting. • Beoordeling van de groeiplaats. In hoofdstuk 5.1 t/m 5.4 worden de verschillende onderzoeksmethoden toegelicht. 5.1
Inventarisatie en conditiebepaling van de boom
Bij de inventarisatie en conditiebepaling is bepaald welke boom aanwezig is en wordt bepaald wat de conditie hiervan is. Inventarisatie Het gaat hierbij bijvoorbeeld om soort, grootte en locatie. Naast deze vaste gegevens worden ook variabele gegevens opgenomen, als stamomtrek en kroon afmeting. Conditiebepaling De conditiebepaling is een momentopname van de verschijningsvorm van de boom. Bij de conditiebepaling wordt er gebruik gemaakt van de conditiebepaling van Roloff. Roloff beschrijft met name de verandering van het vertakkingspatroon bij afname van de conditie. Bij de conditiebepaling van de bomen is gebruik gemaakt van 4 classificaties, te weten; goed(0), redelijk(1), matig(2) en slecht(3). In afbeelding 5 is de conditiebepaling volgens de methodiek van Prof. Dr A. Roloff toegelicht.
Afbeelding 5; conditiebepaling volgens Roloff.
10 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
5.2
Visuele controle op gebreken
VTA methode De boomveiligheidscontrole is uitgevoerd met behulp van de VTA methode. De afkorting VTA staat voor Visual Tree Assessment. Bij deze visuele beoordeling van de bomen, wordt gericht gekeken naar de bouw en het groeigedrag van de boom. Het breukrisico wordt beoordeeld door te kijken naar de stam, stamvoet, takaanzetten, kroonopbouw en aanwezigheid van zwammen. Bij de conclusie wordt de boom ingedeeld in één van de volgende categorieën: Zonder gebrek
Een boom wordt goedgekeurd als er geen symptomen bij een boom worden aangetroffen die op een defect wijzen.
Attentieboom
Bomen waarbij wel een symptoom gevonden wordt, maar waarvan duidelijk is dat deze op het moment van controle geen verhoogd risico veroorzaakt, worden als attentieboom aangeduid.
Risicoboom
Bomen waarbij een symptoom gevonden wordt die een verhoogd risico veroorzaakt en bomen waarbij een symptoom gevonden wordt waarvan op het moment van controle niet kan worden aangegeven of het een verhoogd risico veroorzaakt, worden aangemerkt als zijnde risicoboom.
Afgekeurd
Bomen waarvan op het moment van de controle duidelijk is dat zij een verhoogd risico veroorzaken, worden aangemerkt als afgekeurd. Vanuit het oogpunt van veiligheid dienen deze bomen verwijderd te worden.
5.3
Beoordeling van de groeiplaats boven- en ondergronds
De groeiplaats is visueel beoordeeld waarbij is opgelet op de bovengrondse ruimte. Verder zijn er meerdere proefsleuven en grondboringen gemaakt. Dit is gedaan om de ondergrondse groeiplaats te beoordelen. Hierbij wordt ook de beworteling van de bomen bekeken en beoordeeld. De locatie van de proefsleuven en de grondboringen zijn weergegeven bij de resultaten van het groeiplaats onderzoek in hoofdstuk 6.3 Hieronder in afbeelding 6 staan de verhouding van de stamdiameter(in cm) tot de diameterwortelkluit(in meters). Deze verhoudingen houdt men aan om zodoende te kunnen garanderen dat de boom niet instabiel wordt.
Afbeelding 6; De graafafstanden ten opzichte van de stamdiamter.
11 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
5.4
Toekomstverwachting
De toekomstverwachting wordt bepaald door de leeftijd, conditie, mechanische gebreken, groeiplaatsomstandigheden en in dit geval door de herinrichtingsplannen. Bij de uitslag wordt de boom ingedeeld in één van de volgende categorieën: Goed
Toekomstverwachting van minimaal 15 jaar en meer actieve groei.
Redelijk
Toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar actieve groei.
Matig
Toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar actieve groei.
Slecht
Toekomstverwachting van 0 tot 5 jaar actieve groei.
12 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
6
Onderzoeksresultaten
6.1
Inventarisatie van de bomen en Boomveiligheidscontrole
Opdrachtgever Projectnaam
Gemeente Purmerend BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente Purmerend BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente Purmerend BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente
Purmerend
Purmerend
Purmerend
Adres
Riekstraat - Gaffelstraat
Riekstraat - Gaffelstraat
Riekstraat - Gaffelstraat
Boomnummer Boomsoort (lat.)
1 Salix alba Chermesina
2 Salix alba Chermesina
3 Acer saccharinum Pyramidale
Boomsoort (nl.)
Wilg
Wilg
Witte esdoorn
Plantjaar
1990
1990
1970
Boomgrootte
2e grootte (8-15m)
2e grootte (8-15m)
1e grootte (>15m)
Boomtype Vrije 'wettelijke' doorgang (meters)
Niet vrij uitgroeiend
Niet vrij uitgroeiend
Niet vrij uitgroeiend
4,5 m en 2,5 m
4,5 m en 2,5 m
4,5 m en 2,5 m
Conditie | Groei
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Toekomstverwachting
> 15 jaar
> 15 jaar
> 15 jaar
Boomhoogte (meters)
14,3
13,9
17,8
Stamdiameter (centimeters)
46,15
35,01
62,39
Standplaats
Open grond beplant
Open grond beplant
Open grond beplant
Kroondiameter O-W (meters)
9,6
6,8
17,5
Kroondiameter N-Z (meters)
10,7
8,6
13,6
Werkelijke opkroonhoogte
6,2
4,0
2,8
Boom behouden
Ja
Ja
Ja
Omgevingsrisico
Algemeen
Algemeen
Algemeen
Inspectiedatum
24/06/2021
24/06/2021
24/06/2021
Soort gebrek
Algemeen
Gebreken
Onvoldoende doorgang
Boomonderdeel
Kroon
Gevolg (risico) Urgentie Maatregel
Onvoldoende_doorgang < 6 mnd. : Doorgang vrijmaken
Frequentie
3 jaar
3 jaar
Jaarlijks
Veiligheidsklasse
Boom zonder gebreken
Risicoboom
Boom zonder gebreken
Controlejaar
2024
2024
2022
Opkroonhoogte (eindbeeld)
6 m en 4 m
6 m en 4 m
Opkroonhoogte (actueel)
Bereikt
Nog niet bereikt
6 m en 4 m Onbereikbaar (ongewenst)
Boombeeld
Regulier
Regulier
Regulier
Actie (snoeiwijze)
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
Opdrachtgever
Gemeente Purmerend
Gemeente Purmerend
Gemeente Purmerend 13 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Projectnaam
BEA Riekstraat Gaffelstraat
BEA Riekstraat Gaffelstraat
BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente
Purmerend
Purmerend
Purmerend
Adres
Riekstraat - Gaffelstraat
Riekstraat - Gaffelstraat
Riekstraat - Gaffelstraat
Boomnummer Boomsoort (lat.)
4 Acer saccharinum Pyramidale
5 Acer saccharinum Pyramidale
6 Acer saccharinum Pyramidale
Boomsoort (nl.)
Witte esdoorn
Witte esdoorn
Witte esdoorn
Plantjaar
1970
1970
1970
Boomgrootte
1e grootte (>15m)
1e grootte (>15m)
1e grootte (>15m)
Boomtype Vrije 'wettelijke' doorgang (meters)
Niet vrij uitgroeiend
Niet vrij uitgroeiend
Niet vrij uitgroeiend
4,5 m en 2,5 m
4,5 m en 2,5 m
4,5 m en 2,5 m
Conditie | Groei
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Toekomstverwachting
> 15 jaar
> 15 jaar
> 15 jaar
Boomhoogte (meters)
16,5
16,8
18,9
Stamdiameter (centimeters)
63,03
56,34
69,71
Standplaats
Open grond beplant
Open grond beplant
Open grond beplant
Kroondiameter O-W (meters)
16,6
13,9
18,5
Kroondiameter N-Z (meters)
12,3
11,9
15,9
Werkelijke opkroonhoogte
2,6
3,5
2,0
Boom behouden
Ja
Ja
Ja
Omgevingsrisico
Algemeen
Algemeen
Algemeen
Inspectiedatum
24/06/2021
24/06/2021
24/06/2021
Soort gebrek
Algemeen
Gebreken
Onvoldoende doorgang
Boomonderdeel
Kroon
Gevolg (risico) Urgentie Maatregel
Onvoldoende_doorgang < 6 mnd. : Doorgang vrijmaken
Frequentie
Jaarlijks
Jaarlijks
Jaarlijks
Veiligheidsklasse
Boom zonder gebreken
Boom zonder gebreken
Risicoboom
Controlejaar
2022
2022
2022
Opkroonhoogte (eindbeeld) Opkroonhoogte (actueel)
6 m en 4 m Onbereikbaar (ongewenst)
6 m en 4 m Onbereikbaar (ongewenst)
6 m en 4 m Onbereikbaar (ongewenst)
Boombeeld
Regulier
Regulier
Regulier
Actie (snoeiwijze)
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
14 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Opdrachtgever Projectnaam
Gemeente Purmerend BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente Purmerend BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente Purmerend BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente
Purmerend
Purmerend
Purmerend
Adres
Riekstraat - Gaffelstraat
Riekstraat - Gaffelstraat
Riekstraat - Gaffelstraat
Boomnummer Boomsoort (lat.)
7 Acer saccharinum Pyramidale
8 Acer saccharinum Pyramidale
9 Quercus robur
Boomsoort (nl.)
Witte esdoorn
Witte esdoorn
Zomereik
Plantjaar
1970
1970
1990
Boomgrootte
1e grootte (>15m)
1e grootte (>15m)
1e grootte (>15m)
Boomtype Vrije 'wettelijke' doorgang (meters)
Niet vrij uitgroeiend
Niet vrij uitgroeiend
Niet vrij uitgroeiend
4,5 m en 2,5 m
4,5 m en 2,5 m
2,5 m rondom
Conditie | Groei
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Toekomstverwachting
> 15 jaar
> 15 jaar
> 15 jaar
Boomhoogte (meters)
17,9
17,6
12,6
Stamdiameter (centimeters)
71,3
43,93
34,38
Standplaats
Open grond beplant
Open grond beplant
Gazon intensief
Kroondiameter O-W (meters)
15,6
13,1
10,7
Kroondiameter N-Z (meters)
11,8
11,3
11,0
Werkelijke opkroonhoogte
3,3
3,4
4,8
Boom behouden
Ja
Ja
Ja
Omgevingsrisico
Algemeen
Algemeen
Algemeen
Inspectiedatum
24/06/2021
24/06/2021
24/06/2021
Frequentie
Jaarlijks
Jaarlijks
3 jaar
Veiligheidsklasse
Boom zonder gebreken
Boom zonder gebreken
Boom zonder gebreken
Controlejaar
2022
2022
2024
Opkroonhoogte (eindbeeld)
6 m en 4 m Onbereikbaar (ongewenst)
4 m rondom
Opkroonhoogte (actueel)
6 m en 4 m Onbereikbaar (ongewenst)
Boombeeld
Regulier
Regulier
Regulier
Actie (snoeiwijze)
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
Onderhoudssnoei
Soort gebrek Gebreken Boomonderdeel Gevolg (risico) Urgentie Maatregel
Bereikt
15 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Opdrachtgever Projectnaam
Gemeente Purmerend BEA Riekstraat Gaffelstraat
Gemeente
Purmerend
Adres
Riekstraat - Gaffelstraat
Boomnummer Boomsoort (lat.)
10 Quercus robur
Boomsoort (nl.)
Zomereik
Plantjaar
1990
Boomgrootte
1e grootte (>15m)
Boomtype Vrije 'wettelijke' doorgang (meters)
Niet vrij uitgroeiend
Conditie | Groei
Voldoende
Toekomstverwachting
> 15 jaar
Boomhoogte (meters)
11,8
Stamdiameter (centimeters)
30,88
Standplaats
Gazon intensief
Kroondiameter O-W (meters)
9,1
Kroondiameter N-Z (meters)
9,0
Werkelijke opkroonhoogte
4,1
Boom behouden
Ja
Omgevingsrisico
Algemeen
Inspectiedatum
24/06/2021
2,5 m rondom
Soort gebrek Gebreken Boomonderdeel Gevolg (risico) Urgentie Maatregel Frequentie
3 jaar
Veiligheidsklasse
Boom zonder gebreken
Controlejaar
2024
Opkroonhoogte (eindbeeld)
4 m rondom
Opkroonhoogte (actueel)
Bereikt
Boombeeld
Regulier
Actie (snoeiwijze)
Onderhoudssnoei
16 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
6.2
Groeiplaatsonderzoek
Op de locatie zijn enkele grondboringen en profielkuilen gemaakt. Hierbij wordt de opbouw van de bodem in kaart gebracht en kan het wortelpakket worden bekeken. Op de volgende afbeelding zijn de locaties van de profielkuilen en grondboringen in kaart gebracht.
Afbeelding 7; met rood aangegeven de locaties van de profielkuilen en de grondboringen.
7
Analyse
De bomen zijn gezond en hebben een voldoende conditie. De levensverwachting van de bomen is ook minimaal 15 jaar. De bodemopbouw bestaat voornamelijk uit lichte- en zware zavel. Dit is een laag van ongeveer 90cm en tot 70cm onder maaiveld. In deze laag worden ook stabiliteits – en opname wortels aangetroffen. Daaronder is een laag zand en klei te vinden. Aan de hand van de aanwezige roestvlekken is te zien dat de hoogste grondwaterstand rond de 30cm onder maaiveld is. De huidige grondwaterstand is rond de 120-130cm onder maaiveld. De bomen hebben voldoende compensatie mogelijkheden voor de beworteling in het grasveld. Dit wordt in de nieuwe situatie ook grotendeels behouden en behouden de bomen ook compensatiemogelijkheden. Zeker als het waterlichaam ter hoogte van boom 6, 7 en 8 opgeschoven zal worden.
17 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
BIJLAGE 1 Boorprofielen – Profielkuilen Profiel 1, maaiveld -3,1 meter NAP diepte in cm t.o.v. grondsoort
organische stof
maaiveld 0-30
zware zavel
2,5 - 8%
30-80
lichte zavel
0 - 2,5%
80-100
kleiarm zand
0
100-120 lichte klei 2,5 - 8% grondwaterstand rond 120-130cm, opname wortels 0-80cm
Profiel 2, maaiveld -3,1 meter NAP diepte in cm t.o.v. maaiveld
grondsoort
organische stof
0-30
zware zavel
2,5 - 8%
30-70
lichte zavel
2,5 - 8%
70-90
lichte klei
2,5 - 8%
90-110
kleiarm zand
0 - 2,5%
110-120 zware klei 8 - 15% grondwaterstand rond 120-130cm, opname- en stabiliteitswortels 0-70cm
Profiel 3, maaiveld -3,1 meter NAP grondsoort diepte in cm t.o.v.
organische stof
maaiveld 0-30
lichte zavel
2,5 - 8%
30-50
zware zavel
2,5 - 8%
50-80
lichte klei
0 - 2,5%
80-100
kleiig zand
0 - 2,5%
100-120 zware klei 2,5 - 8% grondwaterstand rond 120-130cm, opname wortels 0-50cm
18 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Profiel 4, maaiveld -3,1 meter NAP diepte in cm t.o.v. grondsoort
organische stof
maaiveld 0-40
zware zavel
2,5 - 8%
40-70
kleiarm zand
0 - 2,5%
70-100
lichte klei
2,5 - 8%
100-120 zware klei 0 - 2,5% grondwaterstand rond 120-130cm, opname wortels 0-70cm
Profiel 5, maaiveld -3,1 meter NAP grondsoort diepte in cm t.o.v.
organische stof
maaiveld 0-30
zware zavel
2,5 - 8%
30-70
lichte zavel
2,5 - 8%
70-100
kleiig zand
0 - 2,5%
100-120 lichte klei 0 - 2,5% grondwaterstand rond 120-130cm, geen wortels te vinden
Profiel 6, maaiveld -3,3 meter NAP grondsoort diepte in cm t.o.v.
organische stof
maaiveld 0-60
lichte klei
2,5 - 8%
60-90
zware zavel
2,5 - 8%
90-120 zware klei 0 - 2,5% grondwaterstand rond 120-130cm, opname wortels 0-70cm
19 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
BIJLAGE 2 Foto’s
Boom 1
Boom 2
Boom 3
Boom 4
20 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Boom 5
Boom 6
Boom 7
Boom 8
21 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Boom 9
Locatie duiker, tussen boom 9 en 10
Boom 10
Overzicht terrein waar waterlichaam moet komen
22 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Profielkuil 1, opname wortels
Grondboring bij profielkuil 2
Stabiliteitswortel bij profielkuil 2
Stabiliteitswortel profielkuil 2
23 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Grondboring bij profielkuil 3
Grondboring bij profielkuil 5
Profielkuil 4
Profielkuil 6
24 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
BIJLAGE 3 Werken bij de boom
Kwetsbare boomzone
25 | 26
Boom Effect Analyse Verlengen waterlichaam en bouw appartementen Riekstraat en Gaffelstraat
Werken rond bomen, zie handboek bomen.
26 | 26
Bestemmingsplan "Riekstraat - Gaffelstraat 2022" (vastgesteld)
Bijlage 2 Bezonningsstudie
32
Bezonningsstudie Riekstraat-Gaffelstraat Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
35
20
34
Variant A - Voorkeursmodel 10 11
16
19
18
17
22
23
raat
Riekst
Gaf
26
27
29
43
28 K A
39
38
Ga ff
25pp ipv 13
41
tra
25
aat
42
els
24
str
40
at
fel
32
15
31
14
30
13
33
12
1
14
Sch
ntr 34
en ent
Kin 162 d/Tie m² ne
36 13
14
35 27
t
aat age rst r Kop ers l
tra
at
21
Ga
25 22
des
6
Spa
7
23
21
t
8
24
20
9
19
ffe
lst
raa
26
18
24
raa
25
17
rst
29
16
26
aze
23
35
12 78m appa ² rtem
sbl
12
15
28
Gla
31
aat
Nieuwe duiker
33
str
30 29
11
34
32 30
10
fel
t
28
33
9
Gaf
Nieuwe brug
raa
31
32
8
lst
27
ffe
10
Ga
11
26pp ipv 13
12
rce
3
37
um
13
21
2
ool
65
67
69
Bezonningsstudie Riekstraat-Gaffelstraat Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
Bevindingen 21 maart is (bij benadering) de eerste dag van de lente. Op deze dag zijn de dag en nacht overal op aarde even lang, ook wel de lenteequinox genoemd. De zon staat recht boven de evenaar en vervolgt vanaf deze dag zijn pad richting het noorden. Om deze reden is 21 maart een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is dat het een goede indicatie is voor de start van gunstige weersverwachtigngen en buitengebruik, waarbij deze datum als minimum kan worden beschouwd voor schaduwval. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd.
Tijdens de ochtendzon levert de nieuwbouw met name schaduwval aan de open groene plek en het nieuwe kind-tienercentrum. Vanwege het gebrek aan schaduwval op de bestaande woningen wordt dit gegeven niet beschouwd als nadelig. Rond het hoogste punt heeft iedereen louter hinder van hun eigen bebouwing aan de noordzijde. Rond het eind van de dag heeft iedereen louter hinder van hun eigen bebouwing aan de oostzijde, waarbij de zuidelijkste nieuwbouwwoningen eventueel milde schaduwval kunnen ervaren vanuit de bestaande bebouwing, te kennen Gaffelstraat 28-29. Bestaande woningen aan de Riekstraat en Gaffelstraat blijven onaangetast.
1.
2.
3.
4.
Afbeelding 1: 21 maart 09:00 uur Afbeelding 2: 21 maart 12:00 uur Afbeelding 3: 21 maart 15:00 uur Afbeelding 4: 21 maart 18:00 uur
Bezonningsstudie Riekstraat-Gaffelstraat Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
Bevindingen 21 juni, ookwel bekend als de “langste dag van het jaar”, is (bij benadering) de eerste dag van de zomer. Op deze dag staat de zon op zijn hoogst en is de dag op het noordelijk halfrond het langst, ookwel het zomersolsticium genoemd. De dagen worden vanaf dit moment weer korter. Om deze reden is 21 juni een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is een nauwelijks waarneembare schaduwval en hinder van omliggende woningen op de nieuwbouw, noch levert de nieuwbouw waarneembare schaduwval en hinder voor omliggende woningen. Aangezien deze datum doorgaans gepaard gaat met gunstige weersverwachtingen en buitengebruik, wegen de waarnemingen zwaarder mee. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd. In juni is 20:00 uur ook relevant.
Tijdens de ochtendzon heeft enkel het nieuwe kind-tienercentrum milde hinder van schaduwval door de nieuwbouw. Rond het hoogste punt heeft ieder louter milde hinder van hun eigen bebouwing aan de noordzijde. Tijdens de middagzon heeft ieder louter milde hinder van hun eigen bebouwing aan de oostzijde, evenals bij de avondzon.
1.
2.
3.
4.
5.
Afbeelding 1: 21 juni 09:00 uur Afbeelding 2: 21 juni 12:00 uur Afbeelding 3: 21 juni 15:00 uur Afbeelding 4: 21 juni 18:00 uur Afbeelding 5: 21 juni 20:00 uur
Bezonningsstudie Riekstraat-Gaffelstraat Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
Bevindingen 23 september is (bij benadering) de eerste dag van de herfst. Op deze dag zijn de dag en nacht overal op aarde even lang, ook wel de herfst-equinox genoemd. De zon staat recht boven de evenaar en vervolgt vanaf deze dag zijn pad richting het zuiden. Om deze reden is 23 september een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is dat het een goede indicatie is voor het einde van gunstige weersverwachtigngen en buitengebruik, waarbij deze datum als minimum kan worden beschouwd voor schaduwval. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd.
Tijdens de ochtendzon levert de nieuwbouw met name schaduwval aan de open groene plek en het nieuwe kind-tienercentrum. Vanwege het gebrek aan schaduwval op de bestaande woningen wordt dit gegeven niet beschouwd als nadelig. Rond het hoogste punt heeft iedereen louter hinder van hun eigen bebouwing aan de noordzijde. Rond het eind van de dag heeft iedereen louter hinder van hun eigen bebouwing aan de oostzijde, waarbij de zuidelijkste nieuwbouwwoningen eventueel milde schaduwval kunnen ervaren vanuit de bestaande bebouwing, te kennen Gaffelstraat 28-29. Bestaande woningen aan de Riekstraat en Gaffelstraat blijven onaangetast.
1.
2.
3.
4.
Afbeelding 1: 23 september 09:00 uur Afbeelding 2: 23 september 12:00 uur Afbeelding 3: 23 september 15:00 uur Afbeelding 4: 23 september 18:00 uur
Bezonningsstudie Riekstraat-Gaffelstraat Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
Bevindingen 22 december, ookwel bekend als de “kortste dag van het jaar” is (bij benadering) de eerste dag van de winter. Op deze dag staat de zon op zijn laagst en is de dag op het noordelijk halfrond het kortst, ookwel het wintersolsticium genoemd. De dagen worden vanaf dit moment weer langer. Om deze reden is 22 december een belangrijk meetpunt voor de bezonningsstudie. Het resultaat van deze datum is een waarneembare schaduwval en hinder van omliggende woningen op de nieuwbouw, als zowel levert de nieuwbouw waarneembare schaduwval en hinder voor omliggende woningen. Aangezien deze datum doorgaans gepaard gaat met ongunstige weersverwachtingen en buitengebruik, wegen de waarnemingen minder zwaar mee. De tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 18:00 uur worden meestal gehanteerd.
Vanwege de kortste dag is de zon op afbeelding 1 nauwelijks op en op afbeelding 4 al onder. Rond het hoogste punt kunnen enkel de woningen aan de Riekstraat 26 en 27 in hun voortuin en 28 in de achtertuin milde hinder van schaduwval ervaren. Halverwege de middag zal dit enkel voor de Riekstraat 28 gelden.
1.
2.
3.
4.
Afbeelding 1: 22 december 09:00 uur Afbeelding 2: 22 december 12:00 uur Afbeelding 3: 22 december 15:00 uur Afbeelding 4: 22 december 18:00 uur
Bezonningsstudie Riekstraat-Gaffelstraat Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
Conclusie • Vanwege de vrije ligging van de nieuwbouw, en de ruime afstand ten opzichte van de huidige woningen, is van schaduwval amper sprake. • Rond de kortste dag van het jaar, wanneer de zon op zijn laagst staat, is er verwaarloosbaar weinig sprake van schaduwval. Rond het hoogste punt zal de schaduw enkel de tuinen van de Riekstraat 26, 27 en 28 minimaal raken. • Halverwege de middag zal Riekstraat 28 nog schaduwval bemerken. • Afgezien van bovenstaande, ondervindt geen enkele woning hinder van schaduwval. • Gelet op het klimaat en het gebruik van de eigen buitenruimte van zowel de nieuwbouw als omliggende bebouwing, achten wij de aantasting van schaduwval door de nieuwbouw minimaal en ruim voldoende.
Bijlage 3 Bodemonderzoek
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020311
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING ............................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .............................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3
3.
BASISINFORMATIE ........................................................................................................ 4 HISTORISCH ONDERZOEK ........................................................................................... 4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................... 5
OPZET BODEMONDERZOEK ............................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ............................................................. 6 BEMONSTERINGSSTRATEGIE .................................................................................... 6 CHEMISCHE ANALYSES ............................................................................................... 6 TOETSINGSKADER ....................................................................................................... 7
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3 4.4
5.
RESULTATEN VELDONDERZOEK ................................................................................ 9 ANALYSERESULTATEN GROND ................................................................................ 11 ANALYSERESULTATEN GROND PFAS...................................................................... 11 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ................................................................... 12
ASBESTONDERZOEK ......................................................................................................... 13 5.1 5.2 5.3 5.4
ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 13 TOETSINGSKADER ..................................................................................................... 13 RESULTATEN VELDONDERZOEK .............................................................................. 14 ANALYSERESULTATEN ASBEST IN GROND ............................................................ 14
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................. 15
7.
SLOTOPMERKINGEN .......................................................................................................... 16
8.
REFERENTIES ..................................................................................................................... 17
BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5 6 7
Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten/ proefgaten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek Foto´s huidige situatie Monsternameplan en -formulier asbest
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020311
SAMENVATTING Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Riekstraat 21 te Purmerend, gemeente Purmerend. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. Het asbestonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707 richtlijnen voor een verdachte locatie met duidelijke kern van verontreiniging. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001, 2002 en 2018. In de bovengrond en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de standaard parameters geconstateerd. In de 3 aanvullend onderzochte enkelvoudige grondmonsters zijn eveneens geen verhoogde gehalten aan de standaard parameters geconstateerd. In de bovengrond (kleigrond) zijn individuele PFAS-verbindingen boven de 0,8 µg/kg d.s. gemeten. Op basis van het tijdelijk handelingskader valt de grond op de locatie in de klasse “wonen/industrie”. In de bovengrond overschrijdt een individueel gehalte aan PFOA-verbindingen de 1,7 µg/kg d.s.. Op basis van de beleidsregel van de provincie Noord-Holland wordt de locatie als verontreinigd beschouwd, maar is bodemsanering niet noodzakelijk. In de bovengrond (zandgrond) en de ondergrond zijn geen individuele PFAS-verbindingen boven de detectielimiet gemeten.
Op basis van het tijdelijk handelingskader valt de grond op de locatie in de klasse landbouw/natuur. In het grondwater is een lichte verhoging van arseen aangetroffen. De overige onderzochte stoffen zijn niet in verhoogde concentraties aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indicatief getoetst valt de bovengrond (kleigrond) op basis van PFAS in de klasse wonen/industrie, de bovengrond (zand) en ondergrond op de locatie is vrij toepasbaar. Graafwerkzaamheden kunnen volgens de CROW400 worden uitgevoerd, zonder dat er een veiligheidsklasse van toepassing is. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op de locatie is nabij het schuurtje een verkennend asbest onderzoek volgens de NEN 5707 uitgevoerd.
Tijdens het asbestonderzoek is geen asbest aangetroffen. Op basis van de nu bekende gegevens worden de onderzochte locatie als niet verdacht voor asbest beschouwd. Voor aanvullend asbestonderzoek wordt geen aanleiding gezien. Voor het overige deel van de locatie geldt dat tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) de bodem niet specifiek op asbest wordt onderzocht. Om uit te sluiten of er asbest in de bodem aanwezig is, is uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 noodzakelijk. De uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 wordt door Landview BV, gezien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel. -2-
Landview BV Bodemonderzoek
1.
Rapportnummer 2020311
INLEIDING
In opdracht van gemeente Purmerend is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie Riekstraat 21 te Purmerend, gemeente Purmerend. Het onderzoek is verricht door Landview BV, in de periode januari - februari 2020, conform de offerte van 9 januari 2020 en de aanvullende offerte van 6 februari 2020. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en betreft daarmee dus een momentopname. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. Het asbestonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707 richtlijnen voor een verdachte locatie met duidelijke kern van verontreiniging. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001, 2002 en 2018. Aanleiding voor het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. Doel van het onderzoek is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs inderdaad geen, behalve van nature, verhoogde concentraties verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het grondwater. Doel van het verkennend asbestonderzoek is na te gaan of de verdenking van asbest terecht is.
Daarnaast wordt op verzoek van de opdrachtgever, in verband met eventuele werkzaamheden op de locatie nagegaan of er PFAS-verbindingen in de grond aanwezig zijn. De locatie is niet direct verdacht voor GenX, waardoor kan worden volstaan met onderzoek op de 28 verbindingen uit het handelingskader. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Landview BV is een onafhankelijk en erkend onderzoeksbureau. Er bestaat tussen de opdrachtgever cq. eigenaar van de locatie en Landview BV geen andere relatie dan die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het procescertificaat van Landview BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Dit rapport heeft de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het vooronderzoek NEN 5725. De opzet van het bodemonderzoek en het toetsingskader worden in hoofdstuk 3 weergegeven. De resultaten van het veldonderzoek en analyses staan in de hoofdstukken 4 en 5. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken, samen met aanbevelingen voor eventuele vervolgstappen.
-3-
Landview BV Bodemonderzoek
2.
Rapportnummer 2020311
VOORONDERZOEK
Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is in november 2019 een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725. Doel van het vooronderzoek is na te gaan of er op, of binnen een straal van 25 meter van, de onderzoekslocatie sprake is van de aanwezigheid van puntbronnen of overige potentieel bedreigende activiteiten. Op basis van de verzamelde gegevens wordt de onderzoeksstrategie opgesteld (zie hoofdstuk 3).
2.1
BASISINFORMATIE
De aanleiding tot het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De regionale situatie rond de onderzoekslocatie staat weergegeven in bijlage 1. De locatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Purmerend. In bijlage 2 is een situatietekening van het terrein gegeven. Tabel 1: overzicht basisgegevens Kadastraal bekend : gemeente Purmerend, sectie A, nummer 6244 (gedeeltelijk) Oppervlakte : circa 4.430 m² Gebruik verleden : agrarisch tot eind jaren ’80 / begin jaren ‘90 Gebruik heden : kinder- clubgebouw en grasveld in woonwijk Gebruik toekomst : mogelijk woningbouw
2.2
HISTORISCH ONDERZOEK
De gegevens van het historisch onderzoek zijn verzameld door Landview BV. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen uit gesprekken met de opdrachtgever, eigenaren en of gebruikers van de locatie, zijnde de gemeente Purmerend. Daarnaast is informatie verkregen van de Omgevingsdienst IJmond. De informatie is bij voorkeur digitaal verkregen. Wanneer daartoe de noodzaak bestond, is aanvullende informatie verzameld door middel van archiefbezoek bij de gemeente of andere archieven. Voor verzamelen van de informatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen. Tabel 2: overzicht geraadpleegde bronnen Aard Bron Bodeminformatie BIS Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Toepassingen asbest Dempingen, activiteiten Voormalige activiteiten Bijzondere waarden Archeologie Verhardingen, bebouwingsgraad Eerdere onderzoeken
website OD IJmond bodemkwaliteitskaart website OD IJmond, www.bodemloket.nl locatie-inspectie, eerdere onderzoeken historische kaarten, opdrachtgever, locatie-inspectie lokale / regionale archieven, historische kaarten https://maps.noordholland.nl/extern/gisviewers/bodemvisie/ http://archeologieinnederland.nl opdrachtgever / gebruiker, locatie-inspectie opdrachtgever, eigen archief
relevantie groot gering X X X X X X X X
X
X
Bodemgebruik en situatie op het terrein: De locatie bevindt zich stedelijk gebied in de wijk Purmer Noord. De te onderzoeken locatie betreft een terrein met een oppervlakte van circa 4.212 m2, waarop zich een kinder- en clubgebouw bevindt. Het grootste deel van de locatie is onverhard en bestaat uit een grasveld. Volgens de BAG-viewer van het kadaster is het pand in 1987 gerealiseerd. De locatie ligt in een woonwijk, welke eind jaren ’80 – begin jaren ’90 van de vorige eeuw is gerealiseerd. Op de locatie hebben aan de westelijke zijde van de nog bestaande bebouwing tot circa 2005 nog enkele bijgebouwen gestaan.
-4-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020311
Op de nu te onderzoeken locatie worden in de toekomst mogelijk woningen gerealiseerd. Volgens de bodemkwaliteitskaarten bevindt de locatie zich in homogeen deelgebied 3 (De Purmer). Uit de kaarten blijkt dat op de locatie grond van kwaliteit “achtergrondwaarde” verwacht kan worden. Bedrijvigheid / Potentiële bronnen van verontreiniging: Bij de aanvraag van de offerte zijn de bij de gemeente Purmerend bekende gegevens aangeleverd. Op de locatie is in 1997 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de huidige panden. Het onderzoek is uitgevoerd door Lankema Geotechniek BV en de resultaten staan in het rapport met nummer 97.102. In de boven- en ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan EOX aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan arseen aangetroffen. Voor het gebruik van de locatie is geen beperking gezien (zie bijlage 5). Uit de gegevens van de OD IJmond blijkt, dat er geen gegevens over de locatie bekend zijn (zie bijlage 5). Bodemloket (www.bodemloket.nl) heeft eveneens geen aanvullende gegevens over de locatie of de directe omgeving beschikbaar. Vergelijking tussen luchtfoto’s en topografische atlassen uit verschillende perioden heeft opgeleverd, dat het verkavelingspatroon vanaf begin jaren ’90 niet is gewijzigd. Daarvoor was de locatie in agrarisch gebruik.
Uit historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s blijkt dat op de locatie in het verlengde van de nog bestaande sloot aan de westzijde van de onderzoekslocatie een sloot heeft gelopen. Dwars op deze sloot heeft ongeveer ter hoogte van het bestaande pand eveneens een sloot gelopen. Op de kruising van deze sloten is mogelijk een dammetje aanwezig geweest. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er brandstoftanks of aangevoerde verstevigingmaterialen op de locatie aanwezig zijn. Het is niet bekend of de sloten zijn gedempt met bodemvreemd materiaal, gezien de ligging in een woonwijk is dit niet waarschijnlijk. Bij bodemonderzoeken die in het verleden door Landview BV in de omgeving zijn uitgevoerd, zijn over het algemeen geen noemenswaardige verontreinigingen geconstateerd. Gezien de aard van de locatie is de kans op het aantreffen van asbestresten in de bodem als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten, gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbestafval of asbestcalamiteiten wegens bijv. brand in de bodem zeer gering.
2.3
ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Op grond van kaartmateriaal en gegevens van de Rijksgeologische Dienst (RGD), het voormalige Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), de voormalige Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), het DLO Staring Centrum, de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Landview BV kan de volgende bodemopbouw worden verwacht. De locatie is gelegen in een gebied met een maaiveldhoogte van circa 3,6 m -NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1 m -maaiveld (mv). Dit betreft het ondiepe grondwater dat onder invloed van neerslag staat. De grondwaterstroming is naar het aanwezige oppervlaktewater toe gericht. Gezien de ligging is er waarschijnlijk sprake van lokale kwel (opwaartse stroming van het grondwater). De Pleistocene ondergrond, afgezet tijdens de laatste ijstijd, bevindt zich op een diepte tussen de 10 en 20 m -NAP. Deze goed doorlatende zandlagen worden beschouwd als het 1e watervoerende pakket. Gedurende verschillende overstromingsfasen zijn in het Holoceen, vanaf circa 10.000 jaar geleden, door de zee op de Pleistocene ondergrond mariene sedimenten afgezet en is plaatselijk veenvorming opgetreden. Deze Holocene afzettingen vormen de slecht tot matig doorlatende deklaag.
-5-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020311
De locatie is gesitueerd op een ontgonnen veenvlakte. De venen van westelijk Nederland zijn, voor zover niet als brandstof of voor zoutwinning gebruikt, na de ontginning in de Middeleeuwen door ontwatering sterk geklonken. Typisch zijn in sommige gebieden de sloten met hoge waterstanden en de iets hoger dan de omgeving liggende slootranden. Het veen is soms met een dunne laag klei of zand bedekt, waarvan de herkomst niet altijd te achterhalen valt.
3.
OPZET BODEMONDERZOEK
3.1
HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE
Op grond van het vooronderzoek is voor de opzet van het bodemonderzoek uitgegaan van een nietverdachte locatie, waar geen noemenswaardige verontreinigingen in de grond worden verwacht. In het grondwater worden, behalve arseen en of barium van nature, geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen verwacht.
3.2
BEMONSTERINGSSTRATEGIE
Uitgaande van een niet-verdachte locatie met een oppervlakte van 4.430 m² worden, conform de NEN 5740 en de BRL SIKB 2000 richtlijnen, de onderstaande werkzaamheden verricht Tabel 3: Werkzaamheden
Aantal grondboringen tot circa 0,5 m –mv Aantal grondboringen tot de grondwaterstand Aantal peilbuizen plaatsen (NEN) en monstername
11 3 1
Aantal analyses bovengrond Aantal analyses ondergrond Aantal analyses grondwater
2 1 1
De grond wordt in principe bemonsterd in trajecten van 0,5 m. Van deze algemene richtlijn kan worden afgeweken als tijdens het veldwerk duidelijk afwijkende lagen, zintuiglijke verontreinigingen of verschillende grondsoorten worden geconstateerd. Een zintuiglijke inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen maakt deel uit van het onderzoek. De grondwaterstand bevindt zich op dusdanige diepte, dat de kwaliteit van het grondwater in het onderzoek dient te worden betrokken. Hiertoe wordt 1 boring verricht, welke met een peilbuis wordt afgewerkt. De filterstelling van de peilbuis is circa 0,5 m tot 1,5 m -grondwaterstand. Na een wachttijd van één week voor het herstel van het bodemchemisch evenwicht zullen 2 grondwatermonsters uit deze peilbuizen worden genomen.
3.3
CHEMISCHE ANALYSES
De grondmengmonsters en het grondwatermonster worden geanalyseerd op de stoffen van de standaardpakketten. Deze stoffen, die zijn geselecteerd door de overheid, vormen de belangrijkste parameters (graadmeters) voor mogelijke verontreinigingen. De analyses worden, conform de AS3000 richtlijnen, uitgevoerd door Eurofins Omegam uit Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Grond De grondmonsters worden gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De boven- en ondergrond worden onderzocht op de gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). De gehalten worden weergegeven in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Hiertoe wordt van de grond(meng)monsters het droge stofgehalte vastgesteld. Tevens worden representatieve monsters geanalyseerd op de gehalten aan organische stof en lutum (klei) ter vaststelling van de toetsingswaarden. -6-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020311
De grond wordt aanvullend onderzocht op PFAS-verbindingen. De locatie is niet direct verdacht voor GenX, waardoor kan worden volstaan met onderzoek op de 28 verbindingen uit het handelingskader. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich rond 1 m –mv. De vluchtige aromatische koolwaterstoffen en de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen worden daarom bij voorkeur in het grondwater onderzocht. De aanwezigheid van deze vluchtige stoffen kan namelijk eerder worden aangetoond in het grondwater dan in de grond. Het grondwater wordt onderzocht op de concentraties aan arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische stoffen (inclusief naftaleen), (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen en minerale olie. De concentraties worden weergegeven in microgrammen per liter (µg/l). De pH (zuurgraad), Ec (soortelijke geleiding) en troebelheid worden in het veld bepaald.
3.4
TOETSINGSKADER
Het toetsingskader voor verontreinigende stoffen in grond wordt gevormd door de achtergrond- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de toetsing van de grondwaterkwaliteit wordt het toetsingskader gevormd door de streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten worden geïnterpreteerd aan de hand van deze toetsingskaders (zie bijlagen 4.2 en 4.3). De norm voor barium is (tijdelijk) ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium. De toetsingswaarden voor de verschillende stoffen in de grond zijn afhankelijk van de hierin aanwezige hoeveelheid klei (lutum) en organische stof, omdat de verontreinigingen zich aan deze bodemdelen hechten. De achtergrondwaarde (AW2000) van een bepaalde stof komt overeen met de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van deze achtergrondwaarde of de streefwaarde in het grondwater kunnen we spreken van een lichte verhoging.
Indien het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (tussenwaarde) wordt overschreden, kunnen we spreken van een matige verhoging. De interventiewaarde is de waarde waarboven sprake is van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde spreken we van een sterke verontreiniging. Als grondmengmonsters zijn onderzocht, kunnen de gehalten in afzonderlijke monsters hoger zijn. In een aanvullend of nader onderzoek kunnen vervolgens de enkelvoudige monsters worden geanalyseerd. Alleen met aanvullende analyseresultaten kan doorgaans voldoende inzicht worden verkregen in de omvang van de verontreinigingen. De ernst van een verontreiniging is, conform de Wet Bodembescherming (Wbb), gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te kunnen spreken, dient voor ten minste één stof de interventiewaarde te worden overschreden in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater. Als een voldoende beeld van de verontreinigingen is verkregen, kan een inschatting worden gemaakt van de eventuele risico's voor de volksgezondheid en de mogelijke gebruiksbeperkingen van de locatie. -7-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020311
Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 (en voor asbest na juli 1993) zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd. PFAS De grond moet, in verband met het van kracht worden van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS houdende grond en baggerspecie (d.d. 8 juli 2019) eveneens worden onderzocht op PFAS. Op 29 november 2019 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht geworden. Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn.
Op grond van het onderzoek dat tot nu toe is gedaan is er vooruitlopend op een definitieve normstelling voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie een voorlopige norm vastgelegd, die boven de bepalingsgrens ligt. Uitgangspunt van het tijdelijk handelingskader is dat de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater hierdoor niet mag verslechteren (stand still). In het tijdelijke handelingskader zijn de onderstaande toetsingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau opgenomen. Tabel 4: Voorlopige toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau(1) (in μg/kg d.s.)(2) Bodemkwaliteitsklasse Wonen of industrie
Bodemfunctieklasse Wonen of industrie
PFOS = 3 PFOA = 7 GenX = 3 Andere PFAS = 3 Landbouw/natuur Wonen of industrie PFAS = 0,8 PFOS = 0,9 Landbouw/natuur, wonen of industrie Landbouw/natuur PFAS = 0,8 PFOS = 0,9 (1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. (2) Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10% organische stof) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).
De provincie Noord-Holland heeft op 20 november 2019 haar eigen beleidsregel gepubliceerd. Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019 d.d. 20 november 2019. In de beleidsregel is opgenomen dat indien de op een locatie aangetroffen gehalten van PFOS of PFOA in de grond lager zijn dan respectievelijk 1,5 µg/kg en 1,7 µg/kg, en/of in grondwater lager dan 0,01 µg/l, wordt de locatie als niet verontreinigd beschouwd. Stoffen behorend tot PFAS worden individueel per stof beoordeeld. Voor gehalten van andere stoffen behorend tot PFAS gelden de normen en handelwijze in deze beleidsregel zoals die voor PFOS gelden.
-8-
Landview BV Bodemonderzoek
Rapportnummer 2020311
4.
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1
RESULTATEN VELDONDERZOEK
Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 27 januari 2020 door de heer . Tijdens het veldwerk zijn geen aandachtspunten voor mogelijke bodemverontreiniging naar voren gekomen. Gelijkmatig verdeeld over het terrein zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 3 grondboringen tot de grondwaterstand en 11 boringen tot 0,5 m -mv verricht. Daarnaast is 1 peilbuisboring verricht, waarin een filter is geplaatst. Boring 3 is in de gedempte sloot geplaatst welke in het verlengde ligt van de nog bestaande sloot in de Riekstraat. De peilbuis (boring 1) is geplaatst in de gedempte sloot welke dwars op de eerdergenoemde gedempte sloot loopt. Ter plaatse van waar het dammetje zou moeten hebben gelegen staat nu een schuurtje. Het schuurtje heeft een dak van asbestverdacht plaatmateriaal. Met de opdrachtgever is afgesproken om de grond rondom het schuurtje aanvullend te onderzoeken op de aanwezigheid van asbest. De resultaten staan weergegeven in hoofdstuk 5. Het algemene, kenmerkende bodemprofiel op de locatie tot een diepte van circa 2,9 m -mv bestaat overwegend uit siltige klei. Lokaal is er een zandlaag aanwezig. Ter plaatse van de gedempte sloten is geen afwijkend materiaal aangetroffen. De sloten zijn niet gedempt met bodemvreemd materiaal. Tijdens het veldwerk zijn lokaal zwakke bijmengingen met puin en piepschuim waargenomen.