CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

G Bijlage 3a Toelichting

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Wagenweg 1016.344 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN WAGENWEG 10 - 2020

Wagenweg 10 - 2020

bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro Status: Ontwerp Gemeente Purmerend Afdeling Ruimtelijke Domein, Team Ontwikkeling ID-code: NL.IMRO.0439.BPWAGENWEG102020-on01 Procedure: Terinzagelegging ontwerp: Vaststelling door raad:

2

Wagenweg 10 - 2020

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

9

2.1

Historische en huidige situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1

Rijksbeleid

13

3.2

Provinciaal beleid

14

3.3

Regionaal beleid

16

3.4

Gemeentelijk beleid

17

Hoofdstuk 4

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

25

4.1

Archeologie

25

4.2

Bodemkwaliteit

26

4.3

Cultuurhistorische waarden

27

4.4

Externe veiligheid

28

4.5

Geluid

29

4.6

Geur

31

4.7

Luchtkwaliteit

31

4.8

Milieuzonering

32

4.9

Natuurwaarden

33

4.10

Planologisch relevante leidingen

35

4.11

Verkeer en parkeren

36

4.12

Water

38

4.13

Bezonning

41

4.14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

41

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

43

5.1

Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid

43

5.2

Economische uitvoerbaarheid

43

Wagenweg 10 - 2020

3

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

43 45

6.1

Planvorm

45

6.2

Bestemmingsregeling

45

4

Wagenweg 10 - 2020

Toelichting

Wagenweg 10 - 2020

5

6

Wagenweg 10 - 2020

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de locatie Wagenweg 10. De locatie ligt ten noordoosten van het centrum van Purmerend en maakt onderdeel uit van het Wagenweggebied. Het Wagenweggebied wordt getransformeerd van bedrijventerrein naar een levendige, stadse wijk waar wonen, werken en verblijven samen gaan. De ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van in totaal 131 appartementen. Het project past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Overwhere-Zuid 2012". In paragraaf 1.3 wordt hier verder op ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan geeft een planologisch kader - bouw- en gebruiksregels - waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het meest zuidelijk deel van de wijk Overwhere-Zuid. Aan de zuidzijde en westzijde wordt het plangebied begrenst door de Wagenweg en aan de oostzijde door de Toon Dupuisstraat. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan gronden waar een woningbouwplan van Wooncompagnie is voorzien. Ten noorden van deze gronden ligt de Dopsloot.

Figuur 1.1: Globale begrenzing van het plangebied (binnen rode lijn). Bron: Google Earth

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Binnen het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan het bestemmingsplan 'Overwhere-Zuid 2012', vastgesteld op 27 juni 2013. Het overgrote deel van het plangebied heeft de bestemming 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen. Er mag alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd, tot een hoogte van maximaal 10 meter. De meest oostelijke gronden van het plangebied hebben de bestemming 'Verkeer - 2' op basis waarvan de gronden zijn aangewezen voor wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, parkeren, groen en water. Op gronden met deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

Wagenweg 10 - 2020

7

Voor de meest zuidelijke gronden van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie - 1'. Voor ingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld met een oppervlakte van meer dan 500 m2 dient op basis van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan. Plangebied binnen rode lijn. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl De voorgenomen woningbouw is in strijd met het bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en de inspraak en het overleg. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.

8

Wagenweg 10 - 2020

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Historische en huidige situatie

Het plangebied maakt deel uit van het Wagenweggebied. Het gebied kent zijn oorsprong als bedrijventerrein aan de rand van de stad en werd ingericht om werkgelegenheid te bieden voor het toenemende Purmerendse inwonersaantal. Op het terrein bevonden zich onder meer een veilingcomplex en een augurkeninleg. Tegelijkertijd met de ontwikkeling van de woonwijk Overwhere-Zuid in de jaren zestig, breidde het Wagenweggebied zich verder uit maar er vonden ook veranderingen plaats. Zo maakte in de jaren tachtig diverse bedrijven al plaats voor woningbouw aan het Veilinghof en het Prinsenhof. Ook werden er supermarkten toegestaan, als aanvulling op het winkelaanbod in de binnenstad. Een aantal jaren geleden is op de hoek van de Wagenweg - Burgemeester D. Kooimanweg de eerste fase van het Plateel gerealiseerd. Op dit moment is het Wagenweggebied een gebied in overgang van een verouderd bedrijventerrein naar een gebied met woningen, grootschalige detailhandelsvestigingen, twee tankstations en diverse autobedrijven. Door de verscheidenheid aan functies en de onsamenhangende bebouwing oogt het gebied rommelig. Op korte termijn komen een aantal panden leeg te staan. Het plangebied bevindt zich aan de Wagenweg 10. De bestaande straten aan de zuid-, oost- en westzijde vormen een heldere ruimtelijke begrenzing tussen het plangebied en de omgeving.

Ten oosten van het plangebied is de woonwijk Het Plateel een aantal jaar terug gerealiseerd. Aan de overzijde van de Wagenweg aan de west- en zuidzijde staan verouderde bedrijfsgebouwen. Ten noorden van het plangebied is een woningbouwplan van Wooncompagnie voorzien. Ten noordwesten van het plangbied is het Kooimanpark direct bereikbaar via een fiets- en voetgangersbrug. Het plangebied bestaat uit gronden waarop aan de zuidzijde een voormalig winkelpand gesitueerd is. De gronden aan de noordzijde zijn thans onbebouwd maar hier heeft in het verleden ook bedrijfsbebouwing gestaan.

Figuur 2.1: Aanzicht plangebied vanaf de Wagenweg

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Ambitiedocument Wagenweggebied Op 1 juni 2017 heeft de gemeenteraad het Ambitiedocument Wagenweggebied vastgesteld. Deze bestaat uit 3 onderdelen: het Ambitiedocument, de Stedenbouwkundige visie Wagenweggebied en de Grondbeleidsstrategie Wagenweggebied. Dit drieluik vervangt het in 2006 vastgestelde SPvE voor het Wagenweggebied. Het ambitiedocument vormt het rechtstreekse beleidskader voor het bouwplan waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft. De achtergrond en inhoud van het ambitiedocument komt verder aan de orde in paragraaf 3.4.3

Wagenweg 10 - 2020

9

2.2.2 Het bouwplan In de stedenbouwkundige visie voor het Wagenweggebied wordt ingezet op eigentijdse stadsblokken in een hoge dichtheid, diversiteit en passend in de omgeving. Met het bouwplan voor de onderhavige locatie is hier invulling aangegeven. Het plangebied wordt ingericht met appartementengebouwen die worden georiënteerd op de omliggende straten.

Figuur 2.2: indicatieve uitwerking van het bouwplan Het appartementengebouw bestaat aan de zuidzijde uit 5 bouwlagen en aan de oost- en westzijde uit 4 bouwlagen. Het noordelijke blok bestaat eveneens uit 4 bouwlagen. Deze bouwhoogtes zijn passend binnen de stedenbouwkundige visie uit het Ambitiedocument Wagenweggebied.

10

Wagenweg 10 - 2020

Figuur 2.3: indicatieve uitwerking van het bouwplan Er worden 131 appartementen gerealiseerd. Van dit aantal zullen 26 woningen door Wooncompagnie als sociale huurwoning worden verhuurd. Daarnaast zijn er 39 woningen in de categorie middenhuur (vrije sector) voorzien waarbij met name gericht wordt op doorstromers vanuit sociale woningen. De overige woningen worden in de vrije sector gerealiseerd. De ruimte tussen de woongebouwen zal grotendeels worden ingericht ten behoeve van het gebruik voor parkeerplaatsen ten behoeve van de vrije sector huurwoningen. Bezoekers van deze woningen kunnen de parkeerplaatsen bereiken zodra bewoners het hek hebben geopend. Een deel van de benodigde parkeerplaatsen wordt gerealiseerd langs de straten aan de west-, oost- en noordzijde. Centraal op het binnenterrein wordt een verhoogd, gezamenlijk terras gerealiseerd dat via een loopbrug toegankelijk is.

Figuur 2.4: globale inrichting van het plangebied

Wagenweg 10 - 2020

11

12

Wagenweg 10 - 2020

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het rijk heeft het beleid inzake de ruimtelijke inrichting en het mobiliteitsbeleid van Nederland tot 2040 vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze visie is vastgesteld op 13 maart 2012. De regering maakt ruimte voor groei en beweging en kiest ervoor de invulling van het ruimtelijk beleid voor een belangrijk deel over te laten aan provincies en gemeenten. Daardoor kan het Rijk zich richten op het behartigen van belangen die van nationale en internationale betekenis zijn. De minister vermindert stevig het aantal procedures en brengt eenheid in het stelsel van regels voor infrastructuur, water, wonen, milieu, natuur en monumenten. De ruimtelijke ordening wordt zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat gebracht (burgers en bedrijven) en er wordt meer overgelaten aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'). Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat mede overheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. De gemeente is de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving.

In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028) en verbindt hier dertien nationale belangen aan. Purmerend maakt onderdeel uit van de 'Metropoolregio Amsterdam' (MRA). Dit is een informeel samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in het noordelijk deel van de Randstad. De MRA behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio's. Rode draad van de samenwerking is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. De door de partners geformuleerde hoofdopgaven zijn (thematisch) neergelegd in de 'Gebiedsagenda 2013' en richten zich met name op het optimaliseren van het fysieke vestigingsklimaat (economie), het - via verstedelijkingsafspraken - tijdig voorzien in kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in 2040 (verstedelijking), op orde brengen en houden van een goed functionerend mobiliteitsnetwerk (bereikbaarheid). De agenda levert een 'voorraadkamer' op voor de besluitvorming over programma's en projecten in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT).

In de SVIR is aangegeven dat het gebied van en rond de MRA een grote ruimtedruk kent. De regio staat voor een forse woningbouwopgave, zowel kwantitatief als kwalitatief. In het gebied van de Noordvleugel (exclusief het Utrechtse deel) is er tot 2040 vraag naar bijna 290.000 extra woningen om in de groei van het aantal huishoudens te voorzien. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in de SVIR en de Gebiedsagenda

Wagenweg 10 - 2020

13

3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) De SVIR bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructuurbeleid in 13 nationale belangen. Vanaf eind 2011 zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voor deze onderwerpen rijksregels vastgelegd ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van Nederland op het gebied van mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Met ingang van 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd. Het betreft de onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Met de vaststelling (van de uitbreiding) van het Barro, de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de juridische verankering van de SVIR nagenoeg compleet. De nationale belangen die in het Barro zijn vertaald, zijn niet van betekenis voor dit plangebied.

Het relevante beleidskader wordt gevormd door het beleid van de provincie, regio en gemeente. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In dit verband is aan de orde, dat de gemeente Purmerend in het Regionale Actie Programma (RAP) Stadsregio Amsterdam is opgenomen. Doel van het RAP is regionale afstemming van de woningbouwproductie zodat vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten. Het gaat om de kernthema's woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. Voor de Stadsregio Amsterdam is in het actieprogramma (zie paragraaf 3.3.3) uiteengezet dat binnen de regio behoefte is aan meer woningen.

Er zijn binnenstedelijk onvoldoende mogelijkheden om in de behoefte te voorzien. Voor binnenstedelijke plannen is de behoefte dan ook reeds aangetoond in het RAP (zie ook 3.3.3). De woningbouwontwikkeling aan de Wagenweg 10 wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en voldoet aan de voorwaarden van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. De ontwikkeling van 131 woningen binnen bestaand stedelijk gebied is in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.

14

Wagenweg 10 - 2020

3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening Het beleid van de voormalige Structuurvisie Noord-Holland 2040 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Sinds de vaststelling van de PRV in 2010 is deze verschillende keren op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging van de PRV is op 3 september 2019 vastgesteld. In de verordening worden regels gegeven voor stedelijke functies zoals bedrijventerreinen, detailhandel en woningbouw in het landelijk gebied. Uitgangspunt is dat stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie in het bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld door Provinciale Staten. Omdat het ontwerpbestemmingsplan nog voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening ter inzage is gelegd, gelden voor dit plan de regels uit de PRV. Het bestemmingsplan is overigens niet in strijd met de regels van de Omgevingsverordening NH2020. Artikel 5a: Nieuwe stedelijke ontwikkeling Omdat het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) via de Ladder voor duurzame verstedelijking al regels stelt over het aantonen nut en noodzaak en het onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden, zijn deze regels niet meer in de PRV opgenomen. De regionale afstemming is centraal komen te staan in de PRV.

Artikel 5a van de PRV bepaalt dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In de Stadsregio Amsterdam zijn de regionale woningbouwafspraken in het RAP opgenomen. Na vaststelling van het RAP is deze aangevuld met een oplegger waarin het actuele overzicht met woningbouwplannen in de periode 2017 – 2024 is opgenomen. Het plangebied is in deze plancapaciteit onder de naam 'Wagenweggebied - Locatie Jorritsma' met 131 appartementen als 'plan/besluit in voorbereiding' opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met de regels zoals deze zijn opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. 3.2.3 Provinciale Woonvisie 2010-2020 Het provinciale beleid inzake woningbouw is vastgelegd in de Provinciale Woonvisie 2010-2020. Deze woonvisie sluit aan op de structuurvisie en schetst de kaders voor regionaal woonbeleid. Vooral het kwalitatieve aspect van wonen komt in deze visie aan de orde. De speerpunten van dit beleid zijn: 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning. 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. 3.

Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. In de woonvisie is beschreven dat in het zuidelijk deel van Noord-Holland de groei van de bevolking de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen en naar verwachting zal blijven groeien. Voor Noord-Holland Zuid zal de grote vraag vanuit de rest van het land leiden tot een grote vraag op de woningmarkt. In de woonvisie staat de ambitie om het tekort in de woningvoorraad in de provincie terug te brengen van 3,6% (33.000 woningen) in 2010 naar 1,5% in 2020. Recente prognoses van de provincie laten echter een stijging van het woningtekort zien. Deze stijging geldt ook voor de regio Waterland. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is in lijn met de Provinciale Woonvisie 2010-2020.

Wagenweg 10 - 2020

15

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 In december 2007 is het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 van de Metropoolregio Amsterdam vastgesteld. De ambitie die voor deze regio wordt gesteld is om de regio uit te laten groeien tot een metropool die vooral gekenmerkt wordt door diversiteit en menging (economisch, sociaal, cultureel, landschappelijk, ecologisch en qua woon, werken vrijetijdsmilieus) en die duurzaam is (in de zin van klimaatbestendigheid en verbeterde luchtkwaliteit). Als woningbouwopgave voor de regio Noordvleugel wordt gesteld dat in de periode 2010-2030 minstens 150.000 woningen moeten worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Hiervan moeten 25.000 woningen in Haarlemmermeer en de Bollenstreek worden gebouwd, in Amsterdam 50.000 en in Almere 60.000. De overige 15.000 woningen moeten op bescheiden schaal in uitbreidingsgebieden van Purmerend en Weesp/Muiden en binnenstedelijk in Zaanstad, IJmond, Haarlem en Amstelveen worden gerealiseerd. Purmerend ligt binnen de stadsregio Amsterdam en draagt bij aan de ambitie van de Metropool. In de visie wordt uiteengezet dat de nieuwbouw in Purmerend mede gericht is op de opvang van woningzoekenden in Amsterdam.

3.3.2 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met karakter) Gemeente Purmerend maakt deel uit van het Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW), een samenwerkingsverband van 7 gemeenten in de regio Waterland. Op 10 december 2008 is door het algemeen bestuur van de regio Waterland de Regiovisie Waterland 2040 'Vitaal met Karakter' vastgesteld. Het ISW heeft, in zijn regiovisie, als uitgangspunt dat het bevolkingsaantal in de regio niet zal teruglopen. De regio maakt immers deel uit van de woningmarkt en arbeidsmarkt van de metropoolregio Amsterdam. In deze regio is er behoefte aan 150.000 extra woningen. Waterland draagt aan de realisatie van deze extra woningen haar steentje bij, maar kiest vanwege het waardevolle landschappelijke karakter en de mobiliteitsproblematiek niet voor grootschalige verstedelijkingsopties. In de 'Bouwstenennotitie' is berekend dat er in de toekomst een minimale behoefte is aan 2.200 woningen tot 2020. Hierbij zijn de kerneisen het behouden van de vitaliteit van de kernen en rekening houden met de landschappelijk waardevolle landschappen, goede verkeersafwikkeling en goede en hoogwaardige ruimtelijke ordening. In de Regiovisie is aangegeven dat Purmerend een nadrukkelijke centrumfunctie heeft.

Met name in Purmerend is een dringende noodzaak om tot een meer gedifferentieerd woonmilieu en een hoger niveau en een betere uitstraling van de woningvoorraad en leefomgeving te komen. Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt hier invulling aan gegeven. 3.3.3 Regionaal Actie Programma 2016 - 2020 Stadsregio Amsterdam De gemeente Purmerend is in het Regionale Actieprogramma Wonen (RAP) van de Stadsregio Amsterdam opgenomen. Doel van het RAP is regionale afstemming van de woningbouwproductie zodat vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten. Het gaat om de kernthema's woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. De uitvoering van het RAP wordt opgepakt per deelregio. Het RAP is op 22 november 2016 door het College van B&W van Purmerend vastgesteld. Al langere tijd werken gemeenten in de Stadsregio Amsterdam met elkaar samen om de woningbouwproductie af te stemmen. Daarbij is een aantal opgaven benoemd: Het bevorderen van de woningbouwproductie om tegemoet te komen aan de snel groeiende woningbehoefte en de prijzen niet te snel te laten stijgen. Doel is om 20.000 woningen naar voren te halen in de periode 2016-2020; Nieuwe plekken voor woningbouw te zoeken, vooral in binnenstedelijk gebied. Transformatie en het benutten van (leegstaand) vastgoed spelen hier een belangrijke rol in; Het werken aan een gezonde en diverse woningmarkt.

Doel is een 'complete metropool'; Aanvullend daaraan worden in dit RAP bouwstenen aangeleverd die gemeenten kunnen gebruiken bij het opstellen van de onderbouwing voor woningbouwplannen in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het RAP geeft aan dat er op dit moment een tekort is aan harde plannen. Een groot deel van de

16

Wagenweg 10 - 2020

plannen waarvoor de Ladder doorlopen moet worden, past dus binnen de actuele regionale behoefte voor de komende 10 jaar. Er is nog ruimte, of beter gezegd, noodzaak voor het vaststellen van nieuwe plannen. Binnenstedelijk is onvoldoende ruimte om de behoefte op te vangen. Het RAP geeft voor buitenstedelijke plannen de onderbouwing voor trede 1 van de Ladder. Dit moet bij de onderbouwing per plan door gemeenten verder uitgewerkt en gemotiveerd worden in het kader van trede 2. De in 3.1.3 genoemde ladderonderbouwing geeft hier invulling aan. Na vaststelling van het RAP is deze aangevuld met een oplegger waarin het actuele overzicht met woningbouwplannen in de periode 2017 - 2024 is opgenomen. Het onderhavige plan is hierin onder de naam 'Wagenweggebied - Locatie Jorritsma' met 131 appartementen als 'plan/besluit in voorbereiding' opgenomen. 3.3.4 Woningbouwmonitor De Provincie Noord-Holland voert jaarlijks de monitor woningbouw uit. In de Woningbouwmonitor 2016 is aangegeven dat de kwantitatieve RAP-afspraak in de stadsregio op 6.500 woningen per jaar ligt. De regio liep in het eerste jaar van de RAP-periode wat voor op de afspraak, maar de daaropvolgende jaren werd de afspraak niet gehaald. Als gekeken wordt naar de totale bruto productie (nieuwbouw en overige toevoegingen) over de RAP-periode dan is de afspraak wel behaald.

Echter op basis van de woningbehoefte bleek de afspraak van 32.517 te laag (bijna 10.000 woningen), dit heeft de regio reeds voor het aflopen van de RAP-afspraken geconstateerd.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Agenda Purmerend 2040 De Agenda Purmerend 2040 maakt inzichtelijk voor welke dilemma's Purmerend zich geplaatst ziet tot 2040 en welke ambities er zijn. De Agenda bestaat uit een startnotitie en een kansenkaart. De hoogbouwvisie is een uitvloeisel van deze agenda en is in september 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Purmerend heeft de ambitie uit te groeien tot 'compacte woonstad'. Dat kan vertaald worden naar 'volgroeide stad' waar een voor de omvang van een 'regiostad' voldoende en meer divers aanbod in woningen beschikbaar is met zorg en werk, onderwijs, cultuur, recreatie en toerisme. Purmerend neemt verantwoordelijkheid voor haar aandeel in de regionale woningbouwopgave. Voor Purmerend betekent dit een toevoeging van circa 10.000 woningen, grotendeels voor de eigen behoefte. De bedoeling is, dat er aan de hand van gesprekken met de gemeenteraad, de stad en andere betrokkenen later besluitvorming kan plaatsvinden over een meer vastomlijnde agenda en daarmee samenhangende visievorming. Met de onderhavige ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de in de Agenda Purmerend 2040 omschreven woningbouwopgave. 3.4.2 Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente.

In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs. Gesteld wordt dat de kwaliteit van

Wagenweg 10 - 2020

17

de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen. In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken.

Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop.

Figuur 7: uitsnede kaart structuurvisie (plangebied binnen rode cirkel) Op de Strategische plankaart van de structuurvisie is de locatie (nummer 14) aangeduid als 'Stedelijke voorzieningen cluster', 'Nieuw cluster'. In de toelichting op de geactualiseerde kaart is het volgende

18

Wagenweg 10 - 2020

opgenomen: 'Voor cluster 14 is de ontwikkelingsrichting vastgelegd in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) uit 2006 met verdere transformatie naar woonbebouwing, onderverdeeld in drie gebieden. Aanvullend daarop is recent als tweede ontwikkelingsrichting vastgesteld, dat het gebied mogelijk ruimte kan bieden aan 'nieuwvestiging' voor perifere detailhandel in lijn met het 'beleid voor perifere detailhandel Purmerend'. Ten aanzien van deelgebied 1 gaat de voorkeur vooral uit naar woningbouw in aansluiting op het Plateel, waarbij een combinatie van woningbouw met in de plint perifere detailhandel een optie is. De transformatie van dit cluster is vooral een particuliere ontwikkeling, die door de markt moet worden opgepakt. De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied heeft betrekking op woningbouw en is passend binnen de in de Structuurvisie Purmerend opgenomen uitgangspunten voor transformatie. Momenteel werkt de gemeente Purmerend aan een herziening van de Structuurvisie Purmerend, welke, in het kader van de in voorbereiding zijnde Omgevingswet, als Omgevingsvisie wordt opgesteld. De Agenda Purmerend 2040 (zie paragraaf 3.4.1) geeft richting aan deze nieuwe visie. 3.4.3 Ambitiedocument Wagenweggebied Op 1 juni 2017 heeft de gemeenteraad het Ambitiedocument Wagenweggebied vastgesteld.

Deze bestaat uit 3 onderdelen: het Ambitiedocument, de Stedenbouwkundige visie Wagenweggebied en de Grondbeleidsstrategie Wagenweggebied. Dit drieluik vervangt het in 2006 vastgestelde SPvE voor het Wagenweggebied. De gemeente wil met het ambitiedocument de kwaliteit en samenhang waarborgen bij nieuwe ontwikkelingen maar bovenal enthousiasmeren en vanuit een verbindende, regisserende rol, de betrokken partijen uitnodigen om de transformatie naar een nieuwe stadswijk samen vorm te geven. Samen met de stakeholders, bestaande uit de bewoners, ondernemers en grondeigenaren, is een ontwerp gemaakt waarin alle belangen, zoveel mogelijk, zijn meegenomen. De nieuwe stedenbouwkundige opzet van het Wagenweggebied is gebaseerd op de bestaande hoofdstructuren en de eigendomssituaties. De plekken die ontstaan zijn de bouwvelden waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. De exacte invullingen van deze bouwvelden zijn nog niet bekend, wel de ligging en mogelijkheden die ze hebben. Aan de hand van kansen wordt per deelgebied aangegeven welke mogelijkheden en waarden een bouwveld heeft waarmee een initiatiefnemer aan de slag kan.

Wagenweg 10 - 2020

19

Figuur 8: uitsnede uit Ambitiedocument Wagenweggebied (plangebied binnen rode lijn) Volgens de gebiedsindeling in het Ambitiedocument is het plangebied gelegen in het middelste plandeel. De ambitie is om in dit deel een dynamische en levendige stadsbuurt te realiseren, een buurt waarin het wonen centraal staat en waar kleinschalige bedrijvigheid, ontmoetingsplekken en een mooie openbare ruimte, een positieve bijdrage levert aan de beleving van deze nieuwe stadse buurt.

20

Wagenweg 10 - 2020

Figuur 9: uitsnede uit Ambitiedocument Wagenweggebied (plangebied binnen rode lijn) In het Ambitiedocument is aangegeven dat ten noorden van de Wagenweg enkele jaren geleden bedrijvigheid is verruild voor woningbouw met de realisatie van de eerste fase van Het Plateel. De ambitie is om deze lijn door te trekken en woningbouw te realiseren op plekken waar nu nog bedrijvigheid staat. De nadruk binnen dit plandeel ligt op wonen. De nabijheid van het centrum en het Kooimanpark en de goede ontsluiting vormt een ideale basis voor het realiseren van een 'stadse' buurt. Passend binnen het gewenste woonmilieu is bebouwing met enige hoogte in een aantrekkelijke dichtheid en met ruimte voor kleinschalige en aanvullende voorzieningen in de plint. Dit sluit ook prima aan bij de bestaande bebouwing in het Plateel. Het bouwplan voldoet geheel aan de in het Ambititedocument geschetste kaders. 3.4.4 Beeldkwaliteitplan Wagenweggebied Het beeldkwaliteitplan Wagenweggebied wordt bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het Wagenweggebied als toetsingsinstrument gebruikt. In het beeldkwaliteitplan valt het plangebied in de gebiedsindeling 'Middelste plandeel'.

Voor dit plandeel geldt de ambitie 'Divers en geborgen' op grond waarvan het volgende is geformuleerd: Het realiseren van een dynamische en levendige stadsbuurt, een buurt waarin het wonen centraal staat en waar kleinschalige bedrijvigheid, ontmoetingsplekken en een mooie openbare ruimte, een positieve bijdrage levert aan de beleving van deze nieuwe stadse buurt'. De nadruk ligt hier dan ook op wonen voor diverse doelgroepen. Kleinschalige aanvullende functies zijn wenselijk voor een levendige stadsbuurt. De bebouwing is hier diverser en kleinschaliger dan in de andere plandelen. Hier is ruimte voor grondgebonden eengezinswoningen, afgewisseld met gestapelde woningen, beneden-bovenwoningen, maisonettes, en andere woningtypen. Voor het plangebied is bepaald dat bebouwing aan de Wagenwegzijde uit maximaal 4 of 5 bouwlagen mag bestaan. Ten noorden daarvan is bepaald dat hier maximaal 3 of 4 bouwlagen mogelijk zijn. Tevens zijn specifieke uitgangspunten opgenomen voor de beeldkwaliteit van de bebouwing, het binnenterrein en de openbare ruimte.

Wagenweg 10 - 2020

21

De voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied is passend binnen het kader dat in het beeldkwaliteitplan is opgenomen voor het plangebied. Er wordt voldaan aan de uitgangspunten wat betreft het maximum aantal bouwlagen en beeldkwaliteit. 3.4.5 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. Uit de gemeentelijke woonvisie blijkt dat er wordt gestreefd naar kwaliteit voor kwantiteit. Hierbij geldt dat er meer differentiatie gerealiseerd moet worden. De onderhavige ontwikkeling geeft hier invulling aan. Daarnaast is het woningbouwplan passend binnen de gestelde woningbouwopgave en opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering.

3.4.6 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen. Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen.

De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Met de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied vindt woningbouw plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Purmerend. Er wordt hiermee voldaan aan de agenda Ruimte voor Purmerend. 3.4.7 Purmerend 2040 Visie op mobiliteit Purmerend heeft met de visie 2040 gekozen voor intensivering van bestaand stedelijk gebied. Dat is een keuze voor verstedelijking en dat levert meer mogelijkheden op voor openbaar vervoer en gedeeld vervoer. Het betekent ook meer inwoners in en rond het centrum, vaak Purmerenders die doorstromen op de woningmarkt.

Voor hen en voor de bezoekers aan de binnenstad is een leefbare stad waar het gezond leven en recreëren is van groot belang. In de 'Visie op mobiliteit' wordt richting gegeven aan de verbinding tussen de binnenstad en de randen van de stad en het ommeland.

22

Wagenweg 10 - 2020

3.4.8 Milieu en duurzaamheid De basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid is verwoord in het collegewerkprogramma 2014-2018 en in de Programmabegroting 2017. Met de duurzaamheidsagenda wordt inhoud gegeven aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de begroting 2017 (energiezuinige gemeentelijke organisatie, energiezuinige inwoners en bedrijven en zoveel mogelijk lokale energieopwekking). Wat betreft duurzaamheid in de gebouwde omgeving staan de volgende thema's centraal: Purmerend aardgasloos; stimulering stadsverwarming; een duurzaam woningbouwprogramma voor nieuwbouw; verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Voor het plan is een energievisie opgesteld waarbij de volgende duurzame maatregelen zijn opgenomen: De appartementen worden niet aangesloten op het gasnet maar op het stadsverwarmingsnet van StadsVerwarming Purmerend (SVP). Woningen die aangesloten zijn op het Purmerendse warmtenet worden voor het grootste deel verwarmd met de warmte van de BioWarmteCentrale. Deze warmte wordt duurzaam opgewekt met de houtsnippers van Staatsbosbeheer. Bij stadsverwarming komt er dus veel minder CO2 vrij en dat draagt bij aan een beter milieu. 3.4.9 Groen en water De nota Groenkoers, visie en beleid op hoofdlijnen voor het groen van Purmerend (2014) geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit.

De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. De woningen op de begane grond worden voorzien van geveltuinen. Onderdeel van het bouwplan is tevens een groene binnentuin die zichtbaar is vanaf de straat. Tussen de Wagenweg en het appartementengebouw komt openbaar groen, waarmee wordt bijgedragen aan het uitgangspunt van een groene laan conform de stedenbouwkundige visie. De ontwikkeling is passend binnen de nota Groenkoers. 3.4.10 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is op 22 december 2015 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten. Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd.

In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol. De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven. Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is. Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt: kwalitatief goede uitvoering van taken; rechtszekerheid voor burgers en ondernemers;

Wagenweg 10 - 2020

23

nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren. 3.4.11 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties, waaronder het Wagenweggebied. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen).

Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 5 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn. 3.4.12 Parkeerverordening Purmerend 2019 en Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Purmerend 2019 Het parkeerbeleid van Purmerend is gericht op een gastvrije ontvangst van bezoekers en faciliteren van het parkeren door bewoners. De gastvrije ontvangst van bezoekers wordt onder andere bereikt doordat de binnenstad autoluw is. Bezoekers parkeren in de goed ontsloten parkeergarages en op de plekken voor betaald parkeren op straat. Het gebied rondom de binnenstad is of wordt gereguleerd. Dit om te voorkomen dat bezoekers aan de binnenstad 'vrij' parkeren in de wijken rondom het centrum.

Parkeerregulering in Purmerend is geregeld in de Parkeerverordeining Purmerend 2019 en het daarbij behorende Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Purmerend 2019. De verordening regelt onder meer het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden. Op basis van de Parkeerverordening en het uitvoeringsbesluit is per 1 september 2019 parkeerregulering ingevoerd in het Wagenweggebied waarin de projectlocatie is gelegen. 3.4.13 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van 131 appartementen op deze locatie is in lijn met het Rijksprovinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid.

24

Wagenweg 10 - 2020

Hoofdstuk 4 4.1

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

Archeologie

4.1.1 Beleidskader Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Als gevolg van het verdrag van Valletta, dat in 1992 onder andere door Nederland is ondertekend, heeft archeologie een prominente plaats gekregen in de ruimtelijke ordening. Iedere gemeente is verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. De gemeente Purmerend heeft een eigen archeologisch beleid opgesteld (archeologische beleids- en advieskaart) en daar een archeologische verwachtingskaart bij vervaardigd. Een archeologische verwachtingskaart is "een voorspellingskaart waarop verwachtingen met betrekking tot de situering van (nog) onbekende archeologische vindplaatsen zijn vertaald in termen van vlakken en zones". Op de kaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.

Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het bestemmingsplan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. Volgens de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart geldt voor het zuidelijk deel van het plangebied een middelhoge verwachting. Bij bodemingrepen dieper dan 50 cm beneden maaiveld in een plangebied groter dan 500 m² dient archeologisch vooronderzoek te worden uitgevoerd. Het grooste deel van het plangebied kent een lage verwachtingswaarde. Bij een lage verwachtingswaarde zijn geen voorwaarden opgenomen ter behoud hiervan en is geen archeologisch onderzoek nodig. 4.1.2 Analyse Het plangebied ligt op enige afstand van de oude kern van Purmerend en is tot in de twintigste eeuw in gebruik geweest als grasland. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel zullen archeologische resten in het plangebied met name samenhangen met de ontginning van het gebied en het gebruik voor de landbouw. Indien in de diepere ondergrond bewoonbare kreekruggen of oeverwallen aanwezig zijn, kunnen hierop bewoningsresten uit de steentijd aanwezig zijn.

Door de inrichting in en rond het plangebied in de tweede helft van de twintigste eeuw kan de bodem plaatselijk zijn verstoord.

Wagenweg 10 - 2020

25

Figuur 10: uitsnede uit kaart van het gemeentelijk archeologisch verwachtingsmodel (plangebied binnen rode lijn) De verstoringsnorm van 500 m² wordt niet overschreden. Archeologisch onderzoek is om die reden niet noodzakelijk. 4.1.3 Conclusie Met betrekking tot het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1 is conform het huidige bestemmingsplan overgenomen in het onderhavige bestemmingsplan.

4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1 Beleidskader Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat in de toelichting van een bestemmingsplan onder meer moet worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. Een onderzoek naar de bodemgesteldheid maakt hiervan deel uit. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. In de bestaande stad is dit niet in alle gevallen mogelijk in verband met de aanwezigheid van eventuele historische verontreinigingen. Teneinde maatschappelijke en/of ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren als gevolg van de aanwezigheid van bodemverontreiniging, is het mogelijk om onder voorwaarden bestemmingen op een verontreinigde bodem te realiseren.

26

Wagenweg 10 - 2020

4.2.2 Analyse Door middel van een verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek (zie bijlage Bodemonderzoek) is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van één boring sprake is van een lichte verontreiniging met diesel- of gasolie. Dit is ook de enige boring waar visueel brandstof is waargenomen. Indien in deze verontreinigde grond wordt gegraven, dient deze grond te worden ontgraven op aanwijzing van een milieukundig begeleider en te worden afgevoerd naar een erkende reiniger. De omvang wordt geschat op enkele kuubs, waardoor een saneringsmelding en de BRL 6000 en 7000 niet van toepassing zijn. In alle mengmonsters zijn lichte verhogingen aangetoond. In de diepere kleilaag ter plaatse van de toekomstige kelder, is tevens een matige verontreiniging aan nikkel gemeten. Er is geen aanleiding tot uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Aanbevolen wordt om op de vrijkomende grond uit de kelder (en eventueel elders) AP04 partijkeuringen uit te voeren. Uit het asbestonderzoek volgt dat asbest is aangetroffen maar dat de toetswaarde voor nader onderzoek niet wordt overschreden. Er is formeel geen sprake van een asbestverontreiniging. Er is geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek naar asbest.

De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de beoogde woonbestemming en afgifte van een omgevingsvergunning. 4.2.3 Conclusie Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. In de grondexploitatie van het plan is rekening gehouden met de kosten voor afvoer van verontreinigde grond.

4.3

Cultuurhistorische waarden

4.3.1 Beleidskader In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in paragraaf 4.1 (Archeologie) aan bod, de overige cultuurhistorische aspecten worden in deze paragraaf besproken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen.

Dit geldt vooral voor locaties in de binnenstad en op bijzondere historische locaties. 3. de kennis over het erfgoed wordt toegankelijker; 4. de gemeente werkt samen met de Purmerendse burgers en ondernemers aan de ambities met betrekking tot het erfgoed. Bij dit beleid is een Cultuurhistorische Waardenkaart opgesteld, waar al het erfgoed van Purmerend op is afgebeeld. 4.3.2 Analyse De Cultuurhistorische Waardenkaart toont dat in de nabijheid van het plangebied een weg en een waterloop zijn aangemerkt als cultuurhistorische waarden. De waterloop heeft betrekking op De Dop. De Dop is een oude waterloop ten noorden van De Where die

Wagenweg 10 - 2020

27

twee ontginningsblokken scheidt. Op de oudst bekende kaarten zoals de kaart van Dou uit 1680 staat De Dob als toponiem vermeld. De oude waterloop ligt nu langs de Dopstraat in de wijk Overwhere. De weg heeft betrekking op Wagenweg. Op kaarten uit de 17e eeuw is reeds een waterloop te zien ten noordoosten van de stad Purmerend op de plaats waar nu de Wagenweg loopt. De waterloop is nu gedempt, maar de lijn in het landschap is inde Wagenweg bewaard gebleven. Vanwege zijn structurerende werking is deze lijn aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol.

Figuur 11: uitsnede uit gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart (plangebied binnen rode lijn) Het project heeft geen invloed op de ligging van de weg en de waterloop. De weg en de waterloop gelden als strucuurelementen waar de op te richten bebouwing zich naar voegt. 4.3.3 Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de rond het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1 Beleidskader In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient het aspect externe veiligheid in acht te worden genomen. Het gaat hierbij om risico's ten aanzien van het vervoer, de opslag en het bewerken van gevaarlijke stoffen. De risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen worden geduid in het zogenaamde Plaatsgebonden risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het groepsrisico dient in veelal de meeste ruimtelijke procedures verantwoord te worden. De verantwoording is erop gericht om een weloverwogen besluit te nemen over het van het groepsrisico. Het uiteindelijke besluit is aan het bevoegd bezag.

28

Wagenweg 10 - 2020

4.4.2 Analyse De locatie ligt niet in een risicocontour van een risicovolle inrichting, buisleiding of transportroute. Er is geen onderzoek naar externe veiligheid nodig. Het LPG-tankstation aan de Wagenweg 7 is per 1 januari 2020 niet meer in bedrijf en wordt door middel van een herziening van het bestemmingsplan Overwhere-Zuid 2012 ook planologisch niet meer toegestaan. De buisleidingen van de Gasunie die langs het spoor liggen, liggen op dermate grote afstand dat deze niet van invloed zijn op ontwikkelingen in het plangebied. Het project zelf maakt ook geen risicovolle inrichting mogelijk. 4.4.3 Conclusie De wetgeving omtrent externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het onderhavige bestemmingsplan.

4.5

Geluid

4.5.1

Wegverkeerslawaai

4.5.1.1 Beleidskader Artikelen 76 en 74 van de Wet geluidhinder (hierna Wgh) schrijven voor dat in ruimtelijke plannen, die betrekking hebben op gronden die langs een verkeersweg gelegen zijn, onderzocht dient te worden of op de gevel van gebouwen de maximale toegestane geluidsbelasting niet wordt overschreden. Langs alle wegen bevinden zich, als gevolg van de Wgh, geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De zonebreedte is afhankelijk van een binnen of buitenstedelijke ligging en de hoeveelheid rijstroken van de weg en wordt gemeten uit de rand van de weg. Een naast die rijstrook liggend fietspad ligt dus ook in die zone. Ook een vluchtstrook, niet zijde een rijstrook ligt in de zone. De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone. Met de wijziging van de Wgh per 1 juli 2012 is een nieuw 'reken- en meetvoorschrift geluid 2012' gepubliceerd. In dit voorschrift is onder andere vastgelegd hoe en onder welke omstandigheden optredende geluidsniveaus in het kader van de Wgh worden vastgesteld en hoe akoestische onderzoeken worden uitgevoerd. Dit voorschrift geldt voor industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.

Ook is daarin geregeld hoe de geluidbelasting in het kader van Hoofdstuk 11 Geluid (Geluidproductieplafonds rijksinfrastructuur hierna gpp's ) moet worden bepaald. Gpp's stellen een heldere grens over de toelaatbare hoeveelheid geluid van rijksinfrastructuur en voorkomen een onbelemmerde groei van het geluid door toenemend verkeer. De beheerder van de weg moet zorg dragen voor de naleving van deze geluidproductieplafonds. Dat betekent dat de wegbeheerder bij bijvoorbeeld een forse groei van de verkeersintensiteit in actie zal moeten komen en geluidreducerende maatregelen moet treffen. Voor wegen die zijn ondergebracht in een 30 km/h-gebied geldt geen wettelijke geluidszone en is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai in nieuwe situaties op grond van de Wgh niet verplicht. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening echter aannemelijk te worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau. Indien dit niet aannemelijk is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidsbelasting op de gevels noodzakelijk, mogelijk en doelmatig zijn. Bij gebrek aan wettelijke normen kunnen uitsluitend de eerder vermelde voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde uit de Wgh als referentiekader worden gehanteerd.

Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De voorkeursgrenswaarde mag in principe niet worden overschreden. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat deze voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, is onderzoek naar maatregelen gericht op het verminderen van de geluidsbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten noodzakelijk. Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de kant van de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt), maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen), maatregelen aan de kant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9574754/1