G Bijlage 03 Archeologisch verkennend booronderzoek
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH VERKENNEND BOORONDERZOEK KWADIJKERPARK TE PURMEREND
archeologisch verkennend booronderzoek Kwadijkerpark te Purmerend Opdrachtgever
BRO Postbus 4 5280 AA Boxtel
Rapportnummer
6571.009
Versienummer1
1
Datum
Vestiging
6 januari 2021
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
6571.009
Toponiem
Kwadijkerpark
Opdrachtgever
BRO
Gemeente
Purmerend
Plaats
Purmerend
Provincie
Noord-Holland
Kadastrale gegevens
Gemeente Purmerend, sectie F, nummers 1263, 1275 & 1276
Omvang plangebied
circa 4,0 ha
Kaartblad
19 G (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 127.215/Y: 503.820
Bevoegde overheid
Gemeente Purmerend Postbus 15 1440 AA Purmerend
T: E: info@purmerend.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
NMF Erfgoedadvies Westerplein 4a 1901 NA Castricum
T: E:
ARCHIS3
4856318100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Archeoregio NOaA
Hollands veen- en kleigebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Zwolle/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Holland
Uitvoerders
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van BRO een archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen in het Kwadijkerpark te Purmerend (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het plan de bestaande bebouwing te slopen en woningbouw te realiseren. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de eerder uitgevoerde onderzoeken is het plangebied gedurende het grootste deel van het Holoceen niet geschikt geweest voor bewoning. Waarschijnlijk de 15 e eeuw is het veengebied waar het plangebied in lag, ontgonnen. Het plangebied ligt in de Kwadijker Koogpolder, die vanaf het midden van de 15e eeuw werd bemalen en in de 16e eeuw is bedijkt. Het onderzoeksgebied ligt aan een voormalige dijk of weg, de Dwers Gou. In de top van het Hollandveen Laagpakket en de IJe Laag kunnen in principe archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht. Deze verwachting is, door de ligging aan een ontginningsas, volgens de gemeentelijke verwachtingskaart, middelhoog.
Er zijn echter geen aanwijzingen voor historische bebouwing binnen deze bewoningsas en evenmin zijn er archeologische waarden aangetroffen die anders doen vermoeden. Eventuele bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht in de vorm van akkerlagen, ophogingslagen, cultuurlagen; greppels/sloten, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; aardewerk, houtskool, verbrand leem, metaal, (verbrand) bot. Resultaten inventariserend veldonderzoek Tijdens het booronderzoek zijn ongerijpte getijde-afzettingen van het Wormer Laagpakket op 2,2 à 3,1 m -mv (-3,6 tot -4,2 m NAP) aangetroffen. Hierop bevindt zich een pakket riet- en zeggeveen, waarvan de top zich op 0,9 à 2,0 m -mv (-2,2 tot -3,1 m NAP) bevindt. In enkele boringen is de top iets geoxideerd, maar er zijn geen veraarde lagen aangetroffen. Gezien de afwezigheid van geoxideerde lagen in de overige boringen is de oorspronkelijke top van het veen hoogstwaarschijnlijk door erosie en/of recente verstoringen verloren gegaan. In een deel van de boringen is boven het veenpakket een laag matig siltige, zwak humeuze klei aangetroffen, die de IJe Laag betreft. De bovenste 20 à 30 cm is vaak matig humeus en deze laag vormt waarschijnlijk een oude bouwvoor. De top van de IJe Laag bevindt zich op 0,8 à 1,7 m -mv (-2,0 tot 2,0 m NAP).
Het geheel wordt afgedekt door een dik pakket opgebracht zand, waarschijnlijk gerelateerd aan versteviging van het maaiveld tijdens de inrichting van het Kwadijkerpark. In geen van de deelgebieden zijn aanwijzingen gevonden voor bewoning in de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze aanwijzingen zouden aanwezig moeten zijn in de vorm van een geroerde kleilaag of een rulle, veraarde veentop met archeologische indicatoren als aardewerk, baksteen en houtskool. De ervaring leert dat dit soort niveaus duidelijk te herkennen zijn in veenontginningslinten. De afwezigheid van dergelijke niveaus sluit aan bij het gegeven uit het bureauonderzoek dat er vermoedelijk geen sprake is van historische bebouwing langs de dijk of weg die hier heeft gelegen. Op basis van het booronderzoek wordt de archeologische verwachting voor alle archeologische perioden bijgesteld naar laag. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.
Rapport 6571.009 versie 1
Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Purmerend), die vervolgens een besluit neemt. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2).
2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 6571.009 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1 1.1 1.2
2
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3
3
Resultaten vooronderzoek ................................................................................................ 1 Gespecificeerde verwachting ........................................................................................... 2
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Resultaten ......................................................................................................................... 3
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 4
LITERATUUR ........................................................................................................................................ 6 BRONNEN ............................................................................................................................................ 6
Rapport 6571.009 versie 1
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied, met reeds uitgevoerde onderzoeken Luchtfoto van het plangebied Boorpuntenkaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMZ-cyclus Planontwerp Boorkolommen
Rapport 6571.009 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van BRO een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen in het Kwadijkerpark te Purmerend (zie figuur 1 en 2). De initiatiefnemer heeft het plan de bestaande bebouwing te slopen en woningbouw te realiseren. Het plangebied is momenteel in gebruik als park en deels bebouwd met gebouwen behorende bij een zorginstelling (zie figuur 3). Bij de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning is gebleken dat voor een plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Deze onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 2). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in mei 2020 door drs. J. Holl (Senior KNA Prospector) en P. de Heer (stagiair Hogeschool Saxion). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog). 1.1
Resultaten vooronderzoeken
In december 2006 is door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureauonderzoek uitgevoerd voor een groter gebied, waar het huidige plangebied deel van uitmaakt (zie figuur 2).3 Hierbij is geconcludeerd dat bewoningssporen vanaf de 11e kunnen voorkomen. In het plangebied bevindt zich volgens dit onderzoek een potentieel bewoningslint waarlangs kleine huisplaatsen gestaan kunnen hebben die door ophoging tot kleine terpjes zouden zijn uitgegroeid. Dit is echter niet zeker. Eventuele vindplaatsen worden verwacht in de top van het veen. Vanwege overstromingen vanaf de 12 e eeuw is gesteld dat dergelijke resten verloren kunnen zijn gegaan, maar dat het ook mogelijk is dat juist een conserverend dek is afgezet. Op basis van het bureauonderzoek is geadviseerd om de aanleg van de destijds geplande waterpartijen archeologisch te begeleiden. Dit is niet overgenomen door het bevoegd gezag, die heeft gesteld dat een vervolgonderzoek uitgevoerd dient te worden, bijvoorbeeld in de vorm van proefsleuven. Gezien de resultaten van het booronderzoek in enkele aangrenzende terreindelen (zie hieronder) is ervoor gekozen om eerst een verkennend booronderzoek uit te voeren om de verstoringen in kaart te brengen en de verwachting te toetsen. Dit betreft het onderhavige onderzoek.
In augustus 2018 is door Econsultancy een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek direct ten westen, noorden en zuiden van het huidige onderzoeksgebied uitgevoerd. 4 Op basis van het bureauonderzoek gold een lage verwachting voor resten tot de 15e eeuw en een lage tot middelhoge verwachting vanaf de 15e eeuw en de Nieuwe tijd. Deze middelhoge verwachting is gebaseerd op de ligging aan een inmiddels verdwenen weg of dijk (Dwers Gou), die mogelijk als ontginningsas heeft gefungeerd. De veenpolder waar het plangebied in ligt, de Kwadijker Hoogpolder, is namelijk in de 15e of 16e eeuw ontstaan en rond 1543 bedijkt. De afwezigheid van bebouwing op historische kaarten vanaf de 17e eeuw doet echter betwijfelen of daadwerkelijk sprake is van een ontginningsas.
3
Molenaar, 2006
4 Wullink & Holl, 2018.
Rapport 6571.009 versie 1
Pagina 1 van 6
Tijdens het booronderzoek is een dunne laag zeeklei (IJe Laag) op veen (Hollandveen Laagpakket) op getijdeafzettingen (Wormer Laag-pakket) aangetroffen. Ten noorden en zuiden van het huidige onderzoeksgebied is een hierop een tot 110 cm dik ophogingspakket met modern materiaal aangetroffen. Ten noordwesten van het huidige onderzoeksgebied ontbreekt dit ophogingspakket, evenals de IJe Laag. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor bewoningsniveaus uit de LateMiddeleeuwen/Nieuwe tijd. Op basis hiervan is de verwachting voor de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd eveneens bijgesteld naar laag. Geadviseerd om deze locaties vrij te geven. 1.2
Gespecificeerde verwachting5
In het plangebied worden vroeg- en middenholocene getijdeafzettingen van het Wormer Laagpakket (Formatie van Naaldwijk) verwacht. Hierop ligt een pakket Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) met hierop mogelijk een pakket laatmiddeleeuwse zeeklei van de IJe Laag (Laagpakket van Walcheren/Formatie van Naaldwijk). Het veengebied is in de Late-Middeleeuwen, waarschijnlijk in de 15e eeuw, ontgonnen. Het onderzoeksgebied ligt in de Kwadijker Koogpolder, die vanaf het midden van de 15 e eeuw wordt bemalen en in de 16e eeuw is bedijkt. Het onderzoeksgebied ligt aan een voormalige dijk of weg, de Dwers Gou. Deze weg of dijk wordt op de gemeentelijke waardenkaart als een laatmiddeleeuwse ontginningsas aangeduid. Uit historisch kaartmateriaal blijkt echter niet dat er bebouwing langs deze weg/dijk heeft gestaan. Het plangebied is altijd als weiland gebruikt, totdat rond 1980 de wijk Overwhere en het Kwadijkerpark zijn aangelegd. Sindsdien is het plangebied als park gebruikt. De huidige bebouwing is in 1978 gerealiseerd. Gedurende het grootste deel van het holoceen is het gebied niet geschikt geweest voor bewoning. Het Wormer Laagpakket (Mesolithicum – Neolithicum) en het Hollandveen Laagpakket (Neolithicum – Middeleeuwen) hebben dan ook geen of een lage archeologische verwachting.
In de top van het Hollandveen Laagpakket en de IJe Laag kunnen in principe archeologische resten uit de LateMiddeleeuwen en Nieuwe tijd voorkomen. Eventuele bewoningssporen en sporen van landgebruik uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht in de vorm van akkerlagen, ophogingslagen, cultuurlagen; greppels/sloten, afvalkuilen, paalkuilen, waterputten; aardewerk, houtskool, verbrand leem, metaal, (verbrand) bot.
2
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 2.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend 5 Wullink & Holl, 2018.
Rapport 6571.009 versie 1
Pagina 2 van 6
veldonderzoek is op 4 mei 2020 door drs. J. Holl (Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld.6 Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet, zoveel mogelijk in een verspringend 40x50 m grid. Plaatselijk zijn de boringen enkele meters verplaatst, deels vanwege de aanwezigheid van verharding, dichte begroeiing, kabels en leidingen of bebouwing, en deels om zoveel mogelijk ter plaatse van de geplande nieuwbouw te boren. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) en guts (diameter 3 cm) 21 boringen tot maximaal 4 m -mv gezet (zie figuur 4). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. 7 De exacte locatie van de boringen (x-, y- en z-waarden) is vastgelegd met behulp van dGPS. Van de boringen 9-11 en 13 kon vanwege de aanwezigheid van bomen geen nauwkeurige hoogte met dGPS bepaald worden. Van deze boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het AHN3. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.
Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 2.3
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 3 weergegeven. De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: Het onderste pakket bestaat uit een pakket ongerijpte, matig siltige, lichtgrijze klei, vaak met plantenresten. Dit betreffen getijde-afzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk). De top van deze afzettingen bevindt zich op 2,2 à 3,1 m -mv (-3,6 tot -4,2 m NAP). Deze afzettingen gaan zeer geleidelijk over in het bovenliggende veenpakket. Dit veenpakket bestaat in de meeste boringen dieper dan 1,7 à 2,3 m -mv (-3,0 tot -3,6 m NAP) uit mineraalarm tot zwak kleiig, bruin rietveen. Hierboven bevindt zich een pakket mineraalarm tot zwak kleiig (donker)bruin zeggeveen. De top van het veen bevindt zich op een diepte variërend tussen 0,9 en 2,0 m -mv (-2,2 tot -3,1 m NAP, zie figuur 5). In de boringen 6, 8 en 10 is de top van het veen iets geoxideerd en donkerbruin tot zwartbruin van kleur, duidend op een ligging nabij het oppervlak. In de overige boringen zijn geen geoxideerde lagen waargenomen. Hier is de oorspronkelijke top van het veenpakket vermoedelijk door erosie en/of recente verstoringen reeds verdwenen. In de boringen 2, 4, 6, 8, 10-16 en 19-21 bevindt zich boven het veenpakket een laag matig siltige, half gerijpte klei, die meestal zwak humeus en grijs is.
Dit betreft de IJe Laag, een laag zeeklei die vanaf de Late-Middeleeuwen is afgezet tijdens overstromingen. In de boringen 11-13, 16 en 19-21 is de bovenste 20 à 30 cm matig humeus en donkergrijs of donkerbruin van kleur. In de meeste van deze boringen is dit echter het gehele pakket en alleen in de boringen 19 en 21 is sprake van een zwak humeus pakket met een matig humeuze bovenlaag. In de boring 11 bevat deze humeuze laag recente puinfragmenten en in boring 16 is sprake van een sterk gevlekte laag met grijze en donkergrijze klei. Hier is de IJe Laag vermoedelijk verstoord bij de inrichting van het Kwadijkerpark. In boring 18 is boven het veenpakket een laag sterk kleiig veen met veel kleibrokken aangetroffen. Vermoedelijk betreft dit eveneens een verstoorde laag, waarin de IJe Laag vermengd is geraakt met het onder6 Holl, 2020. 7
Bosch, 2005.
Rapport 6571.009 versie 1
Pagina 3 van 6
liggende veen. De top van de IJe Laag bevindt zich op een diepte variërend tussen 0,8 en 1,7 m -mv (-2,0 tot -2,9 m NAP). Boven de natuurlijke afzettingen bevindt zich in alle boringen een pakket matig fijn tot matig grof, lichtgrijs tot bruingrijs, zwak tot matig siltig zand. Dit betreft een opgebracht pakket dat waarschijnlijk tijdens de inrichting van het Kwadijkerpark is opgebracht ter versteviging van het maaiveld. In enkele boringen (boring 5, 9 en 17) kon, vanwege de ligging onder het grondwater, niet tot onder het opgebrachte zandpakket geboord worden. Deze boringen zijn gestuit op 1,5 tot 2,0 m -mv. In de meeste boringen bestaat de bovenste 30 tot 80 cm uit een matig humeus, donkergrijs tot donkerbruine laag matig fijn, matig siltig tot kleiig zand of sterk zandige klei. Deze laag is sterk gevlekt en bevat vaak recente puinresten. Deze kan gerelateerd worden aan de inrichting van het Kwadijkerpark. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Gezien de mogelijke ligging langs een ontginningsas is geconcludeerd dat resten van huisplaatsen vanaf de 15e eeuw kunnen voorkomen. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek zijn ongerijpte getijde-afzettingen van het Wormer Laagpakket op 2,2 à 3,1 m -mv (-3,6 tot -4,2 m NAP) aangetroffen. Hierop bevindt zich een pakket riet- en zeggeveen, waarvan de top zich op 0,9 à 2,0 m -mv (-2,2 tot -3,1 m NAP) bevindt. In enkele boringen is de top iets geoxideerd, maar er zijn geen veraarde lagen aangetroffen. Gezien de afwezigheid van geoxideerde lagen in de overige boringen is de oorspronkelijke top van het veen hoogstwaarschijnlijk door erosie en/of recente verstoringen verloren gegaan. In een deel van de boringen is boven het veenpakket een laag matig siltige, zwak humeuze klei aangetroffen, die de IJe Laag betreft. De bovenste 20 à 30 cm is vaak matig humeus en deze laag vormt waarschijnlijk een oude bouwvoor. De top van de IJe Laag bevindt zich op 0,8 à 1,7 m -mv (-2,0 tot 2,0 m NAP). Het geheel wordt afgedekt door een dik pakket opgebracht zand, waarschijnlijk gerelateerd aan versteviging van het maaiveld tijdens de inrichting van het Kwadijkerpark.
In geen van de deelgebieden zijn aanwijzingen gevonden voor bewoning in de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze aanwijzingen zouden aanwezig moeten zijn in de vorm van een geroerde kleilaag of een rulle, veraarde veentop met archeologische indicatoren als aardewerk, baksteen en houtskool. De ervaring leert dat dit soort niveaus duidelijk te herkennen zijn in veenontginningslinten. De afwezigheid van dergelijke niveaus sluit aan bij het gegeven uit het bureauonderzoek dat er vermoedelijk geen sprake is van historische bebouwing langs de dijk of weg die hier heeft gelegen. Op basis van het booronderzoek wordt de archeologische verwachting voor alle archeologische perioden bijgesteld naar laag. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.
Rapport 6571.009 versie 1
Pagina 4 van 6
Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Purmerend), die vervolgens een besluit neemt. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed8).
8 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 6571.009 versie 1
Pagina 5 van 6
LITERATUUR Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Holl, J., 2020: Plan van Aanpak booronderzoek. Kwadijkerpark te Purmerend. Zwolle (Econsultancy Projectnummer 6571.009). Molenaar, S., 2006: Plangebied Kwadijkeroog, gemeente Purmerend; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. Amsterdam (RAAP-Notitie 1982). Wullink, A.J. & J. Holl, 2019: Archeologisch onderzoek Kwadijkerpark te Purmerend. Rotterdam (Econsultancy Rapport 6571.001).
OVERIGE BRONNEN AHN; internetsite, mei 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, mei 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, mei 2020. https://pdokviewer.pdok.nl SIKB; internetsite, mei 2020. https://www.sikb.nl
Rapport 6571.009 versie 1
Pagina 6 van 6
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland
Kwadijkerpark te Purmerend. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied
Rapport 6571.009 versie 1
Figuur 2. Detailkaart van het plangebied, met reeds uitgevoerde onderzoeken
Kwadijkerpark te Purmerend. Detailkaart van het plangebied, met reeds uitgevoerde onderzoeken
Rapport 6571.009 versie 1
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied
Kwadijkerpark te Purmerend. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 6571.009 versie 1
Figuur 4. Boorpuntenkaart
Kwadijkerpark te Purmerend. Boorpuntenkaart
Rapport 6571.009 versie 1
Figuur 5. NAP-hoogtes van de top van het Hollandveen Laagpakket
Kwadijkerpark te Purmerend. NAP-hoogtes van de top van het Hollandveen Laagpakket
Rapport 6571.009 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 6571.009 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 2650
815
IVb Subboreaal koeler droger
2000
IVa
5000
3755 4900
5300
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
7020
8240
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 6571.009 versie 1
Bijlage 2
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 6571.009 versie 1
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Rapport 6571.009 versie 1
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Rapport 6571.009 versie 1
Bijlage 3
Rapport 6571.009 versie 1
Planontwerp
N2 44
-1.64 35/700
-1.69 55/1100
N2 44
-1.74 20/600
50/1400
-1.51 20/500
-1.58
-1.38
-1.46
3 . 5 7 5
7 . 5
5 . 7
7 . 5
B
11. 72
72 11.
35/700
5 7 5 . 3
5 7 5 . 3
5 . 7
40/900
3 . 5 7 5 5 57 3.
-1.76 75/1500
2 .7 11
3. 57 5
7 5.
C
5. 7
5.675
5 57 3.
5.4
5.4
5.675 10
10
11 .7 2
7 5.
-1.73 20/400 35/1000
5. 7
5.4 5 . 6 7 5 3. 57 5
-1.52 -1.63
-1.79 15/400
45/1200
3. 57 5
45/900
-1.54 30/700
-1.63 35/700
-1.57
5. 7
45/1100 -1.28
11 . 72
50/1200
-1.56 45/1200 -1.42 45/1000
5. 7
1 1 . 2 2 5 .6 7 5
-1.49
3. 57 5
35/700
-1.48
5 .4
40/900
-1.50 45/900
-1.29
5 .4
40/1000
3. 575
A
-1.44 45/900
6
3. 575
5 .4
20/500 -1.56
-0.96
-1.28 40/900
6
5 .4
5. 67 5
40/600
1 1 . 7 2
5 .6 7 5
6
1 1 . 7 2
5. 4
-1.71
6
1 0
50/1200
10
4 . 5
5 . 4
3. 575
25/600
5 7 6 . 5
5 . 4 -1.77
5 . 6 7 5
-1.62 45/800
-1.23
4 . 5
55/1100
3. 575
35/700
5. 4
10
-1.19
5. 4
10
5 7 6 . 5
5.67
5.4
5.4
5.4
5.68
3. 575
35
45/900
-1.30
5. 4
-1.27
5. 67 5
5 . 4
3. 575
5 . 6 7 5
-1.79
-1.29 40/1000 20/400/meerstam -1.38
5. 4
5. 4
6
35
-1.18
6
50/1100 -1.08 40/1000
1 1 . 7 2
1 1 . 2 2
55/1100
-1.16
45/1100
40/1100
-1.33
15/400
IE
G E R
5. 67 5
3. 575
-1.25 20/400 -1.41 20/300/meerstam
-1.29
E N
20/600 -1.24 50/1100
-1.70 35
Q
-1.22
1
75/1500
1 8
40/1000
50/1100 -1.38
6
-1.22 60/900/meerstam -1.28
3. 575
35
1 0
5
-1.11
6
-1.75
F
45/1100
1
-1.32 -1.23
5
6
To r e n mo l e n
5. 67 5
5. 67 5
35
E R
1 1 . 7 2
-1.71
N2 44
5. 4
-1.2815/400 -1.76
3. 575
-1.36
E
-1.41 40/1000
-1.78
40/900
-1.37
35/800
1 0
6
5. 67 5
40/900
5. 4
40/900
-1.55
3. 575
30
40/900
-1.30
-1.23
-1.73
-1.16 40/900
6
-1.69 50/1100
25/500
-1.21
-1.41
30/600
11.72
45/1000
F
1 0
6
6
30/500
40/900 -1.72
-1.21 40/900
-1.20
5. 4
20/400
5 7 5 . 3
6
-1.77
5 7 5 . 3
20/500
70/1600 -1.20 40/900
40/900
5 7 5 . 3
-1.75 -1.82 60/1200
5. 4
6
60/1500
-1.35
-1.16
BP
70/1400 -1.03
10
10
5. 67 5
BP
POMPGEMAAL
11 . 22
3. 575
3. 575 -1.41
TRAFO TRAFO
5. 4
40/1000
5. 4
J
BP
-1.25
5. 4
To r e n mo l e n
5. 67 5
5. 4
6
6
5. 675
45/1100
70/1400
11.72 11.72
BP
-1.44
-1.09
40/800/meerstam
40/900
5 7 5 . 3
95/2000
6
-1.54
80/1400 -1.73
72 . 11
-1.67
15/400
D
6
85/1400
5. 675
25/400 -1.70
40/800
3. 575
3. 575
72 11.
6 5 7 5 . 3
-1.19
5. 4
6
50/1000
-1.19
1 5. 67 5
-1.69
-1.33
6
90/1500
72 11.
6
5 7 5 . 3
3. 575
20/400
3. 575
70/1400
-1.60
-1.65
5. 4
n ole ngm lli Ste
-1.31
5. 4
n e l mo g n i l l e t S
5. 67 5
11.72
5. 4
5. 67 5
40/900
-1.63 50/1000
40/900
5. 4
-1.17 -1.33
50/1200
55/1500
5. 4
5 7 5 . 3
40/1100
5. 675
-1.24
45/1100
55/1300
5. 675
-1.26
10
5. 67 5
72 . 11
6
6
-0.90
-1.16 30/800
6 -1.24 40/1100
-1.38
-1.06 45/1400
40/900
5 7 5 . 3
-1.26 40/1000
6
5 7 5 . 3
-1.03
-1.21
5. 675
45/1200
5. 4
6
5. 675
72 11.
5 7 5 . 3
5. 4
72 11.
6
5. 675
5 7 5 . 3 5 7 5 . 3
45/1200
-1.20
5. 4
-1.20
15/400 -1.18
30/700
G
5. 4
15/400
50/700/meerstam
-1.02 45/1400
5. 675
50/1400
-1.06
5. 4
25/400
5 . 6 7 5
5 . 4 -1.12 25/300
5. 4
35/800
-1.31
5 . 6 7 5
H
-1.11 35/700
-1.00 40/1100
5. 675
35/800
40/900
70/1500 -1.30 60/1300
5. 4
5. 4
-1.27
5. 675
50/1200
5. 4
-1.34
5. 675
30/800
-1.36
-1.21
10
5. 67 5
5. 4
1 1 . 2 2
30/600
-1.18
5. 4
-1.15
50/1400
55/1300
-1.25
5. 675
5. 675
-1.44
-1.12 45/1300
-1.13
-1.18
70/1500
5. 4
-2.04=wp
50/1300 in deze strook zijn de bomen niet gemeten -1.26 45/1100
-1.39 -1.17 50/1300
-1.14
-1.81
35/900
-1.21 50/1200
50/1200
10
20/500
-1.11 15/300
50/1600
50/1300
4 5.
-1.03 -1.31
5. 4
-1.33
4 5.
-1.33
5. 675
-1.18 -1.22
15/300
55/1300
-1.11
4 5.
-1.28 35/800
-1.25
40/1100
40/1200
-1.10
-1.44 -1.38 40/1100
-1.06 15/300
-1.15
-1.67
675 5.
70/1600
5. 4
5. 4
Mu l d e r s l a a n t j e
-1.77
4 5.
n ole dem i We
n e l mo g n i l l e t S
675 5.
-1.35 35/900
5. 67 5
10 675 5.
45/1100 -1.38
-1.79
10
len pmo Wi
-1.34 -1.36
-1.32
10
-1.34 35/900
I
5 . 4
40/900
35/900
55/1300
100/2000
55/1200
-1.01 -1.04
-1.37
-1.45
-0.88
10
5. 675
-1.00
5. 4
5. 675
10
5. 4
5. 4
-1.19 -1.36
-1.23
5. 4
40/900
5. 675
10
40/1100
-1.35
40/1100
5. 4
-1.19
5. 675
Stand aardmo len
45/1000
35/700
n e l mo e d i We
30/600/meerstam
10/300 -1.83 -1.16
5. 4
5. 675
-1.10
4 5.
-1.21
10
-1.22 50/1400 25/400
675 5.
5 57 3.
-1.14 50/1000
5. 675
72 . 11
6
10
Go uw
6
-1.19 -1.34
55/1300
60/1500
-1.16
e
5 57 3.
55/1300 -1.62
Ni eu w
5 7 5 . 3
-1.80
7 . 5
60/1500
50/1400
-1.31
50/1100
7 . 5
-1.12
-1.23 -1.34
5 7 5 . 3
5 7 5 . 3
60/1500
72 11.
5 57 3.
6
7 . 5
BP
7 . 5 -1.25
5 7 5 . 3
45/1300
72 11.
72 . 11
6
5 57 3.
-1.45
-1.61
5 7 5 . 3
-1.29 50/1100
7 . 5
We i dem ole n
7 . 5 5 57 3.
6
P B
2 .7 11
6
2 .7 11
in deze strook zijn de bomen niet gemeten
K
P B
N
-1.36
6
55/1100
5 7 5 . 3
6 7 . 5 7 . 5
5 57 3.
-1.85 -1.35
5 7 5 . 3
-1.43 40/1100
7 . 5
-1.61
72 . 11
n ole pm Wi
N2 44
7 5.
-1.36 50/1100
6
7 5.
-1.25 55/1300
-1.47
72 . 11
en mol ard nda Sta
5 7 5 . 3
5 57 3.
6
-1.34 15/400
5 57 3.
35/900
5 57 3.
-1.22 -1.47
5 57 3.
5 57 3.
-1.29 -1.76
-1.26
72 . 11
-1.83
6
-1.35
50/700
45/800
50/1100
7 5.
7 5.
-1.27
5 57 3.
-0.69
3.575
5 7 5 . 3
5.7
5.7
3.575
4 . 5
5 7 5 . 3
5.7
5.7
5 7 5 . 3
4 . 5
50/700
5 6 . 5
5 7 5 . 3
50/1400
5 6 . 5
4 . 5
5 7 5 . 3
4 . 5 4 . 5
-1.15 45/1000
O
5 6 . 5
50/1200 -1.25 50/1500
18 25.
-1.20
4 5.
-1.03
4 . 5
4 5.
-1.19
-1.28 -1.17 50/1200
10
7 . 5
55/1500
45/1100
45/900
72 . 11
-1.09 -1.29
94 . 25
7 . 5
-1.40 -1.52
-1.72
65 5.
5 7 5 . 3
-1.29
30/600
72 11.
7 . 5 -1.17
4 . 5
72 11.
7 . 5
30/600 -0.94
11. 72
20/500
-1.23 45/900
45/1100
10
40/800 -1.25 45/1100
-1.26
-1.12
5 6 . 5 4 . 5
-1.32
35/800
5 57 3.
72 . 11
6 -1.19 35/1000
7 . 5 2
Pa ltr ok mo len
7 . 5
5 57 3.
72 11.
-1.22
P B
5 7 5 . 3
72 11.
5 57 3.
5 7 5 . 3
72 11.
5 57 3. -1.74
45/1100
4 5.
-1.22 -1.33 45/1400
50/1100
5. 675
-0.78 25/600
4 5.
30/600
10
-1.57 -1.07 35/700
5 6 . 5
5. 4
-1.13
1 1 . 2 2 5. 675
BP
-1.08 15/300
55/1200
4 . 5 5 6 . 5
5.675
5.4
5.4
5.4
5.71
10
5.675
4 . 5
25/500
5.4
5.4
5.4
5.59
10
5. 4
10
5 7 6 . 5 4 . 5
-1.26
Ni eu we
5. 675
5. 4
Go uw
5. 4
-1.12
10
5. 4
85/1800
4 . 5
10
-1.15
65 5.
20/400
4 . 5
84 . 23
55/1200 -1.25
40/900 -1.16
n e l mo p Wi
M
5 7 6 . 5
5. 4
L
-1.20 25/700
-1.17 -1.08
45/1200
5. 675
r e k as Tj
4 . 5
1 1 . 2 2 5. 675
1 1 . 2 2
BP
15/400
BP
5. 675
4 . 5
-1.35
2 1
5. 4
5. 4
40/900
-1.06
BP
5. 675
15/400 -1.25
5. 4
50/900
-1.34
-1.19
30/700
40/1100
30/700 -1.17
5. 4
len mo ard nda Sta
-1.14
35/800
50/1100
-1.16
-1.18
25/400
30/700 -1.20 -1.22
30/400
5. 675
40/800
3 0 .5 7
r e k as Tj
-1.16
-1.13
30/1000
-1.21
1 1 . 2 2
70/1000/meerstam
35/900
35/900
40/1100 -1.29 -1.14
-1.31
25/800
40/900
40/900
-1.38
-1.15
-1.46 25/400
-1.26
-1.24 -1.22
30/500 40/900
-1.30
-1.41 -1.20
-1.12 35/1100
35/800 -1.33 25/600
30/600 -1.16
45/1100
-1.12
55/1300
-1.27
35/600
-1.26
25/500
40/800
35/800
-1.35 20/600
-1.25
30/900
25/400
-1.31
40/900 -1.23
-1.24 -1.14
-1.29
40/900
23
-1.24
-1.29
30/500
-1.26
-1.24
45/1000
-1.33 20/300
-1.36
25/400
35/600
30/700 40/800
-1.21 50/1000
25/400
-1.29
35/600
45/1100
40/900
-1.31 30/500
-1.34
30/400 -1.37
-1.12
-1.28 40/900
-1.40
50/1200
-1.32 25/400 -1.20 -1.21
25/400
-1.23
-1.40 30/500
25/400
-1.11
-1.26
-1.35 20/300
20/500
35/500 -1.38
25/500
-1.18 40/800
35/700
-1.33 -1.30
-1.26 30/400
35/500
20/400
-1.19
-1.17
-1.25
30/500
30/400
40/900 -1.33 30/400
-1.15
P
-1.27
9. 4
30/500
35/700
5. 08 5
-1.17 25/400
-1.35 -1.18
-1.37 35/400
45/800
40/800
-1.39
-1.22 -1.34 35/700
50/800
40/700
-1.23 45/800
30 .5 7
-1.45
-1.18 55/1500
4. 8
S p i n n e k o p
-1.31
30/500
-1.25 40/1100
-1.35 25/400
35/800
40/900
w u o we G u e i N
-1.19 30/600
5. 08 5
4. 8
15/400
-1.38 45/1300
-1.22 -1.16
9. 4 5. 08 5
5. 08 5
4. 8
5. 08 5
9. 4 4. 8
4. 8
30/500/meerstam
-1.44
SPORTVELD
5. 08 5
10/200
Gouw euwe Ni
Sp in ne ko p
SPORTVELD
t a a r t s o v e l F
t a a r t s o v e l F
t a a r t s o v e l F kop nne Spi aat jkstr i Jsend I van
t a a r t s o v e l F
SCHETSONTWERP VERSIE 003
::
project 19047 Kwadijkerpark Purmerend
::
opdrachtgever AM, Rochdale
::
tekening Plan025 - lijn
::
::
schaal
formaat
getekend
1: 1000
A0
11 - 12 - 2020
onderwerp Verkavelingsschets
t aa r t s o v e l F
N
RRog stedenbouw en landschap Pilotenstraat 6a 1059 CJ
Amsterdam
::
tel
0206765503
::
fax
0206765505
stedenbouw enlandschap
Bijlage 4
Rapport 6571.009 versie 1
Boorkolommen
Bijlage 4
Boorkolommen
1 X: Y:
2 127315,00 503637,01 -1,2
X: Y:
m +NAP 0
akker Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak puinhoudend, donkergrijs, omgewerkte grond
127268,00 503657,00 -1,39
-150
m +NAP 0 10
Grind, fijn, zwak zandig, Klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, opgebrachte grond
-150 40
40
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig schelphoudend, lichtgrijs, scherp, Weinig gevlekt grijs, opgebrachte grond
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig schelphoudend, lichtgrijs, scherp, Weinig gevlekt grijs, opgebrachte grond
-200
-200 100
-250 120
120
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv
-250
Klei, matig siltig, zwak humeus, matig plantenresten houdend, grijs, scherp Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv
145
Veen, zwak kleiïg, bruin, Zv -300 175
-300
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Rv 200
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Rv -350 220
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs, Wormer
-350
260
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs, Wormer
-400
-400
300
-450
-500 400
Bijlage 4
Boorkolommen
3 X: Y:
4 127293,00 503676,00 -1,28
X: Y:
m +NAP 0 10
-1,42 Klei, sterk zandig, matig humeus, donkergrijs, opgebrachte grond
m +NAP 0 Klei, sterk zandig, matig humeus, uiterst puinhoudend, donkergrijs, opgebrachte grond
-150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak puinhoudend, licht bruingrijs, Weinig gevlekt donkergrijs, opgebrachte grond
-150
127250,00 503678,00
40
Zand, matig grof, matig siltig, matig schelphoudend, grijs, scherp, Weinig gevlekt grijs, opgebrachte grond
-200 70
-200
100
Zand, matig grof, matig siltig, matig schelphoudend, grijs, scherp, Weinig gevlekt grijs, opgebrachte grond Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv
90
Klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, aan de basis humeus -250
-250 140
140
Veen, zwak kleiïg, bruin, Zv
150
-300
180
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv Veen, zwak kleiïg, bruin, Zv
-300 180
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Rv
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Rv, geleidelijk -350
-350
225
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs, Wormer 260
-400 Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs, Wormer
-400
300
300
Bijlage 4
Boorkolommen
5 X: Y:
6 127232,00 503711,00 -1,23
-150
X: Y:
m +NAP 0
30
127279,00 503726,00 -0,91
Zand, uiterst fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond
m +NAP 0
-100 30
Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Boring gestaakt, ondoordringbaar zand, Veel gevlekt donkergrijs
Zand, uiterst fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Vb, Veel gevlekt donkergrijs
-150 -200
-200 -250 140
-250 -300
165
180
Zand, matig grof, matig siltig, matig schelphoudend, blauwgrijs, scherp, Weinig gevlekt grijs, opgebrachte grond Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak plantenresten houdend, bruingrijs Veen, mineraalarm, zwartbruin, Bv geox
200
-300
210
Veen, mineraalarm, bruin, Bv
240
Veen, mineraalarm, bruin, Rv -350
-400
310
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs, Hv
-450
400
Bijlage 4
Boorkolommen
7 X: Y:
8 127280,00 503771,01 -1,3
X: Y:
m +NAP 0
-150 30
127243,00 503756,00 -1,29
Zand, uiterst fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond
m +NAP 0
-150 30
Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Vb, Veel gevlekt donkergrijs
Zand, uiterst fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Veel gevlekt donkergrijs
50
Zand, matig grof, matig siltig, grijs, opgebrachte grond -200
-200 90
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Rv, aan de top kleiig -250
100
Klei, matig siltig, zwak humeus, matig plantenresten houdend, bruingrijs
-250 130
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Zv, iets geox 160
-300
Veen, mineraalarm, bruin, Zv, aan de top kleiig
-300
200
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv -350
-350 240
240
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs, Hv -400
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, matig riethoudend, lichtgrijs -400
300
300
Bijlage 4
Boorkolommen
9 X: Y:
10 127197,00 503754,01 -1,19
X: Y:
m +NAP 0
127216,00 503796,00 -1,27
Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond
m +NAP 0 Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, donker bruingrijs, opgebrachte grond
-150
-150 40
40
Zand, matig grof, matig siltig, lichtgrijs, opgebrachte grond
Zand, matig grof, matig siltig, lichtgrijs, opgebrachte grond
-200 -200 100
Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak plantenresten houdend, grijs 120
120
Zand, zeer grof, matig siltig, sterk schelphoudend, lichtgrijs, Gestuit, opgebrachte grond
-250
-250
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Zv, iets geox 140
Veen, mineraalarm, bruin, Zv 160 170
-300
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv, geleidelijk
-350 235
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs
-400
300
Bijlage 4
Boorkolommen
11 X: Y:
12 127268,00 503809,01 -1,13
X: Y:
m +NAP 0
-1,33 Zand, zeer fijn, kleiïg, matig humeus, donker grijsbruin, opgebrachte grond
-150
127243,00 503840,00 m +NAP 0 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond
-150
40
40
Zand, matig grof, matig siltig, lichtgrijs, opgebrachte grond
Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Veel gevlekt donkergrijs, opgebrachte grond -200 80
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, grijs
-200 100
130
-250
140
Klei, sterk siltig, matig humeus, zwak plantenresten houdend, donkergrijs, Recente puinfr, omgewerkte grond
-250 130
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Zv 145
Veen, mineraalarm, bruin, Zv, wat takjes
Klei, sterk siltig, sterk humeus, matig plantenresten houdend, donkergrijs Veen, mineraalarm, donkerbruin, Zv
-300
-300 200
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv, diffuus -350 230
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Rv
-350 250 255
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs
Klei, matig siltig, matig riethoudend, lichtgrijs
-400
-400 300
300
Bijlage 4
Boorkolommen
13 X: Y:
14 127209,00 503820,00 -1,26
X: Y:
m +NAP 0
-1,09
m +NAP 0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond
-150 40
Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Veel gevlekt donkergrijs, opgebrachte grond -200
127173,00 503844,00
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond -150 50
Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Weinig gevlekt grijs, opgebrachte grond
80
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, grijs
-200 100
Zand, matig grof, matig siltig, grijs 115
Klei, sterk siltig, matig humeus, matig plantenresten houdend, donkergrijs
-250
-250
145
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Zv
155
Klei, matig siltig, zwak humeus, matig plantenresten houdend, grijs -300 -300
190
Veen, zwak kleiïg, bruin, Zv
200
Veen, mineraalarm, bruin, Rv, geleidelijk -350 240
Klei, matig siltig, matig riethoudend, lichtgrijs
-350
-400 -400 300
290 300
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs
Bijlage 4
Boorkolommen
15 X: Y:
16 127206,00 503874,00 -1,26
X: Y:
m +NAP 0
127188,00 503910,00 -1,14
m +NAP 0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk puinhoudend, matig glashoudend, donker bruingrijs, opgebrachte grond
-150
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Veel gevlekt donkergrijs, opgebrachte grond -150 50
-200
80
100
80
Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs, Weinig gevlekt grijs, opgebrachte grond
-200 100
Zand, matig grof, matig siltig, grijs
Klei, sterk siltig, sterk humeus, matig plantenresten houdend, donker grijsbruin, opgebrachte grond Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, opgebrachte grond Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, licht blauwgrijs, opgebrachte grond
-250 -250
160
-300
160
Klei, matig siltig, zwak humeus, matig plantenresten houdend, grijs
Klei, matig siltig, zwak humeus, matig plantenresten houdend, grijs, Veel gevlekt donkergrijs, omgewerkte grond
180
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Zv
-300
200
200
Veen, mineraalarm, bruin, Zv -350
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv
230
230
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv
-350
-400
280
300
Klei, matig siltig, matig plantenresten houdend, lichtgrijs
-400
290
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs
-450 350
Bijlage 4
Boorkolommen
17 X: Y:
18 127159,00 503880,00 -1,08
X: Y:
m +NAP 0
127133,00 503919,00 -1,41
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkergrijs, Veel gevlekt lichtgrijs, opgebrachte grond
m +NAP 0 Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, donkergrijs, Veel gevlekt lichtgrijs, opgebrachte grond
-150
40
-150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, scherp, opgebrachte grond
50
80
Klei, sterk siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, opgebrachte grond
-200 80
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, licht blauwgrijs, Gestuit, opgebrachte grond
-200
100
Veen, sterk kleiïg, donkergrijs, Kleibrokken, Veel gevlekt lichtgrijs, omgewerkte grond Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv
-250 130
Veen, zwak kleiïg, bruin, Zv -250 150
-300
200
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv, geleidelijk
-350 220
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs
-400
260
Klei, matig siltig, zwak plantenresten houdend, lichtgrijs, Enkele siltlaagjes
300
Bijlage 4
Boorkolommen
19 X: Y:
20 127185,00 503948,00 -1,2
X: Y:
m +NAP 0
127156,00 503996,00 -1,31
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, Vb, kb, Veel gevlekt lichtgrijs, opgebrachte grond
m +NAP 0 Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, Veel gevlekt lichtgrijs, opgebrachte grond
-150
-150 40
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, opgebrachte grond -200 -200
80
100
115
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, omgewerkte grond
100
Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak plantenresten houdend, grijs Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv
-250
120
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, scherp, omgewerkte grond Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv
-250 150
Veen, zwak kleiïg, bruin, Zv -300
170
Veen, zwak kleiïg, bruin, Zv
-300
210
210
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv
-350
-350 240
Klei, matig siltig, matig plantenresten houdend, lichtgrijs -400 -400
280
Klei, matig siltig, matig plantenresten houdend, lichtgrijs 300
300
Bijlage 4
Boorkolommen
21 X: Y:
127199,00 504005,00 -1,25
m +NAP 0 Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, Veel gevlekt lichtgrijs, opgebrachte grond
-150 40
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, opgebrachte grond
-200
100
Klei, sterk siltig, sterk humeus, donker grijsbruin, scherp, omgewerkte grond -250
130
Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak plantenresten houdend, grijs 160
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Zv -300
200
Veen, zwak kleiïg, bruin, Rv
-350
250
Klei, matig siltig, matig plantenresten houdend, lichtgrijs -400
300
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Rapport 6571.009 versie 1