F Bijlage Archeologisch bureauonderzoek bestemmingsplan Vijfhoek 2021
Tekst van het document
Beemsterburgwal, Purmerend (gem. Purmerend) Een bureauonderzoek (BO)
Y.R. Csonka & A.M. Bakker
Rapport 342
Beemsterburgwal, Purmerend (gem. Purmerend) Een bureauonderzoek (BO)
Y.R. Csonka & A.M. Bakker
Rapport 342
Colofon Beemsterburgwal, Purmerend (gem. Purmerend) Een bureauonderzoek (BO)
Een onderzoek in opdracht van Lodewijck Groep
Salisbury Archeologisch Rapport 342
Y.R. Csonka & A.M. Bakker (actornr. 62446963)
Voorblad: Kasteel Purmersteijn in 1664, schilderij door Jan van Kessel (bron: Wikimedia Commons, 2020) Beheer en plaats van documentatie Salisbury Archeologie b.v.
Versie 2.0, 22 april 2020 (definitief)
Autorisatie — A.M. Bakker (Senior KNA-prospector; actornummer 62446963)
Status bevoegd gezag— definitief (mail 21-04-2020 ;A. Schenk, Gemeente Purmerend)
Salisbury Archeologie bv Vestiging Noord-Nederland Vaart z.z. 7a 9401 GE Assen 085-3031540 www.salisburybv.nl info@salisburybv.nl
ISSN 2468-4538
Inhoud Locatie en administratieve gegevens
7
Samenvatting resultaten
8
1
Aanleiding voor het onderzoek
10
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Onderzoekskader Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Doel van het onderzoek Onderzoeksvragen Bureauonderzoek
10 11 15 15 16 17
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Gebruikte bronnen Aardwetenschappelijke gegevens Bekende archeologische waarden Archeologie Historische ontwikkeling / bouwhistorisch onderzoek Bekende verstoringen Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Advies Conclusie
17 17 22 26 27 32 32 33 35
2
3
3.1 Beantwoording onderzoeksvragen 3.2 Aanbevelingen Literatuur
35 35 36
Lijst van afbeeldingen
36
Lijst van tabellen
37
Lijst van bijlagen
37
Bijlage 1 ARCHIS onderzoeksmeldingen
38
Bijlage 2 ARCHIS vondsten
41
Locatie en administratieve gegevens Projectnaam
Purmerend, Beemsterburgwal
Projectcode
20202709
Type onderzoek
Bureauonderzoek (BO)
OM-nummer
4800038100
Projectleider
Y.R. Csonka Junior Archeoloog
Contact
T: +31-85-3031540 M: +31-6 383 16 355 E: yoshua.csonka@salisburybv.nl
Opdrachtgever
Lodewijck Groep
Contact
Mw. S. Arrias Bittencourt Beechavenue 139 1119 RB Schiphol-Rijk T: +3185-4010567 s.bittencourt@lodewijckgroep.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Purmerend Mw. A. Schenk (Ruimtelijk \ Vergunningen Beleid en Advies) Purmersteenweg 42, 1441 DM, Postbus 15, 1440 AA T: (0299) 452 452 E: A.Schenk@purmerend.nl
Plaats
Purmerend
Gemeente
Purmerend
Provincie
Noord-Holland
Kaartblad
19G
Kadastrale gegevens
C – 271 (Beemsterburgwal 10) C – 3948 (Kanaalstraat 7) C - 3079, 4176, 4177, 3464, 2274, 3986, 3950, 3949, 3989, 2272
Coördinaten
X: 124.982, Y: 502.747
Oppervlakte
Circa 3310 m2.
NAP-hoogte maaiveld
Circa 0,28 – 0,43 m NAP.
Uitvoering onderzoek
Maart 2020
Beheer en locatie documentatie
Salisbury Archeologie b.v. en e-depot
7
Samenvatting resultaten Aanleiding
Aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuwbouw appartementencomplex
Vraagstelling
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
Plangebied
zie afb. 1
Geologie
Gelegen in het westelijk veengebied op een ontgonnen veenvlakte.
/Geomorfologie Bekende archeologische waarden
Gelegen in de historische binnenstad van Purmerend. In de omgeving zijn veel middeleeuwse en nieuwetijdse waarden aangetroffen.
Historische waarden
Vanaf de 17e eeuw aantoonbaar bebouwd geweest. Er zijn verschillende bouwfasen in het plangebied geweest.
Verwachting
Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor stedelijke ophogingslagen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd en voor de top van de natuurlijke veen- of kleiafzettingen direct onder het vermoedelijk aanwezige ophogingspakket. Vermoedelijk was het plangebied vanaf het Laat-Mesolithicum tot aan de Vroege Middeleeuwen niet geschikt voor bewoning. Pas in de loop van de Middeleeuwen werd het gebied ontgonnen. Het archeologisch relevante niveau uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bevindt zich naar verwachting direct onder het huidige maaiveld, dus onder de huidige bestrating. Het niveau zou ook circa 10-50 centimeter dieper kunnen liggen, onder een pakket recent ophoogzand. In het binnenstedelijke ophoogdek kunnen archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden aangetroffen. Binnen het ophoogdek kan ook sprake zijn van meerdere archeologische sporenniveaus. In de omgeving van het plangebied is het ophoogdek meer dan 2 meter dik. Mogelijk is het ophoogdek gedeeltelijk verstoord door de huidige bebouwing. De verwachte resten op de locatie van de 16e – 19e -eeuwse panden langs de Beemsterburgwal en de Beemstersteeg bestaan met name uit stenen structuren, zoals funderingen, uitbraaksleuven, kelders of vloerniveaus (zie afb. 16 en 17).
Op de plek van de voormalige erven achter de historische bebouwing zijn beerputten, afvalkuilen, tuinmuren en waterputten te verwachten. De conservering van organisch materiaal in beerputten en waterputten is overwegend zeer goed, wat deze structuren tot waardevolle archeologische objecten maakt. Ook binnen stedelijke ophogingspakketten in het algemeen zijn organische resten vaak goed geconserveerd. Het vondstmateriaal uit deze pakketten bestaat met name uit keramiek, botmateriaal, metalen voorwerpen, hout en leer. De Beemstersteeg vormde een 17e-eeuws kanaal dat in 1873 is gedempt. In kanalen werd veel afval gestort. Onder de Beemstersteeg kunnen nog resten van het oude kanaal worden verwacht in de vorm van kadestructuren en de voormalige bodem van het kanaal. Verder lag op de plaats van de huidige Kanaalstraat, direct ten zuiden van het plangebied, de slotgracht van het kasteel Purmersteijn. In de top van het veen en/of de top van de overstromingsklei onder het ophoogpakket zijn mogelijk nog pre-stedelijke bewoningsporen aanwezig. Het gaat dan vermoedelijk om sporen van middeleeuwse ontginningen, zoals sloten, kanalen of dijkjes. Het plangebied ligt zeer dicht bij de laatmiddeleeuwse 8
ontginngingsas langs de Where en Beemster. De diepte van het pre-stedelijke niveau bevindt zich vermoedelijk op een diepte van 2 – 3 meter -mv. In de 20e eeuw zijn verschillende woonhuizen en een mengvoederfabriek gebouwd binnen het plangebied. Ter plaatse van de voormalige fabriek is het archeologisch relevante niveau verstoord. Het is nog onbekend in hoeverre de overige bebouwing de grond heeft verstoord, omdat voor deze panden geen fundatiegegevens beschikbaar zijn. De hoge archeologische verwachting zoals weergegeven op de beleidskaart van de gemeente Purmerend kan op basis van het bureauonderzoek dus blijven staan, met uitzondering van de locaties die met zekerheid zijn verstoord. Voor de verstoorde delen kan de verwachting naar beneden worden bijgesteld tot een lage verwachting. Selectieadvies en aanbevelingen
In een groot deel van het plangebied zijn waarschijnlijk intacte archeologische resten in de bodem aanwezig (zie afb. 2). De geplande ingrepen zullen deels bestaan uit het bouwen van appartementen en schuurtjes en deels uit het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen, paden en groenstroken op de overige grond (zie afb. 5 en 6). Ten behoeve van de nieuwbouw worden twee panden gesloopt, namelijk Beemsterburgwal 10 en Kanaalstraat 7. De funderingswijze van de geplande appartementen is nog onbekend. Aangezien de resten vrijwel direct onder het maaiveld worden verwacht, tot een diepte van 2 meter – mv, bestaat voor elk van de hier genoemde werkzaamheden een kans dat het archeologische niveau uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd wordt verstoord. De hoge archeologische verwachting dient normaliter te worden getoetst door middel van het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek (IVO) in de vorm van boringen, al dan niet gevolgd door proefsleuven. Ter plaatse van de bestaande opstallen (Beemsterburgwal 10, Kanaalstraat 7) kan geen inventariserend onderzoek plaatsvinden in verband met de aanwezige bebouwing. Om deze reden wordt geadviseerd de sloopwerkzaamheden van de funderingen archeologisch te begeleiden. De archeologische resten kunnen dan tijdens en na verwijdering van de fundering worden gedocumenteerd door de aanwezige archeoloog.
De onbebouwde delen van het plangebied zijn in gebruik als parkeerplaats. Voor dit deel wordt een inventariserend veldonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Een proefsleuvenonderzoek heeft de voorkeur boven een booronderzoek omdat gezien de grote verwachting op funderingsresten de kans dat boringen staken in puin erg groot. Het stedelijk ophogingspakket wordt direct onder de bestrating verwacht. De top van de natuurlijke klei- en/of veenafzettingen wordt verwacht op een diepte van 1,5 tot 3 meter -mv. In de top van de natuurlijke afzettingen wordt een pre-stedelijke ontginningsfase verwacht. De exacte dieptes dienen door middel van boringen in het vlak van de proefsleuven te worden vastgesteld. Voor een proefsleuvenonderzoek is een door de bevoegde overheid goedgekeurd PvE (Programma van Eisen) vereist.
9
1 Aanleiding voor het onderzoek 1.1
Onderzoekskader
In opdracht van Lodewijck Groep heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Beemsterburgwal te Purmerend (afb. 1). Het plangebied ligt in het centrum van Purmerend en wordt aan de noordzijde begrensd door de Beemsterburgwal en aan de zuidzijde door de Kanaalstraat. De Beemstersteeg doorkruist het plangebied. Ten westen van het plangebied liggen de panden Beemsterburgwal 8 en 9, Beemstersteeg 11 en Kanaalstraat 3 – 5. De oostgrens wordt gevormd door de Beemsterburgwal 13 en het pand Gedempte Singelgracht 16 (zie verder hieronder). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van appartementencomplexen in het plangebied (zie par. 1.2). Op de beleidskaart van de gemeente Purmerend valt het plangebied in twee zones (zie afb. 2). Voor het grootste deel van het plangebied geldt een hoge verwachting (01 – Binnenstad).1 Volgens het beleidsplan is hier vooronderzoek nodig bij bodemingrepen groter dan 30 m2. Het overige deel valt in een zone met een middelhoge verwachting (02 – Binnenstad, onbebouwd). Archeologisch vooronderzoek is hier verplicht vanaf 100 m 2. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en het archeologiebeleid van de gemeente Purmerend. Het onderzoek is uitgevoerd in maart 2020.
Afb. 1. Ligging van het plangebied Beemsterburgwal (bron: https://pdok.nl).
1
https://purmerend.nl
10
Afb. 2. Uitsnede van de beleidsadvieskaart van de gemeente Purmerend (geactualiseerde versie 2016; https://www.purmerend.nl/)
1.2
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3310 m2. Op dit moment is het plangebied in gebruik als woongebied en parkeerterrein (zie afb. 3). Binnen het plangebied liggen twee gebouwen, namelijk het bedrijfspand Beemsterburgwal 10 met een bouwoppervlak van circa 240 m 2 en een transformatorhuisje met een oppervlak van circa 40 m2 langs de Kanaalstraat (Kanaalstraat 7). De overige grond is bestraat en is vrijwel geheel in gebruik als parkeerterrein. De opdrachtgever heeft het voornemen in het plangebied nieuwbouw te realiseren langs de Kanaalstraat, de Beemstersteeg en de Beemsterburgwal. De herinrichting bestaat uit het bouwen van vier appartementencomplexen (Blok 1-4; ca. 1260 m2 bouwoppervlak) met schuurtjes (ca. 142 m2), tuingrond, enkele bomen en 40 parkeerplaatsen. De bestaande panden zullen worden gesloopt. Volgens de opdrachtgever is de funderingswijze van de geplande nieuwbouw nog niet bekend. Het is dan ook nog onbekend tot op welke diepte de bodem zal worden verstoord.
11
Afb. 3. Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: https://pdok.nl).
Afb. 4. Impressie van de nieuwe appartementen langs de Beemsterburgwal (bron: Rietvink Architecten).
12
Afb. 5. Inrichtingsplan Beemsterburgwal en Kanaalstraat, conceptversie 16-1-2020 (bron: Rietvink Architecten/Opdrachtgever)
13
Afb. 6. Doorsnede en plattegrond van het nieuwbouwcomplex model B (bron: Rietvink Architecten) 14
1.3
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben (zie afb. 1 en 5). Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. Het onderzoeksgebied is hier gedefinieerd als een kader rondom het plangebied met zijdes van 1 km (zie Afb. 7). Op deze schaal kan een goede indruk van de landschappelijke, archeologische en historische waarden in de omgeving van het plangebied worden verkregen. Op basis van deze informatie kan een nauwkeurig archeologisch verwachtingsmodel worden opgesteld.
Afb. 7. Ligging van het plangebied Beemsterburgwal en de globale begrenzing van het onderzoeksgebied (bron: https://pdok.nl)
1.4
Doel van het onderzoek
Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden om en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden. 15
1.5
Onderzoeksvragen
Het bureauonderzoek moet antwoord geven op de volgende onderzoeksvragen: ▪
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?
▪
Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten?
▪
Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?
▪
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
16
2 Bureauonderzoek 2.1
Gebruikte bronnen
Voor het plangebied zijn al verschillende bureaustudies uitgevoerd in verband met eerdere planontwikkelingen. 2 Bij het inventariseren van de aardwetenschappelijke, archeologische en historische waarden binnen het onderzoeksgebied zijn deze bronnen intensief gebruikt. ▪
Voor het bureauonderzoek zijn verder de volgende bronnen geraadpleegd:
▪
Actueel hoogtebestand Nederland (AHN, http://www.ahn.nl)
▪
De bodemkaart van Nederland (https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl)
▪
De geomorfologische kaart van Nederland (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
▪
De archeologische monumentenkaart (AMK: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
▪
Provinciaal en/of landelijk beleid (https://www.steunpunterfgoednh.nl/)
▪
Gemeentelijk beleid (https://www.purmerend.nl)
▪
Bonneblad 1900 (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
▪
Historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl)
▪
Google Earth (https://www.google.nl/intl/nl/earth/)
▪
Ondergrondgegevens (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens)
▪
Verstoringen (http://www.bodemloket.nl)
▪
Kadastrale Minuut (http://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
▪
Kadastrale gegevens (https://www.kadaster.nl)
2.2
Aardwetenschappelijke gegevens
Het plangebied ligt in het westelijk veengebied.3 De geologische ontwikkeling van dit gebied is sterk gerelateerd aan de holocene zeespiegelstijging. Aan het begin van het Holoceen (10.000 jaar geleden) stond de zeespiegel ruim 100 m lager dan tegenwoordig.4 Tot circa 8.000 jaar geleden steeg de zeespiegel tot 20 m onder het huidige niveau. Vanaf dat moment kon de zee via oude rivierdalen uit het Pleistoceen het land binnendringen en ontstonden er in deze dalen getijdenbekkens met een waddenmilieu. Tegenwoordig liggen de pleistocene afzettingen op een diepte van 18 tot 20 meter beneden maaiveld. 5 In het getijdengebied werden de mariene sedimenten van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) afgezet. Aan de rand van de waddengebieden leidde de verslechterde afwatering en de stijging van het grondwaterpeil tot de vorming van zoete kustmoerassen waarin veenvorming optrad. Naarmate de zeespiegel verder steeg, kwamen de kustlijn en daarmee ook de veenmoerassen steeds verder landinwaarts te liggen. Het reeds gevormde veen werd daardoor bedekt door mariene afzettingen. Dit veen vormt de Basisveen Laag binnen de Formatie van Nieuwkoop. 6 Langs de kustlijn werd het waddengebied begrensd door strandwallen.
Rond 4.000 jaar geleden sloten de strandwallen zich aaneen, waardoor achter deze strandwallen een lagune ontstond waarin de mariene activiteit sterk werd beperkt en verzoeting optrad. Hierdoor ontstond een veenmoeras waarin in eerste instantie rietveen werd gevormd en later veenmosveen.7 Het veenmos kon verder groeien boven het grondwaterpeil omdat het mos, in tegenstelling tot de meeste andere planten, in staat is te gedijen in een voedselarm milieu. Het veenmosveen vormde op den duur hoogveenkussens, die meters boven het zeeniveau konden liggen. Dit veen wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop. Het veengebied werd doorsneden door enkele veenrivieren. Verboom-Jansen, 2017; Rietkerk, 2007 Stouthamer et al., 2015. 4 Verboom-Jansen, 2017. 5 Top Pleistocene Oppervlakte kaartlaag. Https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. 6 De Mulder et al., 2003. 7 CultGIS 2005. Https://zoeken.cultureelerfgoed.nl 2 3
17
Vanaf de 7e eeuw na Chr. werd het veengebied ontgonnen vanuit de veenrivieren. Om het gebied geschikt te maken voor landbouw werden afwateringssloten haaks op de veenrivieren aangelegd. Door de ontwatering van het veen trad inklinking en oxidatie van het veen op, waardoor het maaiveld daalde. Hierdoor moesten de sloten verdiept worden om de percelen opnieuw te ontwateren, waardoor er opnieuw inklinking optrad. Op deze manier vernatten de veengebieden totdat het niet meer mogelijk was om de percelen genoeg te ontwateren voor landbouw. Op dat moment werd overgeschakeld op veeteelt.8 Door het dalende maaiveld en de stevige wind konden afwateringssloten uitgroeien tot meren. De percelen verbrokkelden hierbij tot eilandjes. Dit is tegenwoordig nog te zien in het Ilperveld, ten zuiden van Purmerend. Door de bodemdaling werd het gebied kwetsbaar voor inbraken vanuit de zee. Rond het jaar 1000 lag in het IJsselmeergebied nog een groot zoetwatermeer, het Almere.9 Een reeks van stormvloeden aan het einde van de 12e eeuw zorgde ervoor dat de zee het binnenland overspoelde vanuit de geul van het Vlie. Dit leidde tot het ontstaan van de Zuiderzee. Door de uitbreiding van de Zuiderzee ontstonden in Noord-Holland grote meren, waaronder De Wijde Wormer, de Purmer en de Beemster in de omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt direct ten zuiden van de Beemster.
De Beemster is tussen 1607 en 1612 drooggemalen en ingepolderd.10 Doordat het oorspronkelijk aanwezige veen in de ontstane meren is verdwenen, ligt nu in de meeste droogmakerijen het Wormer Laagpakket aan het oppervlak.11 Het plangebied ligt niet in een dergelijke droogmakerij. Volgens de geologische kaart van de gemeente Purmerend is in het plangebied de IJe laag (Laagpakket van Walcheren, Naaldwijk Formatie), op het Hollandveen Laagpakket (Nieuwkoop Formatie) op het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) aanwezig bijlage 5. 12 De IJe Laag is gevormd bij overstromingen vanuit de Zuiderzee en aan de Zuiderzee verbonden riviertjes. Deze overstromingen konden plaatsvinden bij extreem hoog water en vonden globaal plaats tussen 600 en 1.900 na Chr. Het merendeel van de afzettingen is echter tussen de 12e en 14e eeuw gevormd. De IJe Laag bestaat uit zwak tot uiterst siltige klei en bevat soms dunne zandlaagjes.13 Volgens een aantal boringen van het Dinoloket in de omgeving van het plangebied, is rond 2,7 à 3,9 m –Mv de top van het veen aanwezig (boring B19G0973 en B19G0127).14 Tijdens een nabijgelegen archeologisch onderzoek naar kasteel Purmersteijn werd de top van het Hollandveen aangetroffen op 1,5 – 2,35 m -mv.15 Boven het veen lag een ophogingspakket uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.
Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een bebouwd gebied (zie afb. 8). In de Beemster ten noorden van het plangebied en de Purmer ten oosten van Purmerend is een vlakte van zee-of meerbodemafzettingen (kaartcode 2M33) aanwezig (droogmakerij). Ten zuidwesten van de bebouwde kom van Purmerend komt een ontgonnen veenvlakte (met of zonder klei en zand) voor (kaartcode 1M46). Verder zijn in de omgeving lage storthopen (kaartcode 3L22) aanwezig. Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en de afzettingen in de omgeving, kan worden geconcludeerd dat het plangebied in een ontgonnen veenvlakte (met of zonder klei en zand) ligt (zie afb. 9). Het maaiveld van het plangebied ligt namelijk rond 0,4 m + NAP, terwijl het maaiveld in de droogmakerij ten noorden van het plangebied ongeveer rond 3 m –NAP ligt. Daarbij moet wel vermeld worden dat de stadskern van Purmerend als geheel iets hoger ligt dan de omliggende veenvlakte, wat waarschijnlijk te wijten is aan het plaatselijk voorkomen van stedelijke ophogingspakketten. Op basis van het AHN zijn er geen aanwijzingen voor eventuele afgravingen in het plangebied.
CultGIS, 2005. CultGiS, 2005. 10 Beleidsnota Archeologie Gemeente Beemster, 2003. 11 Verboom-Jansen, 2017. 12 Verboom-Jansen, 2017, bijlage 5. 13 www.dinoloket.nl 14 www.dinoloket.nl 15 Rietkerk, 2007, 10; Jacobs, 2000. 8 9
18
Afb. 8.
Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
19
Afb. 9.
Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, ruw DSM; bron: https://www.ahn.nl).
20
Afb. 10. Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
Bodemkaart Op de bodemkaart is het plangebied gekarteerd als bebouwd gebied (zie afb 10). In de ontgonnen veenvlakte in de omgeving van het plangebied komen weideveengronden op veenmosveen (kaartcode pVs) en weideveengronden op zeggeveen, rietzeggeveen of (mesotroof) broekveen (kaartcode pVc) voor. De weideveengronden vallen onder grondwatertrap II. De gemiddelde hoogwaterstand bedraagt hier minder dan 40 cm -mv. De gemiddelde laagwaterstand ligt tussen 40 en 80 cm -mv. Ten noorden van het plangebied, in de Beemsterpolder, komen kalkarme leek-/woudeerdgronden (klei) voor. Dit gebied valt onder grondwatertrap VI. De gemiddelde grondwaterstand bij laagwater ligt hier tussen 40 en 80 cm -mv en bij hoogwater dieper dan 120 cm mv. Door vergelijking met de geomorfologische kaart en de AHN kan worden afgeleid dat er waarschijnlijk weideveengronden in het plangebied aanwezig zijn of waren. Aangezien het plangebied in de historische kern ligt, bebouwd is geweest en waarschijnlijk is opgehoogd, is het goed mogelijk dat deze bodems nu niet meer intact aanwezig zijn. 21
Daarbij moet verder worden vermeld dat de bodemkaart een sterk verouderde bron is, maar tot op heden de enige waaraan vlakdekkend ondergrondinformatie is te ontlenen. De meeste kaartbladen zijn in de jaren ’60 en ’70 opgenomen (zie de beschrijvingen van de kaartbladen), en de informatie is dus zo’n 50 jaar oud. In de tussentijd is er veel veranderd, vooral op cultuurtechnisch gebied. De intensivering van de landbouw (dieper ploegen, dieper ontwateren en draineren) in de afgelopen decennia heeft er toe geleid dat een groot deel van de bodemtypes op de kaart niet of nauwelijks nog voorkomen. Ook de grondwaterstanden zijn in de loop der jaren veranderd. Het is goed mogelijk dat het gemiddelde grondwaterpeil binnen het onderzoeksgebied aanzienlijk is gedaald ten opzichte van 50 jaar geleden.
2.3
Bekende archeologische waarden
Gemeentelijke beleidskaart en cultuurhistorische waardenkaart Op de beleidskaart van de gemeente Purmerend valt het plangebied in twee zones (zie afb. 2). Voor het grootste deel van het plangebied geldt een hoge verwachting (01 – Binnenstad). 16 Volgens het beleidsplan is hier vooronderzoek nodig bij bodemingrepen groter dan 30 m2. Het overige deel valt in een zone met een middelhoge verwachting (02 – Binnenstad, onbebouwd). Archeologisch vooronderzoek is hier verplicht vanaf 100 m2. Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart ligt de voormalige Bierbrouwerij De Dubbele Arent binnen het plangebied (zie afb. 11).17 Volgens de beschrijving bij de kaart was dit één van de drie voormalige bierbrouwerijen van Purmerend, opgericht in 1640. De andere brouwerijen waren De Spaad (Weerwal) en de Lelie (Achterdijk). Deze brouwerij heeft bijgedragen aan de economische voorspoed van Purmerend in de 17 e en een deel van de 18e eeuw. In een document uit 1750 werd gemeld dat de Dubbele Arent ter ziele was gegaan. De bedrijfsgebouwen werden nog als opslagruimte gebruikt. Direct buiten het plangebied liggen verschillende verdwenen erfgoedobjecten, waaronder een groentenmarkt direct ten noorden van het plangebied langs de Beemsterburgwal, de voormalige Beemsterpoort ten noordoosten van het plangebied en het verdwenen kasteel Purmersteijn direct ten zuiden van het plangebied (zie verder par. 2.5).
Verder is Beemsterburgwal 13 een rijksmonument uit de 18e eeuw (monumentnummer 32186). Langs de Kanaalkade liggen twee gemeentelijke monumenten uit de late 19e eeuw (GM094;GM095). Het gaat om kleine karakteristieke woonhuizen. Aan de Gedempte Singelgracht 16 ligt een openbare basisschool uit de vroege 20 e eeuw. Dit is eveneens een gemeentelijk monument (GM011).
Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart)-terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het onderzoeksgebied geïnventariseerd (zie afb. 12). De AMK-terreinen, de bekende archeologische waarnemingen en de onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via ARCHIS3.18
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) Het plangebied ligt aan de noordwestelijke rand van een AMK-terrein met een hoge archeologische waarde (AMK-nr. 14655). Het gaat om de historische stadskern van Purmerend uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859, schaal 1:25.000. In paragraaf 2.5 wordt de historische ontwikkeling van dit deel van Purmerend beschreven.
https://www.purmerend.nl/kaarten/erfgoed/ https://www.purmerend.nl/kaarten/erfgoed/ 18 https://archis.cultureelerfgoed.nl 16 17
22
Afb. 11. Uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Purmerend (bron: https://purmerend.nl).
Afb. 12. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied (bron: ARCHIS 3).
23
Afb. 13. Archeologische onderzoeksgebieden en vondstlocaties binnen het onderzoeksgebied (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
Onderzoekslocaties en vondsten Binnen het plangebied zijn drie onderzoeksmeldingen gedaan. Het gaat om de twee eerder genoemde bureauonderzoeken van RAAP uit 2007 en Transect uit 2017 (resp. 2161066100 en 4566849100), en om een archeologische begeleiding door de Archeologische Werkgroep Purmerend (AWP) van ondergrondse vuilniscontainers die binnen het centrum van Purmerend zijn geplaatst (2279765100). Er heeft geen begeleiding binnen het plangebied plaatsgevonden, maar wel op korte afstand langs de Kanaalkade en de Beemsterburgwal. Verder zijn enkele waarnemingen gedaan door de Archeologische Werkgroep Purmerend die niet in Archis zijn geregistreerd (zie volgende pagina). Binnen het onderzoeksgebied staan nog 81 verdere onderzoeksmeldingen geregistreerd. Een volledige lijst is opgenomen in bijlage 1. Er zijn geen vondstmeldingen bekend uit het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied zijn 228 vondsten bekend (zie bijlage 2). De resten dateren vrijwel zonder uitzondering uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd en zijn bij verschillende opgravingen en begeleidingen aan het licht gekomen. De beschikbare relevante resultaten van de onderzoeken worden in deze paragraaf kort besproken.
Zaakwaarneming 2161066100 betreft een bureauonderzoek uitgevoerd door RAAP in verband met de ontwikkeling van het Beemsterburgwalkwartier in Purmerend.19 Op basis van de historische en archeologische gegevens is geconcludeerd dat in het gehele plangebied, met uitzondering van recent verstoorde delen, unieke informatie over de geschiedenis en historisch-geografische ontwikkeling van de stad aanwezig kunnen zijn. Ten zuiden van de Kanaalstraat worden resten van het kasteel Purmersteijn verwacht vanaf 1410. De resten bevinden zich dicht op het maaiveld. Het betreft resten van het kasteel zelf, zoals funderingen, muurwerk en resten van de kasteelgracht. In het noordelijke gedeelte van het plangebied, gelegen binnen het onderhavige plangebied, geldt een hoge verwachting voor archeologische resten van bebouwing (fundamenten, beerputten, waterputten, straten, vestingwerken en waterlopen, bruggen en poorten, met een datering vanaf 1614. Hier kunnen zich nog 19
Rietkerk, 2007.
24
panden uit de periode 17e -19e eeuw bevinden. De bovengrondse en ondergrondse delen zijn zeer waardevol. De resten bevinden zich dicht op het maaiveld en zijn dus kwetsbaar voor bodemingrepen. Voor enkele delen is aangenomen dat de bodem tot op grote diepte is verstoord. Het betreft de locatie van de voormalige mengvoederfabriek aan de Kanaalstraat (zie ook par. 2.6 en afb. 14, groen gebied). Er wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven bij bodemingrepen, waaronder de aanleg van kabels en leidingen en funderingen. Verder wordt geadviseerd om sloopwerkzaamheden archeologisch te begeleiden en, indien de panden al op de kadastrale minuut uit 1822 zijn afgebeeld, om de panden aan bouwhistorisch onderzoek te onderwerpen.
Afb. 14. De Advieskaart van RAAP uit 2007. Het groene deel binnen het plangebied is verstoord door de bouw van de voormalige mengvoederfabriek (bron: Rietkerk, 2007). Zaakwaarneming 4566849100 betreft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door Transect naar de percelen Beemsterburgwal 11 en 12. Het onderzoeksgebied ligt in het noordelijke deel van het onderhavige plangebied. Vanaf het maaiveld wordt een stedelijk ophogingspakket verwacht dat waarschijnlijk vanaf de Late Middeleeuwen is opgebracht. Door de aanleg van de huidige bebouwing is de top van het ophogingspakket mogelijk gedeeltelijk verstoord geraakt door graafwerkzaamheden ten behoeve van een bouwput. Hieronder kunnen echter nog wel archeologische resten en/of sporen van bebouwing uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. In het klei en/of veen onder het ophogingspakket kunnen ook nog pre-stedelijke bewoningssporen aanwezig zijn, voor zover deze niet bij de vorming van de IJe Laag geërodeerd zijn. Archeologische vondsten en/of sporen uit de periode Neolithicum-Vroege-Middeleeuwen worden door de ligging in een wad- en veengebied niet verwacht. Geadviseerd wordt om de hoge archeologische waarde te handhaven door sloopwerkzaamheden van funderingen archeologisch te begeleiden, gevolgd door een proefsleuvenonderzoek om de aanwezigheid van resten vast te stellen en zo mogelijk te documenteren.
25
Zaakwaarneming 2279765100 betreft de eerder genoemde archeologische begeleiding van de aanleg van ondergrondse vuilniscontainers in het centrum van Purmerend. Locaties 1 en 16 liggen vlak buiten het huidige plangebied. Op locatie 1 is een aanzienlijke hoeveelheid keramiek uit de Nieuwe Tijd (1450-1800) geborgen. Verder is een voormalige kademuur uit de 16e – 17e eeuw aangetroffen op 60 cm onder het maaiveld. De bodem is tot plaatselijk tot een diepte van 60 cm -mv verstoord. Op locatie 16 zijn eveneens resten van de fundering van een kadewand aangetroffen. Op een diepte van 2 – 3 meter -mv zijn munten uit de periode 1588-1648 aangetroffen in combinatie met aardewerk uit de Nieuwe Tijd. Zaakwaarneming 2792398100 Direct ten zuiden van het plangebied zijn funderingen van het 15e -eeuwse Purmersteijn (’t Slot) aangetroffen. De funderingen van de voorgevel en middenpartij zijn aangetroffen en de funderingen van twee achtkantige torentjes (Late-Middeleeuwen-Nieuwe tijd). Ook zijn aardewerk fragmenten uit de Late-Middeleeuwen-B aangetroffen. Zaakwaarneming 2947472100 Aan de Kerkstraat, circa 120 m ten zuidoosten van het plangebied, zijn een glas uit de Vroege tot Midden Nieuwe tijd en een waterput uit de Vroege Nieuwe tijd aangetroffen.
Zaakwaarneming 2947026100 Ongeveer 180 m ten zuiden van het plangebied is tijdens de werkzaamheden aan het afwateringsriool een steengoedkan (Siegburgs) uit de Late-Middeleeuwen-B aangetroffen. Nadere gegevens over de diepteligging van de vondst ontbreken. Zaakwaarneming 2947464100 Ongeveer 270 m ten zuiden van het plangebied, aan de Westerstraat 13-15, zijn diverse vondsten uit de Vroege en Midden Nieuwe tijd bekend (vondstmelding). Deze bestaan uit botmateriaal, fragmenten van een pijp en tegels, een pot, een glazen fles, een keramieken vogelfluit en een ijzeren vork. Ook zijn bij de noodopgraving een greppel of een sloot uit de Vroeg tot Midden Nieuw tijd aangetroffen, en een houten goot, een houten paal uit de Vroeg tot Midden Nieuwe tijd en een koperen duit uit de Midden Nieuwe tijd (vondstmelding 2947326100). Tenslotte zijn volgens Rietkerk binnen het plangebied enkele waarnemingen gedaan door de Archeologische Werkgroep Purmerend, die niet in Archis zijn geregistreerd20: ▪
In het pand Beemsterburgwal 3 zijn resten van een waterkelder uit de 17e en 18e eeuw aangetroffen.
▪
Ter hoogte van de Singelgracht 4 en 4a is tijdens graafwerkzaamheden in een toenmalig garagepand een ‘tunnel’ aangetroffen, vermoedelijk een overkluisde watergang of riool.
▪
Tijdens de sloop van de mengvoederfabriek aan de Kanaalstraat is direct ten noorden van het PENgebouwtje (Kanaalstraat 7) een fundering met spaarboog waargenomen. De bovenkant van de boog bevond zich direct aan het maaiveld. De fundering dateert waarschijnlijk uit de 17e eeuw.
2.4
Archeologie
Zoals uit de beschrijving van de landschappelijke ontwikkeling duidelijk is geworden, veranderde het plangebied in de loop van het vroege Holoceen van een glooiend dekzandlandschap in een open getijdengebied. In het algemeen kan gesteld worden dat met name hoger gelegen pleistocene landschapselementen, indien intact, een hoge verwachting hebben voor het aantreffen van archeologische resten uit een groot gedeelte van de prehistorie. Resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum zijn mogelijk nog op het dekzand aanwezig. Tegenwoordig liggen de pleistocene afzettingen echter op een diepte van 18-20 meter -mv. Vanaf het LaatMesolithicum was het onderzoeksgebied in een getijdengebied veranderd, waar geen bewoning mogelijk was. Na 4000 voor Chr. veranderde het landschap in een veenmoeras, als gevolg van de verslechterde afwatering door het sluiten van de kustlijn. Ook de natte omstandigheden in het veengebied vormden geen aantrekkelijk woongebied voor de prehistorische mens. Pas vanaf de 7e eeuw na Chr. werd het Noord-Hollandse veengebied ontgonnen vanuit de veenrivieren. In dezelfde periode kwamen periodieke overstromingen vanuit de Zuiderzee voor, waardoor plaatselijk klei werd afgezet. Het veen en de zeeafzettingen van de Zuiderzee hebben in principe een lage archeologische verwachting, omdat zij tot de inpoldering te nat waren voor bewoning.
Het plangebied ligt direct ten zuiden van de Beemster. De Beemster is tussen 1607 en 1612 drooggemalen en ingepolderd.21 De 20 21
Rietkerk, 2007. Beleidsnota Archeologie Gemeente Beemster, 2003.
26
nederzetting Purmerend is ontstaan in de Late Middeleeuwen. Het plangebied ging na 1614 deel uitmaken van de stad (zie verder). Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de verwachte archeologische resten vooral samenhangen met de middeleeuwse ontginning van het gebied en de daarop volgende ontwikkeling van de historische kern vanaf de Late-Middeleeuwen. De aangetroffen vondsten en sporen houden dus verband met bewoning en landgebruik.
2.5
Historische ontwikkeling / bouwhistorisch onderzoek
Het plangebied ligt in de historische kern van Purmerend. De oudste vermelding van Purmerend dateert uit 1342 (Huizer et al., 2008). De naam Purmerend is een samenstelling van ‘ende’ wat eind betekent en de poldernaam ‘Purmer’, wat oorspronkelijk een waternaam is.22 De oudste archeologische resten in de kern van Purmerend zijn aangetroffen in de nabijheid van de Kaasmarkt, ongeveer 200 m ten zuidoosten van het plangebied. Purmerend lijkt zijn oorsprong te hebben rond het kruispunt van twee doorgaande wegen, namelijk de Padjedijk en de Breedstraat.23 De Purmer en Beemstermeren zijn verbonden door een veenriviertje, de Where. De stadswording van Purmerend is te danken aan de rijke bankier Willem Eggert, die aan het begin van de 15e eeuw thesaurier was bij graaf Willem VI van Holland.24 De bankier werd vanwege zijn verdienste tot adelstand verheven en kreeg de heerlijkheden Purmerland en Purmerend in bezit. Vanaf 1410 liet Eggert kasteel Purmersteijn bouwen. Op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560 is het plangebied onbebouwd (zie afb. 15). Volgens de gegevenskaart van de gemeente Purmerend ligt het plangebied ongeveer 40 m ten noorden van een ontginningas uit de Late Middeleeuwen, maar maakt het plangebied zelf er geen deel van uit.
Het plangebied ligt op de kaart van Deventer op een eilandje in buitendijks gebied (donkergroen weergegeven), direct ten noorden van kasteel Purmersteijn.
Afb. 15. Uitsnede van de kaart van Purmerend uit de stedenatlas van Jacob van Deventer. De globale ligging van het plangebied is aangegeven met een rood kader (bron: Rutte & Vannieuwenhuize, 2018).
Van Berkel en Samplonius, 2006. Huizer et al., 2008. 24 Rutte & Vannieuwenhuize, 2018. 22 23
27
Afb. 16. Uitsnede van het plangebied op de kaart van Bleau uit 1680 (https://www.purmerendsverleden.nl/). De globale ligging van het plangebied is weergegeven met een rood kader. Kort na het tekenen van Purmerend liet het stadsbestuur nieuwe verdedigingswerken aanleggen, omdat de stad een strategische positie innam, die van belang was in de Opstand tegen de Spanjaarden. De toestemming voor uitbreiding van de wallen werd in 1614 verkregen. De stad groeide daarnaast snel als handelscentrum na het droogleggen van de Purmer, Wormer en Beemster. Door de inpoldering kwam een brede strook land langs de Beemster en Where beschikbaar. Hier werden vestingwallen aangelegd en vonden stadsuitbreidingen plaats. 25 De naam Beemsterburgwal herinnert nog aan de vestingwal die hier in de 17e eeuw is aangelegd. De veranderingen zijn goed te zien bij vergelijking met de kaart van Bleau uit 1680 (zie afb. 16).26 Langs de huidige Beemsterburgwal, de Beemstersteeg en de Kanaalstraat zijn huizen gebouwd, met daarachter tuingrond. De bebouwing wordt begrensd door brede vaarten. Langs de Beemsterburgwal is geen vestingwal (meer) zichtbaar. Ten noordoosten van het gebied ligt de Beemsterpoort, een belangrijke toegangsweg tot de stad. Kasteel Purmersteijn ligt direct ten zuiden van het plangebied.
Het kasteel bestond in de 15e eeuw waarschijnlijk uit een vierkant kasteel met hoektorens, omgeven door één, en mogelijk zelfs twee grachten.27 In 1573, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werden de grachten verdiept ten behoeve van de verdediging. Aan de voorzijde van het kasteel lag een forse poorttoren met zeshoekige torentjes. Het kasteel is op verschillende prenten weergegeven (zie voorblad). Een gedeelte van de gracht vormt de grens met de stadsuitbreiding ten noorden van de gracht. Op de locatie van dit gedeelte ligt tegenwoordig de Kanaalstraat. In de 18e eeuw raakte het kasteel in verval en werd een gevangenis. Bij opgravingen in 1975 en 1998/1999 zijn een aantal funderingen van het voormalige kasteel opgegraven.28 Op het Kadastrale Minuutplan uit 1813 is te zien dat de bebouwing binnen het plangebied grotendeels de perceelstructuur volgt die op de kaart van Bleau is weergegeven (zie afb 17). Er liggen verschillende panden langs de Beemsterburgwal, de Sloterstraat (tegenwoordig de Gedempte Singelgracht) en langs de Vijverstraat. De Vijverstraat ligt iets ten noorden van de tegenwoordige Kanaalstraat. Direct ten zuiden hiervan ligt een restant van de voormalige slotgracht van kasteel Purmerstein.
Achter de panden ligt een open terrein met tuinen en een boomgaard.29 Op de plaats van de huidige Beemstersteeg loopt een smalle gracht, waarlangs ook enkele kleine gebouwen liggen. Ten noorden van het plangebied ligt de Beemster Ring. Het plangebied ligt ook in de vroege Rietkerk, 2007. https://oudelandkaarten.nl. 27 Rietkerk, 2007. 28 Jacobs, 2000. 29 Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen, via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl 25 26
28
19e eeuw nog op een klein eiland, dat alleen door bruggen met het ‘vaste land’ verbonden is. In de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen zijn de eigenaren van de percelen en hun beroep geregistreerd30: ▪ Perceel 257-258 (Vijverstraat/Kanaalstraat): Johan Carl Borchard, rentenier ▪ Perceel 259 (Vijverstraat/Kanaalstraat): Jacob Eindhoven, koopman. ▪ Perceel 270-271 (Beemsterburgwal 8-10): Frikke de Arendt, tapper. ▪ Perceel 272 (Beemsterburgwal 11): Maas, zeeman. ▪ Perceel 273 (Beemsterburgwal 12): Albert Barend, smid. ▪ Perceel 274 (Beemsterburgwal 13): Klinck Hermanus, hovenier.
Afb. 17. Het plangebied op de kadastrale minuut 1811-1832. MIN07093C01 (bron: http://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
30
Kadastrale kaart 1811-1832, Purmerend, sectie C, blad 010. Https://zoeken.cultureelerfgoed.nl.
29
Afb. 18. Het plangebied bij benadering op een uitsnede van de Bonnebladen uit omstreeks 1900 (bron: http://www.topotijdreis.nl/).
Afb. 19. Het plangebied bij benadering op een uitsnede van de topografische kaart uit 1950 (bron: https://www.topotijdreis.nl) 30
Afb. 20. Het plangebied op een topografische kaart uit 1975 (bron: http://www.topotijdreis.nl).
Afb. 21. Het plangebied op een topografische kaart uit 1999 (bron: http://www.topotijdreis.nl).
31
Tussen 1811 en 1900 is weinig verandering waar te nemen binnen het plangebied. De smalle vaart ten zuiden van de Beemsterburgwal is gedempt in 1873 en heet tegenwoordig de Beemstersteeg. Ook het watertje ten zuiden van de Vijverstraat is gedempt en de straat is rechtgetrokken. Dit is de tegenwoordige Kanaalstraat. Verder lijkt het open karakter van de grond achter de bebouwing te zijn gehandhaafd. Op de kaart van 1950 is de bebouwing in weinig detail weergegeven, waardoor er weinig kan worden opgemaakt over de toenmalige bebouwing. Wel is te zien dat de Singelgracht ten oosten van het plangebied is gedempt. Op de kaart van 1975 is de Beemstersteeg goed te zien. Direct ten zuiden van de Beemstersteeg is bebouwing aanwezig die thans is verdwenen. Het grote pand langs de Kanaalstraat is de toenmalige mengvoederfabriek. De fabriek is in de jaren ’70 of begin jaren ’80 gesloopt. Op de kaart uit 1999 is te zien dat ook de bebouwing ten zuiden van de Beemstersteeg is gesloopt. Waarschijnlijk is het terrein kort daarna ingericht als parkeerplaats. Vanaf 2006 is het pand aan de Beemsterburgwal 12 verdwenen. Volgens de rapportage van Transect is dit pand (uit 1928) in 2003 geheel door brand verwoest.31 Het pand aan de Beemsterburgwal 11 is hierbij aangetast, maar niet geheel verdwenen. Dit pand is na 2017 gesloopt.32
2.6
Bekende verstoringen
Binnen het plangebied zijn geen saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan. Volgens het bouwhistorisch onderzoek van Rietkerk is in het plangebied met name op heipalen gefundeerd, waardoor de archeologie tussen de heipalen waarschijnlijk slechts gedeeltelijk is verstoord. 33 De meeste verstoring treedt op bij het verwijderen van de palen. Langs de Kanaalstraat lag een mengvoederfabriek. Bij de sloop van de fabriek waren vrijwilligers van de AWP aanwezig. Hierbij is waargenomen dat de grond tot op grote diepte is verstoord. De verdwenen vroeg 20e -eeuwse panden langs de Beemstersteeg zullen eveneens voor bodemverstoring hebben gezorgd. Het type fundering van deze panden is onbekend. Omdat geen fundatietekeningen voorhanden zijn van Beemsterburgwal 10 en 11, is niet bekend op welke wijze deze gebouwen gefundeerd zijn en tot welke diepte.34 Volgens Lankelma (2004) is het voormalige gebouw aan de Beemsterburgwal 12 niet onderkelderd. Volgens het Bodemloket zijn in het plangebied geen saneringen uitgevoerd, die de bodemopbouw al gedeeltelijk hebben aangetast. Er is echter wel een bodemonderzoek uitgevoerd.35 Hieruit blijkt dat er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen in het perceel van de Beemsterburgwal 12.
De kleihoudende ondergrond overschrijdt wel de interventiewaarde van het loodgehalte. Volgens Lankelma (2004) zijn geen aanvullende bodemonderzoeken nodig.
2.7
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied een lage archeologische verwachting geldt voor de periode Laat Paleolithicum - Mesolithicum. Het archeologisch relevante niveau voor deze periode is de (onverstoorde) top van de pleistocene afzettingen, en ligt op een diepte van 20 tot 18 m -NAP. Het pleistocene oppervlak ligt dermate diep dat het landschap hier waarschijnlijk vrij vroeg in het Holoceen verdronken zal zijn. Dit niveau wordt niet verstoord door de geplande ingrepen. Archeologische resten uit deze periode worden in het plangebied dan ook niet verwacht. Een lage verwachting geldt eveneens voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen. Het gebied was in deze periode te nat voor bewoning.
Verboom-Jansen, 2017. Verboom-Jansen, 2017, 27. 33 Rietkerk, 2007. 34 Verboom-Jansen. 2017; De gegevens van Beemsterburgwal 10 35 Lankelma, 2004. 31 32
32
Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor stedelijke ophogingslagen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd en voor de top van de natuurlijke veen- of kleiafzettingen direct onder het vermoedelijk aanwezige ophogingspakket. Het archeologisch relevante niveau uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bevindt zich naar verwachting direct onder het huidige maaiveld, dus onder de huidige bestrating. Het niveau zou ook circa 10-50 centimeter dieper kunnen liggen, onder een pakket recent opgebracht zand. In het binnenstedelijke ophoogdek kunnen archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden aangetroffen. Binnen het ophoogdek kan ook sprake zijn van meerdere archeologische sporenniveaus. In de omgeving van het plangebied is het ophoogdek meer dan 2 meter dik. Mogelijk is het ophoogdek gedeeltelijk verstoord door de huidige bebouwing. De verwachte resten op de locatie van de 16e – 19e -eeuwse panden langs de Beemsterburgwal en de Beemstersteeg bestaan met name uit stenen structuren, zoals funderingen, uitbraaksleuven, kelders of vloerniveaus (zie afb. 16 en 17). Op de plek van de voormalige erven achter de historische bebouwing zijn beerputten, afvalkuilen, tuinmuren en waterputten te verwachten.
De conservering van organisch materiaal in beerputten en waterputten is overwegend zeer goed, wat deze structuren tot waardevolle archeologische objecten maakt. Ook binnen stedelijke ophogingspakketten in het algemeen zijn organische resten vaak goed geconserveerd. Het vondstmateriaal uit deze pakketten bestaat met name uit keramiek, botmateriaal, metalen voorwerpen, hout en leer. De Beemstersteeg vormde een 17e-eeuws kanaal dat in 1873 is gedempt. In kanalen werd veel afval gestort. Onder de Beemstersteeg kunnen nog resten van het oude kanaal worden verwacht in de vorm van kadestructuren en de voormalige bodem van het kanaal. Verder lag op de plaats van de huidige Kanaalstraat, direct ten zuiden van het plangebied, de slotgracht van het kasteel Purmersteijn. In de top van het veen en/of de top van de overstromingsklei onder het ophoogpakket zijn mogelijk nog prestedelijke bewoningsporen aanwezig. Het gaat dan vermoedelijk om sporen van middeleeuwse ontginningen, zoals sloten, kanalen of dijkjes. Het plangebied ligt zeer dicht bij de laatmiddeleeuwse ontginngingsas langs de Where en Beemster. De diepte van het pre-stedelijke niveau bevindt zich vermoedelijk op een diepte van 2 – 3 meter -mv. In de 20e eeuw zijn verschillende woonhuizen en een mengvoederfabriek gebouwd binnen het plangebied. Ter plaatse van de voormalige fabriek is het archeologisch relevante niveau verstoord.
Het is nog onbekend in hoeverre de overige bebouwing de grond heeft verstoord, omdat voor deze panden geen fundatiegegevens beschikbaar zijn. De hoge archeologische verwachting zoals weergegeven op de beleidskaart van de gemeente Purmerend kan op basis van het bureauonderzoek dus blijven staan, met uitzondering van de locaties die met zekerheid zijn verstoord (zie Afb. 14). Het gaat dan met name om de locatie van de mengvoerderfabriek. Voor de verstoorde delen kan de verwachting naar beneden worden bijgesteld tot een lage verwachting.
2.8
Advies
In een groot deel van het plangebied zijn waarschijnlijk intacte archeologische resten in de bodem aanwezig (zie afb. 2). De geplande ingrepen zullen deels bestaan uit het bouwen van appartementen en schuurtjes en deels uit het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen, paden en groenstroken op de overige grond (zie afb. 5 en 6). Ten behoeve van de nieuwbouw worden daarnaast twee panden gesloopt, namelijk Beemsterburgwal 10 en Kanaalstraat 7. De funderingswijze van de geplande appartementen is nog onbekend. Aangezien de resten vrijwel direct onder het maaiveld worden verwacht, tot een diepte van 2 meter – mv, bestaat voor elk van de hier genoemde werkzaamheden een kans dat het archeologische niveau uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd wordt verstoord. Geadviseerd wordt om de diepte van de ontgravingen zo veel mogelijk te beperken, zodat de archeologische resten in situ kunnen worden behouden. Dit beperkt ook de kosten van eventueel vervolgonderzoek. De hoge archeologische verwachting dient normaliter te worden getoetst door middel van het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek (IVO) in de vorm van boringen, al dan niet gevolgd door proefsleuven. Ter plaatse van de bestaande opstallen (Beemsterburgwal 10, Kanaalstraat 7) kan geen inventariserend onderzoek plaatsvinden in verband met de aanwezige bebouwing.
Om deze reden wordt geadviseerd de sloopwerkzaamheden van de funderingen archeologisch te begeleiden. De archeologische resten kunnen dan tijdens en na verwijdering van de fundering worden gedocumenteerd door de aanwezige archeoloog.
33
De onbebouwde delen van het plangebied zijn in gebruik als parkeerplaats. Voor dit deel wordt een inventariserend veldonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Een proefsleuvenonderzoek heeft de voorkeur boven een booronderzoek omdat gezien de grote verwachting op funderingsresten de kans dat boringen staken in puin erg groot is. De sleuven worden aangelegd tot het niveau waarop relevante archeologische resten worden verwacht. Het stedelijk ophogingspakket wordt direct onder de bestrating verwacht. De top van de natuurlijke klei- en/of veenafzettingen wordt verwacht op een diepte van 1,5 tot 3 meter -mv. In de top van de natuurlijke afzettingen wordt een pre-stedelijke ontginningsfase verwacht. Het is nog onduidelijk of dit niveau verstoord zal worden door de ingrepen, aangezien de geplande ontgravingsdieptes nog niet bekend zijn. Om deze reden wordt geadviseerd de exacte diepte en mate van verstoring van dit niveau eerst door middel van boringen in het vlak van de proefsleuven vast te stellen. Op basis van de resultaten kan in overleg met de opdrachtgever worden besloten of vervolgonderzoek in de vorm van verdiepende proefsleuven en/of opgravingen nodig is.
Voor een proefsleuvenonderzoek en voor opgravingen (variant archeologische begeleiding) is een door de bevoegde overheid goedgekeurd PvE (Programma van Eisen) vereist.
34
3 Conclusie 3.1
Beantwoording onderzoeksvragen
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied uit een binnenstedelijk ophogingspakket op een kleipakket (de IJe laag), of op een veenlaag (Hollandveen) en oudere getij-afzettingen. Op basis van boringen en veldonderzoek in de omgeving van het plangebied kan het Hollandveen aanwezig zijn op een diepte van 1,5 – 4 meter -mv. De verstoringen in het plangebied bestaan uit de bouwput van een voormalige mengvoederfabriek en uit de funderingen van bestaande en recentelijk gesloopte panden binnen het plangebied. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Het plangebied ligt in de historische kern van Purmerend. Zowel binnen als direct buiten het plangebied zijn bij ontgravingen intacte archeologische resten aangetroffen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, onder meer een waterkelder, kademuren, ophogingslagen en een vermoedelijk riool. Er zijn dus goede aanwijzingen dat archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn. Dit kan echter pas tijdens veldonderzoek daadwerkelijk worden bevestigd.
Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De archeologisch relevante niveaus bevinden zich waarschijnlijk direct onder het maaiveld tot een diepte van 2 – 4 meter – mv. Indien archeologische resten voorkomen binnen de voorgenomen ontgravingsdiepte dan kunnen deze verstoord raken door de plannen. Ook wanneer wordt gefundeerd op palen zal het archeologische niveau plaatselijk worden verstoord. Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan? Voor de aanbevelingen zie hieronder.
3.2
Aanbevelingen
Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. Deze verwachting is gebaseerd op de resultaten van onderzoek in de omgeving, de ligging in de historische binnenstad en de bebouwing die in ieder geval tot de 17e eeuw te traceren is. De verwachting dient getoetst te worden door middel van een proefsleuvenonderzoek. De sleuven dienen te worden aangelegd tot in het niveau waarop de archeologische resten worden verwacht. Het gaat dan om het stedelijk ophogingspakket en eventueel de top van het daaronder liggende natuurlijke klei- of veenpakket. Met betrekking tot de aanbevelingen/bevindingen uit onderhavig onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Purmerend. Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Purmerend.
35
Literatuur Archeologische Werkgroep Purmerend, 2010. AWP VERSLAG-WAARNEMING 2010-01-OCB Locatie 1 Kanaalkade Purmerend. S.l. Archeologische Werkgroep Purmerend, 2010. AWP VERSLAG-WAARNEMING 2010-01-OCB Locatie 16 Beemsterburgwal Purmerend. S.l. De Mulder, E.F.J., Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhof, W.E.. & T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland, Houten. Huizer, J., Dijkstra, J. & M. Benjamins, 2008. Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Purmerend. ADC Heritage BV H026. Jacobs, E., 2000. Een kasteel gekeerd: een archeologische begeleiding van een bodemsanering op de locatie van het voormalige kasteel ‘Purmerstein’ te Purmerend (19-Gz-122). Lankelma, 2004, Rapport Verkennend Bodemonderzoek Beemsterburgwal 12 Purmerend. Lankelma Ingenieursbureau b.v. Rietkerk, M., 2007. Het Beemsterburgwalkwartier, gemeente Purmerend: archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-rapport 1597. Rutte, R. & Vannieuwenhuyze, B., 2018. Stedenatlas Jacob van Deventer 226 stadsplattegronden uit 1545-1575 schakels tussen verleden en heden. Bussum: Uitgeverij Thoth. Stouthamer, E., Cohen, K. & Hoek, W., 2015. De vorming van het land. Geologie en geomorfologie, 8e druk. Voorthuizen: Perspectief Uitgevers. Van Berkel, G & K. Samplonius, 2006. Nederlandse Plaatsnamen herkomst en historie. Amsterdam: Het Spectrum. Verboom-Jansen, M., 2017.
Purmerend, Beemsterburgwal 11-12, Gemeente Purmerend (NH). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO), Transect-rapport 1437. Vos, P.L. & S. de Vries, 2013: 2e generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
Geraadpleegde websites webadres
laatst bezocht op
https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl
6-3-2020
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
6-3-2020
https://www.dinoloket.nl/nomenclator-ondiep
6-3-2020
https://www.google.com/intl/nl/earth/
6-3-2020
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl
6-3-2020
https://purmerend.nl
6-3-2020
http://www.ahn.nl
6-3-2020
http://www.pdok.nl
6-3-2020
http://www.topotijdreis.nl
6-3-2020
https://oudelandkaarten.nl.
6-3-2020
Lijst van afbeeldingen Afb. 1. Afb. 2.
Ligging van het plangebied Beemsterburgwal (bron: https://pdok.nl). .................................................................. 10 Uitsnede van de beleidsadvieskaart van de gemeente Purmerend (geactualiseerde versie 2016; https://www.purmerend.nl/)....................................................................................................................................................... 11 36
Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11. Afb. 12. Afb. 13. Afb. 14. Afb. 15. Afb. 16. Afb. 17. Afb. 18. Afb. 19. Afb. 20. Afb. 21.
Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: https://pdok.nl). ............................................................................ 12 Impressie van de nieuwe appartementen langs de Beemsterburgwal (bron: Rietvink Architecten). .......... 12 Inrichtingsplan Beemsterburgwal en Kanaalstraat, conceptversie 16-1-2020 (bron: Rietvink Architecten/Opdrachtgever) ...................................................................................................................................................... 13 Doorsnede en plattegrond van het nieuwbouwcomplex model B (bron: Rietvink Architecten) .................. 14 Ligging van het plangebied Beemsterburgwal en de globale begrenzing van het onderzoeksgebied (bron: https://pdok.nl) .................................................................................................................................................................. 15 Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ........................................................................................................................................ 19 Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, ruw DSM; bron: https://www.ahn.nl).
....................................................................................................................................................................... 20 Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ........................................................................................................................................ 21 Uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Purmerend (bron: https://purmerend.nl).................................................................................................................................................................... 23 AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied (bron: ARCHIS 3). .............................................................................. 23 Archeologische onderzoeksgebieden en vondstlocaties binnen het onderzoeksgebied (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ........................................................................................................................................ 24 De Advieskaart van RAAP uit 2007 (bron: Rietkerk, 2007.) ........................................................................................... 25 Uitsnede van de kaart van Purmerend uit de stedenatlas van Jacob van Deventer.