CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

F Bijlage-1 4-verkennend-bodemonderzoek-BOPA-gouwzeestraat-6-100

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: BOPA Gouwzeestraat 6 t/m 100, adviesrecht gemeenteraad21.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor metalen waarvoor geen interventiewaarden bodem zijn vastgesteld, dienen de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie te worden gehanteerd.

(3)

Voor het toepassen van zeezand geldt de norm van 200 mg/kgds. Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak oppervlaktewater of zeewater met van nature een chloridegehalte van meer dan 5.000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde.

(4)

Bij gehalten die de achtergrondwaarde overschrijden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van uitdamping. Wanneer uitdamping naar binnenlucht zou kunnen optreden, moet bij overschrijding van de achtergrondwaarde worden gemeten in de bodemlucht en moet worden getoetst aan de TCL (Toxicologisch Toelaatbare Concentratie in Lucht).

(5)

Het gehalte cyanide-complex is gelijk aan het gehalte cyanide-totaal minus het gehalte cyanide-vrij, bepaald conform NEN-EN-ISO 14403-1:2012, NEN-EN-ISO 14403-2:2012 en NEN-EN-ISO 17380:2006. Indien geen cyanide-vrij wordt verwacht, mag het gehalte cyanide-complex gelijk worden gesteld aan het gehalte cyanide-totaal (en hoeft dus alleen het gehalte cyanide-totaal te worden gemeten).

(6)

De achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 16 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N van de Regeling Bodemkwaliteit). De hoogte van de achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden. Hetzelfde geldt voor de maximale waarde wonen en de maximale waarde industrie. Voor componenten die niet individueel zijn genormeerd geldt per component een maximumgehalte van 0,45 mg/kgds, zowel voor de achtergrondwaarde als de maximale waarden wonen en industrie.

(7)

De maximale waarden bodemfunctieklasse wonen en industrie van deze stoffen zijn gelijk aan de interventiewaarden bodemsanering en zijn gelijk aan of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen moet tevens het grondwater worden onderzocht.

Regeling bodemkwaliteit, wijziging 21.01.21

4

(8)

De eenheid voor organotinverbindingen is mg Sn/kgds, met uitzondering van de normwaarden met voetnoot 9.

(9)

De eenheid van de maximale waarde industrie voor organotinverbindingen (som) is organotin in mg/kgds.

(10)

Gewogen norm (concentratie serpentijnasbest + 10x concentratie amfiboolasbest). Deze eis bedraagt 0 mg/kgds indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest.

(11)

Het is onzeker of de achtergrondwaarden en maximale waarden wonen voor de ftalaten meetbaar zijn. Toekomstige ervaringen moeten uitwijzen of sprake is van een knelpunt.

(12)

Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging door minerale olie wordt aangetoond in grond / baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en / of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden.

(13)

Voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kgds.

(14)

Voor barium gelden tot nader order geen toetsingswaarden.

*

Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden.

Bodemtypecorrectie (zie bijlage G van de Regeling Bodemkwaliteit) De normwaarden voor grond en baggerspecie zijn bodemtype-afhankelijk en zijn gebaseerd op een standaardbodem met een lutumpercentage van 25% en een organische stofpercentage van 10%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam of toe te passen grond of baggerspecie op of in de bodem of in een oppervlaktewaterlichaam worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. Bij de beoordeling aan de maximale waarde verspreiden in zoute oppervlaktewaterlichamen wordt geen bodemtypecorrectie toegepast. Toetsing vindt dan plaats met de werkelijk gemeten gehalten. De omrekening naar standaardbodem vindt plaats op basis van individuele meetwaarden, alvorens andere berekeningen (bepalen gemiddelden of P95) worden uitgevoerd. Bij het standaardiseren wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof en lutum. De gestandaardiseerde gehalten worden, met inachtneming van de toetsingsregels, getoetst aan de normwaarden zoals die zijn opgenomen in de bovenstaande tabel. Hierbij is het percentage organische stof bepaald volgens NEN 5754 en is het percentage lutum het gewichtspercentage minerale bestanddelen met een diameter kleiner dan 2 µm betrokken op het drooggewicht.

De omrekening van de gemeten gehalten in grond of baggerspecie naar een standaardbodem verloopt via de onderstaande formule:

Gs = Gm * waarin:

( A + B * 25) + (C *10) A + ( B * %lutum) + (C * %org.stof )

Gs Gm A, B, C %lutum

%org.stof

= Gestandaardiseerd gehalte. = Gemeten gehalte. = Stofafhankelijke constanten voor metalen (zie onderstaande tabel). = Percentage lutum: het gewichtspercentage minerale bestanddelen met een diameter kleiner dan 2 µm betrokken op het totale drooggewicht van de grond of baggerspecie. Voor thermisch gereinigde grond en baggerspecie geldt de volgende uitzondering: indien het lutumpercentage lager is dan 10% wordt bij de omrekening van de gemeten gehalten aan barium met een lutumpercentage van 10% gerekend. Voor het percentage lutum is een minimumwaarde gedefinieerd (zie onderstaande tabel). = Gemeten percentage organisch stof betrokken op het drooggewicht. Het percentage organisch koolstof kan voor zoute baggerspecie ook berekend worden uit het percentage organisch koolstof x 1,724. Voor het percentage organische stof zijn minimum- en maximumwaarden gedefinieerd (zie onderstaande tabel).

Regeling bodemkwaliteit, wijziging 21.01.21

5

Stofafhankelijke constanten voor metalen en organische verbindingen: Stof

A

B

C

Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Tin Vanadium Zink Organische verbindingen Overige verbindingen

15 30 0,4 50 2 15 0,2 50 1 10 4 12 50 0 1

0,4 5 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 0 1 0,6 1,2 3 0 0

0,4 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 0 1,5 1 0

Voor antimoon, molybdeen en thallium wordt geen bodemtypecorrectie toegepast. Minimum- en maximumwaarden voor het organische stof- en lutumpercentage: Stofgroep

Anorganische parameters Organische parameters PAK

Organische stof

Lutum

Min. (%)

Max. (%)

Min. (%)

Max. (%)

2 2 10

30 30

2 -

-

De berekening van de meersoorten Potentieel Aangetast Fractie (msPAF) als aparte normwaarde bij het beoordelen van de kwaliteit van baggerspecie die conform artikel 35, onderdeel f van het Besluit bodemkwaliteit wordt verspreid op het aangrenzend perceel heeft een aparte vorm van standaardisatie. De minimum- en maximumwaarden zoals weergegeven in de bovenstaande tabel worden niet gehanteerd bij het berekenen van de msPAF, met uitzondering van de minimumwaarde voor de organische parameters genoemd in deze tabel.

Regeling bodemkwaliteit, wijziging 21.01.21

6

Grenswaarden PFAS gebiedsspecifiek beleid

Voor PFAS zijn in de Circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit geen generieke toetsingswaarden en hergebruiksnormen opgenomen. Door de provincie Noord-Holland zijn gebiedsspecifieke grenswaarden vastgesteld. Daarnaast zijn door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hergebruiksnormen vastgesteld. Grenswaarden provincie Noord-Holland voor het vaststellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (‘Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019’, Provinciaal blad nr. 7634, d.d. 20 november 2019)

PFOS (1) in grond (μg/kgds)

PFOA (1) in grond (μg/kgds)

PFOS (1) in grondwater (ng/l)

PFOA (1) in grondwater (ng/l)

Concentratie waarbij geen sprake is van verontreiniging

≤ 1,5

≤ 1,7

≤ 10

≤ 10

Concentratie waarbij geen sprake is van ernstige verontreiniging

> 1,5 en ≤ 110

> 1,7 en ≤ 1100

> 10 en ≤ 4700

> 10 en ≤ 390

Concentratie waarbij sprake is van ernstige verontreiniging

> 110

> 1100

> 4700

> 390

(1)

Betreft de concentratie PFOS/PFOA-totaal (i.e. de som van lineair en vertakt).

Voor andere PFAS-verbindingen gelden de grenswaarden zoals deze voor PFOS zijn vastgesteld. Indien sprake is van een organisch stofgehalte van meer dan 10 % wordt een bodemtypecorrectie toegepast. NB: De bovengenoemde toetsingswaarden zijn enkel van toepassing op locaties binnen de provincie Noord-Holland.

Landelijke grenswaarden voor het toepassen van PFAS-houdende grond (Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, versie december 2021, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat).

(1)

PFOS (1) (μg/kgds)

PFOA (1) (μg/kgds)

GenX (μg/kgds)

overige PFAS (μg/kgds)

Achtergrondwaarde

1,4

1,9

1,4

1,4

Maximale waarde bodemkwaliteitsklasse landbouw / natuur en PFOS/PFOA-toepasbaar

3,0

7,0

3,0

3,0

Maximale waarde bodemkwaliteitsklasse wonen

3,0

7,0

3,0

3,0

Maximale waarde bodemkwaliteitsklasse industrie

3,0

7,0

3,0

3,0

Maximale waarde grootschalige toepassing

3,0

7,0

3,0

3,0

Maximale waarde verspreiding op aangrenzend perceel

3,0

7,0

3,0

3,0

Betreft de concentratie PFOS/PFOA-totaal (i.e. de som van lineair en vertakt).

NB: De bovengenoemde toetsingswaarden gelden voor de toepassing van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau. Voor andere toepassingen kunnen andere normen gelden.

Grenswaarden PFAS gebiedsspecifiek beleid provincie Noord-Holland (versie 13.12.21)

BIJLAGE 9. Onafhankelijkheidsverklaring

terug naar inhoudsopgave

Onafhankelijkheidsverklaring Projectnummer: T.22.12128

Projectnaam: Gouwzeestraat 6-100 te Purmerend

Verklaring functiescheiding Door het ondertekenen van deze verantwoording verklaart de medewerker van Terrascan B.V. dat de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen

Relevante protocollen Naam:

L. van Ham

2001

Datum:

15-07-22

2002

Naam:

R. Terlouw

2001

Datum:

08-07-22

2002

Naam:

2001

Datum:

2002

Naam:

2001

Datum:

2002

Naam:

2001

Datum:

2002

Naam:

2001

Datum:

2002

Naam:

2001

Datum:

2002

Naam:

2001

Datum:

2002

Naam:

2001

Datum:

2002

RF 900f Onafhankelijkheidsverklaring R4 08-03-2022

2003

2003

2003

2003

2003

2003

2003

2003

2003

Paraaf monsternemer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13950137/1