F Bestemmingsplan Vredenburghweg - toelichting
Tekst van het document
27
bestemmingsplan Vredenburghweg
Deze niet-vergunningplichtige activiteiten zijn in het algemeen wel meldingsplichtig op grond van artikel 6.14 van de Waterregeling.
4.2.1.4 Watervisie 2021 - Uitvoeringsprogramma 2016 - 2021 De Watervisie 2021 geeft aan waar het provinciale waterbeleid voor de lange termijn op gericht is en waar de prioriteiten voor de planperiode 2016-2021 liggen. Het Uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de uit te voeren acties, de instrumenten die worden ingezet en het beschikbare budget. Tevens wordt duidelijk gemaakt hoe wordt bijgedragen aan de in de Watervisie genoemde lange termijn doelen.
4.2.1.5 Waterbeleid HHNK Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.
4.2.2
Watertoets
Hieronder wordt een watertoets uitgevoerd teneinde de waterbelangen die gelden voor de planlocatie goed te beschouwen.
4.2.2.1 Waterkering De planlocatie is niet binnen (de invloedsfeer van) een waterkering gelegen. Negatieve effecten op de waterkering zijn daarom niet aanwezig.
4.2.2.2 Oppervlaktewater De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op de hoeveelheid aanwezige oppervlaktewater. Het plangebied beschikt over een bestaande ontsluiting via dam en duiker. Het HHNK heeft in reactie op het voorontwerp aangegeven dat zij graag een vrije onderhoudsstrook van minimaal 5 meter willen hebben langs de wegsloot om onderhoud van de wegsloot in de toekomst te kunnen uitvoeren. Hiermee wordt rekening gehouden bij de inrichting van het plangebied.
28
bestemmingsplan Vredenburghweg
4.2.2.3 Oppervlaktewater / filtratie hemelwater Het plangebied is thans ter plaatse van de kas en het toegangspad verhard. De oppervlakte is circa 500 m2. In de nieuwe situatie wordt ter vervanging van de kas veel groen aangebracht in de vorm van tuinen en boomgaard. Er komt bebouwing in de vorm van recreatiewoningen en woning terug. Ook wordt een parkeervoorziening aangebracht. De oppervlakte verharding blijft per saldo gelijk maar de verharding wordt meer verspreid, wat gunstig is voor het opvangen en afvloeien van hemelwater. Er zijn geen extra maatregelen nodig in het kader van oppervlakteverharding.
4.2.2.4 Waterkwaliteit en riolering De ambitie van het Hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. In het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Het waterschap adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Deze adviezen worden in het kader van de omgevingsvergunning meegenomen.
Planspecifiek Het aspect waterhuishouding staat de voorliggende ontwikkeling niet in de weg. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is overleg gepleegd met het HHNK.
4.3
Ecologie
4.3.1
Soortenbescherming
Voor de bescherming van diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Naar de aanwezigheid van beschermde soorten is ter plaatse een verkennend onderzoek (quick scan) gedaan. Uit de resultaten4 van het onderzoek blijkt dat binnen het plangebied een geschikt habitat voor marters aanwezig is. Andere beschermde soorten zijn met absolute zekerheid uit te sluiten. Een vervolgonderzoek naar marters binnen het plangebied is daarom nodig. Vervolgens is tevens een afdoend onderzoek naar marterachtigen uitgevoerd. Uit de rapportage5 is het volgende naar voren gekomen. In mei is via sporenbuizen onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van marterachtigen. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen marterachtigen op het perceel aanwezig zijn. Nader onderzoek kan achterwege blijven. 4.3.2
Gebiedsbescherming
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (extern) effect hebben op nabijgelegen natuurgebieden. De gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming vindt plaats via de Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). Aantasting van deze gebieden als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is verboden.
29
bestemmingsplan Vredenburghweg
Het plangebied is niet gelegen in een Natura2000 gebied, zodat geen sprake is van directe gevolgen van de ontwikkeling voor een Natura2000 gebied. Het plangebied ligt wel op korte afstand van Natura2000 gebieden. Dit betreffen Het Wormer- en Jisperveld en de Kalverpolder en Polder Zeevang (beide circa op 2,5 km) Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NOx). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof en dan vooral depositie van ammoniak, leiden tot een daling van de bodem-pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie.
Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is afhankelijk van lokale situatie, waarbij er sprake kan zijn van buffering ten aanzien verzuring of vermesting. Planspecifiek De van het plangebied afkomstige stikstofemissie als gevolg van de bouw- en gebruiksfase kunnen in potentie het Natura2000 gebied aantasten. Daarom is onderzoek naar de stikstofemissie en depositie verricht door Els & Linde uit Hilversum. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in de quick scan die beschreven is in paragraaf 4.3.1. Voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase is een berekening met de AERIUS Calculator 2019 uitgevoerd, welke geen rekening meer houdt met de vrijstellingen in het voormalige PAS. Els & Linde concludeert aan de hand van haar onderzoek dat ten opzichte van de huidige situatie in de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt. Voor de aanlegfase is er geen toename van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Daarmee is het bestemmingsplan uitvoerbaar en is het project niet vergunningplichtig onder de Wet natuurbescherming.
4.4
Archeologie en cultuurhistorie
4.4.1
Erfgoedwet
In de Erfgoedwet (2016) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. In 2003 is door de gemeente Beemster beleid geformuleerd ten aanzien van mogelijke archeologische waarden. Hiervoor is de 'Beleidsnota Archeologie gemeente Beemster' vastgesteld. Hierin worden archeologische waarden in de gemeente beschreven en voorgesteld wordt hoe de bescherming hiervan in toekomstige ruimtelijke plannen dient te worden geregeld. Bij deze nota is een beleidsverbeelding gemaakt waarvan is af te lezen waar welk soort beschermingsregime van toepassing is.
In 2008 heeft de gemeenteraad van de Beemster besloten dat voor de gebieden die zijn aangewezen met de aanduiding 'specifieke vorm van waarde 4' archeologisch onderzoek vervalt. het plangebied
30
bestemmingsplan Vredenburghweg
behoorde tot die gebieden. Daarom is in het nu voorliggende bestemmingsplan geen dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' meer opgenomen. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied van dit bestemmingsplan.
4.5
Kabels en leidingen
In de nabijheid van het plangebied zijn geen aardgasleidingen, warmtetransportleidingen of hoogspanningsleidingen aanwezig waarmee rekening dient te worden gehouden.
4.6
Verkeer en parkeren
4.6.1
Verkeersafwikkeling
Het plangebied wordt nu gebruikt voor recreatieve doeleinden (volkstuin). Net als in de huidige situatie worden in de nieuwe situatie het plangebied ontsloten op de Vredenburghweg. De Vredenburghweg is verkeersveilig ingericht en in staat om de 16,3 voertuigbewegingen van het plan op te nemen (zie tabel). Er is uitgegaan van de CROW Publicatie 381 (2019). Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van de gemiddelde kencijfers van matig stedelijk, buitengebied.
Functie
Aantal
Max v/et
Totaal
Vrijstaande woning
1
8,2
8,2
Recreatiewoning
3
2,7
8,1
Totaal
4
4.6.2
16,3
Parkeren
Voor het parkeren wordt conform het vigerende Parapluplan Parkeren Beemster 2018 getoetst aan de meeste recente richtlijnen van de ASVV van de CROW. In de navolgende tabel is berekend wat de nieuwe parkeerbehoefte wordt voor het totale plan, uitgaande van rest bebouwde kom, weinig stedelijk.
Functie
Aantal
Norm (gem)
Totaal
Vrijstaande woning
1
2,4
2,4
Recreatiewoning
3
2,1
6,3
Totaal afgerond
4
9
De ontwikkeling voldoet aan de regels omdat het aantal vereiste parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein (zie paragraaf 2.3).
31
bestemmingsplan Vredenburghweg
4.7
Duurzaamheid
Voor de bouw van de drie recreatiewoningen worden zoveel mogelijk duurzame bouwmaterialen gebruikt. Energie voor de woningen wordt deels opgewekt met behulp van zonnecollectoren. De beheerderswoning zal een EPC hebben van 0,2 en is daarmee al zeer energiezuinig. Ook voor de bouw van de beheerderswoning worden zoveel mogelijk duurzame bouwmaterialen gebruikt. Momenteel is nog geen informatie over het ontwerp beschikbaar, anders dan een schetsontwerp.
32
bestemmingsplan Vredenburghweg
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Plansystematiek
Het doel van voorliggend bestemmingsplan is om de ontwikkeling van het voorliggende plangebied zoals is beschreven in paragraaf 2.3 planologisch - juridisch mogelijk te maken. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd.
In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
5.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. Deze bestemming die is toegepast correspondeert met de artikelen in de regels, zoals beschreven in paragraaf 5.3. Op de verbeelding staan de symbolen en maatvoeringen waarbij in de planregels is opgenomen wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn.
5.3
De planregels
De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)
5.3.1
Inleidende regels
In het hoofdstuk 'Inleidende regels' is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
33
bestemmingsplan Vredenburghweg
5.3.2
Bestemmingsregels
In het hoofdstuk 'Bestemmingsregels' zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. De bestemming 'Recreatie' maakt binnen één bouwvlak een bedrijfswoning mogelijk waarbij de afmetingen zijn vastgelegd. Binnen de andere drie bouwvlakken zijn recreatiewoningen mogelijk waarvoor de hoogtes ook zijn vastgelegd. Vanuit het oogpunt van de ontwikkeling en het behoud van openheid en doorzichten binnen het plangebied is een aanduiding 'landschap' opgenomen. Hiermee worden vergunningsvrije bouwwerken voorkomen door een bouwverbod. Uiteraard zijn de recreatiewoningen en de beheerderswoning wel toegestaan conform de regels die in de bestemming onder artikel 3.2 zijn opgenomen. Ondergeschikte horeca is uitsluitend ten behoeve van de bestemming recreatie en derhalve ten behoeve van de eigen verblijfsgasten mogelijk gemaakt. De ondergeschikte horeca-activiteiten worden geboden vanuit de beheerderswoning/bedrijfswoning. De waarde van het Beemster cultuurlandschap wordt met de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' gewaarborgd. Hiervoor zijn twee mechanieken opgenomen: 1. Algemene bouwregels, welke bepalen dat alleen bouwwerken ten behoeve van de bestemming gerealiseerd mogen worden; 2.
Het bevoegd gezag weegt bij het verlenen van een omgevingsvergunning af of de waarde van het landschap niet aangetast wordt. Een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen indien voldoende is aangetoond dat de aanwezige waarden niet aangetast worden.
5.3.3
Algemene regels
In het hoofdstuk 'Algemene regels' worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld.
5.3.3.1 Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.
5.3.3.2 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Ook is er een parkeerregeling opgenomen.
5.3.3.3 Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied.
34
bestemmingsplan Vredenburghweg
5.3.4
Overgangs- en slotregels
In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor legale bebouwing en legaal gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
35
bestemmingsplan Vredenburghweg
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Vooroverleg
Artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat kennis moet worden gegeven (ook via elektronische weg) van het voornemen een nieuw bestemmingsplan voor te bereiden. In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is dit bestemmingsplan voorgelegd aan de wettelijke overlegpartners. Het vooroverleg is gevoerd met de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK).
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Artikel 3.1.6 Bro bepaalt dat de toelichting in het ontwerpbestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan een beschrijving bevat van de wijze, waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Hieronder wordt nader ingegaan op de resultaten van de inspraak. Bewonersbrief Op 18 juli 2019 heeft initiatiefnemer een bewonersbrief verzonden om omwonenden over het initiatief te informeren. Hierop is één reactie ontvangen van de Stichting Nekkerzoom d.d. 16 oktober 2019, gevestigd op het perceel Noorderpad 5 te Zuidoostbeemster (het buurperceel). De stichting geeft aan zich niet met het initiatief te kunnen verenigen. Opgemerkt moet worden dat aan een bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorzien juist in wettelijke bevoegdheden voor het college van B&W en de gemeenteraad om met inachtneming van een goede ruimtelijke ordening nieuwe ontwikkelingen toe te staan. Dat een bestemmingsplan conserverend is, betekent niet dat in de toekomst geen nieuwe ontwikkelingen kunnen worden toegestaan. De reactie van de Stichting Nekkerzoom heeft geen aanleiding gegeven om van het plan af te zien. Initiatiefnemers menen dat het initiatief in lijn is met de doelstellingen van de Beemster als cultureel erfgoed.
Procedure Het bestemmingsplan heeft de wettelijke procedure doorlopen. Na het vooroverleg (zie 6.1), is het plan 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Tijdens deze termijn zijn vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in de nota van beantwoording zienswijzen beantwoord, zie Bijlage 5. De zienswijzen hebben tot een aanpassing van het bestemmingsplan geleid. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee is geborgd dat de bestaande kas verwijderd wordt voordat het terrein voor het initiatief in gebruik mag worden genomen. Na de zienswijzetermijn is het plan door de gemeenteraad vastgesteld.
36
bestemmingsplan Vredenburghweg
6.3
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Beemster en initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Daarin zijn afspraken gemaakt over afwikkeling van de planschade, het bouw- en woonrijp maken en de gemeentelijke plankosten. Deze kosten komen voor rekening van de aanvrager. Het gemeentelijk kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd. Derhalve behoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. Er zijn geen privaatrechtelijke belemmeringen waarmee rekening gehouden dient te worden. Het voorliggende bestemmingsplan is hiermee economisch uitvoerbaar.
37
bestemmingsplan Vredenburghweg
38
bestemmingsplan Vredenburghweg
Eindnoten
1. Verkennend bodemonderzoek Vredenburghweg (achter Noorderpad 6) te Zuidoostbeemster, Landview, 2019265, 16 juli 2019 2. Akoestisch onderzoek wegverkeer Vredenburghweg in Beemster, Buro DB, RPT19231708-01, 20 november 2019 3. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 4. Quick scan ecologie, Noorderpad 6 te Beemster, Els & Linde, 19.300, 11 december 2019 5. Memo marteronderzoek, Achter Noorderpad 6 te Beemster, Els en Linde, 23 juni 2020
39