E Subsidieverordening energietransitie particuliere woningen Proeftuin Overwhere-Zuid Purmerend 2021
Tekst van het document
De raad van de gemeente Purmerend; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 december 2020 nr 1537533 gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat: - de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) in 2018 geld beschikbaar heeft gesteld in de vorm van een decentralisatie-uitkering om bestaande panden in een deel van de wijk Overwhere-Zuid (de Proeftuin) van het aardgas af te koppelen; - het college de energietransitie in de Proeftuin wil voortzetten met behulp van de ontvangen gelden van BZK, B E S L U I T: vast te stellen de subsidieverordening energietransitie particuliere woningen Proeftuin Overwhere-Zuid Purmerend 2021 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Aanvrager: eigenaar van een bestaande particuliere woning in de Proeftuin, zoals die is gedefinieerd onder i. van dit artikel. b. Aardgasvrije woning: een bestaande woning waar de aardgasaansluiting afgesloten is. c. Afsluiting: het door de netbeheerder (laten) verwijderen of afsluiten van de aardgasaansluiting waardoor de woning geen gebruik meer kan maken van aardgas. d. Appartement: een woning die deel uitmaakt van een Vereniging van Eigenaren en géén kookgaswoning is als genoemd onder h. e. Bestaande woning: een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 Burgerlijk Wetboek. f.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend. g. Grondgebonden woning: een eengezinswoning. h. Kookgaswoning: particuliere woning die alleen nog een gasaansluiting heeft om te koken. i. Proeftuin: de door het college op 26-6-2018 vastgestelde adressenlijst die deel uitmaakt van het Uitvoeringplan proeftuin aardgasvrij Overwhere-Zuid, waar een bijdrage aan de Minister van BZK voor is gevraagd, met uitzondering van de pilotwijk die onderdeel is van de Proeftuin en is gedefinieerd in artikel 9 van de subsidieverordening energietransitie pilotwijk Purmerend 2018. j. Starten: aanvang maken met het treffen van de fysieke maatregelen. k.De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB EU L 352 van 24.12.2013) met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen. Artikel 1:2 Reikwijdte van de subsidieverordening 1. Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van subsidies aan eigenaren van een (woning)pand in de Proeftuin. 2. Deze verordening is niet van toepassing op woningen die in het bezit zijn van een corporatie.
Een woning van een corporatie binnen een Vereniging van Eigenaren, als genoemd in titel 2 van boek 2 en artikel 112 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, wordt niet gezien als een corporatiewoning.
Artikel 1:3 Doel subsidieverordening Het doel van de subsidie is het stimuleren van woningeigenaren van bestaande woningen in de Proeftuin tot het treffen van maatregelen die noodzakelijk zijn om het mogelijk te maken dat de woning van het aardgasnet afgesloten wordt. HOOFDSTUK 2 KOOKGASWONINGEN Artikel 2:1 De aanvrager Subsidie voor de voorzieningen als genoemd in artikel 2:3, kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren van één of meerdere bestaande kookgaswoningen in de Proeftuin. Artikel 2:2 Beslistermijn 1. Het college beslist binnen acht weken op een aanvraag na ontvangst. 2. Het college kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen; hiervan doet het vóór de afloop van de in het eerste lid vermelde termijn mededeling aan de aanvrager. Artikel 2:3 Subsidiabele voorzieningen Het college kan een subsidie verlenen voor de aankoop van een elektrische kookplaat en/of pannen om te kunnen overgaan op koken zonder aardgas; Artikel 2:4 Subsidiabele kosten Subsidiabele kosten zijn de noodzakelijke kosten die door de aanvrager worden gemaakt, voor aankoop van de voorzieningen zoals genoemd in artikel 2:3. Artikel 2:5 Hoogte van de subsidie 1. Voor voorzieningen genoemd in artikel 2:3, bedraagt de subsidie maximaal € 500,-(incl. BTW) per woning. 2.
De subsidie mag gecombineerd worden met andere subsidieregelingen, waarbij als voorwaarde geldt dat het totaal van subsidies niet de totale subsidiabele kosten mag overschrijden. Artikel 2:6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Bij de subsidie-aanvraag worden de volgende gegevens en stukken overgelegd: 1. bewijs van eigendom van de woning; 2. factuur en betalingsbewijs, dan wel voor akkoord ondertekende offerte van de kookplaat en/of pannen; 3. een overzicht van de eventueel eerder ontvangen subsidies voor dezelfde subsidiabele voorzieningen; 4. een volledig ingevulde verklaring De-minimissteun, voor zover de aanvrager een onderneming betreft. Artikel 2:7 Weigeringsgronden De subsidie wordt geweigerd indien: 1. de woning aangesloten blijft op het aardgasnet; 2. de aanvrager een onderneming betreft die niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet. Artikel 2:8 Terugvordering subsidie De vastgestelde en betaalde subsidie kan teruggevorderd worden overeenkomstig artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, indien later blijkt dat de woning niet van het aardgasnet afgekoppeld is, dan wel anderszins blijkt dat de subsidie onverschuldigd is uitbetaald.
blz. 2 van 6
HOOFDSTUK 3 APPARTEMENTEN EN GRONDGEBONDEN WONINGEN Artikel 3:1 De aanvrager Subsidie voor de voorzieningen/maatregelen als genoemd in artikel 3:3, kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren van één of meerdere bestaande particuliere woningen, anders dan een kookgaswoning, in de Proeftuin. Artikel 3:2 Beslistermijn 1. Het college beslist binnen acht weken op een aanvraag na ontvangst. 2 Het college kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen; hiervan doet het vóór de afloop van de in het eerste lid vermelde termijn mededeling aan de aanvrager. Artikel 3:3 Subsidiabele voorzieningen/maatregelen Het college kan een subsidie verlenen voor de kosten die noodzakelijk zijn om de woning aardgasvrij te maken. 1. Indien er gekozen wordt voor een aansluiting op het warmtenet, kan een subsidie verleend worden voor de aankoop van een elektrische kookplaat en/of pannen om te kunnen overgaan op koken zonder aardgas; 2. Indien gekozen wordt voor een all-electric-oplossing, vallen de kosten van de aanschaf van een warmtepomp, elektrische kookplaat en/of pannen, alsmede de noodzakelijke werkzaamheden onder de subsidiabele voorzieningen/maatregelen. Artikel 3:4 Subsidiabele kosten 1. Subsidiabele kosten zijn de noodzakelijke kosten die door de aanvrager worden gemaakt, voor de voorzieningen/maatregelen zoals genoemd in artikel 3:3. 2.
Niet subsidiabel zijn de kosten voor de door de woningeigenaar zelf verrichte arbeid. Artikel 3:5 Hoogte van de subsidie 1. Voor producten genoemd in artikel 3:3, eerste lid, bedraagt de subsidie maximaal € 500,-- (incl. BTW) per woning. 2. Voor voorzieningen/maatregelen genoemd in artikel 3:3, tweede lid bedraagt de subsidie maximaal € 5.000,-- (incl. BTW) per woning. 3. De subsidie mag gecombineerd worden met andere subsidieregelingen, waarbij als voorwaarde geldt dat het totaal van subsidies niet de totale subsidiabele kosten mag overschrijden. Artikel 3:6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens Bij de subsidie-aanvraag worden de volgende gegevens en stukken overgelegd: 1. bewijs van eigendom van de woning; 2. factuur en betalingsbewijs, dan wel voor akkoord ondertekende offerte waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn zoals genoemd onder artikel 3.4, voldoende is uitgesplitst; 3. een overzicht van de eventueel eerder ontvangen subsidies voor dezelfde subsidiabele voorzieningen/maatregelen; 4. een volledig ingevulde verklaring De-minimissteun, voor zover de aanvrager een onderneming betreft. Artikel 3:7 Weigeringsgronden De subsidie wordt geweigerd indien: 1. de woning aangesloten blijft op het aardgasnet. 2. de aanvrager een onderneming betreft die niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet.
blz. 3 van 6
Artikel 3:8 Aanvullende verplichtingen Onverminderd de verplichtingen op grond van de voorgaande artikelen van dit hoofdstuk, zijn aan de subsidie nog de volgende verplichtingen verbonden, voor zover het gaat om de voorzieningen/maatregelen als genoemd in artikel 3;3, tweede lid: 1. de subsidieontvanger zal binnen 2 maanden na beschikkingsdatum starten met het treffen van de maatregelen; 2. de maatregelen dienen binnen één jaar na beschikkingsdatum volledig te zijn uitgevoerd. Deze termijn kan worden verlengd indien het college binnen dit jaar is geïnformeerd dat deze termijn niet haalbaar is en hiermee heeft ingestemd. Artikel 3:9 Terugvordering subsidie De vastgestelde en betaalde subsidie kan teruggevorderd worden overeenkomstig artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, indien later blijkt dat de woning niet van het aardgasnet afgekoppeld is, dan wel anderszins blijkt dat de subsidie onverschuldigd is betaald. HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN Artikel 4:1 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt, met uitzondering van hoofdstuk 3. 2. Hoofdstuk 3 treedt in werking op een door burgemeester en wethouders te bepalen dag dan wel dagen, die voor verschillende gebieden binnen De Proeftuin op verschillende dagen kan worden vastgesteld.
Artikel 4:2 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening energietransitie particuliere woningen Proeftuin Overwhere-Zuid Purmerend 2021
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. de griffier,
de voorzitter,
blz. 4 van 6
2021
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1:2 Reikwijdte van de subsidieverordening De verordening is alleen van toepassing op bestaande particuliere woningen in de Proeftuin. De woningen van de woningcorporaties vallen er niet onder. De corporaties kunnen een beroep doen op het door het college vastgestelde DAEB-besluit van 7-1-2020. Daarnaast vallen winkelpanden en overige panden (anders dan woningen), evenmin onder de verordening. De kosten om deze panden aardgasvrij te maken verschillen zozeer van een woning, dat op dit moment nog niet duidelijk is hoe hoog de kosten zullen zijn. Mogelijk komt voor die panden later een aparte subsidieregeling. Artikel 1:3 Doel van de subsidieverordening Het doel van de subsidie is het stimuleren van woningeigenaren van bestaande woningen in de Proeftuin tot het treffen van maatregelen die noodzakelijk zijn om het mogelijk te maken dat de woning van het aardgasnet afgesloten wordt. Artikel 2:1 De aanvrager Zowel particulieren als bedrijfsmatige eigenaren, kunnen subsidie aanvragen. Woningcorporaties kunnen gebruik maken van het vastgestelde DAEB-besluit d.d. 7 januari 2020, voor zover het gaat om corporatiewoningen. Woningen(appartementen) die in bezit zijn van een corporatie binnen een Vereniging van Eigenaren worden niet gezien als corporatiewoningen en vallen wèl onder deze subsidieverordening.
De subsidieregeling is alleen gericht op bestaande woningen die aangesloten zijn op het aardgasnet. Nieuwbouw is uitgesloten van deze regeling. Artikel 2:3 Subsidiabele voorzieningen In dit artikel is bepaald welke voorzieningen subsidiabel zijn. Kookgaswoningen hebben alleen nog een aardgasaansluiting om te kunnen koken; de woning wordt al verwarmd door een aansluiting op het warmtenet. Er kan alleen subsidie aangevraagd worden voor een elektrische kookplaat en/of pannen. De gemeente zorgt daarnaast kosteloos voor de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden, zoals het uitbreiden van de meterkast met een kookaansluiting voor elektrisch koken en het verwijderen van de aardgasaansluiting. Op grond van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder subsidie verstaan de aanspraak op financiële middelen. Nu bij het kosteloos uitvoeren van werkzaamheden daar géén sprake van is, valt dit ook niet onder deze subsidieverordening. Artikel 2:5 Hoogte van de subsidie De hoogte van de totale subsidie bedraagt maximaal € 500,-- (incl. BTW) per woning. De subsidie mag gecombineerd worden met andere subsidieregelingen, waarbij als voorwaarde geldt dat het totaal van subsidies niet de totale subsidiabele kosten mag overschrijden. Dit kunnen subsidies zijn van andere overheden. Meldplicht van reeds ontvangen en nog te ontvangen subsidies ligt bij de aanvrager.
Artikel 2:7 Weigeringsgronden Indien de aanvrager een onderneming is, komt die alleen in aanmerking voor subsidie als er voldaan wordt aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat die over 3 belastingjaren maximaal € 200.000,-- aan subsidie mag ontvangen. Artikel 3:1 De aanvrager Subsidie voor de voorzieningen/maatregelen als genoemd in artikel 3:3, kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren van één of meerdere bestaande woningen, anders dan een kookgaswoning, in de Proeftuin. Onder hoofdstuk 3 vallen alle woningen, zowel appartementen als grondgebonden woningen, anders dan kookgaswoningen. Deze woningen worden nog verwarmd en er wordt (meestal) gekookt met behulp van aardgas. De eigenaren van deze woningen kunnen kiezen tussen een aansluiting op het warmtenet of voor een allelectric oplossing. Daarnaast kunnen de eigenaren er voor kiezen om aangesloten te blijven op het aardgasnet. blz. 5 van 6
Artikel 3:3 Subsidiabele voorzieningen/maatregelen Artikel 3:4 Subsidiabele kosten Indien een eigenaar kiest voor een aansluiting op het warmtenet, kan die subsidie aanvragen voor een elektrische kookplaat en/of pannen. De gemeente zorgt daarnaast kosteloos voor de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden om de woning aan te sluiten op het warmtenet, waaronder ook het uitbreiden van de meterkast om elektrisch te kunnen koken. Op grond van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder subsidie verstaan de aanspraak op financiële middelen. Nu bij het kosteloos uitvoeren van werkzaamheden daar géén sprake van is, valt dit ook niet onder deze subsidieverordening. Indien een eigenaar kiest voor een all-electric oplossing, komt de eigenaar in aanmerking voor een subsidie van maximaal € 5.000,-- (incl.BTW) per woning voor de noodzakelijke kosten. De eigenaar zal alle werkzaamheden zelf moeten laten uitvoeren; de gemeente zal daar geen opdracht voor geven. Door de eigenaar zelf uitgevoerde werkzaamheden vallen niet onder de subsidiabele kosten. Artikel 3:7 Weigeringsgronden Indien de aanvrager een onderneming is, komt die alleen in aanmerking voor subsidie als er voldaan wordt aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat die over 3 belastingjaren maximaal € 200.000,-- aan subsidie mag ontvangen.
Artikel 3:8 Aanvullende verplichtingen De aanvrager dient binnen 2 maanden na de beschikkingsdatum te starten met de uitvoering van de activiteiten. Binnen 1 jaar na de beschikkingsdatum dienen de activiteiten/werkzaamheden volledig te zijn uitgevoerd. Er zijn situaties denkbaar waarbij dit, bijvoorbeeld door externe factoren, niet haalbaar is. Indien na het afgeven van de beschikking blijkt dat door onvoorziene omstandigheden de activiteiten niet binnen 1 jaar kunnen worden uitgevoerd, dient de aanvrager dit bij het college vooraf en tijdig te melden. Het college kan hiermee akkoord gaan. Artikel 4:1 In de uitvoeringsstrategie “Een succesvolle proeftuin, leren door te realiseren” is vastgelegd dat het aardgasvrij maken van de grondgebonden woningen en appartementen, anders dan de kookgaswoningen, bloksgewijs in uitvoering genomen wordt. Omdat de precieze omvang van de verschillende blokken en de data van start uitvoering per blok pas lopende het uitvoeringsproces bekend zijn, is er voor gekozen om het college de bevoegdheid te geven om te bepalen wanneer de subsidieverordening voor die verschillende blokken in werking treedt.
blz. 6 van 6