CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

e-oplegnotitie-kostendekkingspla-riolering

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente PurmerendBij agendapunt: Gemeentelijk Water- en rioleringsprogramma Purmerend 2025-20301.105 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 3.

1. Inleiding Bij het gemeentelijke rioleringsplan 2018-2023 (1462089) is op 28 maart 2019 besloten: 1. Het Gemeentelijk Rioleríngsplan Purmerend 2018-2023 vast te stellen; 2. Een principe besluit te nemen voor een systeemwijziging en in 2023 over te gaan naar een gedeeltelijk spaarsysteem; 3. Over de hoogte van het te sparen bedrag in 2022 een besluit te nemen. Bij het voorliggende Water- en Rioleringsprogramma 2025-2030 is dit uitgewerkt en wordt dit ter besluitvorming voorgelegd. In dit memo wordt dit nader uitgelegd in 3 onderdelen: 1. Uitleg van de samenstelling van het huidig tarief van de rioolheffing 2. Uitleg van de systemen activeren en sparen in relatie tot de rioolheffing 3. Uitleg van het advies van Arcadis over de effecten op de boekwaarde en het tarief 2. De rioolheffing De gemeente Purmerend heeft een eigenarenheffing en een grootverbruikersheffing. De grootverbruikersheffing wordt geheven naast de eigenarenheffing op basis van het waterverbruik. Het grootverbruiktarief is 75% van het eigenarentarief. Als een eigenaar minder dan 300 m3 water heeft verbruikt, wordt er geen rioolheffing gebruiker betaald. Dit geldt in de regel voor alle reguliere huishoudens. Als er meer dan 300 m3 wordt verbruikt, dan wordt per 300 m3 het grootverbruiktarief gerekend. Voor rioolheffing is geen kwijtschelding mogelijk.

Het tarief van de rioolheffing is opgebouwd uit de volgende kosten en opbrengsten:

Opbouw rioolheffing

2025

Kapitaallasten

2.921.750

Personeel

2.218.482

Rioolbeheer, -inspecties en reparaties

1.736.314

Gemalen (inspecties, onderhoud, energie)

980.175

Baggerwerkzaamheden

240.000

Kosten straatreiniging

1.097.750

Overhead incl. (omslag)rente

1.477.998

BTW

1.000.000

Totale lasten

11.672.469

Opbrengst heffingen

10.792.652

Mutatie voorziening

879.817

Totale baten

11.672.469

Kostendekkendheid

100%

Opbrengst heffingen (euro) 10.512.651

Eigenaren Grootverbruik

280.001 10.792.652 Aantal 45.054 1.600

Eigenaren (aansluitingen) Grootverbruik (eenheden)

46.654 Netto tarieven 2025 (euro) * 233,28 174,96

Eigenaren Grootverbruik * De tarieven zijn afgerond zodat zij deelbaar zijn door 12 (maanden)

2.

De grootste kostenpost in de raming zijn de kapitaallasten. Gelet op de grote vervangingen in de afgelopen jaren (Wheermolen-Oost, Overwhere) is de boekwaarde opgelopen naar € 65,6 miljoen eind 2024.

Ontwikkeling boekwaarde riolering 1992-2024 70.000.000 60.000.000

50.000.000 40.000.000 30.000.000 20.000.000 10.000.000

1992 1999 2001 2002 2003 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025

0

3. Sparen of activeren Investeringen in de riolering worden in Purmerend geactiveerd op de balans en afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De jaarlijkse afschrijving en rente vormen een last in de rioolbegroting. Dat is het bestaande systeem van Purmerend. Net als bij een woninghypotheek zijn de kapitaallasten vanwege de rentelasten hierdoor hoger dan het investeringsbedrag. Een alternatief is om te sparen voor toekomstige investeringen. Dan worden de investeringen bekostigd uit de inkomsten en wordt er geen boekwaarde opgebouwd. Hoe werkt dit? In het rioolheffingstarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. In het jaar dat de gemeente de vervangingsinvesteringen realiseert moet de gemeente de investering voor de volle omvang activeren. Het bedrag dat de gemeente in de spaarvoorziening heeft gespaard voor toekomstige vervangingsinvesteringen wordt daarop vervolgens in mindering gebracht. Als het gespaarde bedrag in de spaarvoorziening niet voldoende is om het volledige bedrag van de vervangingsinvesteringen te dekken, blijft het resterende deel als boekwaarde staan. De kapitaallasten daarvan worden vervolgens in de berekening van het tarief meegenomen. 4. Advies Arcadis Duidelijk is dat voor sparen het tarief in het begin hoger is dan het tarief bij activeren. Er moet immers gespaard worden om de boekwaarde te verlagen.

Pas op termijn ontstaan daar de voordelen van. De voordelen zijn: - Lagere boekwaarde en daarmee minder rentelasten in het tarief - Lagere boekwaarde en dus minder schuld en rentegevoeligheid Aan Arcadis hebben we gevraagd om in beeld te brengen wat de effecten op tarief en boekwaarde zijn als we het toekomstig investeringsprogramma van Purmerend gaan activeren of sparen. Arcadis laat in zijn staatjes zien dat in de variant ‘volledig sparen’ het tarief de eerste jaren heel hard moet stijgen: het is immers het doel om binnen een bepaalde periode het tarief zodanig vast te stellen dat er geen nieuwe boekwaarde wordt opgebouwd. Met andere woorden: het spaarbedrag in het tarief is gelijk aan het jaarlijks investeringsbedrag. Arcadis heeft ook nog een tussenvariant berekend. In de onderstaande tabel hebben we de belangrijkste kenmerken samengevat.

3.

Heffing 2025

Heffing 2028

Heffing 2034

Heffing 2083

Rentelasten 2024 Restboekwaarde t/m 2083 2083

Activeren

233,28

260

308

447

264 mln

187 mln

Deels sparen

233,28

277

403

418

156 mln

94 mln

Sparen

233,28

300

479

385

48 mln

0 mln

Subtotaal

Duidelijk zichtbaar is dat sparen op de lange termijn gunstig is voor het tarief en het risicoprofiel van de gemeente. Daarvoor zijn wel forse tariefsverhogingen de komende jaren nodig, ook omdat Purmerend op dit moment in een investeringspiek zit. In de bijgevoegde memo van Arcadis wordt e.e.a. nader uitgelegd. 5. Voorstel college Het college is voorstander van sparen. Echter, om vanuit de huidige systematiek binnen 10 jaar naar volledig sparen over te gaan, zou dit t/m 2034 vragen om een extra tariefstijging van gemiddeld 18 euro per jaar per aansluiting. Deze komt bovenop de sowieso in deze periode benodigde verhoging van gemiddeld 9 euro per jaar per aansluiting als gevolg van de benodigde vervangingen. Dit vindt het college een te sterke (extra) verhoging voor onze inwoners en ondernemers, ondanks de voordelen die dit op langere termijn kan opleveren. Om die reden stelt het college een tussenvariant voor, waarin de gemeente binnen 10 jaar naar 50% sparen, 50% activeren voor onze water- en rioleringsinvesteringen toewerkt. Dit vraagt t/m 2034 om een extra tariefstijging van gemiddeld 10 euro per jaar per aansluiting. Met in totaal 6,5% stijging per jaar (exclusief indexatie op basis van inflatie) zetten we zo een goede lijn in de richting van een meer robuuste financiering, waarbij we het toenemende renterisico al wel aanzienlijk beperken.

Om de overgang naar de hogere tarieven nog iets te temperen, stelt het college tevens voor om de rioleringsinvesteringen die nu over 45 jaar worden afgeschreven, af te gaan schrijven over 55 jaar. Dit is technisch mogelijk en de praktijk van Purmerend (de riolering die nu vervangen wordt is (ruim) ouder dan 55 jaar. Deze herwaardering levert een voordeel op van 0,4 miljoen euro in de jaarlijkse afschrijvingslasten. Hierdoor kan het tarief vanaf 2026 structureel met 9 euro per aansluiting verlaagd worden. Bijlage: Advies Arcadis Kostendekkingsplan gemeente Purmerend 2025-02-27

4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15469061/1