E gemeentelijke-praktijk-nadeelcompensatie-informatie
Tekst van het document
Bijlage 1 - Gemeentelijke praktijk nadeelcompensatie
1. Algemeen De overheid kan rechtmatig handelen, maar toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning die de aanleg van een appartementencomplex mogelijk maakt, waardoor het eigendom van het naastgelegen perceel in waarde achteruitgaat. Ook het inperken van rechten kan tot nadeelcompensatie leiden. Of denk aan werkzaamheden aan de weg, waardoor een bedrijf (tijdelijk) onbereikbaar is en inkomsten misloopt. Verordeningen nadeelcompensatie werden soms al gebruikt bij grote projecten, zoals de aanleg van een metrolijn of doorgaande weg door stedelijk gebied. Het gaat dus niet alleen om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, maar ook om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, zoals in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. 2. Context wetgeving 2.1 Algemene wet bestuursrecht Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voorziet in een algemene regeling over de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. In deze titel staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.
Zo bevat de regeling in de Awb procedureregels voor het afhandelen van die aanvragen (zoals beslistermijnen). Ook zijn regels opgenomen over de maximale hoogte van het te heffen recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, (in zijn geheel) te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)). Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Dit in tegenstelling tot onrechtmatig handelen, waarbij uitgangspunt wel vergoeding van de volledige schade is. Onrechtmatig handelen bij overheidsoptreden is geregeld in het Burgerlijk Wetboek en elders in de Awb. Het doel van titel 4.5 van de Awb is om te komen tot eenduidigheid en overzichtelijkheid van het nadeelcompensatierecht. Het vervangt afzonderlijke regelingen.
Tegelijkertijd worden hiermee alle geschillen over rechtmatig overheidsoptreden geconcentreerd bij één rechter, namelijk de bestuursrechter. Titel 4.5 van de Awb treedt naar verwachting in 2022 in werking. 2.2 Omgevingswet 2.2.1 Afdeling 15.1 van de Ow In 2022 treedt naar verwachting ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de algemene regeling uit de Awb (afdeling 15.1 van de Ow). 2.2.2 Beperking van de schadeoorzaken en voorrang van de Ow t.o.v. de Awb Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021
Ten opzichte van titel 4.5 van de Awb bevat de reikwijdte van afdeling 15.1 van de Ow een nadere afbakening van schadeoorzaken. Artikel 4:126, eerste lid, van de Awb bepaalt dat op grond van elk handelen door de overheid in het kader van een rechtmatige uitoefening van een haar toegekende taak of bevoegdheid om schadevergoeding kan worden verzocht. De regeling in de Awb biedt daarmee een brede grondslag voor aanvragen om nadeelcompensatie. Die brede grondslag wordt in de Ow beperkt. De afbakening van schadeoorzaken in artikel 15.1 van de Ow is ten opzichte van titel 4.5 van de Awb limitatief en exclusief. Dat betekent dat als een schadeoorzaak niet in dat artikel is opgenomen, niet alsnog langs de weg van de Awb om schadevergoeding kan worden gevraagd. De regels over nadeelcompensatie in de Ow hebben zo voorrang op de regels in de Awb. Nadeelcompensatie binnen de Ow gaat over besluiten of maatregelen die rechtstreeks: • •
werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten, of gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving.
Schadeoorzaken zijn bijvoorbeeld: • •
een omgevingsvergunning of het weigeren daarvan, of een regel in het omgevingsplan. Deze moeten rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten.
Omgevingsvisies, programma’s en instructieregels zijn bijvoorbeeld geen schadeoorzaken. Deze instrumenten hebben geen rechtstreekse rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven. Er is pas sprake van schadeoorzaak, als een omgevingsvisie en een instructieregel het beleid of de instructieregel omzet in rechten en verplichtingen voor burgers. 2.2.3 Doorschuiven van het moment van overheidsaansprakelijkheid Het moment van de overheidsaansprakelijkheid verschuift naar de start van een vergunningvrije activiteit of naar de vergunning. Daarbij wordt uitgegaan van de mededeling van het besluit tot het verlenen of wijzigen van de omgevingsvergunning (artikel 15.3 van de Ow). Soms ontstaat al schade door de aankondiging van een toekomstig besluit. De schade in de periode totdat het besluit is genomen, wordt schaduwschade genoemd. Dat is het negatieve effect op de waarde van onroerende zaken door de voorbereiding van een besluit of activiteit. De Ow vindt dit een normaal maatschappelijk risico, dat iedere eigenaar zelf moet dragen. De regeling nadeelcompensatie uit afdeling 15.1 van de Ow voorziet niet in vergoeding van deze schaduwschade.
2.2.4 Overige specifieke regelingen in het omgevingsrecht Naast bovengenoemde afbakening is in afdeling 15.1 van de Ow nog een aantal aanvullende keuzes voor nadeelcompensatie gemaakt, zoals: • Schade die niet voor vergoeding in aanmerking komt, zoals verlies van woongenot (artikel 15.2 van de Ow); • Specifieke regelingen voor het bepalen van de schade, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen situaties waarbij een omgevingsvergunning is vereist en situaties waarbij geen omgevingsvergunning is vereist (artikelen 15.3 en 15.4 van de Ow); • Specifieke regels over actieve en passieve risicoaanvaarding (artikelen 15.5 en 15.6 van de Ow); • Een specifieke regeling voor het bepalen van het nmr voor indirecte schade die bestaat uit de waardevermindering van een onroerende zaak. Vier procent van de waarde van de onroerende zaak wordt aangemerkt als behorend tot het nmr (artikel 15.7 van de Ow).
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021
• •
Specifieke regels voor het bepalen van het bevoegd gezag voor het behandelen van aanvragen om schadevergoeding (artikel 15.8 van de Ow); Delegatiegrondslagen voor het stellen van nadere regels (artikelen 15.9 en 15.10 van de Ow).
2.3 Reikwijdte Model Verordening nadeelcompensatie De Model Verordening nadeelcompensatie beperkt zich tot nadeelcompensatie op grond van titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. De keuze kan worden gemaakt of de modelverordening betrekking heeft op specifieke regelingen, zoals schadevergoeding vanwege kabels en leidingen. In de Ow zijn ook regelingen voor andere soorten schade opgenomen, namelijk: • schade bij gedoogplichten (afdeling 15.2 van de Ow); • schadeloosstelling bij onteigening (afdeling 15.3 van de Ow); • schadevergoeding bij voorkeursrecht (afdeling 15.4 van de Ow); • tegemoetkoming schade door in het wild levende dieren (afdeling 15.5 van de Ow). De Model Verordening nadeelcompensatie heeft geen betrekking op schade die onder een of meer van die regelingen valt. 3. Gemeentelijk beleid: manier van vastleggen bepaalt financieel risico voor nadeelcompensatie Gemeenten hebben twee keuzes, als het gaat om de manier waarop ze beleid voor de fysieke leefomgeving vastleggen. Binnen het domein van de fysieke leefomgeving was het de gewoonte om losse sectorale beleidsnota’s te maken (keuze 1). Met de invoering van de Ow kan dit beleid onder de paraplu van de Ow worden gebracht via een omgevingsvisie of programma (keuze 2).
De keuze hoe je beleid vastlegt speelt onder meer bij de instrumenten uit het Klimaatakkoord, zoals de transitievisie warmte, waarin de gemeente een realistisch tijdspad vastlegt waarop wijken van het aardgas gaan. De keuze voor losse nota’s of voor een constructie volgens instrumenten van de Ow is in veel gevallen een lokale keuze. Bij die keuze speelt het aspect nadeelcompensatie een rol. 3.1 Beleid vastleggen volgens instrumenten Ow Als er namelijk voor wordt gekozen om het beleid vorm te geven via een omgevingsvisie of programma, dan wordt het beleid daarmee ook onder de nadeelcompensatieregeling van de Ow gebracht. Die regeling biedt ruimte voor getrapte besluitvorming. Voordeel daarvan is, dat geen aanvragen om schadevergoeding aan de orde komen gedurende de visiefase. Pas in de uitvoeringsfase, als er bijvoorbeeld sprake is van een omgevingsvergunning, hebben aanvragen om schadevergoeding kans van slagen. Het besluitvormingsproces voor het opstellen van beleid kan daardoor transparant en interactief plaatsvinden zonder kans op nadeelcompensatie. Leg je het beleid vast via een omgevingsvisie of programma, dan moet het beleid aan de (over het algemeen beperkte) inhoudelijke en procedurele vereisten voor het betreffende instrument voldoen en moet in het beleid worden opgenomen dat het (een onderdeel van) een omgevingsvisie of programma in de zin van de Ow is.
Beleid via de Ow geeft minder risico op nadeelcompensatie dan via de autonome bevoegdheid met losse sectorale beleidsnota’s. 3.2 Beleid vastleggen volgens autonome bevoegdheid Als gemeenten ervoor kiezen om het beleid vorm te geven via een autonome bevoegdheid in sectorale nota’s is iedere stap in het besluitvormingsproces een potentieel schadeveroorzakend besluit of handeling, op grond waarvan een aanvraag om schadevergoeding kan worden ingediend. In die zin stimuleert de nadeelcompensatieregeling van de Ow om minder losse sectorale beleidsnota’s te maken en meer in het instrumentarium van de Ow onder te brengen. Het financieel risico voor gemeenten is onder de Ow namelijk minder groot. Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021
3.3 Opnemen Verordening nadeelcompensatie in omgevingsplan? In theorie is het ook mogelijk om de Verordening nadeelcompensatie op te nemen in het omgevingsplan. Wij adviseren echter om dat niet te doen. Ten eerste is de Verordening nadeelcompensatie breder dan het omgevingsrecht. Ten tweede zijn de schadeveroorzakende besluiten in de Ow breder dan het omgevingsplan. Het uitsluitend opnemen van een nadeelcompensatieregeling in het omgevingsplan zou dus niet voldoende zijn. Er is dan nog steeds een aparte regeling naast het omgevingsplan nodig voor de besluiten of maatregelen die buiten het omgevingsplan vallen. Een dergelijke oplossing via twee aparte regelingen is niet nodig. Immers, bij het opstellen van de Model Verordening nadeelcompensatie is gebleken dat het goed mogelijk is om een algemene regeling voor nadeelcompensatie vast te stellen die zowel betrekking heeft op het omgevingsrecht als overige rechtsgebieden. Tips Concluderend geeft de VNG gemeenten de volgende adviezen: 1. Leg beleid vast als onderdeel van een omgevingsvisie of programma en beperk daardoor het financieel risico op nadeelcompensatie. 2. Integreer de Verordening nadeelcompensatie niet in het omgevingsplan, maar in een algemene Verordening nadeelcompensatie. 4.
Implementatiekeuzes Naast de in de vorige paragrafen geschetste keuzemogelijkheden zijn er nog een aantal specifieke onderwerpen te benoemen waarover de gemeente bij het samenstellen van de verordening keuzes kan maken. Die keuzes worden in deze paragraaf beschreven. 4.1 Toepassingsbereik In de Model Verordening nadeelcompensatie bestaat de keuze aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is uit te zonderen. Dat kan bijvoorbeeld een verordening zijn voor een specifiek onderwerp, zoals kabels en leidingen, riolering, wegopbrekingen of een specifiek project binnen de gemeente. Gemeenten hanteren regelmatig specifieke regelingen, bijvoorbeeld voor kabels en leidingen. Die regelingen kunnen bijvoorbeeld zijn vastgelegd in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI), of in een separaat vastgestelde beleidsregel. Begin 2021 wordt er in opdracht van netbeheerders gewerkt aan een beleidsregel nadeelcompensatie kabels en leidingen, waarbij het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen (GPKL) wordt betrokken. Als de gemeente geen aparte schaderegeling heeft kan ervoor worden gekozen om artikel 1, tweede lid, van de Model Verordening nadeelcompensatie niet over te nemen. Overigens zijn er ook gemeenten met privaatrechtelijke afspraken voor compensatie bij verleggingen van kabels en leidingen en riolering.
Die afspraken vallen onder de reikwijdte van titel 4.5 van de Awb. Er kan behoefte bestaan aan specifieke regelingen voor een of meer gemeentelijke projecten van publiek belang. Voorbeelden hiervan zijn regelingen voor een tramtunnel en parkeergarage (Den Haag, Groningen) of een tramverbinding (Amsterdam, Amstelveen). Het is niet wenselijk om de regels in de verordening te beperken tot één project. Wel is het denkbaar dat hiervoor nadere regels of beleidsregels worden vastgesteld. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een speciaal ingericht schadeloket, een vaste samenstelling van de adviescommissie, een specifieke inrichting van de ambtelijke ondersteuning, of specifieke regels voor het behandelen van aanvragen om voorschot (vgl. artikel 15.8 van de Ow). Ook bij complexere projecten waarbij meerdere overheden betrokken zijn, kan ervoor worden gekozen om één loket voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding in te richten (schadeloket). Daarbij kunnen bestuursorganen de bevoegdheid om te Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021
beslissen op een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 15.8, derde lid, van de Ow, overdragen aan een ander, bijvoorbeeld het coördinerende, bestuursorgaan. Bij zo’n schadeloket kunnen vaak zowel aanvragen om schadevergoeding op grond van nadeelcompensatie als bouwschade worden ingediend. Het schadeloket zorgt ervoor dat de aanvraag bij de juiste behandelende instantie terecht komt. Uiteraard kunt u, afhankelijk van de bijzondere verordeningen die in uw gemeente van toepassing zijn en de behoefte en mogelijkheid om (bepalingen uit) die verordeningen te integreren in deze algemene verordening, overwegen om het tweede lid specifieker te maken, of te schrappen. 4.2 Adviescommissie Op grond van het huidig recht is het inschakelen van een adviseur verplicht bij het afhandelen van aanvragen om planschade (artikel 6.1.3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro)). Ook is het vaststellen van een gemeentelijke verordening waarin regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt verplicht (artikel 6.1.3.3 van het Bro). Onder het nieuwe recht gelden die verplichtingen niet meer. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om een adviseur te benoemen. Het heeft voor eenvoudige gevallen de voorkeur om aanvragen om schadevergoeding snel, en dus zonder adviescommissie, af te handelen.
Dit ook in verband met de kosten voor het instellen van de adviescommissie, in verhouding tot het uit te betalen bedrag (zie bijvoorbeeld paragraaf 7.4.5 van de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen). Het uitgangspunt dat bij het opstellen van deze modelverordening is gehanteerd is dan ook dat in het ambtelijk apparaat van burgemeester en wethouders deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. Als die deskundigheid niet, of onvoldoende aanwezig is, is het ook goed denkbaar om op dit onderwerp regionaal expertise te bundelen, bijvoorbeeld in een regionale adviesorganisatie. Aanvragen om schadevergoeding worden door de gemeente afgehandeld. De gemeente beschikt, al dan niet op basis van inhuur of regionale bundeling (bijvoorbeeld via een regionaal servicepunt), over voldoende capaciteit en expertise om de aanvragen af te handelen. Bij inhuur kan eventueel gebruik worden gemaakt van een raamcontract. Per opdracht kan dan een ‘randomizer’ worden toegepast, waarmee uiteindelijk de deskundige wordt gekozen die de adviesopdracht op zich zal nemen. Zo kan na binnenkomst van een aanvraag snel worden gehandeld. De beslistermijn is in dit scenario acht weken. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb).
In de modelverordening wordt er daarom van uitgegaan dat alleen extra deskundigheid wordt ingeschakeld voor zover dat naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen. Dan wordt via een adviseur deskundigheid betrokken bij de behandeling van een aanvraag. De manier waarop die deskundigheid bij de afhandeling van de aanvraag wordt betrokken kan afhankelijk zijn van het type aanvraag om schadevergoeding. In het huidig recht wordt de planschadedeskundige automatisch gevraagd over de hele aanvraag te adviseren, terwijl de specifieke deskundigheid met name ligt bij de taxatiemethode bij planschade (taxatie op basis van planologische vergelijking). In het nieuwe recht wordt voornamelijk getaxeerd op basis van feitelijke effecten. In die zin is in het nieuwe recht minder specifieke deskundigheid vereist voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding. Het ligt niet voor de hand dat de adviseur automatisch wordt gevraagd over de hele aanvraag te adviseren. Het is logischer om de adviseur uitsluitend te betrekken op de onderdelen waarvoor het gemeentelijk apparaat deskundigheid te kort komt. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de integrale advisering over de aanvraag.
De modelverordening biedt de mogelijkheid om aanvullend de bij de gemeente beschikbare deskundigheid naar aanleiding van een ingekomen aanvraag om schadevergoeding aan te vullen met extra deskundigheid door middel van het aanwijzen van adviseurs. Bij complexere aanvragen kan op die manier zo nodig extra Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021
deskundigheid worden betrokken (bijvoorbeeld bij directe schade). Daarbij kan worden gedacht aan deskundigheid op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving. Of aan extra deskundigheid op het gebied van taxaties bij zaken die betrekking hebben op waardevermindering van een onroerende zaak. Het deskundigenadvies kan worden gebruikt bij het motiveren van het besluit op de aanvraag. De adviseurs zijn adviseurs als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb. Dat betekent dat de adviseurs niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht stelt, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak. Het bestuursorgaan dient zich ervan te vergewissen dat het onderzoek dat door de adviseur wordt verricht op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De Model Verordening nadeelcompensatie bevat twee opties voor het benoemen van de adviescommissie, namelijk: a. benoeming voor een termijn van maximaal vier jaar waarna mogelijkheid bestaat tot herbenoeming (vaste commissie), of b. benomen van een adviescommissie voor advisering met betrekking tot een of meerdere specifieke aanvragen. In beide gevallen vormen de adviseurs een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Awb.
Dat betekent dat de beslistermijn voor zover advies wordt ingewonnen bij de behandeling van een aanvraag zes maanden is. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb). Ontslag De leden kunnen op elk moment ontslag nemen en blijven hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien. De leden kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Benoeming Bij het benoemen van een vaste commissie wordt het aanstellingsbesluit door burgemeester en wethouders genomen. Bij benoeming van een adviescommissie voor een specifieke aanvraag wordt de commissie bij het in behandeling nemen van die aanvraag aangesteld. 4.3 Procedure In de Model Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade waren de stappen in het gemeentelijk besluitvormingsproces relatief gedetailleerd uitgewerkt. In de Model Verordening nadeelcompensatie is dat niet gedaan. De procedure en bijbehorende beslistermijnen zijn uitputtend geregeld in de Awb.
Om houvast te bieden in het proces voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding is in onderstaand schema opgenomen uit welke stappen het gemeentelijke besluitvormingsproces grofweg bestaat (de grijs gearceerde cellen worden alleen doorlopen als een adviescommissie wordt ingeschakeld; de genoemde termijnen zijn willekeurig, maar ze moeten wel optellen tot maximaal 2 x 8 weken zonder adviescommissie of maximaal 2 x 6 maanden met adviescommissie volgens artikel 4:130 van de Awb):
Nr.
Processtap
Termijn
1 2
Toets ontvankelijkheid (gegevens en bescheiden en heffing) In behandeling nemen aanvraag
1 week
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021
3 4
5 6 7
8 9 10 11 12
Opdrachtverlening voor advisering Adviseur stelt aanvrager, het bestuursorgaan en in voorkomend geval de derde belanghebbende voor zover hij dat nodig acht in de gelegenheid om een toelichting, of reactie te geven op de aanvraag Adviseur maakt, voor zover bovenstaande toelichting mondeling is gegeven, een verslag van die toelichting Adviseur beoordeelt of de situatie ter plaatse zal worden opgenomen. Datum en tijdstip worden afgestemd met de aanvrager en belanghebbenden. De adviseur kan verzoeken om aanvullende gegevens en bescheiden. De beslistermijn wordt aangehouden totdat deze gegevens en bescheiden zijn ontvangen (artikel 4:5 van de Awb). Advies wordt verwerkt in conceptadvies en conceptbesluit Toezenden conceptadvies en conceptbesluit aan aanvrager en belanghebbenden Reactietermijn aanvrager en belanghebbende Verwerken zienswijzen aanvrager en belanghebbenden Bespreken met portefeuillehouder Besluitvorming door het college van burgemeester en wethouders Besluit versturen Totaal
1 weken
4 weken 1 weken 2 weken 4 weken
weken
Na het versturen van het besluit kan binnen zes weken bezwaar worden gemaakt (artikel 7:1 van de Awb). Daarop volgt een beslissing op bezwaar. De indiener van het bezwaarschrift kan het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter (artikel 7:1a van de Awb). Daartegen kan desgewenst beroep worden ingesteld bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het is gebruikelijk om met initiatiefnemers1 een schadevergoedingsovereenkomst te sluiten. Op grond daarvan komt de door het bestuursorgaan toe te kennen schadevergoeding en de daarmee samenhangende kosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de initiatiefnemer. Als dat het geval is, wordt de initiatiefnemer als belanghebbende betrokken bij de hierboven geschetste stappen in het besluitvormingsproces. Dat is geregeld in artikel 13.3c van de Ow. 4.4 Normaal maatschappelijk risico Veel bestaande nadeelcompensatieverordeningen bevatten regels over de aftrek voor het nmr. Die kunnen als decentraal wettelijk voorschrift niet blijven bestaan, omdat ze in strijd zijn met een hogere regeling. Het is denkbaar dat in een beleidsregel wordt vastgelegd wat onder nmr wordt verstaan. Het nmr bij indirecte schade2 als gevolg van een besluit als opgenomen in artikel 15.1 van de Ow bedraagt 4 %.
In overige gevallen (directe schade) is het aan het bestuursorgaan om, op grond van artikel 4:126 van de Awb, in het specifieke geval invulling te geven aan het nmr. Op diverse plekken wordt in het huidig recht invulling gegeven aan nmr. Zo zijn hier in de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019 drempelpercentages voor opgenomen (zie bijvoorbeeld artikel 3a van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019). Er zijn gemeentelijke verordeningen waarin is opgenomen dat een omzetdaling die niet uitkomt boven de drempelwaarde van 8 % op jaarbasis van de gemiddelde jaaromzet bij winst- of inkomensderving niet wordt vergoed. Het is denkbaar dat hier door de gemeente beleidsregels voor worden vastgesteld en een rekentool voor wordt opgesteld. Bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: I&W) wordt bijvoorbeeld zo’n rekentool gehanteerd om de omzetderving van ondernemingen te toetsen aan de
1 Degene die de activiteit verricht (zie artikel 13.3c van de Ow). 2 Schade die bestaat uit waardevermindering van een onroerende zaak die wordt veroorzaakt door een besluit
op grond waarvan één of meer activiteiten is of zijn toegestaan buiten de locatie waar de onroerende zaak is gelegen of door een maatregel die buiten die locatie wordt getroffen. Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021
drempel voor het nmr. Daardoor is ook daarvoor het inschakelen van een deskundige vaak niet nodig. Wel zijn dan de jaarrekeningen nodig om de gegevens uit te halen. Dit is bij I&W dan ook standaard een vereiste bij de aanvraag. Bij kostenstijgingen ligt dit wat ingewikkelder. Die cijfers kunnen niet een op een uit de jaarrekening worden gehaald. In die gevallen wordt door I&W wel een externe deskundige ingeschakeld. 4.5 Rekenregels Het is denkbaar dat in de praktijk behoefte bestaat aan het vastleggen van rekenregels. Zo kan worden vastgelegd hoe de schade bij winst- of inkomensderving, of bij huurderving wordt berekend. In de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen zijn hier voorbeelden van te vinden. Er kunnen door de gemeente beleidsregels voor worden vastgesteld.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021